Laatste wijziging: 23 december 2011
Aantal items beschikbaar: 1338
Aantal bezoekers deze maand: 6827
Aantal bezoekers afgelopen jaar: 106184
foto_organisaties

Zoek informatie

Uitgebreid zoeken zoek Toon alles zoek
zoek

Geef informatie

  zoek

Totaal overzicht inhoud

Hieronder staat de volledige inhoud van het monitoringportaal.
.

Totaal aantal resultaten : 1338

Organisaties > Overheden en semi-overheden (?)

  Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV)

De Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV) is in 2007 opgegaan in de nieuwe Dienst Verkeer en Scheepvaart (DVS) van Rijkswaterstaat.


Website:
  AgentschapNL

AgentschapNL voert programma’s, regelingen en wetten uit voor meerdere ministeries en diverse opdrachtgevers buiten de Rijksoverheid.

 

AgentschapNL bestaat uit vijf thematische divisies:

  • NL Energie en Klimaat
  • NL EVD Internationaal
  • NL Innovatie
  • NL Milieu en Leefomgeving
  • NL Octrooicentrum

AgentschapNL voert verschillende monitoringactiviteiten uit en neemt daarnaast deel aan overleggroepen.

 

Organisatie: AgentschapNL is onderdeel van het ministerie van EL&I. AgentschapNL is begin 2010 ontstaan uit een bundeling van EVD, Octrooicentrum Nederland en SenterNovem.

 

Contactgegevens van AgentschapNL zijn hier te vinden.


Website: Agentschap NL
Email: info@agentschapnl.nl
  Bodem+

Directie 'NL Milieu en Leefomgeving' van AgentschapNL voert onder de naam Bodem+ enkele wettelijke taken uit die bijdragen aan een duurzaam bodembeheer. Bodem+ heeft tot doel provincies, gemeenten, waterschappen en rijksdiensten te ondersteunen bij de uitvoering van hun (water-)bodemtaken. Daarnaast ondersteunt Bodem+ ook beleidsdirecties van ministeries.

Organisatie:
Bodem+ is een onderdeel van Agentschap NL.

Bezoekadres:
Prinses Beatrixlaan 2
2595 AL Den Haag

Postadres:
Postbus 93144
2509 AC Den Haag

Telefoon: 088 - 602 51 23


Website: Bodem+
Email: bodemplus@agentschapnl.nl
  Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft tot taak het verzamelen, bewerken en publiceren van statistieken ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap. De informatie die het CBS publiceert omvat vele maatschappelijke aspecten, van macro-economische indicatoren als economische groei en consumentenprijzen tot de inkomenssituatie van personen en huishoudens.

Bezoekadres vestiging Den Haag:
Henri Faasdreef 312
2492 JP Den Haag

Postadres:
Postbus 24500
2490 HA Den Haag

Telefoon: 070 - 337 38 00
Overige contactgegevens, ook van de vestiging Heerlen: zie de CBS-website


Website: Centraal Bureau voor de Statistiek
  Centraal Planbureau (CPB)

Website: Centraal Planbureau
Email: info@cpb.nl
  Centrum Monitoring Vectoren (CMV)

Vectoren zijn insecten zoals muggen en knutten, die humane- en dierziekten kunnen overbrengen. Vanuit het Centrum Monitoring Vectoren (CMV) worden gegevens verzameld over het voorkomen en de verspreiding van vectoren binnen Nederland. Met behulp van deze gegevens en informatie uit het buitenland kan worden ingeschat welke kansen er zijn op introductie en verspreiding.

Organisatie:
Het CMV is onderdeel van het Nationaal Referentielaboratorium van de Plantenziektenkundige Dienst. De aansturing van het CMV vindt plaats door het ministerie van EL&I, mede namens het ministerie van VWS.


Website: Centrum Monitoring Vectoren
Email: cmv@minlnv.nl
  Centrum voor Externe Veiligheid (CEV)

Het Centrum voor Externe Veiligheid (CEV) is hét kenniscentrum voor de overheid bij technische vragen over risico's die voortvloeien uit de opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het CEV onderzoekt ook de risico’s verbonden aan vliegverkeer.

Organisatie:
Het CEV is onderdeel van het RIVM.

Bezoekadres:
Antonie van Leeuwenhoeklaan 9
3721 MA Bilthoven

Postadres:
Postbus 1
3720 BA Bilthoven

Telefoon: 030 - 274 36 18


Website: Centrum voor Externe Veiligheid
Email: cev@rivm.nl
  Centrum voor Milieu Monitoring

Dit centrum van het RIVM is het kenniscentrum voor de monitoring en interpretatie van de milieukwaliteit. Het centrum is expert in de analyse van bodem, grond(water), lucht en geluid.

Taken:

  • Monitoren van bodem, (grond)water, lucht en geluid
  • Optimaliseren van de monitoring om kwaliteit en continuïteit te garanderen
  • Modelleren, interpreteren en evalueren van de gegevens
  • Rapporteren aan de Nederlandse en Europese overheid
  • Fungeren als referentiecentrum voor andere organisaties die milieukwaliteit meten of modelleren
  • Adviseren van Nederlandse en Europese beleidsinstanties

Het Centrum voor Milieu Monitoring werkt samen met onder andere de volgende organisaties: DCMR, GGD Amsterdam, provincies en gemeenten, LEI, WUR, PBL, TNO Bouw en Ondergrond, Deltares, Alterra, ECN, AgentschapNL, IPO en KNMI.

Telefoon: 030 - 274 86 49


Website: Centrum voor Milieu Monitoring
Email: cmm@rivm.nl
  CO2-servicepunt Noord-Holland

CO2-Servicepunt begeleidt gemeenten in Noord-Holland bij de uitvoering van klimaatbeleid. Voor monitoring wordt een door de organisatie zelf ontwikkeld systeem gebruikt.

Organisatie:
CO2-Servicepunt is onderdeel van de provincie Noord-Holland.

Postadres:
Postbus 3005
2001 DA Haarlem

Telefoon: 023 - 51 43 111
Fax: 023 - 514 35 58


Website: CO2-Servicepunt Noord-Holland
Email: infodesk@co2-servicepunt.nl
  Coördinatiebureau Stroomgebieden Nederland (CSN)

Het Coördinatiebureau Stroomgebieden Nederland (CSN) vervult een coördinerende en inhoudelijke rol bij de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water op regionaal en nationaal niveau. Het bureau is onder meer verantwoordelijk voor het aansturen van regionale processen.


O
rganisatie:
CSN valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van I&M.

 

Bezoekadres:
Catharijnesingel 55g, 6e verdieping
3511 GD Utrecht

Postadres:
Postbus 19213
3501 GD Utrecht

Telefoon: 030 - 230 79 90

  


Website: Coördinatiebureau Stroomgebieden Nederland
Email: csn.secretariaat@minvenw.nl
  Data-ICT-Dienst (DID)

De Data-ICT-Dienst (DID) ondersteunt de kerntaken van het ministerie van I&M en Rijkswaterstaat door ervoor te zorgen dat zij kunnen beschikken over goede, gecertificeerde en gestandaardiseerde geo-informatie en ICT-infrastructuur.

Organisatie:
De DID is één van de vier landelijke diensten van Rijkswaterstaat, de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van I&M.

Bezoekadres:
Derde Werelddreef 1
2622 HA  Delft

Postadres:
Postbus 5023
2600 GA  Delft

Telefoon: 015 - 275 75 75


Website: Data-ICT-Dienst
Email: servicedesk-data@rws.nl
  DCMR Milieudienst Rijnmond

DCMR Milieudienst Rijnmond is de instantie die zich bezighoudt met klachten en vragen op het gebied van milieu in de regio Rijnmond. Daarnaast houdt de DCMR zich bezig met vergunningverlening en de monitoring van milieugerelateerde activiteiten. Ook neemt de DCMR met haar milieuexpertise deel in projecten in binnen- en buitenland.


Bezoekadres:
Parallelweg 1
3112 NA Schiedam

Postadres:
Postbus 843
3100 AV Schiedam

Telefoon: 010 - 246 80 00


Website: DCMR Milieudienst Rijnmond
Email: info@dcmr.nl
  Deltares

Vanaf 1 januari 2008 is Deltares het onafhankelijke instituut in Nederland voor toegepast onderzoek en specialistisch advies op het gebied van water en ondergrond.

 

Organisatie:
Deltares is ontstaan uit WL | Delft Hydraulics, GeoDelft en een deel van TNO Bouw en Ondergrond, samen met delen van Rijkswaterstaat/DWW en de Waterdienst.

 

Bezoekadres:
Rotterdamseweg 185

2629 HD Delft
 
Postadres:
Postbus 177
2600 MH Delft


Telefoon: 088 - 335 82 73

Voor overige adres- en contactgegevens van Deltares klik hier.


Website: Deltares
Email: info@deltares.nl
  Dienst der Hydrografie

De belangrijkste taak van de Dienst der Hydrografie is het in kaart brengen van de zee, het uitgeven van zeekaarten en daarmee samenhangende hydrografische publicaties. De meetgegevens worden doorgegeven aan Bureau Hydrografie, alwaar de gegevens worden opgeslagen in een databank. Het totale werkgebied van de dienst omvat het Nederlands continentaal plat en de wateren rondom de Nederlandse Antillen en Aruba.

Organisatie:
De Dienst der Hydrografie is een onderdeel van het ministerie van Defensie.

Bezoekadres:
Frederikkazerne gebouw 32
Van der Burchlaan 31
2597 PC Den Haag

Telefoon: 070 - 316 28 00


Website: Dienst der Hydrografie
Email: info@hydro.nl
  Dienst Landelijk Gebied (DLG)

De kernactiviteiten van de Dienst Landelijk Gebied zijn het inrichten van gebieden, gronden verwerven en overdragen, geldstromen bundelen en stroomlijnen, en coördineren. DLG werkt voor bestuurlijke opdrachtgevers en voert ook wettelijke taken uit.

 

Organisatie:
De Dienst Landelijk Gebied (DLG) is een agentschap van het ministerie van EL&I
.

 

Bezoekadres:
Utrecht Centrale Eenheid
Herman Gorterstraat 5
3511 EW  Utrecht

 

Postadres:

Utrecht Centrale Eenheid

Postbus 20021
3502 LA Utrecht

Telefoon: 030 - 275 66 00


Website: Dienst Landelijk Gebied
Email: infocentrumdlg@minlnv.nl
  Dienst Regelingen (DR)

Dienst Regelingen (DR) is een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van EL&I voor Europese en nationale regelingen. DR verzorgt een belangrijk deel van de uitvoering van het landbouw- en natuurbeleid. Daarnaast werkt de dienst steeds vaker voor andere (semi-)overheidsorganisaties. Bovendien adviseert de dienst vanuit haar kennis van de praktijk beleidsmakers bij de ontwikkeling, invulling en uitwerking van regelgeving.

 

Organisatie:
DR is een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van EL&I.


Website: Dienst Regelingen
Email: infotiek@minlnv.nl
  Dienst Verkeer en Scheepvaart (DVS; Rijkswaterstaat)

De Dienst Verkeer en Scheepvaart (DVS) van Rijkswaterstaat werkt aan een vlot, veilig en duurzaam verkeer over weg en water. DVS is in 2007 ontstaan uit twee van de voormalige specialistische diensten van Rijkswaterstaat, te weten de Adviesdienst Verkeer en Vervoer en (delen van) de Dienst Weg- en Waterbouwkunde.

Postadres:
Postbus 5044
2600 GA  Delft

Bezoekadres:
Schoemakerstraat 97
2628 VK  Delft

DVS Loket:
Telefoon: 088 - 7982 555


Website: Rijkswaterstaat Dienst Verkeer en Scheepvaart
Email: dvsloket@rws.nl
  Directie Bodem, Water, Landelijk Gebied (BWL - ministerie van I&M)

De directie Bodem, Water, Landelijk Gebied (BWL) is opgegaan in andere organisatie-onderdelen van het ministerie van VROM (nu: I&M).


Website: Ministerie van I&M
  Directie Kennis en Innovatie (DK&I - ministerie van EL&I)

De Directie Kennis en Innovatie (DK&I) heeft de opdracht de kennisfunctie van het ministerie van EL&I te versterken. Als binnen het ministerie behoefte is aan kennis voor het oplossen van beleidsproblemen, kan een beroep gedaan worden op de experts van DK&I. Ook monitoring behoort tot de werkvelden van DK&I.

Postadres:
Directie Kennis, locatie Ede
Postbus 482
6710 BL Ede

Bezoekadres:
Horapark
Bennekomseweg 41
6717 LL Ede
Telefoon: 0318 – 82 25 00

Overige contactgegevens: zie de EL&I-website


Website: Ministerie van EL&I
  Directie Leefomgevingskwaliteit (LOK - ministerie van I&M)

De directie Leefomgevingskwaliteit richt zich op actuele maatschappelijke thema’s en opgaven in de sfeer van duurzame leefomgeving en omgevingskwaliteit. Belangrijke thema’s zijn klimaatadaptatie, duurzame ontwikkeling en kaderstelling voor de ondergrond.

De directie is een onderdeel van het ministerie van I&M.


Website: Ministerie van I&M
Email: vragen@postbus51.nl
  Directoraat-Generaal Milieu (DGM - ministerie van VROM)

Het Directoraat-Generaal Milieu (DGM) is opgegaan in andere organisatieonderdelen van het ministerie van VROM (nu: I&M).


Website:
  EC-LNV (Expertise Centrum LNV)

Het Expertise Centrum LNV (EC-LNV) is na een reorganisatie opgegaan in de Directie Kennis en Innovatie van het ministerie van LNV, welke per 14 oktober 2010 is opgegaan in het ministerie van EL&I.


Website:
  EmissieRegistratie (ER - PBL)

De EmissieRegistratie (ER) beslaat het gehele proces van dataverzameling, databewerking, het registreren en rapporteren van emissiegegevens in Nederland. In de EmissieRegistratie worden de emissies naar bodem, water en lucht van circa 350 beleidsrelevante stoffen en stofgroepen vastgesteld.

  

De EmissieRegistratie (ER) wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&M. De regie voor, en aansturing van de EmissieRegistratie is ondergebracht bij het PBL. De volgende taakgroepen worden in de EmissieRegistratie onderscheiden:

  • Taakgroep Energie, Industrie en Afvalverwijdering (ENINA)
  • Taakgroep Verkeer en Vervoer
  •  Werkgroep Landbouw en Landgebruik
  • Taakgroep Methodeontwikkeling Wateremissies (MEWAT)
  • Taakgroep Overige bronnen (WESP)

Postadres:

Loket EmissieRegistratie
Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
Postbus 303
3720 AH  Bilthoven


Website: EmissieRegistratie (ER - PBL)
Email: emissieregistratie@pbl.nl
  Energy research Centre of the Netherlands (ECN)
Het Energy research Centre of the Netherlands (ECN) is het nationale instituut voor energie-innovatie. Het instituut doet onderzoek naar alle aspecten van de toepassing van duurzame energie.
Website: ECN
Email: info@ecn.nl
  ESA Centre for Earth Observation (ESRIN)

ESRIN is het centrum van de European Space Agency (ESA) voor observatie van de aarde. Het is één van de vijf in Europa gevestigde observatoria. ESRIN vergaart (monitoring)data over de aarde, bijvoorbeeld over de groei van steden en verandering in habitats van soorten.

ESRIN is gevestigd in Frascati, Italië.


Website: ESRIN (Engels)
Email: eohelp@esa.int
  European Environment Agency (EEA)

De European Environment Agency (Europees Milieu Agentschap) is een agentschap van de Europese Unie. De taak is het verschaffen van wetenschappelijk onderbouwde, onafhankelijke informatie over het milieu.

De EEA is gevestigd in Kopenhagen.


Website: European Environment Agency (EEA)
Email: Adriana.Gheorghe@eea.europa.eu
  European Topic Centre on Land Use and Spatial Information (ETC-LUSI)

Het 'European Topic Centre on Land Use and Spatial Information' (ETC-LUSI) is een international consortium van 10 organisaties uit 9 Europese landen. Het is een van de belangrijke actoren in Europa op het gebied van landgebruik en ruimtelijke informatie. ETC-LUSI ondersteunt het Europese Milieu Agentschap (EEA), de Europese Commissie en andere European Topic Centres bij het analyseren van ruimtelijke milieu data en het opzetten van Europese data-infrastructuren. De inbreng van nationale expertise speelt hierbij een belangrijke rol. ETC-LUSI is een onderdeel van het European Topic Centre for Spatial Information and Analysis (ETC-SIA).

 

Participerende organisaties: WOT, Alterra, WUR
Voorzittende organisatie:
Alterra CGI
Voorzitter: Gerard Hazeu


Website: ETC-SIA
Email: gerard.hazeu@wur.nl
  Eurostat

Eurostat is het statistische bureau van de Europese Unie.

Eurostat is binnen de Europese Commissie en in samenwerking met het Comité voor statistische informatie belast met de uitvoering van het communautaire statistische programma. Dit behelst de ontwikkeling van een geheel van normen en methoden en technieken voor de productie van onpartijdige, betrouwbare, relevante en kosteneffectieve statistieken en de verspreiding ervan ten behoeve van de diverse internationale instellingen, de regeringen van de lidstaten, de sociale en economische factoren, de academische kringen en het grote publiek.


Website: Eurostat
Email: eurostat-mediasupport@ec.europa.eu
  Expertisecentrum Geluid

Het Expertisecentrum Geluid geeft rijksbrede ondersteuning op het gebied van geluid, geluidshinder en gezondheid. Het centrum verzamelt en ontwikkelt kennis en kunde op het gebied van meet- en rekenvoorschriften voor geluid, monitoring en effecten- en 'impact' onderzoek.

Organisatie:
Het Expertisecentrum is onderdeel van het RIVM.


Website: Expertisecentrum Geluid
Email: info@rivm.nl
  Facilitaire Organisatie Industrie (FO-Industrie)

De Facilitaire Organisatie Industrie (FO-Industrie) begeleidt de uitvoering van het Doelgroepbeleid Milieu en Industrie. De FO ondersteunt medewerkers bij gemeenten, regionale samenwerkingsverbanden, provincies, waterschappen en regionale directies van Rijkswaterstaat.

 

FO-Industrie is een zelfstandige organisatie die in 1993 door de ministeries van VROM en V&W, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen is opgericht.

 

Parkstraat 83 
2514 JG  Den Haag

Telefoon: 070 - 345 14 15


Website: Facilitaire Organisatie Industrie (FO-Industrie)
Email: mail@fo-industrie.nl
  Faculty of Geo-Information Science and Earth Observation (ITC)
De Faculty of Geo-Information Science and Earth Observation (ITC) is een faculteit van de Universiteit Twente. De faculteit richt zich speciaal op observatie van de aarde en het verwerken van de resulterende gegevens in beleid en advies.
Website: ITC
Email: info@itc.nl
  Gegevensautoriteit Natuur (GaN)

Natuurgegevens zijn essentieel voor een afgewogen ruimtelijke inrichting van ons land en voor een effectief natuurbeleid en -beheer. De Gegevensautoriteit Natuur (GaN) draagt zorg voor betrouwbare natuurgegevens en stelt deze publiekelijk beschikbaar. Het stimuleert, als verbindende en sturende schakel, de samenwerking tussen gegevensverzamelaars, -beheerders en -gebruikers.

De Programmaraad Gegevensautoriteit Natuur is samengesteld uit gebruikers en aanbieders van gegevens en draagt zorg voor afstemming van vraag en aanbod.

Postadres:
Postbus 607
6700 AP Wageningen

Bezoekadres:
Bennekomseweg 41

6717 LL Ede
Telefoon: 0317 - 48 29 01


Website: Gegevensautoriteit Natuur
Email: info@gegevensautoriteitnatuur.nl
  Geonovum

Geonovum zet zich in voor een goede toegang tot geo-informatie binnen de publieke sector en ontwikkelt en beheert de standaarden die hiervoor nodig zijn. Geonovum beoogt een betere afstemming en coördinatie van de publieke geo-informatie in Nederland.

De stichting wordt financieel gesteund door de ministeries van EL&I en I&M, het Kadaster en TNO.

Postadres:
Postbus 508
3800 AM  Amersfoort

Bezoekadres:
Barchman Wuytierslaan 10
3818 LH  Amersfoort 

Telefoon: 033 - 460 41 00
Fax: 033 - 465 64 57


Website: Stichting Geonovum
Email: info@geonovum.nl
  Helpdesk Water

De Helpdesk Water is primair bedoeld voor het beantwoorden van vragen van mensen die (beroepsmatig) betrokken zijn bij het waterbeleid, het waterbeheer en de waterveiligheid. Dit kan onder andere door de informatie die door middel van verschillende monitoringsystemen aan de Helpdesk Water geleverd wordt.

De Helpdesk Water is opgezet door rijk, provincies, gemeenten en waterschappen, onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van het Nationaal Water Overleg (voorheen Landelijk Bestuurlijk Overleg Water). De Helpdesk Water is onderdeel van de Rijkswaterstaat Waterdienst.


Website: Helpdesk Water
Email: helpdeskwater@rws.nl
  Het Waterschapshuis

Het Waterschapshuis is de regie- en uitvoeringsorganisatie voor de 26 waterschappen op het gebied van Informatie en Communicatie Technologie.

Het Waterschapshuis heeft als doel het bevorderen van samenwerking op het gebied van ICT tussen de waterschappen en de andere overheden die actief zijn in de natte sector. Onder begeleiding van Het Waterschapshuis spannen de waterschappen zich gezamenlijk in om de kwaliteit van de digitale dienstverlening naar burgers en bedrijven te verbeteren.


Website: Het Waterschapshuis
Email: info@hetwaterschapshuis.nl
  InfoMil

InfoMil informeert overheden over de implementatie van milieubeleid. Het is een schakel tussen de beleidsmakers van het ministerie van I&M en gemeenten, provincies en waterschappen die dit beleid uitvoeren.

InfoMil is een initiatief van de toenmalige ministeries van VROM en Economische Zaken, in samenspraak met Interprovinciaal Overleg (IPO), Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen.

Bezoekadres:

Prinses Beatrixlaan 2

2595 AL  Den Haag 

 

Postadres:
Postbus 93144

2509 AC  Den Haag

 

Tel: 088 - 602 55 80 


Website: InfoMil
Email: info@infomil.nl
  Informatie Desk standaarden Water (IDsW)

De Informatie Desk standaarden Water (IDsW) beheert en ontwikkelt informatiestandaarden voor het Nederlandse Waterbeheer. Hiermee levert IDsW een bijdrage aan de stroomlijning van de informatievoorziening van de sector water.

Een belangrijke standaard is de Aquo-standaard. Deze bevat definities van termen en begrippen, voor gegevensopslag, voor gegevensuitwisseling en voor de verwerking en presentatie van gegevens in de watersector.

Organisatie:
IDsW is een samenwerkingsverband van vijf waterbeherende overheden: de Unie van Waterschappen, Rijkswaterstaat, het Interprovinciaal Overleg, het Planbureau voor de Leefomgeving en het ministerie van EL&I.
IDsW wordt aangestuurd door een stuurgroep en een regiegroep, samengesteld uit medewerkers van de betrokken organisaties.

Stuurgroep:
Voorzittende organisatie: Rijkswaterstaat
Voorzitter: Carol van Raalten
Email: carol.van.raalten@rws.nl

Regiegroep:
Voorzittende organisatie: waterschap Rivierenland
Voorzitter: H. Stegeman


Website: Informatie Desk standaarden Water
Email: servicedesk@ihw.nl
  Informatiehuis Marien

Het Informatiehuis Marien (IHM) is een gemeenschappelijk initiatief van de ministeries van EL&I, I&M en Defensie om de verschillende informatievragen die binnen de mariene partners bestaan, te bundelen en te vereenvoudigen. Een belangrijk thema is de monitoring van (de effecten van) windparken op zee.

Contact via formulier op de website


Website: Informatiehuis Marien
  Informatiehuis Water (IHW)
Het Informatiehuis Water (IHW) is een samenwerkingsverband van IPO, Rijkswaterstaat en het Waterschapshuis. Doel is om de informatiebehoefte op het gebied van water te bundelen en te komen tot meer standaardisatie en uniformering in gegevens en analyses.

Het IHW is gestart op 1 januari 2011.
 
Organisaties: IPO, Rijkswaterstaat en het Waterschapshuis

Website: Informatiehuis Water (IHW)
Email: servicedesk@ihw.nl
  Institute for Marine Resources & Ecosystem Studies (IMARES - Wageningen UR)

Wageningen IMARES, Institute for Marine Resources & Ecosystem Studies, is een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat zich richt op strategisch en toegepast marien ecologisch onderzoek. Het instituut is medio 2006 opgericht. Producten en diensten zijn veldonderzoek, experimenten op realistische schaal, verkennende studies op labschaal, datamanagement en modellering.

Het instituut heeft vestigingen in IJmuiden, Texel, den helder en Yerseke en telt ruim 180 medewerkers. Werkvelden zijn Aquacultuur, Ecologie, Milieu en Visserij.

Postadres
Postbus 68
1970 AB  IJmuiden

Bezoekadres
Haringkade 1
1976 CP  IJmuiden

Telefoon: 03 17 - 48 09 00
Fax: 03 17 - 48 73 26

Klik hier voor IMARES publicaties.

Voor uitgebreid zoeken naar WURcontactpersonen en -experts klik hier.

 


Website: IMARES (Wageningen UR)
Email: wageningenimares@wur.nl
  Interprovinciaal Overleg (IPO)

Het Interprovinciaal Overleg (IPO) heeft twaalf leden: de Nederlandse provincies.
Met die samenwerking wil het IPO de condities optimaliseren waaronder provincies werken.

Het IPO is actief op dezelfde terreinen als de provincies: milieu, landelijk gebied, sociaal beleid, ruimtelijke ontwikkeling, wonen, cultuur, water, veiligheid en handhaving, economie en mobiliteit.

Postadres
Postbus 16107
2500 BC  Den Haag

Bezoekadres
Muzenstraat 61
2511 WB  Den Haag

Telefoon: 070 - 888 12 12
Fax: 070 - 888 12 80


Website: Interprovinciaal Overleg (IPO)
Email: ipo-info@wb.ipo.nl
  Kadaster

Het Kadaster verzamelt gegevens over registergoederen in Nederland, houdt deze bij in openbare registers en op kadastrale kaarten en stelt deze gegevens tegen een vergoeding beschikbaar aan particulieren, bedrijven en andere belanghebbenden in de samenleving. Tot "registergoederen" behoren niet alleen onroerende zaken, zoals huizen en appartementen, maar ook roerende zaken als schepen en luchtvaartuigen.

Postadres
Postbus 9046
7300 GH  Apeldoorn
Telefoon: 088 - 183 20 00
Fax: 055 - 528 50 05


Website: Kadaster
Email: info@kadaster.nl
  Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)

Het KNMI is het nationale instituut voor weer, klimaat en seismologie. Het verstrekt weerinformatie ten behoeve van veiligheid, economie en duurzaam milieu aan het algemeen publiek, de overheid, de luchtvaart en de scheepvaart. Voor langetermijnontwikkelingen verricht het KNMI onderzoek naar de veranderingen in het klimaat.

Het KNMI is een agentschap van het ministerie van I&M. 
De taken zijn vastgelegd in de Wet op het KNMI.

Postadres:
Postbus 201
3730 AE De Bilt

Bezoekadres:
Wilhelminalaan 10
3732 GK  De Bilt
Telefoon: 030 - 220 69 11


Website: Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)
Email: info@knmi.nl
  Landbouw Economisch Instituut (LEI - Wageningen UR)

Het LEI ontwikkelt voor overheden en bedrijfsleven economische kennis op het gebied van voedsel, landbouw en groene ruimte. LEI doet dit samen met het Departement Maatschappijwetenschappen van Wageningen Universiteit, waarmee ze samen de Social Sciences Group vormt. Het werkterrein omvat de agrosector, de visserij, het natuurbeheer en het gebruik van de groene ruimte. Alle schakels van consument tot producent zijn betrokken.

Voor uitgebreid zoeken naar WUR-contactpersonen en -experts klik hier.

Postadres:
Postbus 29703
2502 LS  Den Haag

Bezoekadres:
Alexanderveld 5
2585 DB  Den Haag
Telefoon: 070 - 335 83 30
Fax: 070 - 361 56 24


Website: LEI (Wageningen UR)
Email: informatie.lei@wur.nl
  Landelijk Steunpunt Verdroging

Het Landelijk Steunpunt Verdroging ondersteunt professionals bij alle organisaties die actief bezig zijn met verdrogingsbestrijding. Het beoogt informatie uitwisseling, het ontwikkelen van nieuwe technologieën ter bestrijding van droogte en het vervullen van een vraagbaak functie. Ook is er speciale aandacht voor de TOP-gebieden. 

Specificieke activiteiten van het Steunpunt op het gebied van monitoring en informatievoorziening (Plan van Aanpak 2009-2011):

  • Het samenstellen van een landelijke GIS-kaart van de TOP-gebieden
  • Het ontwikkelen van een systematiek voor effect-monitoring
  • Het jaarlijks opstellen van een landelijke voortgangsrapportage over de aanpak van TOP-gebieden

Website: Landelijk Steunpunt Verdroging
Email: land.steun.verdroging@minlnv.nl
  Milieu- en Natuur Planbureau (MNP)

Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) en het Ruimtelijk Planbureau (RPB) zijn sinds april 2008 samengevoegd in het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).


Website:
  Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I)

Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) is verantwoordelijk voor de desbetreffende sectoren van de Nederlandse overheid. Tot het werkveld van het ministerie behoort ook natuur.

EL&I is ontstaan uit een samenvoeging van het voormalige ministerie van Economische Zaken en het voormalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Telefoonnummer: 070 – 379 8911
Overige contactgegevens: zie de EL&I-website


Website: EL&I
  Ministerie van Financiën

Het ministerie van Financiën draagt zorg voor het financiële beleid van de rijksoverheid.

Postadres:
Korte Voorhout 7
Postbus 20201
2500 EE  Den Haag


Website: Ministerie van Financiën
  Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M)

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) is verantwoordelijk voor de desbetreffende sectoren van de Nederlandse overheid.

I&M is ontstaan uit een samenvoeging van (onderdelen van) het voormalige ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en het voormalige ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Telefoonnummer: 070 - 456 61 71
Overige contactgegevens: zie de I&M-website


Website: I&M
  Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)

Per 14 oktober 2010 is het ministerie van LNV samen met het ministerie van EZ opgegaan in het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I).


Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is in Nederland verantwoordelijk voor het platteland, natuurbeheer en de daarmee verbonden 'groene economie'.

Postadres:
Ministerie van LNV
Postbus 20401
2500 EK  Den Haag

Bezoekadres:
Bezuidenhoutseweg 73
2594 AC  Den Haag

Het LNV-Loket
Telefoon: 0800 - 22 333 22 (kosteloos)
Bereikbaar op werkdagen van 8.30 - 16.30 uur

Contact


Website: opgeheven
  Ministerie van Verkeer en Waterstaat (V&W)

Vanaf 14 oktober 2010 is het minsterie van V&W samen met het ministerie van VROM opgegaan in het nieuwe ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M).


Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (V&W) heeft tot taak de bescherming van Nederland tegen water en de realisatie van veilige infrastructurele verbindingen van internationale kwaliteit.

Naast de beleidsdirecties en stafdiensten vallen onder dit ministerie de agentschappen Rijkswaterstaat, Inspectie Verkeer en Waterstaat en KNMI.

Postadres:
Postbus 20901
2500 EX  Den Haag

Bezoekadres:

Plesmanweg 1-6
2597 JG  Den Haag

Telefoon: 070 - 351 61 71
Fax: 070 - 351 78 95


Website: Ministerie van Verkeer en Waterstaat
  Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Het Ministerie van Volkgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is verantwoordelijk voor het overheidsbeleid op het terrein van de gezondheidszorg, de maatschappelijke zorg en sport.

Postadres:
Postbus 20350
2500 EJ  Den Haag

Bezoekadres:
Parnassusplein 5
2511 VX  Den Haag

Telefoon: 070 - 340 79 11
Fax: 070 - 340 78 34


Website: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Email: info@minvws.nl
  Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Vanaf 14 oktober 2010 is het ministerie van VROM samen met het ministerie van V&W opgegaan in het nieuwe ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M).


Het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) heeft als taken: het scheppen van een prettige woonomgeving, het voeren van een ruimtelijk ontwikkelingsbeleid en de ontwikkeling van een duurzame toekomst.

Postadres:
Postbus 20951
2500 EZ  Den Haag

Bezoekadres:
Hoofdgebouw VROM
Rijnstraat 8
2515 XP  Den Haag

Telefoon: 070 - 339 39 39


Website: Ministerie van VROM
  Natuurloket

Het Natuurloket is bedoeld voor iedereen die betrokken is bij de planning en uitvoering van bouwplannen, ruimtelijke ordening of het beheer van natuur- of bedrijfsterreinen. De gegevens van Het Natuurloket komen rechtstreeks uit de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF). De NDFF bevat onder meer gegevens van de Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO's), terreinbeherende organisaties, provincies, gemeenten en Waarneming.nl. Regelmatig worden nieuwe databronnen aan de NDFF toegevoegd. De Gegevensautoriteit Natuur (GaN) zorgt voor borging van de kwaliteit van de natuurgegevens in de NDFF.

Gebruikers kunnen bij Het Natuurloket terecht voor een eenmalige gegevenslevering of een abonnement. Het Natuurloket zorgt daarnaast voor het beheer van de NDFF en het aansluiten van partijen die hun gegevens ter beschikking willen stellen via de NDFF .

Voor ondersteuning kunt u gebruik maken van de Helpdesk van Het Natuurloket.

Postadres:
Postbus 607
6700 AP Wageningen

Bezoekadres:
Bennekomseweg 41
6717 LL Ede
Telefoon: 0800 - 23 56 333


Website: Natuurloket
Email: martin.epe@sovon.nl
  Nederlands Hydrografisch Instituut

Het Nederlands Hydrografisch Instituut (NHI) is een samenwerkingsverband van de Dienst der Hydrografie van de Koninklijke Marine en Rijkswaterstaat Noordzee.

De Dienst Hydrografie richt zich op de kartering van de zee voor een veilige navigatie en voorts op het gebruik van de kartering voor specifieke taken van de Koninklijke Marine.

Rijkswaterstaat Noordzee richt zich op het (dagelijks) beheer van de infrastructuur en voert studies uit ter onderbouwing van beheer en beleid.

Bezoekadres:
Lange Kleiweg 34
2288 GK Rijswijk

Postadres: 
Postbus 5807
2280 HV Rijswijk


Website: NHI (site Noordzee Loket)
Email: info@dnz.rws.minvenw.nl
  Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ)

Het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) is het nationale oceanografische instituut van Nederland. De missie van het NIOZ is het verkrijgen en communiceren van wetenschappelijke kennis van zeeën en oceanen voor een goed begrip en duurzaam beheer van onze planeet.

Het instituut maakt deel uit van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Postadres:
Postbus 59
1790 AB  Den Burg (Texel)

Bezoekadres:
Landsdiep 4
1797 SZ  ‘t Horntje (Texel)

Telefoon: 02 22 - 36 93 00
Fax: 02 22 - 31 96 74


Website: Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ)
Email: rietveld@nioz.nl
  Nederlands Instituut voor Visserijonderzoek (RIVO)

Het RIVO maakt sinds 2006 deel uit van Wageningen IMARES.

Voor uitgebreid zoeken naar WUR-contactpersonen en -experts klik op Wageningen UR.


Website: Imares
Email: visserijonderzoek.asg@wur.nl
  Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is het planbureau voor de ruimte, het milieu en de natuur. Het verricht wetenschappelijke verkenningen, analyses, prognoses en beleidsevaluaties in (inter)nationale context die relevant zijn voor het strategisch regeringsbeleid. Het planbureau analyseert ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen die van belang zijn voor de leefomgeving van mens, plant en dier. Het verkent de toekomstige kwaliteit van leefomgeving en mogelijke beleidsopties. Het planbureau wil tevens bijdragen aan integrale ruimtelijke en ecologische afwegingsvraagstukken voor het beleid.

Het Milieu- en Natuur Planbureau (MNP) en het Ruimtelijk Planbureau (RPB) zijn sinds april 2008 samengevoegd en werken in het vervolg onder de naam Planbureau voor de Leefomgeving.

Locatie Bilthoven
Postadres
Postbus 303
3720 AH Bilthoven

Bezoekadres
Gebouw W op het terrein van het RIVM
Antonie van Leeuwenhoeklaan 9
3721 MA  Bilthoven

Telefoon: 030 - 274 27 45
Fax: 030 - 274 44 79

Locatie Den Haag
Postadres
Postbus 30314
2500 GH  Den Haag

Bezoekadres
Oranjebuitensingel 6
2511 VE  Den Haag

Telefoon: 070 - 328 87 00

Social Media:
Twitter: leefomgeving


Website: Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
Email: info@pbl.nl
  Plant Research International (PRI - Wageningen UR)

Plant Research International is een onderzoeksinstituut voor strategisch en toepassingsgericht onderzoek met kennis en ervaring in genetica en reproductie, genomica, proteomica, metabolomica, bioinformatica, gewasecologie, gewasbescherming en agrosysteemkunde.

Alle publicaties van Plant Research International zijn opgenomen in Wageningen Yield (WaY).
Meestal is de publicatie full text beschikbaar.

Voor uitgebreid zoeken naar WUR-contactpersonen en -experts klik op Wageningen UR.

Postadres:
Postbus 16
6700 AD  Wageningen

Bezoekadres:
Droevendaalsesteeg 1
Gebouw 107
6708 PB  Wageningen

Telefoon: 0317 – 48 60 01
Fax: 0317 – 41 80 94


Website: Plant Research International (PRI - Wageningen UR)
Email: info.pri@wur.nl
  Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO - Wageningen UR)

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) is dé Nederlandse kennisinstelling voor praktijkonderzoek aan akkerbouw, groene ruimte en vollegrondsgroenten, bloembollen, bomen en fruit. PPO richt zich op co-innovaties met partners uit de verschillende landbouwsectoren, wetenschap, bedrijfsleven en overheid. PPO analyseert samen met opdrachtgevers vragen over bedrijfsvoering en teelt, en vertalen deze in toepassingsgericht onderzoek en ontwikkeltrajecten. 

Postadres:

Postbus 167

6700 AD  Wageningen

 

Bezoekadres:

Droevendaalsesteeg 1

Gebouw 107

6708 PB  Wageningen

 

Telefoon: 0317 – 48 60 01

Fax: 0317 – 41 80 94

 

Voor uitgebreid zoeken naar WURcontactpersonen en -experts klik op Wageningen UR.


Website: Praktijkonderzoek Plant en Omgeving
Email: info.ppo@wur.nl
  Provincie Drenthe

Nederland bestaat uit twaalf provincies. De provincies vormen de schakel tussen de gemeenten en het rijk en worden daarom het middenbestuur genoemd. Ze voeren simpel gezegd de taken uit die voor gemeenten te groot zijn en voor het rijk te klein. De provincies werken veel samen met de andere overheden (rijk, gemeenten en waterschappen) en met bedrijven en maatschappelijke organisaties. 

  

Zie ook de algemene website over provincies: http://www3.provincies.nl

   

Postadres:

Postbus 122
9400 AC Assen

 

Bezoekadres:

Westerbrink 1
9405 BJ Assen

 

Telefoon: 0592 - 36 55 55 

Fax: 0592 - 35 71 88


Website: Provincie Drenthe
Email: post@drenthe.nl
  Provincie Flevoland

Nederland bestaat uit twaalf provincies. De provincies vormen de schakel tussen de gemeenten en het rijk en worden daarom het middenbestuur genoemd. Ze voeren simpel gezegd de taken uit die voor gemeenten te groot zijn en voor het rijk te klein. De provincies werken veel samen met de andere overheden (rijk, gemeenten en waterschappen) en met bedrijven en maatschappelijke organisaties.

  

Zie ook de algemene website over provincies: http://www3.provincies.nl

  

Postadres:

Postbus 55

8200 AB Lelystad

 

Bezoekadres:

Visarenddreef 1

8232 PH  Lelystad

 

Telefoon: 0320 – 26 52 65

Fax: 0320 – 26 52 60


Website: Provincie Flevoland
Email: provincie@flevoland.nl
  Provincie Fryslân

 

Nederland bestaat uit twaalf provincies. De provincies vormen de schakel tussen de gemeenten en het rijk en worden daarom het middenbestuur genoemd. Ze voeren simpel gezegd de taken uit die voor gemeenten te groot zijn en voor het rijk te klein. De provincies werken veel samen met de andere overheden (rijk, gemeenten en waterschappen) en met bedrijven en maatschappelijke organisaties.

  

Zie ook de algemene website over provincies: http://www3.provincies.nl 

  

Postadres:

Postbus 20120

8900 HM Leeuwarden

 

Bezoekadres:
Snekertrekweg 1

8912 AA Leeuwarden

 

Telefoon: 058 - 292 59 25

Fax: 058 - 292 51 25


Website: Provincie Fryslân
Email: provincie@fryslan.nl
  Provincie Gelderland

Nederland bestaat uit twaalf provincies. De provincies vormen de schakel tussen de gemeenten en het rijk en worden daarom het middenbestuur genoemd. Ze voeren simpel gezegd de taken uit die voor gemeenten te groot zijn en voor het rijk te klein. De provincies werken veel samen met de andere overheden (rijk, gemeenten en waterschappen) en met bedrijven en maatschappelijke organisaties. 

Zie ook de algemene website over provincies: http://www3.provincies.nl

 

Postadres:

Postbus 9090

6800 GX Arnhem

Bezoekadres:

Markt 11

6811 CG Arnhem


Telefoon: 026 - 359 91 11

Fax: 026 - 359 94 80


Website: Provincie Gelderland
Email: post@gelderland.nl
  Provincie Groningen

Nederland bestaat uit twaalf provincies. De provincies vormen de schakel tussen de gemeenten en het rijk en worden daarom het middenbestuur genoemd. Ze voeren simpel gezegd de taken uit die voor gemeenten te groot zijn en voor het rijk te klein. De provincies werken veel samen met de andere overheden (rijk, gemeenten en waterschappen) en met bedrijven en maatschappelijke organisaties.

  

Zie ook de algemene website over provincies: http://www3.provincies.nl

 

Postadres:
Postbus 610
9700 AP Groningen

 

Bezoekadres:
Martinikerkhof 12
Groningen 

Telefoon: 050 - 316 49 11 Fax: 050 - 316 49 33


Website: Provincie Groningen
Email: info@provinciegroningen.nl
  Provincie Limburg

Nederland bestaat uit twaalf provincies. De provincies vormen de schakel tussen de gemeenten en het rijk en worden daarom het middenbestuur genoemd. Ze voeren simpel gezegd de taken uit die voor gemeenten te groot zijn en voor het rijk te klein. Het provinciebestuur bestaat uit Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de Commissaris van de Koningin.

 

Zie ook de algemene website over provincies: http://www3.provincies.nl

  

Postadres:

Postbus 5700
6202 MA Maastricht

 

Bezoekadres:

Limburglaan 10
6229 GA Randwyck-Maastricht

Telefoon: 043 - 389 99 99

Fax: 043 – 361 80 99 


Website: Provincie Limburg
Email: postbus@prvlimburg.nl
  Provincie Noord-Brabant

Nederland bestaat uit twaalf provincies. De provincies vormen de schakel tussen de gemeenten en het rijk en worden daarom het middenbestuur genoemd. Ze voeren simpel gezegd de taken uit die voor gemeenten te groot zijn en voor het rijk te klein. De provincies werken veel samen met de andere overheden (rijk, gemeenten en waterschappen) en met bedrijven en maatschappelijke organisaties.

  

Zie ook de algemene website over provincies: http://www3.provincies.nl 

 

Postadres:

Postbus 90151

5200 MC 's-Hertogenbosch

 

Bezoekadres:

Brabantlaan 1

5216 TV 's-Hertogenbosch

 

Telefoon: 073 - 681 28 12

Fax: 073 - 614 11 15


Website: Provincie Noord-Brabant
Email: info@brabant.nl
  Provincie Noord-Holland

Nederland bestaat uit twaalf provincies. De provincies vormen de schakel tussen de gemeenten en het rijk en worden daarom het middenbestuur genoemd. Ze voeren simpel gezegd de taken uit die voor gemeenten te groot zijn en voor het rijk te klein. De provincies werken veel samen met de andere overheden (rijk, gemeenten en waterschappen) en met bedrijven en maatschappelijke organisaties.

  

Zie ook de algemene website over provincies: http://www3.provincies.nl

  

Postadres:

Postbus 123
2000 MD  Haarlem

 

Bezoekadres:
Florapark 5 en Florapark 6

2012 HK Haarlem

 

Telefoon: 023 - 514 31 43
Fax: 023 - 514 40 40


Website: Provincie Noord-Holland
Email: post@noord-holland.nl
  Provincie Overijssel

Nederland bestaat uit twaalf provincies. De provincies vormen de schakel tussen de gemeenten en het rijk en worden daarom het middenbestuur genoemd. Ze voeren simpel gezegd de taken uit die voor gemeenten te groot zijn en voor het rijk te klein. De provincies werken veel samen met de andere overheden (rijk, gemeenten en waterschappen) en met bedrijven en maatschappelijke organisaties.

  

Zie ook de algemene website over provincies: http://www3.provincies.nl

  

Postadres:

Postbus 10078
8000 GB Zwolle

 

Bezoekadres:

Provinciehuis
Luttenbergstraat 2
8012 EE Zwolle

Telefoon: 038 - 499 88 99 

Fax: 038 - 425 48 88


Website: Provincie Overijssel
Email: postbus@overijssel.nl
  Provincie Utrecht

Nederland bestaat uit twaalf provincies. De provincies vormen de schakel tussen de gemeenten en het rijk en worden daarom het middenbestuur genoemd. Ze voeren simpel gezegd de taken uit die voor gemeenten te groot zijn en voor het rijk te klein. De provincies werken veel samen met de andere overheden (rijk, gemeenten en waterschappen) en met bedrijven en maatschappelijke organisaties.

  

Zie ook de algemene website over provincies: http://www3.provincies.nl

 

Postadres:

Postbus 80300
3508 TH Utrecht

 

Bezoekadres:

Pythagoraslaan 101
3584 BB Utrecht

 

Telefoon: 030 - 258 91 11

Fax: 030 - 252 25 64


Website: Provincie Utrecht
Email: info@provincie-utrecht.nl
  Provincie Zeeland

Nederland bestaat uit twaalf provincies. De provincies vormen de schakel tussen de gemeenten en het rijk en worden daarom het middenbestuur genoemd. Ze voeren simpel gezegd de taken uit die voor gemeenten te groot zijn en voor het rijk te klein. De provincies werken veel samen met de andere overheden (rijk, gemeenten en waterschappen) en met bedrijven en maatschappelijke organisaties.

  

Zie ook de algemene website over provincies: http://www3.provincies.nl

  

Postadres:
Postbus 6001
4330 LA Middelburg

Bezoekadres:
Provinciehuis

Abdij 6
4331 BK Middelburg


Website: Provincie Zeeland
Email: provincie@zeeland.nl
  Provincie Zuid-Holland

Nederland bestaat uit twaalf provincies. De provincies vormen de schakel tussen de gemeenten en het rijk en worden daarom het middenbestuur genoemd. Ze voeren simpel gezegd de taken uit die voor gemeenten te groot zijn en voor het rijk te klein. De provincies werken veel samen met de andere overheden (rijk, gemeenten en waterschappen) en met bedrijven en maatschappelijke organisaties.

  

Zie ook de algemene website over provincies: http://www3.provincies.nl

  

Postadres:

Postbus 90602

2509 LP Den Haag

Bezoekadres:

Zuid-Hollandplein 1

2596 AW Den Haag

  

Telefoon: 070 - 441 66 11


Website: Provincie Zuid-Holland
Email: zuidholland@pzh.nl
  Regiebureau Natura 2000

Het Regiebureau Natura 2000 is in april 2008 opgericht door de ministeries van LNV (nu: EL&I), VROM (nu: I&M), Defensie en het Interprovinciaal Overleg. Het Regiebureau zorgt ervoor dat de totstandkoming van de beheerplannen in de 162 Natura 2000-gebieden gestroomlijnd loopt. Ook stuurt het regiebureau het Steunpunt Natura 2000 aan, bereidt het waar nodig besluitvorming door de bestuurlijke partners voor en zorgt het voor afstemming met andere beleidsdossiers zoals de Kaderrichtlijn Water.


Website: Regiebureau Natura 2000
Email: info@rbnatura2000.nl
  Regionaal College Waddengebied (RCW)

In het Regionaal College Waddengebied (RCW) werken rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen aan de uitwerking van de strategische hoofdlijnen van het Waddenzeebeleid. Daarnaast heeft het RCW een coördinerende taak, bijvoorbeeld voor de handhaving van wet en regelgeving en voor de afstemming van allerlei overheidsplannen en initiatieven in het Waddengebied. In het RCW kunnen alle zaken die samenhangen met de Waddenzee aan de orde worden gesteld, ook internationale vraagstukken zoals de samenwerking met Duitsland en Denemarken voor de Waddenzee komen aan bod.

Adresgegevens RCW (Kantoorlocatie InterWad, RCW en Waddenacademie)
Huis voor de Wadden
Ruiterskwartier 121A
8911 BS Leeuwarden

Tel: 058-2339010
Fax: 058-2339011


Website: Regionaal College Waddengebied
Email: info@rcw.waddenzee.nl
  Regionale milieudiensten

De regionale milieudiensten in Nederland:

  Regionale monitoring (CBS)

Dit onderdeel van het CBS richt zich op de regionale monitoring.

 

Postadres:

Postbus 24500
2490 HA Den Haag

 

Bezoekersadres:

Henri Faasdreef 312
2492 JP Den Haag

Contactpersonen (monitoring):
Bert Bunschoten  bbnn@cbs.nl
Linda Slikkerveer LSIR@cbs.nl


Website: CBS
Email: bbnn@cbs.nl
  Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA - RWS)

Het RIZA is na een organisatieverandering opgegaan in de Waterdienst van Rijkswaterstaat.

Zie voor de Waterdienst hier.


Website: Waterdienst (WD - RWS)
  Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ - RWS)

Het RIKZ is na een organisatieverandering opgegaan in de Waterdienst van Rijkswaterstaat.

 

Zie voor de Waterdienst hier.


Website: Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ - RWS)
  Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is het onderzoeksinstituut van de overheid op het gebied van volksgezondheid en milieu. Het RIVM verricht niet alleen zelf onderzoek, maar verzamelt ook wereldwijd kennis en past die kennis toe. Het brengt jaarlijks een groot aantal rapporten en adviezen uit.
 
Het RIVM voert met name onderzoek uit voor de ministeries van VWS, I&M en EL&I, inspecties en internationale organisaties zoals de Europese Unie en de Verenigde Naties.

Postadres:
Postbus 1
3720 BA  Bilthoven

Bezoekadres:
Antonie van Leeuwenhoeklaan 9
3721 MA  Bilthoven

Telefoon: 030 - 274 91 11
Fax: 030 - 274 29 71


Website: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Email: info@rivm.nl
  Rijkswaterstaat (RWS - Ministerie van I&M)

Rijkswaterstaat is de beheerder van het nationale rijkswegennetwerk, het rijkswaterwegennetwerk en het landelijke watersysteem. Op het gebied van monitoring houdt Rijkswaterstaat zicht op verschillende zaken met betrekking tot water. Het gaat hierbij onder andere om onderwerpen als waterpeil, golfhoogte en waterkwaliteit. Door monitoring zorgt Rijkswaterstaat voor noodzakelijke informatie om het leven met water en de veiligheid van het water te kunnen garanderen.

Rijkswaterstaat is een uitvoerende organisatie (agentschap) van het ministerie van I&M.

Postadres:
Postbus 20906
2500 EX Den Haag

Bezoekadres: Koningskade 4
2596 AA Den Haag

Telefoon: 070 - 351 80 80


Website: Rijkswaterstaat
Email: helpdeskwater@rws.nl
  Ruimtelijk Planbureau (RPB)

Het Milieu- en Natuur Planbureau (MNP) en het Ruimtelijk Planbureau (RPB) zijn sinds april 2008 samengevoegd in het Planbureau voor de Leefomgeving.


Website:
  Samenwerkingsverband Centrum Bodemecologie

Het Samenwerkingsverband Centrum Bodemecologie in Wageningen richt zich op het onderzoek van de bodem en bodemorganismen in relatie tot natuur en landbouw.

Organisatie:
Het centrum is een initiatief van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en Wageningen UR.


Website: Samenwerkingsverband Centrum Bodemecologie
Email: w.vanderputten@nioo.knaw.nl
  Staatsbosbeheer

Staatsbosbeheer beheert bijna 250.000 ha natuur in Nederland en waarborgt de kwaliteit van een groene leefomgeving voor mens, plant en dier. De kerntaken zijn het beheer van natuur, landschap en cultuurhistorie, houtproductie en recreatie.

Postadres:
Postbus 1300
3970 BH  Driebergen

Telefoon:  030 - 69 26 213


Website: Staatsbosbeheer
Email: info@staatsbosbeheer.nl
  Steunpunt Wateremissies

Het Steunpunt Wateremissies is bestemd voor iedereen die iets met de bestrijding van waterverontreiniging te maken heeft.

Het Steunpunt is onderdeel van de Helpdesk Water.


Website: Helpdesk Water
Email: contact@helpdeskwater.nl
  Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA)

De Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) stelt zich ten doel het (doen) verrichten van toegepast onderzoek ten dienste van instellingen in Nederland, belast met het beheer van water.

  

Postadres:

Postbus 8090

3503 RB Utrecht

 

Bezoekadres:

Arthur van Schendelstraat 816

3511 ML Utrecht

 

Telefoon: 030 - 232 11 99

Fax: 030 - 232 17 66


Website: Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA)
Email: stowa@stowa.nl
  Technische Commissie Bodembescherming (TCB)

De Technische Commissie Bodembescherming (TCB) kan worden beschouwd als het middelpunt van de bodembescherming in Nederland. Ze adviseert onder meer de ministers van I&M en EL&I over technische en wetenschappelijke aspecten van bodembescherming. Het gaat om het vertalen van wetenschappelijke zaken in een beleidsmatige context. Veel partijen in bodemland doen hier hun voordeel mee. De taak van de TCB is verankerd in de Wet bodembescherming.

 

Bezoekadres:
Rijnstraat 8
Den Haag

Telefoon: 070 – 339 30 34
Fax: 070 – 339 13 42

Postadres:
Postbus 30947
2500 GX  Den Haag
Nederland


Website: Technische Commissie Bodembescherming (TCB)
Email: info@tcbodem.nl
  Technische Universiteit Delft (TUD)

De TU Delft is met meer dan 13.000 studenten, 2.100 wetenschappers en 200 docenten de grootste en meest veelzijdige technische universiteit van Nederland. De TUD werkt samen met vele andere onderwijs- en onderzoeksinstellingen in binnen- en buitenland.

 

Postadres:
Postbus 5
2600 AA Delft

 

Bezoekadres:
Stevinweg 1
2628 CN Delft

Telefoon: 015 – 278 91 11
Fax: 015 – 278 18 55


Website: Technische Universiteit Delft (TUD)
Email: voorlichting@tudelft.nl
  TNO

TNO maakt wetenschappelijke kennis toepasbaar om het innovatief vermogen van bedrijfsleven en overheid te versterken.

Voor de TNO vestigingslocaties zie de website van TNO.

Postadres:
Postbus 6050
2600 JA  Delft

Telefoon: 015 - 269 69 00
Fax: 015 - 262 73 35

 


Website: TNO
Email: wegwijzer@tno.nl
  Unie van Waterschappen (UvW)

De Nederlandse waterschappen zijn verenigd in de Unie van Waterschappen (UvW). De Unie behartigt op nationaal en internationaal niveau de belangen van de waterschappen voor een goede waterstaatsverzorging binnen het waterschapsbestel.

 

Postadres:
Postbus 93218
2509 AE  Den Haag

 

Bezoekadres:
Koningskade 40
2596 AA  Den Haag

 

Telefoon: 070 – 351 97 51
Fax: 070 – 354 46 42


Website: Unie van Waterschappen (UvW)
Email: info@uvw.nl
  Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft als taken de belangenbehartiging van alle gemeenten bij andere overheden en de advisering aan alle leden over actuele ontwikkelingen. Ook  advisering aan individuele leden behoort tot het takenpakket.

De VNG maakt al een paar jaar samen met I&M, IPO en de stadsregio’s de Nationale Mobiliteitsmonitor.

Klik hier voor de Nationale Mobiliteitsmonitor.

Postadres:
Postbus 30435
2500 GK Den Haag

Bezoekadres:
Nassaulaan 12
2514 JS Den Haag

Telefoon: 070 - 373 83 93


Website: Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG)
Email: informatiecentrum@vng.nl
  Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ)

Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) is het coördinatie- en informatieplatform voor zeewetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen. Het VLIZ is een knooppunt voor marien en kustgebonden onderzoek en fungeert als internationaal aanspreekpunt.

 

Bezoekadres:

Wandelaarkaai 7
B-8400 Oostende
België

 

Telefoon: +32 (0)59 34 21 30
Fax: +32 (0)59 34 21 31


Website: Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ)
Email: info@vliz.be
  Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)

De Vlaamse Milieumaatschappij speelt een cruciale rol in het integraal waterbeleid. Ze meet en controleert de kwantiteit en kwaliteit van water, beheert watersystemen, int een heffing op watervervuiling en op grondwaterwinning, adviseert over milieuvergunningen en zorgt voor de planning van en toezicht op de zuiveringinfrastructuur. Verder bewaakt de VMM de luchtkwaliteit, inventariseert ze wie wat loost en doet beleidsvoorstellen. Ze stelt tevens het Milieurapport Vlaanderen (MIRA) op.


Website: VMM
Email: info@vmm.be
  Waddenacademie

De Waddenacademie speelt een agenderende, programmerende en informerende rol bij het onderzoek in de Waddenregio. De onderzoeksgebieden zijn: geowetenschap, ecologie, cultuurhistorie, economie en klimaat. De Waddenacademie is een compacte faciliterende organisatie met wetenschappelijk gezag.

Organisatie:
De Waddenacademie wordt gefinancierd door het Waddenfonds.

Telefoon: 058 - 233 9030


Website: Waddenacademie
Email: info@waddenacademie.knaw.nl
  Wageningen Universiteit en Researchcentrum (Wageningen UR)

Wageningen UR is een samenwerkingsverband van

  • Wageningen Universiteit,
  • Hogeschool Van Hall Larenstein en
  • de gespecialiseerde onderzoeksinstituten van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO).

Voor uitgebreid zoeken naar WURcontactpersonen en -experts klik op Wageningen UR.

Postadres
Postbus 9101
6700 HB  Wageningen

Bezoekadres
Costerweg 50
Gebouwnr. 400
6701 BH  Wageningen

Telefoon: 0317 – 48 01 00
Fax: 0317 – 48 48 84


Website: Wageningen Universiteit en Researchcentrum (Wageningen UR)
Email: info@wur.nl
  Waterdienst (WD - RWS)

De Waterdienst is een nieuwe landelijke dienst van Rijkswaterstaat. De onderdelen RIKZ en RIZA zijn hierin opgegaan. De Waterdienst heeft overzicht over de toestand en het gebruik van het hoofdwatersysteem: het samenhangende stelsel van de grote rivieren, kanalen, meren, kustwater en zee.

  

Postadres:
Postbus 17
8200 AA  Lelystad

Bezoekadres:
Zuiderwagenplein 2
8224 AD  Lelystad

Telefoon: 0320 - 29 84 11

 

 
Website: Waterdienst (WD - RWS)
Email: info.waterdienst@rws.nl
  Waterloopkundig Laboratorium (LB)

Het Waterloopkundig Laboratorium (WL) in Delft is opgegaan in het instituut Deltares.


Website: Deltares
Email: info@deltares.nl
  Watermanagementcentrum Nederland (WMCN)

Het Watermanagementcentrum Nederland (WMCN) is het centrum voor kennis en informatie over de Nederlandse wateren. Het WMCN verzorgt de dagelijkse berichtgeving voor gebruikers van de Nederlandse wateren. Zij kunnen bij het centrum terecht voor onder meer informatie over:

  • waterstanden
  • overstromingsgevaar
  • (zwem)waterkwaliteit

Het Watermanagementcentrum bestaat uit vijf onderdelen:

  • Waterkamer
  • Landelijke coördinatiecommissies
  • Helpdesk Water
  • Ontvangst & Presentatie
  • Training & Innovatie

Organisatie:
Het WMCN is onderdeel van Rijkswaterstaat, en daarmee van het ministerie van I&M.

Telefoon: 0800-NLWATER (0800 – 659 2837)


Website: Watermanagementcentrum Nederland
Email: wmcn@rws.nl
  Wettelijke OnderzoeksTaken Natuur & Milieu (WOT Natuur & Milieu)

De overheid heeft kennis nodig over natuur, landschap en milieu in de context van het bestuur, de economie en de samenleving. Alleen dan kan de overheid op een verantwoorde manier alle relevante aspecten en belangen van natuur, landschap en milieu afwegen. De unit Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOT Natuur & Milieu) verzorgt deze informatie voor de rijksoverheid, in het bijzonder voor het ministerie van EL&I.

WOT Natuur & Milieu is een samenwerkingsverband van de Universiteit Wageningen en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL, voorheen MNP).

Voor uitgebreid zoeken naar WUR-contactpersonen en -experts klik op Wageningen UR.

Postadres:
Postbus 9101
6700 HB Wageningen

Bezoekadres:
Costerweg 50
Gebouwnr. 400
6701 BH Wageningen

Secretariaat: Jolanda Eimers

Telefoon: 0317 - 48 01 00 of 0317 - 48 54 71
Fax: 0317 – 48 48 84


Website: WOT Natuur & Milieu (Wageningen UR)
Email: jolanda.eimers@wur.nl

Produkten > Websites (?)

  Aarhusportaal

Het Aarhusportaal ondersteunt overheden bij het ontsluiten van milieu-informatie voor burgers. Dit geschiedt volgens nieuwe eisen die hiervoor door hogere overheden zijn gesteld. Daartoe behoren de Aarhus-richtlijn van de Europese Unie en de IPM-standaard van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Organisatie: provincie Gelderland

Contactpersoon:
Corine Quarles van Ufford (provincie Gelderland)


Website: Aarhusportaal
Email: c.quarles@gelderland.nl
  Actuele Waterdata

Op de website Actuale Waterdata stelt Rijkswaterstaat de verzamelde informatie van alle watermeetnetten beschikbaar.

Gegevens betreffen o.a.:

  • Waterstand en astronomisch getij
  • Afvoer en stroomsnelheid
  • Golfgegevens
  • Wind, zicht, luchtdruk en temperatuur
  • Watertemperatuur
  • Chlorositeit

Organisatie: Rijkswaterstaat


Website: Actuele Waterdata
Email: servicedesk-data@rws.nl
  Atlas Leefomgeving

De Atlas Leefomgeving is een website waarmee burgers en professionals informatie over hun leefomgeving op het gebied van milieu en gezondheid op kunnen vragen. De site optimaliseert alle beschikbare overheidsinformatie door deze toegankelijk, begrijpelijk en vergelijkbaar te presenteren met behulp van innovatieve ICT.

Met de Atlas voldoet Nederland in één keer aan toekomstige Europese ontwikkelingen, zoals INSPIRE en SEIS.

De eerste release van de Atlas Leefomgeving staat gepland voor eind 2010. Op de website Atlas Info is alle informatie over het programma Atlas Leefomgeving te vinden.

Organisatie: ministerie van I&M in samenwerking met een aantal gemeenten, provincies, een milieudienst en diverse landelijke instellingen. De ambitie is dat in 2020 alle gemeenten en provincies aangesloten zijn. Verder zijn diverse belangenorganisaties en kennisinstituten bij het project betrokken, zoals het RIVM, PBL, IPO, VNG, EL&I, Alterra, GGD'en, Astmafonds, Vereniging Eigen Huis.


Website: Atlas Info
Email: redactie@portaal.atlasinfo.nl
  Atlas van Overijssel

De Atlas van Overijssel is een interactieve, digitale atlas met kaarten van de provinciale beleidsvelden en actuele thema's en achtergrondkaarten.

Organisatie: provincie Overijssel


Website: Atlas van Overijssel
Email: beleidsinformatie@overijssel.nl
  Bodematlas Drenthe

De Bodematlas Drenthe bevat eigen bodemkaarten van de provincie en leidt de gebruiker daarnaast naar relevante bodemkaarten over Drenthe die bij andere organisaties beschikbaar zijn. 

Organisatie: provincie Drenthe


Website: Bodematlas Drenthe
Email: post@drenthe.nl
  Bodematlas Overijssel

De bodematlas van de provincie Overijssel bevat verschillende digitale kaarten en informatie met betrekking tot de ondergrond van Overijssel.

Organisatie: provincie Overijssel


Website: Bodematlas Overijssel
Email: beleidsinformatie@overijssel.nl
  Bodemkundig Informatiesysteem

Het Bodemkundig Informatiesysteem is een online database met landsdekkende kaarten over bodem en grondwater inclusief meta-informatie en documentatie.

Organisatie: Alterra


Website: Bodemkundig Informatiesysteem
Email: geodesk.cgi@wur.nl
  Bodemloket

Met de website Bodemloket geeft de overheid inzicht in de bodemonderzoeken en bodemsaneringen die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd. Ook laat Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen in verband met mogelijke bodemvervuiling.

Organisatie: de gezamenlijke bevoegde overheden in het kader van de Wet Bodembescherming Wbb (12 provincies en 29 gemeenten)


Website: Bodemloket
Email: info@bodemloket.nl
  Bodemloket Fryslân

De provincie heeft diverse taken op het gebied van bodem, van het ontwikkelen van algemeen bodembeleid tot het verlenen van subsidies voor bodemsanering. Er is een digitaal bodemloket waar alle (potentiëel) verontreinigde lokaties toegankelijk zijn gemaakt. Ook kunnen via deze website relevante beleidsstukken worden opgevraagd.

Organisatie: provincie Friesland


Website: Bodemloket Fryslân
Email: bodem@fryslan.nl
  Bodemnieuws.nl

Bodemnieuws.nl is een een platform voor professionals op het gebied van bodem, de ondergrond en daaraan gerelateerde sectoren.

Organisatie: TTE Consultants


Website: Bodemnieuws
Email: info@bodemnieuws.nl
  Bodemsearch

Met de zoekmachine 'Bodemsearch' kunnen de websites van Bodem+, SIKB en SKB tegelijk worden doorzocht.

Organisatie: Bodem+, SIKB en SKB


Website: Bodemsearch
Email: bodemplus@agentschapnl.nl
  Compendium voor de Leefomgeving (CLO)

Het Compendium voor de Leefomgeving is een online informatiebron met feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte. Het compendium is gericht op beleidsmakers, onderzoekers en burgers. Het Compendium voor de Leefomgeving is ontstaan uit de samenvoeging van twee websites: het voormalige Milieu- en Natuurcompendium en de Monitor Nota Ruimte.

Organisatie: CBS, het PBL en Wageningen UR. Het CLO wordt gerealiseerd door een projectteam met medewerkers van de drie instituten. Eindverantwoordelijk is de Stuurgroep CLO, die bestaat uit vertegenwoordigers van de drie instituten.


Website: Compendium voor de Leefomgeving
Email: redactie@milieuennatuurcompendium.nl
  Databank Overijssel

De Databank Overijssel bevat de meest recente gegevens van de provincie op het gebied van leefomgeving. De data zijn beschikbaar op gemeentelijk, gebieds- en regionaal niveau. Ook zijn de Overijsselse cijfers te vergelijken met landelijke gegevens.

Onderwerpen in de databank:

  • Demografie
  • Wonen
  • Geografie
  • Arbeid
  • Inkomen
  • Voorzieningen
  • Bedrijventerreinen
  • Verkeersveiligheid
  • Politiek
  • Veiligheid en Welzijn
  • Rapporten

Organisatie: provincie Overijssel


Website: Databank Overijssel
Email: beleidsinformatie@overijssel.nl
  Digitale Wadden Atlas (Watlas)

De Watlas is de digitale atlas van het Nederlandse Waddenzeegebied. De atlas bevat informatie over uiteenlopende onderwerpen zoals toerisme, landschap, cultuurhistorie en visserij. De informatie is afkomstig van overheden en onderzoeksinstituten.

Organisatie: projectgroep InterWad, in opdracht van o.a. het Regionaal College Waddengebied


Website: Watlas
Email: info@waddenzee.nl
  DINOLoket

DINOLoket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO).

 

DINO is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. De niet-vertrouwelijke gegevens in DINO zijn openbaar. Als er geen tussenkomst van een medewerker voor nodig is, zijn de data tegen verstrekkingskosten beschikbaar.

 

DINO zal op termijn onderdeel gaan uitmaken van de Basisregistratie Ondergrond (BRO). Momenteel wordt gewerkt aan de vernieuwing van het DINOloket. Een preview is beschikbaar voor het onderdeel Sonderingen.

 

Ga naar de preview

 

Organisatie: TNO-NITG


Website: DINOLoket
Email: info@dinoloket.nl
  Drenthemonitor

Website van de provincie Drenthe over de monitoring van het omgevingsbeleid, zoals geformuleerd in het tweede Provinciaal Omgevingsplan (2004). Veelal interactieve site met diverse thema's als milieu, verkeer en archeologie.

Organisatie: provincie Drenthe


Website: Drenthemonitor
Email: post@drenthe.nl
  Energie.nl

Energie.nl is een portaalsite voor alle onderwerpen met betrekking tot energie in Nederland. Zo publiceert de site overzichten van gebeurtenissen in de energiesector, links naar andere sites, verwijzingen naar publicaties, cijferoverzichten en een energie encyclopedie.

Organisatie: Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN)


Website: Energie.nl
Email: info@energie.nl
  Euregio Information Service (EIS)

De Euregio Information Service (EIS) biedt via een website statistische gegevens en metadata aan over de Euregio's Maas-Rijn en Rijn-Maas-Noord.

Organisatie: voor Nederland ligt de algemene coördinatie in handen van de Provincie Limburg.


Website: EIS (deze website is momenteel niet beschikbaar)
Email: info@eis-statistics.eu
  European Colour-Ring Birding

De website 'European Colour-Ring Birding' bevat (meta)informatie over Europese vogelringprojecten die gebruik maken van kleurringen. De website is bedoeld voor zowel waarnemers als projectleiders van ringprojecten.

Organisatie: de website wordt gesponsord door SOVON Vogelonderzoek Nederland, EURING en AVES.


Website: European Colour-Ring Birding
Email: cr-birding@skynet.be
  Geluidnieuws

Geluidnieuws is een webtijdschrift met actuele informatie over geluid en trillingen in Nederland en België. Het verschijnt maandelijks. Abonnementen zijn kosteloos.

Organisatie: dBvision


Website: Geluidnieuws
Email: edwin@geluidnieuws.nl
  Geluidsbelastingkaarten regio Rijnmond

Op deze website worden de geluidsbelastingkaarten voor de regio Rijnmond gepubliceerd. Deze kaarten zijn opgesteld in het kader van de Europese Richtlijn Omgevingslawaai.

Op dit moment zijn de kaarten beschikbaar voor de gemeente Rotterdam. Inwoners van die gemeente kunnen de geluidsbelasting op de eigen woning bekijken door in te zoomen naar de eigen woning en het geluidniveau af te lezen.

Organisatie: DCMR Milieudienst Rijnmond


Website: Geluidsbelastingkaarten regio Rijnmond
Email: info@dcmr.nl
  Green Pages

De Green Pages Directory for Environmental Technology is een online informatiebron met vermeldingen van internationale bedrijven en organisaties die zich richten op het oplossen van milieproblemen. Thema's zijn onder andere water, luchtververvuiling, afvalverwerking en recycling en duurzame energie.

Organisatie: ECO Services International, Zwitserland


Website: Green Pages
  GreenFacts

GreenFacts publiceert samenvattingen van wetenschappelijke rapporten over (volks)gezondheid en milieu. De samenvattingen worden gecontroleerd door een wetenschappelijke raad.

Organisatie: GreenFacts (non-profit)


Website: GreenFacts
Email: greenfacts@cogeneris.eu
  Grondwatermeetnet Online (Rotterdam)

Via deze website worden de grondwaterstanden in de stad Rotterdam via internet ontsloten.

Informatie over het grondwaterpeil in de buurt is vooral nuttig voor eigenaren met een woning op houten paalfundering. Via de website kunnen de verschillen in hoge en lage waterstanden ieder moment van de dag in de gaten gehouden worden.

Organisatie: Waterloket Rotterdam (gemeente Rotterdam)


Website: Grondwatermeetnet Online
Email: info.waterloket@rotterdam.nl
  Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (GCN)

Website met kaarten van grootschalige concentraties voor Nederland voor diverse luchtverontreinigende stoffen, waarvoor Europese regelgeving bestaat. Deze kaarten worden jaarlijks uitgegeven. De kaarten geven een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit in Nederland en betreffen zowel recente als toekomstige jaren.

Organisatie: RIVM, met medewerking van het LML, Emissieregistratie, TNO Automotive, GGD Amsterdam en DCMR Milieudienst Rijnmond


Website: GCN
Email: gcn-info@rivm.nl
  Heaven Rotterdam

HEAVEN is de afkorting van Healthier Environment through the Abatement of Vehicle Emissions and Noise (een gezonder milieu door het verminderen van lawaai en uitstoot van het wegverkeer). Heaven informeert over de te verwachten luchtkwaliteit en het verband tussen luchtverontreiniging en verkeer.

Organisatie: DCMR

Contactpersoon:
Peter van Breugel
Telefoon: 010 - 246 80 38


Website: Heaven
Email: peter.vanbreugel@dcmr.nl
  Hemelhelderheid Overijssel

Het kaartbeeld Hemelhelderheid Overijssel presenteert de lichtsituatie op basis van hemelhelderheid en grote lichtbronnen.

Contactpersoon:
Arne Willigenburg
Telefoon: 038 - 4 999 484


Website: Overijssel (Tab Milieu > Kaart Hemelhelderheid)
Email: ak.willigenburg@overijssel.nl
  Hydrotheek

De Hydrotheek bevat publicaties, zowel rapporten als tijdschriftartikelen, op het gebied van hydrologie, aquatische ecologie, water- en afvalwaterbeheer in Nederland.

Organisatie: het bijeenbrengen en beschikbaar stellen is een initiatief van de STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer). De collectie en de database worden onderhouden door de Bibliotheek Wageningen UR.


Website: Hydrotheek
Email: hydrotheek.library@wur.nl
  IenM in Kaart

'IenM in Kaart' biedt een overzicht van projecten en programma's van het ministerie van I&M. Het gaat om projecten en programma's in de planstudie- en realisatiefase.

De basis voor IenM in Kaart is op dit moment het MIRT Projectenboek 2012. In de toekomst wordt IenM in Kaart uitgebreid met meer projecten en programma's.


Website: IenM in Kaart
  KlimaateffectAtlas

Op KlimaateffectAtlas wordt ruimtelijke informatie aangeboden over de effecten van klimaatverandering. De huidige demoversie bevat basiskaarten met de effecten op neerslag en temperatuursvariabelen. Ook bevat de website kaarten die een beeld geven van de robuustheid van gebieden voor de gevolgen van klimaatverandering.

Organisatie: IPO/de provincies samen met een consortium van kennisinstellingen

Contactpersoon: Hasse Goosen (WUR)

 


Website: KlimaateffectAtlas
Email: hasse.goosen@wur.nl
  KlimaatMonitor

De KlimaatMonitor presenteert gegevens die relevant zijn voor de monitoring van lokaal en regionaal klimaatbeleid. Met deze informatie is het mogelijk voor alle gemeenten, regio's en provincies in Nederland de klimaatvoetafdruk samen te stellen. De klimaatvoetafdruk geeft (bij benadering) de totale uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen per gemeente, provincie en stadsregio weer. Deze gegevens worden gepresenteerd volgens het 'Handboek Monitoring broeikasgasemissies en hernieuwbare energie bij lokale overheden'.

Organisatie:
AgentschapNL, in opdracht van het Rijk

Contactpersoon:
Gert Nijsink (AgentschapNL – EZ)
Telefoon: 088 - 602 26 27


Website: KlimaatMonitor
Email: gert.nijsink@agentschapnl.nl
  Klimaatportaal

Het Klimaatportaal is de digitale toegangspoort van de Nederlandse kennisinstituten tot actuele kennis over het klimaat. Thema's zijn klimaatverandering, gevolgen, aanpassingsmogelijkheden en mitigatie maatregelen. Het klimaatportaal richt zich op beleidsmakers, bedrijfsleven, belangengroepen, media en publiek.

Organisatie: Platform Communication on Climate Change (PCCC). Dit is een samenwerkingsverband tussen PBL, KNMI, NWO, Wageningen UR, de Vrije Universiteit Amsterdam, ECN en Universiteit Utrecht. Het klimaatportaal wordt ondersteund door het BSIK programma Klimaat voor Ruimte.

Contactpersoon:
Ottelien van Steenis
Telefoon: 0317 - 48 65 40


Website: Klimaatportaal
Email: o.van.steenis@programmabureauklimaat.nl
  Land, Bodem en Water (LBW)

Vanaf 1 januari 2011 wordt de database Land Bodem Water niet meer aangevuld. De bestaande collectie blijft wel beschikbaar en doorzoekbaar via de website.


Land, Bodem en Water (LBW) is een literatuurdatabase op het gebied van groene ruimte, duurzaam landgebruik en leefomgeving. Specifieke thema’s zijn bodem, landschap, klimaat, natuur, ecologie, bos, recreatie en water.

Organisatie: Wageningen Universiteit en Researchcentrum


Website: Land, Bodem en Water
Email: servicedesk.library@wur.nl
  LOM Handhavingsportaal

Het Handhavingsportaal biedt nieuws en publicaties aan met betrekking tot het handhaven van de leefomgeving.

Organisatie: Landelijk Overleg Milieuhandhaving


Website: LOM Handhavingsportaal
Email: info@lomsecretariaat.nl
  LuchtvaartMilieu.nl

De interactieve website LuchtvaartMilieu.nl geeft een grafische presentatie van vliegprofielen en geluidsgegevens van civiele vliegtuigen. Met de gegevens kunnen o.a. geluidcontouren rond luchthavens worden berekend.
 
Organisatie: Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR)


Website: LuchtvaartMilieu.nl
Email: contact@luchtvaartmilieu.nl
  Mijn Leefomgeving

De website Mijn Leefomgeving presenteert informatie over de leefomgeving van de provincie Gelderland. Voor elke plaats in de provincie kunnen kaarten worden getoond van een groot aantal milieugerelateerde factoren zoals luchtkwaliteit, hemelhelderheid en geluidsoverlast.

Organisatie: provincie Gelderland

Contactpersonen voor monitoringgerelateerde zaken:
Gonne Hoogveld (a.hoogveld@gelderland.nl)
Bram Boeckhout (a.boeckhout@gelderland.nl)


Website: Mijn Leefomgeving
Email: omgevingsloket@gelderland.nl
  Milieuatlas Regio Stedendriehoek

De digitale milieuatlas is een instrument waarmee inwoners van de regio Stedendriehoek digitaal informatie kunnen ophalen over milieuonderwerpen in hun eigen leefomgeving. Tot op postcodeniveau kan men bekijken wat de stand van zaken is met betrekking tot bijvoorbeeld:

  • de kwaliteit van de bodem
  • duurzaamheid
  • geluid
  • grondwater
  • natuur en ecologische verbindingszones
  • ruimtelijke ontwikkelingen

Organisatie: de regio Stedendriehoek bestaat uit de gemeente Apeldoorn, Epe, Zutphen, Deventer, Bummen, Voorst en Lochem. De online Milieuatlas is een initiatief van de gemeenten in de Stedendriehoek in samenwerking met de provincie Gelderland, het ministerie van Infrastructuur & Milieu en het RIVM.


Website: Milieuatlas Regio Stedendriehoek
  MilieuFocus

MilieuFocus is een digitaal platform voor milieuprofessionals. Het omvat een nieuwsbrief, vakblad en naslagwerk. Onderwerpen zijn o.a. afval, bodem, ecologie, energie, geluid, geur, lucht, veiligheid/volksgezondheid, water.

Organisatie: MilieuFocus B.V. is onafhankelijk


Website: MilieuFocus
Email: joost@milieufocus.nl
  Milieuportaal

Het Milieuportaal biedt toegang tot de milieu-informatie van het RIVM. Het richt zich op professionals, zoals beleidsmedewerkers van het ministerie van I&M, van regionale en lokale overheden, GGD-medewerkers en medewerkers van de brandweer.

Organisatie: RIVM


Website: Milieuportaal
Email: birgit.loos@rivm.nl
  Monitor Nationale Landschappen

De Monitor Nationale Landschappen bevat indicatoren voor kernkwaliteiten die mede sturend zijn voor de gebiedsontwikkeling in de nationale landschappen. Verder zijn in deze online rapportage indicatoren opgenomen over migratiesaldo, de landschapswaardering en grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen in de nationale landschappen. In 2009 werd een nulmeting uitgevoerd en verscheen de Monitor voor het eerst.

Organisatie: Planbureau voor de Leefomgeving en Alterra. 

De Monitor is een onderdeel van het Compendium voor de Leefomgeving.


Website: Monitor Nationale Landschappen
Email: redactie@milieuennatuurcompendium.nl
  Monitor Nota Ruimte

Online rapportage uit die de feitelijke ruimtelijke ontwikkelingen weergeeft. De 'Monitor Nota Ruimte' schetst aan de hand van een 70-tal indicatoren een beeld van Nederland op ruimtelijk gebied. De indicatoren worden tweejaarlijks geüpdate.

Organisatie: Planbureau voor de Leefomgeving, CBS en Wageningen Universiteit en Researchcentrum

De Monitor Nota Ruimte is een onderdeel van het Compendium voor de Leefomgeving.

Contactpersoon:
Johan van der Schuit (PBL)


Website: Monitor Nota Ruimte
Email: johan.vanderschuit@pbl.nl
  Monitoring Strategische Projecten

De website Monitoring Strategische Projecten geeft een overzicht van (de voortgang van) de strategische milieuprojecten (PRISMA-projecten) van IPO. De site bevat in de huidige opzet alleen projecten op de gebieden milieu en water.

Organisatie: IPO


Website: Monitoring Strategische Projecten
Email: pim.sauer@kpnplanet.nl
  Nationaal Georegister

Met het Nationaal Georegister beoogt Geonovum de ontsluiting van alle geo-informatie in Nederland. Daardoor kunnen overheden, bedrijfsleven en burgers op eenvoudige, snelle en gebruiksvriendelijke wijze geo-informatie vinden, raadplegen en gebruiken.

Organisatie: GeoNovum


Website: Nationaal Georegister
Email: info@geonovum.nl
  Nationale Atlas Volksgezondheid

De Nationale Atlas Volksgezondheid brengt de Nederlandse volksgezondheid en zorg in kaart. De Atlas toont de geografische spreiding van allerlei aspecten omtrent gezondheid, factoren die de gezondheid beïnvloeden, zorg en preventie.

Organisatie: RIVM


Website: Nationale Atlas Volksgezondheid
Email: atlas@rivm.nl
  Noordzeeatlas

De Noordzeeatlas is een website met thematische kaarten van de Rijksoverheden die een taak hebben op de Noordzee. De kaarten hebben betrekking op het fysieke watersysteem, het gebruik en beleid en beheer.

Organisatie: Informatiehuis Marien
Opdrachtgever: North Sea Interdepartmental Consultation Directorate (IDON), een samenwerkingsverband van tien ministeries


Website: Noordzeeatlas
Email: noordzeeloket@rws.nl
  Omgevingskaart Overijssel

De website Omgevingskaart Overijssel presenteert interactieve ruimtelijke informatie over o.a. verkeer en vervoer, milieu, natuur en platteland.

Organisatie: Provincie Overijssel


Website: Overijssel > ruimte en wonen > Omgevingskaart
Email: ak.willigenburg@overijssel.nl
  Online bodeminformatie DCMR

Op de website is alle bij de DCMR bekende bodeminformatie van panden en percelen in het DCMR-gebied te vinden. Daarbij gaat het om statussen, rapporten en besluiten die betrekking hebben op de beoordeling van bodemverontreiniging en uit te voeren vervolgonderzoek of sanering. Ook zijn gegevens over (ondergrondse) tanks en (historische) bedrijfsactiviteiten te vinden.

Organisatie: DCMR Milieudienst Rijnmond


Website: Online Bodeminformatie DCMR
Email: BodemInfoOnline@dcmr.nl
  Open data portaal

Het Open data portaal van de overheid bevat informatie over open overheidsdata en het landelijk register met verwijzingen naar bestaande open datasets. De gegevens zijn openbaar en kunnen vrij worden gebruikt. De beschikbare datasets hebben bijvoorbeeld betrekking op de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), Nationale Parken en criteria voor duurzaam inkopen.


Website: Open data portaal
  Portaal Natuur en Landschap

Het doel van het Poratal Natuur en Landschap is het verzamelen van zoveel mogelijk informatie over natuur en landschap op één overzichtelijke plaats.

Organisatie: IPO


Website: Portaal Natuur en Landschap
Email: ipo-info@wb.ipo.nl
  Provinciaal Georegister

Het Provinciaal Georegister (PGR) is een online catalogus van de ruimtelijke gegevens van de provincies. Het bevat vooral meta-informatie en richt zich met name op de professionele gebruiker. Het PGR heeft als nationale tegenhanger het Nationaal Georegister en is tevens een bron voor het Nationaal Georegister.

Organisatie: Gemeenschappelijke Beheer Organisatie (GBO) van IPO.

Contactpersoon: Ron Wardenier (provincie Groningen)


Website: Provinciaal Georegister
Email: provinciaalgeoregister@gbo-provincies.nl
  Provinciale Duurzaamheidsmeter

De Provinciale Duurzaamheidsmeter geeft een overzicht van de ambities en initiatieven van provincies op het gebied van duurzame ontwikkeling. De inhoud en werkwijze zijn gebaseerd op de Lokale Duurzaamheidsmeter voor gemeenten. Dit instrument bestaat sinds 1999.

Organisatie: COS Nederland, de vereniging van centra voor internationale samenwerking


Website: Provinciale Duurzaamheidsmeter
Email: info@duurzaamheidsmeter.nl
  Provinciemonitor

De Provinciemonitor bevat o.a. gegevens over milieu, natuur en water. De monitor geeft een beeld van de effecten van het provinciale beleid.

Organisatie: de Provinciemonitor is een gezamenlijk initiatief van de provincies.

Contactpersoon:
W. van Duijvenbooden (tot december 2010; geen nieuwe contactpersoon bekend)


Website: Provinciemonitor
  Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Het programma Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK) zorgt via webservices voor ontsluiting van geo-informatie van de overheid. Met PDOK kunnen overheden kosteloos gebruikmaken van elkaars data. De beschikbare data hebben betrekking op uiteenlopende thema’s op het gebied van de leefomgeving, zoals natuur, wegen en hydrologie. Ook zijn topografische kaarten beschikbaar.

Organisatie:
PDOK is een samenwerking van de ministeries van I&M en EL&I, het Kadaster en Geonovum.

Organisaties kunnen zich aanmelden voor PDOK via de site van Geonovum.


Website: PDOK op site Geonovum
Email: beheerPDOK@kadaster.nl
  Resultaten van het Trilaterale Monitoring en Assessment Programma (TMAP)

Engelse naam: Trilateral Monitoring and Assessment Program 

Het Trilaterale Monitoring en Assessment Programma TMAP) rapporteert over de ontwikkeling van het ecosysteem Waddenzee en over de status van de implementatie van het trilaterale 'Targets of the Wadden Sea Plan'. De resultaten van deze onderzoeken zijn te vinden op deze website.


Website: Resultaten TMAP
Email: info@waddensea-secretariat.org
  Ruimtelijkeplannen.nl (RO-Online)

Sinds 1 januari 2010 zijn overheden vanuit de Wet Ruimtelijke Ordening verplicht hun ruimtelijke plannen te digitaliseren en te ontsluiten via RO-Online. De website ruimtelijkeplannen.nl biedt toegang tot RO-online.

Op termijn zullen alle ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, structuurvisies en algemene regels die afkomstig zijn van gemeenten, provincies en het rijk, via deze website voor iedereen beschikbaar komen.

Organisaties: Ministerie van I&M, VNG, IPO, Kadaster en GeoNovum


Website: Ruimtelijkeplannen.nl
Email: ro-online@kadaster.nl
  ScheldeMonitor

De ScheldeMonitor is een Vlaams-Nederlands kennis- en informatiesysteem voor onderzoek en monitoring in het Schelde-estuarium. Deze website biedt (meta-)informatie over literatuur, projecten en datasets. Ook ontsluit de site meetwaarden en kaartmateriaal.

Organisatie: departement voor Mobiliteit en Openbare werken (Vlaanderen), Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ), Rijkswaterstaat


Website: ScheldeMonitor
Email: klaas.deneudt@vliz.be
  StatLine

StatLine is een elektronische databank met statistische gegevens op sociaal, ecomisch en fysiek gebied. Gebruikers kunnen zelf tabellen en grafieken samenstellen.

Organisatie: CBS


Website: StatLine
  Verspreidingsatlas.nl

Verspreidingsatlas.nl is een naslagwerk met verspreidingskaarten, ecologische informatie en afbeeldingen van duizenden soorten mossen, korstmossen, paddenstoelen en kranswieren die in Nederland voorkomen.

Organisatie: Bryologische en Lichenologische werkgroep, de Nederlandse Mycologische Vereniging en het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren


Website: Verspreidingsatlas.nl
  Vlindernet

Vlindernet is een uitgebreide informatiesite over alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders, samengesteld door en onder redactie van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek. Van talloze vlindersoorten zijn onder andere de kenmerken, vliegtijden, habitatbeschrijvingen en verspreidingskaartjes terug te vinden. Ook beschikt de site over een groot foto-overzicht.  Bezoekers kunnen zelf bijdragen aan de website door bijvoorbeeld waarnemingen door te geven of foto's op te sturen.


Website: Vlindernet
Email: info@vlindernet.nl
  WaddenBarometer

De WaddenBarometer geeft met behulp van graadmeters een indicatie van de toestand en de trends in het Waddengebied. De graadmeters hebben betrekking op sociaal, economisch en ecologisch gebied.

Organisatie: InterWad. InterWad werkt in opdracht van de gezamenlijke wadden-overheden. InterWad is organisatorisch als programma ondergebracht bij het Regionaal College Waddengebied (RCW).


Website: WaddenBarometer (tijdelijk niet beschikbaar)
Email: info@waddenzee.nl
  WaddenZee.nl

WaddenZee.nl is een overheidswebsite die waddeninformatie ontsluit voor zowel de waddenprofessional als het brede publiek. De informatie is gerubriceerd via thema's. De site bevat een actuele nieuwsdienst en geeft ruimte aan opinies via interviews, columns en polls.

Organisatie: InterWad. InterWad werkt in opdracht van de gezamenlijke wadden-overheden. InterWad is organisatorisch als programma ondergebracht bij het Regionaal College Waddengebied (RCW).


Website: WaddenZee.nl
Email: thea.smit@waddenzee.nl
  Wadwijzer.nl

Wadwijzer.nl is een online database met (meta-)informatie over archiefmateriaal over de Wadden. Het project brengt informatie bijeen uit uiteenlopende archieven in Nederland. De informatie wordt geordend naar 15 specifieke thema's:

- landaanwinning en bedijking
- bestuur
- flora, fauna en natuurbeheer
- economie
- scheepvaart
- waterstaat
- visserij, inclusief schelpdiervisserij
- bevolking en demografie
- klimaat en meteorologie
- toerisme en recreatie
- bodem en delfstoffen
- veiligheid
- zorg

Organisatie:
Wadwijzer.nl is een initiatief van de Waddenacademie, Tresoar (het Fries Historisch en Letterkundig Centrum) en InterWad. Tresoar zal het project de komende jaren verder ontwikkelen in nauwe samenwerking met een klankbordgroep van deskundigen en onderzoekers.


Website: Wadwijzer.nl
Email: info@tresoar.nl
  Waterbase

Waterbase is een webapplicatie voor de ontsluiting van een groot deel van de fysische, chemische en enige biologische meetgegevens die in het kader van het programma Monitoring Waterstaatkundige Toestand des Lands (MWTL) zijn verzameld en zijn opgeslagen in de database DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat).

Organisatie: Rijkswaterstaat


Website: Waterbase
Email: servicedesk-data@rws.nl
  Waterbodem.nl

De website Waterbodem.nl bevat informatie over de aanpak van waterbodemonderzoek, verschillende bagger-, transport- en verwerkingsmethoden, subsidiemogelijkheden en automatisering in het onderzoek.

Organisatie: particulier initiatief


Website: Waterbodem.nl
Email: redactie@waterbodem.nl
  Waterland

Waterland (het Nederlands Water Informatie Netwerk) is een centraal punt voor kennis en informatie over water op het internet. De website is gericht op zowel professionals als particulieren.

Organisatie: Netherlands Water Partnership en Rijkswaterstaat


Website: Waterland
Email: redactie@waterland.net
  Zoogdieratlas.nl

Zoogdieratlas.nl is de online verspreidingsatlas van zoogdieren. Via de website kunnen verspreidingskaarten worden bekeken en waarnemingen worden doorgegeven. 

Organisatie: Zoogdiervereniging


Website: Zoogdieratlas.nl
Email: secretariaat@zoogdiervereniging.nl
  Zoogdiergezien.nl

Zoogdiergezien.nl is ontwikkeld om op een zo laagdrempelig mogelijke manier waarnemingen van algemene zoogdiersoorten te kunnen doorgeven. Op dit moment richt de site zich op drie algemene, in het wild levende zoogdieren: mol, haas en egel. Tevens kunnen vangsten van kleine zoogdieren door katten worden doorgeven.

De site is een onderdeel van het Zoogdieratlasproject.

Organisatie: Zoogdiervereniging


Website: Zoogdiergezien.nl
Email: info@zoogdiervereniging.nl
  Zwemwater.nl

Op de website Zwemwater.nl is actuele informatie te vinden over controles van openbare zwemlocaties in alle provincies. Daarnaast bevat de site ook andere informatie over zwemwater, zoals aandachtspunten en wet- en regelgeving.

Organisatie: Waterland (Netherlands Water Partnership en Rijkswaterstaat)

Zwemwater.nl is een onderdeel van het Water Informatie Netwerk. 


Website: Zwemwater.nl
Email: redactie@waterland.net

Organisaties > Overig (?)

  Erbij

Erbij is een uitwisselingsforum voor professionals. Experts op het gebied van milieu-informatie, moderne webtechnologie en meta-informatie standaarden werken hier samen aan het harmoniseren van overheidsinformatie en een verbeterde toegang tot milieu-informatie. Op de webpagina erbij/kwali-tijd werken de Provincies, IPO en het RIVM samen om de kwaliteit van de bodem- en grondwatermeetnetten onderling vergelijkbaar te maken.

RSS: http://www.erbij.nl/erbij_tot_rss.asp
Twitter: http://www.twitter.com/erbij
Erbij op Overheid 2.0: http://www.overheid20.nl/workspaces/index/73/erbij


Website: Erbij
Email: info@erbij.nl
  Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond (EBEO)

Het doel van het Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond (EBEO) is het bevorderen van de doorstroming van kennis en het creëren van samenhang en samenwerking op het gebied van bodem en ondergrond. Het expertisenetwerk kent drie aandachtsgebieden: een informatiecentrum, opleidingen en trainingen, en een onderwijsprogramma.

Organisatie:
Het netwerk is een samenwerkingsverband van de organisaties Agentschap NL/Bodem+ , SKB duurzame ontwikkeling ondergrond en Stichting Infrastructuur en Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB)


Website: Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond (EBEO)
Email: info@expertisebodemenondergrond.nl
  GeoBusiness Nederland (GBN)

GeoBusiness Nederland (GBN) is de branchevereniging van bedrijven in de geo-informatiesector in Nederland.

De ca. 100 aangesloten bedrijven (ingenieursbureaus, adviesbureaus, landmeetkundige bureaus, dataleveranciers, datadienstenleveranciers, systeembouwers en softwareontwikkelaars) leveren producten of diensten op het gebied van geo-informatie, of zijn actief gebruiker van geo-informatie.

Postadres:
Postbus 401 
3440 AK Woerden

Bezoekadres:
Pompmolenlaan 7 
Woerden


Website: GeoBusiness Nederland
Email: info@geobusiness.nl
  Geomatics Business Park (GBP)

Het Geomatics Business Park (GBP) is een business en science park voor bedrijven en kennisinstituten die omgevingsinformatie produceren over onze leefomgeving. De basis hiervoor is kennis van processen die zich afspelen op het aardoppervlak. Gebruik van geowetenschappen, aardobservatie en informatietechnologie levert een unieke combinatie op de snel groeiende markt. Monitoring, bijvoorbeeld met luchtfotografie en satellietopnamen, is één van de geboden diensten.

Deelnemende bedrijven:

  • Alkyon
  • Argeops
  • BMT Argoss
  • BZ Innovatiemanagement (BZIM)
  • Deltares
  • Ecoflight
  • Geoserve
  • INFRAM
  • Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR)
  • Stichting Geomatics Business Park
  • Van der Meer Consulting
  • Water Insight BV

Bezoekadres:
Voorsterweg 28
8316 PT Marknesse

Postadres:
Postbus 49
8316 ZG Marknesse

Telefoon: 0527 - 242 335


    Website: Geomatics Business Park
    Email: info@geomaticspark.nl
      Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA)

    Het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen is verantwoordelijk voor de registratie en het beheer van meldingen van bedrijfsafvalstoffen en ander gevaarlijk afval in Nederland.

    De stichting LMA is door de minister van I&M aangewezen als landelijke meldinstantie en door de twaalf provincies als dienstverlenende organisatie voor het verwerken en distribueren van meldinformatie. LMA heeft de uitvoering uitbesteed aan NL Milieu en Leefomgeving, onderdeel van Agentschap NL (voorheen SenterNovem).


    Website: LMA
    Email: helpdesk@lma.nl
      Netwerk Groene Bureaus

    Het Netwerk Groene Bureaus (NGB) is een platform voor ecologische adviesbureaus. Het netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. De leden van het Netwerk Groene Bureaus zijn vooral gespecialiseerd in ecologische advisering op het gebied van inrichting, beheer en beleid. Het netwerk heeft ruim 50 leden.

    Organisatie: het NGB is een vereniging.


    Website: NGB
    Email: ngb@natuurnet.nl
      Platform Bodembeheer

    Het Platform Bodembeheer ondersteunt de kennisoverdracht op het terrein van bodembeheer. Binnen het platform zijn ruim 2000 bodemprofessionals actief, afkomstig van centrale en regionale overheden, maatschappelijke actoren en bedrijfsleven. Het platform organiseert bijeenkomsten voor netwerken en uitwisseling van kennis en ervaring.

    De activiteiten van het platform worden aangestuurd door het kernteam:

    Linda Maring - linda.maring@deltares.nl
    Marco Vergeer - m.vergeer@royalhaskoning.com
    Maartje van Meeteren - m.vanmeeteren@royalhaskoning.com

    Organisatie: het platform wordt financieel mogelijk gemaakt door SKB, SIKB en AgentschapNL.


    Website: Platform Bodembeheer
    Email: platformbodembeheer@deltares.nl
      Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB)

    De Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) is een netwerkorganisatie die bedrijfsleven en overheid bij elkaar brengt om samen de kwaliteit van de uitvoering van archeologie en het (water-)bodembeheer te verbeteren.

     

    SIKB richt zich op accreditatie en certificering van marktpartijen en op overheden in hun verschillende rollen als opdrachtgever, beoordelaar en toezichthouder.

     

    Postadres:

    Postbus 420

    2800 AK  Gouda

    Bezoekadres:

    Groningenweg 10 

    2800 AK  Gouda

     

    Telefoon: 0182 - 54 06 75
    Fax: 0182 - 54 06 76


    Website: Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB)
    Email: info@sikb.nl
      Stichting Kennisontwikkeling Kennisoverdracht Bodem (SKB)

    De Stichting Kennisontwikkeling Kennisoverdracht Bodem (SKB) draagt zorg voor ontwikkeling en overdracht van bodemkennis. Het betreft kennis die eigenaren en beheerders van percelen en terreinen nodig hebben om de kwaliteit van de bodem in overeenstemming te brengen en houden met het beoogde gebruik.

    SKB ondersteunt de ontwikkeling en demonstratie van nieuwe vormen van samenwerking, nieuwe aanpakken en technieken voor het verbeteren van de afstemming tussen bodemgebruik en bodemkwaliteit en bevordert een brede acceptatie hiervan in de maatschappij.

      

    Postadres:

    Postbus 420
    2800 AK  Gouda

    Bezoekadres:

    Groningenweg 10
    2803 PV  Gouda


    Telefoon: 0182  - 54 06 90
    Fax: 0182 -  54 06 91


    Website: SKB
    Email: info@skbodem.nl
      Stichting Landelijk Samenwerkingsverband GBKN

    De Stichting Landelijk Samenwerkingsverband GBKN  is in 1992 opgericht met als doel het stimuleren van de productie van de Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN). 

    De GBKN is een gedetailleerde topografische kaart. Op deze kaart staan onder andere gebouwen, wegen, bruggen, spoorlijnen, waterlopen, dijken en hoogspanningsmasten aangegeven.

    De belangrijkste gebruikers zijn leidingbeheerders (gas-, water-, telecommunicatie- en electriciteitsbedrijven, kabelexploitanten), gemeenten, waterschappen en het Kadaster.

    Postadres:
    Postbus 1442
    7301 BR  Apeldoorn

    Bezoekadres:
    Hofstraat 110
    7311 KZ   Apeldoorn

    Telefoon: 055 - 5285768
    Fax: 055 - 528 56 05


    Website: Stichting LSV GBKN
    Email: info@gbkn.nl
      Stichting LISA

    Stichting LISA is verantwoordelijk voor het werkgelegenheidsdatabestand LISA met gegevens over alle vestigingen in Nederland waar betaald werk wordt verricht. LISA is een basisbestand voor sociaal-economisch en ruimtelijk onderzoek.

    Postadres:
    Postbus 597
    7500 AN  Enschede

    Bezoekadres:

    Stationsplein 11

    7511 JD Enschede

     

    Telefoon: 053 - 482 50 80

    Fax: 053 - 482 50 81


    Website: Stichting LISA
    Email: info@lisa.nl
      Stichting Stimular

    Stichting Stimular verspreidt kennis over duurzaam ondernemen. Ook is Stichting Stimular betrokken bij de Milieubarometer. Met de Milieubarometerbenchmark Overheidskantoren kan de Milieuscore en CO2-footprint van kantoren worden bepaald.

    Klik hier om naar de barometer te gaan.


    Website: Stimular
    Email: mail@stimular.nl
      Vereniging van Milieuprofessionals (VVM)
    VVM is een ledenorganisatie van en voor milieuprofessionals. Onder de leden bevinden zich ook vele monitoringdeskundigen.
    Website: VVM
    Email: bureau@vvm.info

    Organisaties > Maatschappelijke organisaties (?)

      Bryologische en Lichenologische WerkGroep KNNV (BLWG)

    De Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG) is de vereniging voor mossen- en korstmossenonderzoek in Nederland. 

    De BLWG organiseert activiteiten voor leden en publiek waarbij het zoeken en op naam brengen van soorten centraal staat. Daarnaast verzamelt de BLWG verspreidingsgegevens, doet onderzoek, geeft adviezen en voert verschillende meetnetten uit.

    BLWG is lid van de Stichting VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF).

    Contactpersoon:
    Drs. L.B. Sparrius
    Vrijheidslaan 27
    2806 KE Gouda
    Telefoon: 0182 - 53 87 61


    Website: BLWG
    Email: sparrius@blwg.nl
      CROW - Nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte

    CROW biedt professionals technische en specialistische kennis over infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Dat gebeurt in de vorm van handleidingen, richtlijnen, aanbevelingen en online publicaties. Professionals kunnen ook bij CROW terecht voor instrumenten en methodieken voor beleidsontwikkeling, -voorbereiding en –uitvoering. Deze specialistische kennis wordt ontwikkeld door externe professionals die binnen CROW actief zijn in commissies en werkgroepen.

    CROW is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. De naam CROW is oorspronkelijk een afkorting van Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek. Die naam dekte de lading niet meer toen CROW steeds meer een platformfunctie kreeg. Sinds 2004 is CROW niet langer een afkorting, maar een eigen naam.

    Bezoekadres:
    Kantoor ‘Bouwstede’
    Galvanistraat 1
    6716 AE Ede

    Postadres:
    Postbus 37
    6710 BA Ede

    Telefoon: 0318 - 69 53 00


    Website: CROW
    Email: crow@crow.nl
      Ecomare, centrum voor Wadden en Noordzee

    Ecomare werkt aan natuurbescherming in Wadden- en Noordzee door voorlichting, educatie en opvang van vogels en zeehonden.

    Ecomare maakt onderdeel uit van de Stichting Texels Museum.

    Bezoekadres:
    Ruijslaan 92
    1796 AZ  De Koog – Texel
    Telefoon: 0222 - 31 77 41


    Website: Ecomare, centrum voor Wadden en Noordzee
    Email: infobalie@ecomare.nl
      European Invertebrate Survey (EIS)

    EIS-Nederland zet zich in voor een toename van de kennis over en betere bescherming van insecten en andere ongewervelden. Een belangrijk middel hierbij is het beschikbaar maken van kennis over de verspreiding, de ecologie en het beheer van ongewervelden. Hiervoor wordt samengewerkt met een vijftigtal werkgroepen. Elk van deze werkgroepen is gericht op een specifieke diergroep variërend van libellen tot pissebedden. Voor verschillende diergroepen zijn verspreidingsatlassen uitgebracht.

    Voor veel diergroepen wordt samengewerkt met verschillende andere organisaties (zie gerelateerde items onderaan deze pagina). EIS-Nederland werkt samen met verwante organisaties in de VOFF (VeldOnderzoek Flora en Fauna) en het PSO (Platform Soortbeschermende Organisaties).

    Bureau EIS-Nederland is gevestigd in het museum Naturalis

    Bezoekadres:
    EIS-Nederland
    van Steenisgebouw
    Einsteinweg 2
    2300 RA Leiden

    Postadres:
    EIS-Nederland
    van Steenisgebouw
    Postbus 9517
    2300 RA Leiden

    Telefoon: 071 - 56 87 67 0


    Website: EIS
    Email: eis@ncbnaturalis.nl
      FLORON (Floristisch Onderzoek Nederland)

    De belangrijkste activiteit van FLORON is het coördineren, stimuleren en ondersteunen van vrijwillige floristen die landelijke telprojecten voor planten uitvoeren. Vrijwilligers richten zich voornamelijk op inventariseren en 'monitoren' van planten.

    FLORON verwerkt de verzamelde waarnemingen van alle vrijwilligers in de landelijke floradatabank die zij beheert en verwerkt aanvragen van gegevens uit de floradatabank. De gegevens uit de floradatabank worden momenteel bewerkt voor publicatie in een atlas.

    FLORON werkt samen met de Stichting VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF)

    Telefoon:  024 - 74 105 73


    Website: FLORON
    Email: info@floron.nl
      Geo-Informatie Nederland (GIN)

    Geo-Informatie Nederland (GIN) is een ontmoetingsplaats en kennisnetwerk voor iedereen die zich professioneel bezighoudt met geo-informatie. GIN organiseert daartoe activiteiten ter ontplooiing van de individuele leden en ter versterking van de positie van het vakgebied 'geo-informatie' in de maatschappij.

    Telefoon: 033 - 247 34 15     


    Website: Geo-info
    Email: info@geo-info.nl
      Natuurhistorisch Genootschap in Limburg

    Het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg is een provinciale vrijwilligersvereniging met als kerntaak natuuronderzoek in de provincie Limburg. Onder de activiteiten vallen ook dataverzameling en monitoring.

    Telefoon: 0475 - 386 470


    Website: Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
    Email: kantoor@nhgl.nl
      Natuurmonumenten

    Natuurmonumenten is een onafhankelijke vereniging die natuur, landschap en cultuurhistorie beschermt door gebieden aan te kopen en te beheren.


    Website: Natuurmonumenten
    Email: info@natuurmonumenten.nl
      Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW)

    Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) doet ecologisch onderzoek in de zee, op het land en in het zoete water.

    Telefoon: 0317 - 47 34 00     


    Website: Nederlands Instituut voor Ecologie
    Email: secretariaat@nioo.knaw.nl
      Nederlandse Entomologische Vereniging (NEV)

    De Nederlandse Entomologische Vereniging (NEV) houdt zich bezig met het bestuderen en inventariseren van insecten, spinachtigen en duizend- en miljoenpoten.

    Telefoon: 06 - 524 78 339


    Website: NEV
    Email: secretaris@nev.nl
      Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV)

    De Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) is een Particuliere Gegevensbeherende Organisatie (PGO). Zij heeft als doel de kennis van schimmels en zwammen te bevorderen.

    Eén van de activiteiten van de NMV is het Meetnet Paddenstoelen. Dit meetnet maakt onderdeel uit van het Netwerk Ecologische Monitoring. 

    Op dit moment telt de NMV bijna 800 leden, die zich op verschillend niveau - beginner of gevorderd, als amateur of professioneel - met de mycologie bezig houden.  

    De NMV is lid van de Stichting VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF).

    Telefoon: 030 - 212 2694


    Website: NMV
    Email: info@mycologen.nl
      Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie (NVL)

    De Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie (NVL) stimuleert de studie en bescherming van de libellensoorten die in Nederland voor komen. Hierbij werkt de NVL samen met een aantal andere natuurbeschermingsorganisaties, zoals de Vlinderstichting en EIS-Nederland. Ook kent de NVL een aantal provinciale- en regionale Libellenwerkgroepen in Nederland.


    Website: NVL
    Email: secretaris.nvl@brachytron.nl
      Nederlandse Zeevogelgroep

    De Nederlandse Zeevogelgroep heeft als doel het stimuleren van zeevogelonderzoek door geïnteresseerden en professionals samen, door middel van het uitwisselen van informatie, coördinatie van activiteiten, en het organiseren van bijeenkomsten.

    De NZG is een Sectie van de Nederlandse Ornithologische Unie (NOU).

    Telefoon: 0222 - 310 422     


    Website: Nederlandse Zeevogelgroep
    Email: info@zeevogelgroep.nl
      RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland)

    RAVON is een onderzoeks- en kennisorganisatie op het gebied van amfibieën, reptielen en vissen. Een belangrijk deel van het werk wordt uitgevoerd door vrijwilligers, onder coördinatie van een professionele staf. Werkzaamheden zijn: soortenbescherming, ecologisch onderzoek, inventarisatie en monitoring. RAVON coördineert drie meetnetten: het Meetnet Reptielen, het Meetnet Amfibieën en het Meetnet Beek- en Poldervissen 

    RAVON is lid van de Stichting VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF).

    Telefoon: 024 - 741 06 00


    Website: RAVON
    Email: j.kranenbarg@ravon.nl
      SOVON Vogelonderzoek Nederland

    De vereniging SOVON Vogelonderzoek Nederland (kortweg SOVON) organiseert landelijke vogeltellingen en voert onderzoek uit ten behoeve van beheer, beleid en wetenschap. De tellingen worden uitgevoerd door ruim 7.000 waarnemers en gecoördineerd door een professionele staf.

    Naast de coördinatie van de monitoring van de vogelstand voert SOVON onderzoek uit om de gesignaleerde ontwikkelingen in de vogelstand te verklaren.

    Bezoek- en postadres:
    Mercatorgebouw III
    Toernooiveld 1
    6525 ED Nijmegen

    Telefoon: 024 - 7 410 410


    Website: SOVON Vogelonderzoek Nederland
    Email: info@sovon.nl
      Sportvisserij Nederland

    Sportvisserij Nederland is een vereniging die via regionale federaties en 1.000 lokale hengelsportverenigingen ruim 400.000 aangesloten sportvissers overkoepelt. Nationaal en internationaal vertegenwoordigt Sportvisserij Nederland de Nederlandse sportvisserij. Directe leden van Sportvisserij Nederland zijn de 9 regionale hengelsportfederaties en de landelijke specialistenorganisaties van vliegvissers (VNV), snoekvissers (SNB) en karpervissers (KSN). 

    Sportvisserij Nederland verzameld samen met STOWA bij een groot aantal bronhouders, waaronder waterschappen, provincies en hengelsportfederaties, gegevens voor de database Limnodata Neerlandica. Deze bevat waarnemingen van planten en dieren in de Nederlandse oppervlaktewateren.


    Website: Sportvisserij Nederland
    Email: info@sportvisserijnederland.nl
      Stichting ANEMOON

    ANEMOON staat voor: ANalyse, Educatie en Marien Oecologisch ONderzoek. De stichting, opgericht in 1993, vergaart gegevens over flora en fauna in het kustgebied, verwerkt en analyseert deze en brengt kennis en informatie weer naar buiten via rapportages, een website en allerlei educatief materiaal.

    ANEMOON inventariseert de flora en fauna in het kustgebied en onderzoekt dijktaluds, pontons en het aanspoelsel op het strand. De wereld ónder water krijgt, met de hulp van veel sportduikers, aandacht via het Monitoringproject Onderwater Oever (MOO). Wekelijks observeren vele tientallen sportduikers de zeeanemonen, poliepen, kwallen, krabben, weekdieren, kreeften en vissen.


    Website: ANEMOON
    Email: anemoon@cistron.nl
      Stichting De Noordzee

    Stichting De Noordzee is een onafhankelijke natuur- en milieuorganisatie die zich inzet voor een duurzaam gebruik van de Noordzee en een gezonde zee vol vis, dolfijnen en ander leven. De speerpunten van de stichting zijn scheepvaart, duurzame visserij, ruimtegebruik op zee, (groene) energie en beschermde gebieden.

    Stichting de Noordzee monitort scheepswrakken en publiceert kaarten met betrekking tot windpotentie, zonering en zeeafval.

    Post- en bezoekadres:
    Drieharingstraat 25
    3511 BH  Utrecht

    Telefoon: 030 - 234 00 16
    Fax: 030 - 230 28 30


    Website: Stichting De Noordzee
    Email: info@noordzee.nl
      Stichting Natuurinformatie

    Stichting Natuurinformatie ontwikkelt websites over natuur en bevordert de ontwikkeling en toepassing van informatie- en communicatietechnologie rond het thema natuur. Hierbij streeft zij naar openbaarheid van natuurdata waar dit mogelijk en verantwoord is. Een bekend voorbeeld van een door Natuurinformatie ontwikkelde website is Waarneming.nl, de centrale en openbare website voor alle natuurwaarnemingen in Nederland.


    Website: Stichting Natuurinformatie
    Email: info@natuurinfo.nl
      Stichting Probos

    Stichting Probos voert op eigen initiatief en in opdracht van anderen projecten uit met het oog op een zorgvuldige afweging van belangen en een gezonde financieringsbasis van het (Nederlandse) bos. Dienstverlening, onderzoek, ontwikkeling en voorlichting zijn hierbij de kernactiviteiten.

    'Bosdata' is één van de werkvelden van Probos. In dit verband werkt Probos aan een betere informatievoorziening voor het bos- en natuurbeheer door een doelmatige inzet van Informatie- en Communicatie Technologie (ICT). De werkzaamheden variëren van eenvoudige informatieanalyses tot het bouwen van ingewikkelde geografische systemen en het ontwerpen van complete meetnetten en internetsites.


    Website: Probos
    Email: mail@probos.nl
      Stichting Rugvin

    Sitchting Rugvin voert onderzoek uit gericht op soortendiversiteit, populatiedynamica en gedrag van walvisachtigen (cetaceeën) in de Noordzee. De stichting monitort walvisachtigen door middel van systematische waarnemingen op zee. De stichting communiceert vervolgens via voorlichting en educatie over de gevonden data.

    De stichting coördineert het meetnet 'Bruinvis monitoring Oosterschelde' en het meetnet 'Monitoring Walvisachtigen'.

    Organisatie: het onderzoek van de stichting wordt mogelijk gemaakt door WNF Nederland en Stena Line.


    Website: Stichting Rugvin
    Email: rugvin@planet.nl
      Stichting TINEA

    Stichting TINEA heeft tot doel het bevorderen van kennis over aantallen en verspreiding van de in Nederland gevonden soorten Kleine vlinders. TINEA is een vrijwilligersorganisatie.

    Stichting TINEA is lid van de Stichting VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF) en werkt tevens nauw samen met de Gegevensautoriteit Natuur (GaN).


    Website: TINEA
    Email: stichtingtinea@tiscali.nl
      VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF)

    De Stichting VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF) is het samenwerkingsverband van tien Particuliere Gegevensbeherende Organisaties, de PGO’s. Deze PGO’s verzamelen gegevens van alle in Nederland voorkomende soorten planten en dieren. Daaronder vallen bekende soortgroepen als planten, vogels, vlinders, paddestoelen en zoogdieren, maar ook amfibieën, reptielen, vissen en allerlei groepen ongewervelden. Vrijwilligers verzamelen het grootste deel van de gegevens, ondersteund door een (professionele) staf. Deze gegevens en waarnemingen worden geleverd aan de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF).

    Contact:
    Stichting VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF)
    Erasmusplein 1, kamer 18.03
    6525 HT  Nijmegen

    Postadres:
    Postbus 9010
    6500 GL Nijmegen
     
    Bezoek:
    Toernooiveld 1
    6525 ED  Nijmegen
    Telefoon: 024 - 36 52 35 3


    Website: VOFF
    Email: voff@voff.nl
      Vereniging voor natuur en milieu educatie (IVN)

    Het IVN is een vereniging van vrijwilligers en beroepskrachten die streeft naar meer natuur en een betere kwaliteit van het milieu. Verspreid over Nederland heeft het IVN ruim 170 afdelingen. Ongeveer 16.000 leden zetten zich actief in voor natuur en milieu, door middel van voorlichtende en educatieve activiteiten.

    Sommige lokale afdelingen hebben een werkgroep ‘Monitoring/Inventarisaties’.

    Bezoekadres:
    Plantage Middenlaan 2c
    Amsterdam

    Telefoon: 020 - 622 8115


    Website: Vereniging voor natuur en milieu educatie
    Email: ivn@ivn.nl
      Vleermuiswerkgroep Nederland (VLEN)

    De Vleermuiswerkgroep Nederland (VLEN) heeft als doel kennis over vleermuizen te bevorderen en houdt zich o.a. bezig met monitoring en verspreidingsonderzoek. De leden van de VLEN zijn zowel amateurs als professionals die zich met vleermuisonderzoek bezig houden.

    Organisatie: De VLEN is in 1999 opgericht als uitwerking van het Vleermuis Atlas Project, Stichting Vleermuisonderzoek en Stichting Vleermuis Bureau.


    Website: Vleermuis.net
    Email: secretariaat@zoogdiervereniging.nl
      Vlinderstichting

    De Vlinderstichting is een natuurbeschermingsorganisatie die zich sterk maakt voor het behoud en herstel van vlinders en libellen in Nederland en Europa. Door gericht onderzoek, monitoring en het geven van adviezen zet de Vlinderstichting zich in voor vlinders en libellen.

    De Vlinderstichting werkt vaak samen met of in opdracht van anderen, bijvoorbeeld Vereniging Natuurmonumenten, CBS, RIVM, provinciale landschappen, ministerie van EL&I, provincies en gemeenten.

    De Vlinderstichting is lid van de Stichting VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF) en levert bijdragen aan het Landelijk Meetnet Vlinders en het Landelijk Meetnet Libellen.


    Website: Vlinderstichting
    Email: info@vlinderstichting.nl
      Willem Beijerinck Biologisch Station

    Het Willem Beijerinck Biologisch Station doet onderzoek naar de stand van de loopkevers in Nederland. De soortensamenstelling en gemiddelde grootte zijn namelijk een afspiegeling van de grondsoort en de kwaliteit van deze grond. Monitoring van loopkevers is derhalve zinvol vanwege de indicatieve waarde van de gegevens.


    Website: Willem Beijerinck Biologisch Station
    Email: secretariaat@biological-station.com
      Zoogdiervereniging

    De Zoogdiervereniging zet zich in voor de studie en de bescherming van alle in het wild levende zoogdieren en hun leefgebieden.

    De Zoogdiervereniging is deelnemer aan het Netwerk Ecologische Monitoring van de rijksoverheid en voert in dit kader tellingen uit van vleermuizen in winterslaap en, in samenwerking met SOVON Vogelonderzoek, van zoogdieren die overdag actief zijn. Op eigen initiatief werkt de vereniging al enkele jaren aan het landelijk Verspreidingsonderzoek Nederlandse Zoogdieren (VONZ).

    De oude naam van de Zoogdiervereniging is 'Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming' (VZZ).

    De Zoogdiervereniging participeert in de Stichting VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF).

    Bezoekadres:
    Gebouw Mercator III
    Toernooiveld 1
    6525 ED Nijmegen

    Postadres:
    Postbus 6531
    6503 GA  Nijmegen

    Telefoon: 024 - 741 05 00


    Website: Zoogdiervereniging
    Email: secretariaat@zoogdiervereniging.nl

    Organisaties > Bedrijven (?)

      3dTransition

    3dTransition is onderdeel van LatourAdvies B.V.
    3dTransition zorgt voor inspirerende monitoringrapportages.

    Post- en bezoekadres:
    3dTransition
    Bas Backerlaan 5
    7316 DX  Apeldoorn

    Telefoon: 055 - 53 43 870


    Website: 3dTransition
    Email: joris.latour@3dTransition.com
      Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek

    Altenburg & Wymenga (A&W) is een onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van ecologie en verwante thema’s als water, natuurbeheer en ruimtelijke inrichting. Het bedrijf opereert in geheel Nederland en deels daarbuiten. Eigen veldonderzoek en data-analyse zijn belangrijke bronnen voor inspiratie en kennisopbouw.


    Website: A&W ecologisch onderzoek
    Email: info@altwym.nl
      Alterra (Wageningen UR)

    Alterra is het kennisinstituut voor de groene leefomgeving en maakt deel uit van Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Alterra bundelt expertise op het gebied van groene ruimte en duurzaam maatschappelijk gebruik o.a. water, landschap en recreatie. Alterra verricht strategisch en toegepast onderzoek ten behoeve van beleid, beheer en ontwerpen van de groene ruimte op lokale, regionale, nationale en internationale schaal.

    Voor uitgebreid zoeken naar WURcontactpersonen en -experts klik op Wageningen UR.

    Postadres
    Postbus 47
    6700 AA  Wageningen

    Bezoekadres
    Gebouw 100 + 101
    Droevendaalsesteeg 3
    6708 PB  Wageningen

    Telefoon: 03 17 - 48 07 00
    Fax: 03 17 - 41 90 00


    Website: Alterra (Wageningen UR)
    Email: info.alterra@wur.nl
      Aqua-Terra Nova
    Aqua-Terra Nova BV is een onafhankelijk adviesbureau dat gespecialiseerd is in de werkvelden water, milieu, ecologie en ruimtelijke ordening.
    Website: Aqua-Terra Nova
    Email: info@aquaterranova.nl
      ARCADIS
    Het adviesbureau ARCADIS levert advies- en ingenieursdiensten op het gebied van de fysieke leefomgeving aan bedrijven in binnen- en buitenland. Het realiseert projecten en programma's vanaf het concept en ontwerp tot de oplevering en het beheer.
    Website: ARCADIS
    Email: info@arcadis.nl
      BodemOnderZoeker BV

    De BodemOnderZoeker BV is een bedrijf dat is gespecialiseerd in de uitvoering van 1e fase onderzoeken en keuringen van zeer diverse aard. Het doet onder andere bodemonderzoek, alle vormen van bouwstoffenonderzoek inclusief onderzoek naar asbest in grond en puin, waterbodemonderzoek, asbestonderzoek. Daarnaast voeren we allerlei monitoringen uit, tot aan afvalwater toe, en is het bedrijf toegelaten als milieukundig begeleider van saneringen. Hierbij is de kern van het werk vooral verificatie en evaluatie.

    Tenslotte is er een specialist in dienst die onder andere herbeoordeling van rapportages van derden en (contra-)expertisewerk uitvoert in opdracht van derden. Dit meestal terzake van juridische geschilen.

    Post- en bezoekadres:
    De BodemOnderZoeker B.V.
    Keetweg 11 - 13
    4341 BJ Arnemuiden


    Website: BodemOnderZoeker BV
    Email: info@debodemonderzoeker.com
      Bureau Natuurbalans - Limes Divergens
    Bureau Natuurbalans - Limes Divergens is een onafhankelijk ecologisch advies- en onderzoeksbureau. Het voert ecologisch onderzoek uit, waaronder de monitoring van diverse diersoorten, en adviseert overheidsinstanties, bedrijven, terreinbeheerders en natuur- en milieuorganisaties.
    Website: Natuurbalans Adviesbureau
    Email: info@natuurbalans.nl
      CSO Adviesbureau voor Milieu, Ruimte en Water

    CSO Adviesbureau voor Milieu, Ruimte en Water is een bureau dat zich specialiseert in  het duurzaam oplossen van milieuvraagstukken van bedrijfsleven, overheden en andere instellingen. Het gaat daarbij onder andere om onderzoek en advies en ontwikkeling en toepassing van software. Ook ondersteunt het overheden bij totstandkoming, uitvoering en evaluatie van beleid.

    CSO is onderdeel van Karnel Environmental Services.


    Website: CSO
    Email: info@cso.nl
      dBvision

    dBvision werkt aan de aanpak van geluidhinder en luchtverontreiniging met behulp van door het bedrijf ontwikkelde GIS-systemen.


    Website: dBvision
    Email: info@dBvision.nl
      De Heer & Co.

    De Heer & Co. is een communicatiebureau met inhoudelijke deskundigheid op het terrein van natuur en leefomgeving. De Heer & Co. werkt voor overheden, onderzoeksinstellingen, maatschappelijke organisaties en bedrijven op nationaal, maar ook op Europees niveau.

    Contactpersoon: Mireille de Heer

    De Heer & Co.
    Boothstraat 1C
    3512 BT Utrecht

    Telefoon: 030 - 275 1326

     


    Website: De Heer & Co.
    Email: contact@dhec.nl
      DGMR

    Ingenieursbureau DGMR levert diensten en producten ter verbetering van de leef-, woon- en werkomgeving. Expertisevelden zijn gezondheid, veiligheid en duurzaamheid.


    Website: DGMR
    Email: info@dgmr.nl
      DHV
    DHV is een  internationaal advies- en ingenieursbureau dat diensten verleent op het gebied van mobiliteit, bouw & industrie, gebiedsontwikkeling, milieu & duurzaamheid en water. Het richt zich op de totale projectcyclus en omvat management consultancy, adviesdiensten, ontwerp en engineering, project-, contract- en assetmanagement.
    Website: DHV
    Email: suzette.schreuder@dhv.com
      DWA

    Gemeenten en provincies spelen een belangrijke rol bij het terugdringen van de CO2-uitstoot. DWA ondersteunt hen beleidsmatig, inhoudelijk en procesmatig bij het formuleren van realiseerbare ambities met betrekking tot klimaatbeleid én het daadwerkelijk waarmaken van deze ambities. DWA heeft hiervoor onder andere de CO2-monitor ontwikkeld, een instrument om resultaten van gemeentelijk en provinciaal klimaatbeleid weer te geven.

    Contactpersoon:
    Wilfred van der Plas


    Website: DWA
    Email: plas@dwa.nl
      Ecofys Netherlands BV

    Ecofys is een onderzoek- en adviesbureau voor energiebesparing en duurzame energietoepassingen.

    Postadres:
    Postbus 8408
    3503 RK Utrecht

    Bezoekadres:
    Kanaalweg 16-G
    3526 KL Utrecht

    Telefoon: 030 - 280 83 00


    Website: Ecofys Netherlands BV
    Email: info@ecofys.nl
      EMAIL Milieubeleidsadvies

    EMAIL Milieubeleidsadvies assisteert nationale en internationale overheidsorganisaties bij het opzetten en verbeteren van het milieubeleid. Monitoring is daar een integraal onderdeel van.

    Op internationaal niveau zijn verschillende projecten uitgevoerd voor de Europese Commissie (DG Eurostat) inzake milieudruk indicatoren, indicatoren voor integratie van milieu in sectoraal beleid, kwaliteitsprofielen (meta-informatie), en het stroomlijnen van verschillende Europese indicator sets. Verder is geasssisteerd bij het opzetten van monitoringsystemen in Palestina, Servie en Kosovo.

    Postadres:
    Postbus 3010
    2301 DA  Leiden


    Website: EMAIL Milieubeleidsadvies
    Email: info@milieubeleidsadvies.nl
      Envita
    Envita is een onafhankelijk ingenieursbureau dat bedrijven en overheden ondersteunt op het gebied van bodem, water en milieu bij infra- en nieuwbouwprojecten en bij ruimtelijke ontwikkelingsvraagstukken.
    Website: Envita
    Email: info@envita-nijmegen.nl
      Gelders Adviesbureau voor Infrastructuur & Milieu (GAIM)
    GAIM (Gelders Adviesbureau voor Infrastructuur & Milieu) is een adviesbureau dat zich richt op het gebied van infrastructuur, landmeten en milieu. Het bestaat sinds 1996 en is gehuisvest in Ede.
    Website: GAIM
    Email: advies@gaim.nl
      Grontmij
    Grontmij is een advies- en ingenieursbureau, dat zich richt op de advisering en verbetering van management, engineering en contracting in de sectoren milieu en ruimte, water, energie, bouw en vastgoed, industrie en infrastructuur en geo-informatie. 
    Website: Grontmij
    Email: communicatie@grontmij.nl
      HB Adviesbureau
    HB Adviesbureau is een middelgroot bureau dat advies- en ingenieursdiensten en praktische ondersteuning aanbiedt op het gebied van milieu, geo-informatie, infra en landschapsarchitectuur en stedenbouw. Het werkgebied van het bureau is West- en Noord-Nederland.
    Website: HB Advies
    Email: info@hbadvies.nl
      ICON PROJECTS

    ICON  PROJECTS is een adviesbureau voor beleids- en kennis-ontwikkeling voor omgevingsbeleid. Het bureau richt zicht op alle aspecten van de leefbaarheid en duurzaamheid van de leefomgeving.

    Contactpersoon: John van Grunsven

    Post- en bezoekadres:
    ICON PROJECTS
    Ambachtsweg 4 H-Bis
    3953 BZ  Maarsbergen

    Telefoon: 0343 - 43 73 89


    Website: ICON PROJECTS
      Infoplan

    Infoplan BV is een adviesbureau dat sinds 1986 werkt aan informatie- en organisatieprojecten voor landelijke, provinciale en regionale overheden en voor planbureaus en onderzoekinstituten. Specifiek op het gebied van monitoring voert Infoplan studies uit en ontwikkelt Infoplan monitoringsystemen op het gebied van milieu, water, natuur, landschap en leefomgeving.

    Postadres:
    Postbus 140
    4140 AC Leerdam
    Telefoon: 0345 - 54 84 84


    Website:
    Email: infoplan@kpnplanet.nl
      INPIJN-BLOKPOEL Ingenieursbureau
    INPIJN-BLOKPOEL Ingenieursbureau is een geotechnisch ingenieursbureau op internationaal niveau, wat tevens actief is op milieugebied.
    Website: INPIJN-BLOKPOEL Ingenieursbureau
    Email: post@inpijn-blokpoel.com
      KEMA

    KEMA is van oorsprong het keuringsinstituut voor de Nederlandse elektriciteitssector. Inmiddels is KEMA echter uitgegroeid tot een internationaal onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van risico's en minimaliseren van risico's. Daarnaast leveren de adviseurs technische oplossingen en strategisch advies op het gebied van energie.

    Postadres:
    Postbus 9035
    6800 ET Arnhem

    Bezoekadres:
    Business Park Arnhem
    Utrechtseweg 310
    6812 AR Arnhem

    Telefoon: 026 - 356 91 11


    Website: KEMA
    Email: info@kema.nl
      KplusV Organisatieadvies

    KplusV ondersteunt overheid en bedrijfsleven in het ontwikkelen, uitwerken en implementeren van een visie op duurzaamheid in brede zin. Onderliggende thema's zijn o.a. afval, klimaat, energie en ontwikkeling en beheer van de openbare ruimte.

     

    Contactpersonen voor de thema's klimaat, afval en ruimte:

    drs. H.G. (Henk) Mogezomp

    drs. ir. A.D. (Aiko) Klein

     

    Telefoon: 026 – 355 13 55

    Fax: 026 – 355 13 99


    Website: KplusV Organisatieadvies
    Email: info@kplusv.nl
      KWR
    KWR (voorheen Kiwa Water Research) is een adviesbureau met de focus op water: van watersystemen tot watertechnologie en waterkwaliteit. KWR werkt samen met Nederlandse waterbedrijven, en opereert tevens internationaal.
    Website: KWR
    Email: info@kwrwater.nl
      MIDDAG milieuadvies
    MIDDAG milieuadvies adviseert bedrijven op het gebied van milieu, varierend van juridische kwesties tot bodemonderzoeken.
    Website: MIDDAG milieuadvies
    Email: info@middag-advies.nl
      Milicon
    Milicon is een onafhankelijk adviesbureau dat bedrijven ondersteunt in het ontwikkelen en realiseren van oplossingen voor hun duurzaamheidsvraagstukken.
    Website: Milicon
    Email: info@milicon.nl
      Mitec Advies B.V.

    Mitec Advies B.V. is een onafhankelijk milieukundig adviesbureau.
    Mitec is o.a. actief op het gebied van onderzoek aan en monitoring van de bodem.


    Website: Mitec Advies B.V.
    Email: info@mitecadvies.nl
      NatuurNetwerk BV
    NatuurNetwerk BV is een onafhankelijk ICT bedrijf dat real-time monitoring gegevens registreert en aanbiedt. Gegevens worden geregistreerd door toepassing van GIS (Geografisch Informatie Systeem).
    Website: NatuurNetwerk
    Email: info@natuurnetwerk.nl
      Nutriënten Management Instituut (NMI)
    Het Nutriënten Management Instituut bv is een toepassingsgericht onderzoek- en adviesbureau voor de bodem in de groene ruimte. Met kennis van bodemprocessen in de agrarische praktijk zoekt het naar duurzame oplossingen voor bodemgebruik en -beheer in het gehele landelijk gebied.
    Website: NMI
    Email: nmi@nmi-agro.nl
      PricewaterhouseCoopers (PwC)

    PricewaterhouseCoopers Nederland is een zelfstandig onderdeel van een wereldwijd netwerk in 149 landen. In Nederland zijn meer dan 15 kantoren gevestigd. Zij ontwikkelen diensten en oplossingen voor ondernemings- en sectorvraagstukken. Oplossingen op het gebied van accountancy, belastingen en HR. Ook over prestatieverbetering, risicomanagement, fraudezaken of verbetering van IT-processen geven zij advies.

    Er zijn 17 kantoren in Nederland, te vinden via de website.


    Website: PricewaterhouseCoopers
      Pro Monitoring BV

    De kernactiviteiten van het ingenieursbureau Pro Monitoring BV betreffen luchtmetingen en advies. Pro Monitoring verricht onder andere onderzoek bij afvalverbrandingsinstallaties (afval-, slib- en houtverbranding), slibdrogers, asfaltinstallaties, voedselindustrie, de metaalverwerkende industrie. Het bureau werkt ook voor provincies en gemeenten.


    Website: Pro Monitoring BV
    Email: postbus@promonitoring.nl
      Royal Haskoning
    Royal Haskoning is een internationaal adviesbureau. De relatie tussen mens en omgeving staat centraal bij de advisering van projecten.
    Website: Royal Haskoning Nederland
    Email: info@royalhaskoning.com
      SGBO Onderzoeks- en adviesbureau

    SGBO is een onderzoeks- en adviesbureau voor bestuurs- en organisatievraagstukken.

     

    SGBO maakt deel uit van de BMC groep.

     

    Postadres:
    Postbus 10242
    2501 HE Den Haag

     

    Bezoekadres:
    Sophialaan 10
    Den Haag

     

    Telefoon: 070 - 373 83 57

    Fax: 070 - 363 93 45


    Website: SGBO Onderzoeks- en adviesbureau
    Email: info@sgbo.nl
      Sialtech
    Sialtech is een internationaal bedrijf gespecialiseerd in veldwerk voor milieuonderzoeken, geotechnische onderzoeken en hydrografische rapportages. 
    Website: Sialtech
    Email: info@sialtech.nl
      Tauw
    Advies- en ingenieursbedrijf Tauw richt zich op de gebieden van stedelijk gebied en infrastructuur, water en landelijk gebied en bedrijven.
    Website: Tauw
    Email: info.utrecht@tauw.nl
      Telos

    Telos levert als een onafhankelijk kenniscentrum een bijdrage aan duurzame ontwikkeling in Brabant. Telos ontwikkelt en ontsluit kennis over duurzaamheid ten behoeve van innovaties en veranderingsprocessen.


    Website: Telos
    Email: telos@uvt.nl
      TTE Consultants

    TTE Consultants is een adviesbureau op het gebied van klimaat, ruimtelijke ordening en milieu.


    Website: TTE Consultants
    Email: info@engineers.nl
      V&S Milieu Adviseurs
    V&S Milieu Adviseurs is een adviesbureau dat zich concentreert  op projecten rond bodemsaneringen en bedrijfsoplossingen.
    Website: V&S Milieu
    Email: info@v-smilieu.nl
      Veldapps

    Veldapps is een bedrijf dat web-applicaties levert voor de smartphone. De applicaties kunnen gebruikt worden in het veld voor bijvoorbeeld bodemonderzoek.


    Website: Veldapps
    Email: info@veldapps.com
      VuurTooren
    VuurTooren is een adviesbureau op het gebied van milieu, bodem, GIS, geostatistiek en energiebesparing (energielabel, maatwerkadvies).
    Website: VuurToren
    Email: coen@vuurtooren.nl
      Witteveen+Bos

    Adviesbureau Witteveen+Bos biedt adviezen en ontwerpen op het gebied van water, infrastructuur, ruimte, milieu en bouw.

    Contactgegevens:
    Van Twickelostraat 2
    Postbus 233
    7400 AE Deventer

    Telefoon: 0570 - 69 79 11


    Website: Witteveen+Bos
    Email: info@witteveenbos.nl

    Overleggroepen > Overleggroepen (?)

      Begeleidingscommissie F-gassen

    Begeleiding van het jaarlijks terugkerende onderzoek van PriceWaterhouseCoopers naar fluorhoudende gassen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&M. AgentschapNL coördineert de begeleiding.

    Participerende organisaties: AgentschapNL, PWC, PBL /ER
    Voorzittende organisatie: AgentschapNL


    Email: info@agentschap.nl
      Begeleidingscommissie Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP)

    De begeleidingscommissie Landelijk Afvalbeheerplan 2002-2012 (LAP) stelt vierjaarlijks het afvalbeheersplan op waarin het beleid moet zijn vastgelegd voor het beheer van alle afvalstoffen waarop de Wet milieubeheer van toepassing is.

    Voorzittende organisatie: AgentschapNL/ Uitvoering Afvalbeheer
    Secretaris: Marco Kraakman van AgentschapNL


    Email: m.kraakman@senternovem.nl
      Begeleidingscommissie Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM)

    Diverse organisaties hebben zitting in de commissie en adviseren aan de ministeries van EL&I en I&M over inhoudelijke, organisatorische en financiële aspecten van het LMM. Klik hier voor meer informatie over het LMM. 

    Participerende organisaties: I&M/DGM, EL&I, RIVM, LEI, PBL
    Voorzittende organisatie: DGM/BWL
    Voorzitter: Rinske van Tol

     

    Websites:

    LMM-website RIVM (o.a. over monsterneming en ontwikkeling grondwaterkwaliteit)

    LMM-website LEI (o.a. over mestgebruik, stikstofbodemoverschotten en Bedrijven-InformatieNet) 


    Website:
    Email: lmm@rivm.nl
      Begeleidingscommissie Limnodata

    De begeleidingscommissie Limnodata richt zich op de kwaliteitszorg voor het Limnodatasysteem, de identificatie van meetpunten en de definitie van watertypen.

    Participerende organisaties: Waterschappen, de Waterdienst, STOWA, PBL


    Website: Limnodata
    Email: B.van.der.Wal@stowa.nl
      Begeleidingsgroep DGM bod

    Het Directoraat-Generaal Milieu (DGM) is opgegaan in andere organisatieonderdelen van het ministerie van VROM (nu: I&M).


    DGM heeft aangeboden om de provinciale monitoring te bundelen en onder te brengen bij het RIVM, zodat uniformering van monitoring mogelijk is. DGM heeft verder aangeboden (het zogenaamde DGM bod) voor financiering van deze monitoring zorg te dragen, wanneer de provincies de (provinciale) monitoring onderbrengen bij het RIVM.

    Het rapport Inventarisatie DGM-bod is inmiddels opgeleverd. Er heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden over een eventueel vervolg.

      Begeleidingsgroep Mariene EHS

    De Begeleidingsgroep Mariene EHS brengt gegevens in beeld over de zoutwaterecologie in de EHS.

    Participerende organisaties: EL&I, PBL en andere organisaties
    Voorzittende organisatie: EL&I
    Voorzitter: V. van der Meij


    Email: v.van.der.meij@minlnv.nl
      Begeleidingsgroep Populatiekaart

    De Begeleidingsgroep Populatiekaart draagt zorg voor scanning en scouting van gegevens over ammoniak.

    Participerende organisaties: Ministerie van I&M, RIVM


    Email: info@rivm.nl
      Beheercommissie Nieuw Nationaal Model Lucht

    De Beheercommissie NNM is als zodanig opgehouden te bestaan en opgegaan in de Werkgroep LuchtkwaliteitsModellen (WLM).


    Deze commissie heeft tot taak een nieuw Nationaal Model Lucht te ontwikkelen. Dit model zal gericht zijn op de luchtkwaliteit in de bebouwde kom.

    Participerende organisaties: PBL, TNO, KEMA, I&M


    Email: info@infomil.nl
      Beheeroverleg electronische MilieuJaarVerslagen (eMJV)

    Dit overleg begeleidt het proces van de totstandkoming van de electronische milieujaarverslagen.

    Participerende organisaties: PBL, I&M, FO Industrie, Dienst Regelingen, Infomil, AgentschapNL
    Voorzittende organisatie: PBL
    Voorzitter: Wim van der Maas


    Email: wim.vandermaas@pbl.nl
      Bodem Ontwikkel Groep (BOOG)

    De BodemOntwikkelGroep (BOOG) is het IPO Vakberaad Bodem: het overleg tussen de bodemmanagers van de 12 provincies. Onder BOOG vallen de vakgroepen Bodembescherming en Bodemsanering en het Juristenoverleg Bodem. Aan deze vakgroepen nemen inhoudelijk deskundigen van de provincies deel.

     

    Contactpersoon:

    Astrid Roenhorst

    Telefoon: 073 - 681 22 54


    Website: BodemOntwikkelGroep
    Email: aroenhorst@brabant.nl
      Brede Overleg- en Adviesgroep Landelijk Gebied (BALG)

    De Brede Overleg- en Adviesgroep Landelijk Gebied (BALG) van het IPO draagt zorg voor afstemming van plankaarten. Tevens is de BALG verantwoordelijk voor het vierjaarlijks laten opstellen van de provinciale verdrogingskaarten.  

     

    Participerende organisaties: provincies
    Voorzittende organisatie: provincie Noord-Brabant

    Voorzitter: mw. H.M.H. Bloem

     

    Contactpersoon:

    Mw. H.M.H. Bloem (voorzitter)

    Telefoon: 073 - 680 81 73


    Email: info@brabant.nl
      Brede Overleg- en Adviesgroep Milieu (BOAG-M)

    De Brede Overleg en Adviesgroep Milieu (BOAG-M) is een IPO-overleg op ambtelijk niveau. Deze groep adviseert de IPO-adviescommissie Milieu over beleidsontwikkeling, -implementatie en -uitvoering op het gebied van provinciale milieuvraagstukken.

     

    Participerende organisaties: provincies
    Voorzittende organisatie: provincie Gelderland
    Voorzitter: Johan Janssen


    Email: jhg.janssen@gelderland.nl
      Brede Overleg- en Adviesgroep Water (BOAG-W)

    De Brede Overleg- en Adviesgroep Water (BOAG-W) is een IPO-overleg op ambtelijk niveau. Dit overleg adviseert de IPO-adviescommissie Water over beleidsontwikkeling, -implementatie en -uitvoering op het gebied van provinciale watervraagstukken. 

    Participerende organisaties: provincies
    Voorzittende organisatie: provincie Zeeland
    Voorzitter: G.H.F. Timmermans

    Contactpersoon:
    Hugo van de Baan (IPO)


    Email: hvdbaan@ipo.nl
      Cluster Monitoring Rapportage en Evaluatie (CMRE)

    Het LBOW Cluster Monitoring Rapportage en Evaluatie (CMRE) ontwikkelt standaarden voor gegevensverzameling, monitoring, rapportage en evaluatie van het waterbeheer. Daarnaast rapporteert het over de uitvoering van het waterbeleid. Alle publicaties van dit cluster treft u aan op de website van de helpdesk water.

    Voorzittende organisatie: Rijkswaterstaat
    Secretaris: Aleid Mansholt


    Website: Helpdesk Water
    Email: aleid.mansholt@rws.nl
      DINO Gebruikersoverleg

    Het DINOLoket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland.

     

    Het DINO Gebruikersoverleg is bedoeld om de functionaliteiten van het DINO-systeem aan te sluiten op de wensen van de gebruikers van het systeem.

     

    Participerende organisaties: alle grotere gebruikers van DINO
    Voorzittende organisatie: TNO

    Website: DINO Loket
    Email: peter.jellema@tno.nl
      Directeurenoverleg Water

    Het Directeurenoverleg Water in onderstaande vorm is opgeheven.

      


    Het PBL ontwikkelt samen met Deltares, Alterra, het WL en de Waterdienst een nieuw geïntegreerd hydrologisch model, het NHMi. Hierdoor kan de nu veelal verspreid aanwezige kennis zo optimaal mogelijk gebruikt worden en zijn landelijke beleidsanalyses mogelijk.

      

    Het Directeurenoverleg Water keurt projectplannen voor het NHMi goed en draagt zorg voor de financiering.

     

    Participerende organisaties: TNO, de Waterdienst, Alterra, PBL, WL, STOWA
    Voorzittende organisatie: de Waterdienst

      Emissieregistratie (ER) Taakgroep ENINA

    De ER Taakgroep Enina richt zich op het inventariseren en in kaart brengen van de emissies van Energie, Industrie, Raffinaderijen en Afvalverwerking. Deze gegevens worden opgenomen in de Emissieregistratie en omvatten gegevens van de uitstoot van verontreinigende stoffen naar lucht, water en bodem. 

      

    Participerende organisaties: PBL, TNO, CBS, de Waterdienst, Uitvoering afvalbeheer, Agentschap NL, Faciliterende organisatie (FO) Industrie
    Voorzittende organisatie: PBL
    Voorzitter: Wim van der Maas


    Website: Emissieregistratie
    Email: Wim.vanderMaas@pbl.nl
      Emissieregistratie (ER) Taakgroep MEWAT

    De Emissieregistratie (ER) wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&M. De taakgroep Methodiekontwikkeling Wateremissies (MEWAT) stelt de emissies van de diverse doelgroepen naar water vast. 

     

    Participerende organisaties: RWS, de Waterdienst, CBS, PBL, TNO

      

     

     



    Website: Emissieregistratie
    Email: emissieregistratie@pbl.nl
      Emissieregistratie (ER) Taakgroep Verkeer en Vervoer

    De Emissieregistratie (ER) wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&M.

    In de Taakgroep Verkeer en Vervoer worden de emissies naar bodem, water en naar lucht vastgesteld uit verkeer en vervoer (luchtvaart, scheepvaart en wegverkeer).

    Participerende organisaties: TNO, PBL, AVV, CBS en de Waterdienst
    Voorzittende organisatie: PBL
    Voorzitter: Gerben Geilenkirchen


    Website: Emissieregistratie
    Email: Gerben.Geilenkirchen@pbl.nl
      Emissieregistratie (ER) Taakgroep WESP

    De Emissieregistratie (ER) wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&M. In de taakgroep overige bronnen (WESP) worden de emissies door productgebruik (consumenten) vastgesteld, evenals de emissies uit de doelgroep handel, diensten en overheid (HDO).

    Participerende organisaties: PBL, TNO en CBS
    Voorzittende organisatie: TNO
    Voorzitter: Peter Koene


    Website: Emissieregistratie
    Email: emissieregistratie@pbl.nl
      Emissieregistratie (ER) Trendanalysedag

    De Emissieregistratie (ER) wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&M. De Trendanalysedag draagt jaarlijks zorg voor het analyseren en vaststellen van de trends alsmede het controleren van de gegevens.

     

    Participerende organisaties: ER, PBL, de Waterdienst, RIVM en LEI
    Voorzittende organisatie: Emissieregistratie
    Voorzitter: Paul Ruyssenaars


    Website: Emissieregistratie
    Email: paul.ruyssenaars@pbl.nl
      Emissieregistratie (ER) Werkgroep Landbouw en Landgebruik

    De EmissieRegistratie (ER) wordt uitgevoerd in opdracht van de ministeries van I&M en EL&I. In de Werkgroep Landbouw en Landgebruik worden de emissies naar bodem, water en naar lucht vastgesteld. Daarnaast vindt afstemming plaats over de gehanteerde methodieken en het gebruik en de beschikbaarheid van de basisgegevens.

     

    Participerende organisaties: PBL, LEI, Alterra, CBS, Directie Kennis, TNO en de Waterdienst


    Website: Emissieregistratie
    Email: emissieregistratie@pbl.nl
      Expertise Netwerk Bodem en Ondergrond

    Het Expertise Netwerk Bodem en Ondergrond werkt aan meer samenhang en samenwerking in het overbrengen van kennis over bodem en ondergrond.

    Het Netwerk is een samenwerkingsverband van Bodem+, SKB, SIKB en Centrum voor Ondergronds Bouwen (COB).


    Website: Expertise Netwerk Bodem en Ondergrond
    Email: henk.vanzoelen@agentschap.nl
      Gebruikersgroep Nationaal Wegenbestand (NWB)

    De Gebruikersgroep Nationaal Wegen Bestand (NWB) richt zich op afstemming van het NWB op de wensen van gebruikers.

     

    Participerende organisaties: Alle gebruikers van het NWB
    Voorzittende organisatie: DID


    Website: Nationaal Wegenbestand
    Email: did-info@rws.nl
      Gebruikersraad Kadaster

    De Gebruikersraad Kadaster adviseert de Raad van Bestuur van het Kadaster omtrent de kwaliteit en doelmatigheid van de dienstverlening en tarieven van het Kadaster.

     

    Participerende organisaties: Klantengroepen waaronder notariaat, makelaardij, gemeenten, ministeries, provincies, waterschappen, hypothecair financiers, geo-bedrijfsleven en consumenten
    Voorzitter: dhr. F. Wilmink

    Plv. voorzitter: dhr. M. Zonnevylle

    Zie voor meer informatie het jaarverslag van het Kadaster op de onderstaande website.


    Website: Gebruikersraad Kadaster
    Email: jan.stufken@kadaster.nl
      Grondwaterplatform

    Platform voor gebieds- en systeemgericht grondwaterbeheer.

    Contactpersoon:
    Ebel Smidt


    Website: Grondwaterplatform
    Email: smidt.sg@inter.nl.net
      IMPEL

    IMPEL staat voor: European Network for the Implementation and Enforcement of Environmental Law

    IMPEL is een internationale non-profit vereniging van milieuinstanties in de lidstaten en kandidaat-lidstaten van de Europese Unie en EEA landen.


    Website: IMPEL
    Email: env-europa@ec.europa.eu
      Implementatieteam Besluit Bodemkwaliteit

    Het Implementatieteam Besluit Bodemkwaliteit heeft tot doel: afstemmen communicatie, inventariseren en vertalen signalen, adviseren opdrachtgever over beleidsmatige zaken, aansturen monitoring en oppakken uitvoeringsknelpunten.

    Voorzittende organisatie: I&M/Bodem+
    Voorzitter: Marc Pruijn

    Contactpersoon:
    Michiel Gadella (secretaris; Agentschap NL)
    Telefoon: 06 - 4571 7396

     


    Website: Besluit Bodemkwaliteit
    Email: m.gadella@senternovem.nl
      Interprovinciale werkgroep voor inventarisaties en monitoring van Natuur en Landschap (IAWM)

    De IAWM houdt zich inhoudelijk bezig met inventarisaties en monitoring van natuur en landschap. Zij is gesprekspartner vanuit de gezamenlijke provincies voor het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM), de Gegevensautoriteit Natuur (GaN) en soms projecten van Alterra. Het gaat vooral om onderlinge afstemming en uitwisseling van kennis en ervaringen.

    Voorzitter en contactpersoon: Joop Smittenberg (provincie Drenthe)


    Email: j.smittenberg@drenthe.nl
      IOG-Geo (IPO)

    IOG-Geo is het IPO vakberaad voor geo-informatie. Het treedt op als adviseur voor provincies en namens provincies. Ook voert IOG-Geo zelf projecten uit.

    Postadres:
    Postbus 16107
    2500 BC Den Haag

    Bezoekadres:
    Muzenstraat 61
    2511 WB Den Haag

    Telefoon: 070 - 888 12 12
    Fax: 070 - 888 12 80


    Website: IPO
    Email: ipo-info@wb.ipo.nl
      IPO - Adviescommissie Milieu

    Deze commissie heeft tot taak het IPO-bestuur te adviseren over (inter)provinciaal beleid op het gebied van milieu.

     

    Participerende organisaties: provincies (bestuurlijk)
    Voorzittende organisatie: provincie Zuid-Holland
    Voorzitter:
    F.D. van Heijningen


    Website: IPO
    Email: fd.van.heijningen@pzh.nl
      IPO - Kerngroep Europees Milieubeleid (IPO-KEM)

    De Kerngroep Europees Milieubeleid (IPO-KEM) houdt het overzicht van prioritaire dossiers bij op het gebied van Europese milieuregelgeving. In de zogenoemde IPO-KEM-KMR matrix wordt per dossier aangegeven wat de stand van zaken is, wie erbij betrokken zijn en wat de interprovinciale inzet is. Het overzicht bevat ook een aantal dossiers die niet tot regelgeving, maar tot een Europees activiteitenprogramma leiden. De matrix wordt vier keer per jaar geactualiseerd.

    De werkzaamheden van IPO-KEM zijn opgenomen in het werkplan KEM.

    Downloads:

    Contactpersonen:


    Website: IPO-KEM pagina op Europa Decentraal
      IPO - Kerngroep Milieuregelgeving (IPO-KMR)

    De IPO Kerngroep Milieuregelgeving (IPO-KMR) houdt een overzicht bij van de (ontwikkeling van) milieuregelgeving in Nederland. In de IPO-KEM-KMR matrix wordt aangegeven wat de stand van zaken is van een actueel (prioritair) dossier, wie erbij betrokken zijn en wat de interprovinciale inzet is. De prioritaire dossiers zijn aangewezen door de managers en bestuurders van de provincies (in BOAG's en Adviescommissies). De KEM-KMR matrix wordt drie keer per jaar geactualiseerd.

    Downloads:

    Contactpersonen:


    Website:
      IPO - Vakberaad Stedelijk Gebied en Milieu (SGM)

    Het vakberaad adviseert het BOAG Milieu over provinciale milieubeleidsontwikkeling, -implementatie en -uitvoering in het stedelijk gebied.

      

    Participerende organisaties: Provincies


    Website: IPO
    Email: ipo-info@wb.ipo.nl
      IPO - Werkgroep Lucht

    In de Werkgroep Lucht vindt uitwisseling van informatie plaats over het provinciale luchtbeleid, luchtkwaliteit, vergunningen en handhaving.

     

    Participerende organisaties: Provincies


    Website: IPO
    Email: ipo-info@wb.ipo.nl
      Klankbordgroep Bodeminformatiebeheer

    Deze klankbordgroep ondersteunt het project Bodeminformatiebeheer bij belangrijke keuzes rond prioritering en urgentie. Bodeminformatiebeheer wordt gecoördineerd door Bodem+.

    De klankbordgroep bestaat uit de volgende personen:

    • Esther de Winter (provincie Noord-Holland)
    • Eric Kessels en Peter Ramakers (provincie Noord-Brabant)
    • Marc de Jong (gemeente Enschede)
    • Frans Otto en Koen Rutten (provincie Utrecht)
    • Laurens Kusse (Milieudienst Midden-Holland)
    • Wout de Vogel (ministerie van I&M)
    • Nol Witte (provincie Zuid-Holland)
    • Agnes Pels-Korenhof (Ggmeente Emmen)

    Website: Bodeminformatiebeheer
    Email: bodemplus@agentschapnl.nl
      Klankbordgroep INSPIRE

    De Klankbordgroep richt zich op het vormgeven van de Nederlandse inbreng in de Expert Group INSPIRE alsmede de implementatie van INSPIRE in Nederland.

     

    Participerende organisaties: Alterra, CBS, Kadaster, KNMI, I&M, PBL, TNO, VNG, GeoNovum, GBN, Dienst der Hydrografie, DLG, IOG-GEO, LSV-GBKN, RIVM, RWS, UvW
    Voorzittende organisatie:
    GeoNovum
    Voorzitter: Ruby Beltman


    Email: r.beltman@geonovum.nl
      Klankbordgroep NHMi

    Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) ontwikkelt samen met Deltares, Alterra, het WL en de Waterdienst een nieuw geïntegreerd hydrologisch model, het NHMi. Hierdoor kan de nu veelal verspreid aanwezige kennis zo optimaal mogelijk gebruikt worden en zijn landelijke beleidsanalyses mogelijk.

     

    De Klankbord richt zich op de ontwikkeling en uitvoering van het model NHMi.

     

    Participerende organisaties: PBL, Deltares, Alterra, Waterschappen, waternet, universiteiten en andere organisaties
    Voorzittende organisatie: PBL
    Voorzitter:
    Anton van der Giessen


    Email: anton.vandergiessen@pbl.nl
      Landbouwoverleg Elektronisch Milieujaarverslag (E-MJV)

    Het Landbouwoverleg Elektronisch Milieujaarverslag richt zich specifiek op de elektronische milieujaarverslagen voor landbouwbedrijven.

     

    Participerende organisaties: Dienst Regelingen, I&M, EL&I, PBL
    Voorzittende organisatie: I&M


    Email: helpdesk@emjv.info
      LISA Werkgroep Kwaliteit

    LISA is een databestand met gegevens over alle vestigingen in Nederland waar betaald werk wordt verricht. De kerngegevens per vestiging hebben een ruimtelijke component (adresgegevens) en een sociaal-economische component (werkgelegenheid en economische activiteit). Door de beschikbaarheid van dit type beschrijvende gegevens voor heel Nederland kan het LISA vestigingenregister beschouwd worden als het basisbestand voor sociaal-economisch en ruimtelijk onderzoek. Van elk willekeurig geografisch niveau en van elke activiteit kan bijvoorbeeld de werkgelegenheids(ontwikkeling) in beeld worden gebracht.

     

    Omdat LISA ook vestigingen van de overheid, het onderwijs, de gezondheidszorg en de vrije beroepsbeoefenaars registreert is LISA uniek in zijn soort. Verder zijn LISA-gegevens eenvoudig te koppelen aan andersoortige bestanden waardoor LISA voor vele beleidsvelden en beleidsmakers een waardevol instrument is.

     

    De Werkgroep Kwaliteit heeft de taak de kwaliteit van de gegevens die in LISA zijn opgenomen te bevorderen.

     

    Participerende organisaties: Interne werkgroep met deelname van de verschillende vestigingenregisters van LISA
    Voorzittende organisatie: Stichting LISA (Register Utrecht)
    Voorzitter: Maarten Bergmeijer


    Website: LISA
    Email: maarten.bergmeijer@provincie-utrecht.nl
      LOK-CEV overleg

    Het Planbureau voor de Leefomgeving (team Leefomgevingskwaliteit, LOK) en het Centrum voor Externe Veiligheid (CEV) van RIVM hebben een leveringscontract voor data over externe veiligheid.

    Het LOK-CEV overleg bewaakt de uitvoering van dit contract.

    Externe veiligheid
    Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving. Het betreft risico’s bij het gebruik, de opslag in bedrijven en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, LPG en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Ook de risico's van luchthavens vallen onder externe veiligheid.


    Email: guus.dehollander@pbl.nl
      Longlistoverleg Elektronisch Milieujaarverslag (E-MJV)

    Dit overleg is gericht op de inhoud van de electronische milieujaarverslagen.

     

    Participerende organisaties: FO Industrie, Dienst Regelingen, Infomil, Agentschap NL, PBL
    Voorzittende organisatie:
    PBL
    Voorzitter: Wim van der Maas


    Email: Wim.vanderMaas@pbl.nl
      Monitoringgroep Directoraat-Generaal Milieu (DGM)

    Binnen het ministerie van I&M heeft het directoraat-generaal Milieu (DG Milieu) de opdracht het duurzame karakter van de leefomgeving in stad, land en de wereld te bevorderen. De Monitoringgroep DGM adviseert de DGM-leiding en ondersteunt DGM-medewerkers aangaande monitoring en het implementeren van de DGM-visie betreffende monitoring.

     

    Participerende organisaties: DGM intern: KVI, BWL, SAS, LMV, SB, IZ, EV, DJZ
    Voorzittende organisatie: DGM/BWL
    Voorzitter: Kees Plug


    Email: kees.plug@minvrom.nl
      Nationaal Wateroverleg (NWO)

     

    Per 1 januari 2009 zijn het Landelijk Bestuurlijk Overleg Water (LBOW) en het Landelijk Bestuur Overleg Hoogwaterbescherming (LBOH) samengegaan in een nieuwe overlegstructuur: het Nationaal Wateroverleg (NWO).

    In het NWO overlegt de Staatssecretaris met de vertegenwoordigers van de andere partijen, die betrokken zijn bij het waterbeheer in Nederland: de koepelorganisaties (IPO, Unie van Waterschappen, VNG). Daar worden de landelijke zaken afgehandeld en worden de kaders gesteld voor de regionale aanpak. Monitoring is daarbij één van de onderwerpen.

    Daarnaast komen in het kader van hoogwaterbescherming onder andere de volgende onderwerpen aan de orde: kustbeleid, Ruimte voor de Rivier, het Hoogwaterbeschermingsprogramma, Veiligheid Nederland in Kaart, Zwakke Schakels, Waterveiligheid 21ste eeuw etc.

    Postadres:
    Helpdesk Water
    p/a Rijkswaterstaat Waterdienst
    Postbus 17
    8200 AA Lelystad
    Telefoon: 0800 - NLWATER (0800 - 659 28 37)

    Bezoekadres:
    Zuiderwagenplein 2
    Lelystad


    Website: Nationaal Wateroverleg (website Helpdesk Water)
    Email: contact@helpdeskwater.nl
      Ontwikkelgroep Harmonisatie Ammoniak Protocol

    De ontwikkelgroep heeft ten doel te komen tot een harmonisatie van het ammoniak protocol.

     

     

    Participerende organisaties: Alterra, ASG, LEI, CBS, PBL
    Voorzittende organisatie:
    Alterra
    Voorzitter:
    Gerard Veldhof


    Email: gerard.veldhof@wur.nl
      Ontwikkelgroep Monitoring en Evaluatie Agenda Vitaal Platteland (MEAVP)

    De Ontwikkelgroep Monitoring en Evaluatie Agenda Vitaal Platteland (MEAVP) richt zich op de ontwikkeling van een database waarin alle gegevens voor het ILG kunnen worden opgenomen. Het gaat om gegevens over normkosten, grondprijzen en milieutekorten.  

     

    Participerende organisaties: ministerie van EL&I
    Voorzitter: Paul Sinnige


    Email: p.sinnige@minlnv.nl
      Ontwikkelgroep Monitoring Nieuwe Technologie

    De Ontwikkelgroep Monitoring Nieuwe Technologie heeft tot taak om ontwikkelingen van nieuwe technologie te volgen.

    Participerende organisaties: Agentschap NL, PBL, CCT, KSI


    Email: info@agentschap.nl
      Opdrachtgever-opdrachtnemer overleg Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB)

    Overleg tussen opdrachtgever en opdrachtnemers over het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit 

     

    Participerende organisaties: I&M/DGM, RIVM, TNO
    Voorzittende organisatie: DGM
    Voorzitter: Kees Plug


    Email: kees.plug@minvrom.nl
      Opdrachtgever-opdrachtnemer overleg Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG)

    Overleg tussen opdrachtgever en opdrachtnemers over het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit.

     

    Participerende organisaties: I&M/DGM, RIVM, TNO
    Voorzittende organisatie: DGM
    Voorzitter: Kees Plug


    Email: kees.plug@minvrom.nl
      Overleg Enquête Bestrijdingsmiddelen

    De Enquête Bestrijdingsmiddelen Landbouw heeft tot doel het verkrijgen van landelijke gegevens over chemische, biologische en mechanische bestrijding in de belangrijkste gewassen in de land- en tuinbouw. Het Overleg Enquête Bestrijdingsmiddelen bespreekt de inhoud van de enquêtes voorafgaande aan een nieuwe enquête-ronde.

     

    Participerende organisaties: CBS, RIVM, PBL e.a.
    Voorzittende organisatie: CBS

    Contactpersoon: Rob Vijftigschild (CBS)


    Email: rvfd@cbs.nl
      Overleg Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB)

    Het Inhoudelijk Overleg LMB voert overleg over alle inhoudelijke aspecten van het LMB. Het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB) heeft als primaire doelstelling het nagaan van trendmatige veranderingen in de kwaliteit van de bodem ten gevolge van diffuse belasting van de bodem. Het object van onderzoek is de toplaag van de bodem (0-10 cm). Daarnaast wordt ook een diepere bodemlaag en het bovenste grondwater onderzocht.

    Participerende organisaties: DGM, RIVM, TNO
    Voorzittende organisatie: I&M/DGM
    Voorzitter: Herman Walthaus


    Email: herman.walthaus@minvrom.nl
      Overleg Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG)

    Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is opgebouwd uit circa 350 vaste meetpunten verspreid over heel Nederland. Doelen van het LMG zijn het vaststellen van veranderingen van de kwaliteit van het ondiep en middeldiep grondwater in Nederland en het beschrijven en verklaren van de waargenomen toestand en/of verandering in relatie tot milieudruk en beleidsmaatregelen.


    Het LMG wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&M. Het Overleg LMG heeft betrekking op alle inhoudelijke aspecten van het LMG.

     

    Participerende organisaties: DGM, RIVM, TNO
    Voorzittende organisatie: DGM
    Voorzitter: Murk de Roos


    Email: murk.deroos@minvrom.nl
      Overleg Lucht Metingen (OLM)

    Het OLM is een technisch afstemmingsoverleg om metingen vergelijkbaar te maken.

     

    Participerende organisaties: RIVM, VMM, Provincies, Gemeenten
    Voorzittende organisatie:
    RIVM
    Voorzitter:
    Hans Verboom


    Email: info@rivm.nl
      Overleg Relatiebeheerders Trend Meetnet Verzuring (TMV)

    Overleg tussen opdrachtgever en opdrachtnemers over alle aspecten van het Trend Meetnet Verzuring.

     

    Participerende organisaties: DGM, RIVM, EL&I
    Voorzittende organisatie: DGM
    Voorzitter: Kees Plug


    Email: kees.plug@minvrom.nl
      Overleg TrendMeetnet Verzuring (TMV)

    Het Inhoudelijk Overleg TMV voert overleg over alle inhoudelijke aspecten van het TMV. In het TrendMeetnet Verzuring (TMV) wordt de kwaliteit van het bovenste grondwater onder natuurgebieden op zandgrond in Nederland vastgesteld. Hiertoe wordt op 155 locaties het bovenste grondwater bemonsterd en geanalyseerd. Het TrendMeetnet Verzuring wordt door het RIVM geëxploiteerd in opdracht van het ministerie van I&M.

     

    Participerende organisaties: DGM, RIVM
    Voorzittende organisatie: DGM
    Voorzitter: Murk de Roos en Herman Walthaus


    Email: herman.walthaus@minvrom.nl
      Overleggroep Bestrijdingsmiddelenatlas

    De Bestrijdingsmiddelenatlas geeft op grond van meetgegevens van regionale waterbeheerders een landelijk beeld van de bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater. De overleggroep richt zich op de ontwikkeling van de bestrijdingsmiddelenatlas.

     

    Participerende organisaties: de Waterdienst en andere organisaties
    Voorzittende organisatie: de Waterdienst

    Voorzitter: Ruur Teunissen


    Email: r.teunissen@riza.rws.minvenw.nl
      Overleggroep Kwaliteitsborging EHS

    De Overleggroep Kwaliteitsborging EHS heeft tot doel de gegevensvoorziening rond de EHS te verbeteren. De overleggroep is in opbouw.

     

    Participerende organisaties: I&M, EL&I, PBL, provincies, terreinbeheerders
    Voorzittende organisatie: ministerie van EL&I
    Voorzitter: Sander de Bruin


    Email: s.de.bruin@minlnv.nl
      Overleggroep Nieuwe Inspectie Methodiek (NIM)

    Overleg van de uitvoerders Alterra en RIVM met de opdrachtgevers EL&I en I&M over inhoudelijke en organisatorische aspecten van de Nieuwe Inspectie Methodiek (NIM). 

     

    Participerende organisaties: I&M/DGM, EL&I, Alterra, RIVM, PBL
    Voorzittende organisatie: ministerie van I&M
    Voorzitter: Peter Henkens


    Email: peter.henkens@minvrom.nl
      Piscaria Overleg

    Piscaria is de databaseapplicatie die als landelijke standaard wordt gebruikt voor de opslag en analyse van visgegevens. De databank van Piscaria is het centrale opslagpunt van alle visstandgegevens voor het zoete water en bevat een groot aantal waarnemingen van planten en dieren in de Nederlandse oppervlaktewateren. Piscaria is ontwikkeld in een samenwerkingsverband tussen STOWA en Sportvisserij Nederland.

     

    De site wordt beheerd door Sportvisserij Nederland en is mede gekoppeld aan het internationale kennisnetwerk van GBIF (Global Biodiversity Information Facility).

     

    Participerende organisaties: PBL, Sportvisserij Nederland, STOWA


    Website: Piscaria overleg
    Email: B.van.der.Wal@stowa.nl
      Platform Gebieds- en Systeemgericht Grondwaterbeheer

    Het platform 'Gebieds- en Systeemgericht Grondwaterbeheer' heeft als doelstelling de diverse belangen die bij een duurzaam beheer van grondwatersystemen spelen bij elkaar te brengen, bespreekbaar te maken en verder te brengen door een actieve uitwisseling van kennis en opgedane ervaringen.


    Website: Grondwaterplatform
    Email: smidt.sg@inter.nl.net
      Platform Kwaliteit Luchtmetingen (PKL)

    De kwaliteit van (milieu)metingen is al jaren een punt van zorg binnen het milieubeleid. In 2004 is ter verdere verbetering van de kwaliteit van luchtmetingen het Platform Kwaliteit Luchtmetingen opgericht.

    Participerende organisaties: het bevoegd gezag, bedrijven, meetlaboratoria en het ministerie van I&M
    Voorzitter: Marcel Koeleman, Hoofd Bureau Lucht DCMR
    Secretariaat: InfoMil


    Website: PKL (website InfoMil)
    Email: info@infomil.nl
      Platform Meetnetbeheerders Bodem- en Grondwaterkwaliteit

    Dit IPO-platform heeft tot doel om informatie uit te wisselen (besluitvorming ligt bij de afzonderlijke provincies) en af te stemmen over de meetnetten alsmede het vergelijkbaar maken van meetresultaten. Op deze wijze draagt dit overleg bij aan kwaliteitsborging van de meetnetten bodem en grondwaterkwaliteit van de provincies en van het RIVM.  

     

    Participerende organisaties: Provincies, RIVM
    Voorzittende organisatie: Provincie Zuid-Holland
    Voorzitter: Jan Meijles

     

    Contactpersoon:

    Anton Dries

    Provincie Drenthe, team Waterbeleid

    Telefoon: 0592 - 365 862


    Email: a.dries@drenthe.nl
      Platform Monitoring Waterkwantiteit

    Het Platform Monitoring Waterkwantiteit heeft tot doel het uitwisselen van kennis en ervaring op het gebied van monitoring van waterkwantiteit door waterschappen.

    Doelgroep: meetnetcoördinatoren en meetnetbeheerders van de waterschappen. Commerciële organisaties kunnen deelnemen aan de bijeenkomsten van het platform, maar geen lid zijn.

    Contactpersoon:
    Roger de Crook (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden)

    Social media:
    Platform Monitoring Waterkwantiteit op LinkedIn


    Website: Platform Monitoring Waterkwantiteit
    Email: info@hetwaterschapshuis.nl
      Platform voor Integrale Energie- en Emissieverkenningen (PIE)

    PIE is door de doelgroep Energie ontwikkeld in nauwe samenwerking met het ECN. Het is een integratieplatform dat de grootte en de samenstelling van de vraag naar energiedragers door de verschillende sectoren koppelt aan het aanbod van de energieproductiesector.

     

    Organisaties: PBL, RIVM en ECN


    Email: info@rivm.nl
      Productieoverleg Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (LGN)

    Het Productieoverleg Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland heeft tot doel te komen tot de productie van nieuwe versies van het LGN.

     

    Participerende organisaties: PBL, I&M, provincies, waterschappen, CBS, Alterra, EL&I


    Website: Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland
    Email: gerard.hazeu@wur.nl
      Programmaraad Gegevensautoriteit Natuur (GaN)

    Zie Gegevensautoriteit Natuur

      Projectgroep Evaluatie Nota Duurzame Gewasbescherming

    De projectgroep richt zich op het verzorgen van de periodieke evaluatie van de Nota Duurzame Gewasbescherming. De projectgroep wordt voor elke evaluatie opnieuw geïnstalleerd. In deze projectgroep zijn onder meer afspraken gemaakt over een database met gegevens.

    In de 'Nota Duurzame gewasbescherming - Beleid voor gewasbescherming tot 2010' is uiteengezet hoe het gewasbeschermingsbeleid zal leiden tot een duurzame gewasbescherming en zo bijdraagt aan een duurzame landbouw.

    Participerende organisaties: I&M, EL&I/DK, de Waterdienst, PBL


    Website: Link naar PDF (Rijksoverheid)
    Email: info@minlnv.nl
      Projectgroep Monitoring Agenda Vitaal Platteland (M-AVP)

    In 2004 is de Agenda voor een Vitaal Platteland (AVP) gepresenteerd als de gezamenlijke beleidsvisie van de ministeries van EL&I en I&M om het platteland gereed te maken voor toekomstige veranderingen. Uitgangspunt is dat de provincies rapporteren over de voortgang van de overeengekomen prestaties en het Rijk verantwoordelijk is voor het verkrijgen van inzicht in de effecten.

     

    Participerende organisaties: EL&I, Alterra, WOT Natuur & Milieu (WUR)
    Voorzittende organisatie: EL&I
    Voorzitter: Paul Sinnige


    Email: th.p.sinnige@minlnv.nl
      Projectgroep Ontwikkeling Basiskaart Aquatische Natuur

    Deze projectgroep begeleidt de ontwikkeling van de basiskaart aquatische natuur. Met de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Natura 2000 dienen voor oppervlaktewater de wensen en eisen ten aanzien van doelen en ruimtelijke invulling onderling te worden afgestemd.  

    Op dit te kunnen bewerkstelligen werkt de projectgroep aan een beleidskaart aquatische natuur, een kaart met waterhuishoudkundige eisen en een kaart waar de actuele waterhuishoudkundige toestand voor aquatische natuur op voor komt.

    Participerende organisaties: PBL, Alterra
    Voorzittende organisatie: PBL
    Voorzitter: Peter van Puijenbroek


    Email: Peter.vanPuijenbroek@pbl.nl
      Projectgroep PEARL

    De projectgroep richt zich op de ontwikkeling van het systeem PEARL.

     

    Het nieuwe PEARL model beschrijft het gedrag van bestrijdingsmiddelen in het bodem-plant systeem en de emissie van deze middelen naar de omgeving. Het model wordt gebruikt in combinatie met het hydrologisch model SWAP. Met het model kunnen verschillende gewasrotaties en toedieningsmethoden van bestrijdingsmiddelen worden doorgerekend.


    Het model houdt rekening met verschillende evenwichts- en niet-evenwichtssorptie mechanismen.

     

    Participerende organisaties: PBL, Alterra, RIVM


    Email: aaldrik.tiktak@pbl.nl
      Projectgroepen Ontwikkeling Basiskaart Terrestrische Natuur

    Een aantal projectgroepen die de verschillende aspecten van de ontwikkeling van de basiskaart terrestrische natuur begeleiden

     

    Participerende organisaties: PBL, Alterra

    Voorzittende organisatie: PBL
    Voorzitter: Arjen van Hinsberg


    Email: Arjen.Hinsberg@pbl.nl
      Projectteam Compendium voor de Leefomgeving (CLO)

    Zie Compendium voor de Leefomgeving


    Website:
      Provinciale Coördinatoren Monitoring (ProCoMo)

    De taken van het ProCoMo-overleg bestaan uit het afstemmen van de monitoring activiteiten van de provincies op milieugebied en het ondersteunen van de uitvoering van de werkzaamheden van het Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM).

    Participerende organisaties: Provincies
    Voorzittende organisatie: Provincie Utrecht
    Voorzitter: Geert Janssen

    Leden:

    Geert Janssen (voorzitter, provincie Utrecht)
    geert.janssen@provincie-utrecht.nl
    Tel.: 030 - 25 83 920

    Louis Witte (provincie Groningen)
    a.p.witte@provinciegroningen.nl
    Tel.: 050 - 31 64 975

    Thea Harmelink (provincie Drenthe)
    t.harmelink@drenthe.nl
    Tel.: 0592 - 36 58 54

    Arne Willigenburg (provincie Overijssel)
    ak.willigenburg@overijssel.nl
    Tel.: 038 - 4 999 484

    Rogier Wilms (provincie Flevoland)
    rogier.wilms@flevoland.nl
    Tel.: 0320 - 26 54 34

    Bram Boeckhout (provincie Gelderland)
    a.boeckhout@prv.gelderland.nl
    Tel.: 026 - 359 86 68

    Monique Hozee (provincie Zuid-Holland)
    m.hozee@pzh.nl

    Mechteld Wisse (provincie Noord-Holland)
    wissem@noord-holland.nl  
    Tel.: 023 - 51 444 13

    Hans Welten (provincie Zeeland)
    jsp.welten@zeeland.nl
    Tel.: 0118 - 63 17 68

    Karla Groen (DCMR Rijnmond)
    karla.groen@dcmr.nl
    Tel.: 010 - 24 68 287


    Email: geert.janssen@provincie-utrecht.nl
      Raad voor Vastgoed Rijksoverheid

    De Raad voor Vastgoed Rijksoverheid is een samenwerking van de participerende organisaties op het gebied van aankopen, verkopen en beheren van vastgoed door het Rijk voor publieke doelen.

     

    Participerende organisaties: Dienst Domeinen (Fin), DLG, Dienst Vastgoed Defensie, RGD, RWS, ProRail
    Voorzittende organisatie:
    Ministerie van Financiën
    Voorzitter: Albert Koeleman


    Email: a.s.m.koeleman@minfin.nl
      Redactiecommissie MonitoringPortaal

    De redactiecommissie MonitoringPortaal is verantwoordelijk voor de hoofd- en eindredactie van het portaal.

    Leden:

    • Gerard Nienhuis (IPO, provincie Overijssel)
    • Thea Harmelink (provincie Drenthe)

    Email: g.nienhuis@overijssel.nl
      Regiegroep Informatie Desk standaarden Water (IDsW)

    Zie Informatie Desk standaarden Water

      STOWA-overleg

    De Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) inventariseert de onderzoeksbehoeften van de deelnemende waterbeheerders. Dit gebeurt samen met een programmacommissie. Deze bepaalt op basis daarvan het onderzoeksprogramma voor ieder taakveld, te weten afvalwatersystemen, waterketen, watersystemen en waterweren.

     

    Het STOWA-overleg richt zich op afstemming tussen STOWA en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

     

    Participerende organisaties: PBL, STOWA


    Email: stowa@stowa.nl
      Stuurgroep AHN

    Het Actueel Hoogtebestand Nederland is een gedetailleerde beschrijving van het maaiveldoppervlakte van Nederland, ingewonnen met behulp van remote sensing technieken. Om het AHN te realiseren en de continuïteit te waarborgen is samenwerking tussen de belangrijkste koepelorganisaties noodzakelijk. De Stuurgroep AHN is het gezicht van deze samenwerking. De Stuurgroep richt zich op de uitvoering van het AHN en de ontwikkeling van beleid met betrekking tot kwaliteit, nauwkeurigheid en actualisatiefrequentie van het AHN.

     

    Participerende organisaties: RWS, provincies, UvW, waterschappen
    Voorzittende organisatie: waterschappen
    Voorzitter: Bert Ludikhuize


    Email: b.ludikhuize@ahn.nl
      Stuurgroep Bodem (STUBO)

    De Stuurgroep Bodem draagt zorg voor afstemming tussen de verschillende partijen die zich in Nederland met het bodembeleid en met bodeminformatie bezig houden.

     

    Participerende organisaties: ministeries van I&M (DGM en IMH) en EL&I; IPO, VNG
    Secretaris: Peter Kiela (I&M)


    Email: peter.kiela@minvrom.nl
      Stuurgroep Compendium voor de Leefomgeving (CLO)

    Zie Compendium voor de Leefomgeving


    Website:
      Stuurgroep DUIN

    Zie item DUIN


    Website:
      Stuurgroep Informatie Desk standaarden Water (IDsW)

    Zie Informatie Desk standaarden Water

      Stuurgroep Landelijk Informatiebeheer Bodem (STIB)

    De Stuurgroep Landelijk Informatiebeheer Bodem (STIB) stuurt twee projecten aan: het LIB en het BIELLS. De STIB is in het leven geroepen door de Stuurgroep Bodem (STUBO), die opdrachtgever is van beide projecten.

     

    De portefeuillehouders informatiebeheer van het WEB en het BOOG hebben zitting In het STIB. Naast deze partijen zijn ook het ministerie van I&M (SBO en BWL) en EL&I, de Unie van Waterschappen, het DINOloket en Bodem+ vertegenwoordigd.  


    Website:
    Email: lucassen@pzh.nl
      Stuurgroep Landelijk Meetnet Flora

    Zie Landelijk Meetnet Flora

      Stuurgroep MAMBO

    In de afgelopen jaren is het mest- en ammoniakmodel volledig herontworpen en herontwikkeld. Dit proces heeft geresulteerd in het Mest en Ammoniak Model (MAMBO, voorheen MAM). MAMBO speelt een belangrijke rol bij ex-ante en ex-post evaluaties van het mestbeleid.

     

    De Stuurgroep MAMBO richt zich op de sturing van ontwikkeling en gebruik van MAMBO. Er is een initiatief om de stuurgroepen STONE en MAMBO samen te voegen.

     

    Participerende organisaties: EL&I, I&M, Alterra, LEI en PBL

    Voorzittende organisatie: LEI


    Email: informatie.lei@wur.nl
      Stuurgroep Monitoring

    De Stuurgroep Monitoring heeft tot doel een verbetering van de samenhang, efficiëntie en effectiviteit van monitoring, de hieruit volgende rapportages en de bijbehorende data- en informatie-uitwisseling voor milieu, natuur en water. De stuurgroep geeft uitvoering aan de Samenwerkingsovereenkomst Monitoring van IPO, RIVM, PBL en de ministeries van EL&I en I&M.

    De Stuurgroep wordt ondersteund door de Werkgroep Monitoring.

    Participerende organisaties: IPO, RIVM, PBL, EL&I, I&M
    Voorzitter Stuurgroep: Kees Plug (I&M)
    Voorzitter Werkgroep en contactpersoon: Birgit Loos (RIVM)


    Email: birgit.loos@rivm.nl
      Stuurgroep NHI

    Deltares, Alterra, STOWA, PBL en de Waterdienst hebben samen een nieuw geïntegreerd hydrologisch model, het NHI, ontwikkeld. Hierdoor kan de tot enkele jaren geleden verspreid aanwezige kennis zo optimaal mogelijk gebruikt worden en zijn afgestemde landelijke (en straks ook regionale) beleidsanalyses mogelijk. Naast het kwantiteitsdeel wordt ook gewerkt aan een gezamenlijk model voor de waterkwaliteit.

     

    De Stuurgroep NHI is de opdrachtgever voor het NHI.

     

    Participerende organisaties: Deltares, Alterra, Waterdienst, Alterra, PBL, STOWA

    Voorzittende organisatie: Waterdienst

    Voorzitter: Gerard Blom


    Email: gerard.blom@rws.nl
      Stuurgroep Omvorming Programma Beheer / Waarborgen Natuurkwaliteit (OPB / WNK)

    Zie project: Omvorming Programma Beheer / Waarborgen Natuurkwaliteit 

      Subwerkgroep Glastuinbouw

    De Subwerkgroep Glastuinbouw heeft tot doel het bepalen van de routes van bestrijdingsmiddelen naar water. De Subwerkgroep Glastuinbouw is een subwerkgroep van de Projectgroep Beslisboom Water. Deze projectgroep heeft tot doel om het toelatingsbeleid van bestrijdingsmiddelen af te stemmen op de eisen van de Kaderrichtlijn Water. Een ander doel van de projectgroep is om Nederland een initiërende impuls te laten geven aan een EU guidance document over risico’s van bestrijdingsmiddelen voor waterorganismen.

    Participerende organisaties: RIVM, Alterra, PPO (WUR).


    Email: info@rivm.nl
      Thematic Working Groups INSPIRE
    Zie: Spatial Information in Europe (INSPIRE)
      Werkgroep Ammoniak

    De werkgroep ontwikkelt een methodologie voor de raming en berekening van de emissie van ammoniak door de landbouw.

     

    Participerende organisaties: Alterra, PBL, ASG, PRI, LEI


    Email: info.alterra@wur.nl
      Werkgroep Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM)

    Dit vakberaad richt zich op het afstemmen van de monitoringactiviteiten van de provincies op de gebieden milieu en water en ondersteunt de provincies bij het uitvoeren van hun monitoring.

     

    Participerende organisaties: Provincies  
    Voorzittende organisatie: Provincie Noord-Holland
    Voorzitter: Joost Damen

      

    Leden:
     

    Joost Damen (voorzitter, provincie Noord-Holland)
    damenj@noord-holland.nl
    Tel.: 023 - 51 44 605

    Geert Janssen (provincie Utrecht) (tevens voorzitter ProCoMo-overleg)
    geert.janssen@provincie-utrecht.nl
    Tel.: 030 - 258 3920

    Werna Udding (provincie Groningen)
    w.udding@provinciegroningen.nl 
    Tel.: 050 - 316 49 83

     

    Rogier Wilms (provincie Flevoland)

    rogier.wilms@flevoland.nl 
    Tel.: 0320 - 265 434

     

    Hanco de Baas (provincie Gelderland)

    h.de.baas@prv.gelderland.nl 
    Tel.: 026 - 359 8678

     

    Leo van den Brand (provincie Zeeland)

    l.vd.brand@zeeland.nl 
    Tel.: 0118 - 631 948

     

    Leo Direks (provincie Limburg)

    ljm.direks@prvlimburg.nl 

    Tel.: 043 - 3 8989 33

     

    Sikke Roosma (provincie Friesland)

    s.r.roosma@fryslan.nl 
    Tel.: 058 - 292 52 41

     

    Sander Bakker (provincie Drenthe)

    s.bakker@drenthe.nl 

    Tel.: 0592 - 36 55 55

     

    Anita Pauw (provincie Overijssel)

    a.pauw@overijssel.nl 

    Tel.: 038 - 4 999 4 86

     

    Sander Hage (IPO)
    shage@ipo.nl  
    Tel.: 070 - 888 12 46

    Arnoud de Klijne (RIVM)
    arnoud.de.klijne@rivm.nl 
    Tel.:

      Werkgroep LuchtkwaliteitsModellen (WLM)

    De Werkgroep LuchtkwaliteitsModellen (WLM) richt zich op de gebruikers, eigenaren en andere betrokkenen van luchtkwaliteitsmodellen. Discussie en advies over modelontwikkelingen, actualisaties van rekenmodellen en kennisoverdracht behoren tot de doelen van de WLM.

    Secretariaat WLM: InfoMil


    Email: langezaal@infomil.nl
      Werkgroep Monitoring


    Zie Stuurgroep Monitoring

      Werkgroep Monitoring, Informatie en Rapportage (Kaderrichtlijn Water)

    De werkgroep Monitoring, Informatie en Rapportage houdt zich bezig met monitoring en rapportage met betrekking tot de Kaderrichtlijn Water in Nederland.

    De werkgroep valt onder het Cluster Monitoring, Rapportage en Evaluatie (CMRE) van het Nationaal Water Overleg (NWO).

    Voorzittende organisatie: Rijkswaterstaat
    Secretaris: Willem Faber


    Email: willem.faber@rws.nl
      Werkgroep Natuurmonitoring

    Zie project Omvorming Programma Beheer / Waarborgen Natuurkwaliteit

      Werkgroep NHMi

    Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) ontwikkelt samen met Deltares, Alterra, het WL en de Waterdienst een nieuw geïntegreerd hydrologisch model, het NHMi. Hiermee kan de nu veelal verspreid aanwezige kennis zo optimaal mogelijk gebruikt worden en zijn landelijke beleidsanalyses mogelijk.

     

    De werkgroep houdt zich bezig met de ontwikkeling van het NHMi en ontwikkelt voorstellen voor beheer en onderhoud van dit systeem.

     

    Participerende organisaties: TNO, de Waterdienst, Alterra, PBL, WL, STOWA
    Voorzittende organisatie: TNO
    Voorzitter: Judith Snepvangers


    Email: j.snepvangers@landschap.ov.nl
      Werkgroep SINKS

    Eén van de mechanismen waarop geïndustrialiseerde landen kunnen voldoen aan hun doelstellingen ter vermindering van de uitstoot aan broeikasgassen, zoals vastgelegd in het verdrag van Kyoto, is het creëren van zogenaamde 'SINKS' in de vorm van nieuwe bossen. De aanplant van nieuwe bossen draagt bij aan de vermindering van de CO2-uitstoot, omdat bomen kooldioxide absorberen.

     

    De werkgroep onderzoekt de mogelijkheden van SINKS.

     

    Participerende organisaties: EL&I, Alterra, PBL, Agentschap NL

    Voorzittende organisatie: EL&I


    Email: info@minlnv.nl
      Werkgroep Uniformering Mest en Mineralencijfers

    Deze werkgroep richt zicht op verzameling en uniformering van cijfers over mest en mineralen en verwerking van deze cijfers.

     

    Participerende organisaties: PBL, CBS, LEI, ASG, EL&I
    Voorzittende organisatie: EL&I

    Voorzitter: Mark de Boode


    Email: info@minlnv.nl
      Werkgroep Vraagstelling Landbouwtellingen

    De werkgroep heeft tot doel de bepaling van de vraagstelling voor de Landbouwtellingen van het LEI.


    Email: informatie.lei@wur.nl

    Systemen en projecten > Monitoringsystemen en -projecten (?)

      Actueel Hoogtebestand Nederland

    Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is de digitale hoogtekaart van Nederland.

    De waterschappen en Rijkswaterstaat laten het AHN maken voor hun dagelijks werk, met name voor waterbeheer en waterkeringbeheer. Maar ook voor andere toepassingen wordt het AHN gebruikt.

    Opdrachtgever: Het Waterschapshuis en Rijkswaterstaat


    Website: Actueel Hoogtebestand Nederland
    Email: servicedesk-data@rws.nl
      Aqualarm

    Aqualarm is een alarmeringssysteem waarmee op basis van ingewonnen meetwaarden de waterkwaliteit van de Rijn en Maas wordt bewaakt.

    Aqualarm wordt gevoed door meetgegevens van de Waterdienst, LUA en EVIDES.


    Website: Aqualarm
    Email: bert.haveman@rws.nl
      Basisregistratie Ondergrond (BRO)

    De Basisregistratie Ondergrond (BRO) is een van de Geobasisregistraties van het ministerie van I&M. In de BRO zal naast de registratie Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO) van TNO ook het Bodem Informatie Systeem (BIS) van Alterra worden opgenomen. In een later stadium worden mogelijk gegevens over archeologie en milieukwaliteit aan BRO toegevoegd.


    Website: BRO
    Email: info@dinoloket.nl
      Biologisch monitoringprogramma (Rijkswaterstaat)
    Het biologisch monitoringprogramma van Rijkswaterstaat zorgt voor de monitoring van de essentiële onderdelen van de voedselketen: van eencellige planten, zoals algen, tot vogels en zeehonden.
    Website: Biologisch monitoringprogramma op Rijkswaterstaat.nl
    Email: helpdeskwater@rws.nl
      Bodem Informatie Essentieel voor Landelijke en Lokale Sturing (BIELLS)

    Per 1 januari is dit project samen met LiB opgegaan in het project Bodeminformatiebeheer.

    Afgesloten onderdelen (besluit Stuurgroep Bodem oktober 2011):

    • BIELLS Datamakelaar
    • BIELLS Toetsingsmodule
    • BIELLS Informatiepilots

    BIELLS staat voor Bodem Informatie Essentieel voor Landelijke en Lokale Sturing.

    Doel van het systeem is het toegankelijk maken van data en kaarten over bodem en ondergrond. BIELLS werkt integraal en brengt de werkvelden bodem, ondergrond en (geo-)informatie bij elkaar.

    Onderdelen van BIELLS:
    - BIELLS Datamakelaar
    - BIELLS Bodemkwaliteitskaart en Toetsingsmodule
    - BIELLS Informatiepilots


    Website: BIELLS
      Bodeminformatiebeheer

    Het project Bodeminformatiebeheer is gericht op het toegankelijk maken van informatie over de ondergrond en de monitoring van de bodemsaneringsoperatie. Het project is de continuering van de voormalige Bodem+ projecten LIB en BIELLS. Het project is gestart per 1 januari 2010.

    Coördinatie: Bodem+

    Social media:
    Bodeminformatiebeheer op Twitter
    Bodeminformatiebeheer op LinkedIn


    Website: Bodeminformatiebeheer
    Email: info@agentschapnl.nl
      Bodemmeetnet Freatisch Grondwater en Bodemnutriënten Utrecht

    De provincie Utrecht brengt periodiek conform wettelijke verplichtingen de kwaliteit van bodem en grondwater in kaart met het Meetnet Freatisch Grondwater en Bodemnutriënten. Er is geen website; te zijner tijd worden uitkomsten ondergebracht bij het BIELLS portal.

     

    Contactpersonen:
    Janco van Gelderen


    Email: Janco.van.Gelderen@provincie-utrecht.nl
      Bodemmeetnet Verspreiding Utrecht

    De provincie Utrecht brengt periodiek conform wettelijke verplichtingen de kwaliteit van de bodem met betrekking tot verspreiding van toxische stoffen in kaart. Er is geen website; te zijner tijd worden uitkomsten ondergebracht bij het BIELLS portal.

    Contactpersonen:
    Frans Otto (coördinatie)


    Email: Frans.otto@provincie-utrecht.nl
      Bodemmeetnet Verzuring Utrecht

    De provincie Utrecht inventariseert periodiek de bodemverzuring, conform wettelijke verplichtingen en in het kader van Natura 2000-TOP gebieden en regionaal beleid. Er is geen website; te zijner tijd worden de uitkomsten ondergebracht bij het BIELLS portal.

    Contactpersonen:
    Frans Otto (coördinatie)


    Email: Frans.otto@provincie-utrecht.nl
      Broedvogel Monitoring Project (BMP)

    Het Broedvogel Monitoring Project (BMP) geeft inzicht in de aantalsontwikkelingen van vooral algemene en schaarse broedvogelsoorten.

    Organisatie: SOVON Vogelonderzoek Nederland

    Dit meetnet is een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring.


    Website: Broedvogel Monitoring Project (website SOVON)
    Email: joost.vanbruggen@sovon.nl
      Bruinvis monitoring Oosterschelde

    De Bruinvis monitoring Oosterschelde heeft de volgende onderzoeksvragen:

    1. Hoeveel bruinvissen leven er in de Oosterschelde?
    2. Leven ze jaarrond in dezelfde aantallen in de Oosterschelde?
    3. Zwemmen bruinvissen door de Oosterscheldekering in en uit en met welke frequentie?
    4. Komen de dieren overal in de Oosterschelde voor, en verschilt dit door het jaar heen?
    5. Planten de dieren zich hier voort?

    Organisatie:
    Stichting Rugvin


    Website: Bruinvis monitoring Oosterschelde
    Email: rugvin@planet.nl
      CarMon

    CarMon is een webbased monitoringsysteem voor energiebeleid. Op basis van ingevoerde projecten wordt de voortgang van het beleid gevolgd.

    Organisatie: Ecofys


    Website: CarMon
    Email: info@ecofys.com
      Chemisch monitoringprogramma (Rijkswaterstaat)

    In haar chemisch monitoringprogramma meet Rijkswaterstaat de concentraties, vrachten en bio-effecten van stoffen die de kwaliteit van het oppervlaktewater bepalen.


    Website: Chemisch monitoringprogramma
    Email: helpdeskwater@rws.nl
      CO2-monitor

    De CO2-monitor is een webbased applicatie die de resultaten van gemeentelijk klimaatbeleid inzichtelijk maakt. Gemeenten kunnen zelf duurzame klimaatprojecten invoeren. De som van alle duurzame projecten geeft een indicatie van de effecten van het klimaatbeleid van de gemeente. De uitkomsten worden onder andere gepresenteerd met behulp van een topografische kaart, waarop de inspanning van de gemeenten wordt weergegeven, uitgedrukt in duurzame energieproductie en CO2-reductie.

    De monitor wordt gebruikt door 6 provincies en hun gemeenten (juli 2010). Ook individuele gemeenten maken gebruik van het systeem.

    Ontwikkeling en beheer: DWA installatie- en energieadvies
    Contactpersoon: Wilfred van der Plas


    Website: CO2-monitor
    Email: plas@dwa.nl
      Data en GIS

    Nieuw onderdeel in deze site:

    KAARTEN, DATA en GIS (geografische informatiesystemen)...

    Meer dan 90 procent van informatie die wordt verzameld heeft een ruimtelijke component.
    Toch blijven kaarten en ruimtelijke data soms wat onderbelicht.

    Veel info is nuttig om te delen.
    Veel info is al bekend. Maar waar? Bij wie?

    Binnenkort met alle info over:

    Maar ook met:

    • Nieuws over SEIS en SISE.
    • Leuke nieuwe kaarten met de flamingoviewer
    • Metainformate voor dummy's (of deskundigen?)

    En met nuttige discussies:

    • GIS, The Cloud en informatievoorziening?
    • Heb ik iets aan Twitter?
    • Is Web 2.0 nuttig?

    Al deze tekst is in voorbereiding.
    Binnenkort meer op deze plek.

     

    --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
    Bovenstaande tekst wordt geschreven door:Gerard Nienhuis.
    De tekst gaat niet altijd puur over monitoring.
    Daarom is de tekst als zelfstandig onderdeel hier opgenomen.
    Suggesties of nuttige info over data, GIS en/of kaarten?
    Aarzel niet om goede ideeën door te geven.
    Mail naar: g.nienhuis@overijssel.nl
    --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

     


    Email: g.nienhuis@overijssel.nl
      Depot+

    Het project Depot+ is afgerond.



    Depot+ is een project waarin wordt gezocht naar een oplossing voor de baggerachterstand in Nederland. Onder leiding van Depot+ komen regionale afspraken tot stand met als doel de oplossing van dit probleem. Meer informatie over de uitvoering van dit project is te vinden op de website van de Kaderrichtlijn Water.

    In de projectgroep Depot+, onder leiding van het IPO, zijn alle overheden vertegenwoordigd (VNG, UvW, IPO en ministerie van VROM). Projectleider van Depot+ is mevrouw Kuipers-Oldenhuis van de provincie Utrecht.


    Website: Depot+
    Email: e.j.dboer@dww.rws.minvenw.nl
      Derogatiemeetnet

    Het Derogatiemeetnet meet de gevolgen voor de landbouwpraktijk en de waterkwaliteit als landbouwbedrijven afwijken van de Europese gebruiksnorm voor dierlijke mest. Het meetnet omvat driehonderd graslandbedrijven.

    Het Derogatiemeetnet is een onderdeel van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM).

    Organisatie: RIVM en LEI


    Website: Derogatieonderzoek (website RIVM)
    Email: info@rivm.nl
      DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat)

    DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) is het centrale opslag-, verwerkings- en presentatiesysteem voor de fysische, chemische en biologische meetgegevens van de 'natte' Rijkswaterstaat.

    DONAR is toegankelijk voor de medewerkers van Rijkswaterstaat. In toenemende mate worden gegevens van Rijkswaterstaat ook publiekelijk beschikbaar gesteld via de website WaterBase.


    Website: DONAR
    Email: servicedesk-data@rws.nl
      Duurzame Informatievoorziening Milieu- en Natuurplanbureau (DUIN)

    Het doel van het DUIN project is het verwerven, beheren en toegankelijk maken van gegevens voor de onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Wageningen UR ten behoeve van de productie van de jaarlijkse Natuurbalans, Leefomgevingsbalans en vierjaarlijkse Natuurverkenning en andere reguliere producten in het kader van de Natuurplanbureaufunctie.


    Per 1 mei 2010 is de website van DUIN opgeheven.

     

    Participerende organisaties: PBL, WUR/WOT Natuur & Milieu
    Aansturing: Stuurgroep DUIN
    Voorzittende organisatie: PBL

    Contactpersonen: Kees Schotten en Paul Hinssen (paul.hinssen@wur.nl)


    Website: DUIN (website WUR)
    Email: Kees.Schotten@pbl.nl
      EU Shared Environmental Information System (SEIS)

    Het EU Shared Environmental Information System (SEIS) is opgezet met een aantal doelen. Het beoogt een modernisering en vereenvoudiging van de systemen voor het verzamelen, verwerken en uitwisselen van milieugegevens. Daarnaast is het de bedoeling verschillende systemen voor gegevensopslag, die in de afgelopen decennia in de lidstaten zijn ontstaan, geleidelijk te harmoniseren en 'inter-operabel' te maken. Hierdoor zou een deel van de rapportageverplichtingen kunnen vervallen. Aanvullend doel kan zijn de burger middels SEIS beter te informeren.

    De Europese Commissie zal deze uitgangspunten uitwerken in een richtlijnvoorstel.

    In Nederland wordt het dossier SEIS behandeld door een interbestuurlijk dossierteam.
    Voorzitter: Adriaan Oudeman (I&M/IZ)
    Secretariaat: Conny Blankestijn-Van der Heide (IZ)

    Voor het Basisdocument SEIS klik hier.


    Website: SEIS (website Europese Commissie)
    Email: conny.blankestijn-heide@minvrom.nl
      EUropean Reanalysis and Observations for Monitoring (EURO4M)
    In het project EUropean Reanalysis and Observations for Monitoring (EURO4M) geeft het KNMI leiding aan een grootschalig onderzoek naar extremen in weer en klimaat binnen Europa. Samen met onderzoeksinstituten uit acht landen wordt een gigantische hoeveelheid waarnemingen van weerstations en satellieten gecombineerd en geanalyseerd. Doel van het onderzoek is de klimaatverandering in Europa nog gedetailleerder in kaart te brengen. De Europese Unie heeft deze gegevens nodig voor het maken van beleidskeuzes.
    Website: European Reanalysis and Observations for Monitoring (EURO4M)
    Email: Albert.Klein.Tank@knmi.nl
      Future Forest Monitoring (FutMon)

    Future Forest Monitoring (FutMon) is het vervolg op het Forest Focus Meetnet waaraan Nederland vanaf het begin (2003) heeft deelgenomen. Het is een langjarig internationaal monitoringproject voor bossen, gefinancierd met Europese subsidie (het Life+ programma). De Gegevensautoriteit Natuur (GaN) treedt op als gedelegeerd opdrachtgever van dit project.

    Voor Nederlandse informatie zie de FutMon pagina op de GaN website.


    Website: FutMon (Internationale website)
    Email: info@gegevensautoriteitnatuur.nl
      Fysisch monitoringprogramma (Rijkswaterstaat)

    In haar fysisch monitoringprogramma meet Rijkswaterstaat een groot aantal fysische parameters in het water in Nederland, zoals waterpeil en afvoervolumes. Kennis over deze gegevens is een vereiste voor kustverdediging en hoogwaterbescherming.

    Waterstanden van rivier en zee wint Rijkswaterstaat automatisch in via het Landelijk Meetnet Water (LMW), dat deel uitmaakt van het fysisch monitoringprogramma. 


    Website: Fysisch monitoringprogramma op Rijkswaterstaat.nl
    Email: helpdeskwater@rws.nl
      Gegevensbank Zuid-Holland

    De Gegevensbank Zuid-Holland bevat kwantitatieve gegevens zoals statistieken van CBS, openbare informatie van de Kamer van Koophandel en geografische (milieu-) informatie. Het is een intern systeem van de provincie Zuid-Holland.

     

    Contactpersoon:
    G. Eppink (provincie Zuid-Holland)

    Telefoon: 070 - 441 62 60


    Email: gp.eppink@pzh.nl
      Geluidmeetnet

    Aan de hand van metingen en modellen brengt het RIVM de ontwikkeling van de geluidbelasting in Nederland en de daarmee gepaard gaande effecten in kaart. De metingen zijn gericht op geluidbronnen die de belangrijkste verstoring veroorzaken van de natuurlijke geluidkwaliteit in de leefomgeving en die uit enquêtes als de grootste hinder- en klachtenveroorzakers komen. Het betreft omgevingsgeluid afkomstig van wegverkeer, railverkeer en luchtvaart.

    Organisatie: RIVM


    Website: Geluidmeetnet
    Email: jan.jabben@rivm.nl
      Geluidsnet

    Geluidsnet is een uitgebreid netwerk van geluidsmeters dat gegevens verzamelt over geluidsoverlast in de woon- en werkomgeving. De gegevens van Geluidsnet worden gebruikt voor overheidsbeleid en allerlei vormen van besloten en openbare informatievoorziening. Via de website van Geluidsnet kunnen klanten continu over real-time en historische meetgegevens beschikken.

    Geluidsnet wordt uitgevoerd door Sensornet.
    Contactpersoon: Jasper Koolhaas


    Website: Geluidsnet
    Email: jasper@geluidsnet.nl
      Gemeenschappelijke Beheerorganisatie-Provincies (GBO-Provincies)

    GBO-Provincies is een project van het IPO. Het draagt zorg voor het effectief beheren (exploiteren en onderhouden) van de gezamenlijk ontwikkelde provinciale voorzieningen voor elektronische dienstverlening.

    De volgende producten vallen onder GBO-provincies:

    • Risicokaart
    • Flamingo viewer
    • DURP/Prima
    • Producten- en dienstencatalogus
    • Wet- en regelgeving/transparantie
    • E-formulieren
    • Provisa

    Projectleider: Michelle Franssen


    Website: GBO-Provincies
    Email: mfranssen@ipo.nl
      Grondwaterkwaliteitsmeetnet Utrecht

    Dit meetnet geeft jaarlijks inzicht in de grondwaterkwaliteit tussen 10 en 25 meter beneden maaiveld.

    Contactpersoon: Janco van Gelderen
    Telefoon: 030 - 258 38 62


    Email: janco.van.gelderen@provincie-utrecht.nl
      Hydrologisch meetnet Natuurmonumenten

    Het Hydrologisch meetnet van Natuurmonumenten bestaat uit ruim 2300 meetpunten verdeeld over 140 terreinen. De metingen betreffen het peil van het oppervlaktewater en de grondwaterstand.

    De terreinbeheerder gebruikt de gegevens onder meer voor de zesjaarlijkse evaluaties van de natuurgebieden, de zogenoemde kwaliteitstoetsen en voor het maken van inrichtingsplannen. De gegevens worden ook gebruikt door provincies, waterschappen en onderzoeksinstituten.

    De gegevens van het Hydrologisch meetnet zijn openbaar toegankelijk via de landelijke database DINO van TNO.

    Organisatie: Natuurmonumenten
    Contactpersoon: Corine Geujen

     


    Email: c.geujen@natuurmonumenten.nl
      IJkdijk

    De IJkdijk is een (internationale) proeftuin voor nieuwe inspectie- en monitoringtechnieken voor waterkeringen. In de IJkdijk wordt onderzocht of deze inspectie en monitoringtechnieken ingezet kunnen worden om de dijken in Nederland beter te inspecteren en zo meer inzicht te krijgen in het gedrag van deze dijken.

    IJkdijk is een initiatief van N.V. NOM, STOWA, Stichting IDL, GeoDelft en TNO.


    Website: Stichting IJkdijk
    Email: ijkdijk@nom.nl
      Interoperability and Automated Mapping (INTAMAP)

    Het INTAMAP (Interoperability and Automated Mapping) project stelt realtime‑kaarten van lucht‑, bodem‑ en waterverontreiniging voor iedereen beschikbaar. 'Reliëfkaarten' laten niet alleen zien waar de verontreinigde gebieden zich exact bevinden, maar geven ook duidelijk aan waar de verontreiniging vandaan komt en waar ze naar toe gaat.

    De onderzoeksfase van het project liep van 2006 - 2009.

    Organisatie: Europese Unie (EU 6e kader), met medewerking van onderzoekers uit Oostenrijk, België, Duitsland, Griekenland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.


    Website: INTAMAP
    Email: e.pebesma@geog.uu.nl
      Inventarisatie Verstoringen

    De Inventarisatie Verstoringen betreft een vijfjaarlijkse nationale inventarisatie van hinder door geluid, geur, trillingen en licht. De inventarisatie vormt de basis voor eventuele aanpassingen van het beleid.

    Organisatie:
    Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Centrum voor Milieu, Gezondheid en Omgevingskwaliteit (MGO) van het RIVM in opdracht van het ministerie van I&M, directie Leefomgevingskwaliteit (LOK).


    Website: Centrum voor Milieu, Gezondheid en Omgevingskwaliteit (MGO)
    Email: mgo@rivm.nl
      Inventarisatieproject Kaart Vernieuwde Bodem in veen en moerige gebieden en de grondwatertrappenkaart

    Monitoring t.b.v. onderzoek naar de bodemdaling van veen en moerig gebied. Voor deze kaart is recent op 9.000 plaatsen in de provincie Utrecht op veen en moerige gebieden een nieuwe kartering uitgevoerd. De GT wordt op 126 locaties in de veengebieden gekarteerd en wordt provinciedekkend een nieuwe GT-kaart vastgesteld. In de toekomst wordt dit ondergebracht bij het BIELLS portal.


    Website: Provincie Utrecht
    Email: Frans.otto@provincie-utrecht.nl
      KRW Monitoringprogramma Grondwaterkwaliteit (KMG)

    Het KRW Monitoringprogramma Grondwaterkwaliteit (KMG) wordt opgesteld door de provincies. Het bestaat uit een selectie van putten van het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit en de provinciale meetnetten grondwaterkwaliteit. De provincies stemmen de selectie van putten af per (deel)stroomgebied.

    Contactpersoon: Twan Tiebosch (Coördinatiebureau Stroomgebieden Nederland)


    Email: twantiebosch@esplanada.nl
      KRW volg- en stuursysteem

    Het KRW volg- en stuursysteem is bedoeld om effecten van maatregelen gericht op verbetering van de ecologische waterkwaliteit beter te monitoren. De effecten van deze maatregelen (die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water) zijn namelijk niet altijd direct zichtbaar, dus het is belangrijk ze door de tijd heen te volgen en zonodig bij te sturen.

    Organisatie: STOWA
    Contactpersoon: Marcel Klinge (STOWA)


    Website: KRW volg- en stuursysteem
      Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (LGN)

    Het Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (LGN) is een landsdekkend bestand gebaseerd op een combinatie van geodata waarbij satellietgegevens een belangrijke informatiebron zijn. Het LGN-bestand is een product van het Centrum voor Geo-informatie dat onderdeel uitmaakt van Wageningen Universiteit en Research centrum.

    Participerende organisaties: PBL, RPB, EL&I, I&M, provincies, waterschappen, CBS, Alterra


    Website: Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland
    Email: gerard.hazeu@wur.nl
      Landelijk informatiebeheer Bodem (LiB)

    Per 1 januari is dit project samen met BIELLS opgegaan in het project Bodeminformatiebeheer.


    Landelijk informatiebeheer Bodem (LiB) is een project van en voor het gezamenlijke bevoegd gezag Wet Bodembescherming (29 grote gemeenten en 12 provincies). Met dit project wordt de voortgang van de bodemsaneringsoperatie zoveel mogelijk op een eenduidige en afgestemde wijze verzameld, beheerd, uitgewisseld en ontsloten.

    De Stuurgroep Informatiebeheer (als onderdeel van STUBO) is opdrachtgever van het LiB.

    Coördinator LiB: Wout de Vogel

    Postadres:

    Agentschap NL, Bodem+
    Project LIB
    Postbus 93144
    2509 AC  Den Haag

    Telefoon: 070 – 373 51 23


    Website: Landelijk informatiebeheer Bodem (LiB)
      Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB)

    In het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB) wordt bij landbouwbedrijven en in bosgebieden de bodemkwaliteit in kaart gebracht. Het meetnet is zodanig ingericht dat relaties gelegd kunnen worden met belastinggegevens vanuit diffuse bronnen zoals de landbouw en depositie.

     

    Het LMB wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&M.


    Website: Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB)
    Email: manon.zwart@rivm.nl
      Landelijk Meetnet Dagvlinders

    Doel van het Landelijk Meetnet Vlinders is het verzamelen van actuele informatie over de veranderingen in de dagvlinderstand in Nederland. Dit meetnet is een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). 

    Organisatie: Vlinderstichting in samenwerking met CBS


    Website: Landelijk Meetnet Vlinders (website Vlinderstichting)
    Email: kars.veling@vlinderstichting.nl
      Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM)

    Het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) heeft tot doel het beschrijven en verklaren van de huidige kwaliteit van het recent gevormde grondwater in relatie tot milieudruk en beleidsmaatregelen (LMM-EM). Een tweede doel is verkennend onderzoek naar veranderingen in de landbouwpraktijk en de gevolgen daarvan voor de kwaliteit van het recent gevormde grondwater (LMM-VM).

    Organisatie:
    Het LMM wordt gezamenlijk door het RIVM en het LEI ontwikkeld en beheerd. Daarnaast wordt op onderdelen ook samengewerkt met verschillende andere instellingen. Het LMM wordt uitgevoerd in opdracht van de ministeries van EL&I en I&M.

    Websites:

    LMM-website RIVM (o.a. over monsterneming en ontwikkeling grondwaterkwaliteit)
    LMM-website LEI(o.a. over mestgebruik, stikfstofbodemoverschotten en Bedrijven-InformatieNet


    Website:
    Email: lmm@rivm.nl
      Landelijk Meetnet Flora - Milieu & Natuurkwaliteit (LMF - M&N)

    Het Landelijk Meetnet Flora - Milieu & Natuurkwaliteit maakt onderdeel uit van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).  Het LMF - M&N wordt uitgevoerd door de provincies.

    In NEM-verband zijn twee meetdoelstellingen aan dit meetnet opgelegd: het signaleren van landelijke veranderingen in de ecologische kwaliteit van multifunctionele gebieden en het signaleren van landelijke veranderingen in milieu-aspecten, met name vermesting, verzuring en verdroging, en de gevolgen daarvan voor flora (en fauna). Bovendien moet het LMF - M&N de informatie verzamelen betreffende de algemene plantensoorten van de natuurgraadmeters van het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Betrokken organisaties: provincies, CBS, IPO, PBL
    De betrokken organisaties vormen de stuurgroep LMF - M&N, onder voorzitterschap van IPO.

    Contactpersonen:
    Lodewijk van Duuren (CBS) (zie onder)
    Tom van der Meij (CBS) (tmey@cbs.nl)


    Email: ldrn@cbs.nl
      Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG)

    Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is opgebouwd uit circa 350 vaste meetpunten verspreid over geheel Nederland. Binnen het LMG wordt de kwaliteit van het ondiep en middeldiep grondwater in Nederland vastgesteld. Daartoe kan op elk meetpunt via een permanent geïnstalleerde grondwaterput het grondwater opgepompt worden vanaf een diepte van circa 10, 15 en 25 meter onder maaiveld.

    Het LMG wordt uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen TNO en het RIVM.


    Website: Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit
    Email: dico.fraters@rivm.nl
      Landelijk Meetnet Korstmossen

    Dit meetnet brengt trends in beeld van korstmossen die op de Rode Lijst staan. Resultaten worden gepubliceerd in de BLWG-rapporten.

    Uitvoerende organisatie: Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG)
    Opdrachtgever: ministerie van EL&I en CBS

    Dit meetnet is een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).


    Website: Landelijk Meetnet Korstmossen (website BLWG)
    Email: sparrius@blwg.nl
      Landelijk Meetnet Libellen

    Doel van het Landelijk Meetnet Libellen is het bijhouden van de veranderingen in de libellenstand in Nederland. Dit meetnet is een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).

    Organisatie: Vlinderstichting en het CBS, in samenwerking met het ministerie van EL&I/Directie Kennis.


    Website: Landelijk Meetnet Libellen (website Vlinderstichting)
    Email: tim.termaat@vlinderstichting.nl
      Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML)

    In het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) wordt de luchtkwaliteit op leefniveau bepaald. Dit gebeurt op basis van metingen van tientallen stoffen. De website presenteert een overzicht van de gemeten stoffen, de circa 60 locaties en een gedeelte van de resultaten, zoals actuele meetwaarden en overschrijdingen.

    Het LML wordt uitgevoerd door het RIVM.


    Website: Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit
    Email: daan.swart@rivm.nl
      Landelijk Meetnet Water (LMW)

    Het Landelijk Meetnet Water (LMW) verricht metingen aan verschillende parameters: waterstand, afvoer en stroming, golven en meteorologische gegevens. Daarnaast is het LMW verantwoordelijk voor gegevens over het astronomisch getij in de Nederlandse getijdewateren.

    De gegevens worden dagelijks definitief gearchiveerd in de database van Rijkswaterstaat, DONAR.

    Organisatie: Rijkswaterstaat


    Website: LMW op Rijkswaterstaat
    Email: mcc@rws.nl
      Landelijk Soortonderzoek Broedvogels (LSB)

    De monitoring van het Landelijk Soortonderzoek Broedvogels (LSB) richt zich op het vastleggen van aantallen in de belangrijkste broedgebieden van een soort. Soms is dat nagenoeg gelijk aan de gehele landelijke populatie, soms gaat het om een ruime steekproef. Sommige broedvogels broeden geconcentreerd in kolonies. Van deze soorten wordt met het LSB een landelijke dekking nagestreefd om de aantalsontwikkeling te volgen en de verspreiding in kaart te brengen.

    Organisatie: SOVON Vogelonderzoek Nederland

    Dit meetnet is onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).


    Website: Landelijk Soortonderzoek Broedvogels (website SOVON)
    Email: joost.vanbruggen@sovon.nl
      Limnodata

    De database Limnodata Neerlandica bevat waarnemingen van planten en dieren in de Nederlandse oppervlaktewateren. De gegevens worden online ontsloten via de website Limnodata.nl.

    De gegevens worden verzameld door STOWA en Sportvisserij Nederland bij een groot aantal bronhouders, waaronder waterschappen, provincies en hengelsportfederaties.

     


    Website: Limnodata
    Email: b.van.der.wal@stowa.nl
      LiveDijk

    Het LiveDijk project is een initiatief van Waterschap Noorderzijlvest, Stichting IJkdijk en haar participanten en STOWA. Het project heeft als doel het ontwikkelen van een real-time monitoringsysteem om de sterkte van dijklichamen op ieder moment te kunnen beoordelen.


    Website: Stichting IJkDijk
    Email: ijkdijk@nom.nl
      Luchtmeetnet DCMR

    De DCMR heeft een aantal meetpunten voor luchtkwaliteit in Zuid-Holland, ter aanvulling op het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM.

    Contactpersoon:
    Peter van Breugel
    Telefoon: 010 - 246 80 38


    Website: Luchtmeetnet DCMR
    Email: Peter.vanbreugel@dcmr.nl
      Meetnet Amfibieën

    Het doel van het Meetnet Amfibieën is een beeld te krijgen van de amfibieënpopulatie in Nederland. Het meetnet richt zich op de wateren waarin de dieren zich kunnen voortplanten. Deze wateren worden een aantal keer per jaar bezocht door vrijwilligers waarbij alle waargenomen soorten worden genoteerd.

    Organisatie: Stichting RAVON

    Dit meetnet is een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).


    Website: Meetnet Amfibieën (website RAVON)
    Email: j.kranenbarg@ravon.nl
      Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden

    Het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden brengt de invloed in beeld van ammoniakbronnen buiten de natuur op natuurgebieden. Het meetnet werd in 2005 opgezet om ammoniakconcentraties in de natuur te volgen en de modelberekeningen van de concentratie te toetsen. De metingen vinden plaats in Natura 2000 gebieden. Het meetnet levert ook een bijdrage aan de ‘Programmatische Aanpak Stikstof’ (PAS) van het ministerie van EL&I.

     

    De bijbehorende rapporten zijn via de gerelateerde items te bekijken.

     

    Contactpersonen:

    Margreet van Zanten (RIVM): margreet.van.zanten@rivm.nl

    Eric Noordijk (PBL): eric.noordijk@pbl.nl


    Website: Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (website RIVM)
      Meetnet Beek- en Poldervissen

    Het meetnet Beek- en Poldervissen is een landelijk verspreidingsonderzoek gericht op het actualiseren van het verspreidingsgebied van zeven doelsoorten op het niveau van 1 x 1 kilometerhokken. Vanaf 2011 worden met het meetnet ook de trends in het voorkomen van de doelsoorten in kaart gebracht.

    De volgende doelsoorten worden gevolgd:

    1. Beekprik
    2. Rivierdonderpad
    3. Beekdonderpad
    4. Bittervoorn
    5. Kleine modderkruiper
    6. Grote modderkruiper
    7. Rivierprik (vanaf 2011)

    Organisatie: RAVON 

    Download de veldhandleiding


    Website: Meetnet Beek- en Poldervissen
      Meetnet Broedvogels Zoete Rijkswateren

    Het Meetnet Broedvogels Zoete Rijkswateren heeft als meetdoelstelling: het signaleren van de populatie-ontwikkeling van indicatieve soorten langs de Zoete Rijkswateren per hoofdwatersysteem. Tevens worden de mogelijkheden onderzocht om de populatie-ontwikkeling per terreintype (ecotoopklasse) voor de Zoete Rijkswateren als geheel te schetsen. Voorts is er nadrukkelijke aandacht voor de monitoring van Vogelrichtlijngebieden in de Zoete Rijkswateren.

    Dit meetnet maakt deel uit van het programma Biologische Monitoring Zoete Rijkswateren, onderdeel van het integrale monitoringprogramma van Rijkswaterstaat: de Monitoring van de Waterstaatkundige Toestand des Lands (MWTL).

    Organisatie: SOVON Vogelonderzoek Nederland
    Opdrachtgever: Rijkswaterstaat


    Website: Meetnet Broedvogels Zoete Rijkswateren (website SOVON)
    Email: andre.vankleunen@sovon.nl
      Meetnet Dagactieve Zoogdieren

    Het Meetnet Dagactieve Zoogdieren is gericht op het volgen van de populatieontwikkeling van enkele algemeen voorkomende zoogdieren zoals konijn, haas, ree, vos en eekhoorn.

    Uitvoering: Zoogdiervereniging
    In samenwerking met: SOVON, CBS
    Opdrachtgever: ministerie van EL&I / Gegevensautoriteit Natuur (GaN)

    Dit meetnet is een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring.


    Website: Meetnet Dagactieve Zoogdieren (website NEM)
    Email: info@zoogdiervereniging.nl
      Meetnet Functievervulling (MFV)

    Het Meetnet Functievervulling (MFV) is een landelijk en provinciaal meetnet dat een herziening en uitbreiding is van de Vierde Bosstatistiek. Het MFV is een verkennende oppervlaktestatistiek. Met een ruimtelijke steekproef wordt een schatting gemaakt van de oppervlakten land met bepaalde eigenschappen voor vijf groepen functies: economie, recreatie, natuur, milieu en landschap. Hoewel het MFV is opgezet voor bos, natuur en landschap, wordt het nu nog beperkt tot het Nederlandse bos (het MFV-bos). De metingen hiervoor worden gedaan op 3622 steekproefpunten.

    Opdrachtgever: ministerie van EL&I/Directie Kennis en Innovatie (DK&I)
    Coördinatie: Alterra


    Website: Meetnet Functievervulling
    Email: dkinfobalie@minlnv.nl
      Meetnet Geel schorpioenmos

    Het Meetnet Geel schorpioenmos onderzoekt deze soort op de enige plek waar zij in Nederland voorkomt. De resultaten worden gebruikt voor rapportages aan de EU over de Habitatrichtlijn.

    Uitvoerende organisatie: Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG)
    Opdrachtgever: ministerie van EL&I

    Dit meetnet is onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).


    Website: BLWG (onderzoekspagina)
    Email: sparrius@blwg.nl
      Meetnet Hazelmuis

    De hazelmuis is een beschermde soort binnen de Europese Habitatrichtlijn en komt voor in Zuid-Limburg. Met behulp van het Meetnet Hazelmuis zijn de effecten van het beheer op deze soort te evalueren.

    Organisatie: Zoogdiervereniging
    In samenwerking met: CBS
    Opdrachtgever: ministerie van EL&I / Gegevensautoriteit Natuur

    Dit meetnet is een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring.


    Website: Meetnet Hazelmuis (website NEM)
    Email: info@zoogdiervereniging.nl
      Meetnet Hemelhelderheid Nederland

    Met het Meetnet Hemelhelderheid Nederland wordt een beeld verkregen van de donkerte in de nacht en de variatie daarin.

    Het meetnet bestaat uit 9 locaties waar continu wordt gemeten. De metingen worden tevens gebruikt voor validatie van modellen voor hemelhelderheid en voor validatie van satellietmetingen.

    Organisatie: RIVM


    Website: Meetnet Hemelhelderheid Nederland
    Email: info@rivm.nl
      Meetnet Mossen

    Met het Meetnet Mossen wordt inzicht verkregen in de zeldzaamheid van bepaalde soorten en of de soorten voor- of achteruit gaan.

    Organisatie: Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG)
    De BLWG werkt samen met de Gegevensautoriteit Natuur (GaN).


    Website: Meetnet Mossen (website BLWG)
    Email: h.siebel@natuurmonumenten.nl
      Meetnet Reptielen

    Doel van het Meetnet Reptielen is om op basis van kwantitatieve steekproeven een beeld te krijgen van (veranderingen in) de reptielenpopulatie in Nederland. De monitoring wordt uitgevoerd door vrijwilligers.

    Organisatie: Stichting RAVON

    Dit meetnet is een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).


    Website: Meetnet Reptielen (website RAVON)
    Email: j.kranenbarg@ravon.nl
      Meetnet Slaapplaatsen

    Het Meetnet Slaapplaatsen heeft tot doel het monitoren van vogels op vaste locaties waar de dieren zich ’s nachts concentreren om te slapen. De informatie is een bouwsteen voor het bepalen van de omvang van de Nederlandse populaties van de betreffende soorten en is ook van belang voor het volgen van de Natura 2000 instandhoudingsdoelen.

    Organisatie: SOVON Vogelonderzoek Nederland


    Website: Meetnet Slaapplaatsen
    Email: olaf.klaassen@sovon.nl
      Meetnet Urbane Soorten (MUS)

    Het Meetnet Urbane Soorten (MUS) monitort populatietrends van vogels in stedelijke gebieden. Het meetnet wordt uitgevoerd door vrijwilligers.

    Organisatie: SOVON Vogelonderzoek Nederland


    Website: Meetnet Urbane Soorten (website SOVON)
    Email: mus@sovon.nl
      Meetnet Vleermuizen in winterverblijven

    Alle vleermuizen staan op de Europese Habitatrichtlijn en zijn daarmee beschermde soorten. De helft van de soorten in Nederland wordt gevolgd met het Meetnet Vleermuizen in winterverblijven.

    Organisatie: Zoogdiervereniging
    In samenwerking met: CBS
    Opdrachtgever: ministerie van EL&I / Gegevensautoriteit Natuur

    Dit meetnet is een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).


    Website: Vleermuizen winterverblijven (website NEM)
    Email: vlen@zoogdiervereniging.nl
      Meetnet Vleermuizen zoldertellingen

    Met het Meetnet Vleermuizen zoldertellingen worden de grijze grootoorvleermuis en de ingekorven vleermuis gevolgd. Deze soorten zijn opgenomen in de EU-Habitatrichtlijn.

    Organisatie: Zoogdiervereniging
    In samenwerking met: CBS
    Opdrachtgever: ministerie van EL&I / Gegevensautoriteit Natuur (GaN)

    Dit meetnet is een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).


    Website: Meetnet Vleermuizen zoldertellingen (website NEM)
    Email: vlen@zoogdiervereniging.nl
      Meetnet Weidevogels

    Het Meetnet Weidevogels beoogt de aantalsontwikkeling van algemene weidevogels te volgen, zoals grutto en kievit. De resultaten worden daarnaast gebruikt voor o.a. de evaluatie van agrarisch natuurbeheer.

    Organisatie: SOVON Vogelonderzoek Nederland
    In samenwerking met: CBS
    Opdrachtgever: ministerie van EL&I / Gegevensautoriteit Natuur (GaN)

    Dit meetnet is een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM)


    Website: Meetnet Weidevogels (website NEM)
    Email: info@sovon.nl
      Milieumonitoring Stadsregio Rotterdam (MSR)

    Project over de stand van het milieu in de regio Rotterdam.

    MSR is een project van Rijkswaterstaat Zuid Holland, Gemeente Rotterdam, Politie Rotterdam-Rijnmond, Stadsregio Rotterdam, Hoogheemraadschap van Delfland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Waterschap Hollandse Delta, GGD Rotterdam-Rijnmond, de Provincie Zuid-Holland en de DCMR Milieudienst Rijnmond.

    De belangrijkste output van dit project bestaat uit de MSR rapportages en een jaarlijks symposium.

    Contactpersoon:
    Karla Groen
    Projectleider monitoring
    Telefoon: 010 - 2468 485
    Fax: 010 - 2468 283


    Website: Milieumonitor Stadsregio Rotterdam
    Email: karla.groen@dcmr.nl
      Mitigatie Monitor op basis van Carbon

    Software voor ondersteuning van de nulmeting en mitigatie monitor.

    Contactpersoon:
    Geert Janssen
    Provincie Utrecht


    Email: Geert.janssen@provincie-utrecht.nl
      Monitor Agenda Vitaal Platteland

    Het doel van het programma Monitor Agenda Vitaal Platteland is de ontwikkeling en langjarige coördinatie van een systematiek voor de beoordeling van de effectiviteit en efficiency van het plattelandsbeleid.

    Lees meer over de Agenda Vitaal Platteland 

    Uitvoering: WOT Natuur & Milieu (WUR)
    Opdrachtgever: ministerie van EL&I/Directie Platteland

    Contactpersoon:
    Wies Vullings (WOT N&M)
    Telefoon: 0317 - 48 17 26

     


    Website: Monitor Agenda Vitaal Platteland
    Email: wies.vullings@wur.nl
      Monitoring Atmospheric Composition and Climate (MACC)

    Het project MACC heeft als doel het ontwikkelen van een operationele dienst voor de monitoring en voorspelling van luchtkwaliteit over heel Europa. Hiermee kunnen burgers, overheid en industrie inzicht krijgen in de mogelijke gevolgen van luchtkwaliteit voor gezondheid en de mate waarin maatregelen bijdragen aan het verminderen van emissies.

    Organisatie:
    Meer dan 40 Europese instellingen werken samen aan dit project. Onder andere TNO is nauw betrokken bij dit project.


    Website: Monitoring Atmospheric Composition and Climate
    Email: chris.bremmer@tno.nl
      Monitoring Besluit bodemkwaliteit

    Bodem+ monitort de implementatie van het Besluit bodemkwaliteit bij bevoegde gezagen. De resultaten van de monitoring worden gebruikt om de uitvoering van het Besluit bodemkwaliteit verder te verbeteren en zonodig ook beleidsmatige aanpassingen te doen.

    Organisatie: Het Implementatieteam Besluit bodemkwaliteit stuurt de monitoring aan. Alle betrokken overheidspartijen hebben hier zitting in. Voor de onderwerpen monitoring en uitvoeringsknelpunten sluit het bedrijfsleven aan bij het Implementatieteam. Voor de onderdelen Bouwstoffen, Grond en baggerspecie en Kwalibo zijn drie werkgroepen actief met praktijkdeskundigen van de meest betrokken organisaties, inclusief marktpartijen.


    Website: Monitoring Besluit Bodemkwaliteit (site Agentschap NL)
    Email: bodemplus@agentschapnl.nl
      Monitoring bodemdaling Ameland

    Door de gaswinning op Ameland treedt bodemdaling op. De bodemdaling en mogelijke effecten worden gemonitord vanaf het begin van de gaswinning in 1986. De monitoring wordt vormgegeven en begeleid door de Commissie Monitoring Bodemdaling Ameland.

    Samenstelling commissie:
    Onafhankelijk voorzitter: dhr. J. de Vlas
    Secretaris: dhr. J. Marquenie (NAM)

    Leden: gemeente Ameland, It Fryske Gea, ministerie van EL&I/directie Regionale Zaken Noord, provincie Fryslân, Rijkswaterstaat Noord-Nederland

      Monitoring Duurzame Bedrijventerreinen

    Dit project richt zich op het ontwikkelen van indicatoren t.b.v. de meetbaarheid van duurzaamheid van bedrijventerreinen.

     

    Contactpersoon:

    G. Meijer

     

     


    Email: g.meijer1@pzh.nl
      Monitoring geringde ganzen

    Via een website kunnen geregistreerde waarnemers hun waarnemingen van gemerkte ganzen doorgeven. Op een kaart kunnen zij precies aangeven waar de ganzen gezien zijn.

    Organisatie: Alterra, SOVON en het Vogeltrekstation van het NIOO in samenwerking met buitenlandse organisaties en particulieren. 


    Website: www.geese.org
    Email: goose.alterra@wur.nl
      Monitoring Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)

    Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) heeft als hoofddoelen het verbeteren van de luchtkwaliteit ten behoeve van de volksgezondheid en het bieden van ruimte voor en bijdragen aan de onderbouwing van ruimtelijke projecten.

    Monitoring is nodig om zeker te stellen dat overal tijdig de grenswaarden worden gehaald. De monitoring van het NSL is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de drie betrokken overheidsniveaus: gemeenten, provincies en het rijk. I&M is opdrachtgever en eindverantwoordelijke. Op rijksniveau speelt daarnaast  Rijkswaterstaat een rol met betrekking tot projecten en maatregelen op de rijkswegen.

    De monitoring van het NSL wordt uitgevoerd door het Bureau Monitoring NSL, een samenwerking tussen het RIVM en InfoMil.

    Ten behoeve van het NSL, de jaarlijkse (EU-)rapportage en de monitoring van het NSL heeft het (voormalige) ministerie van VROM registratie- en rekeninstrumenten laten ontwikkelen, waaronder een monitoringtool.


    Website: NSL op InfoMil.nl
    Email: info@infomil.nl
      Monitoring Natuurmonumenten

    Natuurmonumenten voert monitoring uit op het gebied van landschap en natuur. Algemeen doel van de monitoring is het zo goed en efficiënt mogelijk beheren van de natuurgebieden van Natuurmonumenten.


    Website: Natuurmonumenten
    Email: info@natuurmonumenten.nl
      Monitoring Nieuwe Stoffen

    In 2006 is het Netwerk Monitoring Nieuwe Stoffen opgericht, voor en door waterschappen. Doel van het netwerk is kennis over monitoring te vergaren en uit te wisselen.

    Onder nieuwe stoffen worden verstaan hormoonverstorende stoffen en andere potentieel schadelijke stoffen die in het oppervlaktewater kunnen voorkomen maar (nog) niet in het waterkwaliteitsbeleid worden meegenomen. Bijvoorbeeld geneesmiddelen, weekmakers, brandvertragers, geurstoffen, conserveringsmiddelen enzovoorts.

    STOWA faciliteert het netwerk.


    Website: Monitoring Nieuwe Stoffen (STOWA)
    Email: anja.derksen@adecoadvies.nl
      Monitoring Ontwikkeling Nationaal verbruik, Informatie en Trendanalyse (MONIT)

    MONIT is een systeem voor de presentatie en analyse van verbruik- en emissietrends in de Nederlandse energievoorziening. MONIT beschikt over cijfers voor verschillende soorten energieverbruik, in verschillende sectoren in de Nederlandse samenleving. Naast de verbruiktrends op energiegebied worden ook de trends in de CO2-emissies van de energievoorziening gepresenteerd.

    Organisatie: Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN)


    Website: MONITweb
      Monitoring Overlevingsplan Bos en Natuur (OBN)

    OBN is per 2010 beëindigd.


    Het doel van het Overlevingsplan Bos en Natuur (OBN) is het herstellen van ecosystemen door het tijdelijke, aanvullende beheer- en/of inrichtingsmaatregelen. Voor de monitoring van de effecten geldt als meetdoel:

    Het op landelijke schaal signaleren van biotische en abiotische ontwikkelingen in bos en natuurterreinen als gevolg van het uitvoeren van effectgerichte maatregelen door het monitoren van:

    • de aantalsontwikkelingen van doel- en rode lijstsoorten voor flora en fauna
    • de mate van vergrassing in heide, duin en bijzondere bostypen
    • hydrologische, hydrochemische en eutrofiëringskarakteristieken van grond- en oppervlaktewater
    • de samenstelling en structuur van bos
    • verzurings- en eutrofiëringskarakteristieken van bodem en bomen in multifunctioneel bos

    Looptijd: 1990 - 2010

    Organisatie: Ministerie van LNV/Directie Kennis


    Website: OBN
    Email: info@minlnv.nl
      Monitoring Staatsbosbeheer

    Staatsbosbeheer verzamelt per gebied informatie over:

    • vegetatietypen
    • broedvogels
    • doelsoorten
    • recreatie
    • faunabeheer
    • landschap
    • cultuurhistorie

    Staatsbosbeheer gebruikt ARTEMIS als monitoringssysteem voor de functie houtproductie en natuurbeheer, tezijnertijd ook recreatie.


    Website: Staatsbosbeheer
    Email: j.holtland@staatsbosbeheer.nl
      Monitoring Stroomgebieden

    Het project ‘Monitoring Stroomgebieden' is eind 2011 afgerond.


    Het project ‘Monitoring Stroomgebieden' heeft twee doelen:

    1. Het kwantificeren van het effect van het mestbeleid op de oppervlaktewaterkwaliteit op stroomgebiedsniveau;
    2. Het afleiden van een blauwdruk waarmee in andere stroomgebieden de effecten van het mestbeleid kunnen worden gemonitord.

    Het project worden uitgevoerd door Alterra en Deltares, in samenwerking met de betrokken waterbeheerders. Opdrachtgevers zijn de ministeries van EL&I en I&M. Het project wordt begeleid door een stuurgroep waarin zitting hebben de opdrachtgevers alsmede de Unie van Waterschappen.

    Download de projectrapporten van Monitoring Stroomgebieden.

     


    Website: Monitoring Stroomgebieden
    Email: dorothee.leenders@wur.nl
      Monitoring Teken

    Wageningen Universiteit en Research Centrum en het IVN monitoren samen het verloop van tekenpopulaties (aantal teken in een gebied en gedurende het jaar) in Nederland en bepalen het percentage van de schapenteken dat is geïnfecteerd met de Borrelia parasiet.

    Hiervoor worden op 25 plaatsen, verspreid door heel Nederland, maandelijks teken gevangen. De teken worden naar Wageningen gestuurd voor een bepaling van besmetting met de Borrelia parasiet. Deze gegevens worden in de loop van het onderzoek door de Natuurkalender gepubliceerd en zijn voor iedereen toegankelijk.


    Website: Teken
    Email: ivn@ivn.nl
      Monitoring van stookolieslachtoffers en de toestand van de zee

    De 'Monitoring van stookolieslachtoffers en de toestand van de zee' telt op systematische wijze aangespoelde kust- en zeevogels. Op basis van de data wordt een oliebevuilingspercentage berekend.

    Coördinatie: Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ)
    Veldwerk: Nederlandse Zeevogelgroep (vrijwilligers)

    Contactpersoon: Kees Camphuysen (NIOZ en Zeevogelgroep)


    Website: Monitoring stookolieslachtoffers
    Email: kees.camphuysen@wxs.nl
      Monitoring Walvisachtigen

    De Monitoring Walvisachtigen wordt op maandelijkse basis uitgevoerd vanaf Stena Line cruiseschepen die tussen Hoek van Holland en Harwich varen.

    Organisatie:
    Stichting Rugvin 


    Website: Monitoring Walvisachtigen
    Email: rugvin@planet.nl
      Monitoringprojecten Stichting ANEMOON

    Stichting ANEMOON (marien onderzoek) coördineert verschillende monitoringprojecten. Een opsomming:


    Website: Stichting ANEMOON
    Email: anemoon@cistron.nl
      Morfologisch monitoringprogramma (Rijkswaterstaat)

    Binnen het morfologisch monitoringprogramma van Rijkswaterstaat worden van een groot aantal gebieden op zee en langs de kust jaarlijks de diepte en ligging gemeten.


    Website: Morfologisch monitoringprogramma op Rijkswaterstaat.nl
    Email: helpdeskwater@rws.nl
      Multifunctioneel Presentatiestation (MFPS)

    Het Multifunctioneel Presentatiestation (MFPS) is een computerprogramma waarmee actuele gegevens uit hydrometeo-meetnetten van Rijkswaterstaat gepresenteerd en opgeslagen kunnen worden.

    Via de MFPS publieksversie staan dezelfde gegevens ter beschikking als via de website www.actuelewaterdata.nl.


    Website: Multifunctioneel Presentatiestation
    Email: mcc@rws.nl
      Nationaal Meetnet Radioactiviteit

    Het Nationaal Meetnet Radioactiviteit (NMR) is een waarschuwingsmeetnet voor stralingsongevallen. Bij een ongeval geeft het NMR inzicht in omvang en verloop van de radioactieve besmetting. Onder normale omstandigheden levert het NMR informatie over de natuurlijke achtergrondstraling.

    Het NMR wordt uitgevoerd door het RIVM.


    Website: Nationaal Meetnet Radioactiviteit
    Email: info@rivm.nl
      National System Emissiemonitoring broeikasgassen

    Het Klimaatverdrag en het Kyoto Protocol vereisen dat landen regelmatig rapporteren over broeikasgasemissies en over de stappen die ze nemen om de verdragen te implementeren. Om monitoring en rapportage te faciliteren, vereist het Kyoto protocol een zogenoemd ‘National System’ voor monitoring.

    Het Nederlandse systeem voor emissiemonitoring van broeikasgassen omvat o.a. een set monitoringprotocollen en een systeem voor kwaliteitsbewaking en -beheer. De basis van de monitoring van broeikasgassen wordt gevormd door de Emissie Registratie.


    Website: Broeikasgassen
    Email: ghginfo@senternovem.nl
      Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)

    In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) komen alle beschikbare gegevens over natuur overzichtelijk op één plek bij elkaar. Gebruikers van de NDFF krijgen zo snel een compleet en actueel beeld van wat bekend is over het voorkomen van plant- en diersoorten op een locatie. De NDFF biedt gebruikers bovendien de mogelijkheid de eigen gegevens overzichtelijk op te slaan, te valideren en te beheren.

    De Gegevensautoriteit Natuur borgt de kwaliteit van de natuurgegevens. De gegevens zijn toegankelijk via het Natuurloket of een abonnement op de NDFF.

    Vanaf juli 2010 wordt gewerkt aan een koppeling tussen de NDFF en Waarneming.nl.

     


    Website: NDFF (website Gegevensautoriteit Natuur)
    Email: info@gegevensautoriteitnatuur.nl
      Nationale Tuinvogeltelling

    De Nationale Tuinvogeltelling is een jaarlijks terugkerende telling waaraan iedereen mee kan doen. Deelnemers wordt gevraagd in het weekend een halfuur lang alle vogels te tellen in hun eigen tuin. Alle ingestuurde gegevens worden vervolgens gebruikt voor vogelonderzoek.

    Organisatie: Vogelbescherming Nederland en SOVON Vogelonderzoek Nederland


    Website: De Tuinvogeltelling
      Nationale Vector Survey

    De Nationale Vector Survey is een landelijke inventarisatie van steekmuggen en teken. De survey startte in 2009 in Limburg (72 locaties) en werd in 2010 uitgebreid naar heel Nederland (300 locaties).

    Organisatie: Centrum Monitoring Vectoren

     


    Website: Nationale Vector Survey 2010
    Email: pd.info@minlnv.nl
      Natuurkalender

    De Natuurkalender is een nationaal educatief/wetenschappelijk waarnemingsprogramma dat zich richt op het in kaart brengen van de effecten van klimaatverandering op de jaarlijks terugkerende verschijnselen in de natuur.

    Het is een initiatief van de Universiteit Wageningen en VARA's Vroege Vogels. Het project wordt mede mogelijk gemaakt door een aantal organisaties en bedrijven. Waarnemingen kunnen door iedereen aangeleverd worden.


    Website: Natuurkalender
    Email: natuurkalender@wur.nl
      Nestkaartenproject

    Het nestkaartenproject richt zich op het verzamelen van lotgevallen van nesten. Informatie over legdata, legselgrootte en nestsucces, en eventuele redenen van mislukken van nesten, vormen de belangrijkste ingrediënten van het project.

    Organisatie: SOVON Vogelonderzoek Nederland
    In samenwerking met: ministerie van EL&I en het CBS

    Dit meetnet is een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring.


    Website: Nestkaartenproject (website SOVON)
    Email: frank.majoor@sovon.nl
      Netwerk Ecologische Monitoring (NEM)

    Het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) is het samenwerkingsverband van overheidsorganisaties voor de monitoring van de natuur in Nederland. Het doel is om de verzameling van gegevens af te stemmen op de informatiebehoefte van de overheid. De meetnetten van het NEM worden gecoördineerd door Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO’s).

    De partners in het NEM zijn:

    • Ministerie van EL&I (Directie Natuur /Gegevensautoriteit Natuur)
    • Ministerie van I&M, vertegenwoordigd door de Waterdienst en Dienst Verkeer en Scheepvaart (DVS), beide van Rijkswaterstaat
    • Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
    • Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
    • Provincies

     

    Het NEM wordt aangestuurd door de Stuurgroep NEM, bestaande uit vertegenwoordigers van de NEM-partners. De Stuurgroep wordt ondersteund door het Kernteam NEM.

     

    Voorzittende organisatie Stuurgroep NEM
    Contactpersoon: Wilmar Remmelts (EL&I, lid Kernteam NEM)


    Website: Netwerk Ecologische Monitoring
    Email: w.j.remmelts@minlnv.nl
      Nieuwe Kaart van Nederland

    De Nieuwe Kaart van Nederland is een initiatief van het Nirov en het ministerie van I&M. De projectorganisatie van de Nieuwe Kaart is gehuisvest bij het Nirov. 

    De Nieuwe Kaart van Nederland is hét totaaloverzicht van geplande ruimtelijke ontwikkelingen en functionele veranderingen in Nederland. Het gaat om een integraal overzicht waarin elk thema, te weten: wonen, werken, water, natuur en infrastructuur, gestructureerd ondergebracht wordt.

    Projectleider: Jan Kadijk


    Website: De Nieuwe Kaart
    Email: kadijk@nieuwekaart.nl
      Ozone Monitoring Instrument (OMI)

    Het Ozone Monitoring Instrument (OMI) is een satellietinstrument dat sinds 2004 in een baan om de aarde draait en metingen doet m.b.t. de samenstelling van de aardatmosfeer. OMI houdt belangrijke eigenschappen van de atmosfeer in de gaten, zoals de ozonlaag, concentraties van verschillende sporengassen, luchtvervuiling en fijnstof (o.a. vulkaanas). Resultaten van het OMI-project zijn vooral van belang voor klimaatonderzoek en onderzoek naar luchtkwaliteit.

    Organisatie: Vele landen en organisaties werken samen aan dit project. De wetenschappelijke leiding en het operationele beheer liggen in handen van het KNMI.


    Website: Ozone Monitoring Instrument (OMI)
      PRISMA
    Elk jaar voeren de provincies een aantal gezamenlijke milieuprojecten uit. Deze interprovinciale milieuprojecten vinden plaats in het kader van het Programma IPO Strategische Milieu Agenda: PRISMA
    De projecten beslaan alle milieuthema's die voor de provincies prioriteit hebben. Voor de statenperiode 2011-2015 zijn dat o.a.:
    • Energie en klimaat
    • Geluid
    • Luchtkwaliteit
    • Biodiversiteit
    • Bodemkwaliteit
    • Duurzame ontwikkeling
    • Omgevingsvergunning
    • Vergunningverlening
    • Handhaving
    Aan het begin van elk jaar verschijnt het PRISMA jaarprogramma met een beschrijving van de projecten voor dat jaar.
    Na afloop van het jaar worden de resultaten van alle projecten samengevat in het PRISMA jaarverslag.
    De website Monitoring Strategische Projecten geeft een overzicht van de voortgang van de projecten.
    De nieuwsbrief IPO Milieuwerk publiceert regelmatig nieuws over de PRISMA projecten.
    PRISMA bestaat sinds 2005. Tot en met 2004 voerden de provincies hun gezamenlijke milieuprojecten uit onder de naam 'Interprovinciaal Milieuprogramma' (IPM).

    Meer informatie: Joyce Klink (IPO)
    Telefoon: 070 - 888 12 31

    PRISMA 2011


    Prisma publicaties 2011:

    PRISMA 2010


    PRISMA publicaties 2010:

    PRISMA 2009


    PRISMA publicaties 2009:

    PRISMA 2008


    PRISMA 2007


    PRISMA publicaties 2007:

    PRISMA 2006


    PRISMA publicaties 2006:

    PRISMA 2005


    PRISMA publicaties 2005:

    IPM 2004


    IPM publicaties 2004:

    IPM 2003


    IPM publicaties 2003:

    IPM 2002

    IPM publicaties 2002:

    IPM 2001

    IPM publicaties 2001:
      Publieke inventarisatie van lichthinder

    De Lichthinderkaart is een inventarisatie van locaties met onnodig, storend licht. De waarnemingen zijn afkomstig van burgers. Op de kaart staan zeven categorieën lichtbronnen:

    • Openbare velichting
    • Sportveldverlichting
    • Reclame verlichting
    • Verlichting recreatieterreinen
    • Verlichting uit een gebouw
    • Verlichting van een gebouw
    • Particuliere verlichting

    Inventarisatieperiode: najaar 2011

    Organisatie: Natuur- en Milieufederaties


    Website: laat het donker donker: lichthinderkaart
    Email: info@natuurenmilieu.nl
      Punt Transect Tellingen (PTT)

    Met de Punt Transect Tellingen (PTT) worden de aantalsontwikkeling en verspreiding van in ons land doortrekkende en/of overwinterende vogels vastgelegd. Dit kunnen zowel Nederlandse broedvogels zijn als vogels afkomstig uit bijvoorbeeld Scandinavië of Oost-Europa.

    Organisatie: SOVON Vogelonderzoek Nederland
    In samenwerking met: CBS


    Website: PTT (website SOVON)
    Email: willem.vanmanen@sovon.nl
      Realisatieplan Slim Monitoren

    Doel van het Realisatieplan Slim Monitoren is het coördineren van de provinciale en landelijke monitoring van bodem en grondwater, zodat er slimmer en beter gewerkt kan worden tegen lagere kosten. Het Realisatieplan is een vervolg van het project Kwali-tijd. Dit project resulteerde in het Handboek voor de provinciale en landelijke meetnetten bodem- en grondwaterkwaliteit. Een belangrijk operationeel doel van Slim Monitoren is het stimuleren en borgen van de uitvoering van dit handboek.

    Het Realisatieplan Slim Monitoren wordt uitgevoerd door het Platform Meetnetbeheerders, in opdracht van de IPO-Bodem Ontwikkel Groep (BOOG)

    Contactpersoon:
    Stef Hoogveld (opdrachtgever namens IPO-BOOG)


    Website: Informatieblad Realisatieplan (PDF)
    Email: s.hoogveld@gelderland.nl
      Rekenmodel IPOLicht

    PRISMA rapport

    Met het Rekenmodel IPOLicht kunnen de effecten op hemelhelderheid en horizonvervuiling van ontwikkelingen of maatregelen kwantitatief worden bepaald. Dit instrument kan worden gebruikt bij ruimtelijke processen als gebiedsontwikkeling en -inrichting, ter ondersteuning van beleidskeuzes en bij vergunningverlening.

    Jaar van uitgave:
    2011

    Trefwoorden overig:
    Lichtvervuiling, donkertebescherming

    Download het Rekenmodel IPOLicht

    Ga naar de snelstartgids van het Rekenmodel IPOLicht

    Achtergronddocumenten:


    Website:
      Ring-MUS

    Ring-MUS is een monitoringprogramma speciaal gericht op het verkrijgen van demografische gegevens van vogels uit het stedelijk milieu. Binnen het project worden gegevens verzameld over reproductie, overleving en conditie van vogels uit het stedelijk milieu middels het vangen en ringen van vogels. Ring-MUS sluit aan bij het Meetnet Urbane Soorten (MUS) van SOVON, en is daarvan de variant voor ringers. Vandaar de naam ring-MUS.

    Organisatie: Vogeltrekstation (expertisecentrum op het gebied van vogeldemografie). Ring-MUS is mede mogelijk gemaakt dankzij financiële steun van Vogelbescherming Nederland.


    Website: Ring-MUS
    Email: info@vogeltrekstation.nl
      Ringonderzoek / CES

    Constant Effort Sites (CES) houdt in dat met een vaste vangstopstelling (mistnetten) vogels worden gevangen en geringd. Van alle vogels worden leeftijd, geslacht en conditie bepaald, ze worden geringd, gemeten en gewogen en vervolgens weer losgelaten.

    Organisatie: SOVON Vogelonderzoek Nederland


    Website: Ringonderzoek (website SOVON)
    Email: frank.majoor@sovon.nl
      Risicokaart

    De risicokaart is een digitaal systeem dat toegankelijk is voor alle burgers. Op deze kaart zijn alle risicosituaties van mobiele en vaste bronnen in kaart gebracht. De kaart wordt periodiek onderhouden door de gemeenten, de brandweer en de provincie.


    Website: Risicokaart
    Email: lbo@risicokaart.nl
      Scaling and sustainability monitoring

    De project heeft tot doel het ontwikkelen van een theoretisch kader, met praktische vertaalslag naar concrete indicatoren waarin de interacties worden beschreven tussen de meting van duurzaamheid op verschillende schaalniveaus (van bedrijf(sproces) tot aan wereldniveau).

    Het project moet o.a. leiden tot een zo consistent mogelijke set indicatoren m.b.t. de verschillende schaalniveaus. Hiermee moet bijvoorbeeld op bedrijfsniveau bepaald kunnen worden wat de bijdrage kan zijn aan wereldwijde doelstellingen (bijv. de Millenium Development Goals). Ook is het de bedoeling dat interacties tussen schaalniveaus kunnen worden bepaald.

    Specifieke aandacht zal worden besteed aan duurzaamheidmonitoring voor regio's in Nederland.

    Organisatie: LEI (WUR), in opdracht van het ministerie van EL&I
    Contactpersoon: Koen Boone (LEI)
    Periode: 2010

     


    Website: Scaling en sustainability monitoring (website Narcis)
    Email: koen.boone@wur.nl
      Shortlist Ecologische Monitoring Wind op Zee

    Het project Shortlist Ecologische Monitoring Wind op Zee (in het kort ‘shortlist’) is een onderzoeksprogramma van een jaar dat voortkomt uit het Masterplan Ecologische Monitoring Wind op Zee. Het onderzoek is opgezet om een aantal prioritaire kennisleemtes, die zeer bepalend zijn voor de vergunningvoorschriften, nader in te vullen. Het shortlistonderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van het IDON, en wordt gefinancierd door het ministerie van EL&I en het ministerie van I&M.

    Contact via Informatiehuis Marien


    Website: Shortlist Ecologische Monitoring Wind op Zee
      Slim meten en monitoren

    Binnen het project 'Slim meten en monitoren' wordt gewerkt  aan innovatieve meetmethoden om het inzicht in het watersysteem van de stad Delft te vergroten. Het real-time draadloze sensornetwerk dat in dit project wordt ontwikkeld is zowel gericht op de aanpak van wateroverlast als op het beheer van verontreinigd grondwater. Het moet de beheerders ondersteunen bij het nemen van maatregelen en bestuurders bij het nemen van beleidskeuzes.

    Organisatie: Witteveen+Bos, gemeente Delft, Hoogheemraadschap van Delfland, Delft Institute for Applied Mathematics (TU Delft) en Munisense. Het project wordt deels gefinancierd door de EU.

    Klik hier om contact op te nemen met 'Slim meten en monitoren'.


    Website: Slim meten en monitoren
      Spatial Information in Europe (INSPIRE)

    INSPIRE, kort voor Infrastructure for Spatial Information in Europe, is een initiatief van de Europese Commissie. Het richt zich op het beschikbaar maken van relevante, op elkaar afgestemde en kwalitatief hoogwaardige geo-informatie. Doel is om de formulering, implementatie, monitoring en evaluatie van Europees beleid met een ruimtelijke dimensie of ruimtelijke gevolgen mogelijk te maken.

     

    Deze infrastructuur is bedoeld voor beleidsmakers, ontwerpers en managers binnen de overheid op lokaal, nationaal en Europees niveau. Ook bedrijven en burgers krijgen straks toegang tot de aangeboden geo-informatie.

     

    Regie: Europese Commissie DG Environment
    Nederlandse vertegenwoordiging: ministerie van I&M. I&M is lid van de Expert Group INSPIRE, een stuurgroep met advieskracht aan de Commissie.

    Actueel
    In 2010-2011 werkt INSPIRE aan de dataspecificaties voor de thema's onder Annex 2 en 3. Per thema is hiervoor een thematische werkgroep (TWG) opgericht. Vanuit Nederland zijn dertien experts geselecteerd voor deze werkgroepen.


    Website: INSPIRE (website Europese Commissie)
    Email: inspire-info@jrc.it
      Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) / SNL Natuurkwaliteit en Monitoring

    Dit betreft twee gekoppelde projecten:

    1. Project Subsidistelsel Natuur en Landschap (SNL) (voorheen Omvorming Programma Beheer)
    Het project SNL is gericht op het verbeteren van het subsidiestelsel voor het natuurbeheer, het beheer van landschapselementen en het agrarisch natuurbeheer.

    Projectleider: Herman Cohen Stuart (IPO)
    Email: hcohenstuart@ipo.nl
    Telefoon: 06 - 2890 1253

    2. Project SNL Natuurkwaliteit en Monitoring (voorheen Waarborgen Natuurkwaliteit)
    Het project heeft tot doel de ontwikkeling van een uniform systeem voor de beschrijving van natuurkwaliteit en de monitoring daarvan. Het systeem zal o.a. worden gebruikt voor de monitoring van de natuurkwaliteit in het kader van het ILG. Een bestuurlijk traject maakt onderdeel uit van het project.

    Participerende organisaties: IPO, EL&I, I&M, Gegevensautoriteit Natuur, PBL, terreinbeheerders e.a.
    Projectleider:  Peter Kouwenhoven
    Telefoon: 06 - 2890 1280
    Email: pkouwenhoven@ipo.nl

    Stuurgroep en regiegroep SNL
    De stuurgroep SNL geeft sturing aan de gecombineerde projecten SNL en Natuurkwaliteit en Monitoring.
    Participerende organisaties: IPO, EL&I, I&M en PBL
    Voorzittende organisatie: IPO
    Voorzitter: Dhr. Beukema (directeur IPO)
    Secretaris: Herman Cohen Stuart (IPO)

    Contactpersoon: Herman Cohen Stuart (IPO)
    Telefoon: 06 - 2890 1253
    Email: hcohenstuart@ipo.nl


    Email: pkouwenhoven@ipo.nl
      Telmee

    Telmee is het invoerportaal waar vrijwilligers hun natuurwaarnemingen kunnen doorgeven en bekijken. De waarnemingen die worden ingevoerd via Telmee, komen terecht in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de Gegevensautoriteit Natuur.

    Telmee is een initiatief van de landelijke Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO's), samenwerkend in de koepelorganisatie VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF).

    De PGO's die meewerken aan Telmee.nl zijn:

    • ANEMOON (Flora en Fauna in de Nederlandse kustwateren)
    • BLWG (mossen en korstmossen)
    • EIS-NL (insecten en ongewervelden)
    • FLORON (planten)
    • NMV (paddenstoelen)
    • RAVON (reptielen, amfibieën en vissen)
    • SOVON Vogelonderzoek Nederland (vogels)
    • TINEA (Kleine vlinders, microlepidoptera)
    • Vlinderstichting (vlinders en libellen)
    • Zoogdiervereniging (zoogdieren)

    Website: Telmee
    Email: info@telmee.nl
      Trektellen.nl

    Op Trektellen.nl worden gegevens verzameld van vogeltrektellingen en ringvangsten door geheel Europa. In Nederland gaat dit in samenwerking met SOVON Vogelonderzoek Nederland.


    Website: Trektellen.nl
    Email: gtroost@solcon.nl
      TrendMeetnet Verzuring (TMV)

    In het TrendMeetnet Verzuring (TMV) wordt de kwaliteit van het bovenste grondwater onder natuurgebieden op zandgrond in Nederland vastgesteld. Hiertoe wordt op 155 locaties het bovenste grondwater bemonsterd en geanalyseerd.

      

    Het TrendMeetnet Verzuring wordt door het RIVM geëxploiteerd in opdracht van het ministerie van I&M.


    Website: TrendMeetnet Verzuring (TMV)
    Email: esther.wattel@rivm.nl
      Trilateraal Monitoring en Assessment Programma (TMAP)

    Engelse naam: Trilateral Monitoring and Assessment Program 

    Sinds 1978 werken de verantwoordelijke ministeries van Nederland, Denemarken en Duitsland samen aan de bescherming en het behoud van de Waddenzee. Deze samenwerking richt zich met name op het gebied van management, monitoring en onderzoek. Het ‘Trilateral Monitoring and Assessment Program’ (TMAP) is hier een resultaat van. Het doel van TMAP is tweeledig:

    1. Het leveren van een wetenschappelijke beoordeling van de ontwikkeling van het ecosysteem 'Waddenzee'
    2. Het beoordelen van de implementatie van het trilaterale 'Targets of the Wadden Sea Plan'

    Organisatie: de Trilaterale Monitoring en Beoordeling Groep (TMAG) is verantwoordelijk voor de implementatie en coördinatie van TMAP. Deze groep bestaat uit twee tot drie gedelegeerden van de drie betrokken nationale overheden. TMAP wordt uitgevoerd door nationale en regionale overheden. De belangrijkste partners zijn de verantwoordelijke Deense, Duitse en Nederlandse ministeries en het Deense National Environment Research Institute (NERI).


    Website: Trilateral Wadden Sea Cooperation
    Email: info@waddensea-secretariat.org
      Verspreidingsonderzoek uitheemse rivierkreeften

    De doelen van het Verspreidingsonderzoek uitheemse rivierkreeften zijn:

    1. Het in kaart brengen van de verspreiding van de rivierkreeften in Nederland
    2. Het meten van de effecten van rivierkreeften op de kwaliteit en structuur van het oppervlaktewater. Om te onderzoeken of de kwaliteit en structuur van het oppervlaktewater meetbaar beïnvloed wordt door rivierkreeften vallen de meetpunten voor de kreeftinventarisatie samen met de meetpunten van de waterschappen (de limnodata).

    Het onderzoek wordt uitgevoerd door vrijwilligers.
    Jaar: 2010

    Opdrachtgever: ministerie van EL&I/Team Invasieve Exoten en de Waterdienst
    Coördinatie: European Invertebrate Survey Nederland (EIS)
    Samenwerking: STOWA en Royal Haskoning (voor koppeling met data van de waterschappen) en RAVON (werving vrijwilligers)

     


    Website: Kreeftenonderzoek
    Email: eis@ncbnaturalis.nl
      Waarnemersnet Insectenaantastingen

    Het Waarnemersnet Insectaantastingen is een actief netwerk van 450 waarnemers die observaties van insectenaantastingen doorgeven. De monitoring loopt reeds sinds 1946. De database is een uniek bestand dat nauwkeurig de veranderingen in insectenpopulaties weergeeft. Ook de opkomst van invasieve, zuidelijke soorten kan nauwkeurig worden gevolgd.

    Contactpersoon:
    Leen Moraal (WUR)


    Website: Waarnemersnet Insectaantastingen (website Wageningen UR)
    Email: leen.moraal@wur.nl
      Waarneming.nl

    Waarneming.nl is een website met centrale database waar amateur waarnemers hun waarnemingen van planten en dieren kunnen invoeren. De gegevens van Waarneming.nl zijn openbaar en voor iedereen raadpleegbaar.

    Vanaf juli 2010 wordt gewerkt aan een koppeling tussen Waarneming.nl en de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF).

    Waarneming.nl is een product van de Stichting Natuurinformatie.


    Website: Waarneming.nl
    Email: info@waarneming.nl
      Wadden Sea Long-Term Ecosystem Research (WaLTER)

    Het project Wadden Sea Long-Term Ecosystem Research (WaLTER) betreft de ontwikkeling van een geïntegreerd plan voor de monitoring van de Waddenzee. In de huidige situatie worden in de Waddenzee allerlei zaken, van watertemperatuur tot aantallen zeehonden, door een reeks van instanties in de gaten gevolgd. Dat gebeurt echter met te weinig onderlinge samenhang en vaak met weinig aandacht voor de spreiding van de monstername in zowel de tijd als de ruimte. Ook is er nog veel verbetering mogelijk met betrekking tot de betrouwbaarheid van de uitkomsten, o.a. door de meetmethoden te verifiëren en op elkaar af te stemmen.

    Organisatie: Het project wordt uitgevoerd door een consortium van NIOZ, IMARES, SOVON Vogelonderzoek Nederland, de Radboud Universiteit, de Rijksuniversiteit Groningen en het Common Wadden Sea Secretariat. Ook is er een directe samenwerking met de organisaties en overheden die met monitoring in de Waddenzee te maken hebben, zoals het ministerie van EL&I, NAM, Natuurmonumenten, provincie Friesland, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer.

    Projectleider:
    Dr. Katja Philippart (NIOZ)


    Website: WaLTER
    Email: katja.philippart@nioz.nl
      Wadertrack.nl

    Op een website kunnen waarnemingen van geringde scholeksters worden doorgegeven, zodat verspreidingsgegevens beschikbaar komen voor populatie onderzoek en overlevingsberekeningen. Het systeem  zal worden uitgebouwd naar een systeem voor alle vogelsoorten. 

    Organisatie: SOVON Vogelonderzoek Nederland


    Website: www.wadertrack.nl
    Email: bruno.ens@sovon.nl
      Waterinformatieplatform Lizard

    Het waterinformatieplatform ‘Lizard’ ontsluit gegevens op het gebied van waterbeheer en verbetert zo de informatievoorziening in de watersector. Lizard slaat geen gegevens op, maar maakt elders opgeslagen data zichtbaar en combineerbaar. Het betreft o.a. geografische informatie, neerslaggegevens, waterstanden, afvoergegevens, kwaliteitsmetingen en voorspellingen. 

    Organisatie: het informatieplatform is een samenwerking tussen Royal Haskoning, Deltares, Fugro en adviesbureau Nelen & Schuurmans.


    Website: Waterinformatieplatform Lizard
      Watervogelmeetnet

    Het Watervogelmeetnet volgt de aantalsontwikkelingen van watervogels, zowel voor heel Nederland als op de schaal van afzonderlijke gebieden, waaronder bijvoorbeeld Natura2000. Het meetnet geeft tevens (indirect) een beeld van de veranderingen in de ecologische toestand van wetlands.

    Organisatie: SOVON Vogelonderzoek Nederland
    In samenwerking met: ministerie van EL&I, Rijkswaterstaat en het CBS

    Dit meetnet is een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring.


    Website: Watervogelmeetnet (website SOVON)
    Email: michel.klemann@sovon.nl
      Web-BVB

    Met Web-BVB (Bestand Veehouderij Bedrijven) wordt de milieubelasting van ammoniak en fijnstof en de ontwikkelingsruimte van agrarische bedrijven in beeld gebracht. Het bestand wordt ontsloten via internet en is voor iedereen toegankelijk.

    Aan de database is een web-map gekoppeld, waarmee de bedrijven op een kaart in beeld worden gebracht. Naast de locaties van bedrijven, is ook de actueel vergunde situatie van de bedrijven in het bestand aanwezig. Denk hierbij aan dieraantallen, stalsystemen met bijbehorende emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijnstof en eventueel gegevens over de emissiepunten.

    Inmiddels hebben 5 provincies een gevulde database:

    Web-BVB wordt beheerd door de Gemeenschappelijke Beheerorganisatie (GBO) van de provincies. 

    Contactpersoon: Brigit Bethe (provincie Gelderland)


    Website: Web-BVB
    Email: webbvb@gelderland.nl
      Wrakmonitoring

    Monitoringprogramma om de biologische kennis over begroeiïng van scheepswrakken op de Noordzee te vergroten. Tellingen worden uitgevoerd door sportduikers.

    De ontwikkeling van het meetnet is gestart in 2010. In de loop van dit jaar wordt het programma voltooid en worden alle Noordzeeduikers uitgenodigd om mee te doen.

    Organisatie: Stichting De Noordzee in samenwerking o.a. wrakduikorganisatie Get Wet


    Website: Wrakmonitoring (Stichting de Noordzee)
    Email: wrakmonitoring@noordzee.nl

    Produkten > Publicaties (?)

      Ammoniak in Natuurgebieden: meetresultaten 2005 - 2007

    Samenvatting:
    De gemiddelde ammoniakconcentratie in natuurgebieden varieert sterk. In grote natuurgebieden zijn de concentraties lager dan in kleine gebiedjes. De concentratie is namelijk afhankelijk van de afstand van (lokale) agrarische activiteiten tot het gebied, aangezien deze de voornaamste ammoniakbron vormen. De invloed van snelwegen op de aangrenzende natuur blijkt beperkt met een verhoging van 1 tot 2 mug/m3. Dit blijkt uit de eerste drie jaar aan meetresultaten van het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden, die zijn gecontroleerd en met behulp van referentiemetingen gekalibreerd.

    Met het meetnet wordt de invloed van ammoniakbronnen buiten de natuurgebieden in beeld gebracht. Het is in 2005 opgezet om ammoniakconcentraties in de natuur te volgen en de modelberekeningen van de concentratie te toetsen die standaard worden gebruikt. De metingen vinden plaats in Natura 2000-gebieden die door hun ligging op arme zandgronden kwetsbaar zijn voor bemesting door de atmosferische aanvoer van ammoniak.

    Met zogeheten passieve samplers (buisjes), een eenvoudige en goedkope methode, worden maandgemiddelde ammoniakconcentraties in de lucht gemeten in 29 natuurgebieden verspreid over heel Nederland. Om inzicht te krijgen hoe de ammoniakconcentratie varieert binnen een natuurgebied wordt op meerdere locaties in een gebied gemeten.

    De ammoniakconcentraties zijn ook berekend met een nieuwe, experimentele versie van het model OPS van het RIVM en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De berekeningen komen goed overeen met de metingen. Dit bevestigt dat het voormalige verschil tussen berekende en gemeten ammoniakconcentraties, het zogeheten ammoniakgat, door de gemaakte aanpassingen in het model zo goed als verdwenen is. Alleen de gemeten concentraties in de duingebieden zijn, hoewel heel laag, enkele malen hoger dan de berekeningen.

    Auteurs:
    A.P. Stolk, M.C. van Zanten, H. Noordijk, J.A. van Jaarsveld en W.A.J. van Pul

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden: meetresultaten 2005 - 2007 (PDF)
      Atlas Reptielen & Amfibieën Noord-Holland

    Noord-Holland is een bijzondere provincie voor amfibieën en reptielen. Zo leven er ringslangen onder de rook van Amsterdam en zijn de duinen beroemd om hun zandhagedissenpopulaties. Het meest recente rapport met verspreidingsgegevens dateert uit 1997, maar hoe gaat het nu met de amfibieën en reptielen? Om een antwoord op die vraag te krijgen hebben RAVON, Landschap Noord-Holland en een groot aantal vrijwilligers gewerkt aan de nieuwe verspreidingsatlas.

    In de nieuwe atlas komen verspreidingskaarten van alle soorten op km-hok niveau. Dit geeft in een oogopslag inzicht in de verspreiding van een soort in Noord-Holland. Ook wordt aandacht besteed aan herkenning, habitat, de belangrijkste gebieden voor de soort, uitgezette populaties, barrieres en beheer. Verder wordt de betekenis van Noord-Holland voor reptielen en amfibieen op nationaal en internationaal beschreven en bevat de atlas een waarderingskaart die laat zien waar binnen Noord-Holland de belangrijkste gebieden liggen voor reptielen en amfibieen. De atlas is fraai vormgegeven met veel prachtige foto's en kaarten.

    De atlas is verkrijgbaar via Stichting RAVON.


    Website: Atlas Reptielen & Amfibieën Noord-Holland (website RAVON)
    Email: j.kranenbarg@ravon.nl
      Aansluiting MNP-instrumentarium bij de Vogel- en Habitatrichtlijn

    Samenvatting:

    Dit rapport beschrijft de resultaten van onderzoek naar het opzetten van een kennissysteem voor soorten- en gebiedenbeleid voor het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP).

     

    Het kennissysteem richt zich met name op de doelstellingen uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn.Uitgangspunt van een prototype van het kennissysteem is het huidige ecologische kennissysteem van het MNP, waarin graadmeter, meetnetten en modellen een belangrijke rol spelen.

     

    Onderzocht is of het huidige kennissysteem voldoet voor het doen van uitspraken over de VHR, welke knelpunten er zijn en hoe deze opgelost kunnen worden. De verbeteringen vormen in samenhang met het al bestaande instrumentarium het eerste prototype van het kennissysteem voor de VHR. Naast uitleg van de diverse onderdelen van het kennissysteem worden ook voorbeelden van toepassingen van dit kennissysteem beschreven.

     

    Het prototype kennissysteem bevat informatie over (1) waar welke doelen gelden, (2) waar welke soorten en habitats nu voorkomen (gemeten en/of statistisch voorspeld), (3) wat de historische trends in mate van voorkomen van deze soorten zijn (ofwel landelijk gemiddeld of wel gebiedsspecifiek) en (4) hoe het voorkomen van soorten afhangt van ruimte- en/of milieudruk (in beeld gebracht door directe en/of indirecte relaties met modeluitkomsten ofwel via berekening van toelaatbare milieu- en/of ruimtedruk -c.q. "ecologische vereisten"- in termen van minimaal habitatoppervlakte of maximaal toelaatbare kritische depositie).

     

    Daarnaast is een methode ontwikkeld om de invloeden van depositie op VHR-gebieden goed in beeld te brengen.

     

    Auteurs:
    A. van Hinsberg, D.C.J. van der Hoek, M.L.P. van Esbroek, H. Noordijk, B. de Knegt B, M.P. van Veen, P.J.T.M. van Puijenbroek en O.M. Knol

     

    Rapportnummer:

    RIVM Rapport 550018001

     

    Jaar van uitgave:

    2004


    Website: Aansluiting MNP-instrumentarium bij de Vogel- en Habitatrichtlijn (PDF)
      Achtergrondconcentraties en relatie met bodemtype in de Nederlandse bodem

    Samenvatting:

    Door recente data is de kennis over de chemie van de Nederlandse bodem flink toegenomen. Deze kennis is van belang bij het beoordelen van risico's van onder andere aanwezige zware metalen. Deze zware metalen komen deels van nature voor in de bodem maar zij zijn ook het gevolg van menselijk handelen. Door het afleiden van rekenkundige relaties is het mogelijk om het natuurlijke aandeel van de metalen te schatten. Daarnaast kan ingeschat worden welke invloed de mens heeft gehad op de toename van de concentraties. Deze relaties kunnen ook gebruikt worden als basis voor een zogenaamde 'bodemtypecorrectie', een methode uit de Nederlandse bodempraktijk om bodemconcentraties en bodemnormen te standaardiseren op basis van het gehalte aan klei en organische stof in een bodemmonster.

     

    De afgeleide relaties beperken zich tot de zware metalen, arseen en antimoon. Zij zijn gebaseerd op de relatie met de kleimineralogie. Ondanks wat tot nu toe werd aangenomen, heeft het gehalte aan organische stof geen invloed op de variatie van de natuurlijke concentraties van metalen. Voor organische stoffen zoals polycyclische aromaten kunnen ook relaties afgeleid worden maar dit is niet uitgevoerd wegens het ontbreken van data. In deze studie worden het principe en de methodiek achter de rekenkundige relaties uitgelegd. Daarnaast wordt uitgelegd welke rol deze relaties kunnen spelen voor het berekenen van de risico's van stoffen in de bodem en hoe deze kunnen worden toegepast als bodemtypecorrectie.

     

    Auteurs:
    J. Spijker J, P.L.A. van Vlaardingen en G. Mol

     

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 711701074

     

    Jaar van uitgave: 

    2007


    Website: Achtergrondconcentraties en relatie met bodemtype in de Nederlandse bodem (PDF)
      Advies Nazorg Voormalige Stortplaatsen (NAVOS)

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De risico's die deze oude stortplaatsen met zich meebrengen zijn wat beter in kaart gebracht en er is beter inzicht verkregen in de financiële omvang van de problematiek. Dit is gedaan door bundeling van kennis en ervaring van alle provincies in een groot project: Nazorg Voormalige Stortplaatsen (NAVOS).

    Auteur:
    NAVOS

    Jaar van uitgave:
    2005

    Download (PDF):
    Rapport
    Achtergronden


    Website:
      Afvalverwerking in Nederland: gegevens 2009

    Samenvatting:
    Presentatie van de hoeveelheden afval die in 2009 in Nederland zijn gestort, verbrand, gecomposteerd, vergist of verwerkt bij slibverwerkingsinstallaties. De gegevens over hoeveelheden verwerkt afval en de capaciteiten worden beschreven en geanalyseerd. Bij de analyses zijn de resultaten meegenomen van de voorgaande jaren. Een uitgebreide set gegevens is in de bijlagen in tabelvorm gepresenteerd. 

    Auteur:
    Agentschap NL, in samenwerking met IPO en Vereniging Afvalbedrijven

    Rapportnummer:
    1AFVA1005

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Afvalverwerking in Nederland, Gegevens 2009 (PDF)
      Afwegingskader bepalen luchtkwaliteit: wanneer is meten zinvol?

    Samenvatting:
    Bezorgde burgers vragen gemeenten regelmatig om de luchtkwaliteit in hun straat of wijk te meten. Naast meten zijn er echter ook andere manieren om de lokale luchtkwaliteit te bepalen. Het ‘Afwegingskader bepalen lokale luchtkwaliteit’ geeft gemeenten inzicht in de verschillende mogelijkheden. Met deze nieuwe publicatie kunnen ook vragen over meten onderbouwd worden behandeld. De publicatie is onderdeel van de serie luchtkwaliteit en verkeer van het kennisprogramma Solve (Snelle oplossingen voor lucht en verkeer) van CROW.

    Het kennisprogramma Solve van CROW biedt een samenhangend pakket van direct toepasbare oplossingen op het gebied van verkeer, waarmee gemeenten en provincies de luchtkwaliteit kunnen verbeteren. Met als doel de Europese normen voor fijn stof en stikstofdioxide binnen de gestelde termijnen te halen en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren.

    CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Een not-for-profitorganisatie waarin overheid en bedrijfsleven samenwerken aan het ontwikkelen, verspreiden en beheren van praktisch toepasbare kennis voor beleidsvoorbereiding, planning, ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud.

    CROW-publicatie ‘Afwegingskader bepalen lokale luchtkwaliteit, wanneer is meten zinvol ‘ kost €32,- (inclusief BTW en verzendkosten binnen Nederland) en is te bestellen via de website.

    Bestellen CROW-publicatie

    Jaar van uitgave:
    2011

      Agrobiodiversiteit, landbouw en provincies

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Dit onderzoek gaat over biodiversiteit en landbouw, de wijze waarop beide elkaar kunnen versterken en de rol die provincies daarbij kunnen spelen. Deel I van het rapport geeft een brede strategische verkenning van biodiversiteit en ecosysteemdiensten en schetst daarmee de context voor het onderzoek in deel II. Deel II doet verslag van de resultaten van een inventarisatie en beoordeling van agrobiodiversiteitmaatregelen in de landbouw en van de wijze waarop provincies invulling geven aan hun rol en instrumenteninzet. In deel III worden samenvattende conclusies en aanbevelingen aan provincies gegeven.

    Auteurs:
    H. ten Holt, J. Hagens en H. Blanken (NovioConsult)

    Rapportnummer:
    3335-HtH/AvS

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Agrobiodiversiteit, landbouw en provincies (PDF)
    Email: kgiesen@brabant.nl
      Algemene emissiefactoren wegverkeer voor luchtkwaliteitsberekeningen - methodebeschrijving

    Samenvatting:

    De concentraties stikstofdioxide en fijn stof in de buitenlucht in Nederland overschrijden momenteel op veel plaatsen de grenswaarden die hier vanuit Europa aan zijn gesteld. Het wegverkeer levert over het algemeen een belangrijke bijdrage aan deze overschrijdingen. Voor het berekenen van deze bijdrage worden emissiefactoren gebruikt, die voor verschillende typen voertuigen en onder verschillende rij-omstandigheden de gemiddelde uitstoot geven per voertuigkilometer. Het Milieu- en Natuurplanbureau stelt jaarlijks een set algemene emissiefactoren vast voor het wegverkeer, die onder meer toegepast wordt in de jaarlijkse update van het CAR-II-model.

      

    In dit rapport wordt beschreven hoe de huidige set algemene emissiefactoren voor het wegverkeer, die maart 2006 is vastgesteld en gepubliceerd, tot stand is gekomen. Deze emissiefactoren zijn omgeven met en zekere mate van onzekerheid, maar op basis van de huidige kennis kan geen kwantitatieve schatting gegeven worden van deze onzekerheid. De wijze waarop de set emissiefactoren wordt afgeleid, beperkt de toepasbaarheid van de emissiefactoren. In dit rapport wordt deze toepasbaarheid verder toegelicht.

     

    Auteur:

    G.P. Geilenkirchen

     

    Rapportnummer:

    500076004

     

    Jaar van uitgave:

    2006


    Website: Algemene emissiefactoren wegverkeer voor luchtkwaliteitsberekeningen - methodebeschrijving (PDF)
    Email: Gerben.Geilenkirchen@mnp.nl
      Ammonia exchange measurements over a corn field in Lelystad, the Netherlands in 2009

    Nederlandse titel:
    Ammoniakuitwisselingsmetingen boven een smijmaisveld in Lelystad, Nederland in 2009

    Samenvatting:
    Ammoniak in de buitenlucht is in Nederland voor het merendeel (90%) afkomstig van agrarische activiteiten. Nog niet alle emissieposten zijn helder in beeld. Een van die posten is de emissie van landbouwgewassen die voornamelijk plaatsvindt bij hogere temperaturen en tijdens het afrijpen (afsterven) van het gewas. In dit rapport wordt verslag gedaan van emissiemetingen van ammoniak boven een snijmaïsveld in Lelystad in 2009. Door omstandigheden is een groot deel van de relevante  metingen verloren gegaan; in dit rapport wordt daarom voornamelijk de gebruikte techniek uitgelegd. 
     
    Auteurs:
    R.J. Wichink Kruit, H. Volten, M. Haaima, D.P.J. Swart, M.C. van Zanten en W.A.J. van Pul

    Rapportnummer:
    RIVM Rapport 680180002

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Ammonia exchange measurements over a corn field in Lelystad, the Netherlands in 2009 (PDF)
      Analyse van de provinciale EU actieplannen voor het aanpakken van prioritaire geluidknelpunten langs provinciale wegen

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De actieplannen zijn beleidsdocumenten die zowel het beleid beschrijven voor zover dat strekt tot beperking van de geluidsbelasting, alsmede de extra, in de eerstvolgende vijf jaar te treffen maatregelen. De bronbeheerders zijn, hoewel de naam “actieplan” anders doet vermoeden, niet verplicht om de in het actieplan beschreven maatregelen daadwerkelijk te treffen. Zij spreken wel het voornemen daartoe uit. Bij het vaststellen van de actieplannen moet wel voldoende aannemelijk zijn dat de voorgenomen maatregelen, tenminste in technische en financiële zin, uitvoerbaar zijn.

    Doel van de maatregelen is om het aantal gehinderden, ernstig gehinderden en slaapgestoorden te verminderen door het verlagen van de geluidsbelasting door wegverkeer. Hierdoor wordt de milieukwaliteit langs de provinciale wegen verbeterd.

    Auteur:
    Sight Ruimte en Milieu

    Rapportnummer:
    P070234-5-090227-296-R-CW-rd eindrapport

    Jaar van uitgave:
    Februari 2009


    Website: Analyse van de provinciale EU actieplannen voor het aanpakken van prioritaire geluidknelpunten langs provinciale wegen (PDF)
      Balans van de Leefomgeving 2010

    De Balans van de Leefomgeving is de opvolger van de Natuurbalans, de Milieubalans en de Monitor Nota Ruimte. De Balans zal voortaan elke twee jaar uitkomen. In deze veelomvattende studie maakt het PBL de balans op van de ontwikkelingen in de afgelopen jaren op het gebied van onder meer verstedelijking, bereikbaarheid, milieu, klimaat en biodiversiteit.

    Samenvatting:
    De kwaliteit van de leefomgeving is de laatste twintig jaar sterk verbeterd, mede dankzij het gevoerde overheidsbeleid. Lucht en oppervlaktewater zijn schoner geworden, de steden zijn aantrekkelijker om te wonen en de natuur krijgt meer ruimte. Tegenover dit goede nieuws staat dat er op het gebied van de leefomgeving nog grote problemen overblijven, zoals de reeds merkbare klimaatverandering, de afnemende biodiversiteit en de teruglopende bereikbaarheid, vooral van de Randstad. Om het tij te keren zijn gerichte beleidsmaatregelen nodig. Dit zal een belangrijke opgave zijn voor het nieuwe kabinet.

    Op de korte termijn profiteert de leefomgeving nog van de economische neergang: de uitstoot van vervuilende stoffen is lager door de teruggelopen economische activiteit, en de druk op de schaarse ruimte is tijdelijk afgenomen. Daar staat tegenover dat het als gevolg van de crisis moeilijker is om geld beschikbaar te krijgen voor de ontwikkeling van schone technieken. Als investeringen in stedelijke ontwikkeling en in natuur en landschap teruglopen door bezuinigingen, dan zal dit zowel de leefbaarheid in de steden als de kwaliteit van natuur en landschap onder druk zetten. Het op een slimme, doelmatige manier voortzetten van succesvol beleid is cruciaal.


    Website: Balans van de Leefomgeving (website PBL)
    Email: info@pbl.nl
      Basisrapport monitoring Drentsche Aa: stand van zaken 2007

    Basisrapport monitoring Drentsche Aa, stand van zaken 2007.

    Contactpersoon:
    Kees Folkertsma
    Telefoon: 0592 - 36 58 64


    Website: Stand van zaken monitoring Drensche Aa 2007 (PDF)
    Email: k.folkertsma@drenthe.nl
      Beleidsplan Groen Water en Milieu (BGWM) in beeld

    Samenvatting:

    In het ‘Beleidsplan Groen Water en Milieu 2006-2010’ zijn de strategische visie en de ambities voor een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving in Zuid-Holland vastgelegd. De rapportage ‘BGWM in Beeld’ brengt de uitgangssituatie van de beleidsonderwerpen uit het BGWM in beeld. Per beleidsprogramma zijn de effecten van het beleid (de ‘outcome’) zichtbaar gemaakt.

     

    Contactpersoon:

    M. Hozee


    Website: BGWM in Beeld (webpage)
    Email: m.hozee@pzh.nl
      Benchmark en Beleidstoets voor de Drinkwatersector: indicatoren Waterkwaliteit en Milieu

    Samenvatting:
    De aanleiding van de studie is het voornemen van de Minister van VROM de benchmark op te nemen in de Waterleidingwet. Deze verplichte benchmark zal bestaan uit vier onderdelen: waterkwaliteit, dienstverlening, milieu en financiën. De drinkwatersector voert sinds 1999 op vrijwillige basis een benchmark uit. De informatie in de vrijwillige benchmark over de prestaties op het gebied van waterkwaliteit is eenzijdig. Daarom stelt het RIVM voor het onderdeel waterkwaliteit, behalve een verplichte prestatievergelijking (benchmark) ook een beleidstoets voor.

      

    De doelgroep voor de prestatievergelijking zijn alle 'stakeholders' en voor de beleidstoets de rijksoverheid. De waterleidingsector kan de prestatievergelijking zelf uitvoeren. Een onafhankelijke instelling (bijvoorbeeld de Rekenkamer of het RIVM) kan de beleidstoets uitvoeren. Indicatoren voor waterkwaliteit (prestatievergelijking en beleidstoets) en milieu zijn in dit rapport beschreven.

      

    Een van de indicatoren voor de prestatievergelijking is de Waterkwaliteitsindex (WKI). De WKI is een getal, gebaseerd op drinkwaterkwaliteitsgegevens, waarmee op een hoog abstractieniveau de waardering van de drinkwaterkwaliteit tussen de waterleidingbedrijven wordt vergeleken. De WKI die de bedrijfstak gebruikt in de vrijwillige benchmark is geëvalueerd. Het RIVM doet naar aanleiding hiervan voorstellen voor veranderingen van de WKI. Het RIVM heeft samen met de VEWIN de voorstellen uitgewerkt tot een operationele WKI 'nieuwe stijl'.

      

    Voor het onderdeel milieu van de prestatievergelijking is de milieu-Levenscyclusanalyse (m-LCA) goed toepasbaar, maar er mist een goede indicator voor het onderwerp verdroging. Verdroging als gevolg van grondwaterwinning is het belangrijkste onderwerp als het om de milieubelasting van de sector gaat. De milieubelasting van de drinkwatersector vergeleken met andere netwerksectoren is relatief gering. Het belangrijkste onderwerp van de milieubelasting maakt geen deel uit van de m-LCA. Daarom is het de vraag of het zinvol is dit relatief complexe instrument in te zetten voor de verplichte benchmark. Wellicht kan worden volstaan met indicatoren voor de meest relevante onderwerpen namelijk: verdroging/vernatting; energieverbruik; milieuvriendelijke energieverbruik en hergebruik van afvalstoffen. De overige indicatoren voor de prestatievergelijking en de beleidstoetsing zijn in dit rapport op hoofdlijnen weergegeven. Nadere uitwerking zal in een vervolgopdracht plaatsvinden. 

    Auteurs:

    J.F.M. Versteegh, B.H. Tangena en J.H.C. Mulschlegel

     

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 734301023

     

    Jaar van uitgave: 

    2004


    Website: Benchmark en Beleidstoets voor de Drinkwatersector: indicatoren Waterkwaliteit en Milieu (PDF)
      Beoordeling van de risico's van bodemverontreiniging met asbest

    Samenvatting:
    Er is een methodiek ontwikkeld, gebaseerd op een stapsgewijze aanpak, om de locatie-specifieke risico's van bodemverontreiniging met asbest te kunnen bepalen. Bovendien is een onderbouwing gegeven voor de interventiewaarde voor asbest, welke recentelijk werd geformaliseerd door het Ministerie van VROM via het Interimbeleid voor asbest in bodem, grond en puin(granulaat).

      

    Risico's voor de mens ten gevolge van inhalatie van asbest vezels zijn het meest kritisch. Daarom is de risico-analyse gebaseerd op de mogelijkheid voor asbestvezels om in de lucht te komen, waarbij een verschil wordt gemaakt tussen chrysotiel en amfibool asbest, hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest en respirabele en niet-respirabele fractie in de bodem. Omdat het gedrag van asbest in de bodem verschilt van die van andere contaminant is geen gebruik gemaakt van het CSOIL blootstellingsmodel. In plaats hiervan is voor de afleiding van de interventiewaarde gebruik gemaakt van meetresultaten uit de praktijk, te weten asbestconcentraties in de bodem en de lucht. In stap 2 en 3 van de methode om het locatie-specifieke risico te bepalen is gebruik gemaakt van meetmethoden.

     

     

    Auteurs:
    F.A. Swartjes, P.C. Tromp en J.M. Wezenbeek

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 711701034

      

    Jaar van uitgave:

    2003


    Website: Beoordeling van de risico\'s van bodemverontreiniging met asbest (PDF)
      Beoordelingskader Gezondheid en Milieu

    Samenvatting:

    In mei 2002 hebben de ministeries van VROM en VWS het Actieprogramma Gezondheid en Milieu aan de Tweede Kamer gepresenteerd. Daarin was onder meer een ontwerp van het Beoordelingskader Gezondheid en Milieu opgenomen. Dit is een instrument waarmee factoren in beeld worden gebracht die een rol spelen bij beleids-beslissingen over milieuproblemen met gezondheidsaspecten. Het gaat dan niet alleen om ernst en omvang van gezondheidseffecten, maar ook om risicoperceptie, kosten-baten analyses en handhavingsaspecten.

    In dit rapport wordt aan de hand van een deskundigenconsultatie, een literatuur onderzoek en een tweetal workshops aannemelijk gemaakt dat voor de ontwerpversie de juiste uitgangspunten zijn gekozen.
    Tevens wordt een vernieuwde versie van het beoordelingskader gepresenteerd, waarin de eerste ervaringen met het gebruik in de praktijk zijn verwerkt.

     

      

    Auteurs:

    Bruggen, M. en T. Fast

      

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 609026003

    Zie ook RIVM rapport 251701047: 'Nuchter omgaan met risico's'

     

    Jaar van uitgave:

    2003 


    Website: Beoordelingskader Gezondheid en Milieu (PDF)
    Email: t.fast@wxs.nl
      Bepaling ecotooptype en toetsing indeling in ecologische soortengroepen van vegetaties

    Samenvatting:
    In Nederland zijn twee modellen in gebruik om op nationale schaal de effecten van milieuveranderingen op de vegetatie in te schatten: DEMNAT en SMART/MOVE. DEMNAT richt zich vooral op de effecten van grondwaterveranderingen op natte en vochtige systemen, terwijl SMART/MOVE zich vooral richt op de gecombineerde effecten van verdroging, verzuring en vermesting van alle ecosystemen. Er is een overlap tussen beide modellen. Daarom is besloten tot verdere afstemming om mogelijk op termijn tot integratie te komen.

      

    Een eerste stap naar afstemming is het gebruik maken van dezelfde basisgegevens. Hiervoor is een grote dataset samengesteld die bestaat uit 170.000 opnamen, waar zowel de responsmodule MOVE van afgeleid werd als de ecotopenindeling van DEMNAT. Dit rapport beschrijft hoe deze gegevens zijn gebruikt om de indeling van soorten in ecologische soortengroepen te verbeteren. De dataset bevat opnamen uit alle delen van het land, maar de dichtheid van opnamen is in sommige delen groter dan in andere delen. De data, waarop een eerste indeling is gebaseerd, zijn vergeleken met literatuurgegevens. Met gevonden inconsistenties tussen indeling en literatuur, die vooral veroorzaakt werden door heterogeniteit van opnamen en het voorkomen van meerdere vegetatielagen in een opname, b.v. oppervlakkig wortelende mossen en diep wortelende struiken, is rekening gehouden bij de analyse. Deze procedure leidde tot een groot aantal aanbevelingen ter verbetering van de indeling in ecologische soortengroepen.

     

    Auteurs: 

    J. Runhaar, M. van 't Zelfde, C.L.G. Groen en J.R.M. Alkemade (eds.)
     

      

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 408657009

     

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Bepaling ecotooptype en toetsing indeling in ecologische soortengroepen van vegetaties (PDF)
      Betrouwbaarheid van verblijftijden naar grondwaterwinningen; toepassing van Landelijk Grondwatermodel (LGM)

    Samenvatting:
    Dit rapport beschrijft de ontwikkeling en een pilot-toepassing van een modelleringsmethode ten behoeve van de bepaling van betrouwbaarheid van verblijftijden van grondwater dat naar grondwateronttrekkingen stroomt. De methode, die van de eindige-elemententechniek gebruik maakt, is opgenomen in het rekenmodule LGMLUC, een aanvullende module van het Landelijk Grondwatermodel LGM, van het RIVM.

     

    De betrouwbaarheid wordt voorgesteld als een band (zone) rondom de verwachtingswaarde van een verblijftijd-isochrone, bijvoorbeeld 25 jaar. De breedte van deze band voor een zekere waarschijnlijkheid van voorkomen (bijvoorbeeld tussen de 97,5 en 2,5 percentielwaarden) neemt toe met een toenemende onzekerheid van modelinvoer parameters. Gebruik is gemaakt van de First-Order Second-Moment (FOSM) methode voor de analyse van de voortplanting van fouten. De resultaten van de FOSM methode zijn vergeleken met die van de Monte Carlo aanpak voor een LGM-model en als een onafhankelijke test een TRIWACO-model. Uit deze vergelijking is geconcludeerd dat de FOSM-methode adequaat en rekentechnisch effectief is voor het analyseren van de betrouwbaarheid van verblijftijden. Aangenomen is dat de kansdichtheidsverdeling van verblijftijden lognormaal verdeeld is.

     

    De methode houdt rekening met de onzekerheid in een aantal modelinvoer parameters, zijnde de factoren die de onzekerheid in verblijftijden tot gevolg hebben. De onzekerheid van de parameters is bepaald door middel van calibratie (invers model) en expert-judgement. De toepasbaarheid van de ontwikkelde methode is aan de hand van een pilot-studie getoond, gebruikmakend van het binnen het LGM bestaande deelmodel Utrecht. De methode kan bij verschillende dichtheid van eindige-elementengrid worden gebruikt, zowel voor problemen op lokale schaal (hoge griddichtheid) als op regionale schaal. De informatie over de betrouwbaarheid van verblijftijden kan worden benut voor beleidsmatige beslissingen, zoals bij onderzoek naar risico's binnen de bestaande grondwaterbeschermingsgebieden.

     

    Auteurs:
    K. Kovar, A. Leijnse, G. Uffink, M.J.H. Pastoors, J.H.C. Mulschlegel en W.J. Zaadnoordijk

     

    Rapportnummer: 

    RIVM Rapport 703717013

     

    Jaar van uitgave: 

    2005


    Website: Betrouwbaarheid van verblijftijden naar grondwaterwinningen; toepassing van Landelijk Grondwatermodel - LGM (PDF)
      Bio-Monitor

    In de Bio-Monitor staan de laatste trends en jaarcijfers van de biologische sector, zowel in nationaal als internationaal perspectief. De Bio-Monitor verschijnt elk jaar in april.

    De Bio-Monitor is een van de producten van Biologica, de Nederlandse organisatie voor biologische voeding en landbouw.


    Website: Bio-Monitor
    Email: info@biologica.nl
      Biociden in oppervlaktewater voor drinkwaterproductie

    Samenvatting:
    Het RIVM heeft twaalf stoffen geselecteerd die model staan voor de mate waarin biociden voorkomen in oppervlaktewater. Aanbevolen wordt deze stoffen te meten op locaties waar oppervlaktewater wordt ingenomen voor de drinkwaterproductie. De twaalf stoffen worden als biocide gebruikt. Dit zijn middelen die door de industrie en huishoudens worden gebruikt om schadelijke organismen te bestrijden. Biociden kunnen oppervlaktewater verontreinigen als restanten ervan in het afvalwater komen en onvoldoende worden verwijderd in de rioolwaterzuiveringsinstallatie.

    Aanleiding voor dit onderzoek is de wens van het ministerie van VROM om meer inzicht te verkrijgen in de mate waarin biociden in het oppervlaktewater voorkomen. Door de geselecteerde 12 stoffen te gaan meten, kan duidelijk worden of ze de norm voor drinkwater overschrijden. Vooralsnog ontbreken deze meetgegevens.

    Het RIVM signaleert in het onderzoek eveneens dat er weinig gegevens beschikbaar zijn over de mate waarin biociden gebruikt worden. Deze gegevens zijn nodig om de verwachte concentraties in het oppervlaktewater te berekenen.

    Auteur:
    J. Bakker

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 601712007

    Jaar van uitgave:
    2010

     


    Website: Biociden in oppervlaktewater voor drinkwaterproductie (PDF)
      Biodiversity Trends and Threats in Europe: development and test of a species trend indicator

    Samenvatting:
    Dit rapport presenteert een test van een samengestelde soorttrendindicator voor Europa ten behoeve van de evaluatie van de 2010 biodiversiteitsdoelstelling, gebruik makend van bestaande data. De indicator integreert trends van verschillende soortgroepen, en kan worden geaggregeerd over habitats en landen. Op deze wijze kan de indicator zowel boodschappen leveren op hoofdlijnen, als gedetailleerde informatie voor diepgaande analyses, gebruik makend van data uit uiteenlopende bronnen, verzameld met uiteenlopende methodes.

     

    Auteurs:
    M. de Heer, V. Kapos en B.J.E. ten Brink

     

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 717101001

     

    Jaar van uitgave: 

    2005


    Website: Biodiversity Trends and Threats in Europe: development and test of a species trend indicator (PDF)
      Biological measurements in a nationwide soil monitoring network

    Wetenschappelijke publicatie

    Nederlands titel:
    Biologische metingen in een landelijk bodemmeetnet

    Abstract:
    In the Netherlands soil biological measurements are undertaken in a nationwide monitoring programme. The measurements are combined in the Biological Indicator of Soil Quality (BISQ). About 300 locations were selected in a random stratified design comprising stringent combinations of land use and soil type. All locations were sampled in a six-year cycle. In this contribution we describe the monitoring network and the BISQ and present average values for biomass, abundances and taxonomic diversity of various soil dwelling organisms derived from 10 years of measurements. We further highlight some results and discuss the possibilities in soil and land management policy frameworks for improving sustainable land management.

    Tijdschrift:
    European Journal of Soil Science
    Vol. 60, iss. 5, p. 820-832

    Jaar:
    2009

    Auteurs:
    M. Rutgers, A.J. Schouten, J. Bloem, N. van Eekeren, R.G.M. de Goede, G. Akkerhuis, A. van der Wal, C. Mulder, L. Brussaard en A.M. Breure


    Website: Biological measurements in a nationwide soil monitoring network (webpage)
    Email: michiel.rutgers@rivm.nl
      Birding for science and conservation: explaining temporal changes in breeding bird diversity in the Netherlands

    Nederlandse titel:
    Vogelen voor wetenschap en bescherming: het verklaren van wijzingen van de broedvogeldiversiteit door de tijd in Nederland.

    Samenvatting:
    Dit proefschrift is een bundeling van zes Engelstalige artikelen die eerder in wetenschappelijke tijdschriften verschenen, uitgebreid met onder andere een inleiding, een synthese en een Nederlandse samenvatting.
    Het centrale thema betreft de veranderingen in de Nederlandse broedvogelbevolking in de afgelopen decennia en de achtergronden daarvan. Hierbij wordt gebruik gemaakt van gegevens die zijn verzameld in het kader van de broedvogelmeetnetten BMP en LSB, de beide broedvogelatlassen en het Oude Tijdreeksenproject. De afzonderlijke hoofdstukken gaan onder andere in op langetermijntrends van moerasvogels in Nederland (onlangs ook verschenen in Ardea), de homogenisering van regionale broedvogelgemeenschappen, de invloed van klimaatverandering en de effecten van natuurontwikkeling langs de Grote Rivieren op broedvogels.

    Auteur:
    C.A.M. van Turnhout

    Rapportnummer:
    ISBN:  978-90-9025945-1

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Birding for science and conservation: explaining temporal changes in breeding bird diversity in the Netherlands (PDF)
    Email: chris.vanturnhout@sovon.nl
      Bodemsaneringsoperatie 2005 Zuid-Holland, jaarverslag

    Samenvatting:
    Verslag van de bodemsaneringsoperatie in 2005. De verrichte inventarisatie maakt duidelijk dat de problematiek aanzienlijk is. De bodem in ons dichtbevolkte land is op vele plaatsen verontreinigd. De aanpak daarvan vraagt al jaren grote inzet van middelen en zal dat ook de komende jaren blijven doen. Ten behoeve van de planning en sturing van deze operatie functioneert nu zes jaar een monitoringssystematiek, waarmee inzicht verkregen wordt of en in welke mate belangrijke doelstellingen van het bodemsaneringsbeleid gerealiseerd worden.

    Auteur:
    N. Witte (ed.)

    Jaar van uitgave:
    2006


    Website: Bodemsaneringsoperatie 2005 Zuid-Holland (PDF)
      Bodemsaneringsoperatie 2006 Zuid-Holland, jaarverslag

    Samenvatting:
    Verslag van de bodemsaneringsoperatie in 2006. De verrichte inventarisatie maakt duidelijk dat de problematiek aanzienlijk is. De bodem in ons dichtbevolkte land is op vele plaatsen verontreinigd. De aanpak daarvan vraagt al jaren grote inzet van middelen en zal dat ook de komende jaren blijven doen. Ten behoeve van de planning en sturing van deze operatie functioneert nu zes jaar een monitoringssystematiek, waarmee inzicht verkregen wordt of en in welke mate belangrijke doelstellingen van het bodemsaneringsbeleid gerealiseerd worden.

    Auteur:
    N. Witte (ed.)

    Jaar van uitgave:
    2007


    Website: Bodemsaneringsoperatie 2006 Zuid-Holland 2006 (PDF)
      Bodemsaneringsoperatie 2007 Zuid-Holland, jaarverslag

    Samenvatting:
    Verslag van de bodemsaneringsoperatie in 2007. Dit verslag maakt duidelijk dat de problematiek nog steeds aanzienlijk is. De bodem in ons dichtbevolkte provincie is op vele plaatsen verontreinigd. De aanpak daarvan vraagt al jaren grote inzet van middelen en zal dat ook de komende jaren blijven doen. Ten behoeve van de planning en sturing van de bodemsaneringsoperatie functioneert nu zeven jaar een monitoringssystematiek, waarmee inzicht verkregen wordt of en in welke mate belangrijke doelstellingen van het bodemsaneringsbeleid gerealiseerd worden.

    Auteur:
    N. Witte (ed.)

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: Bodemsaneringsoperatie 2007 Zuid-Holland (PDF)
      Bouwstenen van een bodemvisie: bodembeheer in ruimtelijke ontwikkelingen

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Uit eerder onderzoek is gebleken dat het voor velen, onder andere voor planologen, niet duidelijk is wat het werkveld 'bodem' nu eigenlijk nodig heeft. Een verklarend onderzoek.

    Auteurs:
    R. Westerhof, J. Griffioen en H. Werksma

    Rapportnummer:
    005.64044

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: Bouwstenen van een bodemvisie. Bodembeheer in ruimtelijke ontwikkelingen (PDF)
      Business modellen grote gegevenspijlers

    Een beschrijving van de business modellen van zeven grote gegevensproducerende en gegevensbeherende organisaties. Opgesteld in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Auteur:
    P. Sauer

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: Businessmodellen grote gegevenspijlers (PDF)
      Collegiale interne audits 2008-2009

    Harmonisatie van de provinciale en rijksmeetnetten bodem- en grondwaterkwaliteit is belangrijk. Daarom auditten de meetnetbeheerders periodiek elkaars meetnetten. Het auditrapport 2008-2009 is in november 2009 vastgesteld in het Platform Meetnetbeheerders Bodem- en Grondwaterkwaliteit.

    Samenvatting:
    Acht provincies en het RIVM waren bij de audits betrokken. Het merendeel van de werkzaamheden wordt op een goede en professionele wijze uitgevoerd. De meetnetbeheerders konden meerdere observaties onmiddellijk in praktijk brengen. Een aantal observaties is van principiëler aard en vergt aanpassing van het Handboek voor de monitoring of zelfs van (internationale) normbladen.

    Meer informatie: 
    Download het rapport in PDF via deze link.


    Website: Erbij/Kwali-Tijd
    Email: info@erbij.nl
      Creamod - Een infrastructuur voor smogmodellen op statistische basis

    Samenvatting:

    Het rapport beschrijft een softwarepakket dat begin jaren negentig is ontwikkeld om statistische luchtkwaliteitsmodellen te vervaardigen ten behoeve van de dagelijkse smogverwachting die het RIVM uitbrengt.

     

    Het pakket, Creamod, bestaat uit een aantal modules waarmee zeer snel luchtkwaliteitsmodellen kunnen worden gedefinieerd, vervaardigd en getoetst. De centrale rekenregel waarmee een prognose wordt uitgebracht is steeds dezelfde. De concentratie in de toekomst is de concentratie van het heden, vermenigvuldigd met een correctiefactor. Deze correctiefactor wordt afgeleid uit statistieken van luchtkwaliteitsmetingen uit het verleden, waarbij omstandigheden als stationstype, seizoen en de verwachte weersverandering identiek zijn aan de situatie waarvoor de prognose wordt gemaakt. Een werkend model bestaat uit een definitiebestand waarin de structuur van het model is vastgelegd, statistiekenbestanden waarin de correctiefactoren zijn opgeslagen en de rekenstructuur die Creamod biedt.

     

    Auteur:
    H. Noordijk

     

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 725301011

     

    Jaar van uitgave:

    2003


    Website: Creamod - Een infrastructuur voor smogmodellen op statistische basis (PDF)
      De bodem als RO-planningsfactor in het landelijk gebied

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Bodem als RO-planningsfactor in het landelijk gebied. Handreiking voor de werkvelden bodem en planologie.

    Samenvatting:
    Resultaten van onderzoek naar het vinden en ontwikkelen van argumenten en instrumenten voor het integreren van duurzaam bodembeheer en ruimtelijke ontwikkeling.

    Auteurs:
    R. Westerhof, R. Busink, H. Werksma, H. Puylaert en C. Balduk

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Bodem als RO-planningsfactor in het landelijk gebied (PDF)
      De dynamiek van grond- en oppervlaktewaterkwaliteit

    Oorspronkelijke titel:
    Dynamics of groundwater and surface water quality. From field-scale processes to catchment-scale models.

    Samenvatting:
    Een grote natuurlijke dynamiek in de waterkwaliteit van Nederlandse beken maakt het moeilijk de kwaliteit van het water goed vast te stellen. Hierdoor is het vaak ook niet mogelijk het effect van maatregelen die de waterkwaliteit zouden moeten verbeteren aan te tonen. Daarom heeft ecohydroloog Ype van der Velde gezocht naar nieuwe meettechnieken om de dynamiek in waterkwaliteit te meten en nieuwe modelconcepten geformuleerd die deze dynamiek kunnen beschrijven en voorspellen.

    Van de Velde laat voor de Hupselse Beek in de Achterhoek zien hoe met een innovatieve combinatie van metingen en modellen de verandering in dynamiek van de waterkwaliteit kan worden gerelateerd aan een afname van de mestgift van de landbouw gedurende de afgelopen 30 jaar. Hiermee draagt het onderzoek bij aan de kennis die nodig is voor duurzaam beheer van de grond-en oppervlaktewater in laaglandstroomgebieden.

    Auteur:
    Ype van de Velde

    Jaar van uitgave:
    2011

    Proefschrift


    Website: De dynamiek van grond- en oppervlaktewaterkwaliteit (WUR Library)
      De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2009

    Samenvatting:
    Jaarlijkse rapportage in de reeks 'kwaliteit van het drinkwater in Nederland'. Het rapport is gebaseerd op de resultaten van de meetprogramma's over 2009, die de drinkwaterbedrijven uitvoeren ter controle van de drinkwaterkwaliteit en de gebruikte grondstof.

    Auteurs:
    J.F.M. Versteegh en H.H.J. Dik

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 703719065/2010

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2009 (PDF)
      De kwaliteit van ondiep en middeldiep grondwater in Nederland

    Volledige titel:
    De kwaliteit van ondiep en middeldiep grondwater in Nederland. In het jaar 2008 en de verandering daarvan in 1984 - 2008.

    Samenvatting:
    In 2008 overschrijden ammonium, totaal-fosfor, nitraat, kalium, nikkel, cadmium, zink, chroom, arseen, sulfaat, chloride, de zuurgraad en aluminium de toetsingswaarde in het ondiepe en middeldiepe grondwater van Nederland. Tussen 1984 en 2008 is de grondwaterkwaliteit over het algemeen weinig veranderd. In zandgebieden is de kwaliteit zowel gedaald als gestegen. Aangetoonde dalingen kunnen het gevolg zijn van minder mestgebruik, minder atmosferische neerslag van metalen en een lagere aanvoer van dierlijke mest. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM, in opdracht van het ministerie van VROM.

    In de zandgebieden zijn veel van de toetsingswaarden overschreden. Vooral in het ondiepe grondwater van het zuidwestelijke zandgebied en de Peelhorst en oude rivierterrassen langs de Maas komen veel verhoogde concentraties voor. Waarschijnlijk veroorzaakt de afbraak van organisch materiaal de hoge concentratie totaal-fosfor en ammonium in het rivierengebied. Daarnaast is arseen in dit gebied van nature in hoge mate aanwezig. Als gevolg van invloeden van zee zijn de concentraties van chloride en kalium in de zeeklei- en laagveengebieden hoog. Overeenkomsten tussen het ondiepe en middeldiepe grondwater in polders en droogmakerijen en het zeekleigebied suggereren dat door de afbraak van organische stof ammonium vrijkomt. Brak water in de ondergrond van duinen en strandwallen beïnvloedt de hoge concentraties chloride, sulfaat en kalium in het middeldiepe grondwater aldaar. De afbraak van organisch materaal is de meest voor de handliggende verklaring voor de hoge concentraties ammonium en totaal-fosfor in zowel ondiep als middeldiep grondwater.

    Auteurs:
    M.E. van Vliet, A. Vrijhoef, L.J.M. Boumans en E.J.W. Wattel-Koekkoek

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: De kwaliteit van ondiep en middeldiep grondwater in Nederland (PDF)
      De lucht van morgen. 40 jaar luchtmetingen in de Rijnmond

    Brochure ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van het luchtmeetnet van de DCMR Milieudienst Rijnmond. De brochure geeft een overzicht van veertig jaar luchtmetingen en de luchtkwaliteit in het Rijnmondgebied.

    Uitgave:
    DCMR Milieudienst Rijnmond

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: De lucht van morgen (PDF)
      Developments in monitoring the effectiveness of the EU Nitrates Directive Action Programmes

    Nederlandse titel: Ontwikkelingen in het monitoren van de effectiviteit van de Nitraatlijn Actieprogramma's.

    Samenvatting:
    Lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht om de waterkwaliteit en de effecten van hun mestbeleid daarop te monitoren en hierover te rapporteren aan de Europese Commissie. Uit een internationale workshop blijkt dat landen hun monitoringsverplichting verschillend invullen doordat voorschriften ontbreken. Een andere bevinding is dat de meeste landen de afgelopen zes jaren hebben geïnvesteerd in een uitbreiding van de monitoring van de waterkwaliteit.

    Het RIVM heeft de workshop in 2009 met het Deense Milieuonderzoeksinstituut (DMU), de Geologische Dienst voor Denemarken en Groenland (GEUS) en het LEI, onderdeel van Wageningen UR, georganiseerd. Aan deze tweede MonNO3-workshop namen twaalf landen uit Noordwest- en Midden-Europa deel. De workshop richtte zich vooral op de ontwikkelingen sinds 2003, het jaar dat de eerste MonNO3 workshop heeft plaatsgevonden.

    Auteurs:
    B. Fraters, K. Kovar, R. Grant, L. Thorling, J.W. Reijs

    Rapportnummer:
    680717019/2011

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Developments in monitoring the effectiveness of the EU Nitrates Directive Action Programmes (PDF)
    Email: dico.fraters@rivm.nl
      Dierlijke mest en mineralen 2009

    Samenvatting:
    Vanaf het begin van de jaren negentig stelt de Werkgroep Uniformering berekening Mest en mineralencijfers (WUM) jaarlijks standaardfactoren vast voor de mestproductie en mineralenuitscheiding per diercategorie. De productie van dierlijke mest en de uitscheiding van stikstof, fosfaat en kalium worden berekend door de standaardfactoren per diercategorie te vermenigvuldigen met het aantal dieren in de landbouwtelling. Dit artikel geeft een kort overzicht van de rekenmethodiek en de uitgangspunten die voor de berekening van de mestproductie en mineralenuitscheiding in 2009 zijn toegepast.

    Auteur:
    Centraal Bureau voor de Statistiek

    Rapportnummer:
    16255201101 / C-72

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Dierlijke mest en mineralen 2009 (PDF)
      Digitaal handboek stroomlijning toetsen

    Ruimtelijke plannen moeten voldoen aan wetgeving. Daarom is onderzoek of toetsing noodzakelijk om na te gaan of het plan aan de vereisten voldoet. De uitvoering van toetsen en onderzoeken blijkt in de praktijk complex en tijdrovend. Want toetsen en onderzoeken beïnvloeden elkaar, waardoor onderlinge afstemming en coördinatie ervan zeer bewust moet plaatsvinden. Dit kan een aanzienlijke uitdaging zijn. Het digitaal handboek stroomlijning toetsen biedt de informatie die helpt om onderzoeken en toetsen te stroomlijnen.


    Website: Digitaal handboek stroomlijning toetsen (webpage)
    Email: info@vrom.nl
      Documentatie testrapport modelketen Natuurplanner

    Samenvatting:
    De Natuurplanner versie 2.4 bestaat uit 5 modulen. Elke module bevat een model en een schil eromheen, waarmee het model aanstuurbaar is binnen de NATUURPLANNER. Met versie 2.4 zijn de berekeningen uigevoerd voor de terrestrische natuurkwaliteit in de tweede Natuurverkenning (RIVM, 2002).

      

    In dit rapport worden de technische testen beschreven die zijn uitgevoerd, voordat de Natuurplanner is ingezet in de Natuurverkenning. De testen richten zich op het technisch functioneren van de modellen binnen de Natuurplanner. Inhoudelijk is er voor de verschillende modellen documentatie beschikbaar. De testprocedure voor de modulen is een stapsgewijze aanpak. De eerste stap is een eenvoudige test, indien een module niet door de test komt werd de module teruggelegd bij de ontwikkelaars. Na herstel werd de module opnieuw getest met de eenvoudige test en een uitgebreide test. Tot de module foutloos door de testen heen komt. Deze testprocedure heeft ertoe geleid dat de Natuurverkenning uitgevoerd is met modules die voldoen aan technisch functionele eisen. Dit testrapport en de toepassing in de Natuurverkenning 2 tonen aan dat een test vooraf resulteert in een vrijwel foutloze en efficiënte berekening, zonder dat in de loop van een project extra tijd en inzet nodig zijn.

     

    Auteurs: 

    M. Bakkenes, D.C.J. van der Hoek en J.R.M. Alkemade

      

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 500002001

     

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Documentatie testrapport modelketen Natuurplanner (PDF)
      Dosis-effect-relatie-geur: effecten van geur

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De belangrijkste en meest voorkomende gezondheidseffecten van geur zijn hinder en verstoring van activiteiten en gedrag. Stressgerelateerde gezondheidseffecten kunnen ook optreden. Het is echter niet duidelijk welke gezondheidseffecten dit zijn, zodat er geen dosis-effect relatie opgesteld kan worden.De woontevredenheid is geen goede indicator voor de effecten van geur. Over het algemeen leveren andere kenmerken van de woning- of woonomgeving dan de geurbelasting of ernstige geurhinder een belangrijkere bijdrage aan de woontevredenheid.

    Auteurs:
    T. Fast en M. Smeets (OpDenKamp Adviesgroep)

    Rapportnummer:
    IP-DER-06-40

    Jaar van uitgave:
    2006


    Website: Dosis effect relatie geur, effecten van geur (PDF)
      Draaiboek voor de organisatie van een evenement over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Draaiboek voor de organisatie van een evenement gebaseerd op de organisatieprocedure van het MVO-Event 'Duurzaam=Gewoon Doen!' 27 maart 2008 in de Zeelandhallen te Goes

    Samenvatting:
    Deze handleiding geeft een stapsgewijs overzicht van de elementen die van belang zijn om in overweging te nemen bij de organisatie van een evenement rondom MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen). Deze handleiding is geschreven vanuit het perspectief van een overheidsorganisatie, namelijk een provinciale organisatie. Het organiseren van een dergelijk evenement door een provinciale organisatie is geen standaard bezigheid. Deze handleiding is opgesteld om een beeld te geven van datgene wat noodzakelijk is om dit evenement te kunnen organiseren.

    Auteurs:
    A. Mol, J. Feijtel en S. Janssen

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: Draaiboek voor de organisatie van een evenement over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (PDF)
      Duurzame gebiedsontwikkeling: duurzame wijken in de praktijk

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Duurzame wijken in de praktijk. Met de instrumenten van DPL en DKK

    Samenvatting:
    Gebiedsontwikkeling is een belangrijk aanknopingspunt voor gemeenten om daadwerkelijk een duurzaam beleid te realiseren. Enerzijds gebruiken zij het meetinstrument "Duurzaamheidsprofiel van een locatie" (DPL) en anderzijds een instrument dat de mogelijke maatregelen in kaart brengt: het "DuurzaamheidsKansenKompas" (DKK).

    Auteur:
    Rogier Wilms (projectleider)

    Jaar van uitgave:
    2006


    Website: Duurzame wijken in de praktijk (PDF)
      Duurzame gebiedsontwikkeling: meten aan duurzaamheid van een wijk

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Meten aan duurzaamheid van een wijk. Het duurzaamheidsprofiel - DPL - in de praktijk.

    Samenvatting:
    Er is steeds meer vraag naar duurzaamheid bij gebiedsontwikkeling. Het duurzaamheidsprofiel (DPL) is een handzaam instrument om de duurzaamheid van een gebied of wijk te meten.

    Auteur:
    Rogier Wilms (projectleider)

    Jaar van uitgave:
    2006


    Website: Meten aan duurzaamheid van een wijk (PDF)
      Duurzame gebiedsontwikkeling: projectbeschrijving Cascadepark Almere

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Projectbeschrijving Cascadepark Almere West

    Samenvatting:
    Almere als duurzame stad krijgt extra betekenis met het Cascadepark West, het stadspark voor Almere Poort. Het is een belangrijke ambitie om het Cascadepark tot een inspirerend voorbeeld te maken van duurzaamheid in Nederland.

    Auteur:
    Rogier Wilms (projectleider)

    Jaar van uitgave:
    2006


    Website: Projectbeschrijving Cascadepark Almere (PDF)
      Duurzame landbouw in beeld 2010

    Samenvatting:
    Dit rapport presenteert de belangrijkste cijfers voor people, planet en profit voor zeven verschillende primaire landbouwsectoren en voor de land- en tuinbouw als geheel. Er zijn agrarische bedrijven die goed scoren op zowel people, profit als planet. Maar er zijn ook agrariërs die zich nog nauwelijks bezig houden met duurzaamheid, of goed scoren op slechts eén van de drie factoren. Dat betekent dat er op een deel van de bedrijven nog veel mogelijkheden zijn voor duurzaamheidswinst. 

    Auteurs:
    J.A. Boone en J.W.H. van der Kolk

    Rapportnummer:
    WOT rapport 105

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Duurzame landbouw in beeld (PDF)
    Email: koen.boone@wur.nl
      Ecologische effecten van bestrijdingsmiddelen: berekende en waargenomen effecten in de kavelsloot

    Samenvatting:
    Dit rapport behandelt een nieuwe methode voor het berekenen van het ecologische risico in kavelsloten dat wordt veroorzaakt door het gebruik van een groot aantal bestrijdingsmiddelen (261) in Nederland voor het jaar 1998.

    De gehele berekening is terug te voeren op een GIS-kaart van het agrarisch landgebruik, waarbij 51 verschillende teelten worden onderscheiden. Hierdoor is het mogelijk om de resultaten in kaartbeelden weer te geven. Door de toepassing van soortengevoeligheidsverdelingen (SSD) en rekenregels voor combinatietoxiciteit, wordt de berekende blootstelling omgerekend naar een risicoschatting voor de aquatische levensgemeenschap die aanwezig hoort te zijn in kavelsloten. Dit risico wordt weergegeven als de fractie van de soorten die wordt geacht enig effect van de blootstelling te ondervinden.

    In de samenvatting van de risicokaarten wordt aangetoond dat het merendeel van het voorspelde risico wordt veroorzaakt door het gangbare bestrijdingsmiddelengebruik in de aardappelteelt. Slechts 7 van de 261 bestrijdingsmiddelen zijn verantwoordelijk te stellen voor 95% van het voorspelde risico. Voor alle bestrijdingsmiddelen tezamen is 50% het maximum risico dat is berekend voor enige plek in Nederland. Met behulp van simpele statistische regressie technieken is het berekende risico vergeleken met de door waterkwaliteitsbeheerders gemeten soortensamenstelling in het veld. Deze analyse levert een zwakke indicatie dat de voorspelde aantasting van het ecosysteem ook werkelijk waarneembaar is in het veld. Het geringe aantal beschikbare biologische waarnemingen in kavelsloten tezamen met een grote variabiliteit in de meetgegevens is er echter voor verantwoordelijk dat er geen significante relatie tussen modelvoorspelling en waarnemingen is aan te tonen.

    Auteur:
    D. de Zwart

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 500002003

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Ecologische effecten van bestrijdingsmiddelen: berekende en waargenomen effecten in de kavelsloot (PDF)
      Ecologische kwaliteit van de bodem

    Samenvatting:
    In dit rapport wordt beschreven wat ecologische kwaliteit van bodem is, en op welke wijze deze gekwantificeerd kan worden. In bodem vinden een groot aantal processen plaats, die van belang zijn voor de mens (nutsfuncties), omdat ze bijdragen aan bijvoorbeeld de voedselvoorziening, het type en de kwaliteit van de natuur en de levering van schoon grondwater (voor de productie van drinkwater). Bodemorganismen spelen een belangrijke rol in die processen. Bij een duurzaam gebruik van de bodem is het van belang, om de bodemorganismen zodanig te gebruiken en te beheren, dat deze processen ook voor de toekomst gewaarborgd zijn. Hierbij moet ook de mogelijkheid beschikbaar blijven om het bodemgebruik te veranderen. Ter onderbouwing van het duurzaamheidsbeleid van de bodem wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een bodembiologische indicator (BoBI) voor gebruik op nationale schaal. Daarvoor worden ecologische gegevens over de soortdiversiteit, het aantal organismen per soort en de activiteit van de organismen verzameld. Ten behoeve van het beleid moet een karakteriseringsysteem van de bodem worden ontwikkeld in de termen van 'goed' en 'slecht'.

      

    In dit rapport worden twee benaderingen beschreven om tot dergelijke kwaliteitscriteria te komen op basis van de tot dusver verzamelde data. 1) De mechanistische of functionele methode. Hierbij wordt nagegaan welke combinatie van nutsfuncties op een bepaalde plek gewenst is en vervolgens wordt de samenstelling van het daarbij behorende 'goede' bodemecosysteem beschreven met behulp van statistische interpretatie van de verzamelde bodemecologische data. 2) De statistische methode. Bij deze methode wordt voor een bepaalde combinatie van grondsoort en bodemgebruik bodemecologische data van een groep van geografische referenties verzameld en op basis daarvan wordt dan aangegeven wat de optimale samenstelling van het bodemecosysteem type is. Bij de toepassing van de indicator zou dan, in beide benaderingen, moeten worden aangegeven, in hoeverre de huidige kwaliteit voldoet aan de criteria van de gewenste kwaliteit.

    Vanwege de complexiteit van de materie wordt voorgesteld beide benaderingen onafhankelijk van elkaar te ontwikkelen volgens het principe van multiple lines of evidence. Idealiter zullen beide benaderingen uiteindelijk tot een overeenkomend resultaat leiden. Tenslotte wordt een verdere ontwikkeling van de indicator voor toepassing op internationale en lokale schaal besproken.

     

    Auteurs:

    A.M. Breure, M. Rutgers, J. Bloem, L. Brussaard, E. Didden, G. Jagers op Akkerhuis, Ch. Mulder, A.J. Schouten en H.J. van Wijnen

      

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 607604005

     

    Jaar van uitgave:

    2003


    Website: Ecologische kwaliteit van de bodem (PDF)
      Ecotoxiciteit van toxische mengsels in de bodem

    Volledige titel:
    Ecotoxiciteit van toxische mengsels in de bodem. Aanbevelingen voor toepassing in de Nederlandse regelgevingscontext, afgeleid uit een wetenschappelijk overzicht van concepten, modellen en gegevens.


    Samenvatting:
    In dit rapport wordt een methode voorgesteld om de ecotoxicologische risico's van mengsels in de bodem te beoordelen voor diverse risicobeoordelingssituaties. De methode is afgeleid uit een evaluatie van recente wetenschappelijke ontwikkelingen en validatiestudies. Een expliciet onderscheid wordt gemaakt tussen de mogelijkheden om experimentele resultaten van mengseleffecten in detail te interpreteren en de extrapolatie van deze resultaten naar het veld van risicobeoordeling.

     

    De methode bestaat uit drie stappen, waarbij milieu-chemische, toxicologische en ecologische interacties apart behandeld worden. In de eerste stap wordt blootstelling behandeld. In de tweede stap wordt de "mixed-model approach" toegepast. Hierbij wordt de toxische druk van groepen van stoffen met hetzelfde werkingsmechanisme voorspeld door concentratie additie aan te nemen voor de biologische actieve fracties binnen deze groepen, terwijl de algehele risico's over deze groepen en de overgebleven groepen (met een uniek werkingsmechanisme in het mengsel) voorspeld wordt door response additie aan te nemen voor de biologische actieve fracties. De derde stap is het inschatten van de ecologische interacties. Voor deze laatste stap is de theoretische onderbouwing echter zwak en zijn er nauwelijks -tot geen- gegevens voorhanden. Mogelijkheden voor het toepassen van de voorgestelde methode in de risicobeoordelingspraktijk worden bediscussieerd door de voor- en nadelen op te sommen voor de diverse risicobeoordelingssituaties.


    Auteurs:

    M. Mesman en L. Posthuma

     

     

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 711701035

     

     

    Jaar van uitgave:

    2003


    Website: Ecotoxiciteit van toxische mengsels in de bodem (PDF)
      Eddy covariance observations of methane and nitrous oxide emissions: towards more accurate estimates from ecosystems

    Samenvatting:
    De uitstoot van de broeikasgassen methaan en lachgas wordt structureel onderschat. Dit is een gevolg van de meetmethodes die men hiervoor hanteert. Dit proefschrift presenteert een innovatieve meetmethode voor lachgas en methaan.

    Auteur:
    P. Kroon (Energieonderzoek Centrum Nederland)

    Jaar van uitgave:
    2010

     


    Website: Proefschrift P. Kroon
    Email: p.kroon@ecn.nl
      Een blik op monitoring van de natuurlijke leefomgeving

    Samenvatting:
    Een belangrijke drijfveer om te monitoren is de wens of soms ook de verplichting om aan te tonen dat beleid effectief is en dat doelen zijn gehaald. Volgens de WOt-studie ‘Een blik op monitoring van de natuurlijke leefomgeving’ onder redactie van Martin Knotters, is het belangrijk om goed na te denken over de opzet van de monitoring. Te vaak komt het voor dat een monitoringplan achteraf toch niet de gewenste informatie oplevert. Of er is net niet genoeg gemeten, of er zijn net de verkeerde dingen gemeten. Een algemene tekortkoming is dat statistische kennis niet bij het ontwerp van een monitoringplan wordt benut. Data worden volgens steekproefopzetten verzameld die verwerking tot de vereiste informatie in de weg staan.

    Auteur:
    M. Knotters (WUR, WOT Natuur & Milieu)

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: Blik op monitoring van de natuurlijke leefomgeving (webpage)
    Email: martin.knotters@wur.nl
      Een onafhankelijke tool voor stedelijke luchtkwaliteitsberekeningen: Vergelijking met CAR-II, Monitoringstool en metingen

    Samenvatting:
    Het RIVM heeft een eigen tool ontwikkeld om stedelijke luchtkwaliteitberekeningen uit te voeren. De rekenregels in deze tool zijn exact ontleend aan de wettelijke voorschriften voor standaardrekenmethode-1 in de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. Bestaande berekeningen van de NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) monitoringstool en web-based CAR (Calculation of Air pollution from Road traffic), twee tools die de uitstoot van verkeer in steden monitoren, zijn met de nieuwe tool gecontroleerd en in orde bevonden. De met de tool berekende concentraties stikstofdioxide en fijn stof PM10 zijn ook vergeleken met de metingen van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit voor 2008 en 2009. De resultaten blijven binnen de marge tussen berekeningen en metingen die volgens de Europese richtlijn 2008/50/EG is toegestaan (respectievelijk 30 en 50 procent). Hiermee voldoet de nauwkeurigheid van de berekeningen aan de kwaliteitsdoelstellingen van deze Europese richtlijn.

    Auteurs:
    P.L. Nguyen en J.P. Wesseling

    Jaar van uitgave:
    2011

    Rapportnummer:
    680705018


    Website: Een onafhankelijke tool voor stedelijke luchtkwaliteitsberekeningen : Vergelijking met CAR-II, Monitoringstool en metingen (PDF)
      Eindrapport fase 2 Project Kwali-tijd 2005

    Samenvatting:
    Met het rapport van het project Kwali-tijd fase 2 hebben de landelijke en provinciale meetnetbeheerders het uitwerkingskader van de harmonisatie van de bodem- en grondwatermeetnetten geformuleerd.

    Het project Kwali-tijd behelst een samenwerking van provincies (IPO) en RIVM, verenigd binnen het platform meetnetbeheerders. Het project is een onderdeel van de Strategische Milieuagenda 2005-2008 en het hiermee samenhangende Programma IPO Strategische Milieu Agenda (PRISMA). De ambtelijke opdrachtgever is het IPO-BOOG, die gehoord het advies van de vakgroep bodembescherming, de resultaten van het project voorlegt aan de Stuurgroep Bodem [STUBO], waarin vertegenwoordigd zijn de ministeries van LNV en VROM, EZ, het IPO, de VNG, de Unie van Waterschappen en Bodem+.

    Auteur:
    F. F. Otto

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: Eindrapport fase 2 Project Kwali-Tijd 2005 (PDF)
      Emissie van zeven zware metalen naar landbouwgrond

    Samenvatting:
    In dit rapport wordt een voorstel gedaan voor de monitoring van de emissies van Cd, Zn, Cu, Pb, Hg, Ni en Cr naar de landbouwbodem. Dit voorstel moet bijdragen aan een betere afstemming van de rapportages in de Emissiemonitor en de Milieubalans. Uit onderzoek blijkt dat de beschikbare databronnen niet meer voldoen om de metaalemissies met de huidige methoden te berekenen. Vooral de metaalaanvoer met dierlijke mest geeft problemen. Voor het bepalen van de Ni-, Cr-, Hg- en Pbaanvoer (Milieubalans) wordt uitgegaan van voornamelijk schattingen. Voor het bepalen van de Cu-, Zn- en Cd-aanvoer (Emissiemonitor) wordt hoofdzakelijk uitgegaan van gehalten in veevoer. Enerzijds zijn deze gegevens onvolledig, anderzijds zijn de gegevens onnauwkeurig.

    In dit rapport wordt een alternatieve methode voorgesteld waarmee, met de huidige beschikbare gegevens, de emissies van alle metalen berekend kunnen worden. Tevens worden enkele aanbevelingen gedaan om de kwaliteit van de beschikbare gegevens verder te verbeteren. Verder worden in dit rapport aanbevelingen gedaan voor het vergaren van de noodzakelijke basisgegevens voor het gebruik van een meer geavanceerde methode. Daartoe moeten voor het berekenen van de aanvoer met dierlijke mest metaalgehalten in krachtvoer gemeten worden. Voor het berekenen van de aanvoer  met de jacht moeten gegevens over de gebruikte hagelsoorten verzameld worden.

    Auteurs:
    Delahaye, R. (CBS), P.K.N. Fong (CBS), M.M. van Eerdt (CBS), K.W. van der Hoek (RIVM), C.S.M. Olsthoorn (CBS)

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Emissie van zeven zware metalen naar landbouwgrond (PDF)
      Emissies en verspreiding van zware metalen

    Samenvatting:
    De emissies aan cadmium, chroom, kwik, lood en zink van de Nederlandse industrie naar lucht en oppervlaktewater zijn in de afgelopen 20 jaar flink verminderd.

    Begin jaren negentig heeft de overheid afspraken gemaakt met de industrie om de emissies van diverse stoffen te reduceren. Hoewel niet voor alle metalen de toen vastgestelde percentages van 70 tot 90% emissiereductie zijn gehaald, zijn de emissies wel aanzienlijk verminderd.

    Hierdoor zijn de ook de concentraties cadmium, chroom, kwik, lood en zink in lucht en regenwater in Nederland fors gedaald. De concentraties van deze metalen in de lucht liggen nu onder de milieukwaliteitsnormen. De huidige emissies en concentraties in de lucht hebben geen gevolgen voor de gezondheid van mensen.

    Ook de gehalten aan cadmium, chroom, kwik, lood en zink in de Nederlandse oppervlaktewateren zijn flink gedaald, maar behalve voor kwik worden de streefwaarde en milieukwaliteitsnormen op verschillende plaatsen nog overschreden. Dat wordt overigens vooral veroorzaakt door andere bronnen dan de industrie.

    Vanwege de Europese Kaderrichtlijn Water moeten de emissies aan zware metalen in de komende jaren verder worden teruggedrongen. Ook zijn er internationale afspraken gemaakt om de emissies van cadmium, lood en kwik naar de lucht te verminderen. Door de bouw van drie nieuwe kolengestookte energiecentrales en de mogelijke bouw van een kolenvergassingsinstallatie, zal de emissie van kwik waarschijnlijk echter toenemen.

    Auteurs:
    M.G. Mennen, W.A.J. van Pul, P.L. Nguyen, E.A. Hogendoorn, E.M. van Putten, M.E. Boshuis-Hilverdink en G.M. de Groot

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 609100004

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Emissies en verspreiding van zware metalen (PDF)
      Emissies naar grondwater: een overzicht van beleidsuitgangspunten en procedures voor beoordeling

    Samenvatting:

    Er bestaan grote verschillen in de manieren waarop Nederlandse beleidskaders de kwaliteit van grondwater toetsen. Desondanks voldoen ze aan de Europese Dochterrichtlijn Grondwater. Dat komt omdat deze richtlijn alleen randvoorwaarden aangeeft en het gebruik van verschillende beoordelingsmethodieken toestaat.

     

    Verontreinigingsbronnen op of in de bodem, zoals afvalstoffen, bestrijdingsmiddelen of mest, kunnen de kwaliteit van het grondwater bedreigen. Voor elk bijbehorend beleidskader bestaan wetten om de verontreinigingsbronnen te reguleren. Doel van het onderzoek was om de verschillen tussen de beoordelingsmethoden voor grondwater op te helderen en vast te stellen of de methoden voldoen aan de eisen die de Europese Dochterrichtlijn Grondwater stelt. Met deze informatie kan de huidige discussie tussen beleidsmakers en wetenschappers, over nut en noodzaak van het harmoniseren van de beoordelingsmethodieken beter gevoerd worden.

     

    De volgende beleidskaders zijn in de rapportage besproken: afvalstoffen, baggerdepots, bestrijdingmiddelen, bodemkwaliteit/ bodemsanering, bouwstoffen, grond en bagger, grootschalige bodemtoepassingen, mestbeleid en stortplaatsen. Voor deze beleidstoepassingen worden doel, de uitgangspunten, het toetscriterium en de gehanteerde rekenmethoden beschreven.

     

    Auteurs: 

    A.J. Verschoor en F.A. Swartjes

     

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 711701070

     

    Jaar van uitgave:

    2008


    Website: Emissies naar grondwater: overzicht van beleidsuitgangspunten en procedures voor beoordeling (PDF)
      Energie Prestatie op Locatie (EPL) voor bedrijventerreinen: onderzoek naar nut en haalbaarheid

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De EPL Bedrijventerreinen (EnergiePrestatie op Locatie) als instrument kan bijdragen aan het realiseren van dit potentieel en een goede afweging mogelijk maken tussen het rendement van individuele en collectieve energieopties. Op dit moment ontbreekt het aan een energiemeetlat voor bedrijventerreinen. In opdracht van het IPO (Interprovinciaal Overleg) heeft CE onderzocht of een EPL voor bedrijventerreinen haalbaar is en of een dergelijk instrument uiteindelijk ook in de behoefte van potentiële gebruikers kan voorzien. Daarbij hebben we gekeken naar de behoefte, knelpunten bij de ontwikkeling en mogelijke ontwerpvarianten.

    Auteurs:
    M.J. Blom, F.J. Rooijers en K. Singels

    Rapportnummer:
    04.6414.02

    Jaar van uitgave:
    2004


    Website: Energie Prestatie op Locatie (EPL) voor bedrijventerreinen: onderzoek naar nut en haalbaarheid (PDF)
      Evaluatie Monitoringportaal

    Samenvatting:
    In het najaar van 2009 werd een evaluatie van het Monitoringportaal uitgevoerd. Het portaal bestond op dat moment één jaar. De evaluatie bestond uit een analyse van bezoekstatistieken en consultatie van opdrachtgevers en uitvoerders. Tevens werden enkele externe deskundigen geïnterviewd. De meerderheid van de opdrachtgevers en uitvoerders noemt de toegevoegde waarde van het portaal neutraal tot (zeer) groot. Uit de evaluatie resulteren vier belangrijke aanbevelingen voor verdere verbetering en door-ontwikkeling van het portaal.

    Auteur:
    Mireille de Heer (De Heer & Co.), in opdracht van IPO
    De evaluatie werd begeleid door de redactiecommissie van het Monitoringportaal, bestaande uit G. Nienhuis (provincie Overijssel), T. Harmelink (provincie Drenthe), W. van Duijvenbooden (IPO) en A. Busweiler (provincie Noord-Holland).

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Evaluatie Monitoringportaal (PDF)
      Evaluatie provinciaal meetnet grondwaterkwaliteit Overijssel 1993- 2004

    Samenvatting:
    De doelstelling van het onderzoek is om de gegevens die zijn verzameld te analyseren en conclusies te trekken over de grondwaterkwaliteit in relatie tot de milieuthema’s verzilting, verzuring, vermesting en verspreiding. In dit rapport, uitgewerkt in een aantal onderzoeksvragen, vindt men:

    • Een beschrijving van de grondwaterkwaliteit in Overijssel in 2004 op verschillende diepten in termen van statistische kengetallen en normoverschrijdingen.
    • Een beschrijving van de grondwaterkwaliteit in relatie tot de milieuthema’s verzilting, verzuring, vermesting en verspreiding.
    • De presentatie van de resultaten op kaarten (grotendeels digitaal in ArcView).
    • Het opsporen van trends in de chemische samenstelling over de periode 1993-2004.
    • Evaluatie clustering.

     

    Auteurs:
    H. Keijer, C. van der Brink en M. de Jong

    Rapportnummer:
    9R6187

    Jaar van uitgave:
    2006

     


    Website: Evaluatie provinciaal meetnet grondwaterkwaliteit Overijssel 1993- 2004 (doc)
      Evaluatie TrendMeetnet Verzuring

    Samenvating:
    Het TrendMeetnet Verzuring (TMV) blijkt een geschikt instrument om de effecten aan te tonen van het Nederlandse overheidsbeleid op het gebied van verzuring en luchtverontreiniging op de kwaliteit van het grondwater. Het meetnet registreert de invloed van atmosferische depositie, oftewel de neerslag van verzurende en vermestende stoffen uit de lucht, op de kwaliteit van het grondwater. Verminderde neerslag van deze stoffen is terug te zien in een betere kwaliteit van het grondwater. Zo heeft het meetnet aangetoond dat de nitraatconcentratie in het grondwater significant is afgenomen. Dit blijkt uit een evaluatie van het TMV door het RIVM in opdracht van het ministerie van VROM.

    Het TMV is in 1989 gestart en is in beheer van het RIVM. Het meetnet volgt de kwaliteit van de bovenste meter van het grondwater onder natuurgebieden (bos en heide) op zandgronden. In deze gebieden zijn geen andere noemenswaardige bronnen van verzurende en vermestende stoffen die het grondwater verontreinigen. Bovendien is het vermogen van zandgronden om effecten van verzuring te neutraliseren beperkt. Daarom zijn effecten van atmosferische depositie op de grondwaterkwaliteit het duidelijkst meetbaar in natuurgebieden op zandgrond. In andere meetnetten is de invloed van atmosferische depositie niet te onderscheiden. In landbouwgebieden bijvoorbeeld overschaduwt het effect van bemesting veelal de invloed van andere verontreinigingsbronnen op de kwaliteit van het grondwater.

    Aanbevolen wordt om TMV-resultaten mee te nemen bij de rapportageverplichtigen van de Kader Richtlijn Water (KRW) over de grondwaterkwaliteit, en de monitoringfrequentie in lijn te brengen met deze rapportages (een cyclus van 6 jaar). De monitorfrequentie binnen het TMV zou dan omlaag kunnen. Om de efficientie van het TMV te vergroten is meer integratie met andere nationale en provinciale monitoringmeetnetten nodig. Bovendien kan meer coördinatie met activiteiten op het gebied van bos- en vegetatiemonitoring en meer uitwisseling van gegevens de meerwaarde van het meetnet vergroten.

    Auteurs:
    A. de Goffau, E.J.W. Wattel-Koekkoek, K.W. van der Hoek en L.J.M. Boumans

    Jaar van uitgave:
    2010 


    Website: Evaluatie TrendMeetnet Verzuring (PDF)
    Email: esther.wattel@rivm.nl
      Evaluatie van het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit

    Samenvatting:
    Op verzoek van het ministerie van VROM heeft het RIVM de opzet, uitvoering, nut en noodzaak van het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit geevalueerd. Hieruit blijkt dat het meetnet inzicht oplevert in de kwaliteit van de bodem en het bovenste grondwater bij verschillende grondsoorten en typen landgebruik. Het fungeert, in lijn met de Beleidsbrief Bodem, als graadmeter voor de algemene toestand van de bodem. Het vormt daardoor een belangrijk instrument voor beleidsmakers.

    Auteurs:
    J. Spijker, A.J. Schouten, K.W. van der Hoek en E.J.W. Wattel-Koekkoek

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 680718002

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: Evaluatie van het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (PDF)
      Evaluatie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid

    Samenvatting:
    Het RIVM en het LEI hebben de manier waarop het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid ( LMM) is opgezet, geëvalueerd. Op basis hiervan zijn vervolgens drie scenario's opgesteld om het LMM vanaf 2011 vorm te geven. Alle drie de scenario's bieden mogelijkheden om te bezuinigen. De mate waarin dat gebeurt, en de mate waarin wordt voldaan aan de eisen die de ministeries van EL&I en I&M stellen aan het LMM, verschillen per scenario.

    Rapporten:

    Eindrapport van de evaluatie van het LMM. Scenario's voor het programma vanaf 2011 (webpage)
    Auteurs: A de Klijne, J.W. Reijs, B. Fraters, J. Hoop, T.C. van Leeuwen
    Rapportnummer: 680717012
    Jaar van uitgave: 2010

    Evaluatie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid. Bijlagenrapport (webpage)
    Auteur: M.E. van Vliet
    Rapportnummer: 680717013
    Jaar van uitgave: 2010

      Evaluation of the representativeness of the Dutch national Air Quality Monitoring Network

    Nederlandse titel:
    Evaluatie van de representativiteit van het Nederlandse Meetnet Luchtkwaliteit

    Summary:
    As a general rule, the Dutch Air Quality Monitoring Network (LML) is representative for the Netherlands. They fulfill the criteria of EU Directive 2008/50/EC for representativeness of measurement sites. However, the Dutch classification of measurement sites, which is a simple classification with only three types of stations, rural, urban background and street, does not always positively correlate to the measurement data. Any interpretation of the measurements of the LML must take this aspect into consideration.

    A number of rural stations were found to have peak concentrations for one component, for example ammoniac in Vredepeel as a result of agricultural activities in this area, and a number of street stations are actually located on a highway (for example at Breukelen). In addition, rural station in an urbanized area had distinctly higher concentrations than other rural stations, while one station in a suburb of Groningen had lower concentrations than urban stations located in the western industrialized area of the Netherlands. At one measurement station, the flow around the inlet was obstructed by a close building, while at other locations, the flow around the inlet was affected by trees (which have been since pruned).

    These are the conclusions of the evaluation of the representativeness of the LML which has been performed by the RIVM by request of the Ministry of Housing, Spatial Planning and the Environment (VROM). For this study, measurements data of the RIVM from 2007 of nitrogen oxide, nitrogen dioxide, carbon monoxide, particulate matter, ozone, ammoniac and sulfur dioxide were used. The results of this screening were then compared with the screening that used data from 1994; this comparison served as a check of the consistency of the observed results which seems to be good. The effect of pruning overgrown trees at two locations was studied in more detail and in both cases, no effect on the concentration was found. To prevent any obstruction of the air inlet it is recommended to prune trees which grow in close proximity to monitoring stations.

    Auteurs:
    P.L. Nguyen, R. Hoogerbrugge, F. van Arkel

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 680704010

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: Evaluation of the representativeness of the Dutch national Air Quality Monitoring Network (PDF)
      Facilitering tweede tranche EU-richtlijn omgevingslawaai

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De EU-richtlijn omgevingslawaai heeft als doelstelling om een eenduidig beeld van de geluidsproblematiek in Europa te krijgen. Provincies hebben hiervoor in 2007 respectievelijk 2008 (zogenaamde eerste tranche) geluidskaarten en actieplannen opgesteld voor de drukste provinciale wegen. Uit evaluaties van deze eerste tranche is gebleken dat er tussen de provincies veel verschillen zijn in aanpak en uitvoering. Inmiddels komt de tweede tranche er aan. Deze handelt over meer wegen dan de eerste tranche, omdat ook minder drukke wegen meegenomen worden. In dit prismaproject is bekeken hoe een meer eenduidige aanpak van de tweede tranche vorm kan krijgen.
     
    De resultaten zijn in een aantal documenten vastgelegd, waaronder een “Draaiboek en script”. Het “draaiboek” heeft betrekking op de procesmatige aspecten van het opstellen van kaarten en actieplannen. Het “script” verwijst naar diverse inhoudelijke aspecten die nader uitgewerkt en van voorbeelden voorzien zijn. Met deze documenten worden de provinciale medewerkers ondersteund in een gestructureerde en efficiënte werkwijze. In een tweetal bijeenkomsten zijn het draaiboek en script uitgebreid toegelicht en besproken. Daarnaast is er veel aandacht geweest voor communicatie met burgers en bestuurders.

    Auteur:
    Paul Driessen

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Facilitering tweede tranche EU-richtlijn omgevingslawaai (website dBvision)
      FAIR 2.0: een beleidsondersteunend model voor de evaluatie van de milieu en economische consequenties van toekomstig klimaatbeleid

    Samenvatting:
    Dit rapport beschrijft het beleidsondersteunende model FAIR 2.0 (Framework to Assess International Regimes for differentiation of commitments). FAIR is een interactief computer model voor het (kwantitatief) evalueren van de milieueffectiviteit en economische kosten van verschillende regimes voor internationale lastenverdeling voor het klimaatbeleid, in overeenstemming met doelstellingen voor bescherming van het klimaat, geformuleerd in Artikel 2 van het internationale Klimaatverdrag UNFCCC, de stabilisatie van de concentraties van broeikasgassen op een 'veilig' niveau.

      

    Het FAIR 2.0 model bevat drie deelmodellen: 1. Een klimaat model voor de evaluatie van de klimaateffecten van een mondiale emissieplafond en de berekening van de regionale bijdrage aan klimaatsveranderingen. 2. Een emissieallocatie model voor het verkennen en evalueren van de herverdeling van toegestane emissieruimte tussen de landen voor verschillende benaderingen voor internationale lastenverdeling-regimes. 3. Een kosten en emissie-handel model voor de berekening van de verdeling van de emissiereducties over de verschillende regio's, gassen en bronnen na de toepassingen van de Kyoto Mechanismen (bijvoorbeeld emissiehandel). Hierbij wordt gebruik gemaakt van een kosteneffectieve methode op basis van geaggregeerde vraag en aanbod curven, welke zijn afgeleid van deze marginale kosten curven. Dit model berekent ook de wereldwijde prijs op de internationale emissiemarkt, de kopers en verkopers op de markt, de marginale en totale kosten en de voordelen van emissiehandel.

     

    Auteurs:

    M.G.J. den Elzen en P. Lucas

      

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 550015001

     

    Jaar van uitgave:

    2003


    Website: FAIR 2.0 - een beleidsondersteunend model voor de evaluatie van de milieu en economisch consequenties van toekomstig klimaatbeleid (PDF)
      Gebiedenatlas 2003: overzicht van provinciale en nationale gebiedsindelingen

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Dit rapport geeft een overzicht van kaarten die kunnen worden gebruikt in het kader van gebiedsspecifiek beleid. Meer dan honderd provinciale en nationale kaarten, bestaande uit honderdvijftig digitale datasets, werden verzameld. Uit de inventaris kan worden opgemaakt dat drie miljoen hectare van de Nederlandse grond deel uitmaakt van één of meerdere vormen van gebiedsspecifiek provinciaal beleid. Ongeveer zestig procent heeft te maken met slechts één vorm, terwijl vijftien procent te maken heeft met meerdere vormen van beleid.

    De kortgeleden geïntroduceerde categorie van SGB-gebieden bestaat uit ongeveer 2.3 miljoen hectare land, terwijl oudere provinciale categorieën substantieel minder gebied omvatten. De resultaten van het onderzoek komen tegemoet aan een behoefte aan een digitaal overzicht van de data, net zoals zijn voorganger. Er is echter nog genoeg werk aan het beschikbaar maken van de data aan al het werk op het gebied van gebiedsspecifiek beleid.

    Auteurs:
    C.G.J. Schotten, W.T. Boersma, J.D. Kunst, M.L.P. van Esbroek en R. de Niet

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Gebiedenatlas 2003: overzicht van provinciale en nationale gebiedsindelingen (PDF)
      Gebiedsgericht grondwaterbeheer in de praktijk

    Volledige titel: Gebiedsgericht grondwaterbeheer in de praktijk: Gebiedsafbakening, aanpak bronzone, procedure voor monitoring, (risicogebaseerde) toetsing grondwaterkwaliteit, kosten-batenanalyse.

    Samenvatting:
    Het beheer van grondwater richt zich op beoordeling van de grondwaterkwaliteit en zonodig sanering. Dit beheer van grondwater is in Nederland vaak om technische, praktische en financiële redenen niet haalbaar. Als uitweg is de tendens gaande om verontreinigingen niet meer individueel maar op grotere schaal, in samenhang te beoordelen en aan te pakken. Dit zogeheten gebiedsgericht grondwaterbeheer maakt het beheer ervan efficiënter en daamee vaak goedkoper. Door de gebiedsgerichte aanpak kan de grondwater kwaliteit binnen het gedefinieerde gebied namelijk minder streng worden beoordeeld ten opzichte van individuele grondwaterverontreinigingen. Bovendien is de organisatie van het beheer van een cluster verontreinigingen eenvoudiger dan voor elke verontreiniging apart op verschillende tijdstippen.

    Gebiedsgericht grondwaterbeheer vraagt om een aanpak die is toegespitst op de specifieke omstandigheden van de locatie. Om dit Gebiedsgeicht grondwaterbeheer te faciliteren heeft het RIVM op verzoek van het ministerie van I&M enkele algemene praktische aanwijzingen opgesteld. Deze zijn gericht op een methode om de afbakening van het beheersgebied te bepalen en om de bronzone voor grondwaterverontreiniging aan te pakken. Ook is een procedure opgesteld om het grondwater te monitoren, wordt de beoordeling van de grondwaterkwaliteit belicht en een kosten-batenanalyse besproken. Deze informatie vult bestaande relevante documenten aan, zoals de Handreiking gebiedsgericht grondwaterbeheer uit 2010 die eveneens in opdracht van I&M werd opgesteld.

    Auteurs:
    Swartjes, F.A., J. Valstar, M.C. Zijp, P. van Beelen, P.F. Otte

    Rapportnummer:
    607050010

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Gebiedsgericht grondwaterbeheer in de praktijk
      Gebruik (fijner) zand in beton - Monitoring gebruik (fijner) zand in beton

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    In Nederland wordt al enige jaren gediscussieerd over de inzet van alternatieven voor beton en metselzand. Als gevolg hiervan is door diverse organisaties onderzoek verricht naar de mogelijkheden van de verschillende alternatieven. Geconcludeerd is dat het gebruik van fijner zand in beton op korte termijn tot de meest realistische alternatieven behoort. Dit zand is in ruim voldoende voorraad beschikbaar, van primaire oorsprong en zonder belemmeringen binnen de vigerende regelgeving toe te passen.

    Het VIBO1, een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Verkeer en Waterstaat en de provincies (verenigd in IPO2) heeft echter de indruk dat het gebruik van fijner zand in beton, ondanks de positieve onderzoeksresultaten niet van de grond komt. Het VIBO wil in kwantitatieve en kwalitatieve zin laten onderzoeken welk zand door de betonindustrie wordt verbruikt, waarbij specifieke aandacht besteed moet worden aan het gebruik van fijner zand. In opdracht van VIBO heeft INTRON dit onderzoek uitgevoerd onder de betonmortel- en betonproductenindustrie. Het onderzoek is een aangepaste herhaling van het in 1997 uitgevoerde onderzoeksproject: “Inventarisatie van kwaliteit en kwantiteit van betonzand in de markt”.

    Auteur:
    Rijkswaterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: Gebruik (fijner) zand in beton - Monitoring gebruik (fijner) zand in beton (PDF)
      Gebruik (fijner) zand in beton - Stimuleren gebruik fijner zand in beton: opzet

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    In opdracht van VIBO1 is door INTRON in een verkennende studie onderzoek verricht naar de knelpunten en de kostenconsequenties die spelen rondom het gebruik van fijner zand in beton. Als één van de belangrijkste aanbevelingen uit deze oriëntatiefase kwam het uitvoeren van een of meerdere praktijkprojecten, waarbij de gehele bouwkolom wordt betrokken. Op deze wijze kunnen alle betrokken partijen kennis en ervaring opdoen rondom beton met fijner zand. Het doel van de praktijkprojecten is meer inzicht te verkrijgen in de mogelijke praktische knelpunten en kostenconsequenties die bij het gebruik van fijner zand in beton optreden.

    In dit rapport wordt de keuze, de organisatie en de uitvoering van praktijkprojecten beschreven. De werkelijke uitvoering van de praktijkprojecten zal later worden gerealiseerd. Voorgesteld wordt de praktijkprojecten gefaseerd uit te voeren: inventarisatie van verwachtingen en kennis, voorbereidende werkzaamheden en de daadwerkelijke uitvoering van het project. Van de praktijkprojecten zal een rapport worden opgesteld die wordt opgenomen in een door de Stichting CUR uit te brengen voorbeeldenboek / handboek “Fijner zand in beton”.

    Auteur:
    Rijkswaterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: Gebruik (fijner) zand in beton - Stimuleren gebruik fijner zand in beton: opzet (PDF)
      Gebruik (fijner) zand in beton - Stimuleren gebruik fijner zand in beton: verkennende fase

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    In Nederland wordt reeds enige jaren gesproken over het gebruik van fijner zand in beton als alternatief voor het gebruik van grof betonzand. De winlocaties waar in Nederland grof betonzand gewonnen wordt nemen af en vergunningen voor nieuwe locaties zijn nog niet afgegeven. Uit technisch onderzoek is gebleken dat het gebruik van fijner zand in beton op korte termijn zeker tot de mogelijkheden behoort. De betonregelgeving werpt geen belemmeringen op tegen het gebruik van fijner zand in beton. Echter, ondanks de dreiging van een tekort aan beton- en metselzand lijken marktpartijen geen actie te ondernemen om fijner zand in beton te gaan gebruiken.

    In opdracht van VIBO1 is door INTRON onderzoek verricht naar de knelpunten en met name de kostenconsequenties die spelen rondom het gebruik van fijner zand in beton. Tevens is gevraagd aanbevelingen te doen om het gebruik van fijner zand in beton te stimuleren.

    Auteur:
    Rijkswaterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: Gebruik (fijner) zand in beton - Stimuleren gebruik fijner zand in beton: verkennende fase (PDF)
      Geluidmonitor

    Het geluidmonitoringprogramma bestaat sinds 1999 en registreert ontwikkelingen in omgevingsgeluid door wegverkeer, railverkeer en luchtvaart. Jaarlijks wordt een rapport gepubliceerd.

    Organisatie: RIVM

    Download de rapporten in PDF:

      Geluidonderzoek op vier trajectcontrole locaties

    Samenvatting:
    De effecten van de snelheidsmaatregel van november 2005 op rijkswegen rond de vier grote steden op de gemiddelde geluidniveaus zijn beperkt tot minder dan 1,5 dBA. Langs de A12 bij Voorburg en de A20 bij Rotterdam werd een afname gemeten van 1 tot 1,3 dBA. Langs het traject bij de A10 West in Amsterdam werd een afname gemeten van 0,5 dBA. Langs de A12 bij Utrecht werd geen afname van het gemiddelde niveau gemeten. Op de locaties bij Rotterdam en Voorburg was de relatieve snelheidsverlaging op de rijstroken met de sterkste geluidemissie groter dan in Amsterdam en Utrecht. Dit verklaart de sterkere afname van geluidniveaus op eerstgenoemde locaties. In Utrecht is de geluidemissie van met name de hoofdrijbanen nauwelijks afgenomen. Dit zou naar verwachting wel het geval zijn indien ook op de hoofdrijbanen de snelheid op 80 kilometer per uur zou worden gehandhaafd. In vergelijking met de gemiddelde geluidniveaus is er bij de maximale geluidniveaus die binnen elk uur zijn gemeten (pieken) een grotere afname gemeten. Bij Rotterdam en Voorburg zijn de maximale geluidniveaus met respectievelijk 2 en 2,5 dBA afgenomen. In Amsterdam en Utrecht was de afname respectievelijk 1 en 1,3 dBA. Direct omwonenden, binnen enkele honderden meters van de trajecten, kunnen de geluidsituatie na de maatregel daardoor als een verbetering ervaren. De sterkere afname van de piekniveaus houdt nauw verband met een gelijkmatiger verkeersstroom die door de trajectcontrole wordt afgedwongen. Het is daarom mogelijk dat een dergelijk effect ook al bij hogere trajectsnelheden zou optreden, mits het gelijkmatige uniforme gedrag van het verkeer behouden blijft.

    Auteurs:

    J. Jabben, C. Potma en S. Lutter

     

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 680350001

     

    Jaar van uitgave:

    2007


    Website: Geluidonderzoek op vier trajectcontrole locaties (PDF)
      Geluidproductieplafonds voor provinciale wegen

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Geluidproductieplafonds voor provinciale wegen. Een GIS studie naar kosten en milieuopbrengst

    Samenvatting:
    Door VROM en V&W wordt nieuwe geluidswetgeving ontwikkeld, de geluidsproductieplafonds (GPP's). Deze nieuwe wetgeving heeft als voornaamste doel het tegengaan van de groei van geluid tengevolge van de groei van het verkeer. Het verst gevorderd is de wetgeving voor de rijksinfrastructuur. Om de mogelijkheden voor de toepassing van GPP’s op de provinciale infrastructuur te onderzoeken, is het interprovinciale PRISMA-project ‘Geluidproductieplafonds provinciale wegen en spoorwegen’ opgestart. Het onderzoek is uitgevoerd door dBvision met een begeleidingsgroep vanuit de provincies Zuid-Holland, Utrecht, Flevoland, Gelderland en Noord-Brabant. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een GIS-studie, die de milieueffecten en de kosten in beeld brengt die samenhangen met verschillende varianten van geluidsproductieplafonds. De GIS-berekeningen zijn gebaseerd op het gehele wegennet van de provincies Zuid-Holland en Utrecht. De resultaten van de twee provincies zijn geëxtrapoleerd naar heel Nederland (inclusief de wegen van waterschappen) om een landelijk beeld te krijgen.

    Auteurs:
    A.A. van Lier en E.H. Waterman

    Rapportnummer:
    MIL 01415/2007


    Website: Geluidproductieplafonds voor provinciale wegen (PDF)
      Gemeten en berekende NO2-concentraties in Amsterdam in 2008

    Samenvatting:
    Berekeningen met de Nederlandse standaardrekenmethode voor luchtkwaliteit in binnenstedelijke straten geven in 38 Amsterdamse straten gemiddeld lagere concentraties stikstofdioxide (NO2) aan dan metingen op deze locaties. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM en de GGD Amsterdam, waarin deze standaardrekenmethode is vergeleken met metingen van de GGD Amsterdam. Het verschil bedraagt gemiddeld 11 %. Op meetlocaties van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit, verspreid over Nederland, laat de rekenmethode geen significante onderschatting zien. Het onderzoek is in opdracht van het ministerie van VROM uitgevoerd.

    In de onderzochte straten worden de concentraties voor een belangrijk deel bepaald door de emissies van het wegverkeer in de straat. De metingen zijn gedurende dertien meetperioden van elk vier weken, uitgevoerd met zogenoemde Palmes diffusiebuisjes. Deze metingen zijn geijkt aan de Europese referentiemethode op de vaste meetstations van het Luchtmeetnet Amsterdam.

    De berekeningen zijn uitgevoerd met de wegkenmerken en verkeersgegevens op de plaats van de meetpunten. Een deel van de gevonden verschillen in Amsterdam kan verklaard worden,doordat locaties buiten het toepassingsgebied van de standaardrekenmethode vallen. Behalve het lokale wegverkeer dragen andere bronnen, zoals scheepvaart, bij aan de concentraties in drukke straten in Amsterdam. De andere bronnen vormen samen de achtergrondconcentratie. Het is denkbaar dat sommige bronnen, die niet in detail in de berekening van de achtergrondconcentratie zijn opgenomen, de concentraties op specifieke locaties sterker beïnvloeden dan nu wordt aangenomen. In 2010 zal dit verder onderzocht worden.

    Auteurs:
    J. Wesseling, S. van der Zee en L. Nguyen

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Gemeten en berekende NO2-concentraties in Amsterdam in 2008 (PDF)
      Geo-info

    In het vakblad Geo-Info worden artikelen, verslagen, columns, opinies en berichten gepubliceerd over het gehele terrein van de geo-informatie, inclusief de toepassingen in andere vakgebieden die een verbinding met geo-informatie hebben.

    Voor niet-abonnees zijn de gepubliceerde artikelen na drie maanden beschikbaar op de site van de vereniging Geo-informatie Nederland (GIN).

    Organisatie: Geo-Info is een uitgave van GIN


    Website: Geo-Info
    Email: gi@geo-info.nl
      Geochemische atlas van Nederland

    Voedselveiligheid, uitspoeling van contaminanten, normstelling voor bodemkwaliteit. Het is slechts een kleine greep uit de vraagstukken waarbij de Geochemische atlas van Nederland een essentiële rol kan spelen. De atlas bevat gegevens over 36 chemische elementen, zowel boven- als ondergronds, die worden gepresenteerd in kaarten, tabellen en frequentieverdelingen.

    De atlas is tot stand gekomen door een samenwerking tussen Deltares, RIVM en Alterra en is deels gefinancierd door het ministerie van EL&I via het programma BIS 2014. Met deze actualisering van het Bodemkundig Informatie Systeem kunnen overheid en bedrijven hun bodembeleid verbeteren.


    Website: Geochemische Atlas van Nederland (PDF)
    Email: gerben.mol@wur.nl
      GeoPEARL model: beschrijving, toepassingen en handleiding

    Samenvatting:

    In dit rapport wordt het GeoPEARL model gepresenteerd. GeoPEARL is een ruimtelijk verdeeld model, dat het gedrag van bestrijdingsmiddelen in het bodem - plant systeem beschrijft. Het model berekent de drainage naar het lokale oppervlaktewater en de uitspoeling naar het diepe grondwater. Met GeoPEARL kunnen stoffen met sterk uiteenlopende eigenschappen worden gesimuleerd, waaronder vluchtige stoffen en stoffen die bodemafhankelijke sorptie- en omzettingsconstanten hebben.

     

    Het model zal worden ingezet voor de evaluatie van nationale beleidsplannen, zoals het 'Meerjarenplan Gewasbescherming' en het plan 'Duurzame Gewasbescherming'. Het rapport bevat een aantal voorbeeldberekeningen voor stoffen met verschillende eigenschappen. De resultaten laten zien dat de gemiddelde belasting van het oppervlaktewater een orde groter is dan de gemiddelde belasting van het grondwater. Snelle afvoermechanismen, zoals buisdrainage, zijn hierbij dominant. Bestrijdingsmiddelen die op een dergelijke wijze worden afgevoerd kunnen direct het oppervlaktewater belasten. GeoPEARL is ook gebruikt om de huidige toelatingsprocedure voor bestrijdingsmiddelen te verifiëren. In de huidige procedure wordt begonnen met de toepassing van PEARL op een enkele locatie. Deze locatie wordt verondersteld representatief te zijn voor kwetsbare gebieden. Resultaten van GeoPEARL laten echter zien dat, afhankelijk van het beschouwde middel, de maximum uitspoeling in verschillende gebieden plaats vindt. Dit duidt erop dat bij toepassing van het model op een locatie niet noodzakelijkerwijs de meest kwetsbare situatie gesimuleerd wordt. Om dit te bereiken moeten aanvullende voorwaarden gesteld worden. Om discussies over deze voorwaarden te voorkomen is directe toepassing van GeoPEARL te prefereren. 


    Auteurs:

    A. Tiktak, A.M.A. van der Linden en J.J.T.I. Boesten

     

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 716601007

     

    Jaar van uitgave:

    2003


    Website: GeoPEARL model - Model beschrijving, toepassingen en handleiding (PDF)
      GeoPEARL model: Deel II - Handleiding en update van de modelbeschrijving

    Samenvatting:Nederland heeft sinds kort een nieuwe beslisboom om het risico van uitspoeling van bestrijdingsmiddelen naar het grondwater te kunnen beoordelen. In deze beslisboom wordt beoordeeld of de concentratie van bestrijdingsmiddelen in het grondwater de EU drinkwaternorm van 0,1 mu/L zal overschrijden. De nieuwe beslisboom houdt expliciet rekening met het oppervlak waarop het middel wordt toegepast. Een middel kan uitsluitend worden toegelaten indien de concentratie in het grondwater over een lange periode lager is dan 0,1 mu/L, onder tenminste 90% van het oppervlak waarop het middel zal worden verbruikt. Om dit criterium te kunnen toetsen is het model GeoPEARL ontwikkeld. Dit model zal een centrale rol gaan spelen in het nieuwe toelatingsbeleid. Dit rapport bevat een handleiding van het model, met nadruk op de nieuwe registratieprocedure.

     

    Auteurs:
    A. Tiktak, A.M.A. van der Linden, J.J.T.I. Boesten, R. Kruijne en D. van Kraalingen

      

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 716601008. Het rapport dient te worden gebruikt in combinatie met rapport 601450019 (klik hier voor de PDF). Dit rapport de nieuwe beslisboom beschrijft.

     

     

     

    Jaar van uitgave:

    2004


    Website: GeoPEARL model: Deel II - Handleiding en update van de modelbeschrijving PDF
      Geostatistische opschaling van concentraties van gewasbeschermingsmiddelen in het Nederlandse oppervlaktewater

    Samenvatting:
    Metingen van concentraties van gewasbeschermingsmiddelen in het Nederlandse oppervlaktewater worden met een geostatistische methode opgeschaald naar landelijke waarden. De methode maakt gebruik van ruimte-tijd regressie-kriging, waarbij zowel informatie in de metingen zelf als in landsdekkende kaarten van gecorreleerde omgevingsvariabelen wordt benut. De methode berekent eveneens de onzekerheid in de opgeschaalde waarde zodat ook de statistische significantie van temporele trends in landelijke waarden kan worden bepaald.

    Toepassing van de methode op metribuzin en carbendazim voor de periode 1997-2006 geeft plausibele resultaten die voor metribuzin in alle jaren rond 12 ng/liter liggen en voor carbendazim een dalende trend van 170 ng/liter in 1997 naar 100 ng/liter in 2006 laat zien. De methode is bewerkelijk en stelt hoge eisen aan de beschikbaarheid van data. Belangrijke aandachtspunten voor toekomstig onderzoek zijn statistische validatie van modeluitkomsten, analyse van de gevoeligheid van het model voor gemaakte aannames en de verbeterde verwerking van metingen beneden de kwantificeringslimiet.

    Auteurs:
    G.B.M. Heuvelink, R. Kruijne en C.J.M. Musters

    Jaar van uitgave:
    2011 


    Website: Geostatistische opschaling van concentraties van gewasbeschermingsmiddelen in het Nederlandse oppervlaktewater (webpage)
      Gezondheid en milieu: mogelijkheden van monitoring

    Samenvatting:
    Rapport over de randvoorwaarden waaraan monitoringprogramma’s moeten voldoen voor onderbouwing van het beleid op het terrein van milieu en gezondheid.

    Het rapport bevat de resultaten van een onderzoek uitgevoerd door een commissie aangesteld door de Gezondheidsraad. Dit in opdracht van de ministeries van VROM en VWS.

    Auteurs:
    De Gezondheidsraad, Prof. dr. J.A. Knottnerus

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Gezondheid en milieu: mogelijkheden van monitoring (Online samenvatting en PDF)
    Email: marjon.drijver@gr.nl
      Gezondheid en Milieu: rapport Welkom in provincie Bovenrijn

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Gezondheid en Milieu: welkom in de provincie Bovenrijn. Uw provincie werkt aan een gezonde leefomgeving

    Samenvatting:
    In 2005 startte het IPO met het project Gezondheid en Milieu, een project dat deel uitmaakt van het Programma IPO Strategisch Milieu Agenda (Prisma). Doel van het project is milieuproblemen en de bijbehorende gezondheidseffecten te inventariseren en te rangschikken om zo prioriteiten voor het beleid te kunnen vaststellen. Centraal staan vier veroorzakers van gezondheidsproblemen bij burgers: luchtverontreiniging, geurhinder, geluid en externe veiligheid. Voor elke provincie is onderzocht hoeveel mensen last hebben van deze problemen en in welke mate. In ‘Werken en leven in Bovenrijn’ leest u meer over de relatie milieubelasting en gezondheid en maakt u via de provincie Bovenrijn op speelse wijze kennis met de mogelijkheden van de Gezondheidseffectscreening (GES), een wetenschappelijk onderbouwde methode die zicht geeft op de gezondheidskundige knelpunten veroorzaakt door milieuproblemen in een gebied.

    Auteur:
    IPO

    Jaar van uitgave:
    2009

    Bijlagen:
    PowerPoint presentatie (PPT)
    GES applicatie (ZIP)


    Website: Welkom in de provincie Bovenrijn (PDF)
      Gezondsheidseffecten fijnstof IJmond

    Samenvatting:
    Rapport naar aanleiding van een onderzoek naar de effecten van luchtverontreiniging door fijnstof op de gezondheid van de inwoners van de gemeenten Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Uitgeest en Velsen. Het onderzoek werd uitgevoerd door de GGD Kennemerland, op verzoek van de betrokken gemeenten.

    Auteurs:
    A. Oosterlee en R.H. Keuken, met medewerking van L. Staal

    Jaar van uitgave:
    2004


    Website: Website GGD met link naar PDF
      Groepsgeluidbelasting Gden/Gnight. Toepassingsmogelijkheden luchtvaartgeluid

    Samenvatting:
    Dit rapport gaat in op toepassingsmogelijkheden van integrale geluidindicatoren Gden en Gnight bij monitoring en handhaving van de geluidbelasting rondom luchthavens. Gden en Gnight zijn eengetalsgeluidmaten die de gezamenlijke geluidbelasting van een populatie uitdrukken voor respectievelijk het gehele etmaal en specifiek de nachtperiode. Er wordt ingegaan op de relatie met geluidsschade, hinderbeleving en slaapverstoring binnen de populatie. Tevens is gekeken naar de te verwachten jaarlijkse variaties afhankelijk van wisselende verkeerssituaties. Gebleken is dat Gden en Gnight goede correlatie vertonen met geluidsschade, hinderbeleving en slaapverstoring. Een nauwkeurige prognose op basis van Gden/Gnight van deze laatste aspecten die geheel overeenstemt met daarvoor bekende dosis-responsrelaties is echter niet mogelijk. Jaarlijkse variaties in de groepsgeluidbelasting Gden en Gnight onder gelijkblijvende verkeersaantallen zijn relatief beperkt. Daarmee lijken deze indicatoren minder gevoelig voor wisselende meteorologische omstandigheden en bieden mogelijk ook aanknopingspunten in het kader van een transparant handhavingsbeleid rondom luchthavens.

    Auteurs:
    J. Jabben, E. Verheijen en E. Schreurs

    Rapportnummer:
    RIVM briefrapport 680555004

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Groepsgeluidbelasting Gden/Gnight. Toepassingsmogelijkheden luchtvaartgeluid (PDF)
      Grondwaterregime op basis van karteerbare kenmerken

    Samenvatting:
    Het grondwater bevindt zich in Nederland doorgaans op geringe diepte en is daardoor een belangrijke factor bij allerlei vraagstukken met betrekking tot de inrichting, het beheer en de kwaliteit van het landelijk gebied. De beschikbaarheid van actuele informatie over de grondwaterstand is dan ook van groot belang. Om een ruimtelijk beeld te kunnen krijgen in de vorm van kaarten met informatie over het grondwaterstandsverloop is een karakterisering van tijdreeksgegevens van grondwaterstanden in kengetallen noodzakelijk.

    In dit rapport worden de laatste grondwatertrappenkaarten toegelicht, opgesteld door Alterra in opdracht van het STOWA. Hierbij is een methode gebruikt die landsdekkend beschikbaar is en een directe koppeling heeft met bodemkundige informatie. Dankzij deze directe koppeling geeft de karteerbare kenmerken Gt-kaart een redelijk goed beeld van het actuele grondwaterregime.

    Auteurs:
    J.W.J. van der Gaast, H.R.J. Vroon en H. Th. L. Massop

    Rapportnummer:
    STOWA 2010-41

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Grondwaterregime op basis van karteerbare kenmerken (PDF)
    Email: b.de.graaff@stowa.nl
      Grootschalige stikstofdepositie in Nederland

    Volledige titel:
    Grootschalige stikstofdepositie in Nederland. Herkomst en ontwikkeling in de tijd.

    Samenvatting:
    Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft in samenwerking met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) kaarten gemaakt van de stikstofdepositie in Nederland (GDN-kaarten genoemd). Deze kaarten geven een beeld van de grootschalige stikstofdepositie in Nederland, zowel voor het verleden als de toekomst (tot en met 2030). Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I) gebruikt deze kaarten onder andere voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). De kaarten zijn gelijktijdig, met hetzelfde rekeninstrumentarium en op basis van dezelfde emissiescenario’s, gemaakt als de grootschalige concentratiekaarten Nederland (GCN-kaarten).

    Dit rapport beschrijft hoe de kaarten worden gemaakt en geeft een analyse van de herkomst en ontwikkeling in de tijd van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De totale depositie is de som van natte en droge depositie en van bijdragen uit Nederland en het buitenland. De Nederlandse landbouw draagt voor ongeveer 40 procent bij aan de stikstofdepositie gemiddeld in Nederland, en de landbouw in het buitenland voor ongeveer 10 procent. Verder draagt het wegverkeer in Nederland en het buitenland samen ongeveer 10 procent bij aan de stikstofdepositie, ongeveer evenveel als de industrie. De onzekerheid in de berekende stikstofdepositie is gemiddeld voor Nederland 30 procent en lokaal 70 procent (1 sigma). De gebruiker van deze kaarten moet met deze onzekerheid rekening houden.

    De natuur in Nederland wordt op veel plaatsen negatief beïnvloed door een hoge depositie van stikstof. Te hoge depositie heeft negatieve gevolgen voor de biodiversiteit. De hoeveelheid stikstof die vanuit de lucht op de bodem terechtkomt, berekend met de in dit rapport beschreven methoden, blijkt bijna 20 procent lager te zijn dan eerder werd gedacht. Met deze verbeterde inzichten heeft 61 procent van de natuur een overschrijding van de kritische depositiewaarden. Voorheen werd berekend dat het om 65 procent van de natuur ging.

    De grootschalige depositiekaarten van stikstof zijn online beschikbaar op www.pbl.nl/gcn.

    Auteurs:
    G.J.M. Velders (PBL), J.M.M. Aben (PBL), J.A. van Jaarsveld (PBL), W.A.J. van Pul (RIVM), W.J. de Vries (PBL) en M.C. van Zanten (RIVM)

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 500088007

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Grootschalige stikstofdepositie in Nederland (PDF)
      Guidance on the Post-Market Environmental Monitoring (PMEM) of genetically modified plants

    Samenvatting:
    De Europese autoriteit voor voedselveiligheid EFSA heeft een richtlijn opgesteld voor de monitoring van mogelijke milieu-effecten van de teelt van genetisch gemodificeerde (GM) gewassen nadat deze zijn toegelaten op de markt. De monitoring van de effcten voor de volksgezondheid en het milieu is een onderdeel van de Europese toelating voor genetisch gemodificeerde gewassen. De monitoring na toelating van een genetisch gemodificeerd gewas kent twee onderdelen. Er is een algemeen deel dat altijd dient te worden toegepast. Het richt zich op behoud van flora en fauna, de bodemkwaliteit en de duurzaamheid van agro-ecosystemen. Daarnaast is er een specifieke monitoring wanneer de EFSA bepaalde risico's of onzekerheden rond een teelt heeft geïdentificeerd.

    Auteurs:
    European Food Safety Authority

    Rapportnummer: 
    EFSA Journal 2011;9(8):2316

    Jaar van uitgave:
    2011

     


    Website: Guidance on the Post-Market Environmental Monitoring (PMEM) of genetically modified plants (PDF)
      GWM in Beeld

    GWM in Beeld is een tweejaarlijkse, digitale monitoringrapportage over de effecten van het groen-, water-en milieubeleid van de provincie Zuid-Holland. De volgende rapportage wordt april 2010 verwacht; momenteel is de rapportage van 2008 te bekijken op de website.

    Contactpersoon:
    J. Sebus
    Telefoon: 070 - 441 60 72


    Website: DGWM 2008
    Email: ah.sebus@pzh.nl
      Haalbaarheid van ecologische waterkwaliteitsdoelstellingen met gebiedsgerichte maatregelen door de landbouw

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Het IPO heeft Royal Haskoning en DLV-adviesgroep gevraagd een pilotstudie te verrichten naar gebiedsgerichte maatregelen ter verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit als gevolg van de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De studie richt zich op maatregelen die in de landbouwsector genomen kunnen worden om de doelen van de KRW te behalen. Bijdragen uit andere bronnen worden niet meegenomen. Deze studie heeft een globaal, verkennend karakter.

    Auteurs:
    Dhr. P. van Boheemen, Dhr. E. Zigterman, Dhr. M. Arts, Dhr. A. Otte

    Rapportnummer:
    9P3787.A0

    Jaar van uitgave:
    2004


    Website: Haalbaarheid van ecologische waterkwaliteitsdoelstellingen met gebiedsgerichte maatregelen door de landbouw (PDF)
      Handboek gezondheidseffectscreening stad en milieu

    Het handboek Gezondheidseffectscreening Stad en Milieu is een instrument voor een gezonde inrichting van de woonomgeving. Met het handboek kan de invloed van milieufactoren op de gezondheid van bewoners eenvoudig, integraal en gestandaardiseerd beoordeeld worden.

    Auteurs:
    Tilly Fast en Rik van de Weerdt

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: Handboek gezondheidseffectscreening stad en milieu (PDF)
    Email: t.fast@wxs.nl
      Handboek licht/donker: beleid en uitvoeringsinstrumenten voor provincies

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Het 'Handboek licht/donker: beleid en uitvoeringsinstrumenten voor provincies' is het resultaat van het PRISMA project 'Lichtvervuiling en donkertebescherming' uit 2009. Doel van het handboek is expertise en ervaring op het gebied van lichtvervuiling, donkertebescherming en lichthinder te delen met alle provincies, om zo het beleid op dit gebied te verbeteren.

    Auteurs:
    Beatrijs Oerlemans en Daaf de Kok / de Kok & partners

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Handboek licht/donker (PDF)
      Handboek Monitoring Bodemsanering

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Voor het volgen van de bodemsaneringsoperatie richting de doelstellingen uit het derde Nationaal MilieubeleidsPlan zijn goede indicatoren nodig. Zowel voor de uitvoerende bodemoverheden zelf als voor het landelijk beeld is het noodzakelijk te weten of we op de goede weg zijn of dat we moeten bijsturen. Voor het landelijke totaalbeeld is het nodig de voortgangsresultaten van de verschillende bodemoverheden naast elkaar te kunnen leggen.

    Om de gegevens over bodemonderzoek en -sanering vervolgens op een betrouwbare manier te kunnen vergelijken en aggregeren is het van groot belang dat de gehanteerde indicatoren eenduidig en goed vergelijkbaar zijn. Dit handboek geeft hiervoor de basis.

    Auteurs:
    Quintens advies & management, Tauw BV en RIVM (versie 1, oktober 2001) en Royal Haskoning (versie 2, februari 2003)

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Handboek Monitoring Bodemsanering (PDF)
      Handboek Monitoring broeikasgasemissies en hernieuwbare energie bij lokale overheden

    Dit handboek biedt gemeenten een praktische methodiek aan voor het maken van een voetafdruk met betrekking tot de broeikasgasemissies voor het gemeentelijk grondgebied. Iedereen die met dit handboek werkt zal dezelfde afbakening en databronnen hanteren, waardoor voetafdrukken transparanter en vergelijkbaarder worden.

    Auteurs:
    Beco, in samenwerking met DHV
    Opdrachtgever: ministerie van I&M

    Jaar van uitgave:
    2011

    Contactpersoon:
    Sacha Tensen (Beco)


    Website: Handboek Monitoring broeikasgasemissies en hernieuwbare energie bij lokale overheden (PDF)
    Email: tensen@beco.nl
      Handboek voor de provinciale en landelijke meetnetten bodem- en grondwaterkwaliteit

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Het 'Handboek voor de provinciale en landelijke meetnetten bodem- en grondwaterkwaliteit' is gerealiseerd om de monitoring van de meetnetten bodem- en grondwaterkwaliteit op meetpunt niveau te harmoniseren alsmede de kwaliteit van de uitvoering te borgen. Het handboek is samengesteld door het Platform meetnetbeheerders bodem- en grondwaterkwaliteit.

    Het handboek is het kader voor de monitoring van de diffuse bodem- en grondwaterkwaliteit in Nederland, en houdt rekening met Europese Guidances. Het handboek is het eindresultaat van het project Kwali-Tijd.

    Auteur:
    F.F. Otto

    Jaar van uitgave:
    2008



    Website: Handboek voor de provinciale en landelijke meetnetten bodem- en grondwaterkwaliteit (PDF)
      Handleiding landelijke meetnetten vlinders en libellen

    Samenvatting:
    In de Handleiding voor de landelijke meetnetten voor vlinders en libellen wordt precies beschreven hoe de tellingen van vlinders en libellen verricht moeten worden. Met de meetnetten voor deze soortgroepen verzamelt de Vlinderstichting samen met het CBS actuele informatie over de veranderingen in de vlinder- en libellenstand in Nederland.

    Auteurs:
    Swaay, C. van, T. Termaat en C. Plate

    Rapportnummer:
    VS2011.001

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Handleiding landelijke meetnetten vlinders en libellen (PDF)
    Email: meetnet@vlinderstichting.nl
      Handleiding voor de gevolgtijdelijke modellering van bodemrespons op atmosferische depositie

    Samenvatting:
    Dit rapport informeert het netwerk van National Focal Centra (NFCs) over de vereisten van methodologieën voor de gevolgtijdelijke (dynamische) modellering van geochemische processen, vooral in bodems. Deze informatie is nodig om het Europese luchtbeleid te kunnen ondersteunen met kennis over tijdsvertragingen van ecosysteemherstel of -schade als gevolg van veranderingen, in de tijd, van verzurende depositie.

      

    Het is geschreven op verzoek van werkgroepen onder de Conventie van Grootschalige Grensoverschrijdende Luchtverontreiniging (CLRTAP). Dit ter ondersteuning van de uitbreiding met dynamische model parameters van de Europese databank die momenteel uitsluitend kritische waarden voor verzurende en vermestende deposities bevat. Een Very Simple Dynamic (VSD) model wordt beschreven teneinde NFCs aan te moedigen om te voldoen aan minimale databehoeften bij de uitbreiding van nationale databanken van kritische waarden.

      

    De handleiding kan worden geraadpleegd in combinatie met het gebruik van een geïmplementeerde versie van het VSD dat beschikbaar is op www.rivm.nl/cce. De handleiding geeft ook een overzicht van bestaande dynamische modellen die doorgaans meer complexe databehoeften hebben. Tenslotte verschaft het rapport een eerste beschrijving van mogelijke verbindingen tussen resultaten van dynamische modellering en geïntegreerde modellen voor de analyse en ondersteuning van luchtbeleid. Deze zijn in de nabije toekomst nodig voor de ondersteuning van de beleidsmatige evaluatie van het 1999 CLRTAP Protocol voor de bestrijding van verzuring, vermesting en troposferische ozon (het Gotenburg protocol) en de EU-richtlijn 2001/81/EG van het Europese Parlement (2001) inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen (NEC directive).

     

    Auteurs: 

    Posch, M.B., J-P. Hettelingh en J. Slootweg

      

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 259101012

      

    Jaar van uitgave: 

    2003


    Website: Handleiding voor de gevolgtijdelijke modellering van bodemrespons op atmosferische depositie (PDF)
      Handleiding voor het monitoren van amfibieën in Nederland

    Samenvatting:
     Het is niet altijd even makkelijk om 's avonds na de avondschemer nog  op stap te moeten om met een zaklamp poelen af te speuren. Maar het resultaat van het inventariseren van amfibieën is vaak de moeite waard. Het zien van baltsende salamanders, het horen van een kakofonie van kikkerkoren of het ontdekken van die ene zeldzame soort op een nieuwe vindplaats kan veel voldoening geven. Deze handleiding beschrijft de inventarisatiemethode voor het monitoren van amfibieën.

    Auteurs:
    Groenveld, A., G. Smit en E. Goverse

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Handleiding voor het monitoren van amfibieën in Nederland (PDF)
      Handreiking behoud en bescherming van het aardkundig erfgoed op provinciaal niveau

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Ontwikkeling Landelijk Uitvoeringsprogramma Aardkundige Waarden (PRISMA project 0607 OLUAW). Handreiking behoud en bescherming van het aardkundig erfgoed op provinciaal niveau.

    Samenvatting:
    Dit onderzoeksrapport is het resultaat van een brede inventarisatie in Nederland rond het the-ma aardkundige waarden, uitgevoerd door Syncera B.V., TBWI consult en Alterra, in opdracht van de IPO werkgroep aardkundige waarden. Aan de orde komen wat aardkundige waarden zijn, hoe provincies, en andere overheden, er mee om gaan en hoe men dit in de toekomst wil doen, om ze te behouden en wat mogelijke bedreigingen zijn en wat dan de risico’s daarvan zijn. Het resultaat is stand van zaken anno 2006, waarvan de kern wordt weergegeven in de handreiking, de overige resultaten zijn uitgewerkt in deelrapporten. Deze zijn gebundeld in een map, waarin ook een cd-rom is opgenomen waarop alle gegevens digitaal worden aangereikt. Het betreft zaken aangaande het beleid (middels onderzoek en een enquête), de karteringsme-thoden, de kaarten die zijn samengesteld op basis van de door de provincies aangereikte data, gebiedsbeschrijvingen en voorbeeldprojecten. De resultaten hebben tot een groot aantal aan-bevelingen geleid, waarvan hier in de samenvatting een top-5 wordt weergegeven, voor de ove-rige wordt u verwezen naar hoofdstuk 5 van de handreiking.

    Auteurs:
    Syncera B.V. i.s.m. TBWI consult en Alterra

    Jaar van uitgave:
    2007


    Website: Handreiking behoud en bescherming van het aardkundig erfgoed op provinciaal niveau (PDF)
      Handreiking geluidhinder wegverkeer: berekenen en meten

    Samenvatting:
    Er bestaan verschillende methoden om te bepalen hoeveel mensen op een locatie geluidshinder als gevolg van wegverkeer ervaren. Met vragenlijsten kan het percentage gehinderden worden gemeten. Daarnaast kan het percentage gehinderden worden berekend met de geluidbelasting en een internationaal erkende 'blootstelling-responsrelatie' uit 2001.

    Het RIVM heeft een handreiking opgesteld die aandachtspunten beschrijft bij onderzoek naar geluidshinder, de interpretatie van hindercijfers en de invloed van leeftijd en andere persoonlijke en contextuele factoren. Cijfers vaak niet goed vergelijkbaar. De handreiking vloeit voort uit een vraag van de GGD-en naar de oorzaak van het verschil tussen berekende en gemeten geluidshinder. Zoekende naar een verklaring bleek dat cijfers uit verschillende onderzoeken vaak niet goed vergelijkbaar zijn, doordat zij gebruikmaken van uiteenlopende vraagstellingen en analysemethoden. Ook zitten zowel rondom gemeten als berekende cijfers onzekerheidsmarges, waardoor het niet zinvol is alleen de gemiddelde uitkomsten te vergelijken. Verder bleek dat een blootstelling-responsrelatie uit 2009 hinderpercentages berekent die in het algemeen meer in de buurt liggen van de gemeten cijfers.

    Hinderpercentage bepalen met de meest geschikte methode. Los van het feit dat de blootstelling-respons relatie dus mogelijk verbeterd zou kunnen worden, is in een bestaande situatie een vragenlijst de meest geschikte methode om het percentage gehinderden te bepalen. Als metingen met dezelfde vragenlijst meerdere keren worden herhaald, zijn veranderingen in de tijd bovendien goed te volgen. Voor nog niet bestaande situaties of scenarioberekeningen zijn berekeningen met blootstelling-responsrelaties een goede methode om zicht te krijgen op te verwachten percentages gehinderden.

    Auteurs:
    Dusseldorp, A., D. Houthuijs, A. van Overveld, I. van Kamp en M. Marra

    Rapportnummer:
    609300020

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Handreiking geluidhinder wegverkeer: berekenen en meten (PDF)
      Handreiking milieu-inbreng in ISV2

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Het IPO wil de beleidsthema’s ”Milieukwaliteit” en ”Water en watersystemen” voor de ISV-programma’s en projecten operationeel maken, zodat provincies met betrokken gemeenten duidelijke afspraken kunnen maken over de aanpak van deze beleidsthema’s. Voorliggende handreiking concretiseert de nationale en provinciale milieudoelen waaraan de stedelijke vernieuwing kan bijdragen.

    Auteur:
    IPO

    Jaar van uitgave:
    2004


    Website: Handreiking milieu-inbreng in ISV2 (PDF)
      Handreiking Rekenen aan Luchtkwaliteit

    Samenvatting:
    De Handreiking Rekenen aan luchtkwaliteit (hierna: Handreiking) is opgesteld als hulpmiddel bij het berekenen van concentraties van luchtverontreinigende stoffen bij wegen (snelwegen en andere wegen) en inrichtingen. Het gaat daarbij om de luchtverontreinigende stoffen waarvoor grenswaarden zijn vastgelegd in Bijlage 2 bij de Wet milieubeheer (hierna: Wm).

    Uitgangspunt voor het berekenen van de concentraties is de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (hierna: Rbl 2007). In de Rbl 2007 zijn regels vastgelegd over het meten en berekenen van concentraties van luchtverontreinigende stoffen. Zo worden in deze regeling drie standaardrekenmethoden voorgeschreven voor het berekenen van concentraties nabij wegen en inrichtingen. Daarnaast is vastgelegd dat de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (hierna: IenM) jaarlijks generieke invoergegevens voor de berekeningen ter beschikking stelt, zoals gegevens over de grootschalige achtergrondconcentraties en emissiefactoren voor het wegverkeer.

    Bij de voorbereiding en uitvoering van berekeningen van de concentraties van luchtverontreinigende stoffen laat de Rbl 2007 in verschillende situaties ruimte voor een nadere invulling.

    Deze Handreiking biedt houvast bij het geven van die nadere invulling door middel van een aantal aanbevelingen om, wat betreft het onderdeel luchtkwaliteit, tot een gedegen onderbouwing te komen, voor het nemen van een concreet besluit of toepassing van een wettelijk voorschrift.

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Handreiking Rekenen aan Luchtkwaliteit (PDF)
      Handreiking stad- en milieubenadering

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Stad & Milieu werkt, zo blijkt uit de experimenten die 25 gemeenten in de afgelopen jaren hebben uitgevoerd. Door in complexe ruimtelijke projecten milieu tijdig en op een slimme wijze mee te nemen, is telkens een optimale leefomgevingskwaliteit bereikt. Het succes van de Stad & Milieubenadering ligt in de integrale en gebiedsgerichte aanpak. Daardoor bleek het uiteindelijk slechts in enkele gevallen nodig af te wijken van wettelijke milieunormen.

    Auteur:
    IPO

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: Handreiking stad- en milieubenadering (PDF)
      Het ammoniakgat: onderzoek en duiding

    Samenvatting:
    De berekende concentratie van ammoniak in de buitenlucht was de afgelopen jaren ongeveer 25% lager dan de gemeten concentraties uit het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM. Dit verschil werd het ammoniakgat genoemd. Op basis van recent onderzoek door het RIVM in samenwerking met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Wageningen Universiteit (WUR) en het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) is het rekenmodel aangepast en kon worden vastgesteld dat er geen significant verschil meer is tussen de gemeten en de berekende concentraties van ammoniak. Dit betekent dat een grote onzekerheid die er was rond de hoogte van de ammoniakemissies en het bereiken van de ammoniakemissiedoelstelling in de National Emission Ceiling Directive (NECD) van de EU in 2010 voor Nederland is afgenomen.

    In dit onderzoek zijn de drie gebieden waar de mogelijke oorzaken van het ammoniakgat zaten verder uitgewerkt: a) in de metingen van ammoniak in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit, b) in de berekeningswijze van het verspreidingsmodel OPS van PBL/RIVM en c) in de ammoniakemissies.

    De metingen van ammoniak in de buitenlucht blijken een onzekerheid van circa 7% te hebben. Op basis van recente literatuur en nieuwe metingen door RIVM/WUR kon de conclusie getrokken worden dat de snelheid waarmee ammoniak uit de atmosfeer verwijderd wordt, tengevolge van opname door vegetatie en bodem, aanzienlijk lager is dan werd aangenomen in het OPS-model. Hierdoor werd de ammoniakconcentratie in de buitenlucht ongeveer 15% te laag berekend. Hiermee werd het ammoniakgat verkleind naar 10%. Daarnaast blijken er nog emissies van ammoniak te zijn vanaf gewassen, met name tijdens afrijping, die niet in de nationale emissies meegenomen worden. Dit zou circa 4% van de nationale emissies kunnen bedragen. Als deze emissies meegenomen worden, verkleint het ammoniakgat verder naar circa 5%.

    Aangezien zowel de metingen als de berekeningen van de ammoniakconcentratie nog onzekerheden bevatten, kan gesteld worden dat het huidige verschil tussen de gemeten en de berekende ammoniakconcentratie niet significant meer is.

    Auteurs:
    Pul, W.A.J. van, M.M.P. van den Broek MMP,H.  Volten, A. van der Meulen, A.J.C. Berkhout, K.W. van der Hoek, Wichink Kruit, J.F.M. Huijsmans, J.A. van Jaarsveld, B.J. de Haan en R.B.A. Koelemeijer

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 680150002

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: Het ammoniakgat: onderzoek en duiding (PDF)
      Het milieu in Europa - toestand en verkenning 2010: samenvatting

    Oorspronkelijke titel:
    The European environment - state and outlook 2010: synthesis

    Samenvatting:
    Het milieubeleid in de Europese Unie en de omringende landen heeft gezorgd voor aanzienlijke verbeteringen in de toestand van het milieu. Er blijven echter nog grote milieu-uitdagingen over, met grote gevolgen voor Europa indien ze niet worden aangepakt.

    Auteurs:
    Martin, J. en T. Henrichs (Europees Milieuagentschap, Kopenhagen)

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Het milieu in Europa - toestand en verkenning 2010: samenvatting (PDF)
      Hinder door milieufactoren en de beoordeling van de leefomgeving in Nederland (inventarisatie)

    Samenvatting:

    Naar schatting zijn 3,7 miljoen Nederlanders van 16 jaar en ouder (29%) ernstig gehinderd door het geluid van wegverkeer. Na wegverkeer veroorzaken vliegverkeer en buren het vaakst ernstige hinder (beide 12%). Bromfietsen staan met 19% ernstige hinder op de eerste plaats in de top tien van meest hinderlijke geluidbronnen. Op de tweede en derde plaats volgen motoren (11% ernstige hinder) en vrachtauto's (10% ernstige hinder). Ernstige hinder door het geluid van bromfietsen, snelwegen en bouw- en sloopterreinen vertoont vanaf 1993 een stijgende trend. Voor militaire vliegtuigen, personenauto's en bussen is er sprake van een dalende trend. Brommers zijn naast geluidhinder ook de belangrijkste bron van slaapverstoring. Bij 7% van de respondenten wordt de slaap ernstig verstoord door het geluid van brommers. Naast geluid blijkt met name het (roekeloos en luidruchtig) gedrag van bromfietsrijders een belangrijke hinderbron.

      

    Dit zijn enkele bevindingen uit een periodiek landelijk onderzoek naar de verstoringen van de leefomgeving. Er is ook gevraagd naar de tevredenheid met de woonomgeving. Nederlanders zijn in het algemeen tevreden met hun woning en woonomgeving. Deze wordt beoordeeld met een gemiddelde van 7,7 op een schaal van 0-10. Het meest ontevreden is men over de parkeergelegenheden in de buurt (18%), het openbaar vervoer (16%) en de ruimte voor speelgelegenheid in de buurt (12%). Ten opzichte van de vorige peiling in 1998 is de tevredenheid over de woning en de woonomgeving toegenomen.

     

    Auteurs:

    Franssen, E.A.M., J.E.F. van Dongen, J.M.H. Ruysbroek, H, Vos en R. Stellato

      

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 815120001

     

    Jaar van uitgave:

    2004


    Website: Hinder door milieufactoren en de beoordeling van de leefomgeving in Nederland. Inventarisatie (PDF)
      Hinder, bezorgdheid en woontevredenheid in Nederland: Inventarisatie verstoringen 2008

    Samenvatting:
    De Inventarisatie Verstoringen is een 5-jaarlijkse nationale inventarisatie van hinder door geluid, geur, trillingen en licht. Opmerkelijk aan deze inventarisatie zijn de lagere (ernstige) hinderpercentages voor de meeste van de onderzochte bronnen van geluid, geur en trilling ten opzichte van vijf jaar geleden, terwijl de blootstellingniveaus niet tot nauwelijks zijn gedaald. Waarschijnlijk is de gewijzigde vraagstelling, gewijzigd ten behoeve van internationale harmonisering, hier debet aan.

    De woontevredenheid is de afgelopen jaren toegenomen. Toch is er nog steeds sprake van ernstige hinder in de leefomgeving, ondanks de inspanningen van de overheid om dit te verminderen. Omgevingsgeluid, geur, trillingen en licht zijn belangrijke veroorzakers van ernstige hinder en slaapverstoring. Geluid van wegverkeer is de grootste bron van ernstige geluidhinder. Bezorgdheid over de eigen veiligheid door wonen in of in de buurt van een onveilige woonsituatie neemt af. De ernstige bezorgdheid hierover neemt echter wel toe. Eén op de drie burgers is bezorgd over wonen op of in de buurt van een locatie met bodemverontreiniging. In het algemeen is men zowel tevreden over de woning als over de woonomgeving.

    Over het openbaar vervoer in de buurt is men het minst tevreden hoewel de ontevredenheid hierover de afgelopen jaren het meest is afgenomen. Het groen in buurt wordt zeer gewaardeerd en de kwaliteit ervan wordt goed bevonden. Veel mensen vinden dat ze in een groene buurt wonen en zijn hier ook tevreden over. Vooral de mogelijkheid die groenvoorzieningen bieden om te recreëren wordt zeer gewaardeerd. Ongeveer de helft van de inwoners in Nederland vindt zijn eigen buurt niet stil. Eén op de acht vindt dit ook geen belangrijk aspect van de woonomgeving. Voor één op de zes inwoners hoeft de wijk niet stiller, voor ongeveer één op de negen inwoners is de buurt niet stil genoeg.

    Dit zijn de belangrijkste bevindingen uit de zesde nationale 'Inventarisatie Verstoringen' die het ministerie van I&M heeft laten uitvoeren. Het onderzoek werd eind 2008 uitgevoerd door het centrum voor Milieu, Gezondheid en Omgevings-kwaliteit (MGO) van het RIVM. Ruim 1200 inwoners van Nederland deden mee aan het mondelinge vragenlijstonderzoek.

    Auteurs:
    Poll, H.F.P.M. van, O.R.P. Breugelmans en J.L.A. Devilee

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 630741001

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Hinder, bezorgdheid en woontevredenheid in Nederland : Inventarisatie verstoringen 2008 (PDF)
      Identificatie daadwerkelijke spoedlocaties (PRISMA deelproject 1)

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    In opdracht van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is door een consortium van ARCADIS, ReGister en Bureau 3B een onderzoek uitgevoerd, dat de eerste stap zet in de richting van de identificatie van de ‘daadwerkelijke’ spoedlocaties in Nederland. Het consortium was daarbij faciliterend aan de leden van het IPO. 

    Doel van het totale project is het ontwikkelen en toepassen van een methode waarmee de potentiële spoedlocaties uit de databestanden kunnen worden geselecteerd die bij de provincies beschikbaar zijn. Tevens moet het mogelijk zijn hieruit weer een nadere selectie te maken van de locaties waar daadwerkelijk veldwerk moet worden uitgevoerd en moet aan de locaties of groepen van locaties een inschatting van de saneringskosten worden verbonden.

    In dit deelrapport wordt de selectie en beoordeling van spoedlocaties beschreven. Aan dit deelrapport ligt een eerder rapport met de gehanteerde bovenstaande electiemethode ten grondslag.

    Auteur:
    IPO

    Jaar van uitgave:
    2007


    Website: Identificatie daadwerkelijke spoedlocaties (PDF)
      Implementatie meetstrategie drinkwater bij kernongevallen. Resultaten DRIMKO-project

    Samenvatting:
    De Nederlandse drinkwaterlaboratoria beschikken over net voldoende capaciteit om tijdens een nucleaire ramp radiologische analyses uit te voeren. Een radioactieve besmetting van het oppervlaktewater kan van invloed zijn op de drinkwaterkwaliteit. Om de stralingsdosis voor de bevolking in te kunnen schatten, moeten er in een korte tijd veel monsters worden geanalyseerd.
    In zo'n situatie analyseren drinkwaterbedrijven vaker monsters op radioactiviteit dan normaal. De monsters worden op meerdere plaatsen in het drinkwaterzuiveringsproces genomen.

      

    Om een goed beeld te krijgen van de bemonsterings- en meetstrategieën van ruw- en reinwater heeft het RIVM een aantal gegevens over de bedrijfsvoering van drinkwaterbedrijven verzameld. De gegevens hebben betrekking op het geschatte aantal monsters, de bestaande meet- en analysecapaciteit en de capaciteit die tijdens een kernongeval nodig is.

     

    Maatregelen om de drinkwaterzuivering aan te passen tijdens een nucleair ongeval zijn beperkt. De belangrijkste mogelijkheden op korte termijn zijn het besmette ruwe water door te laten stromen naar zee en de beluchting tijdens het zuiveringsproces te minimaliseren. Door recente fusieontwikkelingen in de drinkwaterwereld is de capaciteit van enkele laboratoria gecentraliseerd. De krappe capaciteit op het gebied van radio-activiteitsmetingen is een factor om in de toekomst rekening mee te houden.

     

    Auteurs:
    Kwakman, P.J.M. en H.A.J.M. Reinen  

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 703719021

     

    Jaar van uitgave:

    2008


    Website: Implementatie meetstrategie drinkwater bij kernongevallen (resultaten DRIMKO-project) (PDF)
      Impressie werkconferentie gebiedsontwikkeling in ruimte, milieu en water

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Op 10 december 2009 vond een bijzondere IPO-werkconferentie plaats in het belevingscentrum SMAAK in de Utrechtse Galgenwaard. Provinciale professionals vanuit milieu, water en ruimtelijke disciplines kwamen bijeen om gezamenlijk te proeven van de praktijk van integrale gebiedsontwikkeling. Tijdens deze startbijeenkomst van de strategische IPO Werkgroep Milieu in Omgevingsbeleid stond de vraag centraal hoe de provincie een duurzame gebiedsontwikkeling kan regisseren, stimuleren en faciliteren. Biedt meer samen optrekken bij ruimtelijke ontwikkelingen kansen voor kwaliteitsverbetering?

    Auteur:
    Rob Rothengatter, RLoC Amsterdam

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: Impressie werkconferentie gebiedsontwikkeling in ruimte, milieu en water (PDF)
      Increasing species richness of the Wadden Sea

    Volledige titel:
    Increasing species richness of the macrozoobenthic fauna on tidal flats of the Wadden Sea by local range expansion and invasion of exotic species

    Samenvatting:
    A 40-y series of consistently collected samples (15 fixed sampling sites, constant sampled area of 15 × 0.95 m2, annual sampling only in late-winter/early-spring seasons, and consistent sieving and sorting procedures; restriction to 50 easily recognizable species) of macrozoobenthos on Balgzand, a tidal flat area in the westernmost part of the Wadden Sea (The Netherlands), revealed significantly increasing trends of species richness. Total numbers of species annually encountered increased from ~28 to ~38. Mean species density (number of species found per sampling site) increased from ~13 to ~18 per 0.95 m2. During the 40 years of the 1970–2009 period of observation, 4 exotic species invaded the area: (in order of first appearance) Ensis directus, Marenzelleria viridis, Crassostrea gigas, and Hemigrapsus takanoi. Another 5 species recently moved to Balgzand from nearby (subtidal) locations.

    Together, these 9 new species on the tidal flats explained by far most of the increase in total species numbers, but accounted for only one-third of the observed increase in species density (as a consequence of the restricted distribution of most of them). Species density increased particularly by a substantial number of species that showed increasing trends in the numbers of tidal flat sites they occupied. Most of these wider-spreading species were found to suffer from cold winters. During the 40-y period of observation, winter temperatures rose by about 2°C and cold winters became less frequent. The mean number of cold-sensitive species found per site significantly increased by almost 2 per 0.95 m2. Among the other species (not sensitive to low winter temperatures), 6 showed a rising and 2 a declining trend in number of occupied sites, resulting in a net long-term increase in species density amounting to another gain of 1.6 per 0.95 m2. Half of the 50 studied species did not show such long-term trend, nor were invaders. Thus, each of 3 groups (local or alien invaders/winter-sensitive species/other increasing species) contributed to a roughly similar extent to the overall increase in species density.

    Auteurs:
    Beukema, J. J. en R. Dekker

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Increasing species richness of the macrozoobenthic fauna on tidal flats of the Wadden Sea by local range expansion and invasion of exotic species (PDF)
      Index Natuur en Landschap

    Het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer (SNL) werkt op basis van natuurtypen en beheertypen. De typen zijn gebaseerd op een landelijke uniforme 'natuurtaal' die is ontwikkeld door natuurbeheerorganisaties, agrarische en particuliere organisaties en overheden. Deze natuurtaal ligt vast in de Index Natuur en Landschap en vormt de basis voor het natuurbeheerplan van de provincies. De Index beschrijft welke typen natuur, agrarische natuur en landschap er zijn in Nederland.

    Jaar van uitgave:
    2010

    De onderdelen van de Index (in PDF):


    Website: Index Natuur en Landschap (website Portaal Natuur en Landschap)
    Email: ipo-info@wb.ipo.nl
      Indicatoren en duurzaamheidsindex. Verantwoording van het werk rond indicatoren voor de Duurzaamheidsverkenning 'Kwaliteit en Toekomst'

    Samenvatting:

    Op verzoek van de staatssecretaris zijn ten behoeve van de Duurzaamheidsverkenning (DV) indicatoren voorgesteld voor duurzaamheid. In deze bijlage wordt verantwoording afgelegd over de keuze van indicatoren in deel 1 van de DV. Tevens passeren enkele algemene methodologische aspecten rond indicatoren de revue, waaronder de vraag wat het doel is van indicatoren en welke eisen aan indicatoren gesteld mogen worden.

      

    Auteur: 

    D. Nagelhout

     

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 550031003 44

     

    Jaar van uitgave:

    2006


    Website: Indicatoren en duurzaamheidsindex: Verantwoording van het werk rond indicatoren voor de Duurzaamheidsverkenning \'Kwaliteit en Toekomst\' (PDF)
    Email: dick.nagelhout@mnp.nl
      Informatieanalyse Waterbeheer. Beleidsmonitor water

    Samenvatting:
    De informatie over de toestand van watersystemen is vrij goed op orde. Jaarrapportages, mede ter ondersteuning van het VBTB-proces, zijn hiermee goed op te stellen. Voor grote delen van die informatie bestaan goed functionerende systemen voor inwinning. Scherper formuleren van beleidsdoelen en een nadere vaststelling over welke beleidsdoelen jaarlijks in VBTB-kader wordt gerapporteerd, leidt tot een betere evalueerbaarheid en een efficiënter systeem van inwinning.

      

    Op enkele onderdelen is momenteel geen informatie beschikbaar of wordt die niet centraal ingewonnen. Dit betreft met name informatie over waterkwantiteit, infrastructuur en inrichting. Hiervoor zijn nadere afspraken nodig, met name met de (water)beheerders. Het waterbeheer ondergaat grote veranderingen, vooral als gevolg van de EU-Kaderrichtlijn Water en de implementatie van het Waterbeleid 21e eeuw. Procesinformatie over de voortgang van deze veranderingen is niet centraal beschikbaar. Voor toekomstige evaluaties is informatie nodig uit aanpalende beleidsterreinen (Milieu, Ruimtelijke Ordening, Landbouw, Natuur). De informatievoorziening zal ook op deze beleidsterreinen moeten aansluiten.

     

     

     


    Auteurs:
    Maaskant, J.F.N., R.J. Leewis en A.H.M. Bresser (eds)


    Rapportnummer:
    RIVM rapport 500799001

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Informatieanalyse Waterbeheer : Beleidsmonitor water (PDF)
      INSPIRE begint vandaag

    Samenvatting:
    Dit rapport beschrijft de betekenis en consequenties voor provincies van de EU-Kaderrichtlijn INSPIRE (Infrastructure for Spatial Information in Europe). INSPIRE heeft tot doel de harmonisatie van geo-informatie tussen en binnen lidstaten.

    Het rapport behandelt eerst INSPIRE als logische stap in de steeds verdergaande samenwerking tussen overheden op het gebied van geo-informatie. Vervolgens worden de gevolgen voor provincies beschreven, alsmede de consequentes op ICT-gebied. Het rapport eindigt met concrete aanbevelingen voor provincies voor het omgaan met INSPIRE-verplichtingen.

    Opdrachtgever: 
    Interprovinciale OverlegGroep GEO (IOG GEO)

    Auteurs:
    Hoogwout, M., R. Peters en B. Woudenberg

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: INSPIRE begint vandaag (PDF)
      Integratie van het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit en het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid

    Volledige titel:
    Integratie van het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit en het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid: Een verkenning van opties

    Samenvatting:
    Het is mogelijk het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB) en het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) te integreren, om de beschikbaarheid van data en de efficiency te vergroten. Het LMB onderzoekt de samenstelling van de bodem in Nederland voor tien combinaties van grondsoort en grondgebruik (categorieën), vooral op landbouwbedrijven. Het LMM onderzoekt de kwaliteit van het bovenste grondwater op landbouwbedrijven. Voorafgaand aan een beslissing over integratie moet echter een keuze gemaakt worden tussen de oorspronkelijke doelstellingen van het LMB. De ene is veranderingen in de bodemkwaliteit in de tijd volgen. De andere is verschillen in de bodemkwaliteit tussen categorieën onderzoeken en zo mogelijk verklaren. Alleen wanneer wordt gekozen voor de laatste doelstelling is het zinvol om de meetnetten samen te voegen. Dit blijkt uit onderzoek dat het RIVM met het LEI heeft verricht op verzoek van het ministerie van I&M.

    Als de eerste doelstelling, het volgen van veranderingen in de tijd, als belangrijkste wordt gezien, wordt geadviseerd de meetnetten niet samen te voegen en daadwerkelijk op vaste plekken te bemonsteren. Veranderingen in de bedrijfsvoering worden dan niet meegenomen. De opzet van het meetnet dat daarvoor nodig is strookt namelijk niet met een systeem van vaste meetpunten. Uit het onderzoek is eveneens gebleken dat diverse landbouwbedrijven uit het LMB de afgelopen jaren zijn afgevallen en vervangen door een soortgelijk bedrijf. Ook zijn bedrijven binnen het LMB in de tijd veranderd van bedrijfsopzet en bedrijfsoppervlak. Daarnaast is de oorspronkelijke overlap met het LMM en het BIN afgenomen. Het BIN is het Bedrijven Informatie Net van het LEI dat actuele gegevens over de bedrijfsvoering levert.

    Rapportnummer:
    68071900

    Auteurs:
    Buis, E., E.J.W. Wattel-Koekkoek, T.C. van Leeuwen, J.W. Reijs, B. Fraters, M. Rutgers, L.J.M. Boumans en K.W. van der Hoek

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Integratie van het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit en het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (PDF)
    Email: esther.wattel@rivm.nl
      Interprovinciale rapportage Milieu, Water, Landbouw en Natuur (IPO / RIVM)

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De rapportage heeft als doel integraal inzicht te geven in wat in 2002 in interprovinciaal verband en door de provincies afzonderlijk is gepresteerd.

    De doelgroep van de rapportage is primair de bestuurlijke IPO-adviescommissie Milieu, Water, Landbouw en Natuur (IPO-MWLN). In het verlengde daarvan richt de rapportage zich op de colleges van Gedeputeerde Staten, Provinciale Staten en het (inter)provinciaal management. In verband met in het DUIV-overleg afgesproken rapportageverplichtingen worden ook de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Inspectie Milieuhygiëne tot de primaire doelgroepen gerekend.

    De rapportage wordt daarnaast ook voorgelegd aan de Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Verkeer en Waterstaat, de besturen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Unie van Waterschappen en landelijk opererende belangenorganisaties, zoals de Stichting Natuur en Milieu en het Verbond van Nederlandse Ondernemingen.

    Auteurs:
    Projectgroep BEM1

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Interprovinciale rapportage Milieu, Water, Landbouw en Natuur (PDF)
      Inventarisatie van de gegevens-, monitor- en modelbehoefte voor de EU-Nitraatrichtlijnrapportage 2008

    Samenvatting:
    Het RIVM heeft een handleiding opgesteld voor de rapportage over de hoeveelheid nitraat in oppervlaktewater en de bovenste grondwaterlaag. Nederland moet daarover, net als alle andere EU-lidstaten, elke vier jaar verslag uitbrengen, conform de Europese Nitraatrichtlijn. De volgende rapportage vindt in 2008 plaats. In de handleiding staan de taken en acties beschreven die betrokken partijen moeten uitvoeren om de beschikbare informatie tijdig aan te leveren, af te stemmen en tot een geheel te smeden. Het doel is een snel en efficiënt rapportagetraject mogelijk te maken.


    Auteurs:
    Fraters, B., J. Doze, P.H. Hotsma, V.T. Langenberg, C.T. van Leeuwen, C.S.M. Olsthoorn, W.J. Willems en M.H. Zwart

     

    Rapportnummer:
    Briefrapport id: 680716001

    RIVM briefrapport 680716001


    Jaar van uitgave:
    2007


    Website: Inventarisatie van de gegevens-, monitor- en modelbehoefte voor de EU-Nitraatrichtlijnrapportage 2008 (PDF)
      Inventarisatie vulstations alternatieve brandstoffen

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Op dit moment bestaat er nog geen landelijk dekkend netwerk voor alternatieve transportbrandstoffen. Rekening houdend met de initiatieven voor aardgas die nog moeten worden gerealiseerd is een landelijk dekkend netwerk voor aardgas het dichtst bij. Voor alle brandstoffen geldt dat met name in de steden, en aan de toegangs- en uitvalswegen van steden vulstations voor alternatieve transportbrandstoffen gewenst zijn. In Drenthe, Groningen, Flevoland, Overijssel en Limburg is het aantal gerealiseerde en geplande vulstations relatief laag.

    Uit de inventarisatie komt naar voren dat daar waar provincies een duidelijke beleidsdoelstelling uitspreken en actief hiernaar handelen er meer vulstations gerealiseerd worden. Deze ontwikkeling, die essentieel is voor de marktintroductie van duurzame transportbrandstoffen, gaat niet vanzelf. Initiatief en ondersteuning vanuit de overheid is nodig. De provincies hebben hierbij een belangrijke rol maar kunnen en doen het niet alleen. Het rijk en ook de gemeenten hebben een belangrijke rol. Het rijk kan met duidelijk, ondersteunend en ambitieus beleid voor nu én de middellange termijn een stabiel investeringsklimaat creëren. Dit is noodzakelijk voor ondernemers om te investeren in een nieuwe markt en innovatieve technologieën. De gemeenten staan dicht bij de ondernemers en bedrijven. Zij hebben een sleutelpositie als het gaat om het bij elkaar brengen van partijen, de keuze voor een locatie, communicatie en bewustwording. De provincies verkleinen de afstand van rijk naar gemeenten door hun kennis van de locale markt en het overstijgen van de gemeentegrenzen.

    Auteur:
    IPO

    Rapportnummer:
    NN-MI20071265

    Jaar van uitgave:
    2007

    Bijlagen:

  • IPO Vulstations dekking
  • IPO Vulstations bestaand
  • IPO Vulstations gepland

  • Website: Inventarisatie vulstations alternatieve brandstoffen (PDF)
      IPM project Strategische Milieubeoordeling O.K. eindrapport fase 1

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Toetsing van de Europese richtlijn SMB OK.

    Auteur:
    DHV

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: IPM project strategische milieubeoordeling O.K. eindrapport fase 1 (PDF)
      IPO - Monitor duurzame bedrijventerreinen

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De afgelopen jaren wordt door de provincies beleid gevoerd om de kwaliteit van bedrijventerreinen een duurzaam karakter te geven. In elke provincie en in vele gemeenten zijn activiteiten gaande om dit gestalte te geven. De gezamenlijke provincies (verenigd in het Interprovinciaal Overleg, IPO) hebben het initiatief genomen om de uiteenlopende initiatieven op dit terrein meer te stroomlijnen middels
    een monitoringssyteem. Op dit moment worden namelijk verschillende definities en criteria gehanteerd voor duurzame bedrijventerreinen. Ook de initiatieven om te komen tot het meten van prestaties verschillen.

    Auteurs:
    Essen, H.P. van, I. de Keizer, K.J. Noorman en G. Wiersma

    Jaar van uitgave:
    2004


    Website: IPO - Monitor duurzame bedrijventerreinen (PDF)
      IPO Milieuwerk

    IPO Milieuwerk is een gedrukte uitgave met milieunieuws uit de provincies. De uitgave verschijnt viermaal per jaar.

    2011

    2010

    2009

    2008

    2007

    2006

    2005

      IPO Stikstofmeetlat in de praktijk: resultaten van een verkennende studie

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De milieuproblematiek in Nederland wordt voor een belangrijk deel bepaald door de stikstofbelasting,  Afkomstig van de landbouw, verkeer en industrie. Hierbij gaat het om de omzetting van onschadelijk stikstof in een reactieve vorm (gereduceerd of geoxideerd), waarna het in het milieu kan leiden tot schadelijke effecten. Een nadere beschouwing van de stikstofproblematiek toont aan dat er een groot verschil is tussen het terugdringen van de emissie van reactief stikstof naar het milieu en het terugdringen van de totaal hoeveelheid geproduceerde reactief stikstof. Maatregelen die alleen zijn gericht op het terugdringen van de emissie zien de kern van het probleem over het hoofd. De overmaat aan reactief stikstof in Nederland zou uitgangspunt voor het beleid moeten zijn.

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: IPO Stikstofmeetlat in de praktijk (PDF)
      IPO-rapportage vergunningverlening en handhaving 2005

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De monitoring en rapportage over de uitvoering van de vergunningverlening en handhaving van de Wet milieubeheer door de provincies is deels een wettelijk verplichte monitoring, deels gaat het ook om gegevens op basis van EU-regelgeving en uiteraard zijn het monitoringsgegevens die de provincies zelf van belang vinden.

    De rapportage beschrijft de uitvoering van de vergunningverlening en de handhaving van de Wet milieubeheer, en meer in het bijzonder de uitvoering bij inrichtingen waarvoor de provincie het bevoegd gezag is. Aan de hand van een aantal afgesproken indicatoren wordt melding gemaakt van de provinciale uitvoering. Van de indicatoren wordt een landelijk beeld gegeven, op sommige aspecten worden de provincies in de rapportage ook met elkaar vergeleken. Ten opzichte van de rapportage van voorgaande jaren zijn nauwelijks wijzigingen aangebracht. De zevende, achtste en negende rapportage laten zich dan ook goed vergelijken.

    Door de lange tijd waarin - en zeker met betrekking tot de hoofdtaken - eenzelfde format wordt gebruikt om gegevens aan te leveren door de provincies, is de rapportage een longitudinaal instrument geworden waaruit trends en ontwikkelingen in de provinciale uitvoering van de Wm zichtbaar worden.

    Auteur:
    Rings, A.F. en A.D. Klein

    Rapportnummer:
    P-05-03-008

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: IPO-rapportage vergunningverlening en handhaving 2005 (PDF)
      IPO-rapportage vergunningverlening en handhaving 2008

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De elfde interprovinciale rapportage vergunningverlening en handhaving beschrijft de uitvoering van de Wet milieubeheer bij inrichtingen waarvoor de provincie het bevoegd gezag is. Aan de hand van een aantal indicatoren wordt de provinciale uitvoering in beeld gebracht en wordt het landelijk beeld van de gezamenlijke provincies gegeven. Op sommige aspecten worden de provincies in de rapportage ook met elkaar vergeleken.

    Auteur:
    KplusV organisatie-advies

    Rapportnummer:
    P-06-21-004\lri\bdi

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: IPO-rapportage vergunning en handhaving 2008 (PDF)
      IPO-rapportage vergunningverlening en handhaving 2009

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Dit is de twaalfde Interprovinciale Rapportage vergunningverlening en handhaving. Het is een rapportage over de uitvoering door de provincie op deze Wm-beleidstaken en de resultaten die daarmee zijn behaald in het jaar 2007. De monitoring en rapportage over de uitvoering van de vergunningverlening en handhaving van de Wet milieubeheer door de provincie is deels een wettelijk verplichte monitoring, deels gaat het ook om gegevens op basis van EU-regelgeving en uiteraard zijn het monitoringsgegevens die de provincies zelf van belang vinden.

    Auteur:
    KplusV organisatieadvies

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: IPO-rapportage vergunningverlening en handhaving 2009 (PDF)
      Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2002

    Samenvatting:
    Op basis van metingen en modelberekeningen wordt een samenvattend beeld gegeven van de luchtkwaliteit en de belasting van bodem en oppervlaktewater door atmosferische depositie in Nederland in 2002. Het rapport bestaat uit hoofdstukken over mondiale, fotochemische, verzurende en vermestende, deeltjesvormige en lokale luchtverontreiniging.

     

    Auteurs:
    E. Buijsman

     

    Rapportnummer:

    ISSN: 1574-4930

    RIVM Rapport 500037004

     

    Jaar van uitgave:

    2004


    Website: Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2002 (PDF)
      Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2003-2006

    Samenvatting:

    In Nederland zijn tussen 2003 en 2006 Europese normen voor de luchtkwaliteit overschreden. Dit geldt in het bijzonder voor stikstofdioxide, fijn stof en ozon. Vooral in 2003 was het aantal overschrijdingen hoog, mede vanwege weersomstandigheden als langdurige droge periodes. Dit blijkt uit meetresultaten van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM.

     

    Vooral in de jaren 2003 en 2006 waren er enkele dagen met ernstige smog door ozon (concentraties boven de Europese alarmdrempel). Deze overschrijdingen traden vooral op tijdens hittegolven. Op ongeveer de helft van de meetlocaties in straten waar het verkeer in hoge mate bijdraagt aan de stikstofdioxideconcentratie, ligt de gemiddelde concentratie per jaar boven het gestelde maximum. De concentraties stikstofdioxide op plattelandslocaties zijn de afgelopen vier jaar relatief weinig veranderd en liggen onder de norm.

     

    De fijnstofconcentraties zijn de afgelopen drie jaar relatief constant geweest, na een piek in 2003. Voor fijn stof geldt een norm voor lang- en kortdurende blootstelling van de bevolking. Dit is een jaargemiddelde en een daggemiddelde dat slechts een aantal keer per jaar mag worden overschreden. In 2006 is op diverse locaties het maximum aantal dagen van de norm voor de kortdurende blootstelling overschreden. De jaargemiddelden van 2003 tot en met 2006 liggen onder de norm voor langdurende blootstelling. Gemeten over een langere termijn, vijftien en veertien jaar, vertonen zowel stikstofdioxide als fijn stof een duidelijke daling in de jaargemiddelde concentraties. Voor de afgelopen zeven jaar is niet te bepalen of deze trend nog steeds opgaat.


    Acteurs:

    Beijk, R., D. Mooibroek en R. Hoogerbrugge

     

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 680704002

     

     


    Website: Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2003-2006 (PDF)
      Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2009

    Samenvatting:
    De concentraties van de stoffen die het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) in Nederland in de lucht meet zijn in 2009 weinig veranderd ten opzichte van voorgaande jaren. Dit komt mede doordat de weersomstandigheden, die van invloed zijn op de luchtkwaliteit, niet substantieel afweken van eerdere jaren. Incidenteel deden zich wel hoge concentraties voor. Dit blijkt uit de meetresultaten over 2009 van het LML, dat het RIVM beheert. De afgelopen jaren is een fors deel van de het LML vernieuwd. Daarnaast is ook de samenwerking met andere meetinstanties geintensiveerd. De meetresultaten van het LML en andere meetinstanties staan weergegeven in het Jaaroverzicht Luchtkwaliteit, dat een overzicht geeft van de gemeten en deels berekende luchtkwaliteit.

    De stikstofdioxideconcentraties blijven de laatste jaren nagenoeg constant. Op het merendeel van de meetlocaties in straten waar het verkeer in hoge mate bijdraagt aan deze concentratie, ligt de jaargemiddelde concentratie boven de EU-norm. In voorgaande jaren was dat ook het geval. De EUnormen voor fijnstofconcentraties zijn op geen enkele LML-meetlokatie in 2009 overschreden. De fijnstofconcentraties (PM10) zijn vergelijkbaar met voorgaande jaren maar vertonen over een langere periode een dalende tendens. In 2009 waren er geen dagen met ernstige smog door ozon, oftewel er waren geen concentraties boven de Europese alarmdrempel.

    Auteurs:
    Mooibroek, D., R. Beijk en R. Hoogerbrugge

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2009 (PDF)
    Email: daan.swart@rivm.nl
      Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2010

    Samenvatting:
    De concentraties van stoffen die door het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) in Nederland gemeten worden zijn in 2010 weinig veranderd ten opzichte van voorgaande jaren. Dit komt mede doordat de gemiddelde weersomstandigheden, die van invloed zijn op de luchtkwaliteit, niet substantieel afweken van voorgaande jaren. Incidenteel kwamen wel hoge concentraties voor, zoals verhoogde fijnstofconcentraties als gevolg van een stofwolk in Drenthe in mei 2010. De uitbarsting van de IJslandse vulkaan Eyjafjallajökull in 2010 heeft de uitstoot van sulfaat en fluoride in Nederlands slechts in beperkte mate verhoogd. Metingen 2010. De Europese normen voor fijnstofconcentraties zijn op geen enkele LMLmeetlokatie in 2010 overschreden. De Europese normen voor stikstofdioxideconcentraties worden volgens de metingen, net als voorgaande jaren, op het merendeel van de verkeersbelaste meetlocaties wel overschreden. Verkeer levert een belangrijke bijdrage aan de stikstofdioxideconcentratie.

    In 2010 zijn diverse ozonwaarschuwingen voor matige smog op basis van modelberekeningen uitgegeven. Hierdoor werden mensen voor wie die informatie relevant is (zoals sporters, ouderen en mensen met luchtwegenklachten) eerder gewaarschuwd. Er kwamen geen dagen met ernstige smog door ozon voor, wat betekent dat er geen concentraties boven de Europese alarmdrempel waren.

    Trendanalyses tot 2015.
    De samenwerking met GGD Amsterdam en DCMR Milieudienst Rijnmond is geïntensiveerd, om gegevens beter te kunnen vergelijken en tot gezamenlijk analyses te komen. Uit een gezamenlijke trendanalyse voor gemeten fijnstof- en stikstofdioxideconcentraties bleek dat de fijnstofconcentratie over een langere periode daalt. Ook voor stikstofdioxide is een gestage daling zichtbaar. Als de dalende trend met dezelfde snelheid aanhoudt, is het niet zeker dat in 2015 op alle meetlocaties aan de stikstofdioxide grenswaarde wordt voldaan. Daarvoor is een sterkere afname nodig.

    Auteurs:
    Mooibroek, D., J.P.J. Berkhout en R. Hoogerbrugge

    Rapportnummer:
    68070401

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2010
    Email: dennis.mooibroek@rivm.nl
      Jaarverslag broedseizoen 2009

    Samenvatting:
    Voor het broedseizoen 2009 zijn alle vogelwerkgroepen die regelmatig nestkasten controleren benaderd om gegevens in te leveren. Dat kon, per legsel, via het Digitale Nestkaart project van Sovon Vogelonderzoek Nederland maar, om laagdrempelig te beginnen, ook via een zogenaamd verzamelformulier waar per gebied alle gegevens per soort bij elkaar ingestuurd konden worden. Uit de respons bleek dat er in Nederland zo’n 20.000 nestkasten met regelmaat gecontroleerd worden in werkgroepverband en dat we voor 2009 resultaten van ongeveer 15.000 nestkasten konden verwachten.

    Auteurs:
    R. Beskers, H. Bouwmeester, L. Ballering, H. van der Jeugd, C. van Turnhout

    Organisatie:
    Dit rapport is het eerste landelijke verslag van NESTKAST (NEtwerk voor STudies aan nestKASTbroeders). Dit is het netwerk waarin amateur nestkastonderzoekers (controleurs en ringers), professionele nestkastonderzoekers (NIOO-KNAW, Nederlands Instituut voor Ecologie), het Vogeltrekstation (VT) en SOVON Vogelonderzoek Nederland bij elkaar komen voor het verzamelen en uitwisselen van gegevens, wetenswaardigheden en ervaringen op het gebied van nestkastenonderzoek.

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: NESTKAST rapport 2009 (PDF)
      Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2004

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2004. Een rapportage van de bevoegde overheden bodemsanering.

    Samenvatting:
    Met dit jaarverslag informeren de bevoegde overheden in het kader van de Wet bodembescherming hun bestuur en de minister van I&M over de voortgang van de bodemsaneringsoperatie in 2004.

    Het jaarverslag is een product van RIVM, het ministerie van I&M, IPO, LIB en VNG.

    Jaar van uitgave:
    2005 


    Website: Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2004 (PDF)
      Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2005

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2005. Een rapportage van de bevoegde overheden bodemsanering.

    Samenvatting:
    Met dit jaarverslag informeren de bevoegde overheden in het kader van de Wet bodembescherming hun bestuur en de minister van VROM over de voortgang van de bodemsaneringsoperatie in 2005.

    Het jaarverslag is een product van RIVM, het ministerie van VROM, IPO, LIB en VNG.

    Jaar van uitgave:
    2006


    Website: Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2005 (PDF)
      Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2006

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2006. Een rapportage van de bevoegde overheden bodemsanering.

    Samenvatting:
    Met dit jaarverslag informeren de bevoegde overheden in het kader van de Wet bodembescherming hun bestuur en de minister van I&M over de voortgang van de bodemsaneringsoperatie in 2006.

    Het jaarverslag is een product van RIVM, het ministerie van I&M, IPO, LIB en VNG.

    Jaar van uitgave:
    2007


    Website: Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2006 (PDF)
      Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2007

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2007. Een rapportage van de bevoegde overheden bodemsanering.

    Samenvatting:
    Met dit jaarverslag informeren de bevoegde overheden in het kader van de Wet bodembescherming hun bestuur en de minister van I&M over de voortgang van de bodemsaneringsoperatie in 2007.

    Het jaarverslag is een product van RIVM, het ministerie van I&M, IPO, LIB en VNG.

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2007 (PDF)
      Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2008

    PRISMA rapport

    Volledig titel:
    Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2008. Een rapportage van de bevoegde overheden bodemsanering.

    Samenvatting:
    Met dit jaarverslag informeren de bevoegde overheden in het kader van de Wet bodembescherming hun bestuur en de minister van I&M over de voortgang van de bodemsaneringsoperatie in 2007.

    Het jaarverslag is een product van RIVM, het ministerie van I&M, IPO, LIB en VNG.

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2008 (PDF)
      Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2009

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2009. Een rapportage van de bevoegde overheden bodemsanering.

    Samenvatting:
    Met dit jaarverslag informeren de bevoegde overheden in het kader van de Wet bodembescherming hun bestuur en de minister van I&M over de voortgang van de bodemsaneringsoperatie in 2009.

    Het jaarverslag is een product van RIVM, het ministerie van I&M, IPO, LIB en VNG.

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Jaarverslag monitoring bodemsanering over 2009 (PDF)
      Klimaateffectatlas. Inspelen op klimaatverandering

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Klimaatverandering daagt uit tot maatregelen die de nadelen ervan tegengaan en die ervoor zorgen dat er wordt geprofiteerd van de positieve gevolgen. Om deze maatregelen goed te kunnen onderbouwen, zijn de effecten van klimaatverandering in Nederland in kaart gebracht. Er wordt ondere andere ingegaan op de effecten van klimaatverandering op natuur, ruimtelijke ordening, water en landbouw.

    Auteurs:
    Interprovinciaal Overleg en een consortium van kennisinstellingen

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: Klimaateffectatlas 2009 (PDF)
      Korstmossen in Drenthe

    Samenvatting:
    Drenthe heeft sinds 1991 een korstmossenmeetnet. Dit meetnet heeft tot doel de ammoniakproblematiek te volgen. Dit rapport bevat de resultaten van de tweede integrale herhalingsronde in 2004. Uit de verandering van de korstmossensamenstelling tussen 1998 en 2004 kan opgemaakt worden dat de invloed van ammoniak in Drenthe gemiddeld afgenomen is. Regionaal zijn er echter sterke verschillen.

    Auteur:
    C.M. van Herk

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: Korstmossen in Drenthe 1991-2004 (PDF)
      Kosten realisatie milieu- en watercondities EHS en VHR eindrapport

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Dit rapport schetst op landelijk niveau een beeld van de kosten van de operationele doelstelling 'realisatie EHS en VHR, inclusief watercondities'. De totale gebiedsgerichte kosten voor het realiseren van de gewenste milieucondities in de EHS worden geschat op 4,3 miljard euro. Er is nog geen zicht op de kosten van het aanpakken van de vermestingsproblematiek in oppervlaktewateren.

    Auteur:
    Stuurgroep Milieutekorten, bestaande uit IPO, VROM, V&W, LNV en UVW

    Jaar van uitgave:
    2007


    Website: Kosten realisatie milieu- en watercondities EHS en VHR eindrapport (PDF)
      KRW en GWR: Handreiking trend en trendomkering

    Samenvatting:
    De implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR) in de Nederlandse wetgeving geschiedt door regelingen voor monitoring en rapportage aan de Europese Unie in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) vast te leggen. Op grond van artikel 5 en bijlage IV van de GWR moeten de lidstaten van de Europese unie rapporteren over trend en trendomkering van de grondwaterkwaliteit. De teksten van de GWR zijn ongeschikt als tekst voor een AMvB.

     

    Dit rapport geeft de benodigde procedures waarnaar in de AMvB kan worden verwezen. De procedures zijn ontleend aan het Technical report nr.1 'The EU Water Framework Directive: statistical aspects of the identification of groundwater pollution trends and aggregation of monitoring results'.

    In de EU zijn discussies over procedures voor trend en trendomkering nog steeds gaande; deze kunnen leiden tot een herziening van dit rapport.

     

    Auteurs:
    Boumans, L.J.M., H.F.R. Reijnders en W. Verweij

     

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 607300006


    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: KRW en GWR: Handreiking trend en trendomkering PDF
      KRW-maatlat voor zoet getijdenwater (R8) - nadere analyses

    Samenvatting:
    De in 2007-2009 ontworpen biologische maatlat voor de chemische kwaliteit van sedimenten in zoete getijdenwatern (watertype R8) kan mogelijk worden verbeterd door soorten met een zwakke indicatiewaarde anders of niet mee te wegen.

    De Europese Kader Richtlijn Water (KRW) schrijft het gebruik voor van biologische methoden om te toetsen of een watersysteem een goede ecologische toestand heeft. De ecologische toestand is niet optimaal als de samenstelling van de dier- en plantensoorten afwijkt van de referentie. Dergelijke referenties verschillen per watertypen. De aard van de afwijkingen geeft inzicht in de oorzaak van de verandering in soortensamenstelling: er verdwijnen soorten die gevoelig zijn voor een bepaalde verstoring, of er verschijnen juist soorten die hiervoor ongevoelig zijn. Een ecosysteem wordt echter beïnvloed door een verscheidenheid aan verstoringen, waarvan de effecten slechts gedeeltelijk verschillend zijn.

    Om de chemische kwaliteit van sedimenten in zoete getijdewateren (watertype R8) te beoordelen is in de periode 2007-2009 in opdracht van Rijkswaterstaat een biologische methode ontwikkeld. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat deze methode kan worden verbeterd door soorten met een geringe indicatiewaarde voor verontreiniging anders of niet mee te wegen. Dit onderzoek is in opdracht van Rijkswaterstaat uitgevoerd, om de R8-maatlat te verbeteren en het vertrouwen in de uitkomsten van de maatlat te vergroten. Indertijd is bij het afleiden van deze methode uitgegaan van de levensgemeenschap van soorten als geheel. Ook zijn de concentraties van individuele giftige stoffen in de sedimenten betrokken. Bij de nu uitgevoerde analyse van dezelfde meetgegevens is de reactie van individuele soorten bekeken in relatie tot enkele uiteenlopende milieufactoren en een kwantitatieve waarde voor de mate waarin het mengsel toxicanten in de betrokken sedimenten schadelijk is (toxische druk). Dit maakt het mogelijk om met grotere zekerheid de indicatiewaarde van de individuele soorten voor de aanwezigheid van toxiciteit te bepalen.

    Auteurs:
    Posthuma, L., D. de Zwart, J. Postma en B. Reeze

    Rapportnummer:
    607080001

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: KRW-maatlat macrofauna voor zoet getijdenwater (R8) - nadere analyses (PDF)
      KwaliTijd fase 1

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Sinds de jaren ‘90 zijn provincies begonnen met het opzetten van thematische meetnetten, waaronder bodem- en of grondwaterkwaliteitsmeetnetten. Door periodieke meetronden uit te voeren, worden meetnetgegevens verzameld waarmee temporale en ruimtelijke veranderingen in de bodem- en grondwaterkwaliteit, die het gevolg zijn van diffuse verontreiniging, te monitoren zijn.

    Om met een trendanalyse betrouwbare conclusies te kunnen trekken over de toestand van de bodem en het grondwater, moeten de meetnetgegevens aan kwaliteitseisen voldoen. Echter, gebleken is dat de kwaliteit van meetnetgegevens soms te wensen overlaat. Zo ontbreekt in veel gevallen de meta- informatie, nodig voor een betrouwbare verificatie en interpretatie van de meetnetgegevens, en worden kwaliteitscontroles niet systematisch uitgevoerd. Daarnaast en mede als gevolg van het verschil in kwaliteit, zijn meetnetgegevens provinciebreed niet of slechts met veel inspanning vergelijkbaar en uitwisselbaar.

    Jaar van uitgave:
    2005

    Voor de hoofdtekst zie onderstaande link. Klik hier voor de bijlage.


    Website: KwaliTijd fase 1 (PDF)
      Landbouwpraktijk en waterkwaliteit in Nederland, periode 1992-2006

    Samenvatting:
    Als gevolg van de Europese Nitraatrichtlijn is het stikstofoverschot in de Nederlandse landbouw tussen 1992 en 2007 afgenomen met bijna 40 procent. Dit is een van de conclusies. Dit rapport geeft een overzicht van de ontwikkelingen in de waterkwaliteit ten opzichte van Nederlandse maatregelen in de landbouw om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater te verbeteren.

     

    Het nitraatgehalte in het grondwater onder landbouwpercelen is in de periode van 1992 tot 2007 sterk gedaald, vooral in de zandregio's. Daar daalde de gemiddelde concentratie van 140 mg/l naar 75 mg/l. Ook in de kleiregio's zijn de gehaltes gedaald en lagen ze in deze periode ruim onder de norm van 50 mg/l. In de veenregio's is altijd weinig nitraat in het grondwater aanwezig geweest. Sinds 1992 is de chlorofyl-a concentratie (een indicator voor mate waarin het water eutrofieert) in regionale oppervlaktewateren die door de landbouw worden beinvloed constant gedaald. De gemiddelde nitraatconcentratie in de winterperiode in het zoete oppervlaktewater vertoont een afname sinds 1998. Zowel nitraatgehaltes in, als de eutrofiering van het water neemt af. Het duurt echter enkele jaren voordat effecten van beleidsmaatregelen door boeren in de waterkwaliteit waarneembaar zijn. Verwacht wordt dat de effecten van de recente beleidsmaatregelen uit het huidige actieprogramma (2004-2009) pas over een aantal jaren te zien zullen zijn in de waterkwaliteit. Het is daarom te verwachten dat de waterkwaliteit pas in de periode 2010-2015 verder verbeterd.

     

    Auteurs:
    Zwart, M.H., A.E.J. Hooijboer, B. Fraters, M. Kotte, R.N.M. Duin, C.H.G. Daatselaar, C.S.M. Olsthoorn en J.N. Bosma

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 680716003

     

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: Landbouwpraktijk en waterkwaliteit in Nederland, periode 1992-2006 (PDF)
      Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor de derogatie: beschrijving meetopzet 2006-2009

    Volledige titel:
    Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor de derogatie. Beschrijving van de meetnetopzet voor de periode 2006-2009 en de inhoud van de rapportages vanaf 2008.

    Samenvatting:
    Het RIVM en het LEI hebben in 2006 in Nederland een monitoringnetwerk opgezet dat de gevolgen meet als landbouwbedrijven mogen afwijken (derogatie) van de Europese gebruiksnorm voor dierlijke mest. Het meetnet volgt driehonderd landbouwbedrijven die zich hebben aangemeld voor derogatie. Het legt de gevolgen vast voor de landbouwpraktijk en de waterkwaliteit. In dit rapport is de opzet van het monitoringnetwerk beschreven, evenals de wijze waarop vanaf 2008 over de resultaten zal worden gerapporteerd. Het rapport geeft onder andere aan wanneer welke cijfers beschikbaar zijn, en welke rekenmethoden gebruikt zullen worden om onder andere de bemesting en gewasopbrengst te berekenen.

     

    De Europese Nitraatrichtlijn verplicht lidstaten het stikstofgebruik via dierlijke mest te beperken tot maximaal 170 kg per hectare. Een lidstaat kan de Europese Commissie vragen hiervan onder voorwaarden af te wijken. Nederland heeft in december 2005 toestemming gekregen om vanaf 2006 tot en met 2009 onder voorwaarden af te mogen wijken van de gestelde norm. Dit betekent dat landbouwbedrijven 250 kilo stikstof per hectare mogen toedienen via dierlijke mest afkomstig van graasdieren (vooral koeien). Een van die voorwaarden is dat minimaal 70 procent van het totale areaal grasland is. Daarnaast is de Nederlandse overheid verplicht een monitoringnetwerk in te richten en de Commissie over de resultaten daarvan te rapporteren. De driehonderd deelnemers die worden gevolgd, zijn een steekproef van de circa 27.000 Nederlandse landbouwbedrijven die zich hebben aangemeld voor derogatie. Het netwerk is een onderdeel van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM).


    Auteurs:
    Fraters, B., T.C. van Leeuwen, J. Reijs, L.J.M. Boumans, H.F.M Aarts, G.H.G. Daatselaar, G.J. Doornewaard, D.W. Hoop, J.J. Schroder, G.L. Velthof en M.H. Zwart

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 680717001.

     

    Jaar van uitgave:

    2007


    Website: Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor de derogatie. Beschrijving meetnetopzet 2006-2009 (PDF)
      Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie: resultaten 2008

    Volledige titel:
    Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie: Resultaten meetjaar 2008 in het derogatiemeetnet

    Samenvatting:
    Dit rapport biedt een overzicht van mestpraktijken in 2008 en van de waterkwaliteit  in 2008 en 2009 van graslandbouwbedrijven die boven de gestelde EU limiet mochten mesten.

    Auteurs:
    Zwart, M.H., C.H.G. Daatselaar, L.J.M. Boumans en G.J. Doornewaard

    Jaar van uitgave:
    2010

     


    Website: Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie: resultaten 2008 (PDF)
      Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie: resultaten meetjaar 2009 in het derogatiemeetnet

    Samenvatting:
    Dit rapport geeft een overzicht van de bemestingspraktijk in 2009 en de waterkwaliteit in 2009 en 2010 op graslandbedrijven in Nederland die meer dierlijke mest mogen gebruiken dan in de EU-Nitraatrichtlijn is aangegeven (derogatie). De gegevens uit dit onderzoek kunnen worden gebruikt om de gevolgen voor de waterkwaliteit te bepalen. De waterkwaliteit gemeten in 2009 geeft de gevolgen weer van de landbouwpraktijk in 2008, het derde jaar dat de derogatie in de praktijk werd toegepast. De waterkwaliteit gemeten in 2010 geeft de gevolgen weer van de landbouwpraktijk in 2009.

    De Europese Nitraatrichtlijn verplicht lidstaten het gebruik van dierlijke mest te beperken tot een bepaald maximum (de gebruiksnorm dierlijke mest van 170 kg N/ha). Een lidstaat kan de Europese Commissie vragen om onder voorwaarden van deze beperking af te wijken. Nederland heeft in december 2005 derogatie gekregen om van 2006 tot en met 2009 af te mogen wijken van de gestelde norm. Deze derogatie is op 5 februari 2010 verlengd tot en met 2013. Een van de voorwaarden is dat de Nederlandse overheid een monitoringnetwerk inricht en aan de Commissie jaarlijks rapporteert over de resultaten daarvan.

    Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het LEI, onderdeel van Wageningen UR, hebben in 2006 voor Nederland een monitoringnetwerk opgezet. Dit zogenoemde derogatiemeetnet meet de gevolgen voor de landbouwpraktijk en de waterkwaliteit als landbouwbedrijven afwijken van de Europese gebruiksnorm voor dierlijke mest. Het derogatiemeetnet is een onderdeel van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM). Van 275 graslandbedrijven is de bedrijfsvoering gemonitord en van 285 bedrijven de waterkwaliteit. Het meetnet omvat 300 graslandbedrijven. Dat er minder dan 300 bedrijven zijn gerapporteerd komt doordat sommige bedrijven achteraf geen derogatie toepasten of toegekend kregen en komt ook door bedrijfswisselingen in het meetnet.

    Auteurs:
    Zwart, M.H., C.H.G. Daatselaar, L.J.M. Boumans en G.J. Doornewaard

    Jaar van uitgave:
    2011

    Rapportnummer:
    680717022


    Website: Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie: resultaten meetjaar 2009 in het derogatiemeetnet (PDF)
      Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit: resultaten eerste meetronde 1993-1997

    Samenvatting:

    Het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB) heeft als doelstelling het beschrijven en verklaren van de huidige bodemkwaliteit en veranderingen daarvan in het landelijk gebied van Nederland onder invloed van diffuse belasting. De eerste meetronde is in 1993 gestart en beëindigd in 1997. De tweede meetronde vindt van 1999 t/m 2003 plaats. In dit rapport worden de resultaten van de eerste meetronde samengevat.

    Het blijkt dat voor zware metalen en PAK in de bodem van het landelijk gebied relatief weinig streefwaardeoverschrijdingen voorkomen. De gehalten aan (inmiddels verboden) persistente bestrijdingsmiddelen als DDT, HCH en drins in de bodem zijn nog op grote schaal fors hoger dan de streefwaarde. In het bovenste grondwater wordt de streefwaarde voor zware metalen vaak overschreden. Onder bos op zand in Zuid-Nederland wordt soms de interventiewaarde voor zware metalen in het grondwater overschreden. De bronnen van de gevonden streefwaardeoverschrijdingen liggen voor een belangrijk deel in het verleden: de zinkindustrie in Zuid-Nederland, de toemaakdekken in het veenweidegebied, de overstromingen van rivierkleigronden, de looddepositie door verkeer en de bemesting in de landbouw. Anno 2000 speelt van deze historische bronnen alleen de landbouw nog een grote rol.

     

    In de meeste landbouwgronden treedt momenteel accumulatie van zink, lood, koper en cadmium op, vooral door bemesting. Op een termijn van enkele tot tientallen jaren zal vooral bij koper en cadmium het oppervlak met overschrijding van de streefwaarde toenemen. Op kleine schaal hebben de huidige gehalten aan zware metalen in landbouwbodems tot gevolg dat gewaskwaliteitsnormen overschreden kunnen worden. In de komende decennia zal, als gevolg van de voortgaande accumulatie, het oppervlak met overschrijding van gewaskwaliteitsnormen verder toenemen. In sommige akkerbouwpercelen liggen de gehalten aan lindaan, DDT en drins momenteel nog boven de LAC-signaalwaarde. Omdat deze middelen niet meer gebruikt worden, zullen de gehalten in de bodem (langzaam) dalen.


    Auteurs:
    Bronswijk, J.J.B., M.S.M. Groot, P.M.J. Fest en T.C. van Leeuwen


    Rapportnummer:
    RIVM rapport 714801031


    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit; Resultaten eerste meetronde 1993-1997 (PDF)
      Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit: resultaten tweede meetronde 1999-2003

    Samenvatting:
    De hoeveelheid organische stof en zware metalen in de bodem van landbouwgrond en bos is tussen 1993 en 2003 niet aantoonbaar veranderd. Waargenomen verschillen vallen binnen de variatie van de meetresultaten. Dit blijkt uit een vergelijking van twee cycli van metingen van het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB), dat door het RIVM wordt beheerd.

    Zware metalen en organische stof zitten van nature in de bodem. Daarnaast komen zware metalen in landbouwgronden terecht via kunst- en dierlijke mest, en in bosgronden via de lucht. In de onderzochte periode zijn per saldo te weinig zware metalen aan de bodem toegevoegd om dat in deze meetperiode terug te zien in de bodemanalyses.

    Het LMB is een meerjarig meetprogramma met circa tweehonderd locaties, voornamelijk op landbouwgrond. De metingen worden elke zes jaar uitgevoerd op tien combinaties van grondgebruik en grondsoort. De eerste cyclus vond plaats tussen 1993 en 1997, de tweede tussen 1999 en 2003. In de eerste meetronde zijn de bodemlagen van 0 tot 10 en 30 tot 50 cm en het bovenste grondwater bemonsterd. Analyses zijn uitgevoerd op organische stof, zware metalen en organische microverbindingen. In de tweede meetronde is alleen de bodemlaag van 0 tot 10 cm bemonsterd en geanalyseerd op organische stof en zware metalen. In deze ronde namen voor de eerste keer landbouwbedrijven op lössgrond deel. Van hen is ook de bodemlaag 30 tot 50 cm bemonsterd en zijn analyses op organische microverbindingen uitgevoerd.

    Landbouwbedrijven op zand en zeeklei bleken over het algemeen lagere gehalten aan zware metalen te hebben. Bedrijven op veen, rivierklei en löss hebben daarentegen hogere gehalten aan zware metalen, maar de interventiewaarden hiervoor worden op geen enkel bedrijf overschreden. Ook in de ‘strooisellaag’ in de bossen, de bovenste bodemlaag, zijn hogere gehalten gemeten. De zandbodemlaag in de bossen heeft veel lagere gehalten aan zware metalen dan de strooisellaag, omdat de metalen daar niet doorheen komen.

    Auteurs:
    de Jong, C.J., en K.W. van der Hoek

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 680718001

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit: resultaten tweede meetronde 1999-2003 (PDF)
      Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit; Resultaten 1997

    Samenvatting:
    Het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB) heeft als primaire doelstelling het nagaan van trendmatige veranderingen in de kwaliteit van de bodem ten gevolge van diffuse belasting van de bodem. Het object van onderzoek is de toplaag van de bodem (0-10 cm); daarnaast wordt ook een diepere bodemlaag en het bovenste grondwater onderzocht.

    Het LMB wordt in samenwerking met LEI-DLO en Alterra uitgevoerd. Jaarlijks wordt een 2-tal combinaties van bodemgebruik en grondsoort bemonsterd, bestaande uit ca. 20 locaties per combinatie. De categorieën die in 1997 zijn onderzocht, zijn graslandbedrijven op zeeklei en tuinbouw- en bollenbedrijven op klei en zand. Naast algemene kwaliteitsparameters zijn parameters onderzocht die gerelateerd zijn aan de milieuthema's vermesting en verspreiding. Voor beide categorieen geldt dat de categoriegemiddelde metaalgehalten in de bodem beneden de streefwaarde liggen. In het grondwater geldt dat in de categorie grasland op zeeklei de categoriegemiddelde metaalconcentraties beneden de streefwaarden liggen, in de categorie tuinbouw liggen de categoriegemiddelde concentraties van enkele metalen boven de streefwaarden. Voor een groot aantal individuele PAK liggen in beide categorieën de locatiegemiddelde gehalten boven de streefwaarde. Voor de categorie grasland liggen de categoriegemiddelde gehalten aan HCB in de bodem boven de streefwaarde. Voor de categorie tuinbouw geldt dit voor HCB, beta-endosulfan en de som-DDT, op de bollenbedrijven geldt dit voor HCB en dieldrin. Op de graslandbedrijven liggen de categoriegemiddelde concentraties aan orthofosfaat, chloride, sulfaat en kalium in het bovenste grondwater boven de normen, op de tuinbouwbedrijven geldt dit voor orthofosfaat, nitraat, sulfaat en kalium, op de bollenbedrijven geldt dit voor totaal- en orthofosfaat, ammonium, chloride, sulfaat en kalium. Het overschot aan N is op de bemonsterde graslandbedrijven vergelijkbaar met het gemiddelde graslandbedrijf, het P-overschot is lager. Uit het zware metalen-overschot verminderd met de berekende uitspoeling op basis van de categoriegemiddelde concentraties aan zware metalen in het grondwater blijkt dat op de grasland- en bollenbedrijven sprake is van accumulatie van cadmium, koper, zink en lood in de bodem.

    In het rapport is beschreven in hoeverre er correlaties bestaan tussen de huidige belasting (zware metalen) en gehalten in bodem en grondwater. In de categorie grasland wordt alleen voor koper een positieve correlatie gevonden tussen belasting en bodemgehalten en in de categorie bollenteelt wordt alleen voor lood een positieve correlatie gevonden tussen belasting en concentraties in grondwater.

    Auteurs:
    Groot, M.S.M., J.J.B. Bronswijk en T.C. van Leeuwen

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 714801029

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit; Resultaten 1997 (PDF)
      Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid: resultaten van de monitoring van waterkwaliteit en bemesting in meetjaar 2006 in het derogatiemeetnet

    Samenvatting:
    Dit rapport geeft een overzicht van de bemestingspraktijk en de waterkwaliteit in 2006 op graslandbedrijven die meer dierlijke mest mogen gebruiken dan in Europese regelgeving is aangegeven. De waterkwaliteit gemeten in 2006 is het gevolg van de bemestingspraktijk in eerdere jaren en geeft dus nog niet de gevolgen weer van de praktijk in 2006.

     

    De Europese Nitraatrichtlijn verplicht lidstaten het gebruik van dierlijke mest te beperken tot een bepaald maximum. Een lidstaat kan de Europese Commissie vragen om onder voorwaarden van deze beperking af te wijken. Nederland heeft toestemming gekregen om van 2006 tot en met 2009 af te mogen wijken van de gestelde norm. Een van de voorwaarden is dat de Nederlandse overheid een monitoringnetwerk inricht en aan de Commissie jaarlijks rapporteert over de resultaten daarvan. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Landbouw Economisch Instituut (LEI) hebben in 2006 in Nederland een monitoringnetwerk opgezet. Dit zogenaamde derogatiemeetnet meet de gevolgen voor de landbouwpraktijk en de waterkwaliteit als landbouwbedrijven afwijken (derogatie) van de Europese gebruiksnorm voor dierlijke mest. Het meetnet omvat driehonderd graslandbedrijven. Het derogatiemeetnet is een onderdeel van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM).

    In dit rapport worden de resultaten voor 2006, het eerste meetjaar, gepresenteerd. Voor 293 bedrijven waren gegevens over bemesting beschikbaar. De waterkwaliteitsmetingen zijn uitgevoerd op 202 bedrijven.


    Auteurs:
    Fraters, B., J.W. Reijs, T.C. van Teeuwen en L.J.M. Boumans

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 680717004


    Jaar van uitgave:

    2008


    Website: Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid: resultaten van de monitoring van waterkwaliteit en bemesting in meetjaar 2006 in het derogatiemeetnet (PDF)
      Landelijk verspreidingsonderzoek 2008

    Samenvatting:
    In deze publicatie doet het CBS in opdracht van de Gegevensautoriteit Natuur verslag over de kwaliteit van het Verspreidingsonderzoek aan flora en fauna bij particuliere gegevensbeherende organisaties. Het gaat hierbij om beleidsmatig relevante soorten weekdieren, kevers, libellen, vlinders, beek- en poldervissen, amfibieën, reptielen, landzoogdieren en planten. In het rapport wordt met name beoordeeld in hoeverre de gestelde meetdoelen bereikt kunnen worden en in welke mate de gegevensinwinning gestandaardiseerd is. Het rapport geeft tevens aanknopingspunten voor de toekomstige inrichting van het verspreidingsonderzoek.

    Rapportnummer:
    ISBN 978-90-357-1752-7


    Website: Landelijk verspreidingsonderzoek 2008 (PDF)
    Email: l.vanduuren@cbs.nl
      Landelijke natuurmeetnetten van het NEM in 2008

    Samenvatting:
    Dit jaarrapport doet verslag van de stand van zaken in 2008 van de meetnetten die onder het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) vallen. Dit is inmiddels het elfde jaarrapport. Ook in dit rapport is weer speciale aandacht voor de monitoring ten behoeve van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn.

    Voor elk NEM-meetnet is er een contract tussen de opdrachtnemer (vaak een PGO) en één of meer opdrachtgevers (LNV, PBL/VROM, Rijkswaterstaat, Vogelbescherming Nederland). In dit rapport wordt beschreven in hoeverre de afspraken in de contracten zijn nagekomen en in hoeverre de kwaliteit van elk meetnet zich ontwikkelt in relatie tot de meetdoelen van het NEM. Per meetnet bestaat er een opdrachtgeverscommissie die de voortgang van het meetnet bewaakt. De oordelen van deze commissies zijn in dit rapport verwerkt. Ook het CBS nam deel aan de opdrachtgeverscommissies, in de rol van kwaliteitsbewaker van de meetnetten. Al betreft dit rapport het jaar 2008, dat wil nog niet zeggen dat alle informatie van het veldwerk in 2008 hierin is verwerkt; de meeste veldgegevens van 2008 komen namelijk pas in de eerste helft van 2009 voorhanden.

    De Natuurstatistieken van het CBS worden sinds begin 2006 mede gefinancierd door het Ministerie van LNV.

    Rapportnummer:
    Kengetal: J-67
    ISBN: 978-90-357-1668-1

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: Landelijke natuurmeetnetten van het NEM in 2008 PDF
    Email: l.vanduuren@cbs.nl
      Licht op duisternis. Provinciale Inventarisatie donkerte

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Doel van deze inventarisatie is om een beeld te krijgen van wat er bij de twaalf provincies speelt op het gebied van donkertebescherming en lichtvervuiling. Het gaat dan om onder andere doelstellingen, beschikbare instrumenten,  betrokken beleidsterreinen- en afdelingen en er wordt gezocht naar inspirerende voorbeelden zodat provincies van elkaar kunnen leren. Tevens wil men zicht krijgen op de vragen die er leven bij de provincies inzake lichtvervuiling en donkertebescherming. De resultaten van deze inventarisatie zij ook gebruikt als input bij de totstandkoming van het 'Handboek licht/donker' uit 2010.

    Auteurs:
    De Kok / de Kok & partners

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: Licht op duisternis. Provinciale Inventarisatie donkerte (PDF)
      Limburgse verspreidingsatlassen van diersoorten

    Het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg heeft een serie verspreidingsatlassen uitgebracht:

    • De verspreidingsatlas 'Avifauna van Limburg' toont de waarnemingen van meer dan 350 broed-, winter- en trekvogels in Limburg.
    • De 'Werkatlas Zoogdieren in Limburg' is een publicatie ter voorbereiding op de 'Atlas Zoogdieren van Limburg'. De werkatlas geeft op kilometerhokniveau de waarnemingen van de 68 in Limburg voorkomende zoogdiersoorten weer.
    • De 'Atlas Zoogdieren van Limburg' geeft op kilometerhokniveau de waarnemingen van 70 in Limburg voorkomende zoogdiersoorten weer.
    • De verspreidingsatlas 'Dagvlinders in Limburg, verspreiding en ecologie 1990-1999' toont de waarnemingen van de 66 in Limburg voorkomende vlindersoorten.
    • De verspreidingsatlas 'Vissen in Limburgse beken' toont het voorkomen van vele soorten inheemse en uitheemse vissen in Limburg.
    • De verspreidingsatlas 'Herpetofauna van Limburg 1980-2008' toont de verspreiding van 23 soorten salamanders, kikkers, padden hagedissen en slangen in Limburg. 

    De verkoopgegevens van alle verspreidingsatlassen zijn onder het menu-onderdeel Publicaties te vinden op de site van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg.


    Website: Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
    Email: kantoor@nhgl.nl
      Locatiespecifieke ecologische risicobeoordeling - praktijkonderzoek met de TRIADE-benadering deel 2

    Samenvatting:
    Dit rapport beschrijft de tweede fase in het praktijkonderzoek naar de bruikbaarheid van de TRIADE-benadering voor locatiespecifieke ecologische risicobeoordeling. In deze tweede fase werd gekozen voor een uitbreiding van de ecologische veldwaarnemingen en werd gestreefd naar een betere locale referenties voor verontreinigde percelen. Het is een volgende stap in de ontwikkeling van een beslissingsondersteunende methodiek, die op termijn de huidige urgentie-systematiek voor bodemverontreiniging zou kunnen aanvullen of vervangen. De verontreinigingsgraad was op twee van de drie locaties (te) hoog door de aanwezigheid van een cocktail aan stoffen.

     

    De monsters van de vloeivelden Tilburg voldeden het best aan de doelstelling om een uitgebreide TRIADE-beoordeling uit te voeren langs een gradiënt van matig verontreinigde gronden. De methodiek gaf ook hier een gradatie in effecten weer. Er zijn een groot aantal bodemecologische metingen uitgeprobeerd. De meeste gaven onderscheid tussen de monsters. De waargenomen effecten waren kleiner dan op grond van het TRIADE-onderdeel chemie verwacht zou worden. De keuze van een goede referentie blijkt een belangrijk en kritisch aspect in de beoordelingsmethodiek.

     

    Auteurs:
    Schouten, A.J., J.J. Bogte, E.M. Dirven-van Breemen, M. Rutgers, R. Baerselman, P. van Beelen, J. Bloem, H. Keidel en M. Wouterse

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 711701032


    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Locatiespecifieke ecologische risicobeoordeling - praktijkonderzoek met de TRIADE-benadering deel 2 (PDF)
      Lucht in cijfers

    Jaarverslag en tabellenboeken (jaarlijks) van de meetwaarden van de luchtkwaliteit in de regio Rijnmond.

    Contactpersoon
    Peter van Breugel
    Telefoon: 010 - 246 80 38

     


    Website: Lucht in cijfers (webpage)
    Email: Peter.vanbreugel@dcmr.nl
      Lucht in cijfers 2010: de luchtkwaliteit in Rijnmond

    Samenvatting:
    Het Rijnmondgebied is met veel industrie en een grote concentratie van verkeer en mensen een bijzondere locatie. De DCMR exploiteert al meer dan 40 jaar in opdracht van de provincie Zuid-Holland een luchtmeetnet. De meetlocaties zijn een aanvulling op het landelijk RIVM meetnet. Dit rapport geeft een overzicht van de gemeten concentraties in 2010. Per stof zijn de belangrijkste eigenschappen, bronnen, gezondheidsaspecten en gemeten concentraties be-schreven. Alle componenten zijn, indien relevant, getoetst aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer (Wm). Stoffen waar geen Wm-normen voor zijn opgesteld, zijn getoetst aan oude normen of het Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR-norm). Dit hoofdstuk is een samenvatting van de toetsing. De conclusies in dit rapport hebben betrekking op de meetstations. Op andere locaties in het Rijnmondgebied kunnen (soms veel) hogere of lagere concentraties voorkomen. Dit rapport geeft een redelijk beeld van de luchtkwaliteit waaraan de bevolking in de Rijnmond blootstaat. In veel gevallen zal die nog iets gunstiger zijn dan de resultaten die op de stations wordt vastgesteld.

    Stikstofdioxide (NO2)
    Op de stations Overschie, Ridderkerk, Statenweg en Pleinweg is de grenswaarde voor het jaargemiddelde overschreden. De grenswaarde voor het uurgemiddelde is op geen van de stations overschreden.

    Fijn stof (PM10)
    Op geen van de stations is de grenswaarde voor het jaargemiddelde overschreden.

    Zwaveldioxide (SO2)
    Op geen van de meetstations zijn de grenswaarden overschreden.

    Ozon (O3)
    Op 5 juni en 9 juli is op een aantal stations de informatiedrempel overschreden. De alarm-drempel en de richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid zijn niet overschreden.

    Smog
    Op 20 dagen is matige smog waargenomen. Er was dit jaar geen sprake van ernstige smog.

    Benzeen (C6H6)
    Op geen van de meetstations is de grenswaarde overschreden.

    Koolmonoxide (CO)
    Op geen van de meetstations is de grenswaarde overschreden.

    Totaal stof (TSP)
    In 2010 is het TSP jaargemiddelde uitgekomen op 28 μg/m3.

    Zware metalen
    De grenswaarden voor lood, cadmium, nikkel en arseen zijn niet overschreden.

    Zwarte rook
    De concentraties voldoen aan de oude grenswaarden.

    Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)
    De richtwaarde voor benzo(a)pyreen is niet overschreden.

    Fluoride
    De MTR-norm voor fluoride in lucht is niet overschreden. Het Rijnmondgemiddelde voor fluori-de in gras voldoet aan de normen.

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Lucht in cijfers 2010: de luchtkwaliteit in Rijnmond
      Luchtkwaliteitsmetingen in de regio IJmond

    Samenvatting:
    In dit rapport staan de datagegevens van de meetpunten van de Provincie Noord-Holland en Corus Staal B.V. binnen het meetnet IJmond. Dit rapport geeft de immissiegegevens weer zoals die gemeten zijn in het jaar 2007. Het datarapport heeft een technisch karakter en is primair bedoeld voor uitwisseling van de meetgegevens binnen Corus, PNH, en met derden, bijv. RIVM, andere meetdiensten en belangstellenden.

    Het meetnet heeft vier doelen:

    • Inzicht verschaffen in het concentratieniveau van luchtverontreinigende componenten. 
    • Het volgen van trendmatig verloop van het concentratieniveau.
    • Het bieden van inzicht in de lokale luchtkwaliteit.
    • Toetsen aan de normen.

    In dit rapport vindt men achtereenvolgens de meetlocaties, pollutierozen met gemeten concentraties, windrichtingen en windsnelheden, immissietrends, kentallen, statistieken, meeten rekenmethoden, normen en verklaringen.

    Auteur:
    Drs. Ing. D. de Jonge

    Rapportnummer:
    GGD/LO 08-116

    Jaar van uitgave:
    2007


    Website: Datarapport Luchtkwaliteit IJmond 2007 (PDF)
      Maatregelen en instrumenten voor de bodem in prioritaire gebieden

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Rapport over maatregelen die binnen maar vooral ook buiten het bodembeleidsveld genomen kunnen worden in de transitie naar een duurzaam bodembeheer.

    Auteurs:
    Westerhof, R., M. Luitwieler en C. van den Brink

    Rapportnummer:
    IPO 9VO371

    Jaar van uitgave:
    Augustus 2010


    Website: Maatregelen en instrumenten voor de bodem in prioritaire gebieden (PDF)
      Maatschappelijke kosten-baten analyse waterbodems

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    In opdracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat hebben de gezamenlijke overheden in het kader van het Tienjarenscenario Waterbodems (TJS) begin 2002 geïnventariseerd hoe groot de baggeropgave in Nederland is en is geconcludeerd dat er een baggerachterstand is. Daarnaast zijn de kosten ingeschat van het wegwerken van de achterstand en het saneren van verontreinigde baggerlocaties. Naar aanleiding van het Bestuurlijk advies en het Basisdocument TJS heeft het kabinet in 2002 het onderstaande standpunt geformuleerd over de benodigde intensivering van de baggeropgave.

    Auteur:
    Advies en Kenniscentrum Waterbodems (AKWA)

    Rapportnummer:
    AKWA 04.010

    Jaar van uitgave:
    2004


    Website: Maatschappelijke kosten-baten analyse waterbodems (PDF)
      Marine monitoring: its shortcomings and mismatch with the EU Water Framework Directive’s objectives

    Samenvatting:
    De EU-Kaderrichtlijn Water (KRW) biedt de mogelijkheid milieu-onderzoek en monitoring opnieuw te bezien. Dit document bespreekt maritieme monitoring en milieu-onderzoek in het licht van grote beleidsinitiatieven als de KRW. Dat gebeurt aan de hand van voorbeelden uit Nederland en, in mindere mate, het Verenigd Koninkrijk.

    Auteurs:
    de Jonge, V.N., M. Elliott en V.S. Brauer

    Jaar van uitgave:
    2006


    Website: Marine monitoring: Its shortcomings and mismatch with the EU Water Framework Directive`s objectives (PDF)
      Measures and instruments for soil threats in priority areas

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Dit is een Engelstalige samenvatting van het Nederlandstalige rapport 'Maatregelen en instrumenten voor de bodem in prioritaire gebieden'. Het draait om maatregelen die binnen maar vooral ook buiten het bodembeleidsveld genomen kunnen worden in de transitie naar een duurzaam bodembeheer.

    Auteurs:
    Interprovinciaal Overleg en Royal Haskoning

    Rapportnummer:
    9V0371

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Measures and instruments for soil threaths in priority areas (PDF)
      Meetprogramma's voor flora en fauna in 2010. Kwaliteitsrapportage NEM

    Samenvatting:
    Dit jaarrapport doet verslag van de stand van zaken in 2010 van de meetprogramma’s die onder het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) vallen. Dan gaat het bijvoorbeeld om hoe de kwaliteit van elk meetprogramma zich ontwikkelt in relatie tot de meetdoelen van het NEM. Ten opzichte van de vorige verslagen zijn overigens enkele veranderingen doorgevoerd. De twee belangrijkste veranderingen zijn de herziening van de meetdoelen en de verregaande integratie van de meetprogramma’s voor aantalsmonitoring en verspreiding. Een direct zichtbaar gevolg van deze integratie is dat de kwaliteitsrapportage voor de beide typen gegevensinwinning in dit rapport voor het eerst zijn samengevoegd. 

    Jaar van uitgave:
    2011

    Auteur:
    Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

    Rapportnummer:
    60223 201101 J-69


    Website: Meetprogramma's voor flora en fauna in 2010. Kwaliteitsrapportage NEM (PDF)
      Meetstrategie bestrijdingsmiddelen voor de drinkwaterbedrijven

    Samenvatting:
    Er zit veel variatie in de meetfrequentie en het aantal bestrijdingsmiddelen in de meetprogramma's van drinkwaterbedrijven. Het algemene beeld is dat de waterbedrijven voldoende monitoren. In het Waterleidingbesluit is een norm voor bestrijdingsmiddelen geformuleerd, maar er is niet gespecificeerd welke bestrijdingsmiddelen gemeten moeten worden. Om tot een meer geharmoniseerde invulling te komen zijn in dit rapport twee meetprotocollen opgenomen aan de hand waarvan de waterbedrijven hun meetstrategie kunnen beschrijven.

      

    De resultaten van het onderzoek geven een beeld van de huidige motieven die drinkwaterbedrijven hanteren voor het opzetten van hun meetprogramma bestrijdingsmiddelen. Aspecten die keuze van het bestrijdingsmiddelenpakket beïnvloeden zijn onder meer: kennis over gebruik van middelen in de omgeving, de kwetsbaarheid van de winning, het analyse-aanbod van het waterlaboratorium en meetfrequenties die tussen VEWIN en VROM zijn afgesproken. Aan de hand van deze uitkomsten zijn voor grondwater en oppervlaktewater twee aparte protocollen opgesteld. Hierin zijn de volgende aspecten opgenomen: - beschrijving ruwwater bron; - kwetsbaarheidanalyse van de winning; - inventariseren van relevante middelen; - meetfrequentie; - analysetechniek.

      

    De eenduidigheid en inzichtelijkheid in de keuze van middelen, de meetfrequenties en de achterliggende strategieën worden door het volgen van een protocol vergroot. Dit vereenvoudigt tevens de jaarlijkse controle op die meetprogramma's door de VROM-Inspectie.

      

    Auteurs:
    Morgenstern, P.P. en J.F.M. Versteegh

      

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 703719011


    Jaar van uitgave:
    2006

     

     


    Website: Meetstrategie bestrijdingsmiddelen voor de drinkwaterbedrijven (PDF)
      Methoderapport Duurzaamheidsverkenning

    Samenvatting:

    In dit methoderapport wordt de operationalisering van de in de Duurzaamheidsverkenning gebruikte methode ('DV-methode') beschreven en bediscussieerd. Het rapport signaleert mogelijke verbeterpunten en identificeert gebieden waarop vervolgonderzoek wenselijk is. Er wordt gebruik gemaakt van de ervaringen opgedaan tijdens de productie van de DV. Het methoderapport is bestemd voor wetenschappers en beoogt de doorgaande methodologische discussie over duurzaamheidsverkenningen te faciliteren.

     

    Auteurs:
    Peterse,n A.C., T.G. Aalbers, N.D. van Egmond ND, B. Eickhout, J.C.M. Farla, A.H. Hanemaaijer, H.A.R.M. van den Heiligenberg, P.S.C. Heuberger, P.H.M. Janssen, R.J.M. Maas, J.M. Melse, D. Nagelhout, H. Visser, H.J.M. de Vries en H. van Zeijts


    Rapportnummer:
    RIVM rapport 550031001


    Jaar van uitgave:
    2006


    Website: Methoderapport Duurzaamheidsverkenning (PDF)
      Methodiek waardering aquatische natuurkwaliteit. Ontwikkeling van graadmeters voor sloten en beken

    Samenvatting:
    Bestaande natuurgraadmeters voor sloten en beken gaan uit van de aan- of afwezigheid van zeldzame natuurdoelsoorten. Bij reguliere monitoring worden doelsoorten echter weinig aangetroffen. In dit rapport worden twee sets van goed te meten indicatoren voorgesteld die het voorkomen van een groep van algemenere, kenmerkende, functionele of gevoelige soorten als maat gebruiken. Voor zowel de beken als voor de sloten is er nu een prototype beschikbaar dat verder nog verfijnd moet worden voordat de graadmeter echt gebruikt kan worden voor signalering, beleidsevaluatie en verkenningen.

    Auteurs:
    Verdonschot, R.C.M. en P.F.M. Verdonschot

    Rapportnummer:
    WOT rapport 113

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Methodiek waardering aquatische natuurkwaliteit. Ontwikkeling van graadmeters voor sloten en beken (PDF)
      Meting van 220Rn en consequenties voor eerdere 222Rn-surveys: VERA-onderzoek

    Samenvatting:
    Er komt minder radioactief radongas (Rn-222) in nieuwbouwwoningen voor dan op basis van eerdere radonsurveys werd aangenomen. De oude radondetectoren blijken na onderzoek ook gevoelig voor radioactief thoron (Rn-220), waarvan meer aanwezig is dan werd gedacht. Dit volgt uit een nader onderzoek aan deze detectoren, dat plaatsvond naar aanleiding van een landelijke survey naar de stralingsbelasting in Nederlandse woningen die tussen 1994 en 2003 zijn gebouwd.

    Detectoren die voor internationale vergelijkingsstudies naar radon worden gebruikt, zijn tot nu alleen op dit edelgas ingesteld. Dat sommige typen detector behalve radon ook thoron meten, valt dan niet op. Net als in Nederland is er internationaal een toegenomen aandacht voor thoron vanwege survey-resultaten die sterk door thoron bleken te zijn beinvloed.

    Het thoron lijkt afkomstig van een (veel voorkomend) bouwmateriaal met verhoogde thoronuitstoot, mogelijk een afwerkmateriaal. Inmiddels is gebleken dat er gedurende een aantal jaar in Nederland stucmateriaal is toegepast dat door het ingredient fosfogips meer thoron bevatte. Mogelijk geven echter ook andere afwerkmaterialen aanleiding tot een verhoging.

    Een groot deel van de dosis straling die mensen binnenshuis ontvangen, is het gevolg van het inademen van de radioactieve vervalproducten van radon en thoron. Radon en thoron worden van nature gevormd in bodem- en bouwmaterialen. Een deel daarvan komt in de woning terecht, omdat ze gasvormig zijn. Blootstelling aan straling in de woning is verantwoordelijk voor ruwweg de helft van de stralingsbelasting die Nederlandse burgers gemiddeld door het jaar heen oplopen.

    Auteur:
    R.O. Blaauboer

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Meting van 220Rn en consequenties voor eerdere 222Rn-surveys: VERA-onderzoek (PDF)
      Milieu in ruimtelijke plannen: gemeente

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Milieu in ruimtelijke plannen: gemeente. Juridische mogelijkheden onder de Wet Ruimtelijke Ordening

    Samenvatting:
    Kwaliteit is belangrijk bij de vormgeving van onze omgeving. De ruimte is schaars, en de investeringen daarin dienen toekomstwaarde te hebben. De ruimtelijke behoeften van wonen, werken, recreëren, mobiliteit, water en natuur verdienen een samenhangende benadering. De overheid moet in de ruimtelijke besluitvorming nota nemen van de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en economische, culturele en sociale gevolgen. Het Rijk wil een ruimtelijk beleid dat niet alleen ordent, maar ook richting geeft aan de ruimtelijke dynamiek van ons land. Duurzame ruimtelijke ontwikkelingen moeten daarmee worden bevorderd. De Wet ruimtelijke ordening kiest daarom voor plannen en besluiten op het bestuurlijk niveau dat het dichtst bij mensen en hun leefomgeving staat.

    Auteurs:
    Rothengatter, R. en R. Mathijsen

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: Milieu in ruimtelijke plannen: gemeente (PDF)
      Milieu in ruimtelijke plannen: provincie

    PRISMA rapport

    Volledige titel: Milieu in ruimtelijke plannen: provincie. Juridische mogelijkheden onder de Wet Ruimtelijke Ordening

    Samenvatting:
    Kwaliteit is belangrijk bij de vormgeving van onze omgeving. De ruimte is schaars, en de investeringen daarin dienen toekomstwaarde te hebben. De ruimtelijke behoeften van wonen, werken, recreëren, mobiliteit, water en natuur verdienen een samenhangende benadering. De overheid moet in de ruimtelijke besluitvorming nota nemen van de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en economische, culturele en sociale gevolgen. Het Rijk wil een ruimtelijk beleid dat niet alleen ordent, maar ook richting geeft aan de ruimtelijke dynamiek van ons land. Duurzame ruimtelijke ontwikkelingen moeten daarmee worden bevorderd. De Wet ruimtelijke ordening kiest daarom voor plannen en besluiten op het bestuurlijk niveau dat het dichtst bij mensen en hun leefomgeving staat.

    Auteurs:
    Rothengatter, R. en R. Mathijsen

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: Milieu in ruimtelijke plannen: provincie (PDF)
      Milieu risicobeoordeling voor diergeneesmiddelen deel 3 - Modelvalidatie

    Samenvatting:
    In dit rapport wordt de validatie van blootstellings- en verspreidingsmodellen voor bodem, grondwater en oppervlaktewater ten behoeve van de milieurisicobeoordeling bij de registratie van diergeneesmiddelen onderzocht. De functionele validatie met (oxy)tetracycline en sulfonamiden geven een indicatie dat het onmogelijk is de bijdrage van elke afzonderlijke modelparameter aan de variabiliteit in de modelvoorspellingen te bepalen op basis van willekeurige veldbemonstering.

     

    Geconcludeerd moet worden dat de beschikbare veldgegevens niet voldoende zijn om de parameter selectie in de modellen te valideren of te verwerpen. Een lysimeter studie met sulfachloropyridazine is gebruikt om de functionele validatie van het grondwatermodel PEARL uit te voeren. Een simulatiefout van 0,02 werd bepaald, hetgeen betekent dat de berekende waarden een factor 50 verschillen van de gemeten waarden. In deze studie worden twee factoren voor onzekerheid in de simulatie onderscheiden. Ten eerste, het voortijdig beëindigen van de studie belemmert de volledige expressie van het neerwaartse transport. Ten tweede, de onzekerheid in de adsorptieprocessen en -parameter is van groot belang voor een betrouwbare simulatie. Ondanks de tekortkomingen van de casus is de potentiële bruikbaarheid van uitspoelingsmodellen voor gewasbeschermingsmiddelen in het algemeen en van PEARL in het bijzonder aangetoond. 

    Auteurs:
    Montforts, M.H.M.M. en A.J. Verschoor

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 601450016

      

    Jaar van uitgave:

    2003

     


    Website: Milieurisicobeoordeling voor diergeneesmiddelen deel 3. Modelvalidatie (PDF)
      Milieu-indicatoren op basis van Landelijk Meetnet Flora Milieu- en Natuurkwaliteit

    Samenvatting:
    Het Landelijk Meetnet Flora Milieu- en Natuurkwaliteit (LMF M&N, kortweg LMF, onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring) volgt op, naar planning, 10.000 permanente kwadraten de vegetatie in Nederland. Doel van het LMF is ten eerste de effecten van milieudruk op de Nederlandse vegetatie te volgen en, ten tweede, om de veranderingen in de ecologische kwaliteit van de vegetaties te volgen, veelal gerelateerd aan de soortsamenstelling.

     

    De vraagstelling in dit rapport is hoe effecten van milieudruk op de vegetatie in indicatoren uitgedrukt kunnen worden. Daartoe is langs een drietal lijnen de indicatiewaarde van de vegetatie onderzocht: Hoe verschillen de huidige indicatiewaarden met een historische vergelijking uit de periode 1900-1950?; doel is om de huidige vegetaties en hun indicatiewaarden in context te zetten; Hoe veranderen de indicatiewaarden van de vegetatie over de huidige stikstof depositiegradiënt? Hoe verandert de biomassa van de vegetatielagen over de huidige depositiegradiënt?

     

    Uit de ontwikkelde indicatoren blijkt dat in de recente situatie de omvang van de vegetatielagen een gevoelige parameter in de hier onderzochte systemen is (het zijn alle relatief arme systemen op zandgronden). De toename van een vegetatielaag hangt direct samen met een toename van de biomassa van die laag, een effect dat gelieerd is aan de voedselverrijking door stikstofdepositie. De geringe veranderingen in Ellenberg-indicatie over de depositiegradiënt laat zien dat veranderingen in soortsamenstelling (sturende factor achter de verandering van Ellenberg-indicatie) minder gevoelig zijn. De analyse van veranderingen ten opzichte van een historische situatie laat wel degelijk veranderingen in soortsamenstelling zien. Op de arme zandgronden van de open duinen en op de heide zijn twee trends te zien, ten eerste een toename van soorten van voedselrijkere standplaatsen en ten tweede een toename van soorten met een bredere tolerantie voor zuur. Daarbij zijn de soorten met een brede zuurtolerantie ook soorten die bevoordeeld worden door voedselverrijking, namelijk grassen als pijpestrootje en duinriet.

     

    Auteurs:
    van Veen, M.P., S. van Tol, M.L.P. van Esbroek, H. Noordijk, B. de Knegt en A. van Hinsberg

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 718101003

     

    Jaar van uitgave:

    2005


    Website: Milieu-indicatoren op basis van Landelijk Meetnet Flora Milieu- en Natuurkwaliteit (PDF)
      Milieuaandachtsgebieden

    Samenvatting:
    Veel woningen in stedelijke gebieden in Nederland ondervinden milieuproblemen. Met name de grote steden hebben last van geluidsoverlast en vervuilde lucht. Dit blijkt uit een inventarisatie van het RIVM. Dit rapport biedt een globaal overzicht van de milieuproblemen in stedelijk gebied.

     

    In opdracht van het ministerie van VROM inventariseerde het RIVM de milieubelasting in stedelijke gebieden. Hierbij werd gekeken naar luchtkwaliteit, geluid, bodem en externe veiligheid. Bij de inventarisatie is naar stedelijke postcodegebieden gekeken waarin zich woningen met een kritieke milieubelasting bevinden.

    Uit de inventarisatie blijkt dat veel woningen in stedelijke gebieden een overschrijding van kritische grenswaarden voor milieubelasting ondervinden. De overschrijding wordt vaak veroorzaakt door luchtvervuiling, in de vorm van hoge concentraties fijn stof en stikstofdioxide, en lawaai van weg- en railverkeer. Vooral in Rotterdam, Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Noord-Brabant spelen deze problemen.

     

    Deelkaarten in dit rapport geven per postcodegebied aan welke milieuproblemen zich ter plaatse voordoen en hoe ernstig deze zijn. De kaarten bieden beleidsmakers en planologen een overzicht van de gebieden die in milieutechnisch opzicht aandacht vragen.


    Auteurs:
    Jabben, J., C. Potma en S. Lutter

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 680300003

     

    Jaar van uitgave:

    2007


    Website: Milieuaandachtsgebieden (PDF)
      Milieubalans 1999

    In de Milieubalans 1999 wordt de balans opgemaakt van actuele ontwikkelingen in de milieudruk (emissies en afval) en milieukwaliteit (water, bodem, lucht) tegen de achtergrond van het gevoerde milieubeleid en maatschappelijke ontwikkelingen.

    De eindverantwoordelijkheid voor de inhoud van de Milieubalans 1999 ligt bij het RIVM.

    Klik hier voor het hele rapport (pdf).


    Website: Milieubalans 1999 (PDF)
    Email: info@rivm.nl
      Milieubalans 2000

    In de Milieubalans 2000 is te lezen hoe de kwaliteit van het Nederlandse milieu er anno 2000 voor staat, waardoor dit komt en wat de effecten zijn op mens en natuur.

    De cijfermatige onderbouwing staat in het Milieucompendium, een gezamenlijke uitgave van het CBS en het Milieu- en Natuurplanbureau (nu PBL).

    Klik hier voor het hele rapport (pdf).


    Website: Milieubalans 2000 (webpage)
      Milieubalans 2001

    In de Milieubalans 2001 is te lezen hoe de kwaliteit van het Nederlandse milieu er anno 2001 voor staat, welke factoren gezondheid en ecosystemen bedreigen en wat het milieubeleid beoogt en bereikt.

    Naast de bekende milieuthema's en de beschouwingen over de mondiale, continentale, landelijke en lokale milieuzaken wordt dit jaar bijzondere aandacht besteed aan risico's, veiligheid en duurzame ontwikkeling.

    Klik hier voor het hele rapport (pdf).

    ..


    Website: Milieubalans 2001 (webpage)
      Milieubalans 2002

    De Milieubalans 2002 van het Milieu- en Natuurplanbureau geeft inzicht in de recente ontwikkelingen in het milieu en de effecten van het milieubeleid.

    Het milieu in Nederland verbetert langzaam maar zeker. Het nieuwe kabinet wil die verbetering vasthouden. Het verleden laat zien dat daarvoor Europese milieuregels van groot belang zijn. Die zijn effectiever gebleken dan vrijwillige afspraken en financiële prikkels.

    De Nederlandse situatie met een hoge bevolkingsdichtheid en intensieve industrie, landbouw en verkeer maakt het nakomen van internationale milieuverplichtingen moeilijk.

    Klik hier voor het hele rapport (pdf).


    Website: Milieubalans 2002 (webpage)
      Milieubalans 2003

    De Milieubalans 2003 besteedt bijzondere aandacht aan het Nederlandse milieu(beleid) in Europese context. Meer dan 80% van het milieuen natuurbeleid in Nederland wordt door Brussel voorgeschreven. De uitvoering daarvan leidt soms tot conflicten met Nederlands beleid, zoals bij de Nitraatrichtlijn.

    Toch pakken gemeenschappelijke Europese milieuregels vaak gunstig uit. Nederland kan milieukosten besparen door goed en vroeg te kiezen welk beleid Nederland moet maken en welk de Europese Unie.

    Klik hier voor het rapport Milieubalans 2003.

     


    Website: Milieubalans 2003 (webpage)
      Milieubalans 2004

    Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Samenvatting editie 2004:
    De implementatie van Europese richtlijnen in Nederland en de ingezette decentralisatie en integratie van het milieubeleid leidt tot spanningen, zowel in Nederland zelf als tussen Den Haag en Brussel. Er ligt op rijksniveau nog een uitdaging om een duidelijke strategie te formuleren over de interactie tussen het Rijk en de EU en over de invulling van de scharnierfunctie tussen de EU en de regio.


    Website: Milieubalans 2004 (PDF)
      Milieubalans 2005

    Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

     

    Samenvatting editie 2005:

    Europese milieueisen maken aanvullend Nederlands beleid noodzakelijk. Het uitvoeren van de Europese emissie-eisen leidt tot forse vermindering van uitstoot van vervuilende stoffen in Nederland. Maar door de specifieke situatie in Nederland is dat niet genoeg om te voldoen aan de milieukwaliteitseisen die de Europese Unie stelt.


    Website: Milieubalans 2005 (PDF)
      Milieubalans 2006

    Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

      

    Samenvatting editie 2006:

    De milieudruk in Nederland is de laatste jaren steeds verder afgenomen, ondanks de groei van de economie (Bruto Binnenlands Product). Voor de periode tot 2010 wordt geraamd dat de ontkoppeling tussen milieudruk en economische groei doorzet. Dit neemt niet weg dat Nederland moeite heeft om met het vastgestelde beleid aan de EU-eisen te voldoen, ondanks aanvullend nationaal beleid boven op het EU-bronbeleid.

     

     


    Website: Milieubalans 2006 (PDF)
      Milieubalans 2007

     

    Jaarlijkse publicatie door het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Samenvatting editie 2007:
    De afgelopen jaren is veel vooruitgang geboekt op milieugebied, vooral door technologische maatregelen. Veranderingen in het gedrag van consumenten hebben amper een rol gespeeld. Door een toename in reizen en het gebruik van elektrische apparaten nam het energiegebruik door consumenten toe. Consumenten zijn zich hier echter wel meer van bewust en zijn bereid financieel bij te dragen, mits de lasten verdeeld worden.


    Website: Milieubalans 2007 (PDF)
      Milieubalans 2008

    Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Samenvatting editie 2008:
    Nederland heeft veel baat bij Europees milieubeleid; het is vaak effectiever en goedkoper dan nationaal beleid. Maar omdat Nederland een dichtbevolkt en laaggelegen land is, zijn alleen Europese maatregelen vaak ontoereikend om de beleidsdoelen te halen. Voor de benodigde aanvullende nationale maatregelen is de speelruimte beperkt vanwege de randvoorwaarden die Brussel hieraan stelt.


    Website: Milieubalans 2008 (PDF)
      Milieubalans 2009

    Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Samenvatting edtite 2009:
    Milieu-innovaties en milieuvriendelijke consumptie zijn cruciaal voor slagen van het milieubeleid. Door de economische recessie zijn belangrijke stimulansen voor milieu-innovatie weggevallen. De overheid moet daarvoor nieuwe impulsen ontwikkelen.


    Website: Milieubalans 2009 (PDF)
      Milieubalans Provincie Flevoland 2007

    Eens in de vier jaar brengt de provincie Flevoland de Milieubalans uit. Deze laat zien hoe het milieu in de provincie ervoor staat. De Milieubalans vergelijkt de actuele milieukwaliteit met de doelen die hiervoor zijn geformuleerd.

    Telefoon: 0320 – 26 54 34
    Contactpersoon: Rogier Wilms


    Website: Milieubalans Provincie Flevoland 2007 (PDF)
    Email: rogier.wilms@flevoland.nl
      Milieubelevingsonderzoek Overijssel

    Onder 1.000 Overijsselaars is een telefonische enquete uitgevoerd naar hinder in de woonomgeving en is gevraagd naar de beleving van groen, water, landschap.

    Om deze informatie te bekijken gaat u naar het tabblad milieu.


    Website: Milieubelevingsonderzoek Overijssel (webpage)
      Milieubelevingsonderzoek Zuid-Holland (MBO)

    Het Milieubelevingsonderzoek (MBO) onderzoek wordt sinds 1988 elke twee jaar uitgevoerd in 12 zogenoemde knelpuntlocaties in Zuid-Holland die dicht bij grote industrieën liggen. Dit zijn Rijnmond-Noord (5 locaties), Rijnmond-Zuid (3 locaties), Zwijndrecht-Zuid, Dordrecht-Noord/West, Delft Centrum/Oost en Gouda-Zuid. In 2005 zijn er drie locaties toegevoegd: Delft/Rijswijk, Zoeterwoude en Middelharnis. Hellevoetsluis en Barendrecht dienen in het onderzoek sinds 1988 als referentie voor locaties met weinig of geen milieubelasting.

    Doel van het onderzoek is na te gaan hoe inwoners van de onderzochte locaties milieuhinder van industrie en verkeer (geurhinder, stofhinder, geluidsoverlast en gevoelens van onveiligheid) ervaren. Het gaat dus om de beleving van burgers, niet om feitelijke informatie over de milieusituatie in Zuid-Holland.

    Contactpersoon:
    J. van Vliet
    Telefoon: 070 - 441 72 61


    Website: Milieubeleving Zuid-Holland (webpage)
    Email: j.van.vliet@pzh.nl
      Milieueffectindicatoren voor prioritaire stoffen

    Samenvatting:

    Dit rapport beschrijft een methode die de effecten schat van Nederlandse emissies van prioritaire stoffen op de volksgezondheid en ecosystemen. Prioritaire stoffen vormen een dusdanig gevaar voor het milieu, dat met voorrang emissiereducerende maatregelen zijn getroffen om dat gevaar te verminderen. De methode berekent zogenaamde MilieuEffectIndicatoren (MEI) en is ontwikkeld om te toetsen of de doelstellingen van het Nederlandse milieubeleid gehaald zijn.

     

    De eerste milieueffectindicator, de MEI/eco, schat het verlies van soorten organismen in het Nederlandse oppervlaktewater als gevolg van emissies van prioritaire stoffen. Uit een toetsing blijkt dat het effect van prioritaire stoffen op de soortensamenstelling in de periode 1990-2003 ongeveer is gehalveerd. Op basis van de Nederlandse emissies wordt het verlies van soorten in 1990 geschat op 3,2% en in 2003 op 1,8%. De MEI/eco wordt berekend op basis van geschatte blootstelling, de gevoeligheid van soorten voor bepaalde stoffen en de giftigheid van bepaalde stofmengsels. De tweede milieueffectindicator, de MEI/vgz, schat het effect van emissies van prioritaire stoffen op de volksgezondheid. Uit een analyse van de situatie in Nederland blijkt dat de impact van de prioritaire stoffen op de volksgezondheid met ongeveer eenderde is afgenomen. Het effect wordt uitgedrukt in het verlies aan DALY's (Disability Adjusted Life Years), ofwel het aantal gezonde levensjaren dat een populatie verliest door ziekten of voortijdig overlijden. Het effect van de Nederlandse emissies wordt geschat op een verlies van 59.000 DALY in 1990 en 42.000 DALY in 2003. De MEI/vgz wordt berekend op basis van geschatte blootstelling, de ziekteverwekkende eigenschappen van bepaalde stoffen en epidemiologische gegevens.

     

    Auteurs:
    de Zwart, D., H.A. den Hollander, L. Geelen en M.A.J. Huijbregts

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 607880006

     

    Jaar van uitgave:

    2006


    Website: Milieueffectindicatoren voor prioritaire stoffen (PDF)
      Milieurekeningen 2009

    Samenvatting:
    Wat waren de gevolgen van de financiële en economische crisis op het milieu? Hoe groot is het aandeel van de ‘groene’ economie? Is de ‘CO2-voetafdruk’ van Nederland groter geworden in de tijd? Vervuilen huishoudens met een hoger inkomen meer dan huishoudens met een lager inkomen? Vindt er ontkoppeling plaats tussen enerzijds energieverbruik, water verbruik, emissies naar lucht en water en anderzijds economische groei ? Is het mogelijk om CO2 emissies op kwartaalbasis te bepalen?

    Deze en vele andere vragen worden beantwoord in de publicatie ‘Environmental Accounts of the Netherlands 2009’. De milieurekeningen brengen economische informatie en milieu informatie samen in een consistent systeem waardoor het mogelijk wordt de bijdrage van het milieu aan de economie en de impact van de economie op het milieu in beeld te brengen. Deze jaarlijkse publicatie, voor het eerst in het Engels, richt zich op een breed publiek van statistici, beleidsmakers en onderzoekers geïnteresseerd in duurzame ontwikkeling, welvaartsmeting, materiaalstromen, de productiviteit van natuurlijke hulpbronnen en klimaatverandering.

    Auteur:
    CBS

    Rapportnummer:
    c-174 / ISBN: 978-90-357-2099-2

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Milieurekeningen 2009 (webpage met PDF)
      Mineralen in de landbouw, 1970-1990

    Samenvatting:
    In dit rapport worden meneralenbalansen en stroomschema's gepresenteerd voor fosfor, stikstof en kalium in de Nederlandse landbouw voor de jaren 1970, 1975, 1980, 1983, 1986, 1987, 1988, 1989 en 1990. Voor 1970 en 1975 is de set gegevens echter niet helemaal compleet en voor 1990 is voor een deel gebruik gemaakt van schattingen. Voor de overzichtelijkheid is het grootste deel van de balansgegevens samengevat in stroomschema's. In deze schema's zijn de aanvoer- en afvoerstromen van mineralen in de landbouw gekwantificeerd. Voor elk van de jaren van onderzoek zijn de mineralenoverschotten berekend. Tevens wordt de ontwikkeling van deze overschotten gedurende de afgelopen twintig jaren geschetst en geanalyseerd.

    In het eerste gedeelte van de publicatie wordt een verantwoording gegeven van de berekening van elke post op de balans voor elk der drie mineralen. De berekeningsmethoden voor fosfor, stikstof en kalium verlopen goeddeels langs dezelfde lijnen. Zonodig zijn voor een bepaald mineraal specifieke problemen apart behandeld.

    Door de toepassing van balansberekeningen is de nauwkeurigheid van diverse posten geanalyseerd. Van de deelbalans veehouderij en de deelbalans voedingsmiddelenindustrie worden alle posten min of meer onafhankelijk berekend. De balansen moeten in theorie sluitend zijn. In de praktijk is het resulterende balansverschil een maat voor de nauwkeurigheid van de posten op de balans. Uit de analyses blijkt dat de balans van de veehouderij vrijwel sluitend is. De relatieve balansverschillen, berekend op basis van de hoeveelheid aangevoerde mineralen, variëren van 1% tot 5%. Tussen de mineralen onderling worden geen significante verschillen geconstateerd.

    De relatieve verschillen op de balans van de voedingsmiddelenindustrie zijn aanzienlijk groter. De verschillen tussen inkomende en uitgaande stroom als percentage van de inkomende stroom bedraagt voor fofor -5% tot 3%, voor stikstof -3% tot 5% en voor kalium -5% tot 10%. Deze relatieve verschillen zijn van een orde van grootte die voor dit soort berekeningen verwacht kan worden. Echter, voor 1989 zijn de balansverschillen voor alle mineralen veel groter dan voor de overige jaren. Voorraadmutaties of statistische fouen liggen waarschijnlijk ten grondslag aan deze verschillen. De conclusie is wel dat de gegevens voor 1989 met enige voorzichtigheid moeten worden gebruikt.

    De volgens de balansmethode berekende mineralenoverschotten in de landbouw laten tussen 1970 en 1989 een stijging zien, die het grootst is voor stikstof en kalium (ca. 50%) en veel geringer voor fosfor (ca. 15%). De toename van de overschotten weerspiegelt de aanzienlijke groei van de veestapel tot aan het midden van de jaren tachtig. Hierdoor is zowel het krachtvoergebruik als het ruwvoergebruik, gestimuleerd door een toename van het gebruik van stikstofkunstmest, sterk gestegen. Omdat de efficiëntie van de dierlijke productie in deze periode nagenoeg onveranderd is gebleven, is ook de hoeveelheid mineralen in de dierlijke mest navenant toegenomen (tussen 1970 en 1986 voor fosfor met 45% en voor stikstof met 65%).

    Het feit dat de overdosering van fosfor in krachtvoer vanaf het midden van de jaren zeventig is verminderd, blijkt uit één van de belangrijkste oorzaken van de minder ongunstige ontwikkeling van het fosforoverschot. In het midden van de jaren zeventig is namelijk reeds begonnen met de matiging van de toevoeging van voederfosfaat aan mengvoeders. Hryt stikstof- en kaliumgehalte van krachtvoer is echter tot 1986 nog enigszins toegenomen.

    Verder is tussen 1970 en 1982 ook het gebruik van fofaatmeststoffen afgenomen. Het gebruik van stikstofkunstmest daarentegen is tot 1987 juist aanzienlijk gestegen, waardoor behalve de productie ook het stikstofgehalte van graslandproducten is toegenomen. In mindere mate geldt hetzelfde voor kalium.

    De overschotten in de landbouw bedroegen in 1990 75-80 mln kg P, 660-680 mln kg N en 175-180 mln kg K. De overschotten zijn gedaald ten opzichte van een aantal voorafgaande jaren. Het jaar met de grootste overschotten is vooralsnog 1986, met een overschot van ca. 95 mln kg P, ca. 810 mln kg N en ca 195 mln. kg K. De relatieve daling ten opzichten van 1986 was het grootst voor stikstof en fosfor (ca. 18%) en bedroeg voor kalium ca 12%. Het fosforoverschot was in 1990 gedaald tot onder het niveau van het overschot in 1970. Daarentegen lag zowel het stikstof- als het kaliumoverschot in 1990 nog 35-30% boven dat van 1970. Omdat, net als bij de dierlijke productie, de efficiëntie van de plantaardige productie voor stikstof en kalium niet en voor fosfor slechts weinig is verbeterd, was de aanvoer van stikstof en fosfor nog altijd ca. 2,5 maal groter en van kalium ca 1.4 maal groter dan de afvoer: deze overmaat verschilt nog nauwelijks van die in 1970.

    De daling van de mineralenoverschotten na 1986 kan voor een belangrijk deel worden verklaard met de volgende factoren: afname van de rundveestapel ten gevolge van de 'Beschikking superheffing', een afname van het aantal dieren in de intensieve veehouderij ten opzichte van 1986, verdergaande daling van fosforgehalten van krachtvoer, een aanzienlijke daling van het gebruik van stikstofmeststoffen (in 1989/90 18% ten opzichte van 1986) en een lichte daling van het gebruik van fosfor en kalium in kunstmest.

    Auteur:
    CBS

    Jaar van uitgave:
    1992


    Website: Mineralen in de landbouw, 1970-1990 (PDF)
      Mineralen in de landbouw, 1970-2010

    Samenvatting:
    De Nederlandse landbouw heeft al jaren te maken met grote mineralenoverschotten. Deze vinden hun oorsprong in het grootschalige gebruik van kunstmest en (grotendeels geïmporteerde) veevoedergrondstoffen. Hiermee worden veel meer mineralen op landbouwgrond aangevoerd dan er met landbouwproducten worden afgevoerd. Met name de stikstof- en fosforoverschotten uit de landbouw dragen in belangrijke mate bij aan de vermesting en verzuring van het milieu.

    In 2009 bedroegen de mineralenoverschotten in de landbouw 375 mln kg stikstof, 14 mln kg fosfor en 40 mln kg kalium. Dit is een sterke daling ten opzichte van het topjaar 1986: van stikstof met 54 procent, van fosfor met 86 procent en van kalium met 80 procent. Het CBS heeft voor diverse jaren de stikstof-, fosfor- en kaliumoverschotten in de landbouw vastgesteld en gepubliceerd. De methodiek is beschreven in de publicatie 'Mineralen in de landbouw, 1970-1990' (CBS, 1992).

    Auteur:
    Norma Fong (CBS)

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Mineralen in de landbouw 1970-2010
      Model Effectiviteit Instrumenten - Energie; Mechanismen, data en validatie

    Samenvatting:

    Om het energiebesparingsgedrag van bedrijven in kaart te brengen en te kwantificeren heeft het RIVM in samenwerking met de Universiteit van Utrecht en de Vrije Universiteit Amsterdam het Model Effectiviteit Instrumenten - Energie (MEI-Energie) ontwikkeld. Het model beoogt een raamwerk te bieden voor consistente en methodische analyses van historische en toekomstige energiebesparing, met speciale aandacht voor de doorwerking en effectiviteit van het overheidsbeleid. MEI-Energie simuleert het besluitvormingsproces binnen industriële sectoren om al dan niet te investeren in energiebesparende technieken. Het rapport beschrijft de structuur en de algoritmes van het model, en gaat tevens in op de resultaten van een eerste validatie. Daartoe is voor een drietal industriële sectoren de ontwikkeling van de besparing op het finale energiegebruik in de periode 1990 tot 1999 gesimuleerd; de resultaten zijn vervolgens vergeleken met cijfers die gebaseerd zijn op waarneming.

     

    Auteurs:
    Elzenga, H.E., L.G. Wesselink, J.P.M. Ros, R.F.J.M. Engelen, H. Booij, K. Blok en H.L.F. de Groot

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 550000001

     

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Model Effectiviteit Instrumenten - Energie; Mechanismen, data en validatie (PDF)
      Modellering van de interactie tussen de waterstroming in de bodem en het grondwater - Koppeling van LGM en SWAP

    Samenvatting:
    Het Landelijk Grondwatermodel (LGM) en een een-dimensionaal model van de hydrologie van de onverzadigde zone (SWAP) zijn gekoppeld. Met dit gecombineerde model kunnen de waterstromen in het bodem- en grondwatersysteem, alsmede de stromingen vanuit het grondwater naar het oppervlaktewater, berekend worden. Het model kan zodoende de hydrologische invoer leveren voor studies naar de belasting van grond- en oppervlaktewater met nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. Een andere mogelijke toepassing van het model is de voorspelling van de variatie van de grondwaterstand in de tijd. Om de seizoensdynamiek correct te kunnen berekenen, worden zowel LGM als SWAP dynamisch toegepast.

     

    Het model kan op verschillende schalen worden toegepast. De prestaties van het model zijn getoetst in een studie in het Beerze Reusel gebied. In het algemeen bleek dat de overeenkomst tussen de gemiddelde diepte van het grondwaterpeil, zoals berekend met SWAP, goed overeenkwam met de gemiddelde diepte van het grondwaterpeil, zoals berekend met LGM. Het bleek echter ook dat de seizoensdynamiek onderschat werd door LGM. Nadere studie leerde dat dit veroorzaakt werd doordat de zogenaamde freatische bergingscoëfficiënt onjuist van SWAP naar LGM werd overgedragen. Nadat dit hersteld was, was er een nagenoeg perfecte overeenkomst tussen de grondwaterstand berekend door SWAP en de grondwaterstand berekend door LGM. Een aanvullende studie moet aantonen in hoeverre de berekende grondwaterpeilen overeenkomen met de gemeten grondwaterpeilen. Deze studie moet aangeven of het gecombineerde model de hydrologische basis kan leveren voor verdrogingstudies en waterkwaliteitsberekeningen, zoals door het Milieu- en Natuurplanbureau worden uitgevoerd.


    Auteurs:
    Stoppelenburg, F.J., K. Kovar, M.J.H. Pastoors en A. Tiktak

     

    Rapoprtnummer:
    RIVM rapport 500026001

     

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: Modellering van de interactie tussen de waterstroming in de bodem en het grondwater - Koppeling van LGM en SWAP (PDF)
      Monitor Duurzaam Nederland 2009

    Samenvatting:
    Vanaf de Tweede Wereldoorlog is het gemiddelde inkomen, de gezondheid en het opleidingsniveau in Nederland aanzienlijk toegenomen. Bovendien hebben Nederlanders een grote mate van vertrouwen in hun medeburgers en de instituties. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid is er aandacht nodig voor arbeid en vergrijzing, kennis en sociale samenhang. De grootste ‘zorgen voor morgen’ spelen echter op milieugebied. Vooral de problemen op het vlak van klimaatverandering en biodiversiteit zijn weerbarstig doordat de oplossingen een internationale aanpak vereisen.

    Auteurs:
    Boelhouwer, J., A. Hanemaaijer, R. Hoekstra, J.P. Smits, H. Stolwijk, R. Euwals, A. Nieuwenhuis en D. van Vuuren

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: Monitor Duurzaam Nederland 2009 (PDF)
      Monitor Duurzaam Nederland 2011

    Samenvatting:
    Nederlanders zijn welvarend, voelen zich veilig en gezond en hebben veel sociale contacten. Zij hebben vertrouwen in andere mensen en in de maatschappelijke instituties, zoals de Tweede Kamer, de politie en de rechterlijke macht. Die welvaart en dat welzijn gaan wel ten koste gaat van de welvaart en het welzijn van onze kinderen en kleinkinderen, en van mensen in ontwikkelingslanden. Zo legt de huidige generatie een groot beslag op natuurlijke hulpbronnen, mineralen en landbouwgrond in Nederland én in het buitenland. Ook zijn er zorgen over het milieu en de natuur.

    Dit blijkt uit de Monitor Duurzaam Nederland 2011, een publicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek, het Centraal Planbureau, het Planbureau voor de Leefomgeving en het Sociaal en Cultureel Planbureau.

    Jaar van uitgave:
    2011

    Rapportnummer:
    ISBN 978-90-357-1690-2


    Website: Monitor Duurzaam Nederland 2011 (PDF)
      Monitor Mineralen en Mestwetgeving 2004

    Het CBS presenteert in de 'Monitor Mineralen en Mestwetgeving 2004' tijdreeksen over de uitvoering en resultaten van het mineralen- en ammoniakbeleid. De monitor is gemaakt in opdracht van het ministerie van LNV ten behoeve van de jaarlijkse informatie over de voortang van het mest- en ammoniakbeleid. Een groot deel van de cijfers over MINAS, mesttransporten, dierrechten en mestafzetovereenkomsten is beschikbaar gesteld door Bureau Heffingen van het ministerie van LNV.

    Auteur:
    CBS

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: Monitor Mineralen en Mestwetgeving 2004 (PDF)
      Monitoring effecten van bodemdaling op Ameland-Oost

    Toelichting:
    Dit rapport beschrijft de effecten van 25 jaar bodemdaling op en rond Oost Ameland. Het bevat hoofdstukken over de gemeten bodemdaling, maar ook over de ontwikkelingen in de kustlijn van Ameland, de aanslibbing van het wad, de plantengroei van duinen en kwelders, de vogelaantallen en het broedsucces op de kwelders. Al deze onderwerpen worden beïnvloed door bodemdaling. In het rapport worden daarom ook dwarsverbanden gelegd tussen de verschillende onderwerpen.

    De gegevens zijn verzameld en geanalyseerd door onderzoekers van Deltares, Alterra, Imares, het Natuurcentrum Ameland, Sovon, de NAM en leden van de Wadvogelwerkgroep Ameland. Het onderzoek is betaald door de NAM, maar de onderzoekers deden hun werk in opdracht van de Begeleidingscommissie Monitoring Bodemdaling Ameland. Deze commissie bestaat uit deskundigen van het ministerie van EL&I, Rijkswaterstaat, It Fryske Gea, de Provincie Fryslân en de Gemeente Ameland.

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Monitoring effecten van bodemdaling op Ameland-Oost (PDF)
    Email: info@waddenzee.nl
      Monitoring emissions and actions in the post-2010 climate regime

    Volledige titel:
    Scientific assesment and policy analysis. Monitoring emissions and actions in the post-2010 climate regime

    Nederlandse titel:
    Monitoring van emissies en acties in het post-2012 klimaatregime

    Samenvatting:
    Klimaatverandering is een probleem van collectief handelen: alleen wanneer alle belangrijke landen bijdragen aan reductie van broeikasgasemissies kan gevaarlijke invloed van de mens op het klimaat worden voorkomen. Om een stabiele wereldwijde coalitie te houden is het nodig dat er voldoende vertrouwen tussen landen is dat iedereen bijdraagt aan de oplossingen, en dat er geen free-riders zijn. Om deze reden is internationale informatie over ieders bijdrage essentieel voor een succesvolle wereldwijde aanpak van het klimaatprobleem. In de huidige klimaatonderhandelingen wordt de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van zulke informatie 'MRV' genoemd: Meetbaar, Rapporteerbaar en Verifieerbaar. MRV kan het vertrouwen tussen geïndustrialiseerde en ontwikkelingslanden vergroten, en het principe van 'common but differentiated responsibilities' van landen beter tot uiting brengen.

    Auteurs:
    Bakker, S.J.A., A. de Vita en J.G.J. Olivier

    Rapportnummer:
    500102033

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Monitoring emissions and actions in the post-2010 climate regime (PDF)
      Monitoring Gaswinning Waddenzee

    Op grond van de verleende vergunningen voor de gaswinning dient NAM regelmatig te rapporteren over de vastgestelde bodemdaling door gaswinning en ecologische waarnemingen in de Waddenzee. De hierover opgestelde rapporten vindt u op onderstaande website.


    Website: Monitoring Gaswinning Waddenzee (webpage)
      Monitoring herstel verzuring en klimaatverandering vennen 1978-2010

    Samenvatting:
    Van 1978 tot en met 2010 zijn in elf vennen regelmatig waarnemingen van chemie van het oppervlaktewater
    en diatomeeën (kiezelwieren) verricht. De gegevens zijn verwerkt, samen met waarnemingen uit
    dezelfde vennen vanaf 1916.  De vennen blijken zich gedeeltelijk te herstellen van de gevolgen van verzuring dankzij de reductie van atmosferische depositie van stikstof-, maar meer nog van zwavelverbindingen.

    Auteurs:
    van Dam, H. en A. Mertens

    Rapportnummer:
    AWN 911

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Monitoring herstel verzuring en klimaatverandering vennen 1978-2010 (PDF)
    Email: herman.vandam@waternatuur.nl
      Monitoring in beeld: een studie naar de doorwerking van monitors in interbestuurlijke relaties

    Proefschrift: Monitoring in beeld: een studie naar de doorwerking van monitors in interbestuurlijke relaties.

    Auteur:
    D. de Kool

    Jaar van uitgave:
    2007


    Website: Monitoring in beeld (PDF)
      Monitoring mestmarkt 2009

    Samenvatting:
    Het gaat hier om twee documenten. In 'Monitoring mestmarkt 2009' is terug te vinden hoe groot de aan- en afvoer van mest was op de mestmarkt in 2009. Ook bevat het document gegevens over de bestemming en de herkomst van de meststromen. Uit het document blijkt dat de druk op de mestmarkt  door diverse oorzaken is afgenomen in 2009.

    Het tweede document, 'Synthese monitoring mestmarkt 2009', geeft inzicht in de schatting van de meststromen op de mestmarkt voor het jaar 2009 en regionale verschillen van die meststromen. Daarnaast is een prognose voor 2010 afgegeven. Verkregen inzichten vergroten de transparantie over de mestmarkt en zijn daarmee zinvol in het overleg tussen overheid en bedrijfsleven.

    Gegevens 'Monitoring mestmarkt 2009':

    Auteurs:
    Luesink, H.H., P.W. Blokland en J.N. Bosma

    Rapportnummer:
    LEI-rapport 2010-098

    Jaar van uitgave:
    2010

    Website: Monitoring mestmarkt 2009 (PDF)

    -

    Gegevens 'Synthese monitoring mestmarkt 2009':

    Auteurs:
    M.W. Hoogeveen en H.H. Luesink

    Rapportnummer:
    WOt-rapport 112

    Jaar van uitgave:
    2010

    Website: Synthese monitoring mestmarkt 2009 (PDF)

      Monitoring Uitvoeringscontract gebiedsgerichte inrichting landelijk gebied

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    In het overleg tussen rijk en provincies is afgesproken dat de provincies in 2003 een rapportage zullen verzorgen over de voortgang m.b.t. het Uitvoeringscontract Gebiedsgerichte Inrichting Landelijk Gebied.  Hierbij is tevens vastgelegd dat, primair op basis van landelijke gegevens en gericht op de nulsituatie, daarin ook een toestandsbeschrijving wordt opgenomen, met als peiljaar 2001.
    In dit bijlagerapport wordt hieraan uitvoering gegeven. Hierbij is uitgegaan van de effectindicatoren als vastgelegd door de IPO-projectgroep Monitoring Uitvoeringscontract.

    Auteurs:
    de Niet, R. en W. van Duijvenbooden

    Jaar van uitgave:
    2003

    Voor het rapport zie onderstaande link. Voor de bijlage klik hier.


    Website: Monitoring Uitvoeringscontract gebiedsgerichte inrichting landelijk gebied (PDF)
      Monitoring van aerosol in Europa met AATSR. HIRAM eindrapport

    Samenvatting:

    Fijnstofconcentraties zijn moeilijk vergelijkbaar tussen verschillende EU-lidstaten, omdat landen verschillende meetmethoden hanteren. In dit rapport is onderzocht of satellietmetingen (AATSR) kunnen worden gebruikt om fijnstofconcentraties op Europese schaal beter in kaart te brengen.

     

    Auteurs:

    Koelemeijer R.B.A., M. Schaap, R.M.A. Timmermans, T. van Noije, J. Matthijsen, .P.J.H. Builtjes, R. Schoemaker en G. de Leeuw

     

    Rapportnummer:

    555034002

     

    Jaar van uitgave:

    2007


    Website: Monitoring van aerosol in Europa met AATSR. HIRAM eindrapport (PDF)
      Monitoring van biologische en abiotische parameters in zoute wateren in Nederland

    Volledige titel:
    Monitoring van biologische en abiotische parameters in zoute wateren in Nederland: stand van zaken, de verplichtingen voortvloeiend uit Europese regelgeving en aanbevelingen voor de toekomst.

    Samenvatting:
    Het is alweer enkele jaren geleden dat Alterra Texel onderzoek deed naar lopende monitorprogramma's in zoute wateren in Nederland. Dit onderzoek is in 2007 en 2008 besproken met vertegenwoordigers van zowel LNV als Rijkswaterstaat. De definitieve rapportage heeft geruime tijd op zich laten wachten, onder andere omdat lange tijd onduidelijk was welke parameters in het kader van de rapportage over de Habitatrichtlijn voor de Europese Commissie nodig waren. Naast de Nederlandse gegevens worden in deze rapportage ook die van Denemarken, Zweden, Verenigd Koninkrijk en Duitsland gegeven .

    Auteurs:
    Smit, C.J., O.G. Bos en H.W.G. Meesters

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Publicatie in de WUR bibliotheek
      Monitoring van de milieubelasting en gezondheid rondom de luchthaven Schiphol. Fase III van de Gezondheidskundige Evaluatie Schiphol

    Samenvatting:

    In de PKB Schiphol is vastgelegd dat een monitoringsysteem ontwikkeld dient te worden om eventuele veranderingen in milieukwaliteit en/of in de gezondheidstoestand van de bevolking bij uitbreiding van de luchthaven te signaleren. In dit rapport worden overwegingen bij en criteria voor het ontwerp van dit programma beschreven. De doelstelling van het monitoring-programma in het kader van de Gezondheidskundige Evaluatie Schiphol (GES) is als volgt geformuleerd: het periodiek bepalen van de milieubelasting samenhangend met de activiteiten van de luchthaven Schiphol en van de milieu-gerelateerde gezondheids-toestand van omwonenden, om eventuele veranderingen in milieukwaliteit en de lange termijn gezondheidseffecten daarvan te kunnen vaststellen. Met de resultaten van het programma kunnen belanghebbenden van sturingsinformatie worden voorzien bij hun afwegingen over de ontwikkeling van de luchtvaart.

     

    Voorgesteld wordt voor het monitoringsysteem een combinatie van gegevensbronnen te gebruiken. De kern van het monitoringsysteem is een specifieke periodieke gegevensverzameling met methoden zoals ook gebruikt in fase II van de GES. Hierbij kan het meest adequaat voor andere determinanten worden gecorrigeerd en is een koppeling van de milieubelasting aan individuele onderzoeksdeelnemers mogelijk. Om de nadelen van een beperkte dekking van het onderzoeksgebied en van de deelname van geselecteerde groepen uit de bevolking te ondervangen, wordt geadviseerd, daar waar mogelijk, gegevens uit bestaande nationale en lokale registraties te betrekken.

      

    Auteurs:

    Lebret, E,. D.J.M. Houthuijs en C.M.A.G. van Wiechen

     

    Rapportnummer:

    441520018 (RIVM rapport)

     

    Jaar van uitgave:

    2001

     

     


    Website: Monitoring van de milieubelasting en gezondheid rondom de luchthaven Schiphol. Fase III van de Gezondheidskundige Evaluatie Schiphol (PDF)
      Monitoring van korstmossen in Drenthe 1991-2010

    Samenvatting:
    In Drenthe heeft in 2009–2010 voor de vierde keer een kartering plaatsgevonden van de op bomen groeiende korstmossen. Eerdere onderzoeksrondes waren er in 1991, 1998 en 2004. Het onderzoek heeft als hoofddoel de effecten van de ammoniakproblematiek te volgen. Het is daarmee een effectindicator bij het milieubeleid. Nevendoel is het volgen van de effecten van klimaatsverandering. Ook de natuurwaarde van de korstmossen is onderzocht.

    Auteurs:
    C.M. van Herk

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Korstmossenrapport Drenthe 1991-2010 (PDF)
    Email: lonsoest@wxs.nl
      Monitoring van milieu- en gezondheidsindicatoren

    Rapportage ter ondersteuning van het werk van de Commissie Monitoring Gezondheidsrisico’s Milieufactoren. Hierin worden de criteria geformuleerd waaraan monitoringsprogramma’s moeten voldoen, en wordt een overzicht gegeven van bruikbare monitoringsystemen.

    Auteur:
    Tilly Fast

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Monitoring van milieu- en gezondheidsindicatoren (PDF)
    Email: t.fast@wxs.nl
      Monitoring: functional or fashionable?

    Samenvatting:
    An increasing stream of monitoring activities has entered the public sector. In the Netherlands there are hundreds of monitors on a wide range, so it can be stated that monitoring is fashionable in the Netherlands. But monitoring seems to be functional, too. Without monitoring, organisations would not even survive.

    The paper concludes with the observation that the current mode of monitoring is dominated by rationalistic assumptions. Important functions from a complexity perspective, as learning and communicating, seem to be underestimated. Monitoring is fashionable, but it seems to be less functional.

    Auteurs:
    D. de Kool en M.W. van Buuren

    Jaar van uitgave:
    2004


    Website: Monitoring: functional or fashionable (PDF)
    Email: dekool@publicinnovation.nl
      Monitoringsrapportage NSL: Stand van zaken 2011

    Volledige titel:
    Monitoringsrapportage NSL: Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit 2011

    Samenvatting:
    Om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgezet. In dit programma werken de Rijksoverheid en decentrale overheden samen om te zorgen dat Nederland overal tijdig aan de grenswaarden voor fijn stof (PM10, 2011) en stikstofdioxide (NO2, 2015) zal voldoen. Om de voortgang van het verbeterprogramma te volgen en tijdig bij te kunnen sturen is aan het NSL een monitoringprogramma verbonden. Centraal onderdeel daarvan is een rekeninstrument waarvoor de overheden de brongegevens aanleveren. De daaruit volgende rekenresultaten zijn door het Bureau Monitoring (samenwerkingsverband RIVM en kenniscentrum InfoMil) samengevoegd in voorliggende voortgangsrapportage.

    De berekeningen voor 2011 en 2015 laten zien dat de gemiddelde concentratie stikstofdioxide en fijn stof waar de bevolking aan wordt blootgesteld, tussen 2010 en 2015 daalt. Voor een groot deel van Nederland liggen de berekende concentraties PM10 en NO2 onder de Europese grenswaarden. Op een beperkt aantal locaties zijn nog overschrijdingen berekend. De fijn stof-overschrijdingen komen hoofdzakelijk voor bij veehouderijen en in een aantal industriële gebieden. Ook voor stikstofdioxide worden voor 2015 nog overschrijdingen berekend, deze komen hoofdzakelijk voor op locaties met veel verkeer en worden mede veroorzaakt door tegenvallende emissiecijfers. 

    Met behulp van de in 2011 beschikbaar gekomen Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) is geconstateerd dat in de Monitoringstool niet op alle voor blootstelling relevante locaties wordt getoetst. Hierdoor, en door de focus op overschrijdingslocaties, wordt het aantal overschrijdingen onderschat. Verder zijn dit jaar in een extra aanpassingsronde toetslocaties uit de berekeningen weggehaald zonder dat deze zijn vervangen door andere toetspunten. Dit leidt waarschijnlijk tot een verdere onderschatting van het aantal overschrijdingen in de huidige resultaten. In dit rapport worden aanbevelingen gedaan om bovenstaande punten in een volgende monitoringronde te verhelpen. 

    In de resultaten liggen de berekende concentraties voor 2011 en 2015 op veel locaties net onder de grenswaarde. Het aantal overschrijdingen zal dan ook snel toenemen indien zich een geringe tegenvaller in de vooronderstellingen voordoet. Daarnaast blijkt dat er nog aanzienlijke onzekerheden bestaan in de huidige resultaten. Een beter inzicht in de onzekerheden en een volledig beeld van alle potentiële overschrijdingen kan de bruikbaarheid van de monitoringsresultaten voor sturing van het NSL verbeteren.

    Auteurs:
    Beijk, R., J. Wesseling, A. van Alphen, D. Mooibroek, L. Nguyen, H. Groot Wassink en C. Verbeek

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 680712003

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Monitoringsrapportage NSL: Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit 2011
      Monitoringsverslag Implementatie Besluit bodemkwaliteit

    Bodem+ monitoort de implementatie van het Besluit bodemkwaliteit bij bevoegde gezagen. Het Implementatieteam Besluit bodemkwaliteit stuurt de monitoring aan. De bijbehorende jaarverslagen zijn hier te downloaden. Zie de gerelateerde items voor meer informatie over de Monitoring Besluit bodemkwaliteit.

    Monitoringsverslag 2009, Implementatie Besluit bodemkwaliteit (PDF)

    Monitoringsverslag 2008, Implementatie Besluit bodemkwaliteit (PDF)


    Website: Monitoring Besluit bodemkwaliteit (site Agentschap NL)
    Email: bodemplus@agentschapnl.nl
      Monitoringverslag luchtkwaliteit Provincie Zuid-Holland 2006

    Net als andere provincies rapporteert de provincie Zuid-Holland elk jaar aan VROM over de luchtkwaliteit in de provincie. Het Besluit luchtkwaliteit uit 2005 en de nieuwe Wet Luchtkwaliteit geven aan welke kwaliteit de lucht moet hebben. De stoffen die in de lucht worden berekend of gemeten zijn: stikstofdioxide, koolmonoxide, fijn stof, benzeen, zwaveldioxide en lood.


    Website: Online informatie en PDF
    Email: zuidholland@pzh.nl
      Naar een afrekenbaar beleid

    Samenvatting:
    In de wereld van het beleid is het afrekenen niet zo vanzelfsprekend. Een belangrijke reden daarvoor is dat het bijzonder vaag kan zijn wat het product ‘beleid’ oplevert.

    • Wat levert bijvoorbeeld het inrichten van nieuwe natuur op?
    • Draagt die natuur bij aan een betere of grotere biodiversiteit?
    • En zo ja, hoeveel is dat dan waard?

    Alterra (WOT Natuur & Milieu) heeft het ministerie van EL&I ondersteund bij het opzetten van een beleidsmonitor voor de Agenda Vitaal Platteland.

    Auteur:
    L.A.E. Vullings

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: Naar een afrekenbaar beleid (webpage)
    Email: wies.vullings@wur.nl
      Naar een effectieve Monitoring: milieu, natuur en water

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    In opdracht van de Stuurgroep Monitoring Milieu-Natuur-Water is een inventarisatie uitgevoerd naar de Nederlandse monitoring- en rapportageverplichtingen en -inspanningen voor milieu, natuur en water vanuit internationale, Europese, nationale en interprovinciale regelgeving. Hierbij is bezien in hoeverre er meer of minder wordt gemonitord dan volgt uit de regelgeving. Tenslotte is bezien welke acties nodig zijn om te komen tot een meer efficiënte en effectieve wijze van gegevensverzameling. Deze inventarisatie geeft voor het eerst een globaal beeld van de omvang van de monitoringen rapportageverplichtingen. Veel suggesties en aanbevelingen zijn gedaan voor verbetering van de kwaliteit en efficiency van de monitoring, waar de komende tijd een vervolg aan gegeven moet worden. De Stuurgroep Monitoring Milieu-Natuur-Water gaat dit vervolg organiseren.

    Auteur:
    R. Albers

    Jaar van uitgave:
    2006

    Download (PDF):
    Hoofdrapport
    Achtergronddocument milieu
    Bijlagenrapport

      Naar een richtlijn voor locatiespecifieke ecologische risicobeoordeling met de TRIADE

    Samenvatting:
    Bij ernstige gevallen van (water)bodemverontreiniging kan momenteel met de 'SaneringsUrgentie Systematiek' (SUS) de saneringsurgentie worden bepaald. Locatiespecifieke ecologische risico's zijn een onderdeel van de methodiek. Deze worden berekend op basis van de aanwezigheid van verontreinigende stoffen, de gevoeligheid van het ecosysteem in relatie tot het bodemgebruik, en de omvang van het verontreinigde oppervlak. Afgelopen jaren is gewerkt aan de ontwikkeling en validatie van de zogenaamde TRIADE voor ecologische risicobeoordeling van bodemverontreiniging. Met de TRIADE worden de risico's geschat op basis van drie verschillende invalshoeken, namelijk 1. de aanwezigheid van verontreiniging (het chemische spoor), 2. de resultaten van bioassays met monsters van de locatie (het toxische spoor), en 3. ecologische veldwaarnemingen (het ecologische spoor). Integratie van de resultaten van deze drie onafhankelijke TRIADE-sporen levert een meervoudige bewijsvoering op voor de risicoschatting ('multiple weight of evidence'). Hierdoor worden de onzekerheden in de risicoschatting sterk gereduceerd. De TRIADE is niet alleen gebaseerd op chemische bodemkwaliteit, en ondervangt hiermee iin van de bezwaren van SUS. In dit rapport wordt de TRIADE uitgelegd, en is een voorlopige richtlijn uitgewerkt voor toepassing van een eenvoudige TRIADE voor veel voorkomende gevallen van bodemverontreiniging, die qua complexiteit en kosten vergelijkbaar is met SUS.


    Auteurs:
    Rutgers, M., A.J. Schouten, E.M. Dirven-van Breemen, P.F. Otte en M. Mesman

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 711701038


    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: Naar een richtlijn voor locatiespecifieke ecologische risicobeoordeling met de TRIADE (PDF)
      Naar een verbeterde monitoring van organische stof; een verkenning van inhoudelijke en procesmatige aspecten
    Samenvatting:

    De provincie Drenthe startte als één van de eerste provincies in Nederland met het verwerven van inzicht in de ontwikkeling van het organische stofgehalte in landbouwpercelen. De provincie heeft, gelet op de zeer centrale rol in de bodemprocessen, de bodembiodiversiteit en het klimaat, behoefte aan een goede monitoring van organische stof (OS).

    Dit rapport is het verslag van een verkenning naar de inhoudelijke en procesmatige aspecten die aandacht behoeven bij de ontwikkeling van een monitoringsysteem voor OS.

    De studie werd uitgevoerd door het Nutriënten Management Instituut (NMI), in opdracht van de provincie Drenthe.


    Website: Naar een verbeterde monitoring van organische stof; een verkenning van inhoudelijke en procesmatige aspecten (PDF)
      Nationale Milieuverkenning 6 (2006 - 2040)

    Samenvatting:
    Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) constateert in de Nationale Milieuverkenning 6 dat er nog veel milieuwinst te bereiken is met technologie en internationale samenwerking. Afnemende milieudruk bij voortgaande economische groei is alleen mogelijk bij een sterke overheid en bij veel internationaal milieubeleid. Bij meer marktwerking en hoge economische groei ontstaat echter herkoppeling tussen economische groei en milieudruk, en neemt de uitstoot van veel stoffen weer toe. In beide gevallen produceert Nederland in de toekomst meer, maar ook schoner.

     

    Auteur:
    Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)


    Rapportnummer:
    RIVM rapport 500085001


    Jaar van uitgave:
    2006


    Website: Nationale Milieuverkenning 6 (2006 - 2040)(PDF)
      Natuur in Drenthe: zicht op biodiversiteit

    Samenvatting:
    Voor welke planten en dieren is Drenthe landelijk gezien belangrijk? Waar in Drenthe zijn deze natuurwaarden te vinden? Met welke soorten gaat het goed en welke hebben het moeilijk? Op deze en andere vragen geven medewerkers van de provincie Drenthe en tal van gerenommeerde onderzoekers uitgebreid antwoord. De resultaten zijn samengevat in het boek 'Natuur in Drenthe'. Hierin is met vele verspreidingskaartjes, trendgrafieken, tabellen en foto’s de huidige verscheidenheid van de Drentse natuur in beeld gebracht.

    Auteurs:
    Dijk, E., H. van den Brink en de Provinciale Staten van Drenthe

    Rapportnummer:
    1949313

    Jaar van uitgave:
    2010

    Rapport is verkrijgbaar via onderstaand e-mail adres.


    Website: Natuur in Drenthe: zicht op biodiversiteit in Documentatiebestand Land, Bodem en Water
    Email: secretariaatro@drenthe.nl
      Natuurbalans 1998

    Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Samenvatting:
    In de Natuurbalans 98 maakt het Natuurplanbureau de balans op van actuele ontwikkelingen in natuur en landschap tegen de achtergrond van het gevoerde beleid.

    Rapportnummer:
    RIVM Rapport 408663004


    Website: Natuurbalans 1998 (PDF)
      Natuurbalans 1999

    Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Samenvatting:
    In de Natuurbalans 99 maakt het Natuurplanbureau de balans op van actuele ontwikkelingen in natuur en landschap tegen de achtergrond van het gevoerde beleid.

    Het Natuurbeleidsplan uit 1990 heeft veel in gang gezet. Voor de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), een samenhangend netwerk van natuurgebieden, zijn er op 36.000 ha beheersovereenkomsten met agrariers afgesloten. Verder zijn er 44.000 ha grond gekocht en overgedragen aan terreinbeherende organisaties als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Deze realisatie gaat langzamer dan gepland. Op basis van het huidige tempo zal de EHS niet in 2018 gereed zijn, zoals het beleid beoogt, maar in 2030. De komende jaren zal meer inzet en geld nodig zijn om de verder stijgende grondprijs op te vangen en binnen de EHS gelegen landbouwbedrijven te bewegen tot herplaatsing of bedrijfsbeeindiging.

    De natuurkwaliteit in Nederland gaat nog steeds achteruit. De trend blijft dat algemene soorten algemener worden en zeldzame soorten zeldzamer. De kwaliteit van natuur wordt beperkt door de geringe samenhang tussen natuurgebieden en de negatieve be6nvloeding door andere functies, waaronder infrastructuur en landbouw. Ook is er, bijvoorbeeld in het Deltagebied, weinig ruimte voor natuurlijke processen zoals het periodiek overstromen en droogvallen van gebieden. Hier en daar worden wel resultaten van het ingezette beleid zichtbaar. Voorbeelden zijn de succesvolle uitvoering van het Soortbeschermingsplan Lepelaar en het meer natuurlijk beheer van bossen. De afname van met name kwetsbare open landschappen van internationale waarde is zorgwekkend. Toekomstige verstedelijking bedreigt deze gebieden. Onlangs heeft de overheid de nota Belvedere opgesteld, waarin aandacht wordt besteed aan cultuurhistorisch waardevolle landschappen. In het huidige landschapsbeleid, waar cultuurhistorie een onderdeel van is, ontbreekt echter een gecombineerde inzet van planologische bescherming en gerichte investeringen voor het inpassen van nieuwe verstedelijking.

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 408663001


    Website: Natuurbalans 1999 (PDF)
      Natuurbalans 2000

    Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Samenvatting:
    In de Natuurbalans 2000 wordt de balans voor de natuur in Nederland opgemaakt: Hoe gaat het met de uitvoering van het beleid? (toestandsbeschrijving); Waar liggen problemen en wat zijn de oorzaken? (kritische analyse), en Waar liggen kansen en oplossingen? (kritische evaluatie en conclusies). De Natuurbalans laat duidelijk zien waar samenwerking met andere beleidsvelden (onder meer ruimte en milieu) noodzakelijk is en hoe dit moet worden vormgegeven.

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 408663005


    Website: Natuurbalans 2000 (PDF)
      Natuurbalans 2001

    Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Samenvatting:
    Het natuurbeleid dreigt te verzanden wanneer de rijksoverheid de regie op de uitvoering van het beleid niet strakker in handen neemt, zo constateert het Natuur- planbureau in de Natuurbalans 2001. Het gaat met name om de samenhang tussen natuur-, milieu-, water- en ruimtelijk beleid. Decentrale overheden spelen een steeds belangrijkere rol bij de uitvoering van het natuur- en landschapsbeleid. Dat maakt de behoefte aan regie door de rijksoverheid nog groter. Bovendien bepaalt de Europese Unie steeds sterker het natuurbeleid en rekent de Nederlandse overheid daarop af.

    De Natuurbalans 2001 meldt dat het met de kwaliteit van de natuur in Nederland nog steeds slecht gaat. Zo staat ongeveer een kwart van de plantensoorten en tweederde van de dagvlindersoorten op de Rode Lijst. Bijzondere planten- en diersoorten zijn teruggedrongen tot kleine kernen van natuurgebieden. Vermesting, verzuring, verdroging en versnippering staan op veel plaatsen de terugkeer van deze soorten nog steeds in de weg. Het is dan ook niet toevallig dat lokale successen van het natuurbeleid juist zichtbaar zijn in grotere eenheden natuur die op enige afstand liggen van verzurende en vermestende landbouwbedrijven en waar voldoende water van goede kwaliteit aanwezig is. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in het duingebied en sommige beekdalen, zoals Drentsche Aa, Reest en Geuldal. Hier komen allerlei kieskeurige plantensoorten terug; in de duinen gaat het om soorten als borstelbies en waterpunge. In veel natuurgebieden kunnen bijzondere soorten alleen met intensief beheer in stand worden gehouden.

    Het is dan ook te verdedigen dat de rijksoverheid inzet op de vorming van de Ecologische Hoofdstructuur. Een positieve ontwikkeling hierbij is dat het natuurbeleid van rijk en provincies niet langer gaat over het aantal hectares Ecologische Hoofdstructuur alleen, maar ook over de kwaliteit van de natuur. Rijk en provincies stellen de natuurdoelen die zij willen realiseren vast.

    Overigens dreigen hier conflicten met het natuurbeleid van de Europese Unie, zoals dat in de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn is beschreven. De Europese Unie legt namelijk het accent op behoud van planten- en diersoorten binnen én buiten natuurgebieden, terwijl het Nederlandse beleid het accent legt op de ontwikkeling van nieuwe natuur. Deze verschillen hebben al geleid tot conflicten. Het conflict over de korenwolf in Limburg is een voorbeeld van het accentverschil rond bescherming van soorten buiten natuurgebieden. Conflicten over natuurontwikkeling in Friesland-buitendijks en compensatie van natuur in de Westerschelde zijn beide voorbeelden van het accent dat de Europese Unie legt op behoud van planten- diersoorten versus het Nederlandse accent op ontwikkeling van nieuwe natuur.

    Rijk en provincies gebruiken de natuurdoelen om beheerders (zoals Natuurmonumenten en de provinciale Landschappen) af te rekenen op het bereikte natuurresultaat. Het zijn echter niet alleen de terreinbeheerders die invloed hebben op de realisatie van natuurkwaliteit. Ook de provincies hebben veel invloed door middel van het milieu-, water- en ruimtelijk beleid. Waterschappen horen zorg te dragen voor voldoende goed water voor natuurgebieden en gemeenten kunnen via hun bestemmingsplannen de planologische bescherming van natuurgebieden bepalen door beperkingen op te leggen aan onder meer bebouwing en wegenaanleg.

    Terwijl rijk en provincies harde afspraken maken met beheerders is het onzeker of provincies, waterschappen en gemeenten bereid zijn om hun water-, milieu- en ruimtelijk beleid af te stemmen op de natuurdoelen die het rijk en de provincies momenteel op kaart zetten. Het rijk laat dit namelijk over aan het krachtenveld op provinciaal en gemeentelijk niveau, terwijl de Nederlandse overheid wel verantwoording aan de Europese Unie schuldig is over de realisatie in de Habitat- en Vogelrichtlijn vastgelegde natuurdoelen.

    Buiten de natuurgebieden gaan soorten zoals de grutto en de steenuil hard achteruit en gaat de vervlakking van het landschap door. Ook voor het landschapsbeleid geldt dat het Rijk veel overlaat aan het provinciaal en gemeentelijk niveau. Zo'n 80 procent van de waardevolle landschappen komt in de zogenoemde balansgebieden van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening terecht. Daarvan dreigt voor ongeveer 20 procent een hoge verstedelijkingsdruk. Juist in de directe omgeving van de Randstad, waar de verstedelijkingsdruk het hoogst is, liggen open landschappen die internationaal gezien grote betekenis hebben. Voorbeelden daarvan zijn droogmakerijen en veenweidegebieden. Zolang het Rijk voor het landschap geen heldere prioriteiten stelt, zal de regionale identiteit verder afkalven.

    Niet alleen op het land, ook voor het water geldt dat de rijksoverheid internationale verantwoordelijkheden heeft. Dat geldt in het bijzonder voor de kustzone. Hier concentreren zich veel zeldzame vissoorten en andere diersoorten. Juist in de kustzone heeft het kabinet plannen voor de ontwikkeling van een tweede Maasvlakte, een windmolenpark (en wellicht toch een luchthaven in zee). De kabinetsnota 'Natuur voor mensen, mensen voor natuur' kondigt aan dat in 2002 voor de Noordzee concrete ecologische kwaliteitsdoelen zijn geformuleerd. De afstemming van het economisch en veiligheidsbeleid op biodiversiteitsdoelen is een volgende noodzakelijke stap. Of die stap daadwerkelijk wordt gezet, is afhankelijk van de inzet van het ministerie van LNV en andere departementen.

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 408663006


    Website: Natuurbalans 2001 (PDF)
      Natuurbalans 2002

    Jaarlijkse uitgave van het Planbureau van de Leefomgeving.

    Samenvatting:
    Om de Ecologische Hoofdstructuur te realiseren is verdere ordening van de groene ruimte noodzakelijk. Dat is de hoofdconclusie uit de Natuurbalans 2002. Natuur heeft grote sociale en economische betekenis. De inwoners van Nederland vinden dat natuurgebieden en gevarieerde landschappen een wezenlijke bijdrage leveren aan hun welzijn. Daarnaast hebben natuur en landschap een substantikle economische waarde, onder andere vanwege de inkomsten uit recreatie in natuurgebieden en de bereidheid van kopers om meer te betalen voor een huis in een groen gebied. Er zijn bovendien steeds meer gegevens die er op wijzen dat de gezondheid van mensen baat heeft bij een groene omgeving.

    Op Europees niveau is een lijst van internationaal te beschermen planten- en diersoorten samengesteld. Nederland is hiervoor verplichtingen aangegaan die zijn vastgelegd in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn van de Europese Unie. Om het maatschappelijke draagvlak voor dit soortenbeleid te vergroten en het beleid hanteerbaar te maken moet meer zicht komen op het verband tussen het voorkomen van individuen en populaties van soorten en de ligging van hun leefgebieden. Voor het bereiken van de natuurdoelen is ordening van de groene ruimte nodig om het beoogde samenhangende netwerk van natuurgebieden, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) te realiseren. Het aanbod van aan te kopen grond voor de realisatie van de EHS neemt de laatste drie jaar toe. De nieuwe regering heeft het voornemen het jaarlijkse budget voor de aankoop van grond te halveren en meer particuliere eigenaren in te zetten bij het ontwikkelen en beheren van natuur. Langjarige contracten met deze particulieren kunnen een bijdrage aan de natuurdoelen leveren, maar blijken nauwelijks goedkoper dan aankoop. Ook vergt een samenhangende EHS, indien minder grond voor natuurontwikkeling wordt opgekocht, een goede ruimtelijke bescherming.

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 408663007


    Website: Natuurbalans 2002 (PDF)
      Natuurbalans 2003

    Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

     

    Samenvatting:
    Belangrijkste conclusies uit de Natuurbalans 2003. Aanpassing van natuur aan klimaatverandering vraagt tijd en ruimte: 1/ Om soorten een kans te geven zich aan klimaatverandering aan te passen, zou het overheidsbeleid zich zowel moeten richten op het verlagen van het tempo van opwarming van de aarde als op het bieden van leefruimte. 2/Soorten waarvan de leefgebieden ongeschikt worden, moeten naar andere gebieden kunnen uitwijken anders sterven de populaties uit. Daarom is het van belang dat er een netwerk van samenhangende natuurgebieden beschikbaar is. Ecologische hoofdstructuur biedt op papier perspectief, maar praktijk blijkt weerbarstig. 1/ Met de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) zou een samenhangend netwerk van natuurgebieden moeten ontstaan. De realisatie ervan ligt echter achter op schema. 2/ Bovendien is de milieukwaliteit in en rond de EHS ongeschikt voor de gewenste natuur.

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 408663008


    Website: Natuurbalans 2003 (PDF)
      Natuurbalans 2004

    Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Samenvatting:
    Dier- en plantensoorten profiteren van de verbeterde milieukwaliteit en van de bescherming door Europese regelgeving. Toch nemen de Nederlandse natuur- en landschapskwaliteit nog altijd af. Het kabinet legt meer verantwoordelijkheden neer bij provincies en gemeenten. Vooral van de provincies wordt daarmee een krachtige regie gevraagd.

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 408663009


    Website: Natuurbalans 2004 (PDF)
      Natuurbalans 2005

    Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Samenvatting:
    Met de door het kabinet beoogde omslag van natuurbeheer door aankoop van gronden naar natuurbeheer in particulier en agrarisch eigendom, komt de ruimtelijke samenhang in beheer onder druk te staan. Bovendien zijn er indicaties dat met de huidige regelingen voor agrarisch natuurbeheer, zonder aanvullende inrichtingsmaatregelen, niet de natuurdoelen worden bereikt die terreinbeherende organisaties wel kunnen realiseren.

    Niet alleen de biodiversiteit, maar ook het Nederlandse landschap staat onder druk. In een kwart van Nederland wordt de belevingswaarde van het landschap negatief beïnvloed door verstedelijking. In de praktijk blijkt het ruimtelijk beleid nauwelijks bescherming te bieden aan de kwaliteit van het landschap. Bovendien is er minder geld beschikbaar dan nodig is om de hooggespannen verwachtingen van de rijksoverheid waar te maken rond het beleid voor de Nationale Landschappen.

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 408763002


    Website: Natuurbalans 2005 (PDF)
      Natuurbalans 2006

    Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

     

    Samenvatting:
    Het Nederlandse platteland wordt steeds minder landelijk, minder open en er is meer visuele verstoring. Boerderijen hebben vaker alleen nog een woonbestemming en de landbouw wordt steeds industriëler van karakter. De natuur wordt eenvormiger. Karakteristieke planten- en diersoorten blijven in aantal achteruitgaan, hoewel het natuurareaal is toegenomen en milieucondities in de natuur zijn verbeterd. De EU-doelstelling om de biodiversiteitsafname in 2010 tot stilstand gebracht te hebben kan in Nederland waarschijnlijk niet gehaald worden.

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 500402001


    Website: Natuurbalans 2006 (PDF)
      Natuurbalans 2007

    Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Samenvatting:
    Zowel nationaal als internationaal belangrijke landschappen en natuurgebieden in Nederland versnipperen. Het gevoerde beleid is vooralsnog niet in staat om deze versnippering te stoppen. Als gevolg van verspreide bebouwing boeten vooral de Nationale landschappen aan betekenis in.

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 500402005


    Website: Natuurbalans 2007 (PDF)
      Natuurbalans 2008

     

    Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Samenvatting:
    Het huidige natuur- en milieubeleid heeft gunstige gevolgen voor de Nederlandse natuur. De oppervlakte aan natuurgebied neemt toe en de milieu- en ruimtecondities verbeteren. Dit is echter nog onvoldoende om de gestelde natuurdoelen tijdig te realiseren. Het natuurbeleid kan aan kracht winnen als het meer gericht wordt op realisatie van doelen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 500402008


    Website: Natuurbalans 2008 (PDF)
      Natuurbalans 2009

    Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Samenvatting:
    De aankoop van nieuwe natuur voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) stagneert. Ook de bijdrage aan de EHS door agrariërs en particulieren blijft achter. Bovendien zijn de verbindingen die de EHS-gebieden tot een samenhangend netwerk van natuurgebieden moeten maken, nog niet overal duidelijk begrensd. Toch zijn er kansen om de EHS te realiseren als de overheid prioriteit geeft aan het vergroten en verbinden van natuurgebieden, als ruilgronden beter worden ingezet en als er heldere en werkbare afspraken komen tussen het rijk en de provincies.

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 500402017


    Website: Natuurbalans 2009 (PDF)
      Natuurverkenning 1997

    Samenvatting:
    De natuur in Nederland gaat kwantitatief - wat betreft het totale areaal - weer vooruit, kwalitatief- wat betreft de soortenrijkdom - echter nog niet. Het Nederlandse landschap vervlakt; grootschalige openheid en streekeigen kenmerken verdwijnen.

    De toekomstige kwaliteit van de Nederlandse natuur wordt sterk bepaald door de realiseerbaarheid van grote eenheden aaneengesloten natuur, de milieukwaliteit en de inzet van beheersmaatregelen. Van de beoogde Ecologische Hoofdstructuur (EHS) wordt verwacht dat de soortenrijkdom (biodiversiteit) zal toenemen. Bij de uitvoering blijkt het hoge ambitieniveau van een samenhangend netwerk, bestaande uit grote eenheden natuur, niet volledig te worden gerealiseerd. Door te blijven streven naar een meer geconcentreerde invulling in grotere eenheden kan men de uiteindelijk te bereiken natuurkwaliteit alsnog verhogen.

    De regionale ontwikkeling van de landbouw (schaalvergroting en intensivering), de voorgaande verstedelijking en de vooralsnog hoge milieudruk blijven belangrijke risicofactoren. Vooral in Zuid- en Oost-Nederland blijft de milieukwaliteit onvoldoende om de natuurdoelen te realiseren. Om de natuurdoelstellingen te halen zal daarom de depositie van met name ammoniak verminderd moeten worden, de ruimtelijke ligging van natuur- en emissiegebieden beter op elkaar afgestemd moeten worden, of zal onvermijdelijk verlies van natuurkwaliteit gecompenseerd moeten worden door kwantitatieve (areaal) of kwalitatieve verbetering in gebieden elders.

    Auteur:
    R.J.M. Maas (ed.) 

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 408129003  
     
    Niet digitaal verkrijgbaar; te bestellen bij elke erkende boekhandel.
    Uitgever: Samsom H.D. Tjeenk Willink, Alphen aan den Rijn


    Website: RIVM
      Natuurverkenning 2 (2000 - 2030)

    Samenvatting:
    Speerpunt in het natuurbeleid is de realisatie van een ruimtelijk samenhangende Ecologische Hoofdstructuur: een gebied waar rust, ruimte en natuur van enige omvang te vinden zijn. De Ecologische Hoofdstructuur zoals die nu op kaart staat, is na tien jaar beleidsuitwerking ruimtelijk te versnipperd om op nationaal niveau te kunnen spreken van een hoofdstructuur. De maatschappelijk-economische dynamiek is dermate groot dat overal in Nederland, maar met name in de Randstad, natuur en landschap onde druk staan en de ruimtelijke hoofdstructuur vervaagt. Om de beoogde rust, ruimte en biodiversiteit en de bijbehorende milieucondities alsnog te realiseren is een krachtiger ontsnippering nodig en een duidelijke planologische en milieu-bufferzone rond de Ecologische Hoofdstructuur. Om het beleid te vereenvoudigen, zou gebruik gemaakt kunnen worden van het bestaande beleidsconcept in de vorm van de bruto EHS.

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 408764006

    Jaar van uitgave:
    2002


    Website: Natuurverkenning 2 (2000 - 2030) (PDF - let op, groot bestand)
      Nederlandse broeikasgasemissies 1990-2000 - Nationaal Inventarisatie Rapport 2002

    Samenvatting:
    Een Nederlandse inventarisatie van broeikasgasemissies is geschreven om te voldoen aan de nationale rapportageverplichtingen in 2002 van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UN-FCCC) en van het Bewakingsmechanisme Broeikasgassen van de Europese Unie. Er worden trendanalyses gegeven voor de emissies van broeikasgas in de periode 1990-2000; een analyse van zgn. sleutelbronnen en de onzekerheid in hun emissies volgens de zgn. 'Tier 1' methodiek van het IPCC-rapport over Good Practice Guidance; documentatie van gebruikte berekeningsmethoden, databronnen en toegepaste emissiefactoren; en een overzicht van het kwaliteitssysteem en de verificatie van de emissiecijfers voor de Nederlandse Emissie Registratie. De totale netto CO2-eq.-emissies waren in 2000 3% hoger dan in 1990 (1995 voor de F-gassen). Dit wordt een half procent minder na temperatuurcorrectie. Zonder beleidsmaatregelen zouden de emissies in 2000 ca. 10% hoger zijn geweest. In deze periode zijn de emissies van CO2 en N2O met resp. 9% en 3% gestegen, terwijl de CH4-emissies met 24% daalden. Van de zgn. F-gassen, waarvoor 1995 het referentiejaar is, daalden de HFK- en PFK-emissies met resp. 34% and 18% in 2000 ten opzichte van 1995, terwijl de emissies van SF6 met 9% daalden.

     

     

     

     

    Auteurs:
    Olivier, J.G.J., L.J. Brandes, J.A.H.W. Peters en P.W.H.G. Coenen

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 773201006

     Jaar van uitgave:
    2002


    Website: Nederlandse broeikasgasemissies. 1990-2000. Nationaal Inventarisatie Rapport 2002 (PDF)
      Nederlandse broeikasgasemissies 1990-2001 - Nationaal Inventarisatie Rapport 2003

    Samenvatting:
    Dit rapport over de Nederlandse inventarisatie van broeikasgasemissies is geschreven om te voldoen aan de nationale rapportageverplichtingen in 2003 van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UN-FCCC) en van het Bewakingsmechanisme Broeikasgassen van de Europese Unie. Dit rapport bevat trendanalyses voor de emissies van broeikasgas in de periode 1990-2001; een analyse van zgn. sleutelbronnen en de onzekerheid in hun emissies; documentatie van gebruikte berekeningsmethoden, databronnen en toegepaste emissiefactoren; en een overzicht van het kwaliteitssysteem en de verificatie van de emissiecijfers voor de Nederlandse Emissieregistratie. De totale netto CO2-eq.-emissies waren in 2001 4% hoger dan in 1990 (1995 voor de F-gassen). Dit wordt 2%-punt minder na temperatuurcorrectie. In die periode is de emissie van CO2 met 13% toegenomen, terwijl de CH4- en N2O-emissies met resp. 25% en 3% afnamen. Van de zgn. F-gassen, waarvoor 1995 het referentiejaar is, nam de totale emissie met 60% af. De HFK- en PFK-emissies namen met resp. 75% en 20% af, terwijl de SF6 met 7% toenamen in 2001 ten opzichte van 1995.

     

    Auteurs:
    Olivier, J.G.J., L.J. Brandes, J.A.H.W. Peters, P.W.H.G. Coenen en H.H.J. Vreuls


    Rapportnummer:
    RIVM rapport 773201007

      

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Nederlandse broeikasgasemissies. 1990-2001. Nationaal Inventarisatie Rapport 2003 (PDF)
      Nederlandse broeikasgasemissies 1990-2002 - Nationaal Inventarisatie Rapport 2004

    Samenvatting:
    Dit rapport over de Nederlandse inventarisatie van broeikasgasemissies is geschreven om te voldoen aan de nationale rapportageverplichtingen in 2004 van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UNFCCC) en van het Bewakingsmechanisme Broeikasgassen van de Europese Unie. Dit rapport bevat trendanalyses voor de emissies van broeikasgas in de periode 1990-2002; een analyse van zgn. sleutelbronnen en de onzekerheid in hun emissies; documentatie van gebruikte berekeningsmethoden, databronnen en toegepaste emissiefactoren; en een overzicht van het kwaliteitssysteem en de verificatie van de emissiecijfers voor de Nederlandse Emissieregistratie. Afgelopen jaar is de emissietrend door herberekeningen met 2% naar beneden bijgesteld. Volgens de huidige inventarisatie is totale uitstoot van broeikasgassen in 2002 gelijk aan die in het basisjaar 1990 (1995 voor de F-gassen). Na temperatuurcorrectie voor 2002 zijn de emissies 3% hoger. In die periode zijn de emissies van CO2 met 10% toegenomen, terwijl de CH4- en N2O-emissies met resp. 32% en 7% afnamen. Van de zgn. F-gassen, waarvoor 1995 het referentiejaar is, nam de totale emissie met 60% af. De HFK- en PFK-emissies namen met resp. 65% en 35% af, terwijl de SF6 met circa 15% toenamen in 2002 ten opzichte van 1995. Volgend jaar zal opnieuw een bijstelling volgen van mogelijk enkele procenten omdat in het kader van de afronding van het verbeterprogramma voor veel bronnen en stoffen de emissies herberekend zullen worden zodat voldaan wordt aan de eisen van de UNFCCC en het Kyoto Protocol.

      

    Auteurs:
    Klein Goldewijk, K., J.G.J. Olivier, J.A.H.W. Peters, P.W.H.G. Coenen en H.H.J. Vreuls

     

    Rapportnummer:
    RIVM Rapport 773201008

     

    Jaar van uitgave:
    2004

     

     


    Website: Nederlandse broeikasgasemissies 1990-2002. Nationaal Inventarisatie Rapport 2004 (PDF)
      Nederlandse broeikasgasemissies 1990-2003 - Nationaal Inventarisatie Rapport 2005

    Samenvatting:
    Dit jaarlijkse rapport over de Nederlandse inventarisatie van broeikasgasemissies is geschreven om te voldoen aan de rapportageverplichtingen van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UNFCCC) en van het Bewakingsmechanisme Broeikasgassen van de Europese Unie. In 2003 waren de totale broeikasgasemissies (exclusief landgebruik) circa 1% hoger dan in het basisjaar (1990, maar 1995 voor de gefluorideerde gassen) en zonder temperatuurcorrectie. In periode 1990-2003 zijn de emissies van CO2 exclusief landgebruik met 12% toegenomen, terwijl de CH4 en N2O-emissies met respectievelijk 32% en 19% afnamen. Van de zogenaamde F-gassen, waarvoor 1995 het referentiejaar is, nam de totale emissie met circa 60% af. De HFK- en PFK-emissies namen met respectievelijk 75% en 25% af in 2003 ten opzichte van 1995, terwijl de emissies van SF6 met 11% toenamen. De grootste wijzigingen in totale broeikasgasemissies in 2003 ten opzichte van 2002 worden veroorzaakt door toename van 3,1 Mton (1,7%) van de CO2-emissies, vooral van de streefwaardesectoren gebouwde omgeving (5%), industrie/energiesector (0,9%) en transportsector (2,0%), terwijl de emissies in de landbouw daalden (-2,2%). De methaanuitstoot is met 0,7 Mton CO2-eq. (4,2%) afgenomen (met name bij afval en landbouw). Ook de N2O-uitstoot is in 2003 met 0,7 Mton-CO2-eq. afgenomen (3,6%) (met name in landbouw en industriële procesemissies). Dit rapport bevat onder andere trendanalyses voor de emissies van broeikasgassen in de periode 1990-2003 en documentatie van gebruikte berekeningsmethoden, databronnen en toegepaste emissiefactoren. Ook worden de nationale broeikasgasemissies per streefwaardesector samengevat, zoals gebruikt in het Nederlandse nationale klimaatbeleid. Veel aandacht wordt dit jaar besteed aan de documentatie van de vele uitgevoerde herberekeningen.

      

    Auteurs:
    Klein Goldewijk, K., J.G.J. Olivier, J.A.H.W. Peters, P.W.H.G. Coenen en H.H.J. Vreuls

     

    Rapportnummer:
    RIVM Rapport 773201009

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: Nederlandse broeikasgasemissies 1990-2003 - Nationaal Inventarisatie Rapport 2005 (PDF)
      Neerslagcorrectiemethode voor provinciale nitraatgegevens

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Onderzoek naar de mogelijkheid om de correctiemethode van het RIVM aan te passen voor de provinciale meetnetten (RIVM en Iwaco).

    Nitraatconcentraties in bodemvocht en grondwater afkomstig uit 8 provinciale meetnetten zijn verzameld. Gemiddeld zijn er per provincie van vier jaar meetgegevens beschikbaar. Onderzocht is of de neerslagcorrectiemethode, die door het RIVM wordt gebruikt, aangepast kan worden voor de provinciale gegevens. De methode is bruikbaar als hiermee jaarlijkse variaties in gemeten nitraatconcentraties voornamelijk toegeschreven kunnen worden aan natuurlijke omstandigheden.

    Auteurs:
    Hendriks, B. en L.J.M Boumans

    Jaar van uitgave:
    2002


    Website: Neerslagcorrectiemethode voor provinciale nitraatgegevens (PDF)
      Nitraatconcentraties in het bovenste grondwater van de zandregio en de invloed van het mestbeleid

    Samenvatting:
    De nitraatconcentratie in het bovenste grondwater van landbouwbedrijven in de zandregio is tussen 1992 en 2009 met meer dan 50% afgenomen. Dit is het gevolg van maatregelen uit het mestbeleid.

    De nitraatconcentratie in het bovenste grondwater van landbouwbedrijven in de zandregio is tussen 1992 en 2009 met meer dan 50% afgenomen, van 150 tot 65 milligram per liter. Het stikstofoverschot is in deze periode met 50% afgenomen. Dit is het gevolg van maatregelen uit het mestbeleid, zoals de afname van het gebruik van dierlijke en kunstmest op de weilanden. De nitraatconcentratie is procentueel meer afgenomen dan het stikstofoverschot, waarschijnlijk doordat er minder koeien in de wei staan. Door beweiding met koeien komt er via hun mest meer nitraat in het grondwater dan wanneer deze mest in de stal wordt verzameld en daarna gelijkmatiger over de weide wordt verspreid.

    Dit blijkt uit een analyse van de resultaten van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het LMM is een meetnet van het RIVM en het LEI, onderdeel van Wageningen University and Research Centre, dat in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wordt uitgevoerd. Met het mestbeleid wordt gestreefd naar een nitraatconcentratie van minder dan 50 milligram per liter in het grondwater.

    Een bijkomend resultaat van dit onderzoek is dat de methode is verbeterd om beleidseffecten op de nitraatconcentratie in beeld te brengen voor de Nederlandse en Europese overheid. Dit komt vooral doordat nieuwe inzichten in de methode zijn verwerkt. Behalve het mestbeleid hebben veranderingen in het weer (jaarlijks neerslagoverschot) invloed op de gemiddelde nitraatconcentratie van de zandregio, evenals veranderingen in de jaarlijkse samenstelling van de groep landbouwbedrijven waar is bemonsterd. Hetzelfde geldt voor de jaarlijkse veranderingen van het areaal landbouwgrond per type landbouwbedrijf. Een statistische techniek, Residual Maximum Likelihood, houdt rekening met deze invloeden.

    Auteurs:
    Boumans, L.J.M. en B. Fraters

    Jaar van uitgave:
    2011

    Rapportnummer:
    680717020


    Website: Nitraatconcentraties in het bovenste grondwater van de zandregio en de invloed van het mestbeleid (PDF)
      Nulmeting CO2-uitstoot Rotterdam RCI

    Nulmeting CO2 ter bepaling van een concrete doelstelling van het Rotterdam Climate Initiative (RCI). DCMR participeert in RCI.

    Contactpersoon:
    Koldo Verheij
    Telefoon: 010 - 246 85 66


    Website: Nulmeting CO2-uitstoot Rotterdam RCI (PDF)
    Email: Koldo.verheij@dcmr.nl
      Nulmeting van het NSL-monitoringsprogramma

    Volledige titel:
    Nulmeting van het NSL-monitoringsprogramma: analyse van de uitgangssituatie van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit

    Samenvatting:
    Om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgezet. In dit programma werken de Rijksoverheid en decentrale overheden samen om te zorgen dat Nederland overal tijdig aan de grenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide zal voldoen. Bij het NSL is ook een monitoringsprogramma opgezet om het bereiken van dit doel te waarborgen. Belangrijk onderdeel hiervan is een informatie- en rekensysteem (Monitoringtool) dat met een jaarlijks actualisatieproces het halen van de grenswaarden inzichtelijk moet maken. Voorafgaand aan de start van de monitoring heeft het RIVM een analyse (nulmeting) van dit systeem uitgevoerd.

    Vooral vanwege de consistente aanpak heeft de Monitoringtool veel potentie. Desondanks liggen er nog belangrijke verbeterpunten om het daadwerkelijk een robuust systeem te maken. Ondanks de consistente aanpak hebben de berekeningen voor toekomstige jaren een relatief grote onzekerheid, vooral doordat de kwaliteit van de invoergegevens niet bekend is. De kwaliteit van deze locatiespecifieke invoergegevens is primair de verantwoordelijkheid van lokale overheden die deze aanleveren. Thans zijn niet alle relevante onderbouwingen van deze gegevens in het monitoringstraject beschikbaar. Hierdoor is het moeilijk om de kwaliteit van deze gegevens en de daarop gebaseerde rekenresultaten te beoordelen. Met de nu voorliggende combinatie van de Monitoringstool en de bijbehorende invoergegevens kan het RIVM de kwaliteit van de monitoringsresultaten niet objectief vaststellen. Als gevolg hiervan kunnen in de monitoring van het NSL geen conclusies aan deze resultaten worden verbonden. In dit rapport worden aanbevelingen gedaan om de kwaliteit van de invoergegevens te vergroten en daarmee de onzekerheid van het eindresultaat te verkleinen. Bij het opstellen van de eerste Monitoringrapportage wordt in meer detail naar de kwaliteit van de resultaten van de Monitoring worden gekeken.

    De Monitoringtool vormt een belangrijke invulling van het Aarhus protocol waarin toegang van burgers tot milieugegevens wordt geregeld. Het rekeninstrument dat de kern vormt van het monitoringsprogramma is onder grote tijdsdruk tot stand gekomen en is deels nog in ontwikkeling. Het RIVM kan daardoor op dit moment alleen concluderen dat de gebruikte rekenmethoden voldoen aan de technisch-inhoudelijk en wettelijke regels om de luchtkwaliteit te berekenen. Het goed werken van het gehele rekeninstrument (inclusief volledige database en website) kon slechts beperkt worden getest. Een algemene uitspraak hierover, en dus ook over de kwaliteit van de monitoringsresultaten, is in deze nulmeting dan ook niet mogelijk.

    Auteurs:
    Wesseling, J. en R. Beijk

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Nulmeting van het NSL-monitoringsprogramma (PDF)
      Omgevingsbalans Zeeland

    Samenvatting:
    In deze balans wordt teruggekeken op de laatste drie jaar waarin het Streekplan Zeeland, het Milieubeleidsplan 'Groen Licht' en het Waterhuishoudingsplan 'Samen Slim met Water' van kracht waren.

    In juni 2006 heeft Provinciale Staten het Omgevingsplan Zeeland 2006–2012 vastgesteld, waarin de ambities van de Provincie Zeeland voor ruimtelijke ontwikkeling, milieu en water voor deze periode zijn vastgelegd. De Omgevingbalans 2006 geeft de stand van zaken bij het begin van deze planperiode, de nulmeting. Daarmee is de balans de referentie voor de resultaten van het uitgezette beleid. Die resultaten zullen in ieder geval in 2009 aan de orde komen bij het opstellen van de balans in 2009, halverwege de planperiode.

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: Omgevingsbalans Zeeland 2009 (PDF)
      Onderzoek naar de kosten van de handhaving van de emissieplafonds voor provinciale wegen

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Deze rapportage geeft een beschrijving van het onderzoek naar de handhavingkosten van emissieplafonds (geluidsplafonds) langs provinciale wegen in Nederland. Het instellen van geluidsplafonds is een direct gevolg van de voorgenomen wijziging van de Wet geluidhinder (Modernisering Instrumentarium Geluidsbeleid, MIG). Inmiddels is deze wijziging van de wet anderszins actueel vanwege politieke ontwikkelingen in 2002 en 2003. Het onderhavige onderzoek is in 2001 gestart en kan zeker een handvat bieden voor de provincies om de voor hun rekening komende kosten bij toekomstige wetsaanpassingen gefundeerd in te schatten. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Inter Provinciaal Overleg (IPO), werkgroep Geluid. Het ministerie van VROM heeft dit onderzoek gefinancierd.

    Auteurs:
    Witte, J. en E.A. Vermaas

    Rapportnummer:
    L.2000.1379A

    Jaar van uitgave:
    2006


    Website: Onderzoek naar de kosten van de handhaving van de emissieplafonds voor provinciale wegen (PDF)
      Ontwikkelingen in het monitoren van de effectiviteit van de Nitraatrichtlijn Actieprogramma's: Resultaten van de tweede MonNO3-workshop

    Samenvatting:
    Vertegenwoordigers uit twaalf landen van de Europese Unie hebben gediscussieerd over hoe men het best de effecten van mestbeleid kan monitoren. Er zijn zowel overeenkomsten als verschillen in hoe men de effecten op de waterkwaliteit meet.

    Lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht om de waterkwaliteit en de effecten van hun mestbeleid daarop te monitoren en hierover te rapporteren aan de Europese Commissie. Uit een internationale workshop blijkt dat landen hun monitoringsverplichting verschillend invullen doordat voorschriften ontbreken. Een andere bevinding is dat de meeste landen de afgelopen zes jaar hebben geïnvesteerd in een uitbreiding van de monitoring van de waterkwaliteit. Deze uitbreiding kwam voort uit een discussie tussen de lidstaten en de Commissie over de wijze waarop het mestbeleid moet worden vormgegeven. Lidstaten proberen hun standpunten hierover te onderbouwen met aanvullende monitoring. Een andere reden voor een uitgebreidere monitoring is dat lidstaten die pas recentelijk bij de Unie zijn aangesloten, hun monitoringssysteem moeten aanpassen aan de richtlijnen.

    Het RIVM heeft de workshop in 2009 met het Deense Milieuonderzoeksinstituut (DMU), de Geologische Dienst voor Denemarken en Groenland (GEUS) en het LEI, onderdeel van de Wageningen UR, georganiseerd. Aan deze tweede MonNO3-workshop namen twaalf landen uit Noordwest- en Midden-Europa deel. De workshop richtte zich vooral op de ontwikkelingen sinds 2003, het jaar dat de eerste workshop heeft plaatsgevonden.

    De tweede workshop heeft, net als de eerste, eraan bijgedragen dat landen kennis en informatie over het monitoren van effecten van het mestbeleid uitwisselen. De workshop stimuleerde bijvoorbeeld de discussie over voor- en nadelen van gebruikte benaderingen van de waterkwaliteitsmonitoring. Daarnaast was er aandacht voor het gebruik van de monitoringsgegevens voor andere doeleinden dan de waterkwaliteitsmonitoring, bijvoorbeeld om maatregelen voor het mestbeleid te onderbouwen. Ten slotte stonden de deelnemers stil bij verbeteringen en uitbreidingen van meetnetten.

    Auteurs:
    Fraters, D., K. Kovar, R. Grant, L. Thorling en  J.W. Reijs

    Rapportnummer:
    680717019

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Ontwikkelingen in het monitoren van de effectiviteit van de Nitraatrichtlijn Actieprogramma\'s : Resultaten van de tweede MonNO3-workshop, 10-11 juni 2009 (PDF)
      Onzekerheidsanalyse van de NOx emissie van Nederlandse personenauto's in 1998

    Samenvatting:
    Bij besluitvorming over maatregelen op het gebied van emissie-reductie zijn niet alleen gegevens over emissies nodig maar ook over de onzekerheid daarvan. Dit rapport beschrijft een studie naar het gebruik van gestructureerde expertbevraging bij onzekerheidsanalyse van de NOx-emissies uit personenauto's. Experts van verschillende Nederlandse onderzoeksinstituten zijn bevraagd over prestatiegegevens (emissie-factoren) en volumegegevens (kilometrages). De totale populatie onzekerheid is berekend door het opschalen van de onzekerheid van individuele auto's door Monte Carlo simulaties. In de berekening is expliciet onderscheid gemaakt tussen variabelen die inherent variabel zijn (aleatorische onzekerheid) en variabelen die onzeker zijn vanwege een gebrek aan kennis (epistemische onzekerheid). Het kleinste 95% betrouwbaarheidsinterval werd verkregen voor de TNO-CBS expert (-12% tot +15%), en het grootste interval voor de RIVM expert (-35% tot +51%). De combinatie van experts (decision-makers [DM] genoemd in deze methode) kreeg intervallen van -30% tot +41% (DM voor propagatie) en van -46% tot +81% (DM na aggregatie). Het gebruik van expert bevraging bleek arbeidsintensief en er is veel discussie over het wel of niet combineren van expert antwoorden. Het gebruik van deze methode moet daarom goed onderbouwd worden, en moet zich richten op de meest gevoelige en controversiële parameters.

     

     Auteurs:
    Van Oorschot, M.M.P., B.C.P. Kraan, R.M.M. van den Brink, P.H.M. Janssen en R.M. Cooke

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 550002004

     

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Onzekerheidsanalyse van de NOx emissie van Nederlandse personenauto's in 1998 (PDF)
      Op weg met aardgas en biobrandstof. Verbetering luchtkwaliteit door alternatieve transportbrandstoffen

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De druk om de luchtkwaliteit te verbeteren, klimaatverandering tegen te gaan en afhankelijkheid van olie te beperken wordt snel groter. Door verschillende partijen bij overheid, auto-industrie en energieleveranciers, maar ook door verschillende landen wordt daarom ingezet op alternatieve transportbrandstoffen. Aardgas, biogas en (vloeibare) biobrandstoffen spelen daarbij op dit moment de hoofdrol.

    Provinciale en gemeentelijke spelers kunnen vaak door gebrek aan informatie niet beargumenteerd kiezen tussen de verschillende mogelijkheden. Daarbij komt dat het veld van alternatieve transportbrandstoffen dusdanig snel in beweging is, dat een volledig uitgekristalliseerd toekomstbeeld nog niet te geven is. Gevolg is dat een versnippering aan oplossingen optreedt waardoor onvoldoende schaalgrootte wordt bereikt om het kip-ei probleem, “geen aanbod dus geen vraag en geen vraag dus geen aanbod”, te doorbreken. Vandaar de vraag van Interprovinciaal Overleg (IPO) of het niet mogelijk is om een set “no regret-maatregelen” te identificeren, die voor ieder of een zo groot mogelijk aantal van de opties zinvol zijn. Zodat de kansen maximaal worden benut en er later geen ontwikkelingen worden vertraagd of investeringen verloren gaan.

    Dit boekje wil daarom de meest actuele achtergronden, toekomstvisies, overwegingen en ervaringen geven, zodat medewerkers bij provincies en gemeenten beter keuzes kunnen maken. De inhoud van dit boekje is tot stand gekomen op basis van bestaande literatuur en een uitgebreide serie gesprekken met mensen in het veld. Zowel aan de kant van de leveranciers (brandstoffen, auto-industrie en toeleveranciers) als bij provincies en gemeenten. Door de beperkte omvang is het onmogelijk alle informatie weer te geven. Dit boekje tracht “de rode draad” te schetsen.

    Auteurs:
    Hemmes, K., L. van der Ham-Hulten, P. Tanja en H. Wijnants (DHV)

    Jaar van uitgave:
    2007


    Website: Op weg met aardgas en biobrandstof. Verbetering luchtkwaliteit door alternatieve transportbrandstoffen (PDF)
      Op weg naar een bruikbare dosis effect relatie voor geur

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De werkwijze voor het bepalen van dosis effect relaties voor geur moet worden aangepast, doorontwikkeld en vooral vergaand gestandaardiseerd, om het in lokale situaties bepalen van het acceptabele hinderniveau optimaal te faciliteren.

    Dat is de voornaamste conclusie van het onderzoek dat in opdracht van het Interprovinciaal Overleg (IPO) door OpdenKamp adviesgroep, Fastadvies en de Universiteit Utrecht is uitgevoerd. Deze conclusie wordt gedeeld door de begeleidingscommissie die uit vertegenwoordigers van de meest betrokken overheden, het bedrijfsleven, adviesbureau’s en kennisinstituten bestond. Met deze conclusie wordt niet aan de oorspronkelijke verwachting van het IPO tegemoet gekomen. Dit was al bij de start van het project onderkend en daarom verwerkt in de opzet van het onderzoek. Het is nog te vroeg om goede, eenduidige dosis effect relaties op te stellen en beschikbaar te krijgen voor de uitvoeringspraktijk.

    Auteurs:
    Van Belois, H., E. Dönszelmann, T. Fast en M. Smeets (OpDenKamp Adviesgroep)

    Rapportnummer:
    IP-DER-06-39

    Jaar van uitgave:
    2006


    Website: Op weg naar een bruikbare dosis effect relatie voor geur (PDF)
      Openbaarmaking van milieu-informatie

    Samenvatting:
    Dit rapport bevat een evaluatie van de uitvoering van verplichtingen uit het Aarhus-verdrag en van richtlijn 2003/4/EG.

    Dit rapport is geproduceerd in het kader van de Structurele Evaluatie Milieuwetgeving (STEM). Dit programma wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VROM.

     

    Jaar van uitgave:
    2009

     


    Website: Openbaarmaking van milieu-informatie (PDF)
      Oplossingsrichtingen nazorg bodemsanering

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Oplossingsrichtingen nazorg bodemsanering. "Hoe om te gaan met nazorg bij bodemsaneringsprojecten"

    Samenvatting:
    Het doel van deze rapportage is het geven van mogelijke oplossingsrichtingen om de nazorg bij bodemsaneringen optimaal te borgen. De doelgroep bestaat primair uit de medewerkers van provincies. De rapportage is vanuit dezelfde bevoegde gezagtaken ook te gebruiken voor gemeenten. Op veel plaatsen waar sprake is van ‘provincie’ kan ook ‘gemeente’ worden gelezen. De rapportage is ook bruikbaar voor andere belanghebbenden.

    Auteurs:
    Heijer, R.P., J.P. de Poorter, M.A.W. Koning en M.M.J.B.E. Peeman

    Rapportnummer:
    13/99048678/RH

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: Oplossingsrichtingen nazorg bodemsanering (PDF)
      Opties voor een nitraatdieptemeetnet voor het meten van nitraat in de bovenste vijf meter van het grondwater

    Volledige titel:
    Opties voor een nitraatdieptemeetnet voor het meten van nitraat in de bovenste vijf meter van het grondwater. Technische uitwerking motie Koopmans van 22 april 2009

    Samenvatting:
    Het is mogelijk een eventuele afname van de nitraatconcentratie in de bovenste vijf meter van het grondwater onder landbouw op zand- en dalgronden vast te stellen in een meetnet met 450 tot 1200 grondwaterputten (een nitraatdieptemeetnet). Het precieze aantal putten is afhankelijk van de nauwkeurigheid die het beleid vraagt en van de mogelijkheid om bij voldoende landbouwbedrijven te kunnen meten. Om te kunnen verklaren of de nitraatconcentratie al dan niet met de diepte afneemt, zijn behalve deze basismetingen uitgebreidere metingen nodig bij circa 75 tot 100 van deze putten. Dit blijkt uit onderzoek naar aanleiding van de motie-Koopmans van 22 april 2009. Deze motie verzoekt om, aanvullend op de huidige RIVM-metingen in de bovenste meter van het grondwater, de nitraatconcentraties in de tweede tot en met de vijfde meter te modelleren en te meten.

    Auteurs:
    Fraters, B., G.L. Velthof, H.P. Broers, P. Groenendijk, L.J.M. Boumans, J.W. Reijs en B.G. van Elzakker

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 680717011

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Opties voor een nitraatdieptemeetnet voor het meten van nitraat in de bovenste vijf meter van het grondwater (PDF)
      Optimalisatie Ecologische Hoofdstructuur

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Optimalisatie Ecologische Hoofdstructuur. Ruimte, milieu en watercondities voor duurzaam behoud van biodiversiteit

    Samenvatting:
    Op verzoek van de ministeries van VROM en LNV heeft het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) onderzocht wat de knelpunten zijn op het gebied van ruimte, milieu en water voor een duurzaam behoud van biodiversiteit en in welke richting naar optimalisatie kan worden gezocht.

    Auteurs:
    Lammers, G.W., A. van Hinsberg, W. Loonen, M.J.S.M. Reijnen en M.E. Sanders

    Rapportnummer:
    Milieu- en Natuurplanbureau rapport nr. 408768003

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: Optimalisatie Ecologische Hoofdstructuur (PDF)
      Opzet interprovinciale indicatorenset voor Milieu, Water, Landbouw en Natuur

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Opzet interprovinciale indicatorenset voor Milieu, Water, Landbouw en Natuur: resultaten van het project ontwikkeling en actualisering interprovinciale indicatorenset.

    Samenvatting:
    In 1997 is gestart met de samenstelling van een interprovinciale monitoringrapportage op het gebied van het milieubeleid en dit is jaarlijks herhaald. Het werkproces en de inhoud van de rapportages is sindsdien stapsgewijs verbeterd. De ICM (Interprovinciale Commissie Monitoring) heeft dit jaar een visie op monitoring en evaluatie ontwikkeld om daarmee een meer gestuurde en planmatige ontwikkeling in de interprovinciale monitoring en evaluatie te kunnen realiseren. Deze visie is medio dit jaar goedgekeurd door de brede overleg- en adviesgroep MWNL.

    Auteurs:
    Van Grunsven Latour

    Jaar van uitgave:
    2002 


    Website: Opzet interprovinciale indicatorenset voor Milieu, Water, Landbouw en Natuur (PDF)
      Opzet monitoring Nederlandse prioritaire stoffen

    Samenvatting:
    Het RIVM zoekt naar manieren om meer zicht te krijgen op emissies en milieuconcentraties van chemische stoffen waarover Nederland niet verplicht is te rapporteren. Het instituut heeft geinventariseerd wat bekend is over de uitstoot van schadelijke chemische stoffen in Nederland en over de concentraties ervan in het milieu. Europese wetgeving verplicht lidstaten om gegevens over emissies van een aantal van deze zogeheten Nederlandse prioritaire stoffen naar lucht, water en bodem beschikbaar te hebben.

    Van de meeste stoffen waarvan de emissies moeten worden gerapporteerd, is dat het geval. Van een aantal stoffen waarover het niet verplicht is te rapporteren, zijn de emissies en de concentraties in het milieu niet goed bekend (D-stoffen). Dit betreft vooral stoffen die geen eenduidige bron hebben (diffuse bronnen). Voorbeelden zijn enkele gewasbeschermingsmiddelen en gechloreerde paraffines, die onder andere als vervangers van pcb's in de metaalindustrie worden gebruikt en als weekmakers in plastic.

    Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VROM. Aanleiding is de voortgangsrapportage van VROM over het milieubeleid voor Nederlandse prioritaire stoffen, die naar verwachting in 2011 verschijnt. In deze rapportage staat onder andere de status van prioritaire stoffen vermeld (A-stof: de milieuconcentratie is problematisch, B-stof: de milieuconcentratie is minder problematisch, C-stof: de milieuconcentratie is niet problematisch). Het is de bedoeling om in 2011 van alle Nederlandse prioritaire stoffen te weten of de milieuconcentratie problematisch is of niet. Het RIVM geeft in het onderzoek aan wat nodig is om deze kennis te verkrijgen. Zo is meer inzicht nodig in de emissies en milieuconcentraties van D-stoffen. Daarvoor houdt het bedrijfsleven in 2010 een enquete waarin de industrie wordt gevraagd welke D-stoffen substantieel worden uitgestoten. Als daaruit blijkt dat nog onbekende stoffen substantieel worden uitgestoten, kunnen ze eventueel aan het monitoringsprogramma worden toegevoegd.

    Auteur:
    H.J. van Wijnen

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 607793002

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: Opzet monitoring Nederlandse prioritaire stoffen (PDF)
      Opzet van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid voor 2004 en daarna

    Volledige titel:
    Opzet van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid voor 2004 en daarna - Uitbreiding van LMM voor onderbouwing van Nederlands beleid en door Europese monitorverplichtingen.

    Samenvatting:
    De effectiviteit van Nederlandse mestbeleid wordt gemonitord met een speciaal hiervoor ontwikkeld meetprogramma, namelijk het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM). Per 2004 is de meetinspanning sterk toegenomen om aanvullende beleidsvragen te kunnen beantwoorden alsook om te kunnen voldoen aan Europese meetverplichtingen. Dit rapport beschrijft het meetprogramma voor 2004 en daarna en onderbouwt de bij de inrichting gemaakte keuzen.

    Auteurs:

    Fraters, B. en L.J.M. Boumans

     

    Rapportnummer:
    RIVM Rapport 680100001

     

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: De opzet van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid voor 2004 en daarna (PDF)
      Overijssels Feit

    Overijsels Feit is een periodieke publicatie die circa 15 keer per jaar verschijnt. In Overijssels Feit worden onderwerpen behandeld op het gebied van maatschappelijke ontwikkeling, die relevant zijn voor het beleid van de provincie Overijssel.


    Website: Overijssels Feit (PDF)
      Overzicht borgingsmogelijkheden voor milieu in ruimtelijke planvorming

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Kwaliteit is belangrijk bij de vormgeving van onze omgeving. Veelvuldig wordt de vraag gesteld hoe een duurzame of milieukwaliteit kan worden geborgd in de ruimtelijke planvorming. Deze brochure geeft aan op welke manier milieumaatregelen kunnen worden verankerd met behulp van ruimtelijke instrumenten. De brochure is een bijlage van de publicaties ‘Milieu in ruimtelijke plannen’ voor de gemeente en voor de provincie. Daarin staan de ruimtelijke instrumenten in de context van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) / Besluit ruimtelijke ordening (Bro) centraal. Deze brochure stelt de milieuthema’s centraal en is een update van de VROM-publicatie ‘Duurzame stedenbouw in bestemmingsplannen’ uit 1999. Voor de lijst van duurzame maatregelen is gebruik gemaakt van ‘Bouwstenen voor een duurzame stedenbouw’ van VNG, SEV en Novem uit 1996, ‘Nationaal pakket duurzame stedenbouw’ uit 1999 van het Nationaal Dubo Centrum en ervaring uit de praktijk.

    Auteurs:
    Rothengatter, R. en R. Mathijsen

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: Overzicht borgingsmogelijkheden voor milieu in ruimtelijke planvorming (PDF)
      Overzicht van onderzoek naar automatische meetmethoden voor het vaststellen van fijn stof

    Samenvatting:
    Dit rapport beschrijft de 'stand der techniek' van meetmethoden voor het vaststellen van de concentratie zwevende deeltjes in de troposfeer, gericht op de fijne fractie, de zogenaamde PM2,5-fractie. De beschrijving van de prestaties van de meetmethoden volgens de huidige stand van de techniek is gebaseerd op een literatuurstudie en op eigen ervaringen van de deelnemende instituten. De studie richt zich op de vergelijkbaarheid van de automatische meetmethoden met de standaardmethode (referentie). Het is de wens van de betrokken meetinstanties om de ervaringen met PM2,5-meetmethoden te inventariseren en om onderling de meetstrategie af te stemmen. Een zorgvuldige selectie van een PM2,5-meetmethode is daarbij van belang.

    Doel van het rapport is de betrokken meetinstanties te ondersteunen met een overzicht van de prestaties van verschillende meetmethoden. Daarnaast draagt het rapport bij tot het proces van normaliseren en/of harmoniseren van meetmethoden.

     

    Auteurs:
    Van Arkel, F.T., P.J. Kummu, J.P.L. van Loon, A. van der Meulen, M. Severijnen en J.H. Visser

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 680708004

     

    Jaar van uitgave:
    2007

     


    Website: Overzicht van onderzoek naar automatische meetmethoden voor het vaststellen van fijn stof (PDF)
      Peiling Milieuhinder

    Rapportage over de milieuhinder in de provincie Utrecht in 2007. De rapportage geeft de resultaten weer van het onderzoek naar de hinderbeleving  van burgers in de leefomgeving. Het onderzoek wordt om de vier jaar uitgevoerd.


    Website: Peiling Milieuhinder (bestellen)
    Email: Geert.janssen@provincie-utrecht.nl
      PIE-EXCEL Platform voor Integrale Energie- en emissieverkenningen. Technische beschrijving

    Samenvatting:
    Dit rapport beschrijft het informatiesysteem genaamd Platform voor Integrale Energie- en emissieverkenningen (PIE). Omdat het RIVM en ECN een grote overlap hebben op het terrein van energie en emissies werken zij gezamenlijk aan de ontwikkeling en het gebruik van het Platform voor Integrale Energie- en emissieverkenningen. PIE dient bij te dragen aan enerzijds het vastleggen van gezamenlijke informatie en anderzijds aan flexibeler, sneller en inzichtelijker beantwoorden van beleidsvragen. Dit rapport geeft allereerst een beschrijving van de historie en het doel van PIE. Vervolgens wordt het conceptuele model uitgelegd. De toepassing van het conceptuele model in Excel en de daarmee samenhangende rekenregels worden toegelicht en als laatste wordt afgesloten met een beschrijving van de te nemen vervolgstappen.


    Auturs:
    Gijsen, A., R.A. van den Wijngaart en B.W. Daniels

     

    Rapportnummer: 

    RIVM Rapport 773001029

     

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: PIE-EXCEL Platform voor Integrale Energie- en emissieverkenningen. Technische beschrijving (PDF)
      PM10 in Nederland. Rekenmethodiek, concentraties en onzekerheden

    Samenvatting:
    Europese richtlijnen bevatten grenswaarden om de effecten van luchtverontreiniging op de gezondheid van de mens te beperken. De luchtkwaliteit in Nederland moet sinds 2005 aan deze grenswaarden voldoen. In 2005 zijn de PM10-grenswaarden plaatselijk overschreden. In Nederland vormen zowel metingen als modelberekeningen de basis voor de vaststelling of grenswaarden al dan niet worden overschreden. De metingen en modelberekeningen van fijn stof en de onzekerheid daarin hebben extra aandacht genoten sinds de grenswaarden voor fijn stof in 2005 van kracht zijn geworden. Dit achtergrondrapport behandelt de methodiek en onzekerheden waarmee PM10-kaarten voor Nederland worden gemaakt. Het rapport beoogt de vastlegging van feiten en onzekerheden rond modelberekeningen en metingen van fijn stof. Verder wordt aangegeven welke ontwikkelingen van modelberekeningen en metingen de nauwkeurigheid van fijnstofconcentraties kunnen verbeteren.

     

    Auteurs:
    Matthijsen, J. en H. Visser

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 500093005

     

    Jaar van uigave:
    2006


    Website: PM10 in Nederland. Rekenmethodiek, concentraties en onzekerheden (PDF)
      PM10: Validatie en equivalentie 2006

    Samenvatting:
    In het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) wordt op diverse locaties in Nederland fijnstof (PM10) concentraties gemeten. Om de kwaliteit van deze metingen te waarborgen zijn in 2006 een tweetal grote activiteiten ondernomen.

     

    Als eerste zijn de procedures, meetconfiguraties en instellingen in het meetnet grondig doorgelicht. De bevindingen van de doorlichting van het meetnet hebben geleid tot een hervalidatie. Het effect van deze hervalidatie op de metingen is gering, maar heeft wel geleid tot een vermindering van de meetonzekerheid.

     

    De tweede activiteit is het uitgevoerde equivalentieonderzoek. In dit onderzoek is de gelijkwaardigheid tussen de automatische PM10-metingen in het LML en de door de EU voorgeschreven referentiemethode aangetoond. Aan de hand van dit onderzoek is voor de PM10-metingen een nieuwe en nauwkeurigere kalibratie bepaald zodat niet langer de interim kalibratiefactor van de EU toegepast hoeft te worden. Het aantonen van de equivalentie tussen de automatische meetmethode en de referentiemeetmethode is volledig gebaseerd op de aanbevelingen die de Clean Air For Europe (CAFE) steering group begin 2006 heeft vastgesteld zodat Nederland geheel conform de Europese voorschriften werkt.

     

    In het equivalentieonderzoek zijn kalibratiefuncties voor verschillende apparaattypen voor regionale en stedelijke locaties bepaald. De consequentie voor de jaargemiddelden van regionale stations na 2003, die gebruikt zijn voor de Generieke Concentraties voor Nederland (GCN-kaarten) in 2006, is een daling van minder dan 1 mug/m3.

    Met de hervalidatie van meetdata en de resultaten van het equivalentieonderzoek zijn onzekerheden in de PM10-metingen verkleind en voldoen de metingen aan de gestelde kwaliteitseisen.

     

    Auteurs:
    Beijk, R., R. Hoogerbrugge, T.L. Hafkenscheid, F.T. van Arkel, G.C. Stefess, A. van der Meulen, J.P. Wesseling, F.J. Sauter en R.A.W. Albers

     

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 680708001

     

    Jaar van uitgave:
    2007

     


    Website: PM10: Validatie en equivalentie 2006 (PDF)
      Praktijkmogelijkheden geluidmetingen luchtvaart in het buitengebied van Schiphol

    Samenvatting:

    Correcte herkenning van het type geluid blijkt een noodzakelijke en tevens voldoende voorwaarde te zijn om trends in de geluidbelasting in het buitengebied via doorlopende, onbemande metingen te kunnen monitoren. Een ondergrens voor de te monitoren geluidbelasting ligt tussen de 40 en 45 dB(A) Lden. Dit zijn de conclusies uit een onderzoek waarin metingen zijn verricht aan luchtvaartgeluid op drie lokaties in het buitengebied van luchthaven Schiphol. Het betrof een praktijkstudie naar de mogelijkheden om in het buitengebied bij relatief lage geluidbelasting op grote afstand van de luchthaven de bijdrage van vliegtuigen te monitoren. Op elke meetlocatie zijn gedurende een maand lang doorlopend geluidmetingen verricht met verschillende meetsystemen. Bij elke vliegtuigpassage zijn gelijktijdig het geluidniveau en de passagetijd geregistreerd. Na elke meetperiode zijn de passagetijden vergeleken met berekende passagetijden gebaseerd op de vluchtgegevens. 


    Auteurs:

    Jabben, J. en C. Potma

     

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 680001001

     

    Jaar van uitgave:

    2005


    Website: Praktijkmogelijkheden Geluidmetingen Luchtvaart in het buitengebied van Schiphol (PDF)
      Prioritaire stoffen in het milieu. Analyse van de milieudruk en -kwaliteit in Nederland over de periode 1990 - 2005

    Samenvatting:
    De afgelopen vijftien jaar is de problematiek over de aanwezigheid van prioritaire stoffen in het Nederlandse milieu afgenomen. De milieudruk (emissies van schadelijke stoffen naar lucht, water en bodem) is afgenomen en de milieukwaliteit (concentraties van schadelijke stoffen in het milieu) is verbeterd. Voor een aantal stoffen is het verbetertempo echter te laag om de beleidsdoelstellingen in 2010 te kunnen halen. Prioritaire stoffen zijn milieuschadelijke stoffen, die in het milieubeleid met voorrang worden behandeld en waarvoor beleidsdoelstellingen voor het jaar 2010 zijn opgesteld. Er zijn nog steeds stoffen waarvan de emissies hoger zijn dan het voor 2010 gestelde maximum. Ook zijn concentraties nog vaak hoger dan de gestelde streefwaarden, die vanaf 2010 niet meer mogen worden overschreden. Dit blijkt uit het verloop van berekende milieudruk- en milieukwaliteitsindicatoren. Met dergelijke indicatoren wordt getalsmatig uitgedrukt hoever de huidige milieudruk en milieukwaliteit afwijken van de beleidsdoelstellingen ('distance to target'). Wat betreft emissie blijkt dat vooral voor cadmium het emissieplafond naar lucht, water en bodem wordt overschreden. Voor de zware metalen koper en zink is vaak de uitstoot naar water en bodem te hoog. Concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxiden, koolmonoxide, lood en ozon in lucht liggen vaak boven de streefwaarden. Dit geldt ook voor concentraties van koper in oppervlaktewater. In het grondwater liggen de concentraties van chroom, cadmium en nikkel regelmatig boven de streefwaarden.


    Auteurs:
    Sterkenburg, A., J. Bakker en H.A. den Hollander

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 607880005

     

    Jaar van uitgave:

    2006


    Website: Prioritaire stoffen in het milieu. Analyse van de milieudruk en -kwaliteit in Nederland over de periode 1990 - 2005 (PDF)
      Procesevaluatie provinciale EU-geluidsbelastingskaarten en actieplannen

    Samenvatting:
    Alle provincies hebben in het kader van de EU-richtlijn Omgevingslawaai een geluidbelastingskaart gemaakt en op basis hiervan een actieplan opgesteld waarin maatregelen worden omschreven om de geconstateerde knelpunten op te lossen. In deze studie is een evaluatie opgesteld naar het totstandkomen van de geluidskaarten en actieplannen. Op basis van de evaluatie zijn conclusies en aanbevelingen gedaan waarmee het opstellen en/of actualiseren van deze producten kan worden vereenvoudigd en/of verbeterd ten behoeve van de 2e tranche.

    Rapportnummer:
    IPO004/Plm/0087

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: Procesevaluatie provinciale EU-geluidsbelastingskaarten en actieplannen (PDF)
      Productencatalogus Netwerk Ecologische Monitoring

    Samenvatting:
    De Gegevensautoriteit Natuur spant zich in om het gebruik van natuurgegevens te vergroten. Als één van haar eerste activiteiten heeft de Gegevensautoriteit Natuur samen met het CBS deze productencatalogus gemaakt om te laten zien wat het NEM voor overheidspersoneel kan betekenen.

    De catalogus geeft een overzicht van de Meetnetten in het NEM en van de Informatieproducten die daarmee worden gemaakt. Ook nieuwe wensen zijn mogelijk. Potentiële nieuwe gebruikers worden hierbij van harte uitgenodigd om te kijken of de informatie uit het NEM bruikbaar is of kan worden. De Gegevensautoriteit Natuur staat daarmee ook open voor vernieuwen of uitbreiden van meetnetten.

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: Productencatalogus Netwerk Ecologische Monitoring (PDF)
    Email: l.vanduuren@cbs.nl
      PRoject IMplementatie Aarhus (PRIMA). Milieuinfo Fase 1

    Samenvatting:
    Het project Implementatie Aarhus (PRIMA) beoogt de uitvoering van het Verdrag van Aarhus door middel van implementatie van Richtlijn 2003/4/EG (toegang tot milieu-informatie) voor de betrokken overheden zo goed mogelijk te structureren en te faciliteren.

    De overheden verschaffen milieu-informatie op verzoek (passieve openbaarheid) en verspreiden de informatie actief met het oog het publiek te bereiken. Met het Verdrag van Aarhus en de Richtlijn 2003/4/EG verandert de bestaande Nederlandse en Europese regelgeving.

    Jaar van uitgave:
    2004


    Website: PRoject IMplementatie Aarhus (PRIMA). Milieuinfo Fase 1 (PDF)
      Protocol voor de beoordeling van de chemische toestand van grondwaterlichamen. Een theoretisch concept

    Samenvatting:
    Dit protocol is een voorschrift voor de grondwaterbeheerders in Nederland, waarmee op eenduidige wijze de beoordeling van de chemische toestand van grondwaterlichamen kan worden uitgevoerd. Dit is niet het definitieve protocol. In 2008 zal dit theoretische concept worden getoetst aan de praktijk en de knelpunten die in dit protocol staan aangegeven zullen nader worden onderzocht en uitgewerkt.


    Auteurs:
    Zijp, M.C., P. van Beelen, L.J.M. Boumans, A.C.M. de Nijs, W. Verweij en S. Wuijts

     

    Rapportnummer:

    RIVM briefrapport 607300008

     

    Jaar van uitgave: 

    2008


    Website: Protocol voor de beoordeling van de chemische toestand van grondwaterlichamen. Een theoretisch concept (PDF)
      Protocollen bioassays

    Samenvatting:
    Het RIVM heeft met de Waterdienst van Rijkswaterstaat (voorheen RIZA: Rijksintituut voorZoetwaterbeheer en Afvalwaterzuivering) een alternatieve methode ontwikkeld om de effecten van giftige stoffen in oppervlaktewater te meten. Met deze methode is eenvoudig te achterhalen of toxische stoffen de oorzaak zijn als ecologische doelen, die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water, niet worden gehaald. Ook is de methode geschikt om bronnen van toxische stoffen te identificeren. Van oudsher worden hiervoor vooral chemische technieken ingezet. Die hebben als nadeel dat ze slechts een klein deel van het grote aantal chemicaliën in oppervlaktewater kunnen meten.

    De methode werkt met zogeheten bioassays. Hiervoor wordt de reactie van vijf soorten organismen gepeild op het te onderzoeken water. Bij een reactie kan desgewenst uitgezocht worden welke stof hiervan de oorzaak is. Met de methode is ook het versterkende effect van meerdere stoffen bij elkaar te achterhalen.

    Een ander voordeel wordt behaald met een voorbehandeling met hars, waarmee de verontreiniging wordt geconcentreerd. Hierdoor is een korte test even effectief als een langlopende, en dus duurdere test, ook als het water niet acuut toxisch is. Natuurlijke factoren die de toxiciteit van water beïnvloeden zijn bovendien met deze methode uitgeschakeld. Wel blijft de toxiciteit van metalen en een beperkt deel van de organische stoffen buiten beeld.

    In het rapport "Toxicity measurements in concentrated water samples. Evaluation and validation.", staat de methode beschreven. De protocollen voor de uitvoering van de bioassays staan in "Protocols belonging to the report Toxicity measurements in concentrated water samples". Dit zijn technische beschrijvingen van hoe deze testen door RIVM worden uitgevoerd. Belangstellenden kunnen nu deze testen op exact dezelfde manier uitvoeren met behulp van dit naslagwerk.

    De rapporten:

    Toxicity measurements in concentrated water samples. Evaluation and validation
    Durand, A.M., S. Rotteveel, M.T. Collombon, E. van der Grinten, J.L. Maas en W. Verweij (2009)

    Protocols belonging to the report 'Toxicity measurements in concentrated water samples'
    Verweij, W., A.M. Durand, J.L. Maas en E. van der Grinten (2010)

     

      Protocollen voor meting van emissies

    In opdracht van de ministeries van EZ, EL&I en I&M heeft Wageningen UR Livestock Research een studie uitgevoerd naar geschikte meetprotocollen voor het bepalen van emissies van verschillende milieucomponenten uit stallen in de veehouderij. De meetprotocollen bevatten de meest recente inzichten in het meten van milieucomponenten uit huisvestingssystemen. Om de noodzakelijke verbeteringen aan de hand van voortschrijdende kennis en ervaringen te kunnen doorvoeren, zullen deze meetprotocollen met enige regelmaat worden herzien.


    Website: Wageningen UR Livestock Research (Webpage)
    Email: info.livestockresearch@wur.nl
      Provinciale verspreidingsatlassen libellen

    Voor de vier provincies Friesland, Drenthe, Overijssel en Zeeland zijn al dan niet voorlopige verspreidingsatlassen voor libellen uitgebracht.

      Provincie Op Maat 2007

    Provincie Op Maat 2007 is de tweede editie in de provinciale serie waarbij voor elke provincie een afzonderlijke publicatie is gemaakt. Het is een hulpmiddel om snel kerncijfers van de provincie en alle gemeenten binnen die provincie te vergelijken en het is dan ook waardevol voor iedereen die met de provincie te maken heeft.


    Website: Provincie Op Maat (website CBS)
    Email: info@cbs.nl
      Provincies en gebiedsontwikkeling binnen een veranderend stelsel van omgevingsrecht

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De huidige ontwikkelingen in het omgevingsrecht en de voortdurende discussie over de rol van de provincie waren voor het IPO aanleiding om zich te beraden op de toekomstige gewenste rol van de provincies in het omgevingsrecht. Wat zijn de mogelijke en gewenste rollen en posities van provincies binnen het veranderend stelsel van omgevingsrecht? En hoe die rollen en posities te krijgen?

    Auteurs:
    Papa, O., D. Hanemaayer en M. Verboven

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Provincies en gebiedsontwikkeling binnen een veranderend stelsel van omgevingsrecht (PDF)
      Prozon en Propart - statistische modellen voor smogprognose

    Samenvatting:
    Het rapport beschrijft 2 statistische smogmodellen die begin jaren negentig zijn ontwikkeld ten behoeve van de dagelijkse smogverwachting die het RIVM uitbrengt. Voor ozon is dit het model Prozon, in gebruik sinds 1992. Het model Propart, dat een verwachting geeft voor PM10 (fijn stof), is in de huidige vorm in gebruik sinds 1998. De centrale rekenregel waarmee een prognose wordt uitgebracht is steeds dezelfde. De concentratie in de toekomst is de concentratie van het heden, vermenigvuldigd met een correctiefactor. Deze correctiefactor wordt afgeleid uit statistieken van luchtkwaliteitsmetingen uit het verleden, waarbij omstandigheden als stationstype, seizoen en de verwachte weersverandering identiek zijn aan de situatie waarvoor de prognose wordt gemaakt. Deze statistische modellen zijn vervaardigd met het softwarepakket Creamod, ontwikkeld op het RIVM (Noordijk 2003). Dit pakket bestaat uit een aantal modules waarmee zeer snel luchtkwaliteitsmodellen kunnen worden gedefinieerd, vervaardigd en getoetst. Een werkend model bestaat uit de rekenstructuur die Creamod en definitiebestand waarin de structuur van het model is vastgelegd en statistiekbestanden waarin de correctiefactoren zijn opgeslagen.

     

    Auteur:
    H. Noordijk

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 725301012

     

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Prozon en Propart - statistische modellen voor smogprognose (PDF)
      Quick-scan risico's van bestrijdingsmiddelen in grondwaterbeschermingsgebieden

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Bestrijdingsmiddelen in het grondwater staan volop in de belangstelling. In de afgelopen jaren is het generieke beleid aangepast, zijn meer metingen beschikbaar gekomen en wordt nagedacht over extra te nemen maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water. Dit was aanleiding voor het Interprovinciaal Overleg (IPO) om het project ‘Inventarisatie problematiek van bestrijdingsmiddelen in Nederlandse grondwaterbeschermingsgebieden’ op te nemen in het Programma IPO Strategische Milieu Agenda (PRISMA) 2006. Onderdeel van dit project is een quick-scan naar de risico’s van uitspoeling van bestrijdingsmiddelen in grondwaterbeschermingsgebieden. In het voorliggende rapport heeft Royal Haskoning in opdracht van IPO deze quick-scan uitgewerkt. Dit rapport moet de provincies ondersteunen bij het uitwerken van hun beschermingsbeleid ten aanzien van bestrijdingsmiddelen.

    Auteurs:
    Arts, M.P.T., A. Krikken, F.Th. Verhagen en A.J. Otte

    Rapportnummer:
    9S0497.A0

    Jaar van uitgave:
    2006

    Download (PDF):
    Rapport
    Bijlage 1a
    Bijlage 1b

      Radioactiviteit in het Nederlandse milieu: Resultaten in 2008

    Samenvatting:
    Volgens het Euratom-verdrag uit 1957 moeten alle lidstaten van de Europese Unie jaarlijks de hoeveelheid radioactiviteit in het milieu meten. Ook in 2008 heeft Nederland aan deze verplichting voldaan. Sinds 2000 kent Euratom aanbevelingen om de metingen volgens een bepaald stramien uit te voeren, lidstaten zijn echter niet verplicht deze na te leven. Nederland voldeed in 2008 aan alle Europese aanbevelingen, met uitzondering van de bepaling van strontium-90 in voedsel. De metingen in lucht en omgeving lieten een normaal beeld zien. Polonium-210 in depositie gaf het hoogste niveau sinds 1993 (twee keer zo hoog als normaal). Dit kan deels verklaard worden door Sahara zand dat eind mei in Nederland is gedeponeerd.
    In voedsel en melk zijn geen radioactiviteitniveaus aangetroffen boven de Europese limieten voor export en consumptie. Met ingang van 2008 zijn extra gegevens betreffende voedsel toegevoegd aan dit rapport. De additionele gegevens zijn afkomstig van RIKILT - Instituut voor Voedselveiligheid. In het oppervlaktewater is op een aantal locaties voor sommige radioactieve stoffen de streefwaarde overschreden. Deze overschrijdingen zijn echter zodanig dat ze niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Streefwaarden zijn waarden die bij voorkeur niet overschreden mogen worden, maar het zijn geen limieten.

    Auteur:
    G.J. Knetsch

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 610791003

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Radioactiviteit in het Nederlandse milieu: Resultaten in 2008 (PDF)
      Rapportage bodem- en grondwatermeetnetten provincie Drenthe, 2002

    Integrale rapportage bodem- en grondwatermeetnetten provincie Drenthe, 2002.

    Contactpersoon:
    Anton Dries
    Telefoon: 0592 - 36 58 62


    Website: Samenvatting (PDF)
    Email: a.dries@drenthe.nl
      Rapportage Milieu Monitor Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VHT)-taken

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De dertiende Interprovinciale Rapportage vergunningverlening, toezicht en handhaving beschrijft de uitvoering van de vergunningverlening en handhaving van de Wet milieubeheer bij inrichtingen waarvoor de provincie het bevoegd gezag is. Aan de hand van een aantal indicatoren wordt de provinciale uitvoering in beeld gebracht en wordt het landelijk beeld van de gezamenlijke provincies gegeven. Op sommige aspecten worden de provincies in de rapportage ook met elkaar vergeleken.

    Auteur:
    KplusV organisatie-advies

    Rapportnummer:
    1010897-013/bko/pti

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Rapportage Milieu Monitor Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VHT)-taken (PDF)
      Rapportage Milieu Water Landbouw en Natuur (MWLN) 1999 - 2003

    De interprovinciale monitoringrapportages Milieu Water Landbouw en Natuur (MWLN) 1999 - 2003 hebben als doel het afleggen van verantwoording over de (inter-)provinciale bijdragen aan de realisatie van nationaal beleid. Daarnaast beoogt men de versterking van de interbestuurlijke samenhang in het beleid. Dit wordt bewerkstelligd door een integraal beeld te schetsen van wat in interprovinciaal verband gepresteerd is.

    De monitoringrapportage wordt jaarlijks door de projectgroep aangeboden aan en vastgesteld door de Interprovinciale Coordinatiegroep Monitoring. Als zodanig is het dus een ambtelijk IPO-stuk. Om verzekerd te zijn van doorwerking van de conclusies uit de rapportage naar beleidsvoornemens worden de documenten vergezeld van een beleidsnotitie, waarin in beleidsevaluerende zin wordt ingegaan op de gesignaleerde ontwikkelingen en knelpunten.

    De rapportages:

    2003

    2002

    2001

    2000

    1999

      Rapportage Programma Externe Veiligheid

    Halfjaarlijkse voortgangsrapportage programma-financiering EV.

    Contactpersoon:
    M. van Duijn

    Telefoon: 070 - 441 66 64

    www.relevant.nl


    Website: Rapportage Programma EV (PDF)
    Email: m.vanduijn@pzh.nl
      Rapportages Milieumonitoring Stadsregio Rotterdam (MSR)

    In de MSR-rapportage wordt jaarlijks de milieukwaliteit (11 thema's) voor de regio Rijnmond gepresenteerd. Daarnaast wordt ieder jaar een wisselend thema uitgebreider onderzocht (bijvoorbeeld Geluid, Milieu en Ruimte, Water). De rapportages zijn beschikbaar op de website van de MSR (zie onder) en worden aangeboden in het Nederlands en in Engelse vertaling.

    Zie hier voor onze pagina betreffende het MSR.

    Contactpersoon:
    Karla Groen
    Telefoon: 010-2468 485
    Fax: 010-2468 283


    Website: MSR rapportages
    Email: karla.groen@dcmr.nl
      Rapportages van het Trilaterale Monitoring en Assessment Programma (TMAP)

    Engelse naam: Trilateral Monitoring and Assessment Program

    Het Trilaterale Monitoring en Assessment Programma (TMAP) levert wetenschappelijke beoordelingen van de ontwikkeling van het ecosysteem Waddenzee en beoordeelt de implementatie van het trilaterale 'Targets of the Wadden Sea Plan'. In dit kader worden thematische rapportages, kwaliteit-status rapportages (Quality Status Reports) en workshop rapportages uitgebracht. De rapportages zijn online in te kijken.


    Website: Rapportages TMAP
    Email: info@waddensea-secretariat.org
      Regionale Watersysteem Rapportage Zeeland

    Samenvatting:
    Deze regionale watersysteemrapportage heeft als doel om inzicht te geven in de mate waarin de doelstellingen uit het provinciale waterhuishoudingsplan en andere beleidsdocumenten in de periode van 2002 tot en met 2005 zijn behaald. In de rapportage is gebruik gemaakt van gegevens uit de periode 2002 – 2005. Ook zijn er gegevens uit voorgaande periodes gebruikt voor de rapportage, met name voor de trendanalyses. Op verschillende terreinen is er in de periode 2002 – 2005 vooruitgang geboekt, maar er zijn ook onderwerpen waar niet veel vooruitgang in zit.

    De rapportage is een gezamenlijk product van waterschap Zeeuws-Vlaanderen, waterschap Zeeuwse Eilanden, Rijkswaterstaat Zeeland en Provincie Zeeland.


    Website: Regionale Watersysteem Rapportage Zeeland (PDF)
      Rekenmodel IPOLicht snelstartgids achtergrondinformatie

    PRISMA rapport

    Met het rekenmodel IPOLicht kunnen de effecten op hemelhelderheid en horizonvervuiling van ontwikkelingen of maatregelen kwantitatief worden bepaald. Dit instrument kan worden gebruikt bij ruimtelijke processen als gebiedsontwikkeling en -inrichting, ter ondersteuning van beleidskeuzes en bij vergunningverlening. De snelstartgids geeft informatie over het gebruik van de Rekenmodel IPOLicht software.

    Jaar van uitgave:
    2011

    Trefwoorden overig:
    Lichtvervuiling, donkertebescherming

    Download de snelstartgids van het Rekenmodel IPOLicht (PDF)

    Ga naar het Rekenmodel IPOLicht

    Achtergronddocumenten:


    Website:
    Email: handboek.lichtdonker@provincie-utrecht.nl
      Resultaten van het Landelijk Meetnet Regenwatersamenstelling over de periode 1992-2004

    Samenvatting:
    Tussen 1992 en 2004 heeft er een afname plaatsgevonden in Nederland van de hoeveelheid verontreinigende stoffen welke uit de buitenlucht via regenwater zijn neergeslagen op bodem, oppervlakte- en grondwater (natte depositie). Dit blijkt uit metingen van het RIVM van de chemische samenstelling van regenwater. Het is van belang om deze ontwikkelingen te volgen, omdat een groot deel van Nederlandse bodem en water te veel met verzurende en stikstofhoudende stoffen wordt belast. De totale depositie van bovengenoemde stoffen op bodem en water ligt namelijk nog steeds boven de doelstelling voor 2010 die hieraan gesteld is in het vierde Nationaal Milieubeleidsplan.

    Als het regent komt een deel van de verontreinigende stoffen in de lucht via het regenwater in bodem en water terecht. In Nederland wordt sinds 1978 de chemische samenstelling van het regenwater gemeten middels een nationaal meetnet. Hiermee wordt onder andere de natte depositie van verontreinigende stoffen op bodem, oppervlaktewater en grondwater gemeten. Deze depositie is een significant deel van de totale depositie van verontreinigende stoffen op bodem en water.

    Het netwerk van meetpunten is min of meer gelijkmatig over Nederland verspreid en bestond in de onderzochte periode uit 15 vaste meetlocaties.

    Auteurs:
    Van der Swaluw, E., W.A.H. Asman en R. Hoogerbrugge

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 680704009

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Resultaten van het Landelijk Meetnet Regenwatersamenstelling over de periode 1992-2004 (PDF)
      RIVM-MNP bijdrage aan de evaluatie van het EMEP Unified model

    Samenvatting:
    Een aantal aspecten van het EMEP Unified (Euleriaans) model is geëvalueerd door het analyseren van de depositie parameterisatie van verzurende stoffen, de concentratie en depositie van SOx, NOx en NHx in Nederland, de bron-receptor matrices voor Nederland en de geografische verdeling van de emissies. De resultaten zijn vergeleken met die van het OPS model en met metingen. Het EMEP Unified model geeft vrij goede resultaten voor de meeste verzurende stoffen in Nederland. De bron-receptor matrices voor geoxideerd zwavel berekend door het EMEP model komen goed overeen met die van het OPS model, terwijl de overeenkomst voor gereduceerd stikstof redelijk is. Grote afwijkingen worden gevonden tussen de modellen voor de bron-receptor matrices voor geoxideerd stikstof. De lokale depositie bijdrage van Nederlandse emissies aan de depositie in Nederlandse is een factor vier hoger in het OPS model dan in het EMEP model en de depositie bijdragen van België en Duitsland zijn ook veel groter dan in het OPS model. Deze verschillen kunnen herleid worden naar de lagere concentratie en droge depositie en grotere natte depositie van NOx in het EMEP model. Er is een opvallend verschil in de invloed van de Grens- en Begincondities op de bron-receptor matrices van geoxideerd stikstof. Het EMEP suggereert dat ongeveer 30% van de depositie in Nederland is afkomstig van bronnen buiten Europa. De door het EMEP model berekende concentratie van SO2 in Nederland komt goed overeen met metingen, the concentratie van NOx zijn ongeveer 40% lager en de concentraties van NH3 30% tot 40% lager dan de metingen.

     

    Auteurs:
    Velders, G.J.M., E.S. de Waal, J.A. van Jaarsveld en J.F. de Ruiter

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 500037002

     

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: De RIVM-MNP bijdrage aan de evaluatie van het EMEP Unified model (PDF)
      Ruimte voor biologische landbouw

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    Ruimte voor biologische landbouw. Onderzoek naar stimulerende beleidsinstrumenten in r.o.

    Samenvatting:
    Doel van voorliggend onderzoek is na te gaan welke positief werkende instrumenten er zijn om biologische landbouw te stimuleren, met nadruk op de ruimtelijke ordening (in brede zin). Negatief werkende instrumenten en knelpunten in regelgeving komen slechts zijdelings aan bod.

    Auteurs:
    Wieringa H. en M. van Boxtel

    Jaar van uitgave:
    2004


    Website: Ruimte voor biologische landbouw (PDF)
      Ruimtelijke statistiek voor de optimalisatie van het Landelijk Meetnet Regenwater: van metingen naar natte depositie door kriging

    Samenvatting:
    Dit rapport is het achtergronddocument bij RIVM rapport 723101033 'Een nieuwe meetstrategie voor de metingen van de chemische samenstelling van neerslag in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit', waarin nieuwe meetstrategieën worden voorgesteld voor de metingen van de chemische samenstelling van neerslag in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit. Een van de opties betreft het gebruik van Universal Kriging, een geostatistische techniek voor lineaire interpolatie van metingen. Het huidige rapport beschrijft de mathematische en methodologische onderbouwing van de benadering, aan de hand van de resultaten van een pilotstudie voor natte sulfaat, nitraat en ammonium deposities in Nederland. Bij dit onderzoek vormen de meetresultaten uit het LML en neerslaggegevens uit het KNMI meetnet het basismateriaal. Het onderzoek heeft geleid tot twee afzonderlijke ruimtelijke modellen: 1 voor sulfaat en 1 voor nitraat, waarbij is gebleken dat bij een terugbrengen van 15 tot 8 meetpunten deze ruimtelijke modellen in de toekomst niet meer zijn af te leiden door de te geringe dichtheid van het geoptimaliseerde meetnet. Tevens blijkt dat het huidige meetnet van 15 meetpunten een te geringe dichtheid heeft om het ruimtelijk gedrag van ammonium te kunnen beschrijven met een ruimtelijk lineair interpolatie model dat alleen op meetgegevens is gebaseerd. Het onderzoek heeft verder geresulteerd in een eenvoudige methode om kaarten met elkaar te vergelijken. Deze methode is in een S-PLUS programma geïmplementeerd zodat op basis van de twee afgeleide modellen direct de invloed op de natte deposities voor sulfaat en nitraat van een nieuwe meetnetconfiguratie van het LML kan worden doorgerekend.


    Auteurs:
    Dekkers, A.L.M. en E. Buijsman

     

    Rapportnummer:
    RIVM Rapport 723101047

     

    Jaar van uitgave:
    2001

     


    Website: Ruimtelijke statistiek voor de optimalisatie van het Landelijk Meetnet Regenwater: van metingen naar natte depositie door kriging (PDF)
      Staat van het klimaat 2008

    Deze brochure van het Platform Communication on Climate Change (PCCC) biedt een overzicht van relevante ontwikkelingen op het gebied van klimaat, klimaatverandering, klimaatonderzoek en klimaatbeleid in het afgelopen jaar. Het jaar stond vooral in het teken van de Deltacommissie.


    Website: Staat van het klimaat 2008 (PDF)
      Staat van het klimaat 2009

    Deze uitgave van het Platform Communication on Climate Change (PCCC) biedt een overzicht van relevante ontwikkelingen op het gebied van klimaat, klimaatverandering, klimaatonderzoek en klimaatbeleid in het afgelopen jaar. Het jaar stond vooral in het teken van de klimaattop in Kopenhagen.


    Website: Staat van het klimaat 2009 (PDF)
      Staat van het Klimaat 2010

    Samenvatting:
    Deze publicatie geeft een overzicht van relevante ontwikkelingen op het gebied van klimaat in 2010. Het is een uitgave van de onderzoeksinstellingen die samenwerken binnen het Platform Communication on Climate Change. Enkele punten waar op in wordt gegaan zijn: de paradox tussen de koude winters in Nederland en het wereldwijd gezien erg warme jaar, een aantal extreme weersgebeurtenissen uit 2010 en de politisering van het klimaatdebat.

    Auteur(s):
    Platform Communication on Climate Change (PCCC)

    Rapportnummer:
    ISBN/EAN: 978-94-90699-02-4

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Staat van het Klimaat 2010
    Email: a.bleiksloot@programmabureauklimaat.nl
      Staat van het klimaat Drenthe 2009

    In de 'Staat van het klimaat Drenthe 2009' geeft de provincie een indicatie wat er nog moet gebeuren om de gestelde doelstellingen in 2020 te halen. Op basis van diverse bronnen en rekenregels wordt een schatting gemaakt van de huidige CO2 reductie in Drenthe.

    Het doel van dit rapport is een bijdrage te leveren aan de interne en externe communicatie over het klimaat- en energiebeleid.

    Auteur:
    Joris Latour (3dTransition), Thea Harmelink (projectleider provincie Drenthe)

    Jaar van uitgave:
    2010

    Zie ook de bijlage van het rapport, de CO2-reductiebalans


    Website: Staat van het klimaat Drenthe 2009 (PDF)
      Staat van Overijssel

    De Staat van Overijssel geeft jaarlijks actuele en betrouwbare cijfers over thema’s als water en natuur, maar ook over onderwerpen als woningbouw. Het rapport geeft een goed beeld van wat er speelt in de provincie en wordt uitgegeven in opdracht van de provincie Overijssel.

    Auteurs:
    Team Beleidsinformatie, Motivaction International B.V., Gelders Overijssels Bureau voor Toerisme


    Website: De Staat van Overijssel Archief (Webpage)
    Email: ak.willigenburg@overijssel.nl
      Statistical mapping of tree species over Europe

    Nederlandse titel:
    Statistische kartering van boomsoorten in Europa

    Toelichting:
    De Europese boomsoortenkaart bestaat uit verspreidingskaarten voor 18 soortgroepen en een kaart van de dominante boomsoort per vierkante kilometer. Met deze kaart wordt inzicht geboden in de vraag welke ecosysteemdiensten waar beschikbaar gemaakt kunnen worden.

    Voor het maken van de kaarten is gebruik gemaakt van de nationale bosinventarisaties van 18 EU-landen. Voor deze landen is de dichtheid van plotdata erg hoog. Daarnaast is gebruik gemaakt van het ICP Forest level I meetnet dat heel Europa beslaat maar een veel minder hoge dichtheid heeft. De kaarten zijn gemaakt met statistische methoden. Voor de gebieden met nationale bosinventarisaties is dit gedaan door ruimtelijke interpolatie met een kriging variant die er voor zorgt dat de kansen op voorkomen van de achttien boomsoorten tussen 0 en 1 liggen en sommeren tot 1. Voor het overige deel van Europa zijn de kaarten gemaakt met gegeneraliseerde lineaire regressie. Als hulpvariabelen zijn diverse klimatologische variabelen, het bodemtype en de biogeografische regio gebruikt. De kaart met de dominante boomsoort is gevalideerd met plot data die apart zijn gehouden van de data waarmee de statistische modellen zijn gekalibreerd.

    Auteurs:
    Brus, D.J., G.M. Hengeveld, D.J.J. Walvoort, P. W. Goedhart, A. H. Heidema, G. J. Nabuurs and K. Gunia

    Jaar van uitgave:
    2011

    Ga direct naar de kaarten van de boomsoorten


    Website: Statistical mapping of tree species over Europe
    Email: dick.brus@wur.nl
      Stroomlijnen van gegevens en informatie grondwater

    Samenvatting:
    Op dit moment ontbreekt het aan een gewaarborgd instrumentarium om de Europese Unie adequaat te rapporten over de kwalitatieve en kwantitatieve toestand van het grondwater in Nederland. Het is dringend noodzakelijk het transport en de opslag van de beschikbare gegevens te stroomlijnen en op elkaar af te stemmen.

     

    De Kaderrichtlijn Water verplicht de Europese lidstaten regelmatig te rapporteren over de kwalitatieve en kwantitatieve toestand van hun grond- en oppervlaktewater. Het RIVM heeft uitgezocht hoe de beschikbare grondwatergegevens uit de diverse bestanden het beste kunnen worden samengevoegd om aan deze verplichting te kunnen voldoen. Dit gebeurde in opdracht van het ministerie van VROM. Nederland beschikt over goede meetnetten die bij diverse beheerders, zoals provincies en gemeenten, zijn ondergebracht. Het is belangrijk dat het gehele systeem van meten, gegevens opslaan en rapporteren doeltreffend werkt. Onderzocht is welke gegevens- en informatiestromen er in dit systeem bestaan en in hoeverre die gestroomlijnd moeten worden.

    Een groot deel van de grondwatergegevens is opgeslagen in de DINO-databank, die wordt beheerd door TNO. Deze databank wordt regelmatig aangevuld met recente gegevens, die de meeste provincies en gemeenten aanleveren. Met de overige provincies en gemeenten worden contacten gelegd om alle grondwatergegevens in DINO op te slaan. De archivering, de kwaliteitsborging en uitlevering van de gegevens in DINO zijn gewaarborgd conform ISO 9002. Daarnaast is het belangrijk een route en procedures op te stellen voor de vertaalslag van de gegevens uit de DINO-databank naar het KRW-portaal, dat de monitorresultaten in een kaart weergeeft.


    Auteur:
    R. Lieste

    Rapportnummer: 

    RIVM Rapport 607300004

     

    Jaar van uitgave:
    2007


    Website: Stroomlijnen van gegevens en informatie grondwater (PDF)
      Synthesis report CS02: Monitoring and profiling with CESAR Observatory

    Nederlandse titel:
    Syntheserapport van project CS02: Monitoring en Profilering met het CESAR Observatorium

    Abstract:
    The climate system is complex. Although it is understood in qualitative terms, there are still many physical processes of which the impact on climate change is far from quantifiable. A well-known example of such a process is the interaction between cloud and rainfall formation, aerosols, radiation and the land-atmosphere energy exchange. It is one of the sources of large uncertainty in climate models. The uncertainty is largely due to a lack of reliable observations of the processes. In this project we aimed at the development of the required observation methodologies to study these processes. We explored and enhanced the capacity of CESAR Observatory, in the heart of the Netherlands, in order to make it one of the leading atmospheric observatories in the world. In particular, we defined: 

    • New technologies: advanced radar and lidar systems were developed and installed at the observatory
    • Quality improving enhancements of the observatory
    • New retrieval techniques to derive the relevant atmospheric parameters
    • The data base infrastructure of CESAR Observatory
    • Evaluation studies to assess the quality and consistency of the observations
    • Studies to assess the potential impact of new observations on model output

    The major outcome of the project is the observatory itself. We now have a world class observatory for atmospheric studies. It is one of the few stations worldwide with which one can study climate relevant processes in the context of atmospheric chemistry, physics, hydrology and meteorology. The CESAR database is easily accessible to the scientific community. CESAR Observatory is one of the major research facilities in The Netherlands. It serves the atmospheric community at seven research institutes and agencies: the universities of Delft, Wageningen and Utrecht, ECN Energy Research Centre of The Netherlands, TNO Applied Scientific Research, RIVM National Institute for Public Health and the Environment, and KNMI Royal Netherlands Meteorological Institute. Furthermore, the observatory is also supported by the European Space Agency. The observatory is hosted and operated by the KNMI. CESAR data are used for a wide range of applications, e.g.:

    • Monitoring of long term tendencies of climate variables in the atmosphere
    • Validation of space-borne observations and retrieval products
    • Studies of atmospheric and land surface processes for climate and air quality modelling
    • Evaluation of weather, climate and air quality models
    • The development, implementation and assessment of new measurement techniques
    • Training of young scientists at post-doc, PhD and master level

    An important advantage of the site is its location: both close to the sea and to some of the major European industrial and populated areas. This location leads to a large variety of air mass types at the site. Other advantages are its long term dataset of advanced parameters, the coinciding location of the different instruments, and the area around the site, which is flat and has suffered only minor landscape developments since 1972.

    Auteurs:
    Russchenberg et al.

    Jaar van uitgave:
    2011

    Rapportnummer:
    KVR 044/11


    Website: Synthesis report CS02: Monitoring and profiling with CESAR Observatory (te downloaden als PDF)
      Toestand en trends in de waterkwaliteit van Nederlandse meren en plassen

    Samenvatting:
    Deze publicatie bevat de resultaten van de vijfde eutrofiëringsenquête, met een landelijk overzicht van de toestand en de trends in de waterkwaliteit en ecologie van de Nederlandse meren en plassen. Nieuw in dit rapport is dat naast de klassieke parameters doorzicht, chlorofyl en nutriënten, nu ook de biologische kwaliteitselementen aan bod komen, conform de Kaderrichtlijn Water: fytoplankton, waterplanten, macrofauna en vis.

    Auteur:
    R. Pot (bureau Roelf Pot), in opdracht van de werkgroep Routekaart Heldere Meren van de Waterdienst van Rijkswaterstaat

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Toestand en trends in de waterkwaliteit van Nederlandse meren en plassen (PDF)
    Email: roelfpot@wxs.nl
      Toets van STONE versie 2.0: samenvatting en belangrijkste resultaten

    Samenvatting:

    STONE is het landsdekkende nutriëntenemissiemodel dat ontwikkeld is voor het evalueren van effecten van milieu- en landbouwbeleid op de belasting met stikstof en fosfaat van het grond- en oppervlaktewater. De commissie Spiertz vroeg in 2000 om validatie van dit model. Om deze reden werd de STONE toets opgezet, waarvan in dit rapport een samenvatting gegeven wordt.

     

    Doel van het project was het vergelijken van STONE resultaten met monitoring gegevens op verschillende schaalniveaus. Op de veldschaal werden conclusies getrokken over processen en temporele dynamiek. Op de nationale schaal werden ruimtelijke patronen en frequentiediagrammen beoordeeld. Het bleek dat STONE de mediane nitraatconcentratie in het grondwater onderschatte. De correlatie tussen de metingen en de modelresultaten bleken op de nationale schaal echter goed te zijn. Op de regionale schaal waren er wel grote verschillen, waardoor de inzetbaar van STONE voor regionale vraagstukken beperkt is.

     

    Het gebrek aan overeenstemming tussen de gemeten en gesimuleerde nitraatconcentraties op regionale schaal dient onderzocht te worden in een aanvullend toetsingstraject. STONE berekende hogere concentraties in het drainwater dan gemeten in het oppervlaktewater. Dit wordt vermoedelijk veroorzaakt door retentie en verliezen in het oppervlaktewater. Deze hypothese kan getoetst worden door STONE te koppelen aan een oppervlaktewater model.


    Auteurs:
    Tiktak, A., A.H.W. Beusen, L.J.M. Boumans, P. Groenedijk, B.J. de Haan, R. Portielje, C.G.J. Schotten en J. Wolf

     

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 718201007

     

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Toets van STONE versie 2.0: samenvatting en belangrijkste resultaten (PDF)
      Toetsing NHI 2.0 in de regio

    Samenvatting:
    In dit rapport heeft STOWA het presteren van het NHI (Nationaal Hydrologisch Instrumentarium) getoetst. Het NHI levert modelresultaten op van verschillende maatregelen bij verschillende scenario's die vervolgens worden gebruikt bij bijvoorbeeld het in beeld brengen van regionale knelpunten. STOWA heeft metingen uitgevoerd om te controleren of de modelresultaten van het NHI overeenkomen met de werkelijkheid in de regio. De conclusie luidt dat het NHI in zijn huidige versie nog niet geschikt is om de watervraag en waterverdeling op regionaal niveau te bepalen. Aanpassing en ijking van het model is noodzakelijk.

    Auteur:
    Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA)

    Rapportnummer:
    STOWA 06/2011
    ISBN 978.90.5773.519.6

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Toetsing NHI 2.0 in de regio (PDF)
      Towards Effective Monitoring Environment, Nature and Water

    Summary:
    The Steering Committee for Environment-Nature-Water Monitoring commissioned a review into monitoring and reporting obligations and efforts relative to the environment, nature and water in the Netherlands in terms of international, European, national and interprovincial regulation. This review considered to what degree monitoring is carried out excessively or insufficiently relative to the relevant legislation. In conclusion, it considered the actions
    required to arrive at a more efficient and effective method of data collection.

    This report is followed by a seminar in Brussels, about the implementation of monitoring in general and regarding the developments of SEIS and SISE.

    Author:
    Ronald Albers

    Jaar van uitgave:
    2006


    Website: Towards Effective Monitoring Environment, Nature and Water (PDF)
      Toxic pressure in the Dutch delta measured with bioassays. Trends over the years 2000 - 2009

    Nederlandse titel: Toxische druk in de Nederlandse Delta, gemeten met bioassays. Trends over de jaren 2000-2009

    Samenvatting:
    Van 2000 tot en met 2009 zijn met behulp van een additionele methode, zogeheten bioassays, de effecten van giftige stoffen op het ecosysteem in Nederlands oppervlaktewater gemeten (toxische druk). Deze methode geeft meer informatie over de effecten van onbekende chemische stoffen in water dan de traditionele chemische technieken. Deze meten namelijk slechts een klein deel van het grote aantal chemicaliën dat in oppervlaktewater zit. Bovendien geven ze geen inzicht in het eventuele versterkende effect dat meerdere stoffen bij elkaar kunnen hebben. De bioassays bevestigen het vermoeden dat het ecosysteem in water het afgelopen decennium steeds minder door chemische stoffen is aangetast, waardoor de waterkwaliteit is verbeterd.

    Auteurs:
    Struijs, J., E. van der Grinten en T. Aldenberg

    Rapportnummer:
    RIVM Rapport 607013013

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Toxic pressure in the Dutch delta measured with bioassays. Trends over the years 2000 - 2009 (PDF)
      Trendanalyse Waterschap Rijn en IJssel

    Toelichting:
    Vooral in de periode 1970 – 1990 is de grondwaterstand op veel locaties gedaald. In de periode 1995 – 2010 treden veel minder trends op en zien we zowel dalingen als stijgingen van de grondwaterstand. Er zijn geen duidelijk onderscheidende gebieden gevonden waar stijging of daling van de grondwaterstand overheerst. Daling overheerst in het hele gebied en wordt verspreid over het gebied afgewisseld met locaties waar stijgingen zijn gevonden. Verandering van de grondwaterstand wordt sterk bepaald door lokale invloeden, waardoor een gedifferentieerd beeld over het beheersgebied ontstaat. Van de 130 reeksen zijn er 37 betrouwbaar te modelleren met neerslag en verdamping als verklarende reeksen. Op 15 locaties kunnen we het effect van drinkwateronttrekking betrouwbaar modelleren. Daarnaast zijn er nog 6 locaties waarvan we verwachten dat drinkwateronttrekking een invloed heeft, maar die we niet betrouwbaar kunnen modelleren.

    Auteurs:
    Leunk, I. en A. van Loon

    Rapportnummer:
    1976152

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Trendanalyse Waterschap Rijn en IJssel
      TrendMeetNet Verzuring. Monsternemingen in 2006/2007

    Samenvatting:
    Van het najaar van 2006 tot begin 2007 is op de helft van de locaties van het TrendMeetnet Verzuring (TMV) de kwaliteit van het bovenste grondwater onderzocht. Het TMV brengt op 150 locaties in Nederlandse natuurgebieden (bos/heide) op zandgrond de effecten van verzuring op het grondwater in kaart.

    Op 70 van de 75 locaties kon het grondwater bemonsterd worden. Op de overige locaties zat het grondwater te diep of was de locatie niet meer geschikt. Op 16 % van de onderzochte locaties is de norm voor nitraat (50 mg/l) overschreden. De concentratie van cadmium, chroom en zink lag op respectievelijk 51, 47 en 70 % van de onderzochte locaties boven de streefwaarde. Op een enkele locatie is ook de interventiewaarde voor cadmium en/of zink overschreden.

    Sinds de oprichting van het meetnet in 1989 wordt de kwaliteit van het bovenste grondwater onderzocht. Daarnaast wordt ook informatie over de bodemtextuur en omgevingsparameters zoals begroeiing, boomhoogte en dikte van de strooisellaag verzameld. In 2007/2008 is de grondwaterkwaliteit op de overige 75 locaties van het meetnet in kaart gebracht, maar de data daarvan zijn nog niet beschikbaar. Een trendanalyse van de meetgegevens is later voorzien.

    Auteurs:
     Elzakker,B.G. van,  K.W. van der Hoek en N.J. Masselink

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 680721002

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: TrendMeetNet Verzuring. Monsternemingen in 2006/2007 (PDF)
      TrendMeetnet Verzuring. Monsternemingen in 2007/2008

    Samenvatting:
    Vanaf december 2007 tot in maart 2008 is op 75 locaties van het TrendMeetnet Verzuring (TMV) de kwaliteit van het bovenste grondwater onderzocht. Met deze gegevens worden in Nederlandse natuurgebieden op zandgrond (bos/heide) de effecten van verzuring op het grondwater in kaart gebracht. Op 5% van de onderzochte locaties is de EU norm voor nitraat (50 milligram per liter) overschreden. De concentratie van cadmium, chroom, nikkel en zink lag op respectievelijk 63, 45, 23 en 87% van de onderzochte locaties boven de streefwaarde. Op een enkele locatie is ook de interventiewaarde voor cadmium, nikkel en zink overschreden.

    Auteurs:
    Masselink, N.J en A. de Goffau

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 680720001

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: TrendMeetnet Verzuring. Monsternemingen in 2007/2008 (PDF)
      Trendverkenning Demografie

    Hoe ziet de provincie Overijssel en de wereld eromheen eruit over twintig jaar? En wat is daarvan de invloed op de wijze waarop wij leven en samenwerken, en wat kan dit betekenen voor de keuzes waar wij nu voor staan? Samen met de vijf grote steden in Overijssel en de regio Twente werkte het Trendbureau Overijssel mogelijke toekomstbeelden uit in de Trendverkenning Demografie.


    Website: Trendverkenning Demografie
      Trendverkenning Energie

    Op dit moment zijn regio’s in Nederland afhankelijk van (inter)nationale energienetwerken. Dit maakt ons kwetsbaar en is ook niet altijd de meest duurzame optie. In hoeverre is lokale energiewinning en -distributie een oplossing?

    In februari 2009 is de Trendverkenning Energie van start gegaan. In deze trendverkenning onderzoeken we mogelijke toekomsten voor energiewinning en -distributie voor Overijssel in 2030. De resultaten van de trendverkenning zijn terug te vinden op de onderstaande website.


    Website: Trendverkenning Energie
    Email: ak.willigenburg@overijssel.nl
      Typeringen van bodemecosystemen in Nederland met tien referenties voor biologische bodemkwaliteit

    Samenvatting:

    Het RIVM heeft samen met diverse kennisinstituten tien veel voorkomende bodems gekarakteriseerd waar de bodemkwaliteit op orde is, zogeheten referenties voor biologische bodemkwaliteit (RBB). Hier bestonden nog geen criteria voor. Deze referenties kunnen als streefbeeld gebruikt worden om bodemgebruik duurzamer te maken.

     

    De referenties zijn bepaald voor tien combinaties van bodemgebruik (onder andere melkveehouderij, akkerbouw en heide) en bodemtype (zand, veen, klei en loss). Dit is representatief voor driekwart van het bodemoppervlak van Nederland.

     

    Diverse onderzoekers, onder andere op het gebied van bodemecologie, microbiologie en agrarisch bodembeheer, hebben locaties geselecteerd die volgens hun maatstaven een relatief goede bodemkwaliteit hebben. Hiervoor maakten zij gebruik van de gegevens van het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB) over de toestand van de bodem. Op basis van deze informatie zijn de tien referenties bepaald. Het rapport bevat ook gemiddelde waarden van de biologische, chemische en fysische eigenschappen van de bodem, evenals een maat voor de spreiding van de gegevens. De mate waarin bodemorganismen voorkomen en hun diversiteit zijn ook beschreven.


    Auteurs:
    Rutgers, M., C. Mulder, A.J. Schouten, J. Bloem, J.J. Bogte, A.M. Breure, L. Brussaard, R.G.M. de Goede, J.H. Faber, G.A.J.M. Jagers op Akkerhuis, H. Keidel, G.W. Korthals, F.W. Smeding, C. ten Berg en N. van Eekeren

     

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 607604008

     

    Jaar van uitgave:
    2007


    Website: Typeringen van bodemecosystemen in Nederland met tien referenties voor biologische bodemkwaliteit
      Typeringen van bodemecosystemen. Duurzaam bodemgebruik met referenties voor biologische bodemkwaliteit

    Samenvatting:

    Twee kwaliteitsreferenties voor een 'gezonde' bodem werden opgesteld, als onderdeel van het raamwerk voor duurzaam bodemgebruik, namelijk voor melkveehouderij op zandgrond en voor halfnatuurlijk grasland op zandgrond. De referenties bestaan uit getalswaarden voor chemische, fysische, biologische en andersoortige parameters. Een stapsgewijze aanpak werd ontwikkeld voor de selectie van de krachtigste indicatoren waarmee de gezondheid van de bodem bepaald kan worden. De aanpak gaat uit van de 'ecologische diensten' van de bodem zoals bodemvruchtbaarheid, weerstand tegen stress en flexibiliteit, de bodem als buffer en reactor, en biodiversiteit. De kwaliteitsreferenties en de stapsgewijze aanpak zijn in opdracht van het Ministerie van VROM opgesteld. De gegevens zijn afkomstig uit het databestand van de langjarige monitoring met de Bodembiologische indicator (Bobi) in het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB). De achtergrond is het veranderende bodembeleid: niet meer de bescherming van de bodem staat centraal, maar de duurzaamheid van het bodemgebruik.


    Auteurs:
    Rutgers, M., Ch. Mulder, A.J. Schouten, J.J. Bogte, A.M. Breure, J. Bloem, G.A.J.M. Jagers op Akkerhuis, J.H. Faber, N. van Eekeren, F.W. Smeding, H. Keidel, R.G.M. de Goede en L. Brussaard

      

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 607604007

     

    Jaar van uitgave: 

    2005


    Website: Typeringen van bodemecosystemen. Duurzaam bodemgebruik met referenties voor biologische bodemkwaliteit (PDF)
      Uitvoering Besluit Risico's Zware Ongevallen '99 (BRZO '99) voor provinciale inrichtingen - 2001

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Tijdens het bestuurlijk overleg op 29 mei 2001 tussen vertegenwoordigers van de ministeries van VROM, BZK en SZW en vertegenwoordigers van IPO en VNG over de uitvoering van het BRZO’99 is afgesproken dat zowel de provincies als de gemeenten in een rapportage de voortgang van de uitvoering van het BRZO’99 per eind december 2001 in beeld brengen. De nu voorliggende rapportage betreft de uitvoering van het BRZO’99 voor inrichtingen waar provincies het coördinerend bevoegd gezag zijn. De focus ligt daarbij op VR-2001 bedrijven (bedrijven die per 3 februari 2001 een veiligheidsrapport moesten aanleveren) en in de tweede plaats op de zgn. PBZO-bedrijven.

    Auteur:
    IPO

    Jaar van uitgave:
    2001


    Website: Uitvoering Besluit Risico's Zware Ongevallen '99 (BRZO '99) voor provinciale inrichtingen - 2001 (PDF)
      Uitvoering Besluit Risico's Zware Ongevallen '99 (BRZO '99) voor provinciale inrichtingen - 2002

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Het doel van deze rapportage is het informeren van de provinciale bestuurders en andere betrokkenen over de voortgang van de uitvoering van het BRZO’99. De rapportage sluit aan op de rapportage over 2001. De rapportage is tot stand gekomen op basis van afspraken in het landelijke overleg van BRZO-coördinatoren waaraan vertegenwoordigers van de provinciale milieudiensten, de Arbeidsinspectie en de kernregio’s van de Brandweer deelnemen. De kwantitatieve gegevens zijn gebaseerd op opgaven van de vertegenwoordigers van de provinciale milieudiensten. De voortgang is uiteraard de resultante van de gezamenlijke inspanningen van medewerkers van brandweer, Arbeidsinspectie en provinciale milieudiensten.

    Auteur:
    IPO

    Jaar van uitgave:
    2002


    Website: Uitvoering Besluit Risico's Zware Ongevallen '99 (BRZO '99) voor provinciale inrichtingen - 2002 (PDF)
      Uitvoering Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO '99) voor provinciale inrichtingen - 2003

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    Het doel van deze rapportage is het informeren van de provinciale bestuurders en andere betrokkenen over de voortgang van de uitvoering van het BRZO’99. De rapportage sluit aan op de rapportages over 2001 en 2002. De rapportage is tot stand gekomen op basis van afspraken in het landelijke overleg van BRZO-coördinatoren waaraan vertegenwoordigers van de provinciale milieudiensten, de Arbeidsinspectie en de kernregio’s van de Brandweer deelnemen. De kwantitatieve gegevens zijn gebaseerd op opgaven van de vertegenwoordigers van de provinciale milieudiensten. De voortgang is uiteraard de resultante van de gezamenlijke inspanningen van medewerkers van brandweer, Arbeidsinspectie en provinciale milieudiensten.

    Auteur:
    IPO

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Uitvoering Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO '99) voor provinciale inrichtingen - 2003 (PDF)
      Uitwerking en actualisering duurzame energie ambities Klimaat- en Energieakkoord

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    In het Klimaat– en Energieakkoord tussen het Rijk en de Provincies 2009-2011 zijn de doelstellingen en streefcijfers voor klimaatverbetering vastgelegd. In dit rapport zijn de duurzame energie ambities van de provincies, zoals deze in een matrix in dit akkoord zijn opgenomen, nader geactualiseerd en uitgewerkt. Een doel hiervan is om de provincies een beter inzicht te geven in de beleidsmatige consequenties van de duurzame energie doelstellingen voor het eigen grondgebied.

    Het rapport bevat tevens concrete aanbevelingen voor zowel de provincies als het Rijk om de voorgenomen ambities te realiseren. Een lange-termijn visie met een meer programmatische aanpak is wenselijk om de ontwikkeling van duurzame energie op het ten doel gestelde niveau te brengen en om ervoor te zorgen dat het ook in de toekomst voldoende politiek-bestuurlijke prioriteit houdt.

    Auteurs:
    Interprovinciaal Overleg (IPO) en Ecofys 

    Rapportnummer:
    IPO-publicatienummer 288

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Uitwerking en actualisering duurzame energie ambities Klimaat- en Energieakkoord (PDF)
      Validatie van het model DIVOCOS

    Samenvatting:
    Het model DIVOCOS (DIspersion of VOlatile COntaminantS) is een bruikbaar model om een adequaat meetprogramma op te stellen waarmee tijdens een bodemsanering de luchtkwaliteit in de omgeving kan worden bewaakt. Dit concluderen we aan de hand van een validatiestudie van dit model. Met het model DIVOCOS kunnen de concentraties aan vluchtige stoffen in de lucht worden berekend die vrijkomen tijdens een bodemsanering.

     

    Het belangrijkste doel van deze berekeningen is te bepalen of en in welke vorm er tijdens de sanering metingen moeten worden uitgevoerd om de luchtkwaliteit in de omgeving te bewaken en eventuele blootstellingsrisico's van omwonenden te beperken. In deze studie hebben we gegevens verzameld van 10 bodemsaneringen om het model te valideren en de bruikbaarheid te beoordelen. We hebben het onderzoek gericht op acht stoffen, die verreweg het meest voorkomen in bodem- en grondwaterverontreinigingen in Nederland.

     

    De resultaten geven aan dat het model voor de meeste van deze stoffen concentraties in de leefomgeving berekent die redelijk goed overeenkomen met de gemeten waarden. Voor twee stoffen, beide met een relatief hoge dampdruk, vallen de berekende concentraties systematisch hoger uit dan de gemeten waarden. 

    Auteurs:

    Mennen, M.G.  en M.H. Broekman

     

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 609021031

     

    Jaar van uitgave:
    2005


    Website: Validatie van het model DIVOCOS (PDF)
      Van biologentaal naar business language

    PRISMA rapport

    Volledige titel:
    ‘Van biologentaal naar business language‘. Kansenverkenner voor biodiversiteit en bedrijven in de levensmiddelenverwerkende industrie en de recreatieve sector.

    Samenvatting:
    Deze rapportage is een weergave van het PRISMA project ‘Van biologentaal naar business language’. In dit project is een conceptueel kader uitgewerkt voor het verkennen van kansen voor bedrijfsleven en biodiversiteit. Het conceptuele kader is aangevuld met praktijkvoorbeelden uit het bedrijfsleven en een stappenplan voor bedrijven om met dit onderwerp aan de slag te gaan.

    In samenhang met deze rapportage is het document ‘Biodiversiteit en bedrijventerreinen’, een checklist voor biodiversiteit op bedrijventerreinen (2009) uitgebracht. Deze checklist bevat praktische en concrete tips om biodiversiteit op bedrijventerreinen een impuls te geven.

    Beide documenten vormen samen een concrete tool voor provincies en gemeenten om een stimulerende rol naar het bedrijfs

    Auteur:
    Frederiek van Lienen (Good Company)

    Jaar van uitgave:
    2009


    Website: Van biologentaal naar business language (PDF)
      Van inzicht naar doorzicht. Beleidsmonitor water, thema chemische kwaliteit van oppervlaktewater

    Samenvatting:
    De chemische kwaliteit van het Nederlandse oppervlaktewater is sterk verbeterd ten opzichte van enkele decennia terug, maar niet alle doelen worden gehaald. Gevoelige functies als 'natuur', 'recreatie' en 'drinkwater' ondervinden nog steeds problemen. Puntbronnen van verontreiniging zijn ver gesaneerd, diffuse bronnen hebben nu de overhand. Voor de aanpak hiervan is samenwerking nodig. De belangrijkste redenen waarom de doelen niet worden gehaald zijn: onvoldoende afstemming tussen het beleid voor landbouw, milieu en water, weinig politieke prioriteit, nalevering van verontreiniging die is opgehoopt in de land- en waterbodem en aanvoer vanuit het buitenland. De Europese Kaderrichtlijn Water vereist dat het water een goede kwaliteit heeft binnen tien tot hooguit twintig jaar. Een les uit het verleden is dat hiervoor een goede afstemming tussen de verschillende beleidsterreinen en met het buitenland nodig is, evenals samenwerking tussen uitvoerende partijen. Dit is inhoudelijk en bestuurlijk een grote opgave. 


    Auteurs:
    Witmer, M.C.H., J. de Jonge en E.L. Enserink

      

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 500799004

     

    Jaar van uitgave:
    2004


    Website: Van inzicht naar doorzicht, Beleidsmonitor water, thema chemische kwaliteit van oppervlaktewater (PDF)
      Verblijftijd in de bodem en grondwateraanvulling van water uit het Landelijk (LMG) en de Provinciale Meetnetten Grondwaterkwaliteit (PMG)

    Samenvatting:
    De reistijden van het grondwater in de bodem (in jaren) zijn onmisbaar bij het verklaren van verontreinigingen in het grondwater voor milieukundige overzichten. Gegevens over de concentraties aan tritium (3H) in monsters water uit 332 filters van 187 putten van provinciale meetnetten grondwaterkwaliteit (PMG) in Drenthe, Gelderland, Zuid-Holland en Brabant zijn gebruikt voor bepalingen van reistijden in de bodem en de aanvulling van het grondwater in de zandgebieden. Eerdere resultaten uit het landelijk meetnet zijn nogmaals samengevat. De filters van PMG liggen op een diepte van minder dan 10 tot ongeveer 25 m onder maaiveld.

    De tritiumconcentraties leverden waarden op voor de reistijden in de bodem en de aanvulling door de neerslag van het bemonsterde grondwater. In 45 monsters was de 3H concentratie lager dan de detectiegrens. In bepaalde gebieden komt oppervlakkige afvoer van de neerslag voor, zodat de aanvulling van het grondwater kleiner is dan het neerslagoverschot. De belangrijkste oorzaak is het voorkomen van slecht doorlatende lagen in de ondiepe bodem. De analyse van de PMG gegevens toont echter aan dat nog andere factoren een rol kunnen spelen zoals het geringe doorlaatvermogen van de ondergrond in Oost-Gelderland en in delen van De Peel en het voorkomen van Holocene kleilagen in het kustgebied. Het betreft relatief kleine gebieden, zodat de eerder gegeven beelden van de reistijden en de aanvulling van het grondwater gebaseerd op het landelijk meetnet in het algemeen geldig blijven.

    Auteur:
    C.R. Meinardi

    Rapportnummer:
    RIVM rapport 714801027

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Verblijftijd in de bodem en grondwateraanvulling van water uit het Landelijk (LMG) en de Provinciale Meetnetten Grondwaterkwaliteit (PMG) (PDF)
      Vergelijking schattingen slaapverstoringsonderzoek Schiphol met referentiegetal PKB Schiphol

    Samenvatting:
    In de Planologische Kernbeslissing (PKB) Schiphol en Omgeving van 1994 zijn door het kabinet een aantal doelstellingen geformuleerd voor de verbetering van de woon- en leefkwaliteit in de omgeving van de luchthaven. Voor slaapverstoring door luchtvaartgeluid was een forse verbetering vanaf de ingebruikname van de vijfde baan beoogd ten opzichte van de situatie in 1990. Voor deze verbetering was in de PKB een referentiegetal van 39.000 "slaapverstoorden" binnen de 20 dB(A) contour opgenomen, hetgeen overeenkomt met een afname van circa 70% van het aantal slaapverstoorden ten opzichte van 1990. Recent slaapverstoringsonderzoek rond Schiphol uitgevoerd door TNO in samenwerking met het RIVM heeft nieuwe informatie opgeleverd over het verband tussen luchtvaartgeluid en slaapverstoring (RIVM rapport 441520019).

     

    Dit rapport maakt een vergelijking tussen de schattingen van het aantal slaapverstoorden volgens de methodiek van het slaapverstoringsonderzoek rondom Schiphol en de methodiek zoals beschreven in de PKB Schiphol. De resultaten laten zien dat zowel met gebruikmaking van het verband tussen vliegtuiggeluid en slaapverstoring uit de PKB als met die uit het slaapverstoringsonderzoek het aantal slaapverstoorden - na ingebruikname van de vijfde baan - voldoet aan de in de PKB beoogde verbetering ten opzichte van 1990. Binnen de grenswaarden van vliegtuiggeluid bedraagt het aantal slaapverstoorden in de 20 dB(A) nachtcontour volgens de PKB-systematiek 18.800. Volgens de systematiek van het slaapverstoringsonderzoek komt dit op 28.400 uit. Het merendeel van dit verschil (8.000 van de 9.600) is toe te schrijven aan verschillen in actualiteit en de gebiedsdekkendheid van de woning- en bevolkingsbestanden waarmee de aantallen slaapverstoorden worden bepaald. De rest (1600) kan worden verklaard uit het verschil in het verband tussen vliegtuiggeluid en slaapverstoring. Uit het rapport blijkt daarnaast dat, wanneer naar een groter gebied dan de 20 dB(A) contour gekeken wordt, de afname van het aantal slaapverstoorden minder is dan binnen die contour. Het aantal slaapverstoorden binnen de grenswaarden van vliegtuiggeluid daalt ten opzichte van 1990, maar neemt weer toe ten opzichte van 2001, zowel binnen de 20 dB(A) nachtcontour als binnen het grotere gebied.

     

    Auteurs:
    Houthuijs, D.J.M., C.M.A.G. van Wiechen, C.B. Ameling en O.R.P. Breugelmans

      

    Rapportnummer:

    RIVM rapport 441520020

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Vergelijking schattingen slaapverstoringsonderzoek Schiphol met referentiegetal PKB Schiphol (PDF)
      Verspreidingsatlassen evertebraten

    EIS-Nederland zet zich in voor een toename van de kennis over en betere bescherming van insecten en ongewervelden. In dit kader heeft EIS-Nederland verspreidingsatlassen gepubliceerd over verschillende soorten evertebraten. De volgende atlassen zijn uitgebracht:

    • De verspreidingsatlas Nederlandse landpissebedden, duizendpoten en miljoenpoten (Isopoda, Chilopoda, Diplopoda)
    • De verspreidingsatlas Nederlandse kokerjuffers (Trichoptera)
    • De verspreidingsatlas Nederlandse wantsen (Hemiptera: Heteroptera) Deel I: Dipsocoromorpha, Nepomorpha, Gerromorpha en Leptopodomorpha
    • De verspreidingsatlas Nederlandse wantsen (Hemiptera: Heteroptera) Deel II Cimicomorpha I (Tingidae, Microphysidae, Nabidae, Anthocoridae, Cimicidae en Reduviidae)
    • Voorlopige atlas van de Nederlandse bijen (Apidae)
    • Voorlopige atlas van de Nederlandse zweefvliegen (Syrphidae) (niet meer verkrijgbaar)
    • Verspreidingsgegevens van de Nederlandse libellen (niet meer verkrijgbaar)

    De atlassen zijn te bestellen op de website van EIS-Nederland.


    Website: EIS-Nederland verspreidingsatlassen
    Email: eis@ncbnaturalis.nl
      Visiedocument Stiltegebieden: een luisterend oor voor de stilte

     PRISMA rapport

    Samenvatting: 
    Nederland kent tientallen stiltegebieden, aangewezen door de provincies. Stiltegebieden zijn beschermingsgebieden waarin natuurlijke geluiden overheersen. Het woord ‘stilte’ betekent niet dat er helemaal geen geluid in het gebied waarneembaar is, maar staat voor de afwezigheid van storende, voor de omgeving vreemde geluiden. Stiltegebieden zijn van belang voor de rustzoekende recreant en de flora en fauna. Activiteiten die de geluidsbelasting negatief beïnvloeden, zijn niet mogelijk in het gebied dat als stiltegebied is aangewezen. Gebiedseigen geluiden, zoals die van de landbouw, zijn hiervan uitgesloten. Stiltegebieden vinden we op unieke plekken in ons landschap. Plekken die vaak in de knel zitten. De druk op de ruimte is groot. Veel verschillende functies vechten om een plek. Maar wie verheft zijn stem voor de stilte? Misschien meer dan ooit is het nodig dat we stilte in ons roerige bestaan een plek geven. Stilte en rust zijn schaars geworden. Als we niet uitkijken, heeft de stilte straks nergens meer een plek. En dat zou onze leefkwaliteit enorm verslechteren.

    Betrokkenen moeten samen onderzoeken hoe zij de kwaliteit van stiltegebieden kunnen benutten en versterken. Met alleen een aanwijzing, een bord ervoor en wat beschermende maatregelen komen we er niet. Stilte krijgt pas waarde als mensen haar kunnen ervaren. Als zichtbaar en voelbaar wordt hoe stilte en rust bijdragen aan de kwaliteit van leven voor ieder die daar oog voor heeft.

     

    Dit document is bedoeld om perspectief te bieden aan provincies, gemeenten, terreinbeheerders en andere betrokkenen die het beleid rond de stiltegebieden willen versterken en concretiseren. Het richt zich in eerste instantie op de provincies. Juist zij spelen een sleutelrol in de ontwikkeling van de ruimte in ons land. Provincies hebben de kerntaak zich in te zetten voor ruimtelijke kwaliteit. Voor het beschermen, ontwikkelen en versterken van de bijzondere karakteristieken van gebieden in ons land, over functiegrenzen heen. Gebieden met vaak unieke kenmerken, die de dragers zijn van ons culturele erfgoed en tegelijkertijd letterlijk het fundament vormen waar onze toekomst op wordt gebouwd.

     

    Als voorvechters van ruimtelijke kwaliteit zetten de provincies zich ervoor in dat de ruimte meer is dan ‘een plek voor vele functies’, dat ruimte zelf ook kwaliteit vertegenwoordigt. Daarom maken provincies zich sterk voor variëteit en diversiteit, voor het landschap, voor ons erfgoed, voor schoonheid, voor openheid en tegen verrommeling. Daarom ook willen de provincies een bijdrage leveren aan het vergroten van de kansen voor stilte en rust. Dat is begonnen met het aanwijzen van de stiltegebieden. Maar er is meer nodig. Om stiltegebieden te beschermen én om te stimuleren dat ze gewaardeerd en beleefd kunnen worden door hun burgers, moeten concrete richtlijnen en kwaliteitseisen vastgelegd worden in provinciaal beleid. Die moeten worden doorvertaald naar verordeningen en handhaving.

     

    Echter, provinciaal beleid en regelgeving alleen zijn zeker niet voldoende. Om stiltegebieden succesvol te gebruiken en te ontwikkelen, om te zorgen dat burgers (en bedrijven) ter plekke deze gebieden maximaal kunnen beleven, is lokale actie nodig.

     

    Daarom nemen de provincies met dit document het initiatief om ook anderen te stimuleren na te denken over de kansen voor de stiltegebieden. Naast behoud is er ruimte voor ontwikkeling. Nieuwe instrumenten zijn daarvoor nodig. En nieuwe ideeën. Een nieuw verbond ook. Met lokale partijen die de kracht van de stilte kunnen ontdekken en benutten. De kracht voor wonen en werken. Voor recreëren. Voor natuur en milieu. Voor gezondheid ook, of voor bezinning en cultuur.

     

    Dit betekent dat beleid voor stiltegebieden altijd twee samenhangende sporen zal moeten kennen:

     

    1. Het spoor van behoud en bescherming. Stiltegebieden zijn vaak uniek en onvervangbaar. Dat vraagt om heldere spelregels. Gebieden die door de provincie als stiltegebied zijn aangewezen, moeten worden behouden en beschermd. Het is daarom van belang dat kwaliteitseisen, criteria en regels vanuit de provincie duidelijk zijn. En dat de handhaving ervan serieus wordt aangepakt. Dat vraagt per stiltegebied om een conserveringsplan.

     

    2. Het spoor van beleving en ontwikkeling. Een stiltegebied krijgt pas betekenis als de stilte echt kan worden beleefd. Dat legt op betrokkenen, provincie, gemeente, terreinbeheerders, gebruikers de verplichting samen

    na te denken over mogelijkheden hiertoe. En samen tot een ontwikkelingsplan op maat te komen.

     

    In dit document staat op samenhangende wijze beschreven, welke kansen en bedreigingen er zijn voor de stiltegebieden. En welke mogelijkheden provincies, samen met betrokkenen, hebben om die stiltegebieden een impuls te geven.

     

    Om tot dit document te komen is een uitgebreide analyse gedaan van de huidige praktijk. Ook heeft een groot aantal expertinterviews plaatsgevonden met vertegenwoordigers uit tal van sectoren die op de een of andere manier met stiltegebieden in aanraking komen. Het document is daarmee enerzijds een staalkaart van mogelijkheden geworden voor het werken aan stiltegebieden. Het stuk is daarom doorspekt met concrete voorbeelden uit de praktijk, met praktische verwijzingen. Anderzijds biedt het document een concreet handvat om in bestuurlijke zin aan de slag te gaan. Voor dit laatste doel bevat het document een Plan van Actie (Hoofdstuk 4).

     

    In stiltegebieden is veel mogelijk, ook binnen scherpe grenzen van bescherming en behoud. We roepen al diegenen die zich betrokken voelen bij de stiltegebieden in hun omgeving op, die mogelijkheden te onderzoeken en zich in te zetten voor het vergroten van de zo noodzakelijke ruimte voor de stilte.

      

    Auteurs:
    Vroemen, J.H.G.M., E. Schoute, M.E. de Winter, P.A.D. Hamersma, H.J. Feberwee, E. Halsema, J.S.P. Welten, T. Ottens, J.G.F. de Wijs, H. Willems, J.A.Verstegen, J. Elzinga en M.J. van Asten

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Visiedocument Stiltegebieden
      Vogelbalans

    In de Vogelbalans rapporteert SOVON jaarlijks over de toestand en trends van de Nederlandse vogels. De informatie wordt ontleend aan de verschillende tellingen en onderzoeken die door SOVON worden georganiseerd.

    Vogelbalans 2010
    Vogelbalans 2009
    Vogelbalans 2008
    Vogelbalans 2007


    Website: Vogelbalans (website SOVON)
      Voorstellen voor trendberekening in grondwater voor de KRW

    Samenvatting:
    In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is bepaald dat concentraties van verontreinigende stoffen in grondwater niet mogen stijgen. In de tien jaar dat deze richtlijn van kracht is, bleek dat het in de praktijk erg lastig is om een dergelijke stijging vast te stellen. Het RIVM geeft daarom, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) praktische adviezen om de belangrijkste problemen hierbij aan te pakken. Uitgangspunt daarbij is de beschikbare informatie op de juiste manier te gebruiken en te interpreteren in plaats van meer te gaan meten. Zo kan met weinig gegevens toch al een (soms voorzichtige) conclusie worden getrokken.

    Auteurs:
    Verweij, W.H.J., M.C. Zijp, L.J.M. Boumans en H.F.R. Reijnders

    Rapportnummer:
    607402002

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Voorstellen voor trendberekening in grondwater voor de KRW
      Voortgangsrapportage Verdrogingsbestrijding 2009

    Samenvatting:
    Het Landelijk Steunpunt Verdroging heeft ten behoeve van de Voortgangsrapportage per TOP-gebied een vragenlijst opgesteld en toegezonden aan de provincies. Alle provincies hebben hierop gereageerd, waarbij sommige de toegezonden vragenlijsten niet hebben ingevuld, maar geaggregeerd op provinciaal niveau, gegevens beschikbaar hebben gesteld. Het rapport beperkt zich  tot het presenteren van gegevens en gaat niet in op vervolgstappen die op basis van deze Voortgangsrapportage Verdrogingsbestrijding kunnen worden gezet.

    Jaar van uitgave:
    2010


    Website: Voortgangsrapportage Verdrogingsbestrijding 2009
    Email: land.steun.verdroging@minlnv.nl
      VROM-rapportage Luchtkwaliteit

    Rappportage over de knelpunten luchtkwaliteit in de provincie Zuid-Holland langs provinciale-, gemeentelijke- en rijkswegen.

    Contactpersoon:
    K. Bojanova
    Telefoon: 070 - 441 84 35


    Email: k.bojanova@pzh.nl
      Waarde van het Landelijk Meetnet Flora - Milieu- en Natuurkwaliteit voor de bepaling van de Natuurwaarde van de Flora

    Samenvatting:
    In dit rapport is de bruikbaarheid geanalyseerd van het Landelijk Meetnet Flora - Milieu- en Natuurkwaliteit voor de berekening van de kwaliteit van de flora ten behoeve van de Natuurwaarde graadmeter. Veranderingen in de plantensamenstelling kunnen worden bepaald doordat presentie van afzonderlijke plantensoorten in de huidige situatie kunnen worden vergeleken met een historische referentiesituatie. Informatie over presentie zijn met het Landelijk Meetnet Flora beschikbaar gekomen. In dit rapport worden bestaande referenties gecombineerd die zijn gebaseerd op de botanische kwaliteit en de oppervlakte. Hierbij is gebruik gemaakt van referentiestudies van Alterra (Smits en Schaminee, 2002) en FLORON (Groen en Van der Meijden, 1997).

     

    Met de resultaten in dit rapport kan de kwaliteit van de flora worden berekend. Het doel van dit rapport is te onderzoeken of het LMF-M&N bruikbaar is voor de graadmeter Natuurwaarde. De benodigde keuzes die aan de voorgestelde methode ten grondslag liggen worden onderbouwd en expliciet vast gelegd, zodat de Natuurwaarde voor de flora reproduceerbaar en verbeterbaar is. De aanleiding voor dit rapport is het vrijkomen van data uit een nieuw meetnet, het Landelijk Meetnet Flora - Milieu- en Natuurkwaliteit. De berekening van de Natuurwaarde met de LMF-M&N gegevens, is op een aantal punten, een verbetering voor de bepaling van de Natuurwaardegraadmeter.

     

    Voor de kwaliteitsberekening van de flora voor de Tweede Natuurverkenning (2002) werd nog gebruik gemaakt van presentie/ absentie data per kilometerhok uit FLORBase. Het LMF-M&N, daarentegen meet niet alleen de presentie/ absentie van soorten, maar meet ook de abundantie per soort. Het gebruik van deze abundanties kan de Natuurwaardegraadmeter veel gevoeliger maken. Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse natuur kunnen veel frequenter worden gesignaleerd omdat een meetronde van het LMF-M&N maar vier jaar duurt. In dit rapport zijn keuzes beschreven aangaande de gebiedsindeling, soortselectie de bepaling van de berekeningswijze van de kwaliteit van de flora. Het gaat om: De bepaling hoe gegevens uit het LMF-M&N en de referentie kunnen worden gebruikt voor de berekening voor de Natuurwaarde. de bepaling van de precieze berekeningsgrondslag/ methode voor het kwaliteitsaspect van de Natuurwaarde. De selectie van kenmerkende soorten voor de bepaling van de florakwaliteit. Aanbevelingen voor verbeteringen van de soortselectie en het referentie-onderzoek.

     

    Alle resultaten overziend lijkt het dat voor de volgende strata een betrouwbare Natuurwaarde berekend kan worden: hogere zandgrond halfnatuurlijk grasland, laagveen halfnatuurlijk grasland, laagveen moeras en rivierengebied halfnatuurlijk grasland. De rest van de strata hebben onvoldoende gescoord op een of meerdere overwegingen.

     

    Auteurs:
    Knegt, B. de, M.P. van Veen en M.L.P. Esbroek

     

    Rapportnummer: 

    RIVM rapport 718101002

     

    Jaar van uitgave:
    2003


    Website: Waarde van het Landelijk Meetnet Flora - Milieu- en Natuurkwaliteit voor de bepaling van de Natuurwaarde van de Flora (PDF)
    Email: bart.deknegt@pbl.nl
      WaddenBarometer 2009

    De WaddenBarometer 2009 biedt een compact overzicht van de toestand en trends in het Waddengebied. De barometer bevat verschillende thema's, van levende natuur tot werkloosheidscijfers en militaire activiteiten.

    Contactpersoon: Piet Feddema


    Website: Waddenbarometer 2009 (PDF)
    Email: info@waddenzee.nl
      Wat vinden inwoners belangrijk aan hun leefomgeving?

    Samenvatting:
    TNS NIPO Consult is gevraagd om inzicht te verschaffen in welke onderwerpen en consideraties spelen onder de inwoners van de provincie Overijssel. Via een burgerconsultatie is nagegaan wat er speelt onder de inwoners van de provincie en wat zij vinden dat hieraan gedaan kan worden. De doelstelling van de burgerconsultatie is tweeledig: aan de ene kant inzicht krijgen in alle aspecten die de inwoners van Overijssel belangrijk vinden aan hun leefomgeving, aan de andere kant kansen en bedreigingen die zij voor hun leefomgeving zien in kaart brengen.

    Auteurs:
    Mazor, L., E. Bemer, D. Sligte en E. Swinkels

    Jaar van uitgave:
    2008


    Website: Wat vinden inwoners belangrijk aan hun leefomgeving? (PDF)
      Water in beeld

    De rapportage Water in Beeld verschijnt jaarlijks onder verantwoordelijkheid van het Landelijk Bestuurlijk Overleg Water (LBOW). In het LBOW overlegt de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat met de ver­tegenwoordigers van de partijen die betrokken zijn bij het waterbeheer in Nederland: ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen.

    Water in Beeld legt de voortgang vast van het integrale waterbeheer in Nederland. De rapportage informeert de waterbeheerders in Nederland over de stand van zaken op het brede terrein van water en wordt tevens als bijlage aangeboden bij de verantwoording van het ministerie van Verkeer en Waterstaat aan de Tweede Kamer.

    Zie de website voor de rapporten.


    Website: Water in beeld
      Water- en Milieubalans 2007

    Tussenbalans met een zo actueel mogelijk beeld van de water- en milieukwaliteit in de provincie Utrecht nauw gerelateerd aan de doelstellingen in het waterhuishoudingsplan en milieubeleidsplan.


    Website: Water- en Milieubalans 2007
    Email: Geert.janssen@provincie-utrecht.nl
      Waterplanten als maat voor de biologische kwaliteit van oppervlaktewateren

    Volledige titel:
    Waterplanten als maat voor de biologische kwaliteit van oppervlaktewateren: Biotoets met 15 plantsoorten in de Noardlike Fryske Wâlden

    Samenvatting:
    De kwaliteit van het water in sloten en vaarten, poelen en plassen is eenvoudig af te lezen aan de planten die in het water groeien. Met deze handleiding kan in Friesland met behulp van 15 ter plaatse voorkomende plantensoorten de waterkwaliteit worden vastgesteld.

    Auteur:
    E.J. Weeda

    Jaar van uitgave:
    2011


    Website: Waterplanten als indicator voor waterkwaliteit
      Waterprestatie op locatie. Resultaten WPL pilot Julianadorp, Den Helder

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De WaterPrestatie op Locatie (WPL) is een nieuw instrument: het kan worden ingezet als adviesinstrument voor de toets en als meetinstrument voor watergerelateerde duurzaamheidsaspecten.

    Auteurs:
    Baartmans, R., M. Smit en A. Weber

    Jaar van uitgave:
    2004


    Website: Waterprestatie op locatie. Resultaten WPL pilot Julianadorp, Den Helder (PDF)
      Waterprestatie op locatie. Resultaten WPL-pilot De Mars, Zutphen

    PRISMA rapport

    Samenvatting:
    De WaterPrestatie op Locatie (WPL) is een nieuw instrument: het kan worden ingezet als adviesinstrument voor de toets en als meetinstrument voor watergerelateerde duurzaamheidsaspecten.

    Auteurs:
    Baartmans, R., M. Smit en A. Weber

    Jaar van uitgave:
    2003




    Website: Waterprestatie op locatie. Resultaten WPL-pilot De Mars, Zutphen (PDF)
      Waterwijzer Flevoland

    De waterwijzer is een gemeenschappelijke rapportage van Provincie Flevoland en Waterschap Zuiderzeeland over de toestand van het watersysteem en de implementatie van het NBW in Flevoland. Op de site vindt u actuele toestandsinformatie in de vorm van een serie vragen en antwoorden. De informatie wordt ondersteund door tabellen, grafieken en kaarten.


    Website: Waterwijzer Flevoland
      Werkboek hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden

    Het werkboek 'Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden' wordt door de provincies gebruikt bij het houden van toezicht op badinrichtingen.

    De informatie uit het werkboek was tot op heden beschikbaar via de website van InfoMil. In afwachting van de nieuwe landelijke zwemwaterwebsite is de informatie nu tijdelijk beschikbaar via het Monitoringportaal.

    Relevante publicaties:
    Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden
    Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden
    Regeling hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden


    Website: Werkboek hygiene en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (PDF)
    Email: c.colle@gelderland.nl
      Zuid-Holland in Vogelvlucht

    De provincie Zuid-Holland publiceert jaarlijks statistieken van een aantal wezenlijke maatschappelijke ontwikkelingen. Voor 21 onderwerpen worden ontwikkelingen en trends binnen de provincie Zuid-Holland op kaart gepresenteerd. Het gaat bijvoorbeeld om milieu, land- en tuinbouw, senioren, wonen, kwaliteit leefomgeving, (innovatieve) economie en vrijetijdsbesteding.

    Contact:
    Secretariaat afdeling Economische zaken
    Telefoon: 070 - 441 70 02


    Website: Provincie Zuid-Holland

    Deskundigen > Monitoring deskundigen (?)

      Alblas, Klaas

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Afval

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 65 57


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: kj.alblas@pzh.nl
      Arkes, John

    Organisatie:
    Provincie Noord-Holland

    Functie/taken:

    • Voorzitter van het Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM)
    • Provincie Noord-Holland, directie Beleid, sector Milieu

    Postadres:
    Postbus 3007
    2001 DA Haarlem

    Telefoon: 023 - 514 4712


    Website: Provincie Noord-Holland
    Email: Arkesj@noord-holland.nl
      Baan, Floor

    Organisatie:
    DCMR Milieudienst

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker

    Postadres:
    Postbus 843
    3100 AV  Schiedam

    Telefoon: 010 - 246 82 87


    Website: DCMR
    Email: floor.baan@dcmr.nl
      Baas, Hanco de

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker Effectmonitoring en Beleidsevaluatie
    • Lid IVM (Interprovinciaal Vakberaad Monitoring) namens provincie Gelderland

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 86 78


    Website: Provincie Gelderland
    Email: h.de.baas@gelderland.nl
      Bakema, Aldrik

    Organisatie:
    Planbureau voor de Leefomgeving

    Functie/taken:

    • Contacpersoon Monitoring Planbureau voor de Leefomgeving 
    • Lid Stuurgroep Informatie Desk Standaarden Water (IDSW)
    • Lid Werkgroep Monitoring MWNL
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 303
    3720 AH  Bilthoven

    Telefoon: 030 - 274 35 31


    Website: Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
    Email: aldrik.bakema@pbl.nl
      Bakker, Koos

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Geluid

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 76 55


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: j.bakker@pzh.nl
      Bakker, Roland

    Organisatie:
    Provincie Overijssel

    Functie/taken:

    • Adviseur Beleidsinformatie Landelijk Gebied en Natuur
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 10078
    8000 GB  Zwolle

    Telefoon: 038 - 49 99 485


    Website: Provincie Overijssel
    Email: rm.bakker@overijssel.nl
      Bakker, Sander

    Organisatie:
    Provincie Drenthe

    Functie/taken:

    • Monitoringdeskundige op het gebied van CO2
    • Lid Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM)

    Postadres:
    Postbus 122
    9400 AC Assen

    Telefoon:  0592 - 36 58 41


    Website: Provincie Drenthe
    Email: s.bakker@drenthe.nl
      Beekman, Nanou

    Organisatie:
    Provincie Noord-Holland

    Functie/taken:

    • Lid Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM)
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 123
    2000 MD  Haarlem

    Telefoon: 023 - 514 31 43


    Website: Provincie Noord-Holland
    Email: beekmann@noord-holland.nl
      Beenen, Ron

    Organisatie:
    Provincie Utrecht

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker

    Postadres:
    Postbus 80300
    3508 TH Utrecht

    Telefoon: 030 - 258 91 11


    Website: Provincie Utrecht
    Email: ron.beenen@provincie-utrecht.nl
      Beijk, Ruben

    Organisatie:
    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

    Functie/taken:

    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 1
    3720 BA  Bilthoven

    Telefoon: 030 - 274 24 25
    Fax: 030 - 228 75 31


    Website: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
    Email: Ruben.Beijk@rivm.nl
      Berg, Ab van de

    Organisatie:
    Interprovinciaal Overleg

    Functie/taken:

    • Projectleider Risicokaart

    Post- en bezoekadres:
    Muzenstraat  61
    Postbus 16107
    2500 BC  Den Haag

    Telefoon: 070 - 888 12 43


    Website: Interprovinciaal Overleg
    Email: avdberg@ipo.nl
      Bergh, Dick van den

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Klimaat

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 63 76


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: bpj.vanden.bergh@pzh.nl
      Bethe, Brigit

    Organisatie:
    provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Deskundige monitoring

    Telefoon: 026 - 359 91 11


    Email: b.bethe@gelderland.nl
      Bil, Michiel

    Organisatie:
    Provincie Zeeland

    Functie/taken:

    • Contactpersoon Monitoringrapportages Kaderrichtlijn Water en Watersysteemrapportages
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 165
    4330 AD  Middelburg

    Telefoon: 0118 - 63 17 75


    Website: Provincie Zeeland
    Email: ma.bil@zeeland.nl
      Bles, Frank

    Organisatie:
    Provincie Utrecht, Sector MST

    Functie/taken:

    • Lid Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM)
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 80300
    3500 TH  Utrecht

    Telefoon: 030 - 258 31 11


    Website: Provincie Utrecht
    Email: frank.bles@provincie-utrecht.nl
      Boeckhout, Bram

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Provinciaal Coördinator Monitoring (ProCoMo) Gelderland
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 86 68


    Website: Provincie Gelderland
    Email: a.boeckhout@gelderland.nl
      Bojanova, Katja

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Lucht

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 84 35


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: k.bojanova@pzh.nl
      Bouman, Aldo

    Organisatie:
    DCMR Mileudienst

    Functie/taken:

    • Clusterhoofd

    Postadres:
    Postbus 843
    3100 AV  Schiedam

    Telefoon: 010 - 246 85 19


    Website: DCMR
    Email: aldo.bouman@dcmr.nl
      Brand, Leo van den

    Organisatie:
    Provincie Zeeland

    Functie/taken:

    • Provincie Zeeland, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling
    • Lid Interprovinciaal Vakberaad Monitoring namens provincie Zeeland

    Postadres:
    Postbus 165
    4330 AD Middelburg

    Telefoon: 0118 -  63 19 48


    Website: Provincie Zeeland
    Email: l.vd.brand@zeeland.nl
      Brueren, Gert-Jan

    Organisatie:
    Provincie Noord-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsadviseur
    • Contactpersoon Luchtkwaliteit

    Postadres:
    Postbus 123
    2000 MD  Haarlem

    Telefoon: 023 - 514 39 84


    Website: Provincie Noord-Holland
    Email: bruereng@noord-holland.nl
      Buijs, Theo

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker industriele activiteiten

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 72 78


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: tsv.buijs@pzh.nl
      Bunschoten, Bert

    Organisatie:
    Centraal Bureau voor de Statistiek

    Functie/taken:

    • Regionale Monitoring

    Telefoon (receptie CBS): 070 - 337 38 00


    Website: CBS - Regionale Monitoring
    Email: bbnn@cbs.nl
      Bus, Roland

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Contactpersoon Bedrijventerreinen

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon (centrale): 026 - 359 91 11
    Telefoon (direct): 026 - 359 87 84


    Website: Provincie Gelderland
    Email: r.bus@gelderland.nl
      Busweiler, Annet

    Organisatie:
    Provincie Noord-Holland

    Functie/taken:

    • Projecttrekker IPO-PRISMA project 2010: ‘Realisatie van een efficiënte en effectieve monitoring 2010'. Het Monitoringportaal is onderdeel van dit project.
    • Beleidsmedewerker externe veiligheid (sector milieu)

    Post- en bezoekadres:
    Houtplein 33
    Postbus 3007
    2001 DA Haarlem

    Telefoon: 023 - 514 3661

     


    Website: Provincie Noord-Holland
    Email: busweilerg@noord-holland.nl
      Cronau, Johan

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Versnippering en Fauna

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 95 09


    Website: Provincie Gelderland
    Email: j.cronau@prv.gelderland.nl
      Daamen, Wim

    Organisatie:
    Wageningen UR, Wettelijke OnderzoeksTaken Natuur & Milieu

    Functie/taken:

    • Coördinator gegevensvoorziening

    Postadres:
    Postbus 47
    6700 AA  Wageningen

    Telefoon: 0317 - 48 68 03
    Fax: 0317 - 41 90 00


    Website: WOT Natuur en Milieu
    Email: wim.daamen@wur.nl
      Damen, Joost

    Organisatie:
    Provincie Noord-Holland

    Functie/taken:

    • Voorzitter Werkgroep Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM) 

    Telefoon: 023 - 51 44 605


    Website: Provincie Noord-Holland
    Email: damenj@noord-holland.nl
      Deuss, Freek

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Duurzaamheid

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 73 39

    NB: Per 1 maart 2009 gedetacheerd bij de gemeente Utrecht
    Plaatsvervangers : Mevrouw J. van Vliet (ProCoMo Zuid-Holland; 070 - 441 66 11) en Tanja Verbeeten (070 - 441 7872)


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: f.deuss@pzh.nl
      Diermen, Jan van

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Natuur

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 95 94


    Website: Provincie Gelderland
    Email: j.diermen@gelderland.nl
      Direks, Leo

    Organisatie:
    Provincie Limburg

    Functie/taken:

    • Lid Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM)
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 5700
    6202 MA  Maastricht

    Telefoon: 043 - 389 8933


    Website: Provincie Limburg
    Email: ljm.direks@prvlimburg.nl
      Dolleman, Laura

    Organisatie:
    IPO en Provincie Utrecht

    Functie/taken:

    • Lid Kerngroep Europees Milieubeleid

    Telefoon: 030 - 258 31 37


    Website: Provincie Utrecht
    Email: laura.dolleman@provincie-utrecht.nl
      Dries, Anton

    Organisatie:
    Provincie Drenthe, team Waterbeleid

    Functie/taken:

    • Contactpersoon Monitoring Bodem- en Grondwaterkwaliteit

    Postadres:
    Postbus 122
    9400 AC  Assen

    Telefoon: 0592 - 36 58  62


    Website: Provincie Drenthe
    Email: a.dries@drenthe.nl
      Driessen, Paul

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Vakspecialist
    • Contactpersoon voor Lucht, Geluid en Geur

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 84 83


    Website: Provincie Gelderland
    Email: p.driessen@gelderland.nl
      Drukker, Derko

    Organisatie:
    RIVM

    • Contactpersoon Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit

    Adres:
    Antonie van Leeuwenhoeklaan 9
    3721 MA Bilthoven

    Telefoon: 030 - 27 434 18


    Website: http://www.lml.rivm.nl
    Email: derko.drukker@rivm.nl
      Duijn, Manon van

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Externe Veiligheid

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 66 64


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: m.van.duijn@pzh.nl
      Duijvenbooden, Wil van

    Wil van Duijvenbooden heeft per december 2010 zijn werkzaamheden voor IPO beëindigd (pensionering).


    Organisatie:
    Interprovinciaal Overleg

    Functie/taken:

    • IPO-contactpersoon monitoring
    • Projectleider IPO Provinciemonitor
    • Lid IPO ProCoMo-overleg en Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM)
    • Voormalig medewerker van RIVM en PBL

    Postadres:
    Postbus 16107
    2500 BC  Den Haag

    Telefoon: 070 - 888 12 46


    Website: IPO
      Duuren, Lodewijk van

    Organisatie:
    Centraal Bureau voor de Statistiek

    Functie/taken:

    • Projectleider florastatistieken en publicaties natuur

    Telefoon: 070 – 337 42 00


    Website: CBS
    Email: ldrn@cbs.nl
      Duzijn, Robert

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Contactpersoon Asbest Grondstoffen

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem


    Website: Provincie Gelderland
    Email: r.duzijn@gelderland.nl
      Fast, Tilly

    Organisatie:
    Adviesburo Fast Advies

    Functie/taken:

    • Consultant Gezondheid en Milieu

    Adres:
    Oudwijkerlaan 43
    3581 TB  Utrecht

    Telefoon: 030 - 251 8025


    Website: Adviesburo Fast Advies
    Email: t.fast@wxs.nl
      Geelen, John

    Organisatie:
    Provincie Limburg

    Functie/taken:

    • Contactpersoon Euregionale Informatie Service (EIS)
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 5700
    6202 MA  Maastricht

    Telefoon: 043 - 389 99 99


    Website: Provincie Limburg
    Email: jmwg.geelen@prvlimburg.nl
      Gelderen, Janco van

    Organisatie:
    Provincie Utrecht

    Functie/taken:

    • Medewerker beleidsuitvoering, afdeling Bodem en Water
    • Monitoringspecialist Water

    Postadres:
    Postbus 80300
    3508 TH Utrecht

    Telefoon: 030 - 258 38 62


    Website: Provincie Utrecht
    Email: Janco.van.Gelderen@provincie-utrecht.nl
      Geurts, Robert

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Senior Coördinerend Beleidsmedewerker
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 66 64


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: ag.geurts@pzh.nl
      Giessen, Anton van der

    Organisatie:
    Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

    Functie/taken:

    • Hoofd afdeling Informatievoorziening Methodologie Planbureau van het Planbureau voor de Leefomgeving
    • Lid stuurgroep Monitoring MWNL
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 303
    3720 AH  Bilthoven

    Telefoon: 030 - 274 33 61


    Website: Planbureau voor de Leefomgeving
    Email: anton.vandergiessen@pbl.nl
      Gijsen, Marja

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Programmamanager Bodem
    • Contactpersoon Bodem

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 83 55


    Website: Provincie Gelderland
    Email: m.gijsen@gelderland.nl
      Godthelp, J.M.

    Organisatie:
    Provincie Fryslân

    Postadres:
    Postbus 20120
    8900 HM  Leeuwarden

    Telefoon: 058 - 292 51 71


    Website: Provincie Fryslân
    Email: godthelp@fryslan.nl
      Groen, Karla

    Organisatie:
    DCMR Milieudienst

    Functie/taken:

    • Provinciaal Coördinator Monitoring (ProCoMo)), namens de Milieudienst Rijnmond (DCMR)

    Postadres:
    Postbus 843
    3100 AV Schiedam

    Telefoon: 010 - 246 84 85


    Website: DCMR
    Email: karla.groen@dcmr.nl
      Hage, Sander

    Organisatie:
    Interprovinciaal Overleg (IPO)

    Functie/taken:

    • Lid Werkgroep Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM) 

    Telefoon: 070 - 888 12 46


    Website: Interprovinciaal Overleg (IPO)
    Email: shage@ipo.nl
      Hagelen, Emile

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 99 42


    Website: Provincie Gelderland
    Email: e.hagelen@gelderland.nl
      Harmelink, Thea

    Organisatie:
    Provincie Drenthe, team Bodembeleid

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker millieumonitoring
    • Lid Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM)
    • Provinciaal Coördinator Monitoring (ProCoMo) Drenthe
    • Redactiecommissie Monitoringsportaal

    Postadres:
    Postbus 122
    9400 AC  Assen

    Telefoon: 0592 - 36 58 54


    Website: Provincie Drenthe
    Email: t.harmelink@drenthe.nl
      Herk, Pim van

    Organisatie:
    Provincie Noord-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsadviseur
    • Contactpersoon Duurzame Energie

    Postadres:
    Postbus 123
    2000 MD  Haarlem

    Telefoon: 023 - 514 39 73


    Website: Provincie Noord-Holland
    Email: herkp@noord-holland.nl
      Hermans, Maurice

    Organisatie:
    Provincie Limburg

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Lucht

    Postadres:
    Postbus 5700
    6202 MA  Maastricht

    Telefoon: 043 - 389 99 99


    Website: Provincie Limburg
    Email: pmja.hermans@prvlimburg.nl
      Hilgen, Peter

    Organisatie:
    Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

    Functie/taken:

    • Binnen het ministerie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 20401
    2500 EK  Den Haag

    Telefoon: 070 - 378 68 68


    Website:
    Email: p.r.hilgen@minlnv.nl
      Hoek, Dick

    Organisatie:
    Provincie Overijssel

    Functie/taken:

    • Adviseur Beleidsinformatie Water

    Postadres:
    Provincie Overijssel
    Postbus 10078
    8000 GB  Zwolle

    Telefoon: 038 - 49 99 492


    Website: Provincie Overijssel
    Email: d.hoek@overijssel.nl
      Hoekstra, Sjoerd

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Vakspecialist Afval
    • Contactpersoon Afval

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 83 71


    Website: Provincie Gelderland
    Email: s.hoekstra@gelderland.nl
      Hoentjen, Ben

    Organisatie:
    Provincie Drenthe, team Landschap en Natuur

    Functie/taken:

    • Contactpersoon monitoring flora en fauna

    Postadres:
    Postbus 122
    9400 AC  Assen

    Telefoon: 0592 - 36 55 09


    Website: Provincie Drenthe
    Email: b.hoentjen@drenthe.nl
      Hof, Janet

    Organisatie:
    Provincie Drenthe, team Waterbeleid

    Functie/taken:

    • Contactpersoon Monitoring Grondwaterbeheer en Verdroging

    Postadres:
    Postbus 122
    9400 AC  Assen

    Telefoon: 0592 - 36 57 59


    Website: Provincie Drenthe
    Email: j.hof@drenthe.nl
      Hoogveld, Gonne

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Informatievoorziening: het verzamelen, verrijken, analyseren en valideren van milieugegevens tbv beleidsevaluatie en effectmonitoring.
    • Het publiceren van (Millieu)informatie op "Mijn Leefomgeving".
      Klikt u hier voor "Mijn Leefomgeving".
    • Beleid en Strategie/Monitoring Milieu, Water, Landelijk Gebied

    Postadres:
    Postbus  9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon (centrale) :  +31 (026) 359 91 11
    Telefoon (direct) :  +31 (026) 359 8978


    Website: Provincie Gelderland
    Email: a.hoogveld@gelderland.nl
      Hoogveld, Stef

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Ondergrond

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 91 11


    Website: Provincie Gelderland
    Email: s.hoogveld@gelderland.nl
      Hoorn, Wouter van

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Stortplaatsen

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 99 63


    Website: Provincie Gelderland
    Email: w.van.hoorn@gelderland.nl
      Hozee, Monique

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 61 44


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: m.hozee@pzh.nl
      Huitzing, Hiddo

    Organisatie:
    Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

    Functie/taken:

    • Contactpersoon Datalogistiek
    • Contactpersoon Geoloket PBL
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 303
    3720 AH  Bilthoven

    Telefoon (Direct): 030 - 274 29 79
    Telefoon (Geoloket) 030 - 274 33 33

    ..


    Website: Planbureau voor de Leefomgeving
    Email: hiddo.huitzing@pbl.nl
      Janssen, Geert

    Organisatie:
    Provincie Utrecht

    Functie/taken:

    • Specialist beleidsuitvoering
    • Lid Interprovincial Vakberaad Monitoring (IVM) namens provincie Utrecht
    • Provinciaal Coördinator Monitoring (ProCoMo) Utrecht
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 80300
    3500 TH  Utrecht

    Telefoon: 030 - 258 39 20


    Website: Provincie Utrecht
    Email: geert.janssen@provincie-utrecht.nl
      Kessenich, Rienk

    Organisatie:
    Provincie Noord-Brabant

    Functie/taken:

    • Contactpersoon Monitoring
    • Bureauhoofd VPA
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoring

    Adres:
    Brabantlaan 1
    5216 TV  's Hertogenbosch

    Telefoon: 073 - 680 81 19


     


    Website: Provincie Noord- Brabant
    Email: rkessenich@brabant.nl
      Klepper, Christoffel

    Organisatie:
    Provincie Flevoland, afdeling MW

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Water

    Postadres:
    Postbus 55
    8200 AB  Lelystad

    Telefoon: 0320 - 26 54 29


    Website: Provincie Flevoland
    Email: Christoffel.Klepper@Flevoland.nl
      Klijne, Arnoud de

    Organisatie:
    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

    Functie/taken:

    • Lid Werkgroep Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM)

    Telefoon: 030 - 274 9111


    Website: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
    Email: arnoud.de.klijne@rivm.nl
      Knol, Onno

    Organisatie:
    Planbureau voor de Leefomgeving

    Functie/taken:

    • Contactpersoon namens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voor het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM)

    Postadres:
    Postbus 303
    3720 AH  Bilthoven

    Bezoekadres:
    Antonie van Leeuwenhoeklaan 9
    3721 MA  Bilthoven

    Telefoon (direct): 030 - 274 37 76
    Fax: 030 - 274 44 85


    Website: PBL
    Email: Onno.Knol@pbl.nl
      Koobs, Mirjam

    Organisatie:
    Provincie Noord-Brabant

    Functie/taken:

    • Provinciaal Coördinator Monitoring (ProCoMo) Noord-Brabant
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 90151
    5200 MC 's-Hertogenbosch

    Telefoon: 073 - 681 28 12


    Website: Provincie Noord-Brabant
    Email: mkoobs@brabant.nl
      Kooijman, Joop

    Organisatie:
    Provincie Drenthe, team Bodembeleid

    Functie/taken:

    • Senior Beleidsmedewerker
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 61 90

    ..


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: jnj.kooijman@pzh.nl
      Kool, Dennis de

    Organisatie:
    Erasmus Universiteit Rotterdam

    Functie/taken:

    • Als onderzoeker verbonden aan het Center for Public Innovation (CPI) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
    • Doet wetenschappelijk- en/of opdrachtonderzoek op het terrein van monitoring.


    Publicaties op het terrein van monitoring zijn onder meer:

    Kool, D. de & Buuren, M.W. van (2004)
    Monitoring: functional or fashionable. Economy & Society, 26, 173-193. 
    Klik hier voor dit rapport.
     
    Kool, D. de (2005).
    Monitoring in het openbaar bestuur: signaal, strijd of symbool? In P.J. Prins (Ed.),
    Handboek sturing in de sociale sector (pp. 1-20). Den Haag: Elsevier bedrijfsinformatie. 
     
    Kool, D. de (2007a)
    Monitoring in beeld: een studie naar de doorwerking van monitors in interbestuurlijke relaties, Erasmus Universiteit Rotterdam (proefschrift).
     
    Kool, D. de (2007b)
    “Monitoring in beeld”
    in: Bestuurskunde, jaargang 16, nummer 2, pp. 92-103. 
     
    Kool D. de (2007c)
    “Monitoring in het openbaar bestuur”
    in: Overheidsmanagement, nummer 10 (oktober), pp. 6-10.

    Kool, D. de (2007d)
    “Leren met GIS: PolStat van Politie Rotterdam-Rijnmond”
    in: Het Tijdschrift voor de Politie, nummer 11, pp. 14-18. 
     
    Kool, D. de (2008)
    “GIS en beleid: leren met de Regiomonitor Amsterdam”
    in: GIS-Magazine, jaargang 6, nummer 5, pp. 36-37. 
     
    Kool, D. de (2008)
    Inventarisatie Rijksmonitors 2008 en administratieve lasten",
    Center for Public Innovation: Rotterdam (juli 2008), rapport.
     
    Kool, D. de (2008)
    “Rational, political and cultural uses of performance monitors: the case of the Dutch Urban Policy”
    in: W. van Dooren and S. van de Wall (Eds).
    Klik hier voor dit rapport.
    “Performance Information in the Public Sector: How it is Used”, Palgrave Macmillan: New York (ISBN 978-0-230-55197-8). 
     
    Kool, D. de, met medewerking van V.J.J.M. Bekkers (2008)
    Monitoring in kaart: een studie naar de doorwerking van op GIS gebaseerde beleidsinformatie in het leerproces van organisaties die een rol spelen bij de uitvoering van beleid,
    Center for Public Innovation: Rotterdam (november 2008).


    Telefoon:  010 408 2718

    www.risbo.nl

    www.publicinnovation.nl


    Email: dekool@publicinnovation.nl
      Kouwenhoven, Peter

    Organisatie:
    Ministerie van Infrastructuur & Milieu

    Functie/taken:

    • Voorzitter Werkgroep Natuurmonitoring
    • Projectleider IPO-project Waarborgen Natuurkwaliteit (WNK)

    Postadres:
    I&M / Portefeuille Ruimte / Directie Leefomgevingskwaliteit) / ipc 360
    Postbus 30940
    2500 GX  Den Haag

    Telefoon: 070 - 33 94 292


    Website: Ministerie van I&M
    Email: peter.kouwenhoven@minienm.nl
      Latour, Joris

    Organisatie:
    3DTransition

    Functie/taken:

    • Zelfstandig beleids- en organisatieadviseur

    Post- en bezoekadres:
    Bas Backerlaan 5
    7316 DX  Apeldoorn

    Telefoon: 055 - 53 43 870


    Website: Adviesbureau 3dTransition
    Email: joris.latour@3dTransition.com
      Leeuwen, Merijn van

    Organisatie:
    Provincie Flevoland, afdeling RWN

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contacpersoon Natuur

    Postadres:
    Postbus 55
    8200 AB  Lelystad

    Telefoon: 0320 - 26 57 93


    Website: Provincie Flevoland
    Email: merijn.van.leeuwen@flevoland.nl
      Lenselink, Erik

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Externe Veiligheid

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 86 45


    Website: Provincie Gelderland
    Email: e.lenselink@gelderland.nl
      Lieshout, S van

    Organisatie:
    Provincie Fryslân, afdeling Water

    Functie/taken:

    • Teamleider en contactpersoon afdeling Water
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 20120
    8900 HM  Leeuwarden

    Telefoon: 058 - 292 55 87


    Website: Provincie Fryslân
    Email: s.e.n.vanlieshout@fryslan.nl
      Loos, Birgit

    Organisatie:
    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

    Functie/taken:

    • Lid IVM (Interprovinciaal Vakberaad Monitoring)
    • Lid Begeleidingsgroep DGM-bod

    Postadres:
    Postbus 1
    3721 BA  Bilthoven

    Telefoon: 030 - 274 9111


    Website: RIVM
    Email: birgit.loos@rivm.nl
      Maagd, Gert Jan de

    Organisatie:
    Ministerie van Infrastructuur & Milieu

    Functie/taken:

    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 20901
    2500 EX  Den Haag

    Telefoon: 070 - 351 61 71


    Website: Ministerie van I&M
    Email: gert-jan.de.maagd@minienm.nl
      Meijer, Gerda

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Duurzaamheid
    • Betrokken bij Project Monitoring Duurzame Bedrijventerreinen

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 74 31


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: g.meijer1@pzh.nl
      Nienhuis, Gerard

    Organisatie:
    Provincie Overijssel

    Functie/taken:

    • Trekker eindredactie Monitoringportaal
    • GIS-adviseur provincie Overijssel 
    • GIS-adviseur GBO provincies (IPO)
    • Functioneel beheerder LBO Ondergronden en referenties (IPO)

    Postadres:
    Postbus 10078
    8000 GB Zwolle

    Telefoon: 038 - 499 9476

    Social media:
    LinkedIn: Gerard Nienhuis
    Twitter: gerardnienhuis
    Profiel op GBO provincies: Gerard Nienhuis


    Website: Provincie Overijssel
    Email: g.nienhuis@overijssel.nl
      Niermeijer, Remieke

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Groen Afval

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 91 11


    Website: Provincie Gelderland
    Email: rniermey@gelderland.nl
      Otto, Frans

    Organisatie:
    Provincie Utrecht

    Functie/taken:

    • Voorzitter platform Bodem en Grondwatermeetnetten
    • Projectleider Kwali-tijd
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 80300
    3508 TH  Utrecht

    Telefoon: 030 - 258 21 44
     


    Website: Provincie Utrecht
    Email: frans.otto@provincie-utrecht.nl
      Pauw, Anita

    Organisatie:
    Provincie Overijssel

    Functie/taken:

    • Medewerker rapport 'Staat van Overijssel'
    • Lid IVM (Interprovinciaal Vakberaad Monitoring) namens Overijssel

    Postadres:
    Postbus 10078
    8000 GB  Zwolle

    Telefoon: 038 - 499 94 86


    Website: Provincie Overijssel
    Email: AJ.Pauw@overijssel.nl
      Peeters, Leo

    Organisatie:
    Provincie Limburg

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Geur en Lucht

    Postadres:
    Postbus 5700
    6202 MA  Maastricht

    Telefoon (direct): 043 - 389 75 13


    Website: Provincie Limburg
    Email: ljm.peeters@prvlimburg.nl
      Pijnenburg, Jakob

    Organisatie:
    Provincie Limburg

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Lucht

    Postadres:
    Postbus 5700
    6202 MA  Maastricht

    Telefoon: 043 - 389 99 99


    Website: Provincie Limburg
    Email: jeml.pijnenburg@prvlimburg.nl
      Pluijm, Jannie

    Organisatie:
    Provincie Noord-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsadviseur
    • Contacpersoon Duurzame Energie

    Postadres:
    Postbus 123
    2000 MD  Haarlem
    Telefoon: 023 - 514 36 96


    Website: Provincie Noord-Holland
    Email: pluijmj@noord-holland.nl
      Prins, Olga

    Organisatie:
    Provincie Noord-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsadviseur
    • Contactpersoon Externe Veiligheid

    Postadres:
    Postbus 123
    2000 MD  Haarlem

    Telefoon: 023 - 514 53 20


    Website: Provincie Noord-Holland
    Email: prinso@noord-holland.nl
      Put, Arjan van der

    Organisatie:
    Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

    Functie/taken:

    • Contacpersoon Datalogistiek
    • Contactpersoon Geoloket PBL
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 303
    3720 AH  Bilthoven

    Telefoon: 030 - 274 31 66


    Website: Planbureau voor de Leefomgeving
    Email: arjan.vanderput@pbl.nl
      Quaedvlieg, Bert

    Organisatie:
    Provincie Noord-Brabant

    Functie/taken:

    • Directie/Bureau: ECC/BQUAE

    Postadres:
    Postbus 90151
    5200 MC ’s-Hertogenbosch

    Telefoon: 073 - 6812443


    Website: Provincie Brabant
    Email: bquae@brabant.nl
      Quarles van Ufford, Corine

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Adviseur milieu-informatie en nieuwe media
    • Moderator Erbij-platform
    • Contactpersoon voor het Aarhusportaal
    • Adviseur inzet nieuwe media in de landelijke Atlas Leefomgeving

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 91 11

    Social media:
    LinkedIn: http://nl.linkedin.com/in/cquarles/nl


    Website: Provincie Gelderland
    Email: c.quarles@gelderland.nl
      Reintjens, John

    Organisatie:
    Provincie Limburg

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Lucht en Geur

    Postadres:
    Postbus 5700
    6202 MA  Maastricht

    Telefoon: 043 - 389 99 99


    Website: Provincie Limburg
    Email: je.reintjens@prvlimburg.nl
      Rijken, Marti

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker natuur
    • Contactpersoon Versnippering

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 95 25


    Website: Provincie Gelderland
    Email: m.rijken@gelderland.nl
      Rings, Louis

    Organisatie:
    KplusV organisatieadvies

    Functie/taken:

    • Monitoringdeskundige

    Telefoon: 026 – 355 13 55


    Website: KplusV organisatieadvies
    Email: Rings@kplusv.nl
      Roosma, Sikke

    Organisatie:
    Provincie Fryslân

    Functie/taken:

    • Lid Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM)
    • Afdeling Milieubeleid

    Postadres:
    Postbus 20120
    8900 HM Leeuwarden

    Telefoon: 058 - 292 5241


    Website: Provincie Fryslân
    Email: s.r.roosma@fryslan.nl
      Rutte, Paul

    Organisatie:
    Provincie Noord-Holland

    Functie/taken:

    • Senior Projectleider
    • Contactpersoon Verlichting Openbare Wegen

    Postadres:
    Postbus 123
    2000 MD  Haarlem

    Telefoon: 023 - 514 51 51


    Website: Provincie Noord-Holland
    Email: ruttep@noord-holland.nl
      Sauer, Pim

    Organisatie:
    Infoplan

    Functie/taken:

    • Adviseur op het gebied van monitoring en monitoringsystemen en organisatie- en informatiemanagement ten behoeve van de landelijke en provinciale beleidsvorming en beleidsuitvoering

    Postadres:
    Postbus 140
    4140 AC  Leerdam

    Telefoon: 0345 - 54 84 84


    Website:
    Email: pim.sauer@kpnplanet.nl
      Schoonebeek, Carlo

    Organisatie:
    Provincie Noord-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsadviseur
    • Contactpersoon Geluid

    Postadres:
    Postbus 123
    2000 MD  Haarlem

    Telefoon: 023 - 514 39 73


    Website: Provincie Noord-Holland
    Email: schoonebeekc@noord-holland.nl
      Schouten, Gertie

    Organisatie:
    Adviesburo Schouten

    Functie/taken:

    • Monitoringdeskundige Web-BVB

    Website: Adviesburo Schouten
    Email: advies@schouten-sleutjes.nl
      Schuijt, Brechtje

    Organisatie:Provincie Limburg

    Functie/taken:

    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 5700
    6202 MA  Maastricht

    Telefoon: 043 - 389 99 99


    Website: Provincie Limburg
    Email: ba.schuijt@prvlimburg.nl
      Sebus, Jet

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Water

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 60 72


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: ah.sebus@pzh.nl
      Seuren, Sonja

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contacpersoon Bagger

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 99 49


    Website: Provincie Gelderland
    Email: s.seuren@gelderland.nl
      Severijnen, Marcel

    Organisatie:
    Provincie Limburg

    Functie/taken:

    • Voormalig bureauhoofd van Bureau Onderzoek & Advies in de Provincie Limburg
    • Sinds 2007 met FPU, maar nog steeds werkzaam op het gebied van monitoring

    Postadres:
    Postbus 5700
    6202 MA  Maastricht

    Telefoon: 043 - 389 99 99


    Website: Provincie Limburg
    Email: m.severijnen@prvlimburg.nl
      Slikkerveer, Linda

    Organisatie:
    Centraal Bureau voor de Statistiek

    Functie/taken:

    • Regionale Monitoring

    Telefoon: 070 - 337 38 00


    Website: CBS
    Email: lsir@cbs.nl
      Smeenge, Rob

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Lucht

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 86 87


    Website: Provincie Gelderland
    Email: r.smeenge@gelderland.nl
      Smittenberg, Joop

    Organisatie:
    Provincie Drenthe, team Landschap en Natuur

    Functie/taken:

    • Contactpersoon Monitoring Natuurbeheer
    • Voorzitter IAWM

    Postadres:
    Postbus 122
    9400 AC  Assen

    Telefoon: 0592 - 365 449


    Website: Provincie Drenthe
    Email: j.smittenberg@drenthe.nl
      Soldaat, Leo

    Organisatie:
    Centraal Bureau voor de Statistiek

    Functie/taken:

    • Projectleider natuurstatistieken

    Telefoon: 070 – 337 41 03


    Website: CBS
    Email: lslt@cbs.nl
      Spiertz, Bert

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Adviseur omgevingskwaliteit
    • Contactpersoon lucht

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 88 05


    Website: Provincie Gelderland
    Email: b.spiertz@gelderland.nl
      Taat, Gerard

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Duurzaam Ondernemen

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 80 18


    Website: Provincie Gelderland
    Email: g.taat@gelderland.nl
      Udding, Werna

    Organisatie:
    Provincie Groningen

    Functie/taken:

    • Lid IVM (Interprovinciaal Vakberaad Monitoring) namens Groningen
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 630
    9700 AP  Groningen

    Telefoon: 050 - 316 4983


    Website: Provincie Groningen
    Email: w.udding@provinciegroningen.nl
      Uilhoorn, Karin

    Organisatie:
    Provincie Drenthe, team Landschap en Natuur

    Functie/taken:

    • Contactpersoon Monitoring Flora en Fauna

    Postadres:
    Postbus 122
    9400 AC  Assen

    Telefoon: 0592 - 36 56 44


    Website: Provincie Drenthe
    Email: k.uilhoorn@drenthe.nl
      Veldstra, Bert

    Organisatie:
    Provincie Limburg

    Functie/taken:

    • Provinciaal Coördinator Monitoring (ProCoMo) Limburg
    • Contactpersoon Milieu, Water, Natuur

    Postadres:
    Postbus 5700
    6202 MA  Maastricht

    Telefoon: 043 - 389 29 08


    Website: Provincie Limburg
    Email: awf.veldstra@prvlimburg.nl
      Visser, Jan-Theun

    Organisatie:
    Provincie Fryslân

    Functie/taken:

    • Lid Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM) namens Fryslân
    • Provinciaal Coördinator Monitoring (ProCoMo) Fryslân
    • Team Beleidsontwikkeling Milieu
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 20120
    8900 HM  Leeuwarden

    Telefoon: 058 - 292 59 25


    Website: Provincie Fryslân
    Email: j.t.visser@fryslan.nl
      Vliet, Jacqueline van

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Lid Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM) namens Zuid-Holland
    • Provinciaal Coördinator Monitoring (ProCoMo) Zuid-Holland
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 66 11


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: j.van.vliet@pzh.nl
      Vreugdenhil, Bram

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Klimaat

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 95 26


    Website: Provincie Gelderland
    Email: a.vreugdenhil@gelderland.nl
      Welten, Hans

    Organisatie:
    Provincie Zeeland

    Functie/taken:

    • Provinciaal Coördinator Monitoring (ProCoMo) Zeeland
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 6001
    4330 LA  Middelburg

    Telefoon: 0118 - 63 10 11


    Website: Provincie Zeeland
    Email: jsp.welten@zeeland.nl
      Wiendels, Benno

    Organisatie:
    SGBO, adviesbureau voor beleidsvraagstukken

    Functie/taken:

    • Monitoringdeskundige

    Postadres:
    Postbus 10242
    2501 HE Den Haag

    Bezoekadres:
    Korte Houtstraat 20 a-b
    2511 CD Den Haag

    Telefoon: 070 - 310 3800


    Website: SGBO
    Email: bennowiendels@sgbo.nl
      Wilbers, Gert-Jan

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Lucht

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 99 03


    Website: Provincie Gelderland
    Email: g.wilbers@gelderland.nl
      Willems, Henk

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Licht en Geluid

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800 GX  Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 99 59


    Website: Provincie Gelderland
    Email: h.willems@gelderland.nl
      Willigenburg, Arne

    Organisatie:
    Provincie Overijssel

    Functie/taken:

    • Adviseur Beleidsinformatie
    • Eenheid Economie, Milieu en Toerisme, team Beleid
    • Richt zich onder andere op het rapport 'Milieubelevingsonderzoek Overijssel'
    • Lid Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM) namens Overijssel
    • Provinciaal Coördinator Monitoring (ProCoMo) Overijssel
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 10078
    8000 GB Zwolle

    Telefoon: 038-4999484

    Social media:
    LinkedIn: Arne Willigenburg
    Twitter: AWilligenburg


    Website: Provincie Overijssel
    Email: ak.willigenburg@overijssel.nl
      Wilms, Rogier

    Organisatie:
    Provincie Flevoland, afdeling MW

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Milieu
    • Lid Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM) Flevoland
    • Provinciaal Coördinator Monitoring (ProCoMo) Flevoland

    Postadres:
    Postbus 55
    8232 PH  Lelystad

    Telefoon: 0320 - 26 54 34


    Website: Provincie Flevoland
    Email: rogier.wilms@flevoland.nl
      Winter, Esther de

     

    Organisatie:
    Provincie Noord-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsadviseur
    • Contactpersoon Bodembeleid Bodemvisie ILG en bodem

    Postadres:
    Postbus 123
    2000 MD  Haarlem

    Telefoon: 023 - 514 35 66


    Website: Provincie Noord-Holland
    Email: winterm@noord-holland.nl
      Wisse, Mechteld

    Organisatie:
    Provincie Noord-Holland

    Functie/taken:

    • Secretaris Interprovinciaal Vakberaad Monitoring (IVM)
    • Provinciaal Coördinator Monitoring (ProCoMo) Noord-Holland
    • Provincie Noord-Holland, Directie Beleid, Sector Kennis en Beleidsevaluatie

    Postadres:
    Postbus 3007
    2001 MD  Haarlem

    Telefoon: 023 - 514 4413


    Website: Provincie Noord-Holland
    Email: wissem@noord-holland.nl
      Witte, Louis

    Organisatie:
    Provincie Groningen

    Functie/taken:

    • Adviseur Beleidsinformatie en Onderzoek
    • Provinciaal Coördinator Monitoring (ProCoMo) Groningen
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 610
    9700 AP  Groningen

    Telefoon: 050 - 316 49 75


    Website: Provincie Groningen
    Email: a.p.witte@provinciegroningen.nl
      Witte, Nol

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contacpersoon Bodem

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 64 61


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: n.witte@pzh.nl
      Wouwe, Cees van

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Financieel beleidsmedewerker
    • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 72 83


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: c.van.wouwe@pzh.nl
      Zalinge, Johan van

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 66 86


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: j.van.zalinge@pzh.nl

    Deskundigen > Overige deskundigen (?)

      Asten, Marian van

    Organisatie:
    Provincie Utrecht

    Functie/taken:

    • Projectrekker IPO-PRISMA project 2010: 'Rekenmodel lichtvervuiling en donkertebescherming'

    Telefoon: 030 - 258 22 91


    Website: Provincie Utrecht
    Email: marian.van.asten@provincie-utrecht.nl
      Becker, Henrik

    Oud-beheerder Monitoringportaal

     


    Email: beheer@monitoringportaal.nl
      Betten, Karin

    Organisatie:
    Provincie Utrecht

    Functie/taken:

    • Projecttrekker IPO-PRISMA project 2010: 'Verbinding milieu met groene uitvoeringspraktijk'

    Telefoon: 030 - 258 38 10


    Website: Provincie Utrecht
    Email: karin.betten@provincie-utrecht.nl
      Bos, Mieke

    Organisatie:
    Webwork

    Functie/taken:

    • Expertise websites
    • Ontwerpt en beheert CMS van het Monitoringportaal

    Adres:
    Belle van Zuylenhof 15
    1277 CT Huizen

    Telefoon: 035 - 52 59 396


    Website: Webwork
    Email: robvs@robvs.nl
      Collé, Cees

    Organisatie:
    Provincie Gelderland (afdeling Handhaving, team BWON)

    Functie/taken:

    • Zwemwater deskundige

    Postadres:
    Postbus 9090
    6800GX Arnhem

    Telefoon: 026 - 359 88 45


    Website: Provincie Gelderland
    Email: c.colle@gelderland.nl
      Gaag, Marten van der

    Organisatie:
    Interprovinciaal Overleg

    Functie/taken:

    • Projectrekker IPO-PRISMA project 2010: 'Uitvoeringsprogramma klimaat en energie'

    Telefoon: 070 - 888 12 17


    Website: IPO
    Email: mvdgaag@ipo.nl
      Gadella, Michiel

    Organisatie:
    AgentschapNL (Directie Milieu en Leefomgeving)

    Functie/taken:

    • Contactpersoon Taakveld Bodem+

    Post- en bezoekadres:
    Juliana van Stolberglaan 3
    Postbus 93144
    2509 AC Den Haag

    Telefoon: 070 - 373 5592


    Website: Bodem+
      Groen, Ronald

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Programmamanager milieuregelgeving en Europees milieubeleid provincie Zuid-Holland
    • Projecttrekker IPO-PRISMA project 2010: 'Kerngroep milieuregelgeving'

    Adres:
    Zuid-Hollandplein 1
    2509 LP Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 7430
    Mobiel: 06 - 5123 7746

    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: rh.groen@pzh.nl
      Heer, Mireille de

    Organisatie:
    De Heer & Co., communicatiebureau voor natuur en leefomgeving

    Functie/taken:

    • Communicatie-adviseur

    Post- en bezoekadres:
    Boothstraat 1C
    3512 BT Utrecht

    Telefoon: 030 - 275 1326

     


    Website: De Heer & Co.
    Email: mireille@dhec.nl
      Heijdra, Leo

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker
    • Contactpersoon Licht
    • Projectrekker IPO-PRISMA project 2010: 'Rekenmodel lichtvervuiling en donkertebescherming'

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 60 48


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: lpm.heijdra@pzh.nl
      Kiès, Reinette

    Organisatie:
    Interprovinciaal Overleg

    Functie/taken:

    • Projecttrekker IPO-PRISMA project 2010: 'Implementatie Wabo'

    Telefoon: 070 - 888 12 10


    Website: IPO
    Email: rkies@ipo.nl
      Klink, Joyce

    Organisatie:
    Interprovinciaal Overleg

    Functie/taken:

    • Contactpersoon voor Prisma

    Telefoon:  070 - 888 12 31


    Website: IPO
    Email: JKlink@ipo.nl
      Knoppert, Wim

    Organisatie:
    Provincie Gelderland

    Functie/taken:

    • Projectrekker IPO-PRISMA project 2010 'Webapplicatie milieu in ruimtelijke plannen'

    Telefoon: 026 - 359 87 92


    Website: Provincie Gelderland
    Email: w.knoppert@gelderland.nl
      Koeleman, Albert

    Organisatie:
    Ministerie van Financiën

    Functie/taken:

    • Voorzitter van de Raad voor Vastgoed Rijksoverheid

    Postadres:
    Postbus 20201
    2500 EE Den Haag

    Bezoekadres:
    Prinses Beatrixlaan 512
    2595 BL  Den Haag
    Telefoon: 070 - 342 80 00


    Website: Ministerie Financiën
    Email: a.s.m.koeleman@minfin.nl
      Kramer, Joop

    Organisatie:
    Provincie Drenthe

    Functie/taken:

    • Projecttrekker IPO-PRISMA project 2010: 'Kerngroep Europees milieubeleid'

    Telefoon: 0592 - 36 58 22


    Website: Provincie Drenthe
    Email: j.kramer@drenthe.nl
      Lubberink, Erik

    Organisatie:
    Interprovinciaal Overleg (IPO)

    Functie/taken:

    • Coördinerend senior adviseur Landelijk Gebied
    • Projectmanager IPO-project Omvorming Programma Beheer

    Post- en bezoekadres
    Muzenstraat 61
    Postbus 16107
    2500 BC  Den Haag

    Telefoon:  070 - 888 12 24 


    Website: IPO
    Email: elubberink@ipo.nl
      Ludikhuize, B

    Organisatie:
    Waterschap Velt en Vecht

    Functie/taken:

    • Projectleider

    Postadres:

    Postbus 330
    7740 AH  Coevorden

    Telefoon: 0524 - 59 22 22


    Website: http://www.veltenvecht.nl/
    Email: b.ludikhuize@veltenvecht.nl
      Mierop, Roy

    Organisatie:
    Capgemini Consulting, Practice Public & Health

    Functie/taken:

    • Organisatieadviseur

    Postadres:
    Postbus 2575
    3500 GN Utrecht

    Telefoon: 06 - 533 77 058


    Website: CapGemini
    Email: roy.mierop@capgemini.com
      Nistelrooij, Hanneke van

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Beleidsmedewerker

    Postadres:
    Postbus 90602
    2509 LP  Den Haag

    Telefoon: 070 - 441 77 67


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: jag.van.nistelrooij@pzh.nl
      Olthof, Wieneke

    Beheerder MonitoringPortaal (ingehuurd via Randstad)

    Tel: 06-10683809

      Verhoeven, Monique

    Organisatie:
    Interprovinciaal Overleg

    Functie/taken:

    • Projecttrekker IPO-PRISMA projecten 2010: 'Implementatie Wabo' en 'Invulling regierol en implementatie eindbeeld Mans'

    Telefoon: 070 - 888 12 52


    Website: IPO
    Email: mverhoeven@ipo.nl
      Visbeen, John

    Organisatie:
    Provincie Utrecht

    Functie/taken:

    • Projectrekker IPO-PRISMA project 2010: 'IMPEL'

    Telefoon: 030 - 258 21 50


    Website: Provincie Utrecht
    Email: john.visbeen@provincie-utrecht.nl
      Vissers, Harrie

    Organisatie:
    Provincie Brabant

    Functie/taken:

    • Projecttrekker IPO-PRISMA project 2010: 'Versterking regionale aanpak biodiversiteit'

    Telefoon: 073 - 680 84 82


    Website: Provincie Noord-Brabant
    Email: hvissers@brabant.nl
      Vroemen, Jean

    Organisatie:
    Provincie Limburg

    Functie/taken:

    • Projecttrekker IPO-PRISMA projecten 2010: 'Instrumenten bescherming stiltegebieden' en 'Geluidbelastingkaarten en actieplannen provinciale wegen'

    Telefoon: 043 - 389 76 48


    Website: Provincie Limburg
    Email: jhgm.vroemen@prvlimburg.nl
      Weerdt, Rik van de

    Organisatie:
    Bureau Medische Milieukunde, onderdeel van GGD

    Functie/taken:

    • Specialist milieu en gezondheid

    Postadres:
    Postbus 3369
    4800 DJ  Breda

    Bezoekadres:
    Schorsmolenstraat 6
    4811 VP  Breda

    Telefoon: 076 - 52 82 238


    Website: GGD
    Email: rik.van.de.weerdt@hvdgm.nl
      Weij, Johan van der

    Organisatie:
    Provincie Zuid-Holland

    Functie/taken:

    • Projecttrekker IPO-PRISMA project 2010: 'Kaderstellende branchedocumenten vergunningverlening'

    Telefoon: 070 - 441 64 43


    Website: Provincie Zuid-Holland
    Email: jp.vander.weij@pzh.nl
      Zantinge, Janny

    Organisatie:
    Provincie Fryslân

    Functie/taken:

    • Projecttrekker IPO-PRISMA project 2010: 'Invoering 2e fase activiteitenbesluit (BARIM)'

    Telefoon: 058 - 292 58 64


    Website: Provincie Fryslân
    Email: j.zantinge@fryslan.nl

    Systemen en projecten > Monitoringactiviteiten (?)

      4-Jaarlijks wetenschappelijk RIVM-onderzoek over de ontwikkeling naar de kwaliteit van het milieu over een periode van tenminste 10 jaar
    Nummer: 72


    Verzamelde informatie
    Informatie over de (mogelijke) ontwikkeling van het milieu de komende 30 jaar.


    Wijze van gegevensverzameling
    Op basis van diverse monitoringsactiviteiten.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    MNP-RIVM


    Openbaarheid
    Ja

      Berekening externe veiligheidsrisico's per bron/bedrijfstak in Nederland

    Nummer: 78


    Verzamelde informatie
    Groepsrisico en plaatsgebonden risico per bron/bedrijfstak in Nederland.
    Groepsrisico = de kans op een ramp van een bepaalde omvang.
    Plaatsgebonden risico = de kans van een denkbeeldig persoon op een bepaalde plek om dodelijk slachtoffer te worden van een ramp.
    Bronnen/bedrijfstakken:
    -LPG-tankstations;
    -Luchthavens (zie ook nr. 76);
    -Spoorwegemplacementen;
    -VR-plichtige bedrijven (zie ook nr. 77);
    -Transport over weg;
    -Transport over spoor (alleen plaatsgebonden risiso);
    -Gasleidingen (alleen plaatsgebonden risico). Groepsrisico wordt per bron en voor alle bronnen samen (totaal) berekend;

    Bij het plaatsgebonden risico worden voor verschillende risiconiveaus/risiconormen het aantal blootgestelde personen en het ruimtebeslag berekend.


    Wijze van gegevensverzameling
    De berekening van de risico's PER BRON/BEDRIJFSTAK betreft de som van afzonderlijke groepsrisico's en plaatsgebonden risico's, welke al berekend worden door verschillende instanties:
    -Risico's van de bron 'VR-plichtige bedrijven': op basis van gegevens over groepsrisico's en plaatsgebonden risico's in veiligheidsrapporten van individuele bedrijven;
    -Risico's van de bron 'Schiphol' en 'luchthavens': op basis van berekeningen van het NLR (Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium);
    -Risico's van de bron 'transport van gevaarlijke goederen over de weg': op basis van gegevens van AVV (zie nr. 88)
    -Risico's van de bron 'transport van gevaarlijke goederen over het spoor': op basis van gegevens van AVV (zie nr. 89);
    -Risico's van de bron 'LPG-tankstations': op basis van gegevens het Ministerie van VROM;
    -Gasleidingen; op basis van gegevens van de Gasunie;
    -Spoorwegemplacementen; .


    Instanties die gegevens aanleveren
    AVV
    NLR
    Bedrijven


    Databeheer
    RIVM


    Openbaarheid
    Openbaar via Compendium van de Leefomgeving

    ..

      Berekening geluidbelasting in Nederland
    Nummer: 74


    Verzamelde informatie
    -Lokale geluidbelasting, naar bron (weg-, rail-, luchtverkeer, industrie) en cumulatief (weg-, rail- en luchtverkeer);
    -Geluidbelaste woningen (onderverdeeld naar provincie);
    -Geluidbelast oppervlak (onderverdeeld naar provincie);
    -Geluidbelaste stiltegebieden;
    -Gemiddelde geluidbelasting per gemeente;
    -Geluidbelaste EHS-gebieden (Ecologische Hoofdstructuur);
    -Geluidbelaste woningen rondom Schiphol.


    Wijze van gegevensverzameling
    Berekening geluidbelasting d.m.v. EMPARA-model, op basis van gegevens van:
    -AVV (Adviesdienst Verkeer en Vervoer) over wegen (Nationaal Wegen Bestand (NWB) en BASNET), verkeersintensiteiten (INWEVA-bestand) en prognoses (Landelijk Model Systeem (LMS));
    -DWW (Dienst Weg- en Waterbouwkunde) over locaties met zoab en geluidschermen;
    -provincies over provinciale wegen (verkeersintensiteiten, wegdektype en geluidschermen), stiltegebieden en Ecologische Hoofdstructuur (EHS);
    -enkele gemeenten over verkeersintensiteiten op binnenstedelijke wegen (verkeersmilieukaarten (VMK's));
    -AEA Technology Rail over geluidsemissies van spoorwegen en prognoses van railverkeer;
    -NLR (Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium) over geluidszones en -contouren, vliegvelden, aanvliegroutes, en gebruikgegevens van luchthavens;
    -Alterra


    Instanties die gegevens aanleveren
    AVV
    Provincies
    AEA Technology Rail
    NLR


    Databeheer
    MNP-RIVM


    Openbaarheid
    Ja

      Berekening geluidsbelasting in agglomeraties
    Nummer: 68


    Verzamelde informatie
    -De geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen in agglomeraties vanwege
    a. wegen,
    b. spoorwegen die niet deel uitmaken van een weg,
    c. luchtvaartterreinen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart en de luchthaven Schiphol, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart, en
    d. inrichtingen of verzamelingen van inrichtingen.

    Het gaat om de volgende agglomeratiegemeenten:
    a. de agglomeratie Amsterdam/Haarlem, welke de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Bennebroek, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmerliede, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Zaanstad en Zandvoort omvat;
    b. de agglomeratie Den Haag/Leiden, welke de gemeenten Delft, De Lier, Den Haag, ’s Gravenzande, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Maasland, Monster, Naaldwijk, Oegstgeest, Rijnsburg, Rijswijk, Schipluiden, Valkenburg, Voorschoten, Wassenaar en Wateringen omvat;
    c. de agglomeratie Eindhoven, welke de gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop, Helmond, Mierlo, Nuenen en Veldhoven omvat;
    d. de agglomeratie Heerlen/Kerkrade, welke de gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth en Voerendaal omvat;
    e. de agglomeratie Rotterdam/Dordrecht, welke de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan de IJssel, Dordrecht, Heerjansdam, Hendrik-Ido-Ambacht, Maassluis, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Sliedrecht, Spijkenisse, Vlaardingen en Zwijndrecht omvat;
    f. de agglomeratie Utrecht, welke de gemeenten Houten, Maarssen, Nieuwegein, Utrecht en IJsselstein omvat.


    Wijze van gegevensverzameling
    Berekeningen


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid
    Ja, via "één of meer dag- , nieuws-, of huis-aan-huisbladen, dan wel op andere geschikte wijze" wordt kenbaar gemaakt hoe kennis kan worden verkregen van de inhoud van de geluidsbelastingkaarten

      Berekening geluidsbelasting langs belangrijke provinciale wegen
    Nummer: 67


    Verzamelde informatie
    -Geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen vanwege delen van provinciale wegen.
    -Geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight op stille gebieden in de omgeving van delen van provinciale wegen.

    Het gaat om:
    -delen van provinciale wegen waar naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.

    Tot 2008 om:
    -delen van provinciale wegen waar naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan zes miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.

    De geluidsbelastingkaarten geven ten minste een weergave van:
    a. de geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight veroorzaakt door de geluidsbronnen in het kalenderjaar voorafgaand aan dat van de vaststelling van de geluidsbelastingkaart en
    b. het aantal woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen, geluidsgevoelige terreinen en bewoners van woningen die aan bepaalde waarden van de geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight worden blootgesteld.


    Wijze van gegevensverzameling
    Berekeningen


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid
    Ja, via "één of meer dag- , nieuws-, of huis-aan-huisbladen, dan wel op andere geschikte wijze" wordt kenbaar gemaakt hoe kennis kan worden verkregen van de inhoud van de geluidsbelastingkaarten

      Berekening geluidsbelasting langs belangrijke rijkswegen en hoofdspoorwegen
    Nummer: 66


    Verzamelde informatie
    -Geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen vanwege delen van rijkswegen en hoofdspoorwegen.
    -Geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight op stille gebieden in de omgeving van delen van rijkswegen en hoofdspoorwegen.

    Het gaat om:
    -delen van rijkswegen waar naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een motorvoertuig zal passeren;
    -delen van hoofdspoorwegen waar naar verwachting meer dan 30.000 maal een trein zal passeren.

    Tot 2008 om:
    -delen van rijkswegen waar naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan zes miljoen maal een motorvoertuig zal passeren;
    -delen van hoofdspoorwegen waar naar verwachting meer dan 60.000 maal een trein zal passeren.

    De geluidsbelastingkaarten geven ten minste een weergave van:
    a. de geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight veroorzaakt door de geluidsbronnen in het kalenderjaar voorafgaand aan dat van de vaststelling van de geluidsbelastingkaart en
    b. het aantal woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen, geluidsgevoelige terreinen en bewoners van woningen die aan bepaalde waarden van de geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight worden blootgesteld.


    Wijze van gegevensverzameling
    Berekeningen


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid
    Ja, via "één of meer dag- , nieuws-, of huis-aan-huisbladen, dan wel op andere geschikte wijze" wordt kenbaar gemaakt hoe kennis kan worden verkregen van de inhoud van de geluidsbelastingkaarten

      Berekening luchtkwaliteit langs rijkswegen

    Nummer: 103


    Verzamelde informatie
    Luchtkwaliteit langs Rijkswegen.
    Concentraties stikstofdioxide (NO2), fijn stof/zwevende deeltjes (PM10), benzeen (C6H6) en koolmonoxide (CO).


    Wijze van gegevensverzameling
    Berekening op basis van het VLW-computermodel (Voorspellingssysteem Luchtkwaliteit Wegtracé's). Achtergrondconcentraties worden door het RIVM gemeten en berekend.


    Instanties die gegevens aanleveren
    RIVM


    Databeheer
    Rijkswaterstaat


    Openbaarheid
    Informatie is o.a. terug te vinden in provinciale rapportages luchtkwaliteit.

      Berekening luchtkwaliteit langs wegen in steden en percentage van de bevolking dat wordt blootgesteld aan normoverschrijdingen
    Nummer: 5


    Verzamelde informatie
    Concentraties van stikstofdioxide (NOx), fijn stof (PM10), benzo(a)pyreen, benzeen (C6H6) en koolmonoxide (CO) langs wegen in steden.


    Wijze van gegevensverzameling
    Gegevens van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit en modelberekeningen.


    Instanties die gegevens aanleveren
    RIVM


    Databeheer
    MNP


    Openbaarheid
    Ja, o.a. via Milieucompendium en Milieubalans

      Berekening risico's van vervoer gevaarlijke stoffen over de weg (Risicoatlas wegtransport)
    Nummer: 88


    Verzamelde informatie
    Per wegdeel van rijksweg of provinciale weg het plaatsgebonden risico en het groepsrisico als gevolg van het transport over de weg van gevaarlijke stoffen. Berekening op basis van aantal transporten van verschillende categorieën gevaarlijke stoffen. Vergelijking met risiconormen en overschrijdingen.


    Wijze van gegevensverzameling
    Op basis van:
    -Steekproefsgewijze tellingen van provincies;
    -Risicoberekeningsmethodiek RBM-II.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Provincies


    Databeheer
    Bij AVV. Ruwe data over tellingen van gevaarlijk transport bij provincies. Risicogegevens zullen ook in Risicoregister bij RIVM worden opgenomen.


    Openbaarheid
    Ja

      Berekening risico's van vervoer gevaarlijke stoffen over het spoor (Risicoatlas spoor)
    Nummer: 89


    Verzamelde informatie
    Per spoorwegdeel het plaatsgebonden risico en het groepsrisico als gevolg van het transport over het spoor van gevaarlijke stoffen. Berekening op basis van aantal transporten van verschillende categorieën gevaarlijke stoffen. Vergelijking met risiconormen en overschrijdingen.


    Wijze van gegevensverzameling
    Op basis van:
    -Gegevens over vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor van ProRail;
    -Risicoberekeningsmethodiek (binnenkort RBM-II).


    Instanties die gegevens aanleveren
    ProRail


    Databeheer
    Bij AVV. Risicogegevens zullen ook worden opgenomen in Risicoregister bij RIVM.


    Openbaarheid
    Ja

      Berekening risico's van vervoer gevaarlijke stoffen over het water (Risicoatlas hoofdvaarwegen)
    Nummer: 90


    Verzamelde informatie
    Per vaarwegdeel van hoofdtransportassen en hoofdvaarwegen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico als gevolg van het transport over water van gevaarlijke stoffen. Berekening op basis van aantal transporten van verschillende categorieën gevaarlijke stoffen. Vergelijking met risiconormen en overschrijdingen.


    Wijze van gegevensverzameling
    Op basis van:
    -Gegevens uit het Informatie- en Volgsysteem Scheepvaart (IVS90) van Rijkswaterstaat;
    -Sluisinformatiesysteem (SITOS) van Rijkswaterstaat;
    -Ongevallensysteem ONOVIS/AVV-ongevallenbestand van AVV - Rijkswaterstaat;
    -Risicoberekeningsmethodiek RBM-II.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Rijkswaterstaat
    AVV


    Databeheer
    Bij AVV. Risicogegevens zullen ook worden opgenomen in Risicoregister bij RIVM.


    Openbaarheid
    Ja

      Emissieregistratie - berekening diverse emissies naar water, bodem en lucht
    Nummer: 1


    Verzamelde informatie
    Emissies naar lucht, water en bodem van 170 stoffen of stofgroepen (o.b.v. ±800 chemische verbindingen), van 21 categorieën individuele puntbronnen en ±1200 diffuse bronnen (verdeeld in 14 doelgroepen), gelokaliseerd over ±240.000 gridcellen van 500x500m.


    Wijze van gegevensverzameling
    Registratie op basis van:
    A) gerapporteerde emissies van individuele puntbronnen en
    B) berekeningen van taakgroepen binnen de Emissieregistratie.

    Emissies van individuele puntbronnen (A) worden verzameld aan de hand van:
    1) Verplichte Milieujaarverslagen (MJV's) van bedrijven (verzameld door FO-I (Facilitaire Organisatie Industrie)
    2) Verplichte rapportages van bedrijven die onder het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties milieubeheer A (BEES A) vallen
    3) Resultaten CIW-Enquête (Commissie Integraal Waterbeheer)
    4) Emissiegegevens geselecteerde puntbronnen


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven
    CBS
    Waterdienst RWS


    Databeheer
    Centrale database van de Emissieregistratie, de ER-C. Gegevens van individuele bedrijven in database ER-I van TNO.


    Openbaarheid
    Nee. Indien men over inlognaam en wachtwoord beschikt kan men een gedeelte van de gegevens via Datawarehouse raadplegen.

      In kaart brengen externe veiligheidsrisico's VR-plichtige bedrijven (landsdekkend beeld meest risicovolle bedrijven)
    Nummer: 77


    Verzamelde informatie
    De risico's rondom VR-plichtige bedrijven (bedrijven die in het kader van het Besluit Risico's Zware Ongevallen verplicht zijn een Veiligheidsrapport op te stellen).
    Per VR-plichtig bedrijf:
    -het groepsrisico (kans op een ramp van bepaalde omvang);
    -de overschrijding van de norm voor het groepsrisico;
    -het individuele plaatsgebonden risico (de kans die een denkbeeldig persoon loopt om op een bepaalde plek dodelijk te worden getroffen).


    Wijze van gegevensverzameling
    Op basis van gegevens uit de veiligheidsrapporten van VR-plichtige bedrijven. De meest risicovolle bedrijven zijn in het kader van het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) verplicht een veiligheidsrapport op te stellen. Het bevoegd gezag moet dit veiligheidsrapport goedkeuren. Het bevoegd gezag stuurt de goedgekeurde veiligheidsrapporten naar het Ministerie van VROM, die deze weer doorstuurt naar het RIVM. Het RIVM maakt op basis van deze gegevens een landsdekkend beeld.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Ministerie van VROM
    Bedrijven
    Bevoegd gezag


    Databeheer
    RIVM


    Openbaarheid
    Ja, o.a. via MilieuCompendium: -Risicobronnen in Nederland; -Groepsrisico: de kans op een ramp in Nederland per bedrijfstak; -Overschrijding norm groepsrisico in Nederland; -Het plaatsgebonden risico in Nederland.

      In kaart brengen risicosituaties in provincie (Risicokaarten)
    Nummer: 91


    Verzamelde informatie
    -Een overzicht van de soorten rampen en zware ongevallen de provincie bedreigen en de mogelijke gevolgen daarvan;
    -Een overzicht van de risicovolle situaties in de provincie waarbij zich een ramp of zwaar ongeval kan voordoen en de mogelijke gevolgen daarvan;
    -De gegevens over risico's met betrekking tot gevaarlijke stoffen (bedrijven en transportroutes) uit het risicoregister van het RIVM, zie nr. 75)


    Wijze van gegevensverzameling
    Gemeenten zijn verplicht een risico-inventarisatie uit te voeren. Deze gegevens leveren zij aan de provincie. De provincie maakt op basis van deze gegevens, en op basis van gegevens uit het Risicoregister van het RIVM, de provinciale risicokaart.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Gemeenten
    RIVM


    Databeheer
    Bij provincies


    Openbaarheid
    Ja, risicokaarten worden op internet geplaatst

      Inventarisatie risicovolle bedrijven die onder BRZO vallen (Besluit Risico's Zware Ongevallen)
    Nummer: 79


    Verzamelde informatie
    Gegevens van bedrijven die onder BRZO vallen (Besluit Risico's Zware Ongevallen). Onderscheid tussen PBZO- en VR-bedrijven: PBZO-bedrijven zijn bedrijven die over een veiligheidsbeheerssysteem moeten beschikken (Preventie Beleid Zware Ongevallen), VR-bedrijven tevens over een door het bevoegd gezag goedgekeurd veiligheidsrapport (VR).


    Wijze van gegevensverzameling
    Het RIVM laat jaarlijks door adviesbureau AVIV een inventarisatie uitvoeren naar BRZO-bedrijven. AVIV doet hiervoor navraag bij bevoegde gezagen. Deze gegevens worden gecontroleerd bij het Ministerie van SZW en de VROM-Inspectie aan de hand van bij hen bekende gegevens over risicovolle bedrijven.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    RIVM


    Openbaarheid
    Ja

      Jaarlijks onderzoek naar de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu en de effectiviteit van beleid
    Nummer: 73


    Verzamelde informatie
    Informatie over de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu en de effecten van het milieubeleid.


    Wijze van gegevensverzameling
    Op basis van diverse monitoringsactiviteiten.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    MNP-RIVM


    Openbaarheid
    Ja

      Meting van de bodemkwaliteit en kwaliteit freatisch (bovenste) grondwater, d.m.v. Provinciale Meetnetten Bodemkwaliteit

    Nummer: 86


    Verzamelde informatie
    Gehalte van verontreinigende stoffen in bodem en freatisch grondwater.
    -In 10 van de 12 provincies wordt kwaliteit freatisch (bovenste) grondwater gemeten (in Flevoland en Overijssel niet);
    -9 van de 12 provincies beschikken over provinciaal meetnet bodemkwaliteit;
    -8 van de 12 provincies meten de zware metalen in bodem. 


    Wijze van gegevensverzameling
    Provinciale Meetnetten Bodemkwaliteit


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    Provincies


    Openbaarheid


      Meting van de grondwaterkwaliteit, d.m.v. Provinciale Meetnetten Grondwaterkwaliteit
    Nummer: 85


    Verzamelde informatie
    Gehalte van diverse verontreinigende stoffen in grondwater. Verschilt per provincie.


    Wijze van gegevensverzameling
    Provinciale Meetnetten Grondwaterkwaliteit. Frequentie van bemonstering verschilt van 1 keer per jaar tot eens in de paar jaar.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    Provincies


    Openbaarheid


      Meting van geluid van wegverkeer, railverkeer en luchtvaart op 6 locaties (Geluidmonitor)
    Nummer: 84


    Verzamelde informatie
    Continue geluidsmetingen van:
    -wegverkeer (2 lokaties langs rijkswegen en 1 stadlocatie);
    -railverkeer (2 lokaties);
    -luchtvaart (1 lokatie: Volkel).

    -Meetresultaten (in Lden, LAeq, Lden en (voor lokatie Volkel) B65/Ke);

    -Voor bepaalde lokatie(s) ook aantal overschrijdingen (events), en tijdstip en tijdsduur van event;

    -Berekende geluidsemissies (weg- en railverkeer) op basis van meetresulaten;
    -Vergelijking meetresultaten met berekeningen op basis van Reken- en Meetvoorschriften, het Akoustisch Spoorboekje en berekeningen van het Nationaal Lucht en Ruimtevaartlaboratorium (NLR).


    Wijze van gegevensverzameling
    Continue geluidsmetingen met geluidapparatuur en GSM-modem. Eén keer per maand worden de gegevens 'opgebeld' door een computer en opgeslagen in de NMS database (Noise Monitoring System).


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid
    Worden gepubliceerd in Geluidmonitor

      Monitoring (best-beschikbare) emissiegrenswaarden die zijn vastgesteld per activiteitencategorie en van de beste beschikbare technieken waarop die waarden zijn gebaseerd, m.b.t. bedrijven die onder IPPC-richtlijn vallen
    Nummer: 57


    Verzamelde informatie
    -Installaties die onder de richtlijn vallen per categorie,
    -Informatie over (best-beschikbare) emissiegrenswaarden en de best-beschikbare technieken, en vergunde emissiegrenswaarden.



    Wijze van gegevensverzameling
    Bevoegde gezagen voeren deze gegevens in de IPPC-database


    Instanties die gegevens aanleveren
    Gemeenten
    Provincies
    Ministerie van VROM
    Waterschappen


    Databeheer
    In de IPPC-database, beheerd door de Emissieregistratie


    Openbaarheid
    Emissiegrenswaarden in vergunningen zijn openbaar, maar de database is niet voor het publiek toegankelijk.

      Monitoring (bestuursovereenkomst) landelijke ontwikkeling windenergie (BLOW)

    Nummer: 106


    Verzamelde informatie
    Stand van zaken uitvoering Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie (BLOW).
    O.a. aantal Megawatt (MW) gerealiseerd vermogen aan windenergie, landelijke en per provincie.

    Toelichting:
    In BLOW is een landelijke doelstelling van 1500 MW (Megawatt) vermogen aan windenergie voor 2010 geformuleerd. Deze doelstelling van 1500 MW is verdeeld in de volgende provinciale taakstellingen:
    -Groningen 165 MW
    -Fryslân 200 MW
    -Drenthe 15 MW
    -Overijssel 30 MW
    -Gelderland 60 MW
    -Flevoland 220 MW
    -Utrecht 50 MW
    -Noord-Holland 205 MW
    -Zuid-Holland 205 MW
    -Zeeland 205 MW
    -Noord-Brabant 115 MW
    -Limburg 30 MW
    (Totaal 1500 MW).


    Wijze van gegevensverzameling
    Alle partijen van de Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie (BLOW) leveren elk jaar een jaarverslag in over de uitvoering van BLOW, die gebundeld worden tot één jaarlijkse rapportage.
    Partijen:
    -IPO (Interprovinciaal Overleg),
    -Ministerie van EZ,
    -Minsiterie van VROM,
    -Ministerie van LNV,
    -Ministerie van V&W,
    -Ministerie van Defensie,
    -VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten).



    Instanties die gegevens aanleveren
    Ministerie van VROM
    Ministerie van LNV
    Ministerie van Defensie
    VNG


    Databeheer
    Bij LSOW, waarvoor SenterNovem het secretariaat voert.


    Openbaarheid
    Ja. Jaarverslag BLOW (bundeling van afzonderlijke jaarverslagen van betrokken ministeries, provincies en VNG) is te downloaden via de website van NOVEM

      Monitoring (niet continu) van de effecten van verzuring op grondwaterkwaliteit (TrendMeetnet Verzuring, TMV)
    Nummer: 82


    Verzamelde informatie
    Kwaliteit van het ondiepe grondwater van bos- en heidevelden op zandgronden. (Dit vanwege het ontbreken van directe effecten van bemesting). De volgende parameters worden gemeten:
    -pH, EC en DOC;
    -Vermestende stoffen (totaal-fosfaat, anorganisch fosfaat, ammonium, chloride, nitraat, sulfaat en kalium);
    -Zware metalen (cadmium, lood, chroom, koper, zink en arseen);
    -Overige metalen (aluminium, barium, calcium, magnesium, mangaan, natrium en strontium).



    Wijze van gegevensverzameling
    Geen continue monitoring (in 2005 geen meting). In een bepaalde periode worden op de circa 155 vaste locaties, verspreid over bos- en heidevelden op zandgronden, meerdere grondwatermonsters genomen van het ondiepe grondwater (tot 6 meter). Tien grondwatermonsters worden genomen over de langst mogelijke transsect van de lokatie en samengevoegd tot een mengmonster. De onderlinge afstanden van de monsterpunten bedraagt 50 meter. Indien de transsect niet lang genoeg is wordt bemonsterd langs de middelloodlijn op de transsect. De afstand tot de rand van het natuurgebied bedraagt minimaal 20 m. Het RIVM (MEV-LVM) voert de monsternames en analyses uit.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    RIVM-LVM


    Openbaarheid
    De gegevens van de laatste meetronde zijn onder voorwaarden gratis beschikbaar. Er wordt over nagedacht om de gegevens op internet te publiceren.

      Monitoring (transport van) bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
    Nummer: 104


    Verzamelde informatie
    Hoeveelheid getransporteerde gevaarlijke afvalstoffen en bedrijfsafvalstoffen, onderverdeeld naar doelgroep.


    Wijze van gegevensverzameling
    Op basis van bij Uitvoering Afvalbeheer - SenterNovem door bedrijven gemelde gegevens.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven


    Databeheer
    In database van Uitvoering Afvalbeheer - SenterNovem


    Openbaarheid
    ?

      Monitoring afgedankte autowrakken / voor demontage vrijgekomen voertuigen
    Nummer: 32


    Verzamelde informatie
    -Jaarlijkse hoeveelheid (aantal en gewicht) afgedankte, voor demontage vrijgekomen voertuigen;
    -Naar voertuigcategorie en -type (personenauto's, bedrijfsauto's totaal, bestelauto's, vrachtauto's, trekkers, speciale voertuigen, autobussen);
    -Naar brandstofsoort (benzine, diesel, LPG);
    -Naar gewichtsklasse.


    Wijze van gegevensverzameling
    Berekening op basis van gegevens RDW (d.m.v. kentekenregistratie)


    Instanties die gegevens aanleveren
    RDW


    Databeheer
    In MS Access database bij het CBS


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring afvalstoffen van bedrijven uit de doelgroepen industrie, delfstoffenwinning en nutsvoorziening, exclusief de bouw
    Nummer: 35


    Verzamelde informatie
    -Per bedrijfscategorie (26 binnen industrie, 2 binnen nutsvoorziening, 1 binnen delfstoffenwinning), of bedrijfsgrootte de volgende gegevens:
    -Totale hoeveelheid vrijgekomen afvalstoffen;
    -Afvalcategorie (procesafhankelijk en procesonafhankelijk);
    -Samenstelling (organisch gescheiden aangeboden, anorganisch gescheiden aangeboden, slib gescheiden aangeboden, gevaarlijk, overig gescheiden, gemengd aangeboden);
    -Wijze van verwerking (hergebruik, verbranden, storten, lozen, scheiden achteraf, anders);

    Ook informatie overbedrijven die afvalstoffen voorbereiden tot recycling:
    -Aangevoerde hoeveelheden afval- en reststoffen die bestemd zijn om tot secundiare grondstof te worden bewerkt;
    -Aandeel van de aangevoerde hoeveelheid afval- en reststoffen die tot secundaire grondstof of (eind)product is verwerkt;
    -Reststoffen (die afvalstoffen die na bewerking van de ingenomen afval- en reststoffen door de recyclingbedrijven overblijven en vervolgens ter verwerking worden aangeboden bij o.a. stortplaatsen of afvalverbrandingsinstallaties. Incl. het bij het LMA (Landelijk Meldpunt Afvalstoffen) gemelde gevaarlijke afval.


    Wijze van gegevensverzameling
    Op basis van:
    -CBS-bedrijfsafvalstoffenenquête (2-jaarlijkse enquête onder circa 10.000 industriële bedrijven: alle grote bedrijven en steekproef onder bedrijven met meer dan 10 werknemers);
    -Milieujaarverslagen van bedrijven;
    -Gegevens van LMA (Landelijk Meldpunt Afvalstoffen) over gevaarlijk afval (niet opgesplitst).


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven


    Databeheer
    In MS Access database bij het CBS


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring afvalverwerking in Nederland
    Nummer: 61


    Verzamelde informatie
    Gegevens over methoden van afvalverwerking in Nederland (storten, verbranden, composteren & vergisten, slibverwerking) en de door die methoden jaarlijks verwerkte hoeveelheden, plus technische gegevens over de technieken en de beschikbare capaciteiten.

    STORTEN:
    Hoeveelheden gestort afval, categorieën, gegevens van installaties .

    VERBRANDEN:
    Hoeveelheden verbrand afval, categorieën afval, emissiegegevens, gegevens per verbrandingslijn, technische aspecten, energieopbrengstgegevens.

    COMPOSTEREN:
    Hoeveelheden aangeboden en verwerkt gft-afval, categorieën GFT-afval, de afzet van compost (7 categorieën), technische gegevens.

    SLIBVERWERKING:
    Hoeveelheden aangeboden en verwerkt slib en oliën en vetten, categorieën slib, vergunningssituatie.



    Wijze van gegevensverzameling
    Gegevens worden verzameld via een jaarlijkse enquête onder alle afvalverwerkende bedrijven in Nederland (afvalverbrandingsinstallaties, stortplaatsen, verwerkers van gft-afval en verwerkers van slib)


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven


    Databeheer
    In centrale database afvalstoffen bij SenterNovem - Uitvoering Afvalbeheer


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring afvalwaterzuiveringsslib van rioolwaterzuiveringsinstallaties
    Nummer: 39


    Verzamelde informatie
    -Per type, capaciteit, of DS-klasse (% droge stof) zuiveringsinstallie de volgende gegevens:
    -Hoeveelheid zuiveringsslib (nat slib, droge stof, as (gloeirest), organische fractie);
    -Zich in het slib bevindende nutriënten en zware metalen (stikstof als N, fosfor als P, koper, chroom, zink, lood, cadmium, nikkel, kwik, arseen);
    -Verwerking/bestemming (landbouw, natte oxidatie, composteren, storten, verbranden, overig)


    Wijze van gegevensverzameling
    CBS-enquête ‘Openbare zuivering van afvalwater’ onder alle (27) beheerders van de circa 400 rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's)


    Instanties die gegevens aanleveren
    Beheerders van rioolwaterzuiveringsinstallaties


    Databeheer
    In RwziBase (relationele Access database voor intern gebruik en voor gebruik door de Waterdienst)


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring bacteriën in zoete en zoute rijkswateren
    Nummer: 115


    Verzamelde informatie
    Het gaat om de volgende parameters:

    De kwaliteitscontrole van zoet vis- en drinkwater gebeurt standaard aan de hand van vier parameters.
    1. colibacteriën (op alle 27 locaties van het zoete meetnet), en dan specifiek thermotolerante coli en meer in het bijzonder E-coli: organismen die een indicator vormen voor de mate van faecale verontreiniging en als parameter gevoeliger zijn dan faecale streptokokken;
    2. faecale streptokokken (uitsluitend op de hoofdmeetpunten): organismen die een indicator vormen voor de mate van faecale verontreiniging, ook als die verontreiniging wat ouder is;
    3. salmonella (uitsluitend op de hoofdmeetpunten): de enige ziekteverwekkende organismen waar men specifiek naar kijkt omdat dit expliciet in de richtlijn staat aangegeven;
    4. F-specifieke fagen (uitsluitend op de hoofdmeetpunten): indicatoren voor de aanwezigheid van ziekteverwekkende virussen.

    Bemonstering van het zoute schelpdierwater gebeurt eenmaal per kwartaal. Men verzamelt mossels en kokkels en onderzoekt zowel het water als het schelpdiervlees in het laboratorium op de aanwezigheid van colibacteriën.


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    In de centrale database DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) van Rijkswaterstaat waarin al haar fysische, chemische, biologische en morfologische gegevens worden opgeslagen.


    Openbaarheid
    Gegegevens zijn op te vragen bij de Waterdienst.


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring bedrijfsafval uit de KWD-sector (kantoor-, winkel-, dienstensector)
    Nummer: 36


    Verzamelde informatie
    -Hoeveelheid niet-gevaarlijk bedrijfsafval uit de KWD-sector;
    -Onderscheid naar verschillende afvalcomponenten;
    -Scheidingspercentages per afvalcomponent;
    -Onderscheid naar verschillende bedrijfsklassen (SBI-klassen);
    Afvalcomponenten: papier, glas, hout, textiel, kunststoffen, ijzer/staal, aluminium, organisch bedrijfsafval, overige componenten.


    Wijze van gegevensverzameling
    Telefonische enquête adviesbureau onder ongeveer 1000 bedrijven uit de KWD-sector.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven
    Extern bureau


    Databeheer
    Centrale database afvalstoffen van SenterNovem - Uitvoering Afvalbeheer


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring bodemkwaliteit in Nederland (Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit, LMB)
    Nummer: 69


    Verzamelde informatie
    Gehalte aan zware metalen, bestrijdingsmiddelen en vermestende stoffen in bodem en/of grondwater van verschillende grondgebruik/grondsoort-combinaties.

    Gemeten parameters:
    -bodemfysische parameters (pH, lutum, organische stof en CEC)
    -zware metalen (koper, lood, cadmium, zink, chroom, kwik en nikkel)
    -Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK)
    -Organochloorbestrijdingsmiddelen (o.a. lindaan, drins, DDT)
    -Triazines
    -Fosfaatverzadiging

    -profielbeschrijvingen van de bovenste 120 cm van de bodem.

    In de grondwatermonsters worden de volgende parameters geanalyseerd:
    -pH en DOC
    -zware metalen (cadmium, lood, chroom, koper, zink en arseen)
    -overige metalen (Al, Ba, Ca, Fe, Mg, Mn, Na en Sr)
    -vermestende stoffen (tot. P, ortho-P, NH4, Cl, NO3, SO4 en K)

    De 10 verschillende grondgebruik/grondsoort combinaties zijn:
    1) melkveehouderij lage veedichtheid-zand
    2) melkveehouderij hoge veedichtheid-zand
    3) melkveehouderij met intensieve veehouderijtak-zand
    4) bos-zand/strooisel
    5) akkerbouw-zand
    6) melkveehouderij-veen
    7) akkerbouw-zeeklei
    8) melkveehouderij-rivierklei
    9) melkveehouderij-zeeklei
    10) tuinbouw/bollenteelt-klei/zand


    Wijze van gegevensverzameling
    Het meetnet bevat 200 meetlocaties: 20 locaties per grondgebruik/grondsooort-combinatie. In een periode van 5 jaar worden elk jaar de locaties van 2 grondgebruik/grondsooort-combinaties bemonsterd. De 1e meetronde was van 1993-1997, de 2e van 1999-2003. In 2005 is een nieuwe meetronde van start gegaan. Momenteel wordt elke locatie c.q. elke grondgebruik/grondsoort-combinatie dus iedere 6 jaar opnieuw bemonsterd.
    Bemonsteringsstrategie:
    -toplaag van de bodem (0-10 cm-mv), 320 steken per lokatie, verdeeld over 4 mengmonsters
    -diepere bodemlaag (30-50 cm-mv), 16 steken per lokatie, verdeeld over 1 mengmonster
    -bovenste grondwater, 16 putten per lokatie, verdeeld over 4 mengmonsters
    Het beheer en de organisatie van het meetnet is in handen van het RIVM. De bemonstering en laboratorium-analyses wordt door TNO-NITG uitgevoerd. LEI levert gegevens over betreffende landbouwbedrijven.


    Instanties die gegevens aanleveren
    LEI


    Databeheer
    RIVM-MEV-LVM


    Openbaarheid
    Ja, op te vragen en via publicaties. Er wordt aan gewerkt om de gegevens via internet beschikbaar te stellen.

      Monitoring bodemsanering - gemeenten
    Nummer: 109


    Verzamelde informatie
    Gegevens over voortgang bodemsaneringsoperatie. Tevens gegevens t.b.v. van Landsdekkend Beeld, (de 'werkvoorraad' nog te saneren en te onderzoeken lokaties).
    -Lokatie;
    -Fase;
    -Inzet van middelen;
    -Inzet van financiële en juridische instrumentenie.
    Zie voor meer informatie Bijlagen 8 en 9 bij Regeling Financiële Bepalingen Bodemsanering en Handboek Monitoring Bodemsanering.


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    Wbb-gemeenten en RIVM


    Openbaarheid
    Ja.

      Monitoring bodemsanering - landelijk
    Nummer: 70


    Verzamelde informatie
    Gegevens over voortgang bodemsaneringsopreatie.
    Tevens gegevens t.b.v. van Landsdekkend Beeld, (de 'werkvoorraad' nog te saneren en te onderzoeken lokaties).

    -Lokatie
    -Fase
    -Inzet van middelen
    -Inzet van financiële en juridische instrumentenie

    Zie voor meer informatie Bijlagen 8 en 9 bij Regeling Financiële Bepalingen Bodemsanering en Handboek Monitoring Bodemsanering


    Wijze van gegevensverzameling
    Provincies en aangewezen gemeenten leveren gegevens aan aan RIVM, meestal in Globis-format.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Gemeenten
    Provincies


    Databeheer
    RIVM


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring bodemsanering - provincies

    Nummer: 71


    Verzamelde informatie
    Gegevens over voortgang bodemsaneringsoperatie. Tevens gegevens t.b.v. van Landsdekkend Beeld, (de 'werkvoorraad' nog te saneren en te onderzoeken lokaties).

    -Lokatie;
    -Fase;
    -Inzet van middelen;
    -Inzet van financiële en juridische instrumentenie.

    Zie voor meer informatie Bijlagen 8 en 9 bij Regeling Financiële Bepalingen Bodemsanering en Handboek Monitoring Bodemsanering.


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    Provincies en RIVM


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring chemische kwaliteit van zoete en zoute wateren (water, zwevend stof, sediment en biota)

    Nummer: 110


    Verzamelde informatie
    Het gaat om:
    1. algemene parameters,
    2. organische verontreinigingen,
    2. zware metalen,
    3. nutriënten en
    4. radioactiviteit

    In:
    A. water en/of
    B. zwevend stof en/of
    C. sediment en/of
    D. biota (mossels en vis).

    1. Algemene parameters omvatten (m.n.):
    -zuurstofconcentratie,
    -saliniteit,
    -chlorideconcentratie in water,
    -zwevende stofconcentratie in water,
    -TOC-vracht (totaal organisch koolstof) in water,
    -organische-koolstofpercentage in water, in droog zwevende stof en in droog sediment,
    -lutumpercentage in droog sediment en droog zwevende stof.

    2. Nutriënten omvatten concentraties in water van (m.n.):
    -nitraat,
    -nitriet,
    -ammonium,
    -totaal stikstof,
    -orthofosfaat,
    -totaal fosfaat,
    -silicaat.

    3. Zware metalen omvatten concentraties in zwevende stof, sediment en biota van (m.n.) :
    -arseen,
    -cadmium,
    -chroom,
    -koper,
    -kwik,
    -nikkel,
    -lood,
    -zink.

    4. Organische microverontreiniging

    In oppervlaktewater worden o.a. gemeten:
    -organofosforbestrijdingsmiddelen (OPB's)
    -monoaromatische koolwaterstoffen (MAK's)
    -polyaromatische koolwaterstoffen (PAK's)
    -vluchtig gechloreerde koolwaterstoffen (VCK's)

    In zwevende stof, sediment en organismen worden gemeten:
    -PAK's,
    -polychloorbifenylen (PCB's),
    -organotinverbindingen,
    -organochloorbifenylen (OCB's - bestrijdingsmiddelen),
    -nitrochloorbenzenen (NCB's),
    -chloorparaffines (CP's),
    -dioxines.

    Radioactiviteit omvat de meting in oppervlaktewater en/of droog zwevend stof van:
    -alpha-activiteit,
    -rest beta-activiteit,
    -(beta-)activiteit van specifieke


    Wijze van gegevensverzameling
    De monitoring van de zoete en zoute rijkswateren wordt uitgevoerd door de Waterdienst. Deze monitoring maakt samen met de biologische monitoring en fysische monitoring deel uit van het MWTL: de Monitoring Waterstaatkundige Toestand des Lands.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    In de centrale database DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) van Rijkswaterstaat waarin al haar fysische, chemische, biologische en morfologische gegevens worden opgeslagen.


    Openbaarheid
    Data zijn grotendeels te raadplegen via www.waterbase.nl. Op te vragen bij de Waterdienst.


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring CO2- en NOx-emissies van grote industriële bedrijven
    Nummer: 7


    Verzamelde informatie
    De hoeveelheid geëmiteerde CO2 en NOx per jaar door grote industriële bedrijven. Het gaat om bedrijven waarop richtlijn 2003/87 inzake de handel in broeikasgassen (alleen CO2) en het nieuwe hoofdstuk in de Wet milieubeheer m.b.t. emissiehandel (CO2 en NOx) betrekking hebben.


    Wijze van gegevensverzameling
    Gebaseerd op gegevens uit de emissiejaarrapporten van grote industriële bedrijven, die verplicht zijn om op basis van goedgekeurde monitoringsprotocollen een goedgekeurd emissiejaarrapport aan de Nederlandse Emissieautoriteit (EmissieRegistratie) te sturen.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven


    Databeheer
    NEa?


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring Duurzame Bedrijventerreinen
    Nummer: 102


    Verzamelde informatie
    -Provinciaal beleid inzake duurzaamheid bedrijventerreinen;
    -Gemeentelijke maatregelen inzake duurzaamheid bedrijventerreinen.



    Wijze van gegevensverzameling
    Geen interprovinciale monitoring.
    Door onderzoeksbureau CE is in opdracht van het IPO een monitoringssysteem duurzame bedrijventerreinen opgesteld, inclusief vragenlijsten voor provincies en gemeenten. Er vindt tot op heden echter geen interprovinciale monitoring plaats. Provincie Utrecht is wel aan de slag gegaan met het monitoringssysteem en de Provincie Zuid-Holland heeft een module duurzaamheid opgenomen in de monitoring van bedrijventerreinen.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Gemeenten


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring emissies rapportageplichtige bedrijven op basis van Milieujaarverslagen (MJV's)

    Nummer: 56


    Verzamelde informatie
    1. Emissies van alle afzonderlijke inrichtingen
    2. Emissies naar lucht en water van elke verontreinigende stof waarvoor de drempelwaarde wordt overschreden
    3. Een samenvattend verslag met de nationale totalen van alle gerapporteerde emissies voor elk van de broncategorieën met de belangrijkste activiteit


    Wijze van gegevensverzameling
    Inventarisatie op basis van door het bevoegd gezag goedgekeurde Milieujaarverslagen van rapportageplichtige bedrijven


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    Bij bedrijven en InfoMil


    Openbaarheid

    e-MJV-helpdesk:
    Telefoon: 070 – 312 0 360



     


    Email: helpdesk@emjv.info
      Monitoring emissies van broeikasgassen (CO2, CH4, N2O, HFK's, PFK's en SF6)
    Nummer: 21


    Verzamelde informatie
    Monitoring emissies van broeikasgassen: CO2, CH4, N2O, HFK's, PFK's en SF6


    Wijze van gegevensverzameling
    Berekening op basis van:
    a) gerapporteerde emissies van individuele puntbronnen en
    b) berekeningen van taakgroepen binnen de Emissieregistratie.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    Centrale database van de Emissieregistratie, de ER-C. Gegevens van individuele bedrijven in database ER-I van TNO.


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring emissies van voertuigen
    Nummer: 24


    Verzamelde informatie



    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring emissies van VOS door grafische industrie / verpakkingsdrukkerijen
    Nummer: 22


    Verzamelde informatie



    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring externe veiligheidsrisico's rond Schiphol
    Nummer: 76


    Verzamelde informatie
    -Voor verschillende niveaus van het plaatsgebonden risico:
    >Blootgestelde woningen;
    >Blootgestelde inwoners;
    >Blootgesteld oppervlak.

    -Groepsrisico.


    Wijze van gegevensverzameling
    Het RIVM laat het NLR (Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium) jaarlijks de risico's rondom Schiphol berekenen.


    Instanties die gegevens aanleveren
    NLR


    Databeheer
    RIVM


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring fytoplankton in zoete en zoute rijkswateren
    Nummer: 116


    Verzamelde informatie
    Het gaat om de volgende soorten fytoplankton:

    - Blauwalgen,
    - Chlorofyl-a,
    - Dinoflagellaten,
    - Groenalgen,
    - Kiezelalgen (diatomeeën),
    - Overige algen (geen diatomeeën of dinoflagellaten).


    Wijze van gegevensverzameling
    Het meetnet voor fytoplankton omvat 53 locaties: 31 in de zoute en 22 in de zoete rijkswateren. Per watersysteem worden voor de fytoplanktonmonitoring één of meer representatieve meetlocaties gekozen. De meetpunten liggen op dezelfde locaties als de chemische, zodat men eventueel relevante correlaties kan afleiden.

    De meetfrequentie varieert: in de zoete wateren eenmaal per maand, in de zoute wateren maandelijks ('s winters) of tweemaal per maand (de rest van het jaar). De zoete monsters worden jaarlijks globaal geanalyseerd. Van ieder monster telt men het fytoplankton en wordt de soort benoemd. Door per monster tot 100 waarnemingen te tellen ontstaat een globaal beeld van het aantal soorten op de locatie. In de peiljaren, één keer per vier jaar, worden er tot 300 waarnemingen geteld. In de zoute wateren determineert men al het fytoplankton, voor zover mogelijk, tot op de soort.

    Op alle plaatsen bemonstert men net onder de waterspiegel; op een aantal zoute locaties op drie verschillende diepten, in verband met stratificatie.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    In de centrale database DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) van Rijkswaterstaat waarin al haar fysische, chemische, biologische en morfologische gegevens worden opgeslagen.


    Openbaarheid
    Geaggregeerde gegevens zijn te raadplegen op www.fytoplankton.nl. Gegevens zijn op te vragen bij de Waterdienst.


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring gebruik zuiveringsslib in de landbouw
    Nummer: 59


    Verzamelde informatie
    -Hoeveelheden slib gebruikt in landbouw
    -Concentratiegrenswaarden voor zware metalen in de bodem
    -Concentratiegrenswaarden en gemiddelde concentraties voor zware metalen in slib
    -Maximale belasting van bouwland door zware metalen


    Wijze van gegevensverzameling
    ?


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    ?


    Openbaarheid
    ?

      Monitoring gemeentelijk afval
    Nummer: 31


    Verzamelde informatie
    -Door gemeenten ingezameld afval van huishoudens, reinigingsdiensten en KWD-sector (kantoor, winkel en dienstensector);
    -Afvalcategorieën (24 categorieën huishoudelijk afval, 7 categorieën reinigingsdienstenafval en 3 categorieën KWD-sector-afval);
    -Huishoudelijk afval onder verdeeld in grof en fijn huishoudelijk afval;
    -Wijze van inzameling (dienst eigen gemeente, gemeenschappelijke regeling, kringloopbedrijf, particuliere inzamelaar, overige inzamelaars);
    -Wijze van verwerking (hergebruik/nuttige toepassing, composteren/vergisten, scheiden achteraf, verbranden en storten).


    Wijze van gegevensverzameling
    CBS-enquête "Gemeentelijk afval" onder alle gemeenten. De vragenlijst wordt soms ingevuld door een Gemeenschappelijke Regeling of een geprivatiseerde afvalinzamelaar.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Gemeenten
    Gemeenschappelijke Regelingen
    Geprivatiseerde afvalinzamelaars


    Databeheer
    In MS Access database bij het CBS


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring grondwaterkwaliteit in Nederland (Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit, LMG)

    Nummer: 80


    Verzamelde informatie
    Grondwaterkwaliteit op 10 en 25 meter diepte.
    De volgende parameters worden gemeten:
    -pH, temperatuur, redox-potentiaal, geleidbaarheid, O2 en HCO3;
    -Macrocomponenten NO3, SO4, NH4, K, Na, Mg, Ca, Fe, Mn, totaal-P en DOC;
    -Anorganische microcomponenten Ba, Sr, Zn, Al, Cd, Ni, Cr, Cu, As en Pb.


    Wijze van gegevensverzameling
    Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit bevat zo'n 400 vaste meetpunten. Afhankelijk van kwetsbaarheid van het grondwater op het meetpunt, is de bemonsteringsfrequentie tussen de 1 en 4 jaar. TNO-NITG voert de monsternames en laboratoriumanalyses uit.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    RIVM-MEV-LMV


    Openbaarheid
    Ja, via het online te raadplegen geografisch informatie systeem van het RIVM

      Monitoring huishoudelijk afval
    Nummer: 63


    Verzamelde informatie
    Hoeveelheden geproduceerd, ingezameld en verwerkt afval als totaal, maar ook onderverdeeld naar de afzonderlijke deelstromen. Daarbij wordt o.a. onderscheid gemaakt naar:
    -GFT-afval
    -Oud papier en karton
    -Glas
    -Textiel
    -KCA (Klein chemisch afval)
    -Grof huishoudelijk afval
    -Wit- en bruingoed


    Wijze van gegevensverzameling
    Gegevens over de hoeveelheden huishoudelijk afval worden jaarlijks achterhaald via een vragenlijst onder alle gemeenten naar de inzameling en verwerking van gemeentelijk afval (CBS-enquête "Gemeentelijk Afval"). Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar de afzonderlijke deelstromen en de verwerking naar storten, verbranden en nascheiden.
    Voor de samenstelling van het huishoudelijk restafval zijn er sorteeranalyses uitgevoerd.
    Cijfers over deelstromen worden vergeleken met cijfers van desbetreffende brache-organisaties.


    Instanties die gegevens aanleveren
    CBS
    Bedrijven


    Databeheer
    In centrale database afvalstoffen SenterNovem - Uitvoering Afvalbeheer


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring in- en uitvoer van afvalstoffen
    Nummer: 46


    Verzamelde informatie
    Hoeveelheden, categorieën en wijze van verwerking van in- en uitgevoerde afvalstoffen. Categorieën komen overeen met de 34 sectorplannen uit het LAP.


    Wijze van gegevensverzameling
    De monitoring vindt plaats op basis van de meldingen die in het kader van de EVOA gedaan moeten worden bij SenterNovem, Uitvoering Afvalbeheer.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven


    Databeheer
    In DaVinci (systeem voor beheer en registratie van meldingen gedaan in het kader van de EVOA).


    Openbaarheid
    Op geaggregeerd niveau.

      Monitoring inzet secundaire brandstoffen (afval) bij energiecentrales en cementoven, in kader Monitoring Duurzame Energie

    Nummer: 42


    Verzamelde informatie
    Hoeveelheden en categorieën secundaire brandstoffen (afval) bij energieproductie en energieopbrengst per energiecentrale.

    Categorieën:
    bouw- en sloopafval/hout, diermeel, afval uit papierindustrie, overige afvalstromen, mest, zuiveringsslib, afval uit de chemische industrie


    Wijze van gegevensverzameling
    Informatie uit Milieujaarverslagen (MJV's)


    Instanties die gegevens aanleveren
    TenneT


    Databeheer
    Bij CBS en centrale database SenterNovem - Uitvoering Afvalbeheer


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring inzet secundaire grondstoffen door provincies
    Nummer: 105


    Verzamelde informatie
    Inzet secundaire grondstoffen voor provinciale werken.
    O.a.:
    -verontreinigde grond;
    -puingranulaat;
    -asfalt;
    -fosforslakken.


    Wijze van gegevensverzameling
    Volgens monitoringssystematiek van Rijkswaterstaat.
    Onduidelijk in hoeverre monitoring daadwerkelijk heeft plaatsgevonden / plaatsvindt.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring Landelijk Afvalbeheerplan (beleidsmatig)
    Nummer: 62


    Verzamelde informatie
    De monitoring omvat alle beleidsmatige informatie uit het LAP, niet zijnde de getalsmatige informatie genoemd onder monitoringsactiviteit nr. 30 (Getalsmatige monitoring Landelijk Afvalbeheerplan)


    Wijze van gegevensverzameling
    Gegevens worden verzameld op basis van de diverse actiepunten en uitvoeringszaken zoals opgenomen in het LAP, plus alle aspecten aangaande de voortgang rond het afvalstoffenbeleid.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring Landelijk Afvalbeheerplan (getalsmatig)
    Nummer: 30


    Verzamelde informatie
    Monitoring omvat alle afvalthema's:
    -Gegevens over afvalproductie en verwerking van afval van alle doelgroepen;
    -Gegevens over thermische verwerking van afval;
    -Gegevens over het storten van afval;
    -Gegevens over in-, uit- en doorvoer van afvalstoffen.

    Doelgroepen:
    -Consumenten;
    -Verkeer en vervoer;
    -Landbouw;
    -Industrie;
    -Handel, diensten en overheid;
    -Bouw;
    -Energievoorziening;
    -Rioolwaterzuiveringinrichtingen;
    -Openbare drink- en industriewatervoorziening;

    Gegevens over thermische verwerking van afval:
    -Verwerkte hoeveelheden brandbaar afval;
    -Capaciteit en initiatieven nascheiding en productie secundaire brandstoffen;
    -Capaciteit en initiatieven thermische verwerking;
    -Met ontheffing gestort brandbaar afval;
    -In- en uitvoer brandbaar afval;
    -Energieprestaties installatie's;
    -Uitgespaarde CO2-emissies.


    Wijze van gegevensverzameling
    Gegevens worden verzameld op basis van diverse monitoringsactiviteiten van SenterNovem, CBS en bedrijven en brancheorganisaties. Zie voor meer informatie de volgende monitoringsactiviteiten:
    1) Monitoring gemeentelijk afval (CBS-Enquête "Gemeentelijk afval" onder alle gemeenten), CBS
    2) Monitoring afvalstoffen uit de doelgroep industrie en bedrijven in de delfstoffenwinning (bedrijfsafvalstoffenenquête), CBS
    3) Monitoring bedrijfsafval uit de KWD-sector, SenterNovem
    4) Monitoring afvalwaterzuiveringsslib van rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's), CBS
    5) Monitoring afgedankte autowrakken, CBS
    6) Monitoring afvalverwerking in Nederland, Werkgroep Afvalregistratie
    7) Monitoring in- en uitvoer van afvalstoffen, IMA
    7) Monitoring afgedankte autowrakken, CBS

    Verder wordt informatie opgevraagd bij de volgende instanties over:
    1) Afvalstoffen van elektriciteitscentrales, Vliegasunie en NUON
    2) Afval van de doelgroep openbare drink- en industriewatervoorziening, Reststoffenunie Waterleidingbedrijven
    3) Reststoffen van AVI's (Afvalverbrandingsinstallaties), Vereniging Afvalbedrijven
    4) Afgedankte autobanden, BEM (Vereniging Band en Milieu)
    5) Gegegevens over gevaarlijke afvalstoffen, SenterNovem - Uitvoering Afvalbeheer - Landelijk Meldpunt Afvalstoffen
    6) Afgedankte elek(tro)nische apparaten, bracheorganisaties NVMP (Nederlandse vereniging Verwijdering Metalektro Producten) en ICT (Stichting ICT-milieu)


    Instanties die gegevens aanleveren
    CBS
    Bedrijven
    Extern bureau


    Databeheer
    In centrale database afvalstoffen bij SenterNovem - Uitvoering Afvalbeheer


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring lokale luchtkwaliteit
    Nummer: 3


    Verzamelde informatie
    Concentraties van stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM10), koolmonoxide en benzeen in de lucht


    Wijze van gegevensverzameling
    Berekening op basis van gegevens van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (achtergrondconcentraties) in combinatie met modelberekeningen (CAR en NNM-model) voor lokale luchtverontreiniging. Voor grote industriële installaties, provinciale wegen en rijkswegen die binnen een gemeente vallen, worden gegevens over luchtkwaliteit opgevraagd bij provincie resp. Rijkswaterstaat (ook op basis van CAR- en NNM-modelberekeningen).


    Instanties die gegevens aanleveren
    Provincies
    Rijkswaterstaat


    Databeheer



    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring luchtkwaliteit in Nederland op basis van Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit
    Nummer: 2


    Verzamelde informatie
    Luchtverontreiniging in regio, stad en straat.

    Concentraties van de volgende stoffen:

    -gasvormige componenten (koolmonoxide, ozon, stikstofmonoxide, stikstofdioxiode, andere stikstofoxiden, zwaveldioxide, amoniak, vluchtige organische stoffen, zeer vluchtig organische stoffen, koolstofdioxide, methaan en fluoriden);
    -deeltjesgebonden en deeltjesvormige componenten (fijne stof en zwarte rook);
    -verzurende stoffen (ammonium, nitraat, sulfaat);
    -metalen (arseen, cadmium, calcium, lood en zink);
    -persistent organische componenten.


    Wijze van gegevensverzameling
    Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit; 55 meetlocaties (35 regionale, 7 stad en 13 straat locaties) met automatische analysers en actieve/passieve monsternemers. Vanuit automatische analysers wordt ieder uur informatie over concentraties doorgezonden naar het RIVM. Deze gegevens worden weer automatisch op internet en teletekst geplaatst. De monsters worden in een laboratorium geanalyseerd.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    RIVM - MEV-LVM


    Openbaarheid
    Ja, o.a. via website Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit

      Monitoring macrofauna in zoete en zoute rijkswateren

    Nummer: 120


    Verzamelde informatie
    Het gaat om de aantallen op en in de bodem levende ongewervelde dieren die met het blote oog zichtbaar zijn. Naast de aantallen per soort wordt bij de zoute wateren ook de biomassa per soort bepaald, en (indien relevant) de schelplengte en levensstadium of leeftijd).

    De gegevens worden geaggregeerd tot de volgende indicatoren:
    -voorkomen per soort macrofauna op kunstmatig substraat,
    -voorkomen per soort macrofauna op steen,
    -Biomassa draadworm (asvrijdrooggewicht in sediment litoraal),
    -Biomassa macrofauna (asvrijdrooggewicht in sediment litoraal en idem sublitoraal),
    -Biomassa schaaldieren (asvrijdrooggewicht in sediment litoraal en idem sublitoraal),
    -Biomassa stekelhuidigen (asvrijdrooggewicht in sediment litoraal en idem sublitoraal),
    -Biomassa weekdieren (asvrijdrooggewicht in sediment litoraal en idem sublitoraal),
    -Biomassa wormen (asvrijdrooggewicht in sediment litoraal en idem subliteraal),
    -Draadarmige slangster (aantal in sediment sublitoraal),
    -Kniksprietkreeft (aantal in sediment),
    -Macrofauna, (aantal taxa op kunstmatig substraat),
    -Macrofauna, (aantal taxa op steen),
    -Nonnetje (macoma balthica) (aantal in sediment),
    -Noordkromp (aantal in sediment),
    -Rechtsgestreepte platschelp (aantal in sediment sublitoraal),
    -Spiophanes bombyx (aantal in sediment sublitoraal),
    -Strandgaper (aantal in sediment litoraal),
    -Zandzager (aantal in sediment sublitoraal).


    Wijze van gegevensverzameling
    Macrofauna bemonstert men in het voorjaar en meestal ook het najaar. De voorjaarsmetingen geven informatie over de gevolgen van de winter. In het najaar kan men bepalen hoe effectief de voortplanting is en hoe het staat met het beschikbare voedselaanbod.

    Zout water:
    Op de Noordzee worden alleen in het voorjaar 100 locaties, gelijkmatig verspreid over het hele gebied, bemonsterd. Dit meetnet is zo opgezet dat er over een groot gebied conclusies kunnen worden getrokken. In de Delta neemt men op verschillende dieptes in voor- en najaar in totaal ruim 720 monsters; in de Waddenzee 660. Van elk monster bepaalt men voor iedere soort het aantal individuen en de biomassa. Ook worden eventuele andere relevante kenmerken geregistreerd, zoals schelplengte en levensstadium of leeftijd. De leeftijd van enkele soorten (voornamelijk tweekleppige schelpdieren) geeft een indicatie voor het voortplantingssucces en de overleving.

    Zoet water:
    In het programma van de zoete wateren gaat het om twee typen bemonsteringen:
    Jaarlijks bemonstert men op vier locaties macro-invertebraten in de IJssel door het op stenen aanwezige substraat af te borstelen.
    Op vier locaties in rivieren en op zes locaties in kanalen voert men kunstmatige substraatbemonsteringen uit met knikkerkorfjes.
    Op vier andere rivierlocaties en in de rijkskanalen bepaalt men bovendien welke aantallen en soorten macro-invertebraten er voorkomen op kunstmatig substraat. In de peiljaren bemonstert men in het najaar de belangrijkste biotopen per watersysteem. Eens per acht jaar inventariseert men vlakdekkend driehoeksmosselpercelen in het IJsselmeer, Markermeer, Hollandsch Diep en het Haringvliet.

    De informatiestrategie richt zich niet alleen op de macrofauna zelf. Men onderzoekt ook het sediment waarin de macrofauna leeft. De hoeveelheid aanwezige kalk, de deeltjessamenstelling en de hoeveelheid organisch koolstof geven informatie waarmee relaties kunnen worden gelegd tussen de ontwikkeling van macrofauna en de bodem waarin ze voorkomt.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    In de centrale database DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) van Rijkswaterstaat waarin al haar fysische, chemische, biologische en morfologische gegevens worden opgeslagen.


    Openbaarheid
    Gegevens zijn gedeeltelijk te raadplegen via www.waterbase.nl en op te vragen bij de Waterdienst.


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring met ontheffing gestort brandbaar afval
    Nummer: 43


    Verzamelde informatie
    Hoeveelheden gestort brandbaar afval, onderverdeeld naar herkomstcategorieën (residuen scheiding, bedrijfsafval, bouw- en sloopafval, huishoudelijk afval, overig).


    Wijze van gegevensverzameling
    Bedrijven zijn in het kader van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen verplicht jaarlijks gegevens over gestort afval te melden aan het bevoegd gezag (Provincie). SenterNovem verzamelt deze gegevens en rapporteert daar periodiek over.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Provincies
    Bedrijven


    Databeheer
    Bij SenterNovem - Uitvoering Afvalbeheer


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring milieurelevante gegevens van offshore installaties i.h.k.v. OSPAR-rapportage
    Nummer: 52


    Verzamelde informatie
    Type mijnbouwinstallatie, hoeveelheden en samenstelling productiewater en displacement water, kenmerken van mijnbouwinstallaties met eventuele overschrijding van lozingsnormen, hoeveelheden gebruikte, geloosde en verwerkte organic phase drilling fluids / boorgruis, incidenten met flaring, olie en chemicaliën, emissies van CO2, NOx, nmVOCs, CH4, SO2, olie- en gasproductie, gebruikte en geloosde mijnbouwhulpstoffen


    Wijze van gegevensverzameling
    Informatie wordt aan de hand van Milieujaarverslagen van bedrijven verzameld


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven


    Databeheer
    Bij bedrijven


    Openbaarheid
    Ja, individuele Milieujaarverslagen op te vragen bij bedrijven of via www.milieujaarverslag.nl. Sommatierapporten te downloaden via www.fo-industrie.nl en www.ospar.org

      Monitoring nutriënten in zoete en zoute rijkswateren
    Nummer: 113


    Verzamelde informatie
    Het gaat om de volgende parameters:

    - Ammonium in mg/l uitgedrukt in stikstof / na filtratie in oppervlaktewater,
    - Chlorofyl-a in ug/l in oppervlaktewaterDoorzicht in dm in oppervlaktewater,
    - Fosfor in mg/g drooggewicht in bodem/sedimentFosfor in mg/g drooggewicht in zwevende stof,
    - Fosfor in mg/l in oppervlaktewater,
    - Fosfor in mg/l na filtratie in oppervlaktewater,
    - Fosfor in mg/l particulair gebonden in oppervlaktewater,
    - Kjeldahl stikstof in mg/kg uitgedrukt in stikstof / drooggewicht in bodem/sediment,
    - Kjeldahl stikstof in mg/kg uitgedrukt in stikstof / drooggewicht in zwevende stof,
    - Kjeldahl stikstof in mg/l uitgedrukt in stikstof in oppervlaktewater,
    - Nitraat in mg/l uitgedrukt in stikstof / na filtratie in oppervlaktewater,
    - Nitriet in mg/l uitgedrukt in stikstof / na filtratie in oppervlaktewater,
    - Ortho-fosfaat in mg/l uitgedrukt in fosfor / na filtratie in oppervlaktewater,
    - Percentage chlorofyl-a in % in oppervlaktewater,
    - Silikaat in mg/l uitgedrukt in Silicium / na filtratie in oppervlaktewater,
    - Som nitraat en nitriet in mg/l uitgedrukt in stikstof / na filtratie in oppervlaktewater,
    - Som van Nitraat, Nitriet en Ammonium (DIN) in mg/l uitgedrukt in stikstof / na filtratie in oppervlaktewater,
    - Stikstof in mg/l in oppervlaktewaterStikstof in mg/l na filtratie in oppervlaktewater,
    -Stikstof in mg/l particulair gebonden in oppervlaktewater.


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    In de centrale database DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) van Rijkswaterstaat waarin al haar fysische, chemische, biologische en morfologische gegevens worden opgeslagen.


    Openbaarheid
    Data zijn grotendeels te raadplegen via www.waterbase.nl. Op te vragen bij de Waterdienst.


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring organische verontreinigingen in zoete en zoute rijkswateren
    Nummer: 112


    Verzamelde informatie
    Het gaat om de volgende stoffen (verschilt per meetlocatie):

    1,1,1-trichloorethaan (methylchloroform) in ug/l in oppervlaktewater
    1,1,2-trichloorethaan in ug/l in oppervlaktewater
    1,1-dichloorethaan in ug/l in oppervlaktewater
    1,1-dichlooretheen (vinylideenchloride) in ug/l in oppervlaktewater
    1,2,3,4-tetrachloorbenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    1,2,3-trichloorbenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    1,2,3-trichloorbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    1,2,3-trichloorpropaan in ug/l in oppervlaktewater
    1,2,3-trimethylbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    1,2,4-trichloorbenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    1,2,4-trichloorbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    1,2,4-trimethylbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    1,2-dichloorbenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    1,2-dichloorbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    1,2-dichloorethaan (ethyleendichloride) in ug/l in oppervlaktewater
    1,2-dichloorpropaan in ug/l in oppervlaktewater
    1,2-xyleen (o-xyleen) in ug/l in oppervlaktewater
    1,3,5-trichloorbenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    1,3,5-trichloorbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    1,3,5-trimethylbenzeen (mesithyleen) in ug/l in oppervlaktewater
    1,3-diacetylbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    1,3-dichloorbenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    1,3-dichloorbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    1,3-dichloorpropaan in ug/l in oppervlaktewater
    1,3-xyleen (m-xyleen) in ug/l in oppervlaktewater
    1,4-dichloorbenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    1,4-dichloorbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    1-chloor-2-nitrobenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    1-chloor-3-nitrobenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    1-chloor-4-nitrobenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    1-ethyl-2-methylbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    1-ethyl-3-methylbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    1-ethyl-4-methylbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    2-(1,1-dimethylethyl)-4,6-dinitrofenol in ug/l in oppervlaktewater
    2-(1-methyl-n-propyl)-4,6-dinitrofenol in ug/l in oppervlaktewater
    2,3,4,5-tetrachloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    2,3,4-trichloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    2,3,5-trichloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    2,3,6-trichloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    2,3-dichloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    2,3-dichloornitrobenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    2,4,5-trichloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    2,4,5-trichloorfenoxyazijnzuur in ug/l in oppervlaktewater
    2,4,5-trichloorfenoxypropionzuur in ug/l in oppervlaktewater
    2,4,6-trichloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    2,4,6-trimethylpyridine in ug/l in oppervlaktewater
    2,4'-dichloordifenyldichloorethaan in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    2,4'-dichloordifenyldichloorethaan in ug/l in oppervlaktewater
    2,4'-dichloordifenyldichlooretheen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    2,4'-dichloordifenyldichlooretheen in ug/l in oppervlaktewater
    2,4'-dichloordifenyltrichloorethaan in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    2,4'-dichloordifenyltrichloorethaan in ug/l in oppervlaktewater
    2,4-dichloorfenoxyazijnzuur in ug/l in oppervlaktewater
    2,4-dichloorfenoxyboterzuur in ug/l in oppervlaktewater
    2,4-dichloorfenoxypropionzuur in ug/l in oppervlaktewater
    2,4-dichloornitrobenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    2,4-dimethylbenzaldehyde in ug/l in oppervlaktewater
    2,4-dinitrofenol in ug/l in oppervlaktewater
    2,5-dichloornitrobenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    2,6,6-Trimethyl-2-cyclohexene-1,4-dione in ug/l in oppervlaktewater
    2,6-dichloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    2,6-Lutidine (2,6-dimethylpyridine) in ug/l in oppervlaktewater
    2-allyphenol (Phenol,2-(2-propenyl)) in ug/l in oppervlaktewater
    2-chloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    2-chloortolueen in ug/l in oppervlaktewater
    2-methyl-4,6-dinitrofenol in ug/l in oppervlaktewater
    2-methyl-4-chloorfenoxyazijnzuur in ug/l in oppervlaktewater
    2-methyl-4-chloorfenoxyboterzuur in ug/l in oppervlaktewater
    2-methyl-4-chloorfenoxypropionzuur in ug/l in oppervlaktewater
    2-methylchinoline in ug/l in oppervlaktewater
    2-methylnaftaleen in ug/l in oppervlaktewater
    2-methylthio-4-tbyamino-6-cyclopropylamino-s-triazine in ug/l in oppervlaktewater
    3,4,5-trichloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    3,4-dichloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    3,4-dichloornitrobenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    3,5-dichloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    3-chloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    4,4'-dichloordifenyldichloorethaan in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    4,4'-dichloordifenyldichloorethaan in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    4,4'-dichloordifenyldichloorethaan in ug/l in oppervlaktewater
    4,4'-dichloordifenyldichlooretheen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    4,4'-dichloordifenyldichlooretheen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    4,4'-dichloordifenyldichlooretheen in ug/l in oppervlaktewater
    4,4'-dichloordifenyltrichloorethaan in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    4,4'-dichloordifenyltrichloorethaan in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    4,4'-dichloordifenyltrichloorethaan in ug/l in oppervlaktewater
    4-chloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    4-nitrofenol in ug/l in oppervlaktewater
    Acenafteen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Acenafteen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Acenafteen in ug/l in oppervlaktewater
    Acenaftyleen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Acenaftyleen in ug/l in oppervlaktewater
    Aceton (dimethylketon) in ug/l in oppervlaktewater
    Acridine in ug/l in oppervlaktewater
    Alachloor in ug/l in oppervlaktewater
    Aldrin in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Aldrin in ug/l in oppervlaktewater
    Alfa-endosulfan in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Alfa-endosulfan in ug/l in oppervlaktewater
    Alfa-hexachloorcyclohexaan in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Alfa-hexachloorcyclohexaan in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Alfa-hexachloorcyclohexaan in ug/l in oppervlaktewater
    Amino-methyl-fosfonzuur in ug/l in oppervlaktewater
    Anthraceen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Anthraceen in mg/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Anthraceen in mg/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    Anthraceen in mg/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    Anthraceen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Anthraceen in ug/l in oppervlaktewater
    Atrazine in ug/l in oppervlaktewater
    Bentazon in ug/l in oppervlaktewater
    Benz(a)antraceen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Benz(a)antraceen in mg/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Benz(a)antraceen in mg/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    Benz(a)antraceen in mg/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    Benz(a)antraceen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Benz(a)antraceen in ug/l in oppervlaktewater
    Benz(a)pyreen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Benz(a)pyreen in mg/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Benz(a)pyreen in mg/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    Benz(a)pyreen in mg/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    Benz(a)pyreen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Benz(a)pyreen in ug/l in oppervlaktewater
    Benzeen in ug/l in oppervlaktewater
    Benzo(b)fluorantheen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Benzo(b)fluorantheen in mg/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Benzo(b)fluorantheen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Benzo(b)fluorantheen in ug/l in oppervlaktewater
    Benzo(e)pyreen in mg/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Benzo(e)pyreen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Benzo(ghi)peryleen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Benzo(ghi)peryleen in mg/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Benzo(ghi)peryleen in mg/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    Benzo(ghi)peryleen in mg/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    Benzo(ghi)peryleen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Benzo(ghi)peryleen in ug/l in oppervlaktewater
    Benzo(k)fluorantheen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Benzo(k)fluorantheen in mg/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Benzo(k)fluorantheen in mg/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    Benzo(k)fluorantheen in mg/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    Benzo(k)fluorantheen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Benzo(k)fluorantheen in ug/l in oppervlaktewater
    Benzofenon in ug/l in oppervlaktewater
    Benzonitril in ug/l in oppervlaktewater
    Beta-endosulfan in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Beta-hexachloorcyclohexaan in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Beta-hexachloorcyclohexaan in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Beta-hexachloorcyclohexaan in ug/l in oppervlaktewater
    Bisfenol A (difenylolpropaan) in ug/l in oppervlaktewater
    Bromacil in ug/l in oppervlaktewater
    Caffeine in ug/l in oppervlaktewater
    Camphor in ug/l in oppervlaktewater
    Carbaryl in ug/l in oppervlaktewater
    Chloorbromuron in ug/l in oppervlaktewater
    Chloorfenvinfos in ug/l in oppervlaktewater
    Chlooroxuron in ug/l in oppervlaktewater
    Chloorprofam in ug/l in oppervlaktewater
    Chloorpyrifos in ug/l in oppervlaktewater
    Chloortoluron in ug/l in oppervlaktewater
    Chloridazon in ug/l in oppervlaktewater
    Cholinesteraseremmer in ug/l in oppervlaktewater
    Chryseen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Chryseen in mg/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Chryseen in mg/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    Chryseen in mg/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    Chryseen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Chryseen in ug/l in oppervlaktewater
    Cis-1,2-dichlooretheen in ug/l in oppervlaktewater
    Cis-1,3-dichloorpropeen in ug/l in oppervlaktewater
    Cis-heptachloorepoxide in ug/l in oppervlaktewater
    Coumafos in ug/l in oppervlaktewater
    Cumeen in ug/l in oppervlaktewater
    Cyclohexaan in ug/l in oppervlaktewater
    Delta-hexachloorcyclohexaan in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Demeton-S in ug/l in oppervlaktewater
    Desethylatrazine in ug/l in oppervlaktewater
    Diazinon in ug/l in oppervlaktewater
    Dibenzo(ah)antraceen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Dibenzo(ah)antraceen in mg/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Dibenzo(ah)antraceen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Dibenzo(ah)antraceen in ug/l in oppervlaktewater
    Dibroomchloormethaan in ug/l in oppervlaktewater
    Dibroommethaan in ug/l in oppervlaktewater
    Dibutyltin in ng/l in oppervlaktewater
    Dibutyltin in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Dibutyltin in ug/kg uitgedrukt in tin drooggewicht in zwevende stof
    Dichloorbroommethaan in ug/l in oppervlaktewater
    Dicyclopentadieen in ug/l in oppervlaktewater
    Dieldrin in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Dieldrin in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Dieldrin in ug/l in oppervlaktewater
    Diethylftalaat in ug/l in oppervlaktewater
    Difenyl in ug/l in oppervlaktewater
    Difenyltin in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Difenyltin in ug/kg uitgedrukt in tin drooggewicht in zwevende stof
    Diisobutylftalaat in ug/l in oppervlaktewater
    Di-isopropylether in ug/l in oppervlaktewater
    Dimethoaat in ug/l in oppervlaktewater
    Dimethoxymethaan in ug/l in oppervlaktewater
    Dimethyl-dichloorvinylfosfaat (vapona) in ug/l in oppervlaktewater
    Dimethyldisulfide in ug/l in oppervlaktewater
    Dipropylene glycol monomethylether in ug/l in oppervlaktewater
    Disulfoton in ug/l in oppervlaktewater
    Diuron in ug/l in oppervlaktewater
    Endrin in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Endrin in ug/l in oppervlaktewater
    Ethoprofos in ug/l in oppervlaktewater
    Ethylazinfos in ug/l in oppervlaktewater
    Ethylbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    Ethylparathion in ug/l in oppervlaktewater
    Fenanthreen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Fenanthreen in mg/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Fenanthreen in mg/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    Fenanthreen in mg/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    Fenanthreen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Fenanthreen in ug/l in oppervlaktewater
    Fenitrothion in ug/l in oppervlaktewater
    Fenthion in ug/l in oppervlaktewater
    Feofytine in ug/l in oppervlaktewater
    Fluorantheen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Fluorantheen in mg/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Fluorantheen in mg/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    Fluorantheen in mg/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    Fluorantheen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Fluorantheen in ug/l in oppervlaktewater
    Fluoreen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Fluoreen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Fluoreen in ug/l in oppervlaktewater
    Fluroxypyr in ug/l in oppervlaktewater
    Fosforzuur-triphenyl-ester in ug/l in oppervlaktewater
    Gamma-hexachloorcyclohexaan in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Gamma-hexachloorcyclohexaan in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Gamma-hexachloorcyclohexaan in ug/l in oppervlaktewater
    Glyfosaat (N-fosfonomethyl glycine) in ug/l in oppervlaktewater
    Heptachloor in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Heptachloor in ug/l in oppervlaktewater
    Heptachloor-2,3,-exo-epoxide in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Heptachloorepoxide in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Heptachloorepoxide in ug/kg natgewicht in vlees van mossel (Mytilus edulis)
    Heptenofos in ug/l in oppervlaktewater
    Hexachloorbenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Hexachloorbenzeen in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Hexachloorbenzeen in ug/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    Hexachloorbenzeen in ug/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    Hexachloorbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    Hexachloorbutadieen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Hexachloorbutadieen in ug/l in oppervlaktewater
    Hexachloorethaan in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Hexachloorethaan in ug/l in oppervlaktewater
    Indeno(1,2,3-c,d)pyreen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Indeno(1,2,3-c,d)pyreen in mg/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Indeno(1,2,3-c,d)pyreen in mg/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    Indeno(1,2,3-c,d)pyreen in mg/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    Indeno(1,2,3-c,d)pyreen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Indeno(1,2,3-c,d)pyreen in ug/l in oppervlaktewater
    Isodrin in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Isodrin in ug/l in oppervlaktewater
    Isoproturon in ug/l in oppervlaktewater
    Linuron in ug/l in oppervlaktewater
    Malathion in ug/l in oppervlaktewater
    Menthol in ug/l in oppervlaktewater
    Metamitron in ug/l in oppervlaktewater
    Metazachloor in ug/l in oppervlaktewater
    Methabenzthiazuron in ug/l in oppervlaktewater
    Methobromuron in ug/l in oppervlaktewater
    Methyl tertiair butylether in ug/l in oppervlaktewater
    Methylazinfos in ug/l in oppervlaktewater
    Methylfenylketon (acetofenon) in ug/l in oppervlaktewater
    Methylmethacrylaat in ug/l in oppervlaktewater
    Methylparathion in ug/l in oppervlaktewater
    Methyl-Tolclofos in ug/l in oppervlaktewater
    Metolachloor in ug/l in oppervlaktewater
    Metoxuron in ug/l in oppervlaktewater
    Mevinfos in ug/l in oppervlaktewater
    Monobutyltin in ng/l in oppervlaktewater
    Monobutyltin in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Monobutyltin in ug/kg uitgedrukt in tin drooggewicht in zwevende stof
    Monochloorbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    Monofenyltin in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Monofenyltin in ug/kg uitgedrukt in tin drooggewicht in zwevende stof
    Monolinuron in ug/l in oppervlaktewater
    Monuron in ug/l in oppervlaktewater
    Naftaleen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Naftaleen in ug/l in oppervlaktewater
    N-butylbenzeensulfonamide in ug/l in oppervlaktewater
    n-Octacosane in ug/l in oppervlaktewater
    N-propylbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    PCB 101 2,2',4,5,5'-pentachloorbifenyl in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCB 101 2,2',4,5,5'-pentachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    PCB 105 2,3,3',4,4'-pentachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    PCB 105 2,3,3',4,4'-pentachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB 110 2,3,3',4',6-pentachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB101 2,2',4,5,5'-pentachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    PCB101 2,2',4,5,5'-pentachloorbifenyl in ug/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    PCB118 2,3',4,4',5-pentachloorbifenyl in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCB118 2,3',4,4',5-pentachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    PCB118 2,3',4,4',5-pentachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    PCB118 2,3',4,4',5-pentachloorbifenyl in ug/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    PCB118 2,3',4,4',5-pentachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB128 2,2',3,3',4,4'-hexachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB137 2,2',3,4,4',5-hexachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB138 2,2',3,4,4',5-hexachloorbifenyl in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCB138 2,2',3,4,4',5-hexachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    PCB138 2,2',3,4,4',5-hexachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    PCB138 2,2',3,4,4',5-hexachloorbifenyl in ug/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    PCB141 2,2',3,4,5,5'-hexachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB149 2,2',3,4',5',6-hexachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB151 2,2',3,5,5',6-hexachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB153 2,2',4,4',5,5'-hexachloorbifenyl in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCB153 2,2',4,4',5,5'-hexachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    PCB153 2,2',4,4',5,5'-hexachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    PCB153 2,2',4,4',5,5'-hexachloorbifenyl in ug/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    PCB153 2,2',4,4',5,5'-hexachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB156 2,3,3'4,4',5-hexachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB170 2,2',3,3',4,4',5-heptachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    PCB170 2,2',3,3',4,4',5-heptachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB18 2,2',5-trichloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    PCB180 2,2',3,4,4',5,5'-heptachloorbifenyl in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCB180 2,2',3,4,4',5,5'-heptachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    PCB180 2,2',3,4,4',5,5'-heptachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    PCB180 2,2',3,4,4',5,5'-heptachloorbifenyl in ug/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    PCB180 2,2',3,4,4',5,5'-heptachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB187 2,2',3,4',5,5',6-heptachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    PCB187 2,2',3,4',5,5',6-heptachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB194 2,2',3,3',4,4',5,5'-octachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB206 2,2',3,3',4,4',5,5',6-nonachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB28 2,4,4'-trichloorbifenyl in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCB28 2,4,4'-trichloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    PCB28 2,4,4'-trichloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    PCB28 2,4,4'-trichloorbifenyl in ug/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    PCB28 2,4,4'-trichloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB31 2,4',5-trichloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    PCB31 2,4',5-trichloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB442,2',3,5'-tetrachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    PCB47 2,2',4,4'-tetrachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB492,2',4,5'-tetrachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB52 2,2',5,5'-tetrachloorbifenyl in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCB52 2,2',5,5'-tetrachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    PCB52 2,2',5,5'-tetrachloorbifenyl in ug/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    PCB52 2,2',5,5'-tetrachloorbifenyl in ug/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    PCB52 2,2',5,5'-tetrachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB85 2,2',3,4,4'-pentachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB87 2,2',3,4,5'-pentachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCB97 2,2',3',4,5-pentachloorbifenyl in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    PCDD48 2,3,7,8-tetrachloordibenzodioxine in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCDD54 1,2,3,7,8-pentachloordibenzodioxine in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCDD66 1,2,3,4,7,8-hexachloordibenzodioxine in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCDD67 1,2,3,6,7,8-hexachloordibenzodioxine in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCDD70 1,2,3,7,8,9-hexachloordibenzodioxine in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCDD73 1,2,3,4,6,7,8-heptachloordibenzodioxine in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCDD75 1,2,3,4,6,7,8,9-octachloordibenzodioxine in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCDF112 2,3,4,7,8-pentachloordibenzofuraan in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCDF121 1,2,3,6,7,8-hexachloordibenzofuraan in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCDF124 1,2,3,7,8,9-hexachloordibenzofuraan in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCDF130 2,3,4,6,7,8-hexachloordibenzofuraan in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCDF131 1,2,3,4,6,7,8-heptachloordibenzofuraan in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCDF134 1,2,3,4,7,8,9-heptachloordibenzofuraan in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCDF135 1,2,3,4,6,7,8,9-octachloordibenzofuraan in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    PCDF83 2,3,7,8-tetrachloordibenzofuraan in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    Pentaan-1,3-diol,2,2,4trimethyl in ug/l in oppervlaktewater
    Pentachloorbenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Pentachloorbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    Pentachloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    Pirimicarb in ug/l in oppervlaktewater
    Prometryne in ug/l in oppervlaktewater
    Propazine in ug/l in oppervlaktewater
    Propiconazol in ug/l in oppervlaktewater
    Propiconazole in ug/l in oppervlaktewater
    Propoxur in ug/l in oppervlaktewater
    Pyrazofos in ug/l in oppervlaktewater
    Pyreen in mg/kg drooggewicht in zwevende stof
    Pyreen in mg/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Pyreen in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Pyreen in ug/l in oppervlaktewater
    Simazine in ug/l in oppervlaktewater
    Som 1,2,3,4- en 1,2,3,5- en 1,2,4,5-tetrachloorbenzeen in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Som 1,3-xyleen en 1,4-xyleen in ug/l in oppervlaktewater
    Som 2,3,4,6- en 2,3,5,6-tetrachloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    Som 2,4- en 2,5-dichloorfenol in ug/l in oppervlaktewater
    Som PCB 28, 52, 101, 118, 138, 153, 180 (7 Balschmieter) in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Som PCB 28, 52, 101, 118, 138, 153, 180 (7 Balschmieter) in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Som PCB138 en PCB163 in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Som PCB66 en PCB95 in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Som PCDF118+119 1,2,3,4,7,8- en 1,2,3,4,7,9-hexachloordibenzofuraan in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    Som PCDF89+94 1,2,3,7,8- en 1,2,3,4,8-pentachloordibenzofuraan in ng/kg drooggewicht in zwevende stof
    Som polycyclische aromatische koolwaterstoffen (6 Borneff) in mg/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Som polycyclische aromatische koolwaterstoffen (6 Borneff) in ug/kg natgewicht in vlees van Mossel (Mytilus Edulis)
    Som polycyclische aromatische koolwaterstoffen (6 Borneff) in ug/l in oppervlaktewater
    Som waterdampvluchtige fenolen in ug/l in oppervlaktewater
    Squaleen in ug/l in oppervlaktewater
    Styreen (vinylbenzeen) in ug/l in oppervlaktewater
    Surfynol 104 in ug/l in oppervlaktewater
    TAED in ug/l in oppervlaktewater
    Telodrin in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Telodrin in ug/l in oppervlaktewater
    Terbutryne in ug/l in oppervlaktewater
    Terbutylazine in ug/l in oppervlaktewater
    Tertiair butylbenzeen in ug/l in oppervlaktewater
    Tetrabutyltin in ug/kg uitgedrukt in tin drooggewicht in zwevende stof
    Tetrachlooretheen (per) in ug/l in oppervlaktewater
    Tetrachloormethaan (tetra) in ug/l in oppervlaktewater
    Tetrachloororthoftaalzuur in ug/l in oppervlaktewater
    Tolueen in ug/l in oppervlaktewater
    Trans-1,2-dichlooretheen in ug/l in oppervlaktewater
    Trans-1,3-dichloorpropeen in ug/l in oppervlaktewater
    Trans-heptachloorepoxide in ug/l in oppervlaktewater
    Triazofos in ug/l in oppervlaktewater
    Tribroommethaan in ug/l in oppervlaktewater
    Tributylfosfaat in ug/l in oppervlaktewater
    Tributyltin in ng/l in oppervlaktewater
    Tributyltin in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Tributyltin in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Tributyltin in ug/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    Tributyltin in ug/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    Tributyltin in ug/kg uitgedrukt in tin drooggewicht in zwevende stof
    Trichlooretheen (tri) in ug/l in oppervlaktewater
    Trichloormethaan (chloroform) in ug/l in oppervlaktewater
    Trifenyltin in ug/kg drooggewicht in zwevende stof
    Trifenyltin in ug/kg in de fractie < 63 um drooggewicht in bodem/sediment
    Trifenyltin in ug/kg in de fractie < 63 um in standaard sediment
    Trifenyltin in ug/kg in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment
    Trifenyltin in ug/kg uitgedrukt in tin drooggewicht in zwevende stof
    Trifluraline in ug/l in oppervlaktewater
    Tris (2-chloorisopropyl) fosfaat (Fyrol PCF) in ug/l in oppervlaktewater
    Warfarin in ug/l in oppervlaktewater


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    In de centrale database DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) van Rijkswaterstaat waarin al haar fysische, chemische, biologische en morfologische gegevens worden opgeslagen.


    Openbaarheid
    Data zijn grotendeels te raadplegen via www.waterbase.nl. Op te vragen bij de Waterdienst.


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring Programma 'Met Preventie Naar Duurzaam Ondernemen' (PreDO)
    Nummer: 108


    Verzamelde informatie
    Informatie over de voortgang van de verschillende onderdelen van PreDO.
    -Voortgang van Regulerende spoor (R-spoor);
    -Voortgang van Beleidsspoor (B-spoor);
    -Voorgang van Stimulerende spoor (S-spoor).


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid
    Ja. Samenvatting rapportage te downloaden via website van SenterNovem.

      Monitoring provinciale luchtkwaliteit
    Nummer: 4


    Verzamelde informatie
    Concentraties van stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10), koolmonoxide, benzeen, zwaveldioxide en lood


    Wijze van gegevensverzameling
    Provincies stellen op basis van
    -gemeentelijke inventarisaties en/of rapportages over lokale luchtkwaliteit,
    -gegevens van het RIVM over de luchtkwaliteit in Nederland en
    -modelberekeningen
    een provinciale rapportage luchtkwaliteit op.


    Instanties die gegevens aanleveren
    RIVM
    Gemeenten
    Rijkswaterstaat


    Databeheer
    Bij provincies, RIVM, gemeenten en Rijkswaterstaat


    Openbaarheid
    Ja, sommige provincies plaatsen hun rapportage luchtkwaliteit op internet. Tevens is een samenvatting van de informatie terug te vinden in de landelijke rapportage over luchtkwaliteit.

      Monitoring radioactiviteit in zoete en zoute rijkswateren
    Nummer: 111


    Verzamelde informatie
    Radioactiviteit wordt momenteel gemeten op:
    - 2 meetlocaties op de Noordzee,
    - 2 meetlocatie in de Noordzeekustzone,
    - 3 in de Delta en Voordelta,
    - 4 in de Waddenzee,
    - 1 in de Eems-Dollard,
    - 2 in het IJsselmeer en randmeren,
    - 7 in rivieren en kanalen.

    Het gaat om de volgende parameters (verschilt per meetlocatie!):
    -Alfa activiteit in mBq/l in oppervlaktewater,
    -Alfa activiteit in Bq/kg drooggewicht in zwevende stof,
    -Rest beta activiteit in mBq/l in oppervlaktewater,
    -Beta activiteit in mBq/l in oppervlaktewater,
    -Beta activiteit in Bq/kg drooggewicht in zwevende stof,
    -Activiteit van Cesium 134 in Bq/kg drooggewicht in zwevende stof,
    -Activiteit van Cesium 137 in Bq/kg drooggewicht in zwevende stof,
    -Activiteit van Cobalt 58 in Bq/kg drooggewicht in zwevende stof,
    -Activiteit van Cobalt 60 in Bq/kg drooggewicht in zwevende stof,
    -Beta activiteit van Kalium 40 in Bq/kg drooggewicht in zwevende stof,
    -Beta activiteit van Kalium 40, berekend in mBq/l in oppervlaktewater,
    -Activiteit van Jood 131 in Bq/kg drooggewicht in zwevende stof,
    -Activiteit van Lood 210 in Bq/kg drooggewicht in zwevende stof,
    -Activiteit van Mangaan 54 in Bq/kg drooggewicht in zwevende stof,
    -Activiteit van Polonium 210 in Bq/kg drooggewicht in zwevende stof,
    -Activiteit van Radium 226 in Bq/kg drooggewicht in zwevende stof,
    -Activiteit van Radium 226 in mBq/l in oppervlaktewater,
    -Activiteit van Strontium 90 in mBq/l in oppervlaktewater,
    -Beta activiteit van Tritium in mBq/l in oppervlaktewater.


    Wijze van gegevensverzameling
    De monitoring van de zoete en zoute rijkswateren wordt uitgevoerd door de Waterdienst. Deze monitoring maakt samen met de biologische monitoring en fysische monitoring deel uit van het MWTL: de Monitoring Waterstaatkundige Toestand des Lands.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    In de centrale database DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) van Rijkswaterstaat waarin al haar fysische, chemische, biologische en morfologische gegevens worden opgeslagen.


    Openbaarheid
    Data zijn grotendeels te raadplegen via www.waterbase.nl. Op te vragen bij de Waterdienst.


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring samenstelling huishoudelijk restafval (sorteeranalyses)
    Nummer: 53


    Verzamelde informatie
    Samenstelling van huishoudelijk restafval: GFT-afval, kunststoffen, ferro, non-ferro, papier/karton, glas, textiel, WEB (wit- en bruingoed), kca, overig.


    Wijze van gegevensverzameling
    Representatieve steekproef genomen uit het huishoudelijk restafval van circa 1100 adressen (verspreid over het jaar en verspreid over 11 gemeenten). Dit afval wordt uitgesorteerd in componenten.
    Uitgevoerd door bureau voor sorteeranalyses.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Extern bureau


    Databeheer
    In centrale database afvalstoffen bij SenterNovem - Uitvoering Afvalbeheer


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring uitvoering BANS klimaatconvenant
    Nummer: 107


    Verzamelde informatie
    -Aantal gemeenten en provincies dat het klimaatbeleid heeft geïntensiveerd op basis van de stimuleringsregeling;
    -de ambities die gemeenten en provincies zich hebben gesteld;
    -de vorderingen en knelpunten in het realiseren van de ambities;
    -de ondersteuning die heeft plaatsgevonden;
    -de activiteiten die de VNG en de provincies hebben uitgevoerd ter ondersteuning van het convenant.


    Wijze van gegevensverzameling
    O.a. op basis van rapportages van de provincies en VNG.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Provincies
    VNG


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring van bossen: analyse van bladeren en naalden
    Nummer: 16


    Verzamelde informatie
    Analyses: totaalgehalten van N, P, S, Al, Cu, Fe, K, Mg, Mn, Na en Zn


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring van bossen: analyse van bosgrond (oplossing)
    Nummer: 15


    Verzamelde informatie
    Analyses: pH, Cl, P-ortho, NO3, NH4, TOC, Al, Fe, Ca, K, Mg, Mn, Na, Ptot, Stot, As, Pb, Zn, Cd, Cu, Cr, Ni


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring van bossen: analyse van bosgrond (vast deel)
    Nummer: 14


    Verzamelde informatie
    Bij bodem vaste fase wisselende lagen waarin in ieder geval de verplichte worden bepaald


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring van bossen: de conditie van boomkruinen
    Nummer: 13


    Verzamelde informatie
    Naald of bladbezetting; Verkleuring van kroon en bladeren; Aantastingingen worden indien mogelijk geïdentificeerd.


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring van bossen: metingen van de groei van het bos
    Nummer: 18


    Verzamelde informatie
    Dikte op borsthoogte van alle bomen in de plot en van een aantal bomen de hoogte


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring van bossen: metingen van depositie en luchtvervuiling
    Nummer: 17


    Verzamelde informatie
    Analyses: pH, Cond, K, Ca, Mg, Na, N-NH4, Cl, N-NO3, S-SO4, Alka en Ntot


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring van bossen: metingen van grondvegetatie in bossen
    Nummer: 19


    Verzamelde informatie
    Op vastgestelde oppervlakte wordt voorkomen en bedekking van soorten opgenomen


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring van CO2-emissie door grote bedrijven in energiesector en chemie
    Nummer: 26


    Verzamelde informatie



    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring van de uitvoering van het Convenant Verpakkingen III (door Commissie Verpakkingen)

    Nummer: 55


    Verzamelde informatie
    Informatie over de uitvoering en monitoring van het Convenant Verpakkingen III.
    O.a. hoeveelheid op de markt gebracht verpakkingsmateriaal (uitgesplitst naar materiaalsoort) en hoeveelheden hergebruikt verpakkingsmateriaal (uitgesplitst naar materiaalsoort), gebaseerd op jaarverslag van bedrijfsleven (SVM-PACT).


    Wijze van gegevensverzameling
    Gegevens zijn gebaseerd op:
    1) Verslag van SVM-PACT over de uitvoering van het Convenant Verpakkingen III
    2) Monitoringsverslag van Monitoringinstituut Conevnant Verpakkingen (die de monitoring uitvoert voor SVM-PACT)
    3) Verslag van staatssecretaris over de uitvoering van het Convenant Verpakkingen III
    4) Verslag van VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) over de uitvoering van het Convenant Verpakkingen III


    Instanties die gegevens aanleveren
    SVM-PACT
    Monitoringinstituut Convenant Verpakkingen
    VNG


    Databeheer
    ? (Ook in centrale database SenterNovem - Uitvoering Afvalbeheer)


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring van emissies van vluchtige organische stoffen (VOS) door chemische industrie en aardolieketen
    Nummer: 23


    Verzamelde informatie
    -Emissies van vluchtige organische stoffen door puntbronnen in de chemische industrie;
    -Lekverliezen van vluchtige koolwaterstoffen die optreden in procesinstallaties en verliezen die ontstaan bij het verladen en opslaan, bij op- en overslag bij de raffinaderijen, de chemische industrie en de op- en overslagbedrijven.


    Wijze van gegevensverzameling
    Bedrijven berekenen emissies volgens:
    -"Monitoringsprotocol voor bepaling van de VOS-emissie door puntbronnen in de chemie"
    -"Handboek Emissiefactoren" ("Diffuse emissies en emissies bij op- en overslag, Handboek emissiefactoren - Rapportagereeks MilieuMonitor, Nr. 14"), het bijbehorende "Meetprotocol voor lekverliezen (Rapportagereeks MilieuMonitor, Nr. 15)" en het "Monitoringsprotocol voor bepaling van de VOS-emissie door puntbronnen in de chemie".
    De emissies worden via het Milieujaarverslag (MJV) gerapporteerd aan het Bevoegd Gezag. FO-Industrie verzamelt de Milieujaarverslagen en geeft de gegevens door aan de Emissieregistratie.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven
    FO-Industrie


    Databeheer
    Emissieregistratie


    Openbaarheid
    ? Op geaggregeerd niveau via Datawarehouse Emissieregistratie.

      Monitoring van maatregelen die bedrijven hebben genomen ter beperking van de emissie van VOS
    Nummer: 8


    Verzamelde informatie



    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven
    Provincies
    Gemeenten


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring van milieutechnische specificaties van in de handel gebrachte brandstoffen
    Nummer: 9


    Verzamelde informatie



    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren
    CBS


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring van NOx-emissie door grote bedrijven
    Nummer: 25


    Verzamelde informatie



    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring van productie, import, export en vernietiging van gefluoreerde broeikasgassen (F-gassen: HFK's, PFK's en SF6)(Handelsstromenonderzoek)
    Nummer: 27


    Verzamelde informatie
    Monitoring van productie, import, export en vernietiging van gefluoreerde broeikasgassen (F-gassen: HFK's, PFK's en SF6).


    Wijze van gegevensverzameling
    Enquête onder bedrijven. Onderzoek door SenterNovem in opdracht van het Ministerie van VROM


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven


    Databeheer



    Openbaarheid
    Vertrouwelijk

      Monitoring van productie, import, export en vernietiging van ozonlaagafbrekende stoffen

    Nummer: 10


    Verzamelde informatie
    Informatie over hoeveelheden ozonlaagafbrekende stoffen (productie, import, export, toepassing, recycling en vernietiging).

    Het gaat om:
    - CFK’s,
    - halonen,
    - tetrachloorkoolstof,
    - 1,1,1-trichlooorethaan,
    - HCFK’s,
    - HBFK’s,
    - broomchloormethaan en
    - methylbromide.

    Informatie over toegestane toepassingen van methylbromide en halonen en geschatte emissies.


    Wijze van gegevensverzameling
    Een extern bureau (Royal Haskoning) vraagt gegevens op bij bedrijven.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven


    Databeheer
    SenterNovem


    Openbaarheid
    Gegevens worden niet gepubliceerd.

      Monitoring van zwavelgehalte van vloeibare brandstoffen
    Nummer: 11


    Verzamelde informatie



    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren
    CBS


    Databeheer



    Openbaarheid


      Monitoring verwerking verontreinigde grond
    Nummer: 49


    Verzamelde informatie
    Hoeveelheden gestorte verontreinigde grond, gereinigde verontreinigde grond, verontreinigde grond die direct wordt hergebruikt, als bouwstof wordt toegepast op stortplaats.


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    Bij SenterNovem - Bodem+


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring vissen in zoete rijkswateren

    Nummer: 121

     


    Verzamelde informatie
    Diverse gegevens over vissen in zoute wateren:

    -  Aantallen (gevangen),
    -  Biomassa naar verschillende grootteklasse,
    -  Paaibiomassa.

    Het gaat o.a. om de volgende vissen en parameters:

     


     

    Wijze van gegevensverzameling

    Monitoring van de visstand in de zoete rijkswateren gebeurt 'actief' en 'passief'. De passieve monitoring bestaat eruit dat beroepsvissers op 30 locaties hun bijvangsten registeren. Dit levert een goed beeld op van de soortendiversiteit en het vóórkomen van zeldzame(re) soorten.

    De actieve vissenmonitoring en het databeheer van deze monitoring wordt tegenwoordig uitgevoerd door RAVON en bureau Natuurbalans.

     


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven

     


    Databeheer
    Bij RAVON

     


    Openbaarheid
    Gegegevens zijn gedeeltelijk te raadplegen via de website www.waterbase.nl van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.


    Website: RAVON
    Email: f.spikmans@ravon.nl
      Monitoring vissen in zoute rijkswateren

    Nummer: 121


    Verzamelde informatie
    Diverse gegevens over vissen in zoute wateren:

    -  Aantallen (gevangen),
    -  Biomassa naar verschillende grootteklasse,
    -  Paaibiomassa.


    Wijze van gegevensverzameling

    Voor een aantal soorten gebruikt men gegevens van de Europese commerciële visserijvloot. Uit marktbemonsteringen op visafslagen en de logboeken van alle individuele vissers wordt een totaalbeeld opgemaakt van de visstand van deze commerciële soorten.

    Voor niet-commerciële soorten en juveniele vissen zijn er specifieke monitoringprogramma's, zoals het IBTS (International Bottom Trawl Survey), BTS (Beam Trawl Survey), DFS (Demersal Fish Survey), SNS (Sole Net Survey), IHAS (North Sea International Herrring Acoustic Survey), IHLS (International Herring Larvae Survey) en het Makreel en Horsmakreel Eisurveys. Deze programma's leveren ook informatie over schaal- en schelpdieren.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven


    Databeheer
    Bij IMARES


    Openbaarheid
    Gegegevens zijn gedeeltelijk te raadplegen via de website www.waterbase.nl van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.


    Website: IMARES
    Email: visserijonderzoek.asg@wur.nl
      Monitoring visziekten in zoute rijkswateren
    Nummer: 125


    Verzamelde informatie
    Diverse gegevens over visziekten in botten en scharren. Het gaat bijvoorbeeld om:
    - epidermale papilloma's,
    - lymphocystisinfecties,
    - huidzweren,
    - pigmentafwijkingen,
    - stephanostominfectie,
    - glugeainfecties en
    - levertumoren.



    Wijze van gegevensverzameling
    Op een klein aantal vaste locaties (Noordzee, Waddenzee en Westerschelde) worden de vissen gevangen en gecontroleerd op visziekten.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    Gegevens worden beheerd bij het RIVO


    Openbaarheid
    Gegevens zijn te raadplegen in hierondergenoemde rapportages van het RIVO (niet online te raadplegenen) en (gedeeltelijk) van de Waterdienst.

    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring watervogels in zoete en zoute rijkswateren

    Nummer: 122


    Verzamelde informatie
    Aantal vogels per soort en per telgebied.



    Wijze van gegevensverzameling
    Rijkswaterstaat kent sinds 1992 een watervogelmeetnet, en sinds 1999 een broedvogelmeetnet dat wordt gecoördineerd door SOVON Vogelonderzoek Nederland.

    In de zoete rijkswateren en de zoute delta wordt zo veel mogelijk maandelijks geteld. Het gebied is opgesplitst in deelgebieden waarin de aantallen per soort worden geregistreerd. In de getijdenwateren telt men vooral wanneer de vogels zich concentreren op de hoogwatervluchtplaatsen.

    Afhankelijk van het gebied voert men (een combinatie van) landtellingen, boottellingen en vliegtuigtellingen uit.

    Binnen Rijkswaterstaat tellen de directies Zuid-Holland en Zeeland en de Waterdienst. Een deel van het werk voert SOVON Vogelonderzoek Nederland uit in opdracht van Rijkswaterstaat en het Ministerie van LNV.

    In de voordelta, kustzone, Waddenzee en IJsselmeergebied telt men vanuit een vliegtuig. Langs de overige zoete wateren tellen vrijwilligers vanaf land. In de Waddenzee voert men drie integrale tellingen per jaar uit, aangevuld met tellingen om de 14 dagen in steekproefgebieden. Zeevogels op de Noordzee telt men tijdens tweemaandelijkse, vaste vliegroutes over het Nederlands Continentaal Plat (NCP).

    De tellingen worden door de verschillende instanties geaggregeerd en verwerkt tot rapportages.


    Instanties die gegevens aanleveren
    SOVON


    Databeheer
    Bij SOVON


    Openbaarheid
    Publicaties van SOVON (op te vragen bij SOVON en de Waterdienst).
    Gegevens over watervogels in de Delta op  www.deltavogelatlas.nl


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring zeehonden in de Waddenzee
    Nummer: 124


    Verzamelde informatie
    Aantal gewone zeehonden en aantal grijze zeehonden.


    Wijze van gegevensverzameling
    8 Maal per jaar d.m.v. vliegtuigtellingen


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    Bij Alterra en in de centrale database DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) van Rijkswaterstaat waarin al haar fysische, chemische, biologische en morfologische gegevens worden opgeslagen.


    Openbaarheid
    Gegevens zijn te raadplegen via www.waterbase.nl.
      Monitoring zeezoogdieren in Delta en Noordzee
    Nummer: 123


    Verzamelde informatie
    Het gaat om:
    - aantal gewone zeehonden,
    - aantal groepen bruinvissen,
    - aantal groepen overige dolfijnsoorten.


    Wijze van gegevensverzameling
    Men telt op verschillende manieren. Eens per 2 maanden vliegt men een aantal vaste routes over het Nederlands Continentaal Plat (dan telt men ook de zeevogels). Maandelijks vliegt men over het Deltagebied.
    Bruinvissen en andere dolfijnsoorten zwemmen doorgaans onder het zee-oppervlak en laten zich niet volgens deze methode tellen. Aangezien deze dieren in groepen leven telt men het aantal groepen.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    In de centrale database DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) van Rijkswaterstaat waarin al haar fysische, chemische, biologische en morfologische gegevens worden opgeslagen.


    Openbaarheid
    Te raadplegen via www.waterbase.nl.

    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring zoetwatervegetatie
    Nummer: 119


    Verzamelde informatie
    Bedekking en samenstelling van zoetwatervegetatie.

    Het gaat onder meer om de volgende soorten:

    - Bedekking aarvederkruid,
    - Bedekking doorgroeid fonteinkruid,
    - Bedekking kranswieren,
    - Bedekking macro-algen,
    - Bedekking nymphaeide waterplanten,
    - Bedekking overige waterplanten,
    - Bedekking schedefonteinkruid,
    - Bedekking tenger fonteinkruid,
    - Bedekking waterplanten totaal.


    Wijze van gegevensverzameling
    Waterplanten bemonstert men elke zomer. In het IJsselmeergebied (inclusief de Randmeren), de zoete Delta en het Volkerak bepaalt men dan de bedekking in permanente kwadranten (PQ) van 10x10 meter. In de rivieren bemonstert men waterplanten per traject van 100 meter.

    De monitoring vindt plaats d.m.v. het zogeheten raaien. Tussen half juni en half augustus telt men oeverplanten en bemonstert men waterplanten met een werphark. Met behulp van deze monsters brengt men steekproefsgewijs in kaart waar welke soorten groeien en maakt men een schatting van de bedekking.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    In de centrale database DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) van Rijkswaterstaat waarin al haar fysische, chemische, biologische en morfologische gegevens worden opgeslagen.


    Openbaarheid
    Gegegevens zijn gedeeltelijk te raadplegen via www.waterbase.nl en op te vragen bij de Waterdienst.

    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring zoutwatervegetatie

    Nummer: 118
     


    Verzamelde informatie
    De monitoring van de vegetatie richt zich in de zoute gebieden op de begroeiing van schorren/kwelders, vaak in zoet-zoutovergangen, en op zeegras. Behalve de kwaliteit is ook het totaaloppervlak van belang. 


    Wijze van gegevensverzameling
    Men bepaalt het begroeide oppervlak en het percentage bedekking door zeegras met behulp van remote sensing én veldwerk. Na een eerste analyse van luchtfoto's zoekt men enkele locaties uit. Het jaar erop bezoekt men deze locaties voor een vlakdekkende analyse. Dit gebeurt op de momenten dat de platen, slikken en schorren droogvallen. Op plaatsen die nooit droogvallen monitort men vanuit een boot. In de zoute meren werkt men alleen met veldverkenning.

    Zeegras in de zoute meren en getijdenwateren wordt gekarteerd als volgt:
    -jaarlijks in de Zandkreek in de Oosterschelde en enkele gebieden ten zuiden van Terschelling en langs de Groninger kwelderwerken;
    -tweejaarlijks in het Veerse meer en de meeste andere gebieden in de Oosterschelde.
    In de Westerschelde komt zeegras nauwelijks meer voor. Het nog aanwezige zeegras neemt men mee bij de schorrenkartering. In het Grevelingenmeer zijn de karteringen recent gestaakt omdat daar het zeegras geheel is uitgestorven. De vegetatie van de met hogere planten begroeide schorren/kwelders wordt eens in de vijf à zes jaar gekarteerd.

    Eenmaal per acht jaar maakt men in samenwerking met de Adviesdienst Geo-informatie en ICT (AGI) per watersysteem een gebiedsdekkende ecotopenkaart. 


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    In de centrale database DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) van Rijkswaterstaat waarin al haar fysische, chemische, biologische en morfologische gegevens worden opgeslagen. 


    Openbaarheid
    De gegevens zijn gedeeltelijk te raadplegen via www.waterbase.nl en via www.zeegras.nl.


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring zoöplankton in zoete en zoute rijkswateren
    Nummer: 117


    Verzamelde informatie
    Soortensamenstelling van
    -microzoöplankton (dierlijk plankton kleiner dan 0,2mm),
    -mesozoöplankton (dierlijk plankton tussen 0,2mm en 20mm).


    Wijze van gegevensverzameling
    Het meetnet voor zoöplankton valt grotendeels samen met dat voor fytoplankton. In de watermonsters die voor het fytoplankton worden genomen zit namelijk ook zoöplankton.
    In de zoete rijkswateren volgen in de peiljaren uitgebreidere analyses van aantallen én de lengte van Daphnia's (watervlooien). Bovendien wordt dan van twee monsters per locatie de totale soortensamenstelling bepaald.

    Voor de diepere Noordzee zijn mesozoöplanktongegevens beschikbaar uit het Engelse SOHFOS programma, dat Nederland financieel steunt. In dit programma van de Sir Alister Hardy Foundation slepen lijnschepen op 10 meter diepte een apparaat achter zich aan dat het plankton op filterzijde verzamelt: de Continuous Plankton Recorder. Gedurende de tocht wordt het filterzijde met een constante snelheid op een rol getransporteerd. Achteraf vindt analyse plaats.

    In de zoete wateren bemonstert men zoöplankton tijdens het zomerhalfjaar negen keer, in het voorjaar intensiever, iedere twee weken.

    Voor de zoute wateren worden vier Noordzee-locaties bemonstert voor analyse op het aanwezige microzoöplankton. Deze monsters neemt men 's winters eenmaal per maand, in de rest van het jaar iedere twee weken.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    In de centrale database DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) van Rijkswaterstaat waarin al haar fysische, chemische, biologische en morfologische gegevens worden opgeslagen.


    Openbaarheid
    Gegegevens zijn op te vragen bij de Waterdienst.


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring zuiveringsslib particuliere afvalwaterzuiveringsinstallaties
    Nummer: 28


    Verzamelde informatie
    -Hoeveelheid vrijgekomen slib (natte slib en droge stof);
    -Naar bestemming (landbouw/bodem, diervoeders/destructiebedrijven, composteren, storten, verbranden, andere bestemming);
    -Naar bedrijfscategorie;
    -Naar zuiveringstype;
    -Naar slibsoort;
    -Naar DS-klasse (droge-stofklasse).


    Wijze van gegevensverzameling
    Via CBS-enquête 'Zuiveringsslib van bedrijven' en via (elektronische) Milieujaarverslagen. Het gaat om circa 600 bedrijven met een eigen afvalwaterzuiveringsinstallatie.


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bedrijven


    Databeheer
    In MS Access database bij het CBS


    Openbaarheid
    Ja

      Monitoring zware metalen en andere organische verontreinigingen in zoete en zoute rijkswateren
    Nummer: 114


    Verzamelde informatie
    Het gaat om de volgende parameters:

    - Aluminium in oppervlaktewater,
    - Antimoon in in oppervlaktewater,
    - Arseen in droogewicht bodem/sediment,
    - Arseen in vlees van Mossel (Mytilus Edulis), in zwevende stof, in de fractie < 63 um drooggewicht bodem/sediment, in de fractie < 63 um standaard sediment, in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment, in natgewicht in vlees van Mossel, in oppervlaktewater, na filtratie in oppervlaktewater,
    - Barium in oppervlaktewater,
    - Beryllium in oppervlaktewater,
    - Boor in oppervlaktewater,
    - Bromide in oppervlaktewater,
    - Broomaat (broom zuurstofverbindingen) uitgedrukt in bromaat in oppervlaktewater,
    - Cadmium drooggewicht in bodem/sediment, in drooggewicht vlees van Mossel, in drooggewicht zwevende stof, in de fractie < 63 um drooggewicht bodem/sediment, in de fractie < 63 um standaard sediment, in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment, in natgewicht lever van Bot, in natgewicht vlees van Mossel, in oppervlaktewater en na filtratie in oppervlaktewater
    - Calcium in oppervlaktewater,
    - Chroom in drooggewicht bodem/sediment, in drooggewicht in vlees van Mossel, in drooggewicht zwevende stof, in de fractie < 63 um drooggewicht bodem/sediment, in de fractie < 63 um standaard sediment, in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment, in natgewicht in vlees van Mossel, in oppervlaktewater en na filtratie in oppervlaktewater,
    -Cobalt in oppervlaktewater en na filtratie in oppervlaktewater,
    - IJzer (tweewaardig) in oppervlaktewater,
    - IJzer in drooggewicht bodem/sediment, in drooggewicht zwevende stof, in oppervlaktewater en na filtratie in oppervlaktewater,
    - Kalium in oppervlaktewater,
    - Koper in drooggewicht bodem/sediment, in drooggewicht vlees van Mossel, in drooggewicht zwevende stof, in de fractie < 63 um drooggewicht bodem/sediment, in de fractie < 63 um standaard sediment, in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment, in natgewicht vlees van Mossel, in oppervlaktewater en na filtratie in oppervlaktewater,
    - Kwik in drooggewicht bodem/sediment, in drooggewicht spierweefsel van Bot, in drooggewicht vlees van Mossel, in drooggewicht in zwevende stof, in de fractie < 63 um drooggewicht bodem/sediment, in de fractie < 63 um standaard sediment, in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment, in natgewicht in spierweefsel van Bot, in natgewicht vlees van Aal, in natgewicht vlees van Mossel, in oppervlaktewater en na filtratie in oppervlaktewater,
    - Lithium in oppervlaktewater en na filtratie in oppervlaktewater,
    - Lood in drooggewicht bodem/sediment, in drooggewicht vlees van Mossel, in drooggewicht zwevende stof, in de fractie < 63 um drooggewicht bodem/sediment, in de fractie < 63 um standaard sediment, in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment, in natgewicht in vlees van Mossel, in oppervlaktewater en na filtratie in oppervlaktewater,
    - Magnesium in oppervlaktewater,
    - Mangaan in drooggewicht bodem/sediment, in drooggewicht in zwevende stof en in oppervlaktewater,
    - Natrium in oppervlaktewater,
    - Nikkel in drooggewicht bodem/sediment, in drooggewicht vlees van Mossel, in drooggewicht zwevende stof, in de fractie < 63 um drooggewicht bodem/sediment, in de fractie < 63 um standaard sediment, in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment, in natgewicht vlees van Mossel, in oppervlaktewater en na filtratie in oppervlaktewater,
    - Scandium in drooggewicht zwevende stof,
    - Selenium in oppervlaktewater,
    - Vanadium in oppervlaktewater en na filtratie in oppervlaktewater,
    - Zink in drooggewicht bodem/sediment, in drooggewicht vlees van Mossel, in drooggewicht zwevende stof, in de fractie < 63 um drooggewicht bodem/sediment, in de fractie < 63 um standaard sediment, in zwevende stof gestandaardiseerd naar standaard sediment, in natgewicht vlees van Mossel, in oppervlaktewater en na filtratie in oppervlaktewater.


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    In de centrale database DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) van Rijkswaterstaat waarin al haar fysische, chemische, biologische en morfologische gegevens worden opgeslagen.


    Openbaarheid
    Data zijn grotendeels te raadplegen via www.waterbase.nl. Op te vragen bij de Waterdienst.


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Onderzoek geluid- en geurhinder; (onderdeel POLS (Permanent Onderzoek Leefsituatie))
    Nummer: 64


    Verzamelde informatie
    Percentage van de bevolking dat geluidhinder ervaart, naar:
    -bron (wegverkeer, vliegverkeer, railverkeer, industrie, buren);
    -geslacht;
    -leeftijd;
    -opleidingsniveau;
    -sociale-economische groep;
    -samenstelling huishouden;
    -stedelijkheid.


    Wijze van gegevensverzameling
    Enquête door CBS. Onderdeel POLS (Permanent Onderzoek Leefsituatie)


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    CBS


    Openbaarheid
    Ja

      Onderzoek hinder / verstoring van leefomgeving
    Nummer: 65


    Verzamelde informatie
    Diverse gegevens over de hinder die de bevolking ervaart.
    -Geluidhinder (wegverkeer, railverkeer, luchtvaart, industrie, recreatie, buurgeluiden);
    -Geur;
    -Trillingen;
    -Slaapverstoring;
    -Risicobeleving;
    -Geluidgevoeligheid, angst en verwachting;
    -Leefbaarheid.


    Wijze van gegevensverzameling
    Onderzoek op basis van face-to-face-enquête onder 2000 Nederlanders van 16 jaar en ouder.


    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    TNO


    Openbaarheid
    Ja

      Onderzoek in het kader van International Cooperative Programme on Modelling and Mapping of Critical Loads & Levels and Air Pollution Effects, Risks and Trends (ICP-M&M)
    Nummer: 20


    Verzamelde informatie
    Resultaten van ad hoc meetprogramma's en experimenten


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid


      Registratie risicosituaties met betrekking tot gevaarlijke stoffen (Risioregister) (in voorbereiding)

    Nummer: 75


    Verzamelde informatie
    Gegevens over risicovolle bedrijven en transportroutes. Het gaat om de volgende bedrijven:
    1) Risicovolle bedrijven. Dit zijn bedrijven met een plaatsgebonden risico van hoger dan 10-6 buiten het hek.
    2) Bedrijven die onder het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 vallen. Formeel zijn dit bedrijven die aangewezen op grond van de Europese Seveso II richtlijn. Deze richtlijn is in Nederland verankerd in het Brzo 1999
    3) Lpg-tankstations. Opslagplaatsen met meer dan 10 ton chemicaliën of meer dan 2500 kilo bestrijdingsmiddelen (bestrijdingsmiddelen die onder gevaarlijke stoffen vallen)
    4) Ammoniak koelinstallaties. Ammoniak is een giftig gas. Het gaat om ammoniakkoelinstallaties met meer dan 100 kilo ammoniak. Installaties met een plaatsgebonden risico van meer dan 10-6 per jaar moeten aan het register worden gemeld als ze meer dan 200 kilo ammoniak bevatten;
    5) Spoorwegemplacementen voor het rangeren van treinwagons met gevaarlijke stoffen;
    6) Bedrijven die vuurwerk opslaan en samenstellen;
    7) Bedrijven (inrichtingen) die onder artikel 15b van de Kernenergiewet vallen (bijvoorbeeld kerncentrales);
    8) Civiel gebruik van explosieven (het gaat hierbij om explosieven voor het opblazen van bijvoorbeeld gebouwen en voor bodemonderzoek);
    9) AVR-bedrijven. Dit zijn bedrijven die arbeidsveiligheidsrapport (AVR) moeten indienen. AVR’s zijn gestoeld op het Besluit risico’s zware ongevallen 1999.
    10) Opslag van explosieven en munitie van het ministerie van Defensie
    11) Propaantanks met een inhoud groter dan 5000 liter
    12) Bedrijven die onder de Mijnwet vallen. Onder deze wet vallen bovengrondse installaties voor de winning van olie, gas, mergel en kolen, zoals bijvoorbeeld olieplatforms en mergelgrotten.

    De volgende gegevens worden in het register opgenomen:
    1) De geografische ligging van het bedrijf en de transportroute
    2) De bedrijfsnaam, het adres en de kadastrale aanduiding (de gegevens waarmee het perceel in het register van het Kadaster is geregistreerd);
    3) De naam waaronder de transportroute bekend is (bijvoorbeeld de A1 of de N245) en de beheerder ervan (bijvoorbeeld gemeenten voor wegen binnen een gemeente en Rijkswaterstaat voor provinciale en rijkswegen);
    4) Gegevens over de externe veiligheid, waaronder de ligging van de 10-5 en 10-6 per jaar contour van het plaatsgebonden risico;
    5) De grootte van het groepsrisico;
    6) Aanduiding van risico’s voor het milieu aan de hand van veiligheidscontouren op de kaart;
    7) De aard van het risico (welke gevaarlijke stoffen worden gebruikt);
    8) De datum waarop de gegevens in het register het laatst zijn gewijzigd;


    Wijze van gegevensverzameling
    Bevoegd gezag inzake milieuvergunningen (gemeente, provincie of rijk) zijn verplicht risicosituaties te melden. Zie "Informatie die verzameld wordt".


    Instanties die gegevens aanleveren
    Bevoegd gezag
    Ministerie van Economische Zaken


    Databeheer
    Database Risicoregistratie RIVM


    Openbaarheid
    Gedeeltelijk. Een gedeelte van de gegevens zal t.z.t. via internet te raadplegen zijn. Zie ook de risicokaarten van provincies en de risiscoatlassen van het Ministerie van I&M.

      Registratie van gegevens, w.o. CO2-uitstoot, van nieuwe personenauto's
    Nummer: 12


    Verzamelde informatie



    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer



    Openbaarheid


      Risico-inventarisatie in gemeente
    Nummer: 92


    Verzamelde informatie
    -Een overzicht van de soorten rampen en zware ongevallen die de gemeente bedreigen en de mogelijke gevolgen daarvan;
    -Een overzicht van de risicovolle situaties binnen de gemeente waarbij zich een ramp of zwaar ongeval kan voordoen en de mogelijke gevolgen daarvan.


    Wijze van gegevensverzameling



    Instanties die gegevens aanleveren


    Databeheer
    Bij gemeenten en provincies


    Openbaarheid
    Ja

    Produkten > Rapportageverplichtingen (?)

      2-Jaarlijkse rapportage met statistische gegevens over afvalproductie, hergebruik en verwijdering van afvalstoffen
    Nummer: 97


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over hoeveelheden geproduceerde, teruggewonnen (hergebruikte) en verwijderde afvalstoffen:

    1. Hoeveelheden en relatief aandeel vrijgekomen afval naar soort afval (45 categorieën), en naar herkomst-sector (doelgroep) (20 categorieën);

    2. Hoeveelheden en relatief aandeel verbrand afval naar soort afval (12 categorieën);

    4. Hoeveelheden en relatief aandeel teruggewonnen (hergebruikt) afval naar wijze van terugwinning/hergebruik (10 categorieën) en soort afval (18 categorieën);

    5. Hoeveelheden en relatief aandeel verwijderd afval naar wijze van verwijdering (8 categorieën) en soort afval (15 categorieën);

    6. Een kwaliteitsrapport waarin wordt aangegeven hoe nauwkeurig de verzamelde gegevens zijn. Er wordt een beschrijving gegeven van de schattingen, aggregaties of uitsluitingen en van de gevolgen die deze bewerkingen hebben voor kwaliteit van de statistieken.

    Zie voor meer informatie Bijlage I t/m III.
    Overige informatie
    Deze verordening zal t.z.t. termijn het onderdeel 'Afval' van de Eurostat/OECD Joint Questionnaire vervangen (rapportageverplichting nr. 98).
    I.v.m. deze verordening worden momenteel extra afvalonderzoeken opgezet, met name op het gebied van afval van landbouw, bosbouw en visserij en afval van handel en overheidsdiensten.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    Nederlands afval in cijfers, AOO (www.aoo.nl > publicaties > monitoring)
    Lees meer >>
      2-Jaarlijkse rapportage over afval (Joint Questionnaire)
    Nummer: 98


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE RAPPORTEREN:

    -Generation of waste by sector;
    -Generation, recovery and recycling of selected waste streams;
    -Generation, treatment and disposal of hazardous and non-hazardous industrial waste;
    -Generation of hazardous waste by category;
    -Generation, collection, treatment, disposal and composition of municipal waste;
    -Waste treatment and disposal installations for hazardous and non-hazardous waste.
    Overige informatie
    Verwacht wordt dat deze verplichting zal worden vervangen door Verordening 2150/2002 betreffende afvalstoffenstatistieken.
    Het CBS coördineert de Joint Questionnaire en zorgt voor de rapportage aan Eurostat (Contactpersoon CBS voor Joint Questionnaire is Paul Klein, 070-337 4883, pken@cbs.nl).


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    CBS


    Publicatie(s) en website(s)
    Nederlands afval in cijfers, AOO (AOO - Publicaties - Monitoring)
    Lees meer >>
      2-Jaarlijkse rapportage over afwijkende bepalingen m.b.t. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Habitatrichtlijn)
    Nummer: 240


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Een verslag over de toepassing van artikel 16, over afwijkingen van artikelen 12, 13, 14 en 15, omtrent de jacht, verstoring, bezit en handel van in de bijlage opgenomen dieren en planten en afgeleide producten, van deze Richtlijn. In het verslag moet het volgende worden vermeld: a) voor welke soorten en om welke reden de afwijking is toegestaan, met inbegrip van de aard van het risico, met in voorkomend geval een opgave van de alternatieve oplossingen die niet zijn gekozen en van de gebruikte wetenschappelijke gegevens; b) welke middelen, inrichtingen of methoden mogen worden gebruikt voor het vangen of doden en om welke redenen; c) waar en wanneer dergelijke afwijkingen worden toegestaan; d) welke autoriteit de bevoegdheid heeft om te verklaren en te controleren dat aan de desbetreffende voorwaarden is voldaan en om te beslissen welke middelen, inrichtingen of methoden mogen worden gebruikt, door welke diensten en binnen welke grenzen, en wie met de uitvoering belast zijn; e) welke controlemaatregelen er zijn genomen en welke resultaten er zijn verkregen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      2-Jaarlijkse rapportage over beleidsmaatregelen ter beperking en/of vermindering van de emissies van broeikasgassen; en Nationale prognoses inzake de emissies van broeikassen
    Nummer: 27


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    a)
    informatie over de nationale beleidsinitiatieven en maatregelen ter beperking en/of vermindering van de emissies van broeikasgassen per bron of ter intensivering van de verwijdering door putten, voor ieder broeikasgas per sector gepresenteerd en met inbegrip van:
    i) het doel van de beleidsinitiatieven en maatregelen;
    ii) het type beleidsinstrument;
    iii) het stadium van uitvoering van het beleidsinitiatief of de maatregel;
    iv) indicatoren voor de bewaking en evaluatie van de in de loop der tijd geboekte vorderingen met behulp van beleid en maatregelen, met inbegrip van onder meer de indicatoren die worden genoemd in de overeenkomstig lid 3 aangenomen uitvoeringsbepalingen;
    v) kwantitatieve ramingen van de effecten van de beleidsinitiatieven en maatregelen op de emissies per bron en de verwijderingen per put van broeikasgassen tussen het referentiejaar en latere jaren, met name 2005, 2010 en 2015, voorzover haalbaar met inbegrip van de economische effecten en
    vi) de mate waarin interne maatregelen daadwerkelijk een belangrijk onderdeel vormen van de op nationaal niveau geleverde inspanningen alsmede de mate waarin het gebruik van Joint Implementation, het Clean Development Mechanism en de internationale handel in emissierechten op grond van de artikelen 6, 12 en 17 van het Protocol van Kyoto daadwerkelijk aanvullend is ten opzichte van de interne maatregelen overeenkomstig de relevante bepalingen van het Protocol van Kyoto en de akkoorden van Marrakech;

    b)
    nationale prognoses inzake de emissies van broeikassen per bron en de verwijdering van die gassen door putten, tenminste voor de jaren 2005, 2010, 2015 en 2020, uitgesplitst per gas en per sector, met inbegrip van:
    i) prognoses "met bestaande maatregelen" en "met aanvullende maatregelen" zoals vermeld in de richtsnoeren van het UNFCCC en nader omschreven in de op grond van lid 3 aangenomen uitvoeringsbepalingen;
    ii) een duidelijke identificatie van de beleidsinitiatieven en maatregelen die in de prognoses zijn meegenomen;
    iii) de resultaten van een gevoeligheidsanalyse met betrekking tot de prognoses en
    iv) een beschrijving van de methodieken, modellen, onderliggende aannames en belangrijkste input- en output-parameters;

    c)
    informatie over de maatregelen die worden genomen of die zijn gepland ter uitvoering van relevante communautaire wetgeving en beleid en informatie over de juridische en institutionele stappen ter voorbereiding van de uitvoering van de verplichtingen uit hoofde van het Protocol van Kyoto en informatie over de regelingen voor, en de toepassing op nationaal niveau van, de nalevings- en handhavingsprocedures;

    d)
    informatie over de institutionele en financiële regelingen en besluitvormingsprocedures ter coördinatie en ondersteuning van activiteiten met betrekking tot de deelname aan de mechanismen van de artikelen 6, 12 en 17 van het Protocol van Kyoto, met inbegrip van de participatie van rechtspersonen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van VROM


    Publicatie(s) en website(s)

      2-Jaarlijkse rapportage over de implementatie van de implementatie van Verordening 338/97 en de CITES-Overeenkomst inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer
    Nummer: 243


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de implementatie van de CITES-Overeenkomst en deze Verordening: A. Algemene informatie; B. Wet- en regelgeving; C. Controle en handhaving; D. Administratieve maatregelen; E. Algemeen commentaar.
    Overige informatie
    De gegevens in deze rapportage zijn voor een groot deel gelijk aan de gegevens die aan CITES gerapporteerd worden in de 2-jaarlijkse rapportage over de implementatie van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES) ("Biennial Report"), zie nr. 228.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      2-Jaarlijkse rapportage over de implementatie van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten (CITES) (
    Nummer: 228


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over wet- en regelgeving ter implementatie van de Conventie: A. Algemene informatie; B. Wet- en regelgeving; C. Controle en handhaving; D. Administratieve maatregelen; E. Algemeen commentaar.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      2-Jaarlijkse rapportage over de implementatie van OSPAR recommendation 2000/2 inzake best environmental practice (BEP) voor het gebruik van pesticiden op niet-productieland
    Nummer: 169


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    -Complience/implementation/measures; -Need for, and Risks Involved in the Use of Pesticides on Amenity Areas; -Code of Practice; -Training and Certification; -Monitoring; -Active Management; -Additional techniques employed in promoting Best Environmental Practice for the Use of Pesticides on Amenity Areas.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      2-Jaarlijkse rapportage over geluid / omgevingslawaai (Joint Questionnaire)
    Nummer: 125


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE RAPPORTEREN:

    Informatie voor de jaren 1980, 1985, 1990, 1995, 2000 en 2010, over: -aantal mensen dat in huis wordt blootgesteld aan overschrijdingen van verschillende geluidsbelastingwaarden (55, 60, 65, 70, 75 dBA), veroorzaakt door verschillende bronnen (wegverkeer, spoorwegen, vliegverkeer, industrie, anders);
    -aantal mensen in bepaalde gebieden dat wordt blootgesteld aan overschrijdingen van verschillende overdag-geluidsbelastingwaarden veroorzaakt door wegverkeer;
    -aantal mensen in gebieden rond vliegvelden dat wordt blootgesteld aan overschrijdingen van verschillende geluidsbelastingwaarden (24-uurswaarden en nachtwaarden) veroorzaakt door vliegverkeer.
    Overige informatie
    Het CBS coördineert de Joint Questionnaire en zorgt voor de rapportage aan Eurostat (Contactpersoon CBS voor Joint Questionnaire is Paul Klein, 070-337 4883, pken@cbs.nl).


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)


    Publicatie(s) en website(s)

      2-Jaarlijkse rapportage over implementatie van besluit 2000/1 over vermindering en beëindiging van lozingingen, emissies en lekkages van radiactief materiaal
    Nummer: 168


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -complience/implementation/measures;
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      2-Jaarlijkse rapportage over jaarlijkse hoeveelheden elektrische apparatuur die op de markt zijn gebracht, gescheiden zijn ingezameld en zijn gerecycled
    Nummer: 93


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over jaarlijkse hoeveelheden elektrische apparatuur die op de markt zijn gebracht, gescheiden zijn ingezameld en zijn gerecycled
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)

      2-Jaarlijkse rapportage over landgebruik (Joint Questionnaire)
    Nummer: 244


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE RAPPORTEREN:

    5-Jaarlijkse informatie over landgebruik.
    -Oppervlakte:
    1. Landbouwgrond (5 subcategorieën);
    2. Bos en bebost gebied (5 subcategorieën);
    3. Bebouwd gebied en dergelijk (9 subcategorieën);
    4. Nat open land (3 subcategorieën);
    5. Droog open land met begroeing lager dan 2 meter (4 subcategorieën);
    6. Open land zonder, of niet-significante begroeing (4 subcategorieën);
    7. Water (10 subcategorieën).
    -Verandering in landgebruik tussen hoofdcategorieën;
    -Erosie (oppervlakte en hoeveelheid geërodeerde grond).
    Overige informatie
    Het CBS coördineert de Joint Questionnaire en zorgt voor de rapportage aan Eurostat (Contactpersoon CBS voor Joint Questionnaire is Paul Klein, 070-337 4883, pken@cbs.nl).


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    CBS


    Publicatie(s) en website(s)
    Land Use Statistics - Online databank Eurostat (http://europa.eu.int/comm/eurostat > Themes > Environment and Energy > Data)
    Lees meer >>

      2-Jaarlijkse rapportage over lozingen vanuit inrichtingen voor het zuiveren van stedelijk afvalwater
    Nummer: 312


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE RAPPORTEREN:

    De stand van zaken met betrekking tot lozingen vanuit inrichtingen voor het zuiveren van stedelijk afvalwater.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      2-jaarlijkse rapportage over te nemen maatregelen ter voorkoming en vermindering van emissies van zware metalen en POP's door grote stookinstallaties
    Nummer: 209


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    -Means of implementation: by legislation, administrative action, voluntary agreement; -Specific measures taken to give effect to this measure; -Any special difficulties encountered, such as practical or legal problems, in the implementation of this measure; -The reasons for not having fully implemented this measure should be spelt out clearly and plans for full implementation should be reported; -Measures adopted.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      2-Jaarlijkse rapportage over toegestane uitzonderingen op de Bern Conventie ter behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke leefmilieu in Europa (
    Nummer: 234


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    -Informatie over uitzonderingen op artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 van de Bern Conventie ter behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke leefmilieu : -alle vormen van geplande gevangenneming en - houding en gepland doden; -het bepland beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustgebieden; -het gepland verstoren van wilde fauna, in het bijzonder gedurende de periode van voortplanten, opgroeien en winterslaap, in zoverre de verstoring relevant is m.b.t. de doelstellingen van de Conventie; -het gepland vernielen en wegnemen van eieren uit het wild, of het houden van eieren zelfs als ze leeg zijn; -het bezit van en internationale handel in deze wilde dieren, dood of levend, inclusief opgezette dieren stuffed, elke duidelijk te herkennen deel of afgeleide daarvan, wanneer dit bijdraagt aan het effect van de voorszorg van dit artikel. Volgens resolutie 2 uit 1993 gaat het alleen om: a) algemene uitzonderingen; b) individuele uitzonderingen indien deze vaak voorkomen dat ze resulteren in algemeen gebruik; c) individuele uitzonderiingen waar het meer dan 10 individuen van een soort betreffen; d) individuele uitzonderingen betreffende individuen van een bedreigde of kwetsbare populatie; -De populaties waarop de uitzonderling betrekking heeft, en wanneer mogelijk, het aantal exemplaren. -De manier waarop de exempleren zijn of worden gedood of gevangen; -Het aantal vergunningen, en de omstandigheden/redenen voor de vergunning; -De invloed op de populatie; -De instantie die bevoegd is om te verklaren dat er aan voorwaarden is voldaan, en die bevoegd is beslissingen te maken over toegestaande middelen, de voorwaarden en de uitvoerende personen; -De van toepassing zijnde maatregelen; -Gevallen van valkerij (naam van de soort; aantal vogels in gevangenschap (na inwerkingtreding van de Conventie); herkomst van de vogels (% in land zelf gevangen, % geïmporteerd; % opgegroeid in gevangschap); geschatte populatie in het wild in het land; aantal in het wild gevangen exemplaren per jaar; aantal geïmporteerde volgels, naar land van herkomst).
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      2-Jaarlijkse rapportage over wilde dieren en planten (Joint Questionnaire)
    Nummer: 245


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE RAPPORTEREN:

    Voor elke taxonomische groep, het totaal aantal soorten en het aantal ernstig bedreigde, bedreigde, kwetsbare of achteruitgaande soorten (opgesplitst naar inheems/niet-inheems):
    -Zoogdieren;
    -Vogels;
    -Reptielen;
    -Amfibieën;
    -Vissen (zoet- en zoutwatervissen);
    -Ongewervelde dieren (insecten; schaaldieren; weekdieren);
    -Vasculaire planten;
    -Niet-vasculaire planten (mossen, korstmossen, paddestoelen, algen).
    Overige informatie
    Deze rapportageverplichting is momenteel onder revisie. Het CBS coördineert de Joint Questionnaire en zorgt voor de rapportage aan Eurostat (Contactpersoon CBS voor Joint Questionnaire is Paul Klein, 070-337 4883, pken@cbs.nl).


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)
    OECD Environmental Data Compendium (www.oecd.org > Statistics > Environment)
    Lees meer >>

      2-Jaarlijkse rapportage over zoet oppervlaktewater (Joint Questionnaire)
    Nummer: 307


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE RAPPORTEREN:

    1. Zoetwaterbronnen,
    2. Jaarlijks zoetwaterontrekking naar bron,
    3. Andere bronnen van zoet water,
    4. Watergebruik naar methode van voorziening,
    5. Watergebruik door industrie,
    6. Bevolking aangesloten op afvalwaterbehandeling:
    -percentage van de bevolking dat is aangesloten op primaire, secundaire, tertiaire en overige soorten afvalwaterbehandeling,
    -percentage van de bevolking dat is aangesloten op riool zonder afvalwaterzuivering,
    -percentage van de bevolking dat beschikt over individuele afwaterzuivering,
    7. zuiveringscapaciteit, in termen van BZV,
    8. zuiveringsslibproductie en verwerking:
    -totale slibproductie (volume en drooggewicht),
    -totale slibverwerking (volume en drooggewicht),
    -slibgebruik in landbouw (v&dg),
    -gebruik als compost en ander gebruik (v&dg),
    -stort ((v&dg),
    -dumping op zee ((v&dg),
    -verbranding ((v&dg),
    -overige methoden ((v&dg).
    9. afvalwaterproductie en lozing:
    -naar bron en sector,
    -naar type van opvang,
    -biologisch zuurstofverbruik (influent en effluent),
    -chemisch zuurstofverbruik (influent en effluent),
    -inwonerequivalenten,
    -zwevende stoffen (stikstof, fosfaat, arsenicum, cadmium, kwik, koper, chroom, nikkel, lood en zink).
    [Deel 2 van Inland Waters]:
    10. Waterkwaliteit van geselecteerde rivieren, bij de monding of stroomafwaartse grens:
    -afstand van meetlocatie tot monding of stroomafwaartse grens,
    -debiet,
    teperatuur,
    -pH,
    -opgeloste zuurstof,
    -zuurstofverzadiging,
    -BZV,
    -CZV (K2Cr2O7),
    -zwevende stoffen,
    -opgeloste stoffen,
    -totaal stikstof,
    -nitraat,
    -ammonium,
    -totaal fosfor,
    -orthofosfaat,
    -chlorofyl a (zomer periode),
    -fecal coliformen,
    -arsenicum totaal,
    -cadmium totaal,
    -chroom totaal,
    -koper totaal,
    -lood totaal,
    -kwik totaal,
    -nikkel totaal,
    -zink totaal,
    -cyaniden,
    -organische pesticiden,
    -CZV (KMnO4).
    11. Waterkwaliteit van geselecteerde meren:
    -parameters: zie hierboven (rivierwaterkwaliteit).
    Overige informatie
    Het CBS coördineert de Joint Questionnaire en zorgt voor de rapportage aan Eurostat (Contactpersoon CBS voor Joint Questionnaire is Paul Klein, 070-337 4883, pken@cbs.nl).


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS

    Publicatie(s) en website(s)
    Website Eurostat (http://epp.eurostat.cec.eu.int > data > environment > water)

      3-/5-Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van de Verfproducten-richtlijn 2004/42
    Nummer: 73


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks, later 5-jaarlijks


    Details inhoud
    -De resultaten van de controle op de naleving van de maximale grenswaarden voor het gehalte aan vluchtige organische stoffen in verven en vernissen en voor producten voor het overspuiten van voertuigen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    VROM-Inspectie


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarl. rapp. door provincies over inventarisatie en vaststellingen van plaatsen waar grenswaarden of plandrempels worden overschreden wat betreft concentraties stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, koolmonoxide, benzeen, zwaveldioxide en lood.
    Nummer: 78


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Plaatsen waar overschrijdingen van grenswaarden of plandrempels hebben plaatsgevonden wat betreft concentraties van stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10), koolmonoxide, benzeen zwaveldioxide en lood in de lucht, de reden van overschrijding, de gebruikte meetmethode en data/periode van overschrijding of de gebruikte berekeningmethode, en de plannen om aan de normen te voldoen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Provincies


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarl. verslag per sector (alleen indien nodig) met inform. over 1) bestaande maatregelen en bijzondere maatregelen die lidstaten overwegen te nemen met opgave van de redenen en 2) over installaties waarop Art. 4.1 lid 1 en 3 niet van toepassing is.
    Nummer: 31


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    3-Jaarlijks verslag per sector (indien nodig) met informatie over 1) bestaande maatregelen en van bijzondere maatregelen, als bedoeld in Artikelen 3.1, 4.1, 6.1, die zij overwegen te nemen met opgave van de redenen en 2) over installaties waarop Artikel 4.1 lid 1 en 3 niet van toepassing is.
    Overige informatie
    Alleen rapportage indien nodig


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarlijks verslag per sector met een samenvatting van waargenomen niveaus m.b.t. luchtkwaliteit*
    Nummer: 5


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Een samenvatting van de in zones en agglomeraties vastgestelde luchtkwaliteit.
    Overige informatie
    *Volgens de Reporting Obligations Database (ROD) van het Europees Milieu Agentschap (EEA) is deze rapportageverplichting komen te vervallen.
    Deze rapportageverplichting geldt in combinatie met de drie Dochterrichtlijnen 1999/30, 2000/69 en 2002/3. Zie ook rapportageverplichting nr. 20.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarlijks verslag per sector met informatie over de uitvoering van de VOS-richtlijn (1999/13)
    Nummer: 28


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    -Informatie over de uitvoering van deze richtlijn;
    -Informatie over uitzonderingen betreffende Artikel 5.3 a en b;
    -Informatie over nationale plannen om de emissie van vluchtige organische stoffen te beperken.
    Gegevens hebben betrekking op aantallen installaties en getroffen maatregelen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van VROM


    Publicatie(s) en website(s)

      3-jaarlijkse rapportage (indien nodig) omtrent de voortgang van de uitvoering van het actieplan bedoeld om aan de plandrempel of grenswaarde voor stikstofdioxide te voldoen.
    Nummer: 137


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    De voortgang van de uitvoering van het actieplan.
    Overige informatie
    Rapportageverplichting geldt voor gemeenten die in het kader van het Besluit Luchtkwaliteit verplicht zijn plannen op te stellen, indien de plandrempel of grenswaarde voor stikstofdioxide is overschreden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Gemeenten


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarlijkse rapportage (indien nodig) over de stand van de vooruitgang bij de uitvoering van het plan of programma bedoeld om aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit te voldoen
    Nummer: 4


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Alleen indien van toepassing: Informatie over de stand van de vooruitgang van het plan of programma, bedoeld in artikel 8 lid 3, die ertoe moeten leiden dat binnen de daarvoor gestelde termijn aan de grenswaarde wordt voldaan.
    Overige informatie
    Deze rapportageverplichting geldt in combinatie met de drie Dochterrichtlijnen 1999/30, 2000/69 en 2002/3. Deze rapportageverplichting is in deze database ook afzonderlijk per Dochterrichtlijn opgenomen.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarlijkse rapportage door gemeenten over de inventarisatie en vaststelling van plaatsen binnen de bebouwde kom waar grenswaarden of plandrempels worden overschreden wat betreft concentraties van stikstofdioxide, fijn stof, koolmonoxide en benzeen.
    Nummer: 77


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    -Plaatsen waar overschrijdingen van grenswaarden of plandrempels hebben plaatsgevonden wat betreft concentraties van stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM10), koolmonoxide en benzeen in de lucht,
    -de reden van overschrijding,
    -de gebruikte meetmethode en data/periode van overschrijding of de gebruikte berekeningmethode,
    -de plannen om aan de normen te voldoen.
    Overige informatie
    In 2005 zijn alle gemeenten met meer dan 100.000 inwoners verplicht de luchtkwaliteit te controleren en daarover te rapporteren, evenals die gemeenten die in het voorafgaande jaar een overschrijding van de grenswaarden hebben geconstateerd of een indicatie hebben dat er sprake zal zijn van een overschrijding van de plandrempels. Onder deze laatste groep bevinden zich dus ook de gemeenten met minder dan 40.000 inwoners die binnen een agglomeratie liggen.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Gemeenten


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarlijkse rapportage inzake de implementatie van de EUROBATS-overeenkomst t.b.v. de Meeting of the Parties (
    Nummer: 220


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    -De toestand van vleermuizen binnen de lidstaat: > Overzicht details van inheemse soorten; > Toestand en trends; > Habitatten en rustgebieden; > Bedreigingen; > Gegevensverzameling, analyse, interpretatie en verspreiding; -Maatregelen ter implementatie van Artikel III van de Overeenkomst: > Wettelijke maatregelen ter bescherming van vleermuizen, inclusief handhaving; > Aangewezen en beschermde gebieden die belangrijk zijn voor de bescherming van vleermuizen; > Aandacht voor habitats, die belangrijk zijn voor vleermuizen; > Activiteiten gericht op bewustwording van het belang van de bescherming van vleermuizen; > Verantwoordelijke organen, conform Artikel III.5 van de Overeenkomst, aangewezen voor het geven van advies over de bescherming van vleermuizen en beleid hieromtrent; > Aanvullende maatregelen genomen ter bescherming van vleermuispopulaties; > Huidige en lopende programma's (inclusief onderzoek en beleidsinitiatieven) aangaande de bescherming en beheer van vleermuizen. In geval van onderzoek, samenvattingen van afgeronde projecten, referenties waar mogelijk en subsidieverstrekkers; > Potentieel effect van pesticiden op vleermuizen, op hun voedselbronnen en pogingen ter vervanging van houtverduurzamingsmiddelen die zeer giftig zijn voor vleermuizen; -Functioneren van de Overeenkomst: > Samenwerking met andere landen binnen de rijkweidte van de Overeenkomst; > Maatregelen ter implementatie van bij de Meeting of the Parties aangenomen Resoluties.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)
    NATIONAL Report on the implementation of the Agreement on the conservation of population of European bats (EUROBATS); The Kingdom of the Netherlands - Ministerie van LNV (www.eurobats.org > Official Documents > National Reports)
    Lees meer >>

      3-Jaarlijkse rapportage over de implementatie van deze richtlijn betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen
    Nummer: 147


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen. Zowel kwantitatieve als kwalitatieve informatie.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarlijkse rapportage over de uitfasering van het gebruik van één-component koolteer-coating-systemen voor binnenvaartschepen*
    Nummer: 207


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    -Means of implementation: by legislation, administrative action, voluntary agreement; -Used amounts of one-component coal tar for coating hulls of inland ships (tonnes per year); -Number of coated ships; -The total use of (all) coating systems on hulls of inland ships on the basis of size (tonnage, surface area) (tonnage (tonnes), surface (m2), number of ships); -The types of alternative coating systems used and, if possible, the percentage of the used amounts of those alternatives in relation to the total use of all coating systems; -If relevant, information with regard to the disposal of coating material removed.
    Overige informatie
    * Rapportageverplichting geldt totdat deze recommendation volledig is geïmplementeerd.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van de E-PRTR-Verordening
    Nummer: 301


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    - [Zie verplichting nr. 300]


    TE RAPPORTEREN:

    Informatie over de uitvoering van deze Verordening en de genomen maatregelen inzake:
    (a) de eisen overeenkomstig artikel 5;
    (b) de kwaliteitsborging overeenkomstig artikel 9;
    (c) de toegang tot informatie overeenkomstig artikel 10, lid 2;
    (d) de bewustmakingsactiviteiten overeenkomstig artikel 15;
    (e) de vertrouwelijkheid van gegevens overeenkomstig artikel 11;
    (f) de sancties waarin is voorzien overeenkomstig artikel 20 en de ervaring die met de toepassing daarvan is opgedaan.
    Overige informatie
    Deze rapportageverplichting is een aanvulling op de verplichte rapportage van emissie- en afvalgegevens van bedrijven t.b.v. het Europees emissieregister E-PRTR, zie verplichting nr. 300.
    Deze Verordening is een uitwerking van het UNECE PRTR-Protocol, zoals dat door o.a. Nederland en de Europese Unie is ondertekend (zie verplichting nr. 285). Deze Verordening met de bijbehorende verplichting vervangt de EPER-Beschikking 2000/479/EG (zie verplichting nr. 39).
    Zie ook verplichting nr. 301 (3-jaarlijkse rapportage over de uitvoering van de E-PRTR-Verordening).


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van VROM


    Publicatie(s) en website(s)

      3-jaarlijkse rapportage over de uitvoering van de Vogelrichtlijn
    Nummer: 238


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de toepassing van de nationale maatregelen die krachtens deze richtlijn zijn getroffen.
    Overige informatie
    Nederland heeft 79 gebieden aangewezen als beschermingsgebied (grote overlap met gebieden die zijn aangewezen op grond van de Habitatrichtlijn). De richtlijn bevat geen concrete monitoringverplichting.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van Richtlijn 1999/31 betreffende het storten van afvalstoffen
    Nummer: 89


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de uitvoering van deze richtlijn met speciale aandacht voor nationale strategiën om de hoeveelheid te storten afvalstoffen te verminderen.
    Kwantitatieve informatie:
    -Geproduceerde hoeveelheid biologisch afbreekbaar stedelijk afval;
    -Hoeveelheid biologisch afbreekbaar stedelijk afval en niet-stedelijk afval dat is gestort;
    -Aantal stortplaatsen;
    -Aantal stortplaatsen dat aan richtlijn voldoet;
    -Aantal gesloten stortplaatsen vanaf 16 juli 2001;
    -Aantal heringerichte stortplaatsen;
    -Restcapaciteit.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    Verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van communautaire wetgeving, Europese Commissie (www.europa.eu.int > en > institutions - european commission > environment > policies - waste > reporting on implementation of waste legislation > implementation of community waste legislation)
    Lees meer >>
    Afvalverwerking in Nederland, AOO (www.aoo.nl > publicaties > monitoring)
    Lees meer >>

      3-Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van Richtlijn 2000/53 betreffende autowrakken
    Nummer: 90


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de uitvoering van deze richtlijn betreffende autowrakken.
    Kwantitatieve informatie over:
    -Types en hoeveelheden gerecycleerde materialen in voertuigen en in andere producten, alsmede over de marktsituatie voor gerecycleerde materialen;
    -Hoeveelheid voertuigen die zijn ingezameld en zijn overgedragen aan erkende verwerkers;
    -Hoeveelheid verwerkingsinstallaties die overeenkomstig artikel 6 een vergunning hebben ontvangen of geregistreerd zijn;
    -Hoeveelheid autowrakken die bij de erkende verwerkers zijn afgeleverd en geen of een negatieve marktwaarde hebben;
    -Hoeveelheid verwerkingsbedrijven of -inrichtingen die gecertificeerde milieubeheersystemen hebben ingevoerd;
    -De bereikte percentages hergebruik, recycling en terugwinning, overeenkomstig de doelstellingen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    Statline (on-line databank), CBS (www.statline.nl)
    Lees meer >>

      3-Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van Richtlijn 2000/59 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen
    Nummer: 92


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over stand van de uitvoering van deze richtlijn betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen.
    Overige informatie
    Nog geen vragenlijst opgesteld.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van Richtlijn 2000/76 betreffende de verbranding van afval
    Nummer: 41


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    3-Jaarlijks verslag per sector met informatie over de implementatie van deze Richtlijn betreffende de verbranding van afval.

    Wat betreft kwantitatieve informatie: meetgegevens van emissies naar lucht en water van SO2, NOx, zuren, zware metalen, dioxines, VOS.

    Op grond van de bepalingen van artikel 6.4 vastgestelde exploitatievoorwaarden alsmede de uitslagen van de verrichte controles.
    Overige informatie
    De volgende bepalingen worden met ingang van 28 december 2005 ingetrokken:
    a) artikel 8, lid 1, en de bijlage van Richtlijn 75/439;
    b) Richtlijn 89/369;
    c) Richtlijn 89/429;
    d) Richtlijn 94/67.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    Verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van communautaire wetgeving, Europese Commissie (www.europa.eu.int > en > institutions - european commission > environment > policies - waste > reporting on implementation of waste legislation > implementation of community waste legislation)
    Lees meer >>
    Afvalverwerking in Nederland, AOO (www.aoo.nl > publicaties > monitoring)
    Lees meer >>

      3-Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van Richtlijn 2002/96 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur
    Nummer: 94


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de uitvoering van deze richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (géén kwantitatieve informatie).
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van Richtlijn 75/442 betreffende afvalstoffen
    Nummer: 81


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn betreffende afvalstoffen, met tevens informatie over feitelijke of geschatte cijfers voor de hoeveelheid afval die geproduceerd en tevens verwijderd is in de Lid-Staat in verhouding tot de totale hoeveelheid in de Lid-Staat geproduceerd afval die gestort moet worden.

    Voor huishoudelijk, gevaarlijk en overig afval:
    -hoeveelheid geproduceerd afval;
    -hoeveelheid gerecycleerd afval;
    -hoeveelheid verbrand afval;
    -hoeveelheid verbrand afval met energieterugwinning;
    -hoeveelheid gestort afval; hoeveelheid overig gespecificeerd.


    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    Verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van communautaire wetgeving, Europese Commissie (www.europa.eu.int > en > institutions - european commission > environment > policies - waste > reporting on implementation of waste legislation > implementation of community waste legislation)
    Lees meer >>

      3-Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van Richtlijn 75/449 betreffende de verwijdering van afgewerkte olie
    Nummer: 43


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    3-Jaarlijks verslag per sector met informatie over de implementatie van deze Richtlijn inzake de verwijdering van afgewerkte olie.
    Tevens kwantitatieve informatie over:
    -hoeveelheid op de markt gebrachte olie;
    -hoeveelheid voortgebrachte afgewerkte olie;
    -hoeveelheid ingezamelde olie;
    -hoeveelheid geregenereerde olie;
    -hoeveelheid verbrande olie;
    -hoeveelheid verwijderde olie (ook permanente opslag).

    Zie voor meer details de vragenlijst: Beschikking 94/741.
    Overige informatie
    Onderdeel van 3-jaarlijkse gecombineerde rapportageverplichting.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    Verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van communautaire wetgeving, Europese Commissie (www.europa.eu.int > en > institutions - european commission > environment > policies - waste > reporting on implementation of waste legislation > implementation of community waste legislation)
    Lees meer >>

      3-Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van Richtlijn 86/278 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw
    Nummer: 82


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw.
    Kwantitatieve informatie:
    -totale slibproductie en hoeveelheden gebruikt in de landbouw;
    -concentratiegrenswaarden voor zware metalen in de bodem;
    -concentratiegrenswaarden en gemiddelde concentraties voor zware metalen in slib;
    -maximale belasting van bouwland door zware metalen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    Verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van communautaire wetgeving, Europese Commissie (www.europa.eu.int > en > institutions - european commission > environment > policies - waste > reporting on implementation of waste legislation > implementation of community waste legislation)
    Lees meer >>

      3-Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van Richtlijn 91/689 betreffende gevaarlijke afvalstoffen
    Nummer: 85


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    -De totale hoeveelheid geproduceerd gevaarlijk afval binnen de lidstaat, en de hoeveelheden (binnen resp. buiten de lidstaat), die zijn:
    -gerecycled,
    -verbrand,
    -verbrand met energieterugwinning,
    -gestort,
    -op een andere manier is verwerkt.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    Verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van communautaire wetgeving, Europese Commissie (www.europa.eu.int > en > institutions - european commission > environment > policies - waste > reporting on implementation of waste legislation > implementation of community waste legislation)
    Lees meer >>
    Nederlands afval in cijfers, SenterNovem - Uitvoering Afvalbeheer (www.aoo.nl > publicaties > monitoring)
    Lees meer >>

      3-Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van Richtlijn 94/62 betreffende verpakking en verpakkingsafval
    Nummer: 86


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn betreffende verpakking en verpakkingsafval.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    Verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van communautaire wetgeving, Europese Commissie (www.europa.eu.int > en > institutions - european commission > environment > policies - waste > reporting on implementation of waste legislation > implementation of community waste legislation)
    Lees meer >>
    Jaarverslag commissie verpakkingen, Commissie Verpakkingen (www.vrom.nl > afval > verpakkingen > publicaties)
    Lees meer >>

      3-Jaarlijkse rapportage over emissies van grote stookinstallaties en over hoeveelheden verbruikte energie
    Nummer: 29


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    1)
    Totale jaarlijkse emissies van SO2, NOx en (per 2004) stof van alle stookinstallaties met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 50 MW.

    2)
    De totale hoeveelheid energie die per jaar is gebruikt, uitgedrukt in de calorische onderwaarde en gespecificeerd voor de vijf categorieën brandstoffen: biomassa, andere vaste brandstoffen, vloeibare brandstoffen, aardgas en andere gassen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarlijkse rapportage over het toezicht op biociden die op de markt zijn gebracht
    Nummer: 99


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over werkzaamheden op dit gebied van toezicht op biociden die op de markt zijn gebracht alsmede informatie betreffende eventuele vergiftigingen waarbij biociden zijn betrokken.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarlijkse rapportage over in zee aangetroffen gedumpte conventionele en chemische munitie
    Nummer: 205


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    In zee aangetroffen conventionele en chemische munitie: -ID No.; -Location of the encounter (longitude and latitude); -Nature of encounter; -Date; -Type of device; -Action taken; -State of device; -Release location; -General remarks; 1 september 2005 ook: -Central points en details; -De implematatie van deze recommendation.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      3-Jaarlijkse rapportage over inrichtingen die onder de SEVESO II- Richtlijn vallen
    Nummer: 146


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE RAPPORTEREN:

    -Informatie over bevoegde instanties die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de Seveso II-richtlijn en hun belangrijkste taken;
    -Aantal inrichtingen dat onder artikel 6 van deze richtlijn valt;
    -Aantal inrichtingen dat onder artikel 9 van deze richtlijn valt;
    -Informatie over veiligheidsrapporten en over aantal inrichtingen die veiligheidsrapporten moeten opstellen en hebben opgesteld;
    -Informatie over noodplannen en over aantal inrichtingen die noodplannen moeten opstellen en hebben opgesteld;
    -Informatie over zogenaamde domino-effecten;
    -Informatie over ruimtelijke ordening;
    -Informatie over veiligheidsmaatregelen;
    -Informatie over exploitatieverboden;
    -Informatie over inspectie;
    -Informatie over havens en spoorwegemplacementen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van SZW


    Publicatie(s) en website(s)

      4-Jaarlijks wetenschappelijk PBL-rapportage over de toestand en ontwikkeling van natuur, bos en landschap (Natuurverkenning)
    Nummer: 143


    Rapportagefrequentie
    4-jaarlijks


    Details inhoud
    De toestand van natuur, bos en landschap, alsmede de ten aanzien daarvan meest waarschijnlijke en mogelijke andere toekomstige ontwikkelingen voor een door de Minister van LNV aan te geven periode.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)


    Publicatie(s) en website(s)
    Natuurverkenning, MNP-RIVM (www.mnp.nl > Natuurbalans en Natuurverkenning > Natuurverkenning)
    Lees meer >>

      4-Jaarlijks wetenschappelijk RIVM-rapport over de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu over een periode van tenminste 10 jaar ("Milieuverkenning")
    Nummer: 134


    Rapportagefrequentie
    4-jaarlijks


    Details inhoud
    De ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu wordt beschreven over een door Onze Minister aan te geven periode van ten minste de eerstvolgende tien jaar. In ieder geval wordt die ontwikkeling beschreven, uitgaande van de voor die periode meest waarschijnlijke ontwikkeling van de omstandigheden die daarvoor van belang zijn. Tevens worden in het rapport beschrijvingen opgenomen, die telkens uitgaan van andere ontwikkelingen van die omstandigheden, die zich, naar redelijkerwijs kan worden verondersteld, in de betrokken periode zouden kunnen voordoen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)


    Publicatie(s) en website(s)
    Milieuverkenning, MNP-RIVM (www.mnp.nl > Milieubalans en Milieuverkenning > Milieuverkenning)
    Lees meer >>

      4-Jaarlijkse rapportage over Best Available Techniques voor de productie van emulsie PVC (e-PVC)
    Nummer: 178


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    -Compliance/implementation/measures; -For each national plant, whether effective measures covering the various BAT elements are: a.in place; b.under consideration; c.not relevant to particular plants; BAT elements: 1) unloading and storage of VCM; 2) reduction of VCM during the polymerisation stage; 3) control of VCM during stripping of the PVC latex; 4) control of VCM during PVC latex storage and concentration; 5) control of VCM during drying of PVC latex; 6) steps taken to maximise VCM recovery; 7) steps taken to minimise VCM discharges to water; 8) steps taken to remove suspended solids from waste water; 9) steps taken to minimise fugitive emissions; 10) process operational systems in place to immediately detect leakage and take remedial action; 11) procedures for re-use or disposal of solid PVC waste; -If possible, please give information on particular procedures and/or techniques used to limit VCM discharges, emissions and losses; -Brief details of the main elements which are covered in the improvement programmes for each plant.
    Overige informatie
    Subsequent progress reports on implementation should be made on a four yearly basis until this Recommendation is fully implemented.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      4-Jaarlijkse rapportage over best beschikbare technieken en meest milieuvriendelijke technieken voor de primaire non-ferro metaal industrie (zink, koper, lood en nikkel industrie)*
    Nummer: 210


    Rapportagefrequentie
    4-jaarlijks


    Details inhoud
    -Means of implementation: by legislation, by administrative action, by negotiated agreement; -Specific measures taken to give effect to this measure; -Any special difficulties encountered, such as practical or legal problems, in the implementation of this measure; -The reasons for not having fully implemented this measure should be spelt out clearly and plans for full implementation; -Additional techniques which can achieve equal or better environmental protection, or which are more appropriate in certain geographical situations which are also acceptable, than those described in the Description of BAT for the Primary Production of Non-Ferrous Metals; -The development of company energy plans and the introduction of energy management plans; -Applied and planned specific measures (if possible including typical performances); -The development of waste management plans.
    Overige informatie
    Rapportageverplichting geldt totdat recommendation volledig is geïmplementeerd.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      4-Jaarlijkse rapportage over best beschikbare technieken voor de productie van vinyl-chloride-monomeer
    Nummer: 162


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implemenatations; -Outstanding reservations; -Measures taken; -Number of existing VCM-plants; -Number of new VCM-plants; -Implementation of measures.
    Overige informatie
    Volgens Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er elke 4 jaar voor 31 december gerapporteerd worden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      4-Jaarlijkse rapportage over de implementatie van het Cartagena-protocol (over de beperking van risico's voor de biodiversiteit t.g.v. genetisch gemodificeerde organismen (
    Nummer: 222


    Rapportagefrequentie
    4-jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de implementatie van het Catagena-protocol . Voor 2005 geldt een interim-rapportage. De gevraagde informatie zal voor de volgende rapportages echter ongeveer gelijk zijn. -Information on the process by which this report has been prepared, including information on the types of stakeholders who have been actively involved in its preparation and on material which was used as a basis for the report; -Information about obstacles or impediments encountered regarding provision of information to the Biosafety Clearing-House; -Information on implementation of the Protocol: -Article 2 – General provisions; -Articles 7 to 10 and 12: The advance informed agreement procedure; -Article 11 – Procedure for living modified organisms intended for direct use as food or feed, or for processing; -Article 13 – Simplified procedure; -Article 14 – Bilateral, regional and multilateral agreements and arrangements; -Articles 15 and 16 – Risk assessment and risk management; -Article 17 – Unintentional transboundary movements and emergency measures; -Article 18 – Handling, transport, packaging and identification; -Article 19 – Competent national authorities and national focal points; -Article 20 – Information-sharing and the Biosafety Clearing-House; -Article 21 – Confidential information; -Article 22 – Capacity-building; -Article 23 – Public awareness and participation; -Article 24 – Non-Parties; -Article 25 – Illegal transboundary movements; -Article 26 – Socio-economic considerations; -Article 28 – Financial mechanism and resources; -Other information; -Comments on reporting format
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      4-Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van de Bern Conventie ter behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke leefmilieu in Europa (
    Nummer: 235


    Rapportagefrequentie
    4-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    Er zijn geen bepalingen over monitoring.


    TE RAPPORTEREN:
    In de 4-jaarlijkse rapportage:
    -Informatie over de implementatie van de Conventie.
    1. Algemene informatie;
    2. Algemene informatie over de implementatie van de Conventie;
    3. Bescherming van het natuurlijke leefmilieu van wilde dieren en planten;
    4. Soortenbescherming;
    5. Onderzoek;
    6. Internationale maatregelen;
    7. Publicaties;
    8. Vergaderingen;
    9. Algemene problemen met de implentatie veroorzaakt door de Conventie.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      4-jaarlijkse rapportage over emissie en lozingsgrenswaarden voor de productie van e-PVC uit vinyl chloride monomeer
    Nummer: 170


    Rapportagefrequentie
    4-jaarlijks


    Details inhoud
    -Complience/implementation/measures; -Emissions into the atmosphere (Plant/Site, Production, VCM (g/tonne e-PVC; point sources), VCM (g/tonne e-PVC; arising from PVC waste - all environmental routes) (annual averages, accompanied by appropriate statistical information, including sampling frequencies); -Discharges into water (Plant/site, VCM (mg/litre water), VCM (g/tonne PVC), COD (mg/litre water) Suspended solids (mg/litre water) (annual averages, accompanied by appropriate statistical data, including sampling frequencies)
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      4-Jaarlijkse rapportage over lozingsgrenswaarden voor bestaande aluminium electrolyse fabrieken
    Nummer: 173


    Rapportagefrequentie
    4-jaarlijks


    Details inhoud
    -Complience/implementation/measures; -Emissions to air from Soederberg plants: a) Ft (as F) kg/tonne aluminium, Methods used for sampling and analysis and the sampling frequency; b) HF(as F) kg/tonne aluminium, Methods used for sampling and analysis and the sampling frequency; c) Dust kg/tonne aluminium,Methods used for sampling and analysis and the sampling frequency; d) PAH (as BaP) kg/tonne aluminium, Methods used for sampling and analysis, including correlation factors, and the sampling frequency; e) PAH component per plant: 1.Phenanthrene 2. Anthracene 3. Fluoranthene 4. Pyrene 5. Benzo(a) fluorene 6. Benzo(b) fluorene 7. Benzo(a) anthracene 8. Chrysene/ triphenylene 9. Benzo(bjk) fluoranthene 10. Benzo(e) pyrene 11.Benzo(a) pyrene 12. Indenol (1,2,3-cd)pyrene 13. Dibenzo(ah) anthracene 14. Benzo(g,h,i) perylene 15. 1,2,4,5-Dibenzopyrene -Emissions to air from prebake plants: a) Ft (as F) kg/tonne aluminium, Methods used for sampling and analysis and the sampling frequency; b) HF (as F) kg/tonne aluminium, Methods used for sampling and analysis and the sampling frequency; c) Dust kg/tonne aluminium, Methods used for sampling and analysis and the sampling frequency; -Emission to water form prebake plants a) PAH (as Borneff 6) kg/tonne aluminium, Methods used for sampling and analysis and the sampling frequency; -Information should also be provided about any special difficulties encountered in the implementation of OSPAR Recommendation 98/2 and OSPAR Recommendation 2002/1.
    Overige informatie
    Rapportageverplichting geldt voor zowel recommendation 2002/1 als recommendation 98/2.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      4-Jaarlijkse rapportage over radioactieve emissies
    Nummer: 189


    Rapportagefrequentie
    4-jaarlijks


    Details inhoud
    -A description of the plant, technology and procedures currently used to minimize and, as appropriate, eliminate liquid, gaseous and solid discharges into the Convention area; -Improvements in such waste treatment plant, technology and procedures in the previous four years; -Time series of discharges for at least the previous four years; -Reasons for changes in discharge patterns; -As appropriate, proposals for future reduction in discharge levels.
    Overige informatie
    * Volgens de Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er uiterlijk 31 december 2007 weer gerapporteerd worden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage inzake de Global Forest Resources Assessment
    Nummer: 249


    Rapportagefrequentie
    Ongeveer 5-jaarlijks


    Details inhoud
    Statistische gegevens over:
    -oppervlakte bos;
    -eigendom;
    -functie/gebruik;
    -type (bijv. oerbos, semi-natuurlijk, plantage);
    -levende houtvoorraad;
    -levende en niet-levende biomassavoorraad;
    -koolstofvoorraad;
    -aantasting;
    -boomsoorten;
    -levende houtvoorraad naar boomsoort;
    -houtkap;
    -opbrengst van houtkap;
    -'verwijdering van producten anders dan hout' (o.a. planten (kerstbomen), geschoten dieren);
    -opbrengst van 'verwijderde producten;
    -werkgelegenheid in bosbouw.

    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van LNV


    Publicatie(s) en website(s)
    Global forest resources assessment update 2005, The Netherlands (www.fao.org > forestry > assessment and monitoring > forest resources > global forest resources assessment > national reporting tables > draft country reports)
    Lees meer >>

      5-Jaarlijkse rapportage over 'gridded' emissie-data, geraamde toekomstige emissies, energieproductie en -consumptie en landbouwactiviteiten.
    Nummer: 50


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    Gridded data in the EMEP 50x50 km2 grid. Projected national total emissions of main pollutants. Energy consumption data. Electricity and heat production and consumption data. Energy consumption data for transport sector. Agricultural activity data.
    Overige informatie
    Guidelines for Estimating and Reporting Emissions Data (EB.AIR/GE.1/2002/7)


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage over (delen van) provinciale wegen die onder artikel 116 van de Wet geluidhinder en de Richtlijn omgevingslawaai vallen
    Nummer: 127


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    In 2005:
    -Op welke delen van provinciale wegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan zes miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.

    In 2008, 2010 en daarna:
    -Op welke delen van provinciale wegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een motorvoertuig zal passeren.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)
    Staatscourant (www.overheid.nl > officiële publicaties)
    Lees meer >>

      5-Jaarlijkse rapportage over (delen van) rijkswegen en spoorwegen die onder artikel 116 van de Wet geluidhinder en de Richtlijn omgevingslawaai vallen
    Nummer: 126


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    In 2005:
    -Op welke delen van rijkswegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan zes miljoen maal een motorvoertuig zal passeren;
    -Op welke delen van hoofdspoorwegen naar verwachting meer dan 60 000 maal een trein zal passeren.

    In 2008, 2010 en daarna:
    -Op welke delen van rijkswegen naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een motorvoertuig zal passeren;
    -Op welke delen van hoofdspoorwegen naar verwachting meer dan 30 000 maal een trein zal passeren.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage over actieplannen m.b.t. omgevingslawaai langs provinciale wegen
    Nummer: 132


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    -Het te voeren beleid om de geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight te beperken, en
    -De voorgenomen in de eerstvolgende vijf jaar te treffen maatregelen om overschrijding van overeenkomstig algemene maatregel van bestuur vast te stellen waarden van de geluidsbelasting Lden of de geluidsbelasting Lnight te voorkomen of ongedaan te maken en de te verwachten effecten van die maatregelen.

    Meer precies:
    1. Een actieplan bevat ten minste:
    a. een beschrijving van de betrokken categorieën van geluidsbronnen;
    b. een vermelding van de bevoegde instantie;
    c. een beschrijving van het wettelijke kader met betrekking tot geluidsbelasting;
    d. een samenvatting van de gegevens die zijn vervat in de geluidsbelastingkaart of geluidsbelastingkaarten waarop het actieplan berust;
    e. een beschrijving van de wijze waarop aan eenieder de gelegenheid is geboden om zienswijzen over het ontwerp van het actieplan naar voren te brengen;
    f. een inhoudelijke reactie op de onder e bedoelde zienswijzen;
    g. een overzicht van belangrijke infrastructurele werken die zijn voorgenomen in de planperiode;
    h. een overzicht van bestaande en in voorbereiding of uitvoering zijnde bron- en overdrachtsmaatregelen met betrekking tot de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen;
    i. een overzicht en een beoordeling van het aantal bewoners van woningen dat door geluid ten gevolge van de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen wordt gehinderd of ernstig gehinderd dan wel van wie daardoor de slaap wordt verstoord;
    j. een schatting van het effect van de voorgenomen maatregelen op het aantal van de onder i bedoelde bewoners van woningen;
    k. voor zover beschikbaar en openbaar, financiële informatie met betrekking tot de voorgenomen maatregelen;
    l. een evaluatie van de uitvoering en de resultaten van het vorige actieplan.

    2. Een actieplan bevat voorts een beknopte samenvatting van de in het eerste lid bedoelde aspecten.

    Artikel 23
    1. Een actieplan bevat een beschrijving van het beleid voor de eerstkomende vijf jaren en, voor zover dit redelijkerwijs is aan te geven, voor de vijf jaren daarna, om de geluidsbelasting vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen te beperken.
    2. In de beschrijving van het beleid wordt in elk geval aandacht besteed aan de situaties waarin de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting ingevolge de wet, de Luchtvaartwet, de Wet luchtvaart dan wel de Wet milieubeheer, vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen, wordt overschreden.
    3. Afzonderlijk wordt aandacht besteed aan de situaties waarin tevens de waarde wordt overschreden die ingevolge de wet bij de vaststelling van de hogere waarde niet te boven mag worden gegaan.
    4. Voorts wordt in elk geval het beleid ter bescherming van stille gebieden beschreven.

    Artikel 24
    1. In een actieplan wordt een plandrempel aangegeven, zijnde een daarbij aangegeven geluidsbelasting Lden en geluidsbelasting Lnight, vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen, van de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen dan wel aan de grens van geluidsgevoelige terreinen.
    2. De plandrempel kan voor verschillende categorieën van gevallen verschillend worden vastgesteld.
    3. In het actieplan wordt in elk geval aangegeven welke maatregelen worden overwogen of in uitvoering zijn om te voorkomen of ongedaan te maken dat de plandrempel wordt overschreden.
    4. Het actieplan geeft tevens de planning en de te verwachten effecten van de maatregelen aan.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage over actieplannen m.b.t. omgevingslawaai van hoofdspoorwegen
    Nummer: 131


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    -Het te voeren beleid om de geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight te beperken, en
    -De voorgenomen in de eerstvolgende vijf jaar te treffen maatregelen om overschrijding van overeenkomstig algemene maatregel van bestuur vast te stellen waarden van de geluidsbelasting Lden of de geluidsbelasting Lnight te voorkomen of ongedaan te maken en de te verwachten effecten van die maatregelen.

    Meer precies:
    1. Een actieplan bevat ten minste:
    a. een beschrijving van de betrokken categorieën van geluidsbronnen;
    b. een vermelding van de bevoegde instantie;
    c. een beschrijving van het wettelijke kader met betrekking tot geluidsbelasting;
    d. een samenvatting van de gegevens die zijn vervat in de geluidsbelastingkaart of geluidsbelastingkaarten waarop het actieplan berust;
    e. een beschrijving van de wijze waarop aan eenieder de gelegenheid is geboden om zienswijzen over het ontwerp van het actieplan naar voren te brengen;
    f. een inhoudelijke reactie op de onder e bedoelde zienswijzen;
    g. een overzicht van belangrijke infrastructurele werken die zijn voorgenomen in de planperiode;
    h. een overzicht van bestaande en in voorbereiding of uitvoering zijnde bron- en overdrachtsmaatregelen met betrekking tot de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen;
    i. een overzicht en een beoordeling van het aantal bewoners van woningen dat door geluid ten gevolge van de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen wordt gehinderd of ernstig gehinderd dan wel van wie daardoor de slaap wordt verstoord;
    j. een schatting van het effect van de voorgenomen maatregelen op het aantal van de onder i bedoelde bewoners van woningen;
    k. voor zover beschikbaar en openbaar, financiële informatie met betrekking tot de voorgenomen maatregelen;
    l. een evaluatie van de uitvoering en de resultaten van het vorige actieplan.

    2. Een actieplan bevat voorts een beknopte samenvatting van de in het eerste lid bedoelde aspecten.

    Artikel 23
    1. Een actieplan bevat een beschrijving van het beleid voor de eerstkomende vijf jaren en, voor zover dit redelijkerwijs is aan te geven, voor de vijf jaren daarna, om de geluidsbelasting vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen te beperken.
    2. In de beschrijving van het beleid wordt in elk geval aandacht besteed aan de situaties waarin de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting ingevolge de wet, de Luchtvaartwet, de Wet luchtvaart dan wel de Wet milieubeheer, vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen, wordt overschreden.
    3. Afzonderlijk wordt aandacht besteed aan de situaties waarin tevens de waarde wordt overschreden die ingevolge de wet bij de vaststelling van de hogere waarde niet te boven mag worden gegaan.
    4. Voorts wordt in elk geval het beleid ter bescherming van stille gebieden beschreven.

    Artikel 24
    1. In een actieplan wordt een plandrempel aangegeven, zijnde een daarbij aangegeven geluidsbelasting Lden en geluidsbelasting Lnight, vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen, van de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen dan wel aan de grens van geluidsgevoelige terreinen.
    2. De plandrempel kan voor verschillende categorieën van gevallen verschillend worden vastgesteld.
    3. In het actieplan wordt in elk geval aangegeven welke maatregelen worden overwogen of in uitvoering zijn om te voorkomen of ongedaan te maken dat de plandrempel wordt overschreden.
    4. Het actieplan geeft tevens de planning en de te verwachten effecten van de maatregelen aan.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage over actieplannen m.b.t. omgevingslawaai van rijkswegen
    Nummer: 252


    Rapportagefrequentie
    5-Jaarlijks


    Details inhoud
    -Het te voeren beleid om de geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight te beperken, en
    -De voorgenomen in de eerstvolgende vijf jaar te treffen maatregelen om overschrijding van overeenkomstig algemene maatregel van bestuur vast te stellen waarden van de geluidsbelasting Lden of de geluidsbelasting Lnight te voorkomen of ongedaan te maken en de te verwachten effecten van die maatregelen.

    Meer precies:
    1. Een actieplan bevat ten minste:
    a. een beschrijving van de betrokken categorieën van geluidsbronnen;
    b. een vermelding van de bevoegde instantie;
    c. een beschrijving van het wettelijke kader met betrekking tot geluidsbelasting;
    d. een samenvatting van de gegevens die zijn vervat in de geluidsbelastingkaart of geluidsbelastingkaarten waarop het actieplan berust;
    e. een beschrijving van de wijze waarop aan eenieder de gelegenheid is geboden om zienswijzen over het ontwerp van het actieplan naar voren te brengen;
    f. een inhoudelijke reactie op de onder e bedoelde zienswijzen;
    g. een overzicht van belangrijke infrastructurele werken die zijn voorgenomen in de planperiode;
    h. een overzicht van bestaande en in voorbereiding of uitvoering zijnde bron- en overdrachtsmaatregelen met betrekking tot de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen;
    i. een overzicht en een beoordeling van het aantal bewoners van woningen dat door geluid ten gevolge van de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen wordt gehinderd of ernstig gehinderd dan wel van wie daardoor de slaap wordt verstoord;
    j. een schatting van het effect van de voorgenomen maatregelen op het aantal van de onder i bedoelde bewoners van woningen;
    k. voor zover beschikbaar en openbaar, financiële informatie met betrekking tot de voorgenomen maatregelen;
    l. een evaluatie van de uitvoering en de resultaten van het vorige actieplan.

    2. Een actieplan bevat voorts een beknopte samenvatting van de in het eerste lid bedoelde aspecten.

    Artikel 23
    1. Een actieplan bevat een beschrijving van het beleid voor de eerstkomende vijf jaren en, voor zover dit redelijkerwijs is aan te geven, voor de vijf jaren daarna, om de geluidsbelasting vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen te beperken.
    2. In de beschrijving van het beleid wordt in elk geval aandacht besteed aan de situaties waarin de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting ingevolge de wet, de Luchtvaartwet, de Wet luchtvaart dan wel de Wet milieubeheer, vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen, wordt overschreden.
    3. Afzonderlijk wordt aandacht besteed aan de situaties waarin tevens de waarde wordt overschreden die ingevolge de wet bij de vaststelling van de hogere waarde niet te boven mag worden gegaan.
    4. Voorts wordt in elk geval het beleid ter bescherming van stille gebieden beschreven.

    Artikel 24
    1. In een actieplan wordt een plandrempel aangegeven, zijnde een daarbij aangegeven geluidsbelasting Lden en geluidsbelasting Lnight, vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen, van de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen dan wel aan de grens van geluidsgevoelige terreinen.
    2. De plandrempel kan voor verschillende categorieën van gevallen verschillend worden vastgesteld.
    3. In het actieplan wordt in elk geval aangegeven welke maatregelen worden overwogen of in uitvoering zijn om te voorkomen of ongedaan te maken dat de plandrempel wordt overschreden.
    4. Het actieplan geeft tevens de planning en de te verwachten effecten van de maatregelen aan.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage over actieplannen mb.t omgevingslawaai in agglomeraties
    Nummer: 133


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    -Het te voeren beleid om de geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight te beperken, en
    -De voorgenomen in de eerstvolgende vijf jaar te treffen maatregelen om overschrijding van overeenkomstig algemene maatregel van bestuur vast te stellen waarden van de geluidsbelasting Lden of de geluidsbelasting Lnight te voorkomen of ongedaan te maken en de te verwachten effecten van die maatregelen.

    Meer precies:
    1. Een actieplan bevat ten minste:
    a. een beschrijving van de betrokken categorieën van geluidsbronnen;
    b. een vermelding van de bevoegde instantie;
    c. een beschrijving van het wettelijke kader met betrekking tot geluidsbelasting;
    d. een samenvatting van de gegevens die zijn vervat in de geluidsbelastingkaart of geluidsbelastingkaarten waarop het actieplan berust;
    e. een beschrijving van de wijze waarop aan eenieder de gelegenheid is geboden om zienswijzen over het ontwerp van het actieplan naar voren te brengen;
    f. een inhoudelijke reactie op de onder e bedoelde zienswijzen;
    g. een overzicht van belangrijke infrastructurele werken die zijn voorgenomen in de planperiode;
    h. een overzicht van bestaande en in voorbereiding of uitvoering zijnde bron- en overdrachtsmaatregelen met betrekking tot de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen;
    i. een overzicht en een beoordeling van het aantal bewoners van woningen dat door geluid ten gevolge van de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen wordt gehinderd of ernstig gehinderd dan wel van wie daardoor de slaap wordt verstoord;
    j. een schatting van het effect van de voorgenomen maatregelen op het aantal van de onder i bedoelde bewoners van woningen;
    k. voor zover beschikbaar en openbaar, financiële informatie met betrekking tot de voorgenomen maatregelen;
    l. een evaluatie van de uitvoering en de resultaten van het vorige actieplan.

    2. Een actieplan bevat voorts een beknopte samenvatting van de in het eerste lid bedoelde aspecten.

    Artikel 23
    1. Een actieplan bevat een beschrijving van het beleid voor de eerstkomende vijf jaren en, voor zover dit redelijkerwijs is aan te geven, voor de vijf jaren daarna, om de geluidsbelasting vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen te beperken.
    2. In de beschrijving van het beleid wordt in elk geval aandacht besteed aan de situaties waarin de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting ingevolge de wet, de Luchtvaartwet, de Wet luchtvaart dan wel de Wet milieubeheer, vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen, wordt overschreden.
    3. Afzonderlijk wordt aandacht besteed aan de situaties waarin tevens de waarde wordt overschreden die ingevolge de wet bij de vaststelling van de hogere waarde niet te boven mag worden gegaan.
    4. Voorts wordt in elk geval het beleid ter bescherming van stille gebieden beschreven.

    Artikel 24
    1. In een actieplan wordt een plandrempel aangegeven, zijnde een daarbij aangegeven geluidsbelasting Lden en geluidsbelasting Lnight, vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen, van de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen dan wel aan de grens van geluidsgevoelige terreinen.
    2. De plandrempel kan voor verschillende categorieën van gevallen verschillend worden vastgesteld.
    3. In het actieplan wordt in elk geval aangegeven welke maatregelen worden overwogen of in uitvoering zijn om te voorkomen of ongedaan te maken dat de plandrempel wordt overschreden.
    4. Het actieplan geeft tevens de planning en de te verwachten effecten van de maatregelen aan.
    Overige informatie
    In 2008/2009 gaat het om de volgende agglomeraties en gemeenten:
    a. de agglomeratie Amsterdam/Haarlem, welke de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Bennebroek, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmerliede, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Zaanstad en Zandvoort omvat;
    b. de agglomeratie Den Haag/Leiden, welke de gemeenten Delft, De Lier, Den Haag, ’s Gravenzande, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Maasland, Monster, Naaldwijk, Oegstgeest, Rijnsburg, Rijswijk, Schipluiden, Valkenburg, Voorschoten, Wassenaar en Wateringen omvat;
    c. de agglomeratie Eindhoven, welke de gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop, Helmond, Mierlo, Nuenen en Veldhoven omvat;
    d. de agglomeratie Heerlen/Kerkrade, welke de gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth en Voerendaal omvat;
    e. de agglomeratie Rotterdam/Dordrecht, welke de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan de IJssel, Dordrecht, Heerjansdam, Hendrik-Ido-Ambacht, Maassluis, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Sliedrecht, Spijkenisse, Vlaardingen en Zwijndrecht omvat;
    f. de agglomeratie Utrecht, welke de gemeenten Houten, Maarssen, Nieuwegein, Utrecht en IJsselstein omvat.

    Voor 30 juni 2008 zullen de agglomeraties van minstens 100.000 inwoners met de betreffende gemeenten worden vastgesteld.



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage over actieplannen ter beheersing van omgevingslawaai, indien relevante grenswaarden zijn overschreden

    Nummer: 124


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    Samenvattingen van de actieplannen die de bevoegde autoriteiten hebben uitgewerkt ter beheersing van omgevingslawaai in agglomeraties en plaatsen nabij belangrijke wegen, spoorwegen en luchthavens, indien relevante grenswaarden (of andere door de lidstaten gekozen criteria) zijn overschreden. Zie voor informatie over minimumeisen van de actieplannen bijlage V en VI van de Richtlijn.


    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)
    Nog geen landelijke rapportage

    Zowel de ontwerp-actieplannen als de vastgestelde actieplannen moeten openbaar worden gemaakt / ter inzage worden gelegd.

      5-Jaarlijkse rapportage over concentraties van zware metalen en andere schadelijke en gevaarlijke stoffen in verpakkingsmateriaal en over gevaarlijk verpakkingsmateriaal
    Nummer: 88


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    Concentraties van zware metalen en andere schadelijke en gevaarlijke stoffen in verpakkingsmateriaal. Kwantitatieve gegevens over gevaarlijk verpakkingsmateriaal.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Commissie Verpakkingen


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage over de agglomeraties, wegen, spoorwegen en luchthavens die onder de Richtlijn omgevingslawaai vallen
    Nummer: 122


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    -Wat de belangrijke wegen zijn waarop jaarlijks meer dan 6 miljoen voertuigen passeren;
    -wat de belangrijke spoorwegen zijn waarop jaarlijks meer dan 60.000 treinen passeren;
    -wat de belangrijke luchthavens zijn waarop jaarlijks meer dan 50.000 vliegtuigbewegingen plaatsvinden;
    -wat de agglomeraties met meer dan 250.000 inwoners zijn.

    Uiterlijk op 31 december 2008 éénmalig verslag van:
    -Wat de belangrijke wegen zijn waarop jaarlijks meer dan 3 miljoen voertuigen passeren;
    -wat de belangrijke spoorwegen zijn waarop jaarlijks meer dan 30.000 treinen passeren;
    -wat de agglomeraties met meer dan 100.000 inwoners zijn.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)
    De agglomeratiegemeenten worden gepubliceerd in de Regeling omgevingslawaai (www.wetten.nl > zoek titel: regeling omgevingslawaai)
    Lees meer >>
    De betreffende rijkswegen, provinciale wegen en hoofdspoorwegen worden gepubliceerd in de Staatscourant ( )
    Lees meer >>

      5-Jaarlijkse rapportage over de geluidsbelastingkaart van Schiphol
    Nummer: 251


    Rapportagefrequentie
    5-Jaarlijks


    Details inhoud
    De geluidsbelastingkaart heeft betrekking op een geluidbelasting Lden en geluidbelasting Lnight veroorzaakt door de luchthaven op woningen en bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen.

    De geluidbelastingkaart geeft ten minste een weergave van:
    a. de geluidbelasting Lden en de geluidbelasting Lnight veroorzaakt door de luchthaven in de periode van een jaar van 1 november van het tweede jaar voorafgaand aan het jaar van vaststelling van de geluidbelastingkaart tot en met 31 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar van vaststelling van de geluidbelastingkaart, en
    b. het aantal woningen en andere geluidgevoelige gebouwen en bewoners van woningen die aan bepaalde waarden van geluidbelasting Lden en geluidbelasting Lnight worden blootgesteld.

    Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent deinhoud, vormgeving en inrichting van de geluidbelastingkaart. Ten behoeve van de bepaling van de geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight vanwege de luchthaven kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage over de verspreiding van kwik van crematoria
    Nummer: 176


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    -Compliance/implementation/measures; -Loads of mercury reaching the environment from crematoria: 1) Number of crematoria in the country which apply mercury removal techniques; 2) Number of cremations in year of reporting; 3) Load of mercury dispersed into environment from crematoria (kilograms of mercury); 4) Comments; 5) Number of crematoria in the country not applying mercury removal techniques; 6) Number of cremations in year of reporting; 7) Load of mercury dispersed into environment from crematoria (kilograms of mercury); 8) Comments; -A clear description of the calculation of the load, and emission factors used to calculate the loads exactly and in a transparent way so that approaches used by different countries can be compared.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage over geluidsbelastingkaarten van agglomeratiegemeenten
    Nummer: 130


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    Artikel 10 (Besluit omgevingslawaai)
    1. In de tabellen van een geluidsbelastingkaart voor een gemeente worden per geluidsbelastingklasse ten minste aangegeven:
    a. het aantal woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen dat is blootgesteld aan een geluidsbelasting die groter is dan of gelijk is aan:
    i. 55, 60, 65, 70 en 75 dB Lden;
    ii. 50, 55, 60, 65 en 70 dB Lnight;
    b. het aantal bewoners van de onder a bedoelde woningen;
    c. indien beschikbaar, een opgave van het aantal woningen dat uit hoofde van de wet, de Woningwet, de Luchtvaartwet of de Wet luchtvaart is voorzien van extra geluidwering.

    2. De aantallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, worden afgerond op honderdtallen.
    Overige informatie
    Officieel moet aan de Minister van VROM gerapporteerd worden, maar waarschijnlijk zullen gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat hun gegevens aan het RIVM leveren, die op basis van deze gegevens een landelijke rapportage zal verzorgen.

    In 2007 gaat het om de volgende agglomeraties en gemeenten:
    a. de agglomeratie Amsterdam/Haarlem, welke de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Bennebroek, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmerliede, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Zaanstad en Zandvoort omvat;
    b. de agglomeratie Den Haag/Leiden, welke de gemeenten Delft, De Lier, Den Haag, ’s Gravenzande, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Maasland, Monster, Naaldwijk, Oegstgeest, Rijnsburg, Rijswijk, Schipluiden, Valkenburg, Voorschoten, Wassenaar en Wateringen omvat;
    c. de agglomeratie Eindhoven, welke de gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop, Helmond, Mierlo, Nuenen en Veldhoven omvat;
    d. de agglomeratie Heerlen/Kerkrade, welke de gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth en Voerendaal omvat;
    e. de agglomeratie Rotterdam/Dordrecht, welke de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan de IJssel, Dordrecht, Heerjansdam, Hendrik-Ido-Ambacht, Maassluis, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Sliedrecht, Spijkenisse, Vlaardingen en Zwijndrecht omvat;
    f. de agglomeratie Utrecht, welke de gemeenten Houten, Maarssen, Nieuwegein, Utrecht en IJsselstein omvat.

    Voor 30 juni 2008 zullen de agglomeraties van minstens 100.000 inwoners met de betreffende gemeenten worden vastgesteld.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Gemeenten


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage over geluidsbelastingkaarten van belangrijke hoofdspoorwegen
    Nummer: 128


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    1. In de tabellen van een geluidsbelastingkaart voor een belangrijke weg of een belangrijke hoofdspoorweg worden per geluidsbelastingklasse en per gemeente ten minste aangegeven:
    a. het aantal woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen dat is blootgesteld aan een geluidsbelasting die groter is dan of gelijk is aan:
    i. 55, 60, 65, 70 en 75 dB Lden;
    ii. 50, 55, 60, 65 en 70 dB Lnight;
    b. het aantal bewoners van de onder a bedoelde woningen;
    c. indien beschikbaar, een opgave van het aantal woningen dat uit hoofde van de wet, de Woningwet, de Luchtvaartwet of de Wet luchtvaart is voorzien van extra geluidwering;
    d. een opgave van de totale oppervlakte in km² die is blootgesteld aan een geluidsbelasting Lden die hoger is dan 55, 65, respectievelijk 75 dB.
    2. De aantallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, zijn exclusief de aantallen binnen agglomeraties en worden afgerond op honderdtallen.

    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage over geluidsbelastingkaarten van belangrijke provinciale wegen
    Nummer: 129


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    Geluidsbelastingkaarten m.b.t. woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen vanwege delen van provinciale wegen, zoals bedoeld in Artikel 117 (zie rapportageverplichting nr. 127)
    Overige informatie
    Officieel moet aan de Minister van VROM gerapporteerd worden, maar afgesproken is dat gemeenten en provincies hun gegevens aan het RIVM leveren, die op basis van deze gegevens een landelijke rapportage verzorgt.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Provincies


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage over geluidsbelastingkaarten van belangrijke rijkswegen
    Nummer: 250


    Rapportagefrequentie
    5-Jaarlijks


    Details inhoud
    1. In de tabellen van een geluidsbelastingkaart voor een belangrijke weg of een belangrijke hoofdspoorweg worden per geluidsbelastingklasse en per gemeente ten minste aangegeven:
    a. het aantal woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen dat is blootgesteld aan een geluidsbelasting die groter is dan of gelijk is aan:
    i. 55, 60, 65, 70 en 75 dB Lden;
    ii. 50, 55, 60, 65 en 70 dB Lnight;
    b. het aantal bewoners van de onder a bedoelde woningen;
    c. indien beschikbaar, een opgave van het aantal woningen dat uit hoofde van de wet, de Woningwet, de Luchtvaartwet of de Wet luchtvaart is voorzien van extra geluidwering;
    d. een opgave van de totale oppervlakte in km² die is blootgesteld aan een geluidsbelasting Lden die hoger is dan 55, 65, respectievelijk 75 dB.
    2. De aantallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, zijn exclusief de aantallen binnen agglomeraties en worden afgerond op honderdtallen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage over het actieplannen m.b.t. omgevingslawaai van Schiphol
    Nummer: 253


    Rapportagefrequentie
    5-Jaarlijks


    Details inhoud
    Het actieplan bevat ten minste een beschrijving van:
    a. het te voeren beleid om geluidbelasting Lden en geluidbelasting Lnight te beperken, en
    b. de voorgenomen in de eerstvolgende vijf jaar te treffen maatregelen om overschrijding van in het luchthavenverkeerbesluit vastgestelde waarden van geluidbelasting Lden of geluidbelasting Lnight te voorkomen of ongedaan te maken en de te verwachten effecten van die maatregelen.

    Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud, vormgeving en inrichting van het actieplan.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      5-Jaarlijkse rapportage over omgevingslawaai (gegevens van geluidsbelastingkaarten)
    Nummer: 123


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    In 2007 de gegevens van de strategische geluidsbelastingkaarten van agglomeraties met meer dan 250.000 inwoners, wegen met meer dan 6 miljoen passerende voertuigen, spoorwegen met meer dan 60.000 passerende treinen en luchthavens met meer dan 50.000 vliegbewegingen.

    Vanaf 2012 de gegevens van de strategische geluidsbelastingkaarten van agglomeraties met meer dan 100.000 inwoners, wegen met meer dan 3 miljoen passerende voertuigen, spoorwegen met meer dan 30.000 passerende treinen en luchthavens met meer dan 50.000 vliegtuigbewegingen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    RIVM


    Publicatie(s) en website(s)
    Nog geen landelijke rapportage.

    De geluidsbelastingkaarten van agglomeratiegemeenten, provinciale wegen, rijkswegen en Schiphol zijn openbaar en worden waarschijnlijk op internet gepubliceerd.
      6-Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van de Habitatrichtlijn
    Nummer: 241


    Rapportagefrequentie
    6-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE RAPPORTEREN:

    Informatie over de toepassing van de in het kader van deze richtlijn genomen maatregelen. Met name informatie over de in artikel 6, lid 1, bedoelde instandhoudingsmaatregelen, alsmede een beoordeling van het effect van die maatregelen op de staat van instandhouding van de typen natuurlijke habitats van bijlage I en de soorten van bijlage II en de voornaamste resultaten van het in artikel 11 bedoelde toezicht.
    Overige informatie
    Nederland heeft 141 gebieden aangewezen als habitatgebied. De richtlijn bevat geen concrete monitoringverplichtingen. wel moet er over het effect van beschermingsmaatregelen worden gerapporteerd.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Aarhus
    De EU-richtlijn die de eerste pijler van Aarhus over de toegang van het publiek tot milieu-informatie regelt, krijgt 14 februari 2004 rechtskracht. Ter ondersteuning van de overheden bij de implementatie is op www.aarhus.nl een handreiking en een spoorboekje in aanbouw te vinden.
    Website: Aarhus
      Algemene monitoringverplichting op grond van de OSPAR Convention
    Nummer: 270


    Rapportagefrequentie
    Deze verplichting bevat geen concrete monitoring- of rapportageverplichting


    Details inhoud
    De OSPAR Convention bevat een algemene verplichting tot medewerking in reguliere monitoring en assessment (beoordelingsonderzoek) omtrent de toestand van het mariene milieu. Bijlage IV bij de Convention voorziet in samenwerking in monitoringprogramma's, gezamenlijke kwaliteitsbewakingsregelingen, de ontwikkeling van wetenschappelijke onderzoeksmethoden, zoals modelering, remote sensing en risico-analysestrategieën, en de voorbereiding van assessments.
    De monitoring- en rapportageverplichtingen zijn verder uitgewerkt in het Joint Assessment and Monitoring Programme (JAMP, zie verplichting nr. 174).
    Overige informatie
    Het gaat hier om de ALGEMENE monitoringverplichting uit de OSPAR Convention. Hoewel het GEEN CONCRETE monitoringverplichting betreft, is deze verplichting in deze database opgenomen, omdat de bepalingen wel betrekking hebben op andere OSPAR-monitoringverplichtingen.

    In 2003 heeft 'the Ministerial Meeting of the Commission' een Strategy for the Joint Assessment and Monitoring Programme (JAMP) aangenomen. Dit voorziet in de werkzaamheden voor een nieuwe serie thematische assessments, die leiden tot een nieuwe uitgebreide assessment in 2010, zie Verplichting nr. 174.
    Het JAMP bestaat hoofdzakelijk uit 3 monitoringprogramma's:
    1. CEMP (zie verplichting nr. 163),
    2. RID (zie verplichting nr. 165) en
    3. CAMP (zie verplichting nr. 164).
    Er zijn diverse 'guidances on monitoring' vastgesteld.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Diverse instanties


    Publicatie(s) en website(s)
    Diverse OSPAR-publicaties. Zie ook de overige OSPAR-verplichtingen in deze database. (www.ospar.org > english version > publications)
    Lees meer >>

      CIW-Enquête: monitoring kwaliteit zoet oppervlaktewater + rapportage
    Nummer: 319


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN en TE RAPPORTEREN:

    -chemische kwaliteit,
    -biologische kwaliteit
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterschappen


    Publicatie(s) en website(s)


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      CIW-Zwemwaterenquête: monitoring en rapportage van chemische kwaliteit zwemwater in beheer bij waterschappen.
    Nummer: 320


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN en TE RAPPORTEREN:

    -bacteriën van de coligroep,
    -thermotolerante bacteriën van de coligroep,
    -doorzicht,
    -zuurgraad,
    -kleur,
    -geur,
    -schuim,
    -olie,
    -vuil,
    -faecale streptokokken,
    -salmonellae,
    -entero-virussen,
    -met waterdamp vluchtige fenolen,
    -minerale olie,
    -oppervlakte-actieve stoffen die reageren met methyleen-blauw,
    -zuurstof opgelost,
    -organochloor- en fosforpesticiden,
    -metalen en cyanide.

    De voorgeschreven frequentie verschilt per parameter, is afhankelijk van de eerder gemeten waarden en ligt tussen de 11 maal per jaar en indien nodig.

    Voorts dient er eenmaal per badseizoen onderzoek te worden verricht naar de omstandigheden in de omgeving van de plaats waar het zwemwater zich bevindt en die van invloed zijn of kunnen zijn op de kwaliteit van het zwemwater. Het in de eerste volzin bedoelde onderzoek dient in ieder geval het aantal, de aard en de omvang van de lozingen die van invloed zijn of kunnen zijn op de kwaliteit van het zwemwater te betreffen.

    Overige informatie
    Onderdeel van verplichting nr. 309.
    Verplicht op grond van Europese regelgeving (Zwemwaterrichtlijn): zie verplichting nr. 290.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterschappen


    Publicatie(s) en website(s)


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Controle regionale wateren waarin vanuit een rioolwaterzuiveringsinrichting wordt geloosd of waarin bedrijfsafvalwater wordt gebracht
    Nummer: 314


    Rapportagefrequentie
    Niet bepaald


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    -het oppervlaktewater waarin vanuit een rioolwaterzuiveringsinrichting wordt geloosd of waarin bedrijfsafvalwater wordt gebracht, afkomstig van een in de bijlage 4 behorende bij het besluit bedoeld bedrijf of bedrijfsaktiviteit, in ieder geval wanneer mag worden verwacht dat de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater in betekenende mate zal worden beïnvloed.
    Overige informatie
    Deze verplichting geldt ook voor het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, inzake rijkswateren (zie verplichting nr. 313)


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterschappen


    Publicatie(s) en website(s)

      Controle rijkswateren waarin vanuit een rioolwaterzuiveringsinrichting wordt geloosd of waarin bedrijfsafvalwater wordt gebracht
    Nummer: 313


    Rapportagefrequentie
    Niet bepaald


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    -het oppervlaktewater waarin vanuit een rioolwaterzuiveringsinrichting wordt geloosd of waarin bedrijfsafvalwater wordt gebracht, afkomstig van een in de bijlage 4 behorende bij het besluit bedoeld bedrijf of bedrijfsaktiviteit, in ieder geval wanneer mag worden verwacht dat de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater in betekenende mate zal worden beïnvloed.
    Overige informatie
    Deze verplichting geldt ook voor Waterschappen, inzake regionale wateren (zie verplichting nr. 314)


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS


    Publicatie(s) en website(s)


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Controle van algenbloei op de Noordzee + melding indien nodig
    Nummer: 278


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    Algenbloei


    TE RAPPORTEREN:
    -Gegevens over de observatievlucht,
    -Gegevens over de algenbloei (locatie, kleurdekking, detectiemethode)
    -Gegevens over het weer.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Controle van olievervuiling op de Noordzee + jaarlijkse rapportage
    Nummer: 276


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:
    -olievervuiling op zee,
    -geschat volume per vervuiling,
    -bron

    TE RAPPORTEREN:

    Onderscheid naar soort surveillance-vlucht:
    -nationale maritieme-vervuiling surveillance vluchten,
    -CEPCO-vluchten,
    -Tour d'Horizon-vluchten.
    Per soort vlucht:
    -aantal vluchturen,
    -aantal geconstateerde vervuilingen,
    -waarvan olievervuiling,
    -geschat volume,
    -aantal vervuilers.

    Zonder onderscheid naar soort vlucht:
    -totaal aantal lozingen, naar omvang,
    -tijd en locatie,
    -opsporingen per sateliet.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)
    Annual Report on Aerial Surveillance, Bonn Agreement (www.bonnagreement.org > aerial surveillance)
    Lees meer >>

      Controle van vervuiling op de Noordzee + melding aan POLREP
    Nummer: 277


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    Vervuiling op zee


    TE RAPPORTEREN:
    -datum en tijd,
    -locatie,
    -omschrjving van de vervuiling (omvang, volume),
    -opsporingsmethode,
    -weer- en zeecondities,
    -informatie over het schip (land, locatie) of platform dat erbij is betrokken,
    -informatie over radiocontact,

    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      De rapportageverplichtingen van de Directie Natuur van het Ministerie van LNV in het kader van wetten en verdragen.
    Nummer: 323


    Rapportagefrequentie



    Details inhoud

    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Deze verplichting heeft betrekking op rapportageverplichtingen in diverse richtlijnen
    Nummer: 302


    Rapportagefrequentie
    Verschillend


    Details inhoud
    Verschilt per richtlijn.
    Overige informatie
    Deze richtlijn brengt de rapportageverplichtingen in diverse Richtlijnen met elkaar in overeenstemming, m.n. wat betreft rapportagefrequenties en termijnen. De richtlijn bevat zélf geen rapportageverplichting.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Diverse instanties


    Publicatie(s) en website(s)

      Diverse monitoring- en rapportageverplichtingen op grond van de Kaderrichtlijn Water
    Nummer: 287


    Rapportagefrequentie
    Verschillend


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    1. Stroomgebiedsdistricten (in 2013 en vervolgens om de zes jaar; overeenkomstig artikel 5 en bijlage II en III):
    -een analyse van de kenmerken van het stroomgebiedsdistrict,
    -een beoordeling van de effecten van menselijke activiteiten op de toestand van het oppervlaktewater en op het grondwater,
    -een economische analyse van het watergebruik.

    2. Drinkwaterlichamen die gemiddeld meer dan 100 kubieke meter per dag leveren (overeenkomstig artikel 7 en bijlage V).

    3. De oppervlaktewatertoestand (overeenkomstig artikel 8 en bijlage V):
    -Volume en niveau of snelheid van stroming, voorzover van belang voor ecologische en chemische toestand en het ecologische potentieel, en
    -Ecologische en chemische toestand en ecologisch potentieel.

    4. De grondwatertoestand (overeenkomstig artikel 8 en bijlage V):
    -chemische en kwantitatieve toestand.

    5. Beschermde gebieden (overeenkomstig artikel 8 en bijlage V):
    -gewoon monitoringprogramma aangevuld met de specificaties in de communautaire wetgeving krachtens welke de afzonderlijke beschermde gebieden zijn ingesteld


    TE RAPPORTEREN:

    1. Vóór 22 maart (2005), 2013, 2019, etc.: een beknopt verslag m.b.t. de kenmerken en analyses van de stroomgebiedsdistricten, overeenkomstig art. 5 en 15.2.

    2. Vóór 22 maart 2007: een beknopt verslag m.b.t. de monitoringprogramma's, overeenkomstig art. 8 en 15.2.

    3. Vóór 22 maart 2010, 2016, etc.: de stroomgebiedbeheersplannen, overeenkomstig art. 13 en 15.1.

    4. Vóór 22 maart 2013, 2019, etc.: tussentijds verslag over de vooruitgang in de uitvoering van het in de stroomgebiedbeheersplan geplande maatregelenprogramma, overeenkomstig art. 15.3.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)
    Diverse stroomgebiedrapportages op website kaderrichtlijnwater.nl
      Hoeft waarschijnlijk niet meer gerapporteerd te worden: 3-jaarlijkse rapportage over de uitvoering van de Richtlijn 94/67 betreffende de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen
    Nummer: 42


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de implementatie van deze Richtlijn betreffende de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen. Geen kwantitatieve informatie.
    Overige informatie
    Zal worden herroepen door Richtlijn 2000/76 betreffende de verbranding van afval, met ingang van 28 december 2005 (zie Richtlijn 2000/76).


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    Verslag van de Commissie over de tenuitvoerleggeing van communautaire wetgeving, Europese Commissie (www.europa.eu.int > nl > institutions - european commission > environment > policies - waste > reporting on implementation of waste legislation > implementation of community waste legislation)
    Lees meer >>

      Implementatie en uitvoering van het Verdrag van Bonn ter bescherming van trekkende wilde diersoorten
    Nummer: 236


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:
    Dit verdrag schrijft geen concrete monitoring voor: alleen de overeenkomsten ónder dit verdrag moeten worden gemonitord.

    TE RAPPORTEREN:
    I. Algemende informatie over lidmaatschap van onder det CMS vallende Overeenkomsten;
    II. Informatie over het voorkomen van in appendix I opgenomen diersoorten en maatregelen ter bescherming van deze diersoorten
    III. Informatie over in appendix II opgenomen diersoorten, de vallen onder ander CMS-overeenkomsten (mag verwezen worden naar andere rapportages) en over beschermingsmaatregelen t.b.v. deze diersoorten in het kader van CMS of daarondervallende overeenkomsten;
    IV. Nationale en regionale beschermingsmaatregelen;
    V. Gebruik van sateliet-telemetrie;
    VI. Aanmoediging van niet-lidtstaten om lid te worden de CMS;
    VII. Promotie van het belang van de CMS;
    VIII. Financiële steun aan beschermingsmaatregelen;
    IX. Implementatie van resoluties en aanbevelingen;
    Annex: Voorkomen van in appendix II opgenomen diersoorten.
    Overige informatie
    De Bonn Convention is een raamverdrag waaronder een klein aantal juridisch bindende overeenkomsten zijn gesloten m.b.t. specifieke diergroepen. Overeenkomsten waarbij Nederland partij zijn: ASCOBANS (kleine walvisachtigen), AEWA (trekkende watervogels), Wadden Sea Seals (zeehonden), EUROBATS (vleermuizen). 3-Jaarlijkse rapportage over de implementatie en uitvoering van het verdrag.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Implementatiewet EG-richtlijn infrastructuur ruimtelijke informatie (INSPIRE)

    Op 1 september is de implementatiewet van de INSPIRE-richtlijn in werking getreden. Hiermee is deze Europese richtlijn, die tot doel heeft het harmoniseren en openbaar maken van ruimtelijke gegevens van overheidsorganisaties ten behoeve van het milieubeleid, officieel omgezet in Nederlandse wetgeving.

    Decentrale overheden hebben met de wet te maken omdat zij bronhouder zijn van geo-informatie. Deze informatie moet in sommige gevallen volgens bepalingen van INSPIRE-richtlijnen opgeslagen en beschikbaar worden gesteld.


    Website: Volledige wetgeving in PDF
    Email: info@europadecentraal.nl
      In voorbereiding: Jaarlijkse rapportage over emissies en opslag van broeikasgassen
    Nummer: 67


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud

    Overige informatie
    Nationale uitwerking van UNFCCC (klimaatverdrag), Kyoto-protocol en Beschikking 280/2004/EG betreffende een bewakingssysteem voor de uitstoot van broeikasgassen in de Gemeenschap; Vormt juridische basis voor Nationaal Inventaris Systeem en Nationale Inventaris Authoriteit


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Indiening van programma's en maatregelen bedoeld om het gebruik van schadelijke stoffen in batterijen en accu's te verminderen
    Nummer: 83


    Rapportagefrequentie
    Minstens elke 4 jaar


    Details inhoud
    De (gewijzigde) programma's en maatregelen bedoeld om het gebruik van schadelijke stoffen in batterijen en accu's te verminderen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijks verslag van de Commissie Verpakkingen
    Nummer: 121


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de uitvoering en monitoring van het Convenant Verpakkingen III. De kwantitatieve informatie over hoeveelheid op de markt gebracht verpakkingsmateriaal (uitgespiltst naar materiaalsoort) en hoeveelheden hergebruikt verpakkingsmateriaal, is gebaseerd op het jaarverslag van het bedrijfsleven (SVM-PACT).
    Overige informatie
    Deze rapportage is mede gebaseerd op het jaarverslag van de Staatssecretaris van VROM en het jaarverslag van het bedrijfsleven (SVM-PACT) met de monitoringsgegevens.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Commissie Verpakkingen


    Publicatie(s) en website(s)
    Jaarverslag Commissie Verpakkingen, Commissie Verpakkingen (www.vrom.nl > Afval > Verpakkingen > Publicaties)
    Lees meer >>

      Jaarlijks voortgangsverslag van provincies over voortgang bodemsanering
    Nummer: 141


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Het voortgangsverslag bevat voornamelijk dezelfde gegevens die ook ten behoeve van de landelijk monitoringsrapportage aan de minister worden geleverd (Zie Rapportageverplichting nr. 140, of Bijlage 9 van de Regeling Financiële Bepalingen Bodemsanering). Daarnaast wordt verzocht om per cluster van gegevens die bij één indicator behoren een toelichting te geven. Er zijn geen voorschriften hoe deze toelichting in te vullen. Gezien de doelstelling van het voortgangsgesprek zijn opties:
    a. Een toelichting bij, en eventuele verklaring voor, cijfers die ‘opvallend’ zijn. Bijvoorbeeld omdat ze afwijken van datgene wat verwacht werd, een forse wijziging betekenen ten opzichte van voorafgaande jaren, erg verschillen ten opzichte van de cijfers uit de landelijke monitoringsrapportage of om welke overige redenen dan ook.
    b. Knelpunten die ondervonden worden bij de uitvoering van het bodemsaneringsbeleid en die van invloed zijn geweest op de score van de desbetreffende indicator. Dat kunnen zowel knelpunten zijn die voortkomen omstandigheden die specifiek zijn voor het eigen gebied en/of eigen organisatie, als knelpunten die ervaren worden als gevolg van het landelijke bodemsaneringsbeleid.
    Tevens wordt gevraagd aan te geven over welke bodemsaneringsprojecten die in de optiek van het bevoegd gezag als bijzonder of complex zijn aan te duiden, nader overleg met het ministerie gewenst is.
    Tenslotte is het verzoek aan te geven voor welk(e) percentage(s) van in het kader van het meerjarenprogramma(‘s) Wbb en/of ISV, verkregen budget(ten) kosten zijn gemaakt.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Provincies


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijks voortgangsverslag van Wbb-gemeenten over voortgang bodemsanering
    Nummer: 263


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Het voortgangsverslag bevat voornamelijk dezelfde gegevens die ook ten behoeve van de landelijk monitoringsrapportage aan de minister worden geleverd (Zie Rapportageverplichting nr. 262, of Bijlage 9 van de Regeling Financiële Bepalingen Bodemsanering). Daarnaast wordt verzocht om per cluster van gegevens die bij één indicator behoren een toelichting te geven. Er zijn geen voorschriften hoe deze toelichting in te vullen. Gezien de doelstelling van het voortgangsgesprek zijn opties:
    a. Een toelichting bij, en eventuele verklaring voor, cijfers die ‘opvallend’ zijn. Bijvoorbeeld omdat ze afwijken van datgene wat verwacht werd, een forse wijziging betekenen ten opzichte van voorafgaande jaren, erg verschillen ten opzichte van de cijfers uit de landelijke monitoringsrapportage of om welke overige redenen dan ook.
    b. Knelpunten die ondervonden worden bij de uitvoering van het bodemsaneringsbeleid en die van invloed zijn geweest op de score van de desbetreffende indicator. Dat kunnen zowel knelpunten zijn die voortkomen omstandigheden die specifiek zijn voor het eigen gebied en/of eigen organisatie, als knelpunten die ervaren worden als gevolg van het landelijke bodemsaneringsbeleid.
    Tevens wordt gevraagd aan te geven over welke bodemsaneringsprojecten die in de optiek van het bevoegd gezag als bijzonder of complex zijn aan te duiden, nader overleg met het ministerie gewenst is.
    Tenslotte is het verzoek aan te geven voor welk(e) percentage(s) van in het kader van het meerjarenprogramma(‘s) Wbb en/of ISV, verkregen budget(ten) kosten zijn gemaakt.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Gemeenten


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijks wetenschappelijk PBL-rapportage over toestand en ontwikkeling van natuur en effectiviteit van beleid (Natuurbalans)
    Nummer: 144


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Een wetenschappelijk rapport over de toestand van natuur, bos en landschap, waarin, mede in het licht van in eerdere rapporten beschreven ontwikkelingen, de stand van zaken in de beleidsuitvoering, de voortgang en nieuwe ontwikkelingen worden beschreven.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)


    Publicatie(s) en website(s)
    Natuurbalans, MNP-RIVM (www.mnp.nl > Natuurbalans en Natuurverkenning > Natuurbalans)
    Lees meer >>

      Jaarlijks wetenschappelijk rapport over de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu en de effectiviteit van beleidsmaatregelen (zgn "Milieubalans")
    Nummer: 135


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Een wetenschappelijk rapport, waarin de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu wordt beschreven, die het resultaat is van de uitvoering van de beleidsmaatregelen die van invloed zijn op die kwaliteit en die in het jaar waarop het rapport betrekking heeft, van kracht waren. Daarbij wordt in ieder geval aangegeven in hoeverre die maatregelen hebben bijgedragen aan de verwezenlijking van de resultaten, waarvan in het geldende nationale milieubeleidsplan is aangegeven dat zij voor het betrokken jaar zijn beoogd. Tevens wordt aangegeven hoe de beschreven ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu zich verhoudt tot de ontwikkeling daarvan die is beschreven in de overeenkomstige eerder uitgebrachte rapporten. Indien zich onvoorzien een omstandigheid voordoet die belangrijke gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu op langere termijn, en Onze Minister daarom verzoekt, neemt het RIVM in een rapport tevens een beschrijving op van die ontwikkeling die daarvan het resultaat kan zijn.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)


    Publicatie(s) en website(s)
    Milieubalans, MNP-RIVM (www.mnp.nl > Milieubalans en Milieuverkenning > Milieubalans)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse EMEP-rapportage over luchtkwaliteit.
    Nummer: 48


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Meetresultaten van de 3 meetstations die deel uitmaken van het EMEP-netwerk.
    Meetstations:
    -Kollumerwaard (verzurende en eutrofiërende stoffen, ozon, zware metalen),
    -Vreedepeel (verzurende en eutrofiërende stoffen, ozon),
    -De Zilk (zware metalen en POP's).

    Stoffen:
    Kollumerwaard: ozon (O3), zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NO2), sulfaat (SO4), nitraat (NO3), ammonium (NH4), zink (Zn), arseen (As), cadmium (Cd), lood (pb), natrium (Na), magnesium (Mg), calcium (Ca), kalium (K), chloride (Cl), ijzer (Fe), koper (Cu), chroom (Cr) en nikkel (Ni).
    Vreedepeel: ozon (O3), zwaveldioxide (SO2), sulfaat (SO4), nitraat (NO3), stikstofdioxide (NO2), amammonium (NH4), ammoniak (NH3) mangaan (Mn), ijzer (Fe), nikkel (Ni), koper (Cu), zink (Zn), arseen (As), cadmium (Cd) en lood (Pb).
    De Zilk: arseen (As), cadmium (Cd), chroom (Cr), koper (Cu), kwik (Hg), nikkel (Ni), lood (Pb), zink (Zn) en lindaan (gamma-HCH).
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)


    Publicatie(s) en website(s)
    Zie diverse publicaties van CCC en EMEP op de website van EMEP (www.emep.int > emep facts > publications)
    Lees meer >>
    EMEP data (www.emep.int > emep data > measurements)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse gemeentelijke voortgangsrapportage inzake de Subsideregeling BANS klimaatconvenant
    Nummer: 260


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    -Stand van zaken uitvoering klimaatbeleid: ambities en activiteiten, o.b.v. klimaatscan;
    -Stand van zaken per afzonderlijke taakstelling;
    -Of de uitvoering al dan niet volgens planning verloopt;
    -Kosten per thema en totaal;
    -Informatie over haalbaarheid en eventuele bijstelling uitvoering.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Gemeenten


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse melding (indien nodig) over eventuele afwijkingen van vergunningvereisten inzake de verwerking van autowrakken
    Nummer: 91


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    Informatie (indien nodig) over eventuele afwijkingen van vergunningvereisten inzake de verwerking van autowrakken
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse monitoringsrapportage van provincies over voortgang bodemsanering
    Nummer: 140


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Gegevens over voortgang bodemsaneringsopreatie. Tevens gegevens t.b.v. van Landsdekkend Beeld, (de 'werkvoorraad' nog te saneren en te onderzoeken lokaties).
    -Lokatie;
    -Fase;
    -Inzet van middelen;
    -Inzet van financiële en juridische instrumentenie
    Zie voor meer informatie Bijlagen 9 bij Regeling Financiële Bepalingen Bodemsanering en Handboek Monitoring Bodemsanering.
    Overige informatie
    Bevoegde gezagen Wbb (provincies en rechtstreekse gemeenten). Naast de provincies betreft het de gemeenten: Alkmaar, Almelo, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Bosch, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Emmen, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Venlo, Utrecht, Zaanstad en Zwolle.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Provincies


    Publicatie(s) en website(s)
    Op nationaal niveau: Jaarsverslag bodemsanering; de monitoringsrapportage, RIVM - Ministerie van VROM (www.vrom.nl > bodem > bodembeleid > publicaties)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse monitoringsrapportage van Wbb-gemeenten over voortgang bodemsanering
    Nummer: 262


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Gegevens over voortgang bodemsaneringsopreatie. Tevens gegevens t.b.v. van Landsdekkend Beeld, (de 'werkvoorraad' nog te saneren en te onderzoeken lokaties).
    -Lokatie;
    -Fase;
    -Inzet van middelen;
    -Inzet van financiële en juridische instrumentenie
    Zie voor meer informatie Bijlagen 9 bij Regeling Financiële Bepalingen Bodemsanering en Handboek Monitoring Bodemsanering.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Gemeenten


    Publicatie(s) en website(s)
    Op nationaal niveau: Jaarsverslag bodemsanering; de monitoringsrapportage, RIVM - Ministerie van VROM (www.vrom.nl > bodem > bodembeleid > publicaties)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse provinciale voortgangsrapportage inzake de Subsideregeling BANS klimaatconvenant
    Nummer: 259


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    -Stand van zaken uitvoering klimaatbeleid: ambities en activiteiten, o.b.v. klimaatscan;
    -Stand van zaken per afzonderlijke taakstelling;
    -Of de uitvoering al dan niet volgens planning verloopt;
    -Kosten per thema en totaal;
    -Informatie over haalbaarheid en eventuele bijstelling uitvoering.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Provincies


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage (beleidsmatig) i.h.k.v. het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP)
    Nummer: 118


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Voortgang van Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) m.b.t. de uitvoering van het LAP en de stand van zaken m.b.t. de in het LAP gestelde beleidsdoelen ("Voortgangsrapportage LAP")
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van VROM


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage (getalsmatig) i.h.k.v. het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP)
    Nummer: 119


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Cijfermatige gegevens over de voortgang van het LAP.
    Gegevens over afvalproductie van diverse doelgroepen, over de afvalstoffen die onder het LAP vallen over de afvalverwerking.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    www.aoo.nl > publicaties > monitoring (Nederlands afval in cijfers, AOO)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage aan de Commissie Verpakkingen i.h.k.v. Convenant Verpakkingen (III)
    Nummer: 120


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    -de maatregelen die zijn en zullen worden getroffen om de verplichtingen die zijn opgenomen in dit integratieconvenant en de daarbij behorende deelconvenanten te realiseren -het beleid op nationaal en internationaal niveau met betrekking tot verpakkingen
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van VROM


    Publicatie(s) en website(s)
    Jaarverslag Commissie Verpakkingen, Commissie Verpakkingen (VROM - Afval - Verpakkingen - Publicaties)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage aan UNFCCC over emissies en opslag van broeikasgassen
    Nummer: 47


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    National inventories of anthropogenic emissions by sources and removals by sinks of all greenhouse gases (CO2, CH4, N2O, HFK's, PFK's, SF6) not controlled by the Montreal Protocol a) hun antropogene emissies van de in bijlage A van het Protocol van Kyoto genoemde broeikasgassen (kooldioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide (N2O), fluorkoolwaterstoffen (HFK's), perfluorkoolwaterstoffen (PFK's) en zwavelhexafluoride (SF6)) gedurende het voorlaatste jaar (jaar X-2); b) voorlopige gegevens over hun emissies van koolmonoxide (CO), zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische stoffen (VOS) gedurende het voorlaatste jaar (jaar X-2) samen met definitieve gegevens voor het op twee na laatste jaar (jaar X-3); c) hun antropogene emissies van broeikasgassen per bron en verwijderingen via putten van kooldioxide als gevolg van landgebruik, veranderingen in landgebruik en bosbouw gedurende het voorlaatste jaar (jaar X-2); d) informatie over de boekhouding met betrekking tot de emissies en verwijderingen als gevolg van landgebruik, veranderingen in landgebruik en bosbouw, overeenkomstig artikel 3, lid 3, en, indien een lidstaat besluit er gebruik van te maken, artikel 3, lid 4, van het Protocol van Kyoto, alsmede de relevante besluiten uit hoofde daarvan, voor de jaren tussen 1990 en het voorlaatste jaar (jaar X-2); e) eventuele wijzigingen in de onder a) tot en met d) genoemde informatie met betrekking tot de jaren tussen 1990 en het op twee na laatste jaar (jaar X-3); f) de elementen van het verslag betreffende de nationale inventarisatie, noodzakelijk voor het opstellen van het verslag betreffende de communautaire broeikasgasinventaris, zoals gegevens over het plan voor de kwaliteitsevaluatie en kwaliteitsbeheersing van de lidstaten, een algemene onzekerheidsevaluatie, een algemene volledigheidsbeoordeling en gegevens over uitgevoerde herberekeningen; g) informatie uit het nationale register - zodra dit tot stand is gebracht - betreffende verlening, verwerving, bezit, overdracht, annulering en afboeking en overbrenging van toegewezen eenheden, verwijderingseenheden, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties in de loop van het vorige jaar (jaar X-1); h) informatie over de rechtspersonen die gemachtigd zijn deel te nemen aan de mechanismen waarin wordt voorzien bij de artikelen 6, 12 en 17 van het Protocol van Kyoto, conform de desbetreffende nationale of communautaire bepalingen; i) de stappen die werden ondernomen om de ramingen te verbeteren, bijvoorbeeld op gebieden van de inventaris waar bijstellingen werden doorgevoerd; j) informatie betreffende de indicatoren voor het voorlaatste jaar (jaar X-2) en k) eventuele veranderingen in het nationale inventarisatiesysteem.
    Overige informatie
    Betreft dezelfde rapportage als de jaarlijkse rapportage aan de Europese Commissie over emissies en opslag van broeikasgassen (rapportageverplichting 26). De Marrakesh Akkoorden bevatten nadere invulling rapportageverplichting en National System


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)


    Publicatie(s) en website(s)
    Greenhouse Gas Emissions in the Netherlands, (National Inventary Report), MNP-RIVM (www.broeikasgassen.nl > Emissie data)
    Lees meer >>
    (www.greenhousegases.nl > Emission data)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage de inventarisatie van voorraden ruw ivoor
    Nummer: 232


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    De jaarlijkse geïnventariseerde hoeveelheid ruw ivoor in de lidstaat.
    Overige informatie
    Het CITES-secretariaat heeft haar ontwerp-resolutie (CoP12 Doc. 34.4), waarin werd voorgesteld om alleen landen waar Afrikaanse olifanten voorkomen te laten rapporteren over de hoeveelheid ruw ivoor, teruggetrokken, waardoor ook Nederland nog jaarlijks moet rapporteren over de geïnventariseerde hoeveelheid ruw ivoor…


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage i.h.k.v. de Basel Conventie over grensoverschrijdend transport van gevaarlijk afval en de verwerking hiervan
    Nummer: 117


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over: -bevoegde autoriteiten en 'focal points' -grensoverschrijdend transport van gevaarlijk afval -maatregelen in het kader van deze conventie -beschikbare cijfers over het effect op de volksgezondheid en het milieu door productie, transport en verwerking van gevaarlijk afval. -bilaterale, multilaterale en regionale afspraken over grensoverschrijdend gevaarlijk afval -ongelukken gedurende het grensoverschrijdende transport en verwerking van gevaarlijk afval -verwerkingsmethoden -genomen maatregelen voor de ontwikkeling van technieken ter besparing of beïndiging van de productie van (gevaarlijk) afval -andere informatie die de Conferentie van de Partijen relevant acht
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    Jaaroverzicht in-, uit- en doorvoer van afvalstoffen …, (Ministerie van VROM) (VROM - Afval - EVOA - Publicaties)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage met gegevens over de motoren die sinds de laatste kennisgeving zijn goedgekeurd.
    Nummer: 34


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Gegevens over de motoren die sinds de laatste kennisgeving zijn goedgekeurd
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage met het volledige verslag betreffende de nationale inventaris over emissies van broeikasgassen en de implementatie van het Kyoto Protocol
    Nummer: 26


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    a) hun antropogene emissies van de in bijlage A van het Protocol van Kyoto genoemde broeikasgassen (kooldioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide (N2O), fluorkoolwaterstoffen (HFK's), perfluorkoolwaterstoffen (PFK's) en zwavelhexafluoride (SF6)) gedurende het voorlaatste jaar (jaar X-2);
    b) voorlopige gegevens over hun emissies van koolmonoxide (CO), zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische stoffen (VOS) gedurende het voorlaatste jaar (jaar X-2) samen met definitieve gegevens voor het op twee na laatste jaar (jaar X-3);
    c) hun antropogene emissies van broeikasgassen per bron en verwijderingen via putten van kooldioxide als gevolg van landgebruik, veranderingen in landgebruik en bosbouw gedurende het voorlaatste jaar (jaar X-2);
    d) informatie over de boekhouding met betrekking tot de emissies en verwijderingen als gevolg van landgebruik, veranderingen in landgebruik en bosbouw, overeenkomstig artikel 3, lid 3, en, indien een lidstaat besluit er gebruik van te maken, artikel 3, lid 4, van het Protocol van Kyoto, alsmede de relevante besluiten uit hoofde daarvan, voor de jaren tussen 1990 en het voorlaatste jaar (jaar X-2);
    e) eventuele wijzigingen in de onder a) tot en met d) genoemde informatie met betrekking tot de jaren tussen 1990 en het op twee na laatste jaar (jaar X-3);
    f) de elementen van het verslag betreffende de nationale inventarisatie, noodzakelijk voor het opstellen van het verslag betreffende de communautaire broeikasgasinventaris, zoals gegevens over het plan voor de kwaliteitsevaluatie en kwaliteitsbeheersing van de lidstaten, een algemene onzekerheidsevaluatie, een algemene volledigheidsbeoordeling en gegevens over uitgevoerde herberekeningen;
    g) informatie uit het nationale register - zodra dit tot stand is gebracht - betreffende verlening, verwerving, bezit, overdracht, annulering en afboeking en overbrenging van toegewezen eenheden, verwijderingseenheden, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties in de loop van het vorige jaar (jaar X-1);
    h) informatie over de rechtspersonen die gemachtigd zijn deel te nemen aan de mechanismen waarin wordt voorzien bij de artikelen 6, 12 en 17 van het Protocol van Kyoto, conform de desbetreffende nationale of communautaire bepalingen;
    i) de stappen die werden ondernomen om de ramingen te verbeteren, bijvoorbeeld op gebieden van de inventaris waar bijstellingen werden doorgevoerd;
    j) informatie betreffende de indicatoren voor het voorlaatste jaar (jaar X-2) en k) eventuele veranderingen in het nationale inventarisatiesysteem.
    Overige informatie
    Betreft dezelfde rapportage als de jaarlijkse rapportage aan UNFCCC over emissies en opslag van broeikasgassen (rapportageverplichting 47). Naast een schriftelijk rapport worden emissiedata ook volgens het door de UNFCCC vastgestelde Common Reporting Format (CRF) geleverd. Levering van emissiedata


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)


    Publicatie(s) en website(s)
    Greenhouse Gas Emissions in the Netherlands, (National Inventary Report), MNP-RIVM (www.broeikasgassen.nl > Emissie data)
    Lees meer >>
    (www.greenhousegases.nl > Emission data)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage met informatie over grote stookinstallaties die onder Artikel 4.4 of 5.1 van de LCP-Richtlijn vallen
    Nummer: 30


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    1) Installalaties die onder Artikel 5.1 vallen 2) Bestaande installaties die krachtens artikel 4, lid 4, voor vrijstelling in aanmerking komen met een overzicht van de gebruikte en ongebruikte tijd voor de resterende bedrijfsduur van de installaties
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over actuele ontwikkelingen in het voorgaande jaar inzake de implementatie van de EUROBATS-overeenkomst t.b.v. de Meeting of the Advisory Committee
    Nummer: 221


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Actuele informatie over de implementatie van de EUROBATS-overeenkomst, met name: -Ontwikkelingen in het afgelopen jaar, speciaal wanneer belangrijke veranderingen in de toestand van een soort is opgetreden; -Welke nieuwe publiciteitsitems zijn verschenen; -Welk onderzoek wordt overwogen, gestart of afgerond.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over afwijkende bepalingen m.b.t. Richtlijn 79/409 inzake het behoud van de vogelstand (Vogelrichtlijn)
    Nummer: 239


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Een verslag over de toepassing van artikel 9, over afwijkingen van artikelen 5, 6, 7 en 8, omtrent de jacht, verstoring, bezit en handel van in de bijlage opgenomen vogels of vogelproducten, van deze Richtlijn. In de afwijkende bepalingen moet worden vermeld : - voor welke soorten mag worden afgeweken, - welke middelen , installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan, - onder welke voorwaarden met betrekking tot het risico en onder welke omstandigheden van tijd en van plaats deze afwijkende maatregelen mogen worden genomen, - welke autoriteit bevoegd is te verklaren dat aan die voorwaarden is voldaan , en te beslissen welke middelen, installaties of methoden mogen worden aangewend, binnen welke grenzen en door welke personen, - welke controles zullen worden uitgevoerd.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over basis informatie over nationale monitoringsprogramma's in het zeegebied
    Nummer: 213


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    -Information about the geographical sampling location; -Type of monitoring (e.g. spatial, trend or any other); -The starting year of the monitoring at this location; -The programmed frequency of sampling/analysing for a number of years (updated annually) ; -The reporting frequency to ICES
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over beschermde natuurgebieden voor de CDDA (Common Data Base on Designated Areas) (CDDA-1)
    Nummer: 248


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over beschermde natuurgebieden: -Soorten beschermingsgebieden; -Informatie over de beschermde natuurgebieden; -Habitat-informatie; -Hoogte; -Begrenzing.
    Overige informatie
    Rapportageverplichting is niet concreet in wetgeving opgenomen.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over bodemverontreiniging (Soil Contamination (TE-2))
    Nummer: 142


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    -Informatie over de voortgang in de aanpak van lokale bodemverontreiniging op nationaal niveau, -Informatie over de jaarlijkse uitgaven aan bodem- en grondwatersanering, onderverdeeld in publiek en private uitgaven, -Informatie over de oorzaken en bronnen van bodemvervuiling en de belangrijkste verontreinigende stoffen, -Geografische informatie over bodemvervuilinglokaties, -Aantal in gebruik zijnde en gesloten stortterreinen, -Informatie over in gebruik zijnde en gesloten mijnen, -Activiteiten over saneringsactiviteiten, -Aanleidingen voor bodemsanering.
    Overige informatie
    Rapportageverplichting is niet concreet in regelgeving opgenomen.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    RIVM


    Publicatie(s) en website(s)
    Rapportage beschikbaar via Central Data Repository (CDR) of the EEA (European Environment Agency) (www.eea.eu.int > CDR > Netherlands > EEA requests > TE-2: Contaminated Soil)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage over CO2-uitstoot, gewicht, vermogen, cilinderinhoud en aantal verkochte exemplaren van nieuwe personenauto's.
    Nummer: 32


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    CO2-uitstoot, gewicht, vermogen, cilinderinhoud en aantal verkochte exemplaren van nieuwe personenauto's.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    RDW


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over de beoordeling van luchtkwaliteit
    Nummer: 1


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de luchtkwaliteit: o.a. meetmethoden, concentraties van verontreinigende stoffen, overschrijdingen van (grens)waarden en oorzaken van overschrijdingen, voor zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NO2) en stikstofdioxiden (NOx), fijn stof (PM10 en PM2,5), lood (Pb), benzeen (C6H6), koolmonoxide (CO), ozon (O3) en relevante vluchtige organische stoffen (VOS).

    Onderdelen vragenlijst:
    1) Contactinstantie en adres;
    2) Begrenzing van zones en agglomeraties;
    3) Meetstations en meetmethoden voor de bepalingen uit hoofde van Richtlijn 1999/30/EG en Richtlijn 2000/69/EG;
    4) Meetstations voor de bepaling van ozon, met inbegrip van stikstofdioxide en stikstofoxiden in samenhang met ozon;
    5) Meetstations en meetmethoden voor de bepaling van de aanbevolen vluchtige organische stoffen;
    6) Meetstations en meetmethoden voor de bepaling van andere ozonprecursoren;
    7) Methoden voor de monsterneming en de meting van PM10 en PM2,5;
    8) Lijst van zones en agglomeraties waar de niveaus al dan niet de grenswaarden of de grenswaarden plus overschrijdingsmarge overschrijden;
    9) Lijst van zones en agglomeraties waar de niveaus al dan niet de streefwaarden of langetermijndoelstellingen voor ozon overschrijden;
    10) Lijst van zones en agglomeraties waar de niveaus al dan niet de bovenste beoordelingsdrempels of de onderste beoordelingsdrempels overschrijden, en informatie over de toepassing van aanvullende beoordelingsmethoden;
    11) Individuele overschrijdingen van grenswaarden en grenswaarden verhoogd met de overschrijdingsmarge;
    12) Redenen voor individuele overschrijdingen: eventuele aanvullende codes die de lidstaten zelf vaststellen;
    13) Individuele overschrijdingen van ozondrempelwaarden;
    14) Overschrijdingen van ozonstreefwaarden;
    15) Jaaroverzicht voor ozon;
    16) Jaargemiddelden van de concentraties van ozonprecursoren;
    17) Monitoringgegevens over de SO2 -niveaus (10-minutengemiddelde);
    18) Monitoringgegevens over de PM2,5;
    19) Tabel van de resultaten van de aanvullende bepalingen en de daarbij gebruikte methoden;
    20) Lijst van referenties met betrekking tot de aanvullende bepalingsmethoden bedoeld in 19;
    21) Overschrijding van grenswaarden voor SO2 als gevolg van natuurlijke bronnen;
    22) Natuurlijke SO2-bronnen: eventuele aanvullende codes die de lidstaten zelf vaststellen;
    23) Overschrijding van de grenswaarden voor PM10 als gevolg van natuurverschijnselen;
    24) Overschrijding van grenswaarden voor PM10 als gevolg van het zandstrooien in de winter;
    25) Overleg over grensoverschrijdende verontreiniging;
    26) Overschrijdingen van in de Richtlijnen 80/779/EEG,82/884/EEG en 85/203/EEG vastgestelde grenswaarden;
    27) Oorzaken van overschrijdingen van in de Richtlijnen 80/779/EEG,82/884/EEG en 85/203/EEG vastgestelde grenswaarden: eventuele aanvullende codes die de lidstaten zelf vaststellen;

    Zie voor meer details de vragenlijst (=Beschikking 2004/461)
    Overige informatie
    Deze rapportageverplichting geldt in combinatie met de drie dochterrichtlijnen 1999/30, 2000/69 en 2002/3, en zijn nader omschreven in Beschikking 2004/461 (vragenlijst)


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    InfoMil


    Publicatie(s) en website(s)
    Verslag over de beoordeling van de luchtkwaliteit in Nederland, Ministerie van VROM (www.vrom.nl > energie, klimaat, lucht > luchtkwaliteit > publicaties)
    Lees meer >>
    Provinciale en gemeentelijke rapportages over luchtkwaliteit (Zie websites van provincies en gemeenten)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage over de handel in beschermde dier- en plantensoorten
    Nummer: 242


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    1) Informatie over internationale handel (in het voorafgaande jaar) in dier- en plantensoorten die voorkomen in de appendices van de CITES-Overeenkomst , en wel die informatie die nodig is voor het opstellen van de rapportages inzake de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten (CITES); 2) Soortgelijke informatie over internationale handel in dier- en plantensoorten die voorkomen op de lijsten in Bijlagen A, B en C van deze Verordening en over het binnenbrengen in de Gemeenschap van soorten die voorkomen op de lijst in Bijlage D van deze Verordening. Het gaat om informatie over import, export, doorvoer en invoer vanuit zee. Per vergunning: -Betreffende CITES-appendix waarop de soort voorkomt; -Soortnaam, zoals omschreven in de appendix; -Omschrijving van het product; -Hoeveelheid/aantal; -Land van afkomst/bestemming; -Nummer van import-/export-/doorvoervergunning; -Doelbestemming; -Bron.
    Overige informatie
    De gegevens in deze rapportage zijn voor een groot deel gelijk aan de gegevens die aan CITES gerapporteerd worden in de jaarlijkse rapportage over handel in beschermde dier- en plantensoorten (Annual Report), zie nr. 227.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over de handel in beschermde dier- en plantensoorten (
    Nummer: 227


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over import, export, doorvoer en invoer vanuit zee van beschermde dier- en plantensoorten zoals die in de bijlagen van de CITES-overeenkomst voorkomen. Per vergunning: -Betreffende CITES-appendix waarop de soort voorkomt; -Soortnaam, zoals omschreven in de appendix; -Omschrijving van het product; -Hoeveelheid/aantal; -Land van afkomst/bestemming; -Nummer van import-/export-/doorvoervergunning; -Doelbestemming; -Bron.
    Overige informatie
    Zie voor aanvullende rapportagerichtlijnen: Resolutie 11.17


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over de hoeveelheden geproduceerde en in de handel gebrachte verpakkingsmateriaal
    Nummer: 87


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    -Hoeveelheid verpakking die in de lidstaat in de handel is gebracht -Voor hergebruik geschikte verpakking -Hoeveelheid in de lidstaat geproduceerd verpakkingsafval, die in de lidstaat zelf een bestemming krijgt -Gecontroleerde hoeveelheid in de lidstaat geproduceerd verpakkingsafval, die buiten de lidstaat wordt teruggewonnen -Gecontroleerde hoeveelheid buiten de lidstaat geproduceerd verpakkingsafval, die in de lidstaat wordt teruggewonnen
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Commissie Verpakkingen


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over de implementatie van OSPAR recommendation 2001/1 inzake het beheer van productiewater van offshore installaties
    Nummer: 172


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Complience/implementation/measures.
    Overige informatie
    Volgens de Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) gaat het om een 3-jaarlijkse rapportageverplichting. In tekst van recommendation geen rapportagefrequentie gevonden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over de toepassing van richtlijn 2003/87 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap
    Nummer: 69


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Verslag over de toepassing van deze richtlijn, met informatie over: -regelingen voor de toewijzing van emissierechten; -het functioneren van de nationale registers; -de toepassing van richtsnoeren voor bewaking en rapportage; -de verificatie en aangelegenheden die verband houden met de naleving van de richtlijn; -de fiscale behandeling van emissierechten, indien van toepassing.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over de toestand van boomkruinen (Level I monitoring)
    Nummer: 51


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Crown condition of trees, Level I. See forms A1, A2, A3, B1, B2, B3, C and 3b of the Manual on methods and criteria for harmonized sampling, assessment, monitoring and analysis of the effects of air pollution on forest Part II Visual Assessment of Crown Condition and Submanual on Visual Assessment of Crown Condition on Intensive Monitoring Plots
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Alterra


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over de uitvoering van het Convenant Uitvoering Klimaatbeleid (BANS Klimaatconvenant)
    Nummer: 261


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud

    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over de voortgang inzake het Corine-Land-Cover-2000-project (CLC2000) over landgebruik (TE-1)

    Nummer: 247


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de voortgang van het Corine-Land-Cover-2000-project (CLC2000).

    Vooral informatie over het thema "landschap"


    Overige informatie
    Rapportageverplichting is niet concreet in wetgeving opgenomen.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Alterra


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over eigenaar-certificaten van beschermde dieren
    Nummer: 231


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Aantallen eigenaar-certificaten van beschermde diersoorten, certificaatnummers en de wetenschappelijke naam van de betreffende diersoorten. Deze informatie moet tesamen met de jaarlijkse nationale rapportage (Annual Report) worden gerapporteerd.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over emissie-inventarissen en emissieprognoses voor 2010 voor SO2, NOx, VOS, NH3
    Nummer: 24


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    1) Verslag van de definitieve emissie-inventarissen betreffende SO2, NOx, VOC en NH3 over het op een na laatste jaar, en van de voorlopige emissie-inventarissen over het voorafgaande jaar. 2) Jaarlijks bijgestelde emissieprognoses betreffende SO2, NOx, VOC en NH3 voor 2010. De emissieprognoses bevatten informatie voor een goed kwantitatief begrip van de belangrijkste sociaal-economische vooronderstellingen die voor de prognoses zijn gebruikt.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van VROM


    Publicatie(s) en website(s)
    Rapportage emissieplafonds verzuring en grootschalige luchtverontreiniging, Ministerie van VROM (www.vrom.nl > Energie, klimaat, lucht > Verzuring > Publicaties)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage over emissies van verontreinigende stoffen naar de lucht
    Nummer: 49


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    National emission-totals, sectoral emissions and emissions from large point on sulphur (SO2), nitrogen oxides (NOx), non-methane volatile organic compounds (NMVOCs), ammonia (NH3), carbon monoxide (CO), heavy metals (HMs), (other metals), persistent organic pollutants (POPs), and primary particulate matter (PM). Gridded national totals, gridded sector data, and LPS data.
    Overige informatie
    Guidelines for Estimating and Reporting Emissions Data (EB.AIR/GE.1/2002/7)


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over fokprogramma's van bedreigde diersoorten die op de lijst van appendix I en II staan van de Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES)
    Nummer: 230


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Alle relevante informatie van elk goedgekeurde fokprogramma van diersoorten uit appendix I: i) de omvang van de betreffende wild-populatie ii) het aantal exemplaren (eieren, jongeren of volwassenen) dat jaarlijks weggenomen wordt uit het wild; iii) een schatting van het percentage van de aanwas van de wildpopulatie dat wordt gebruikt voor het fokprogramma; iv) het aantal vrijgelaten dieren en een schatting van het deel dat overleeft gebaseerd op basis van tellingen en labeling; v) het sterftecijfer in gevangenschap en de doodsoorzaken; vi) productie, verkoop en export van producten; vii) beschermingprogramma's en wetenschappelijke experimenten met betrekking tot het fokprogramma of de betreffende wildpopulatie.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over grondwaterkwaliteit
    Nummer: 306


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE RAPPORTEREN:

    1. fysische kenmerken en 'proxy pressures',
    2. geografische informatie over grondwaterlichamen,
    3. fysische kenmerken van meetlocaties,
    4. informatie over zoutwaterintrusie,
    5. chemische kwaliteit (nitraat, nitriet, ammonium, zuurstof en gevaarlijke stoffen),
    6. zoutwaterintrusie door over exploitatie,
    7-10. geaggreerde data over nitraat, ammonium, zuurstof en nitriet (aantal en type meetlocaties, monitoringfrequentie, aantal locaties voor elke concentratie-range en statistieken).
    Overige informatie
    In het Management Board van het EEA zijn de belangrijkste rapportageverplichtingen vastgesteld: de Eionet Priority Dataflow's.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    RIVM


    Publicatie(s) en website(s)
    Waterbase, EEA - EIONET (www.eionet.eu.int > data - waterbase)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage over het transport van bedreigde diersoorten
    Nummer: 229


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over het transport van beschermde diersoorten, zoals opgenomen in de appendices van de conventie: -het aantal dieren per transport; -het aantal dieren dat is overleden tijdens het transport; -de oorzaken van overlijden, verwondingen of schade aan gezondheid van dieren. (Tesamen met jaarlijkse nationale rapportage (Annual Report) rapporteren)
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over het zwavelgehalte van de onder deze richtlijn vallende vloeibare brandstoffen, met een overzicht van toegestane uitzonderingen
    Nummer: 36


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Kort verslag over het zwavelgehalte van de onder deze richtlijn vallende vloeibare brandstoffen die gedurende het voorgaande kalenderjaar zijn gebruik en de totale nationale omzet per brandstofsoort. Het verslag bevat een overzicht van de ingevolge artikel 3, lid 3, toegestane uitzonderingen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van VROM


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over hoeveelheden methylbromide en halonen gebruikt voor toegestane toepassingen en over emissies en alternatieven
    Nummer: 37


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Methylbromide:
    1) Informatie over voor welke hoeveelheden methylbromide voor quarantainedoeleinden en toepassingen voorafgaand aan het vervoer op hun grondgebied een vergunning is gegeven;
    2) Voor welke doeleinden het methylbromide is gebruikt;
    3) Welke vorderingen zijn gemaakt met de evaluatie en het gebruik van alternatieven.

    Halonen:
    1) Informatie over de hoeveelheden halonen die gebruikt zijn voor kritische toepassingen;
    2) De getroffen maatregelen ter beperking van de emissies van halonen;
    3) De geschatte hoeveelheid emissies;
    4) Welke activiteiten gaande zijn om geschikte alternatieven te vinden en te gebruiken.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van VROM


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over kwik-emissie van de chloor-alkali-industrie.
    Nummer: 45


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Data over kwik-emissie van de chloor-alkali-industrie wordt geleverd door Euro Chlor. Landen moeten deze informatie controleren en bevestigen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Euro Chlor


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over luchtkwaliteit door gemeenten, gedurende de 2 jaren nadat overschrijdingen zijn vastgesteld
    Nummer: 79


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Plaatsen waar overschrijdingen van grenswaarden of plandrempels hebben plaatsgevonden wat betreft concentraties van stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM10), koolmonoxide en benzeen in de lucht, de reden van overschrijding, de gebruikte meetmethode en data/periode van overschrijding of de gebruikte berekeningmethode, en de plannen om aan de normen te voldoen
    Overige informatie
    Alleen gemeenten waarin overschrijdingen van grenswaarden of plandrempels zijn geconstateerd, moeten het volgende jaar (weer) rapporteren


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Gemeenten


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over luchtkwaliteit door provincies, gedurende de 2 jaren nadat overschrijdingen zijn vastgesteld
    Nummer: 80


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Plaatsen waar overschrijdingen van grenswaarden of plandrempels hebben plaatsgevonden wat betreft concentraties van stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10), koolmonoxide, benzeen, zwaveldioxiden en lood in de lucht, de reden van overschrijding, de gebruikte meetmethode en data/periode van overschrijding of de gebruikte berekeningmethode, en de plannen om aan de normen te voldoen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Provincies


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over luchtverontreiniging en over meetnetten en meetstations voor luchtverontreiniging
    Nummer: 23


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    1) Informatie over verschillende verontreinigende stoffen in de lucht, zoals opgenomen in Bijlage I van Beschikking 2001/752 (63 stoffen)

    2) Gedetailleerde informatie over meetnetten, meetstations en meettechnieken, zoals opgenomen in Bijlage II van Beschikking 2001/752 Zie de Leidraad over de Bijlagen van Beschikking 97/101/EG (in Engels)
    Overige informatie
    Rapportage via de Data Exchange Module (DEM) van het Europees Topic Centre on Air and Climate Change (ETC/ACC) van het Europees Milieu Agentschap (EEA). Deze rapportageverplichting is een EIONET-Priority Data Flow.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)


    Publicatie(s) en website(s)
    Data beschikbaar via database AIRBASE/AIRVIEW van het European Topic Centre on Air and Climate Change (ETC-ACC) van het European Environment Agency (EEA). (www.eionet.eu.int > Data - AirBase > AirView)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage over milieutechnische specificaties en hoeveelheden van in de handel gebrachte brandstoffen voor voertuigen, en over beschikbaarheid van zwavelarme brandstof
    Nummer: 35


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Milieutechnische specificaties en hoeveelheden van in de handelgebrachte brandstoffen voor voertuigen (benzine en diesel).
    Hoeveelheden in de handel gebrachte ongelode benzine en dieselbrandstof met een zwavelgehalte van minder dan 10 mg/kg.
    Beschikbaarheid op een verantwoord evenwichtig gespreide geografische basis van benzine en dieselbrandstof met minder dan 10 mg/kg zwavel.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van VROM


    Publicatie(s) en website(s)
    Kwaliteit van in het wegvervoer in de Europese Unie gebruikte benzine en dieselbrandstof; Verslag van de Commissie (www.europa.eu.int > nl > instellingen > europese commissie > milieu > beleidsterreinen > air > transport and environment > fuel quality monitoring > report of the commission)
    Lees meer >>
    Statline (on-line databank van het CBS) (www.statline.nl > energieverbruik wegverkeer)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage over nonylfenol-ethoxylaten
    Nummer: 193


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation: by legislation, administrative action or negotiated agreement; -The type of legislative, administrative and/or negotiated agreement that has been taken in your country, e.g. on restricted uses, by economic instruments, voluntary agreements or industrial initiatives; -Any special difficulties encountered, such as practical or legal problems, in the implementation of this measure; -Planned measures; and indicate date for implementation if the recommendation is not yet implemented; -Total use of nonylphenol-ethoxylates as cleaning agents for: 1) Domestic uses (tonnes/year); 2) Industrial uses (tonnes/year); -Kind of actions that have been taken to study all uses of nonylphenol-ethoxylates and similar substances, leading to direct discharges of these substances into sewer or into surface waters, with a view to reducing such uses and discharges.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap, over maatregelen hieromtrent en over toezicht en controle op de overbrenging
    Nummer: 96


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    -Informatie over verbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap, over maatregelen hieromtrent en over toezicht en controle op de overbrenging -Naam, adres, telefoon-, telex- en faxnummers van de bevoegde autoriteiten en van de correspondenten, alsmede van het stempel van de bevoegde autoriteiten en van eventuele wijzigingen in deze gegevens -Informatie over eventuele douanekantoren voor binnenkomst en van uitgang van afvalstoffen naar en uit de Gemeenschap
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    Jaaroverzicht in-, uit- en doorvoer van afvalstoffen …, (Ministerie van VROM) (VROM - Afval - EVOA - Publicaties)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage over ozonconcentraties gedurende de zomermaanden (april t/m september)
    Nummer: 22


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    De gegevens die volgens Bijlage III van de Richtlijn jaarlijks uiterlijk 31 oktober gerapporteerd moeten worden komen niet helemaal overeen met de gegevens die volgens het rapportageformat van het ETC-ACC gerapporteerd moeten worden.

    In ieder geval moet gerapporteerd worden:

    -Gegevens van de meetstations (o.a. locatie);
    -Voor elke dag waarop de alarmdrempel is overschreden: datum en tijdstip, overschrijdingsduur in uren en uurmaximum voor ozon alsmede gerelateerde NO2-waarden, wanneer vereist;
    -Voor elke dag waarop de informatiedrempel is overschreden: datum en tijdstip, overschrijdingsduur in uren en uurmaximum voor ozon alsmede gerelateerde NO2-waarden, wanneer vereist;
    -Voor elke dag met overschrijdingen van de langetermijndoelstelling ter bescherming van de menselijke gezondheid: datum en het hoogste 8-uursgemiddelde;
    -De hoogste 1-uursgemiddelde per maand per station en aantal geldige metingen.

    Volgens Bijlage III van de Richtlijn zou ook de volgende informatie gerapporteerd moeten worden:
    -Voor de periode mei t/m juni, indien de ozonstreefwaarde ter bescherming van vegetatie is overschreden: 1-uurwaarde, gecumuleerd van mei t/m juni;
    -Voor de periode april t/m september, indien de ozonstreefwaarde ter bescherming van bossen is overschreden: 1-uurwaarde, gecumuleerd van april t/m september;
    -Voor de periode april t/m september, indien de ozonstreefwaarde ter bescherming van materialen is overschreden: jaarwaarde.
    Overige informatie
    Deze rapportageverplichting is een EIONET Priority Data Flow.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)


    Publicatie(s) en website(s)
    Summer ozone exceedances (database) - ETC-ACC (http://eionet.eu.int > topics > etc air and climate change website > databases > summer ozone exceedances)
    Lees meer >>
    Verslag over de beoordeling van luchtkwaliteit in Nederland, Ministerie van VROM (www.vrom.nl > energie, klimaat, lucht > luchtkwaliteit > publicaties)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage over plannen bedoeld om aan de grenswaarde voor stikstofdioxide te voldoen
    Nummer: 136


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Gegevens die ten minste in een plan zijn opgenomen bij overschrijding van plandrempels. 1. plaats van overschrijding van de plandrempels -regio -stad (kaart) -meetstation (kaart, geografische coördinaten) 2. algemene informatie -soort gebied (stad, industriezone of landelijk gebied) -raming van het verontreinigde gebied (km2) en van de omvang van de populatie die aan de verontreiniging is blootgesteld -relevante klimatologische gegevens -relevante topografische gegevens -voldoende informatie over de doelgroepen in het betrokken gebied die bescherming nodig hebben 3. verantwoordelijke instanties -naam en adres van de personen die verantwoordelijk zijn voor de opstelling en tenuitvoerlegging van plannen ter verbetering van de luchtkwaliteit 4. aard en bewaking van de verontreiniging -waargenomen concentraties in de voorgaande jaren (voor de tenuitvoerlegging van de maatregelen ter verbetering) -gemeten concentraties sinds de start van het project -technieken die voor de bewaking worden gebruikt 5. bron van de verontreiniging -lijst van de belangrijkste emissiebronnen die verantwoordelijk zijn voor de verontreiniging (kaart) -totale emissie van deze bronnen (ton/jaar) -informatie over de verontreiniging vanuit andere gebieden 6. analyse van de situatie -bijzonderheden over de factoren die verantwoordelijk zijn voor de overschrijding (verplaatsing, ook grensoverschrijdende; vorming) -bijzonderheden over mogelijke maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit 7. informatie over de maatregelen of projecten ter verbetering die reeds bestonden voordat het Besluit luchtkwaliteit van kracht werd -plaatselijke, regionale, nationale en internationale maatregelen -waargenomen effecten van deze maatregelen 8. informatie over maatregelen of projecten teneinde de verontreiniging te beperken -opsomming en beschrijving van alle in het project opgenomen maatregelen -tijdschema voor de tenuitvoerlegging -raming van te verwachten verbetering van de luchtkwaliteit en de tijd die nodig is om die doelstellingen te realiseren 9. informatie over de maatregelen of projecten die voor de lange termijn zijn vastgesteld of gepland 10. lijst van publikaties, documenten, werkzaamheden enz. ter aanvulling van de in deze bijlage gevraagde informatie
    Overige informatie
    Zie voor meer informatie de Handreiking Luchtkwaliteitsplan, Ministerie van VROM. Te vinden www.infomil.nl > lucht > wetgeving, richtlijnen en beleid > besluit luchtkwaliteit > Inhoud Handreiking luchtkwaliteitsplan Rapportageverplichting geldt voor gemeenten die in het kader van het Besluit Luchtkwaliteit verplicht zijn plannen op te stellen, indien de plandrempel of grenswaarde voor stikstofdioxide is overschreden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Gemeenten


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over productie, import, export en verwerking van stoffen die de ozonlaag afbreken
    Nummer: 46


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Productie, import, export en vernietiging van ozonlaagafbrekende stoffen.
    Het gaat om:
    - CFK’s,
    - halonen,
    - tetrachloorkoolstof,
    - 1,1,1-trichlooorethaan,
    - HCFK’s,
    - HBFK’s,
    - broomchloormethaan en
    - methylbromide.

    Zie voor meer informatie de bijlagen van het Montreal Protocol on Substances that Deplete the Ozone Layer.
    Overige informatie
    Dezelfde rapportageverplichting geldt voor productenten, importeurs en exporteurs i.h.k.v. de Europese Verordening 2037/2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over voortgang bodemsanering (landelijk)
    Nummer: 139


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Voortgang van bodemsaneringsoperatie in betreffend jaar. Tevens overzicht van (Nulmeting) Landsdekkend Beeld (de 'werkvoorraad' nog te saneren en te onderzoeken lokaties).
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    RIVM


    Publicatie(s) en website(s)
    Jaarsverslag bodemsanering; de monitoringsrapportage, RIVM - Ministerie van VROM (www.vrom.nl > bodem > bodembeleid > publicaties)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage over wijzigingen in inrichtingen voor de verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijk afval
    Nummer: 269


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks, indien nodig


    Details inhoud
    Wijzigingen in gegevens over elke inrichting of onderneming die voornamelijk ten behoeve van derden zorgt voor verwijdering en/of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen, volgens Beschikking 96/302 (vragenlijst). Onder meer over:
    — wijze van behandeling van de afvalstoffen,
    — soort en hoeveelheid van de afvalstoffen die kunnen worden behandeld.

    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage over windmolenparken in zee
    Nummer: 166


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    -Naam van het windmolenpark; -Lokatie (graden NB/OWL) -Afstand tot de kust in km; -Bedrijf; -Aantal turbines; -Status (aangevraagd, goedgekeurd, operationeel, buiten werking, permanent uit bedrijf genomen); -Capaciteit in MW; -Funderingtype -Waterdiepte -Hoogte van turbines -EIA (Environment Impact Assessment - Milieu Effect Rapportage)
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse rapportage van (meet-)gegevens van meren
    Nummer: 305


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE RAPPORTEREN:

    1. milieugevaarlijke stoffen in meren,
    2. nutriënten,
    3. fysische kenmerken van meetstations,
    4. 'proxy pressures'.
    Overige informatie
    In het Management Board van het EEA zijn de belangrijkste rapportageverplichtingen vastgesteld: de Eionet Priority Dataflow's.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS


    Publicatie(s) en website(s)
    Waterbase, EEA - EIONET (www.eionet.eu.int > data - waterbase)
    Lees meer >>


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Jaarlijkse rapportage van (meet-)gegevens van rivieren
    Nummer: 304


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE RAPPORTEREN:

    1. milieugevaarlijke stoffen,
    2. nutriënten,
    3. fysische kenmerken van meetstations,
    4. 'proxy pressures'.
    Overige informatie
    In het Management Board van het EEA zijn de belangrijkste rapportageverplichtingen vastgesteld: de Eionet Priority Dataflow's.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS


    Publicatie(s) en website(s)
    Waterbase, EEA - EIONET (www.eionet.eu.int > data - waterbase)
    Lees meer >>


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Jaarlijkse rapportage van de provincies over de voortgang van BLOW / ontwikkeling van windenergie
    Nummer: 256


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over:
    -de voortgang van hun werkzaamheden bedoeld om de provinciale taakstelling te realiseren, waaronder het reeds gerealiseerde vermogen aan windenergie,
    -informatie over de voortgang van het provinciale plan van aanpak,
    -de overige werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 3.2,
    -de werkzaamheden van gemeenten,
    -de overige bij gemeenten en/of provincie bekende marktinitiatieven tot realisatie van windturbines en het voorgenomen beleid op dit terrein
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Provincies


    Publicatie(s) en website(s)
    Jaarverslag BLOW, Landelijke Stuurgroep Ontwikkeling Windenergie (www.senternovem.nl > zoeken: blow > blow algemeen > jaarverslag)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage van diverse (meet-)gegevens van zoute wateren
    Nummer: 303


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE RAPPORTEREN:

    1. directe lozingen,
    2. gevaarlijke stoffen in biota,
    3. gevaarlijke stoffen in zeewater,
    4. gevaarlijke stoffen in sediment,
    5. nutriënten in zeewater,
    6. fysische gegevens van 'flux stations',
    7. fysische gegevens van stations,
    8. 'proxy pressures',
    9. riviervrachten.
    Overige informatie
    In het Management Board van het EEA zijn de belangrijkste rapportageverplichtingen vastgesteld: de Eionet Priority Dataflow's.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS


    Publicatie(s) en website(s)
    Waterbase, EEA - EIONET (www.eionet.eu.int > data - waterbase)
    Lees meer >>


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Jaarlijkse rapportage van het Ministerie van EZ over de voortgang van BLOW / de ontwikkeling van windenergie
    Nummer: 258


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de voortgang van de in artikel 2 bedoelde werkzaamheden en van alle overige rijksinitiatieven die voor de uitvoering van deze bestuursovereenkomst van belang zijn:
    -adequate voorlichting over duurzame energie in het algemeen en windenergie in het bijzonder.
    -specifieke mogelijkheden voor ondersteuning van provincies en gemeenten:
    -nadere regelgeving, indien ontwikkelingen daar aanleiding toe geven.

    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van Economische Zaken


    Publicatie(s) en website(s)
    Jaarverslag BLOW, Landelijke Stuurgroep Ontwikkeling Windenergie (www.senternovem.nl > zoeken: blow > blow algemeen > jaarverslag blow)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage van het Ministerie van VROM over de voortgang van BLOW / ontwikkeling van windenergie
    Nummer: 257


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de voortgang van de in artikel 2 bedoelde werkzaamheden en van alle overige rijksinitiatieven die
    voor de uitvoering van deze bestuursovereenkomst van belang zijn.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van VROM


    Publicatie(s) en website(s)
    Jaarverslag BLOW, Landelijke Stuurgroep Ontwikkeling Windenergie (www.senternovem.nl > zoeken: blow > blow algemeen > jaarverslag blow)
    Lees meer >>

      Jaarlijkse rapportage van meetgegevens van verontreinigende stoffen (incl. nutriënten) in water (Noordzee)
    Nummer: 321


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE RAPPORTEREN:

    -concentraties van verontreinigende stoffen in zeewater,
    -gegevens over meetlocaties,
    -analysemethoden.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS


    Publicatie(s) en website(s)
    ICES Integrated Inventory III (www.ices.dk > data > inventory > ices integrated inventory)
    Lees meer >>


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Jaarlijkse rapportage van toegelaten of geregistreerde biociden
    Nummer: 101


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Een lijst van in Nederland toegelaten of geregistreerde biociden.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Jaarlijkse toezending van een afschrift van de rapportage in het kader van het Verdrag van Basel (Basel Convention)
    Nummer: 95


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Een afschrift van de rapportage in het kader van het Verdrag van Basel (Basel Convention). Zie rapportageverplichting onder Basel Convention.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    Jaaroverzicht in-, uit- en doorvoer van afvalstoffen …, (Ministerie van VROM) (VROM - Afval - EVOA - Publicaties)
    Lees meer >>

      Joint Assessment and Monitoring Programme (JAMP)
    Nummer: 174


    Rapportagefrequentie
    Meestal jaarlijks (verschilt per monitoringprogramma)


    Details inhoud
    De meeste informatie moet gemonitord en gerapporteerd worden in het kader van bovenstaande 3 monitoringprogramma's.
    Het gaat om informatie over:
    • Biologische diversiteit en ecosystemen;
    • Eutrofiëring;
    • Gevaarlijke stoffen;
    • Offshore activiteiten;
    • Radioactieve stoffen;
    • Gevaarlijke stoffen.
    Zie deze 3 verplichtingen elders in deze database voor meer gedetailleerde informatie.
    Overige informatie
    Het JAMP is gedeeltelijk nog in ontwikkeling. De implementatie staat beschreven in:
    • 'JAMP Implementation Plan', zie www.ospar.org > english version > monitoring and assessment > JAMP implementaion plan (http://www.ospar.org/documents/02-03/ASMO03/SR-E/ASMO2003%20ANX05_JAMP%20Implementation%20Plan.doc);
    • diverse 'agreements' en 'decisions'.

    Het JAMP bestaat hoofdzakelijk uit de volgende monitoringprogramma's:
    • CEMP (Coordinated Environmental Monitoring Programme) inclusief het Nutrient Monitoring Programme;
    • RID (Comprehensive Study on Riverine Inputs and Direct Discharges);
    • CAMP (Comprehensive Atmospheric Monitoring Programme);
    Zie deze verschillende monitoringverplichtingen in deze batabase voor meer informatie.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Diverse instanties


    Publicatie(s) en website(s)
    Diverse OSPAR-publicaties. Zie ook de overige OSPAR-verplichtingen in deze database. (www.ospar.org > english version > publications)
    Lees meer >>

      Levering van gegevens over luchtkwaliteit langs rijkswegen
    Nummer: 254


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Overschrijdingen van plandrempels en/of grenswaarden van stikstofdioxide (NO2), zwevende deeltjes/fijn stof (PM10), koolmonoxide (CO) en benzeen (C6H6). In de praktijk komen alleen overschrijdingen van stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes/fijn stof (PM10) voor.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Rijkswaterstaat


    Publicatie(s) en website(s)
    Verslag over de beoordeling van de luchtkwaliteit in Nederland, Ministerie van VROM (www.vrom.nl > energie, klimaat, lucht > luchtkwaliteit > publicaties)
    Lees meer >>

      Maandelijkse rapportage met gegevens van de goedkeuringen van de motortypen en motorfamilies die in die maand zijn verleend, geweigerd of ingetrokken
    Nummer: 33


    Rapportagefrequentie
    Maandelijks


    Details inhoud
    Lijst, met in bijlage VIII vermelde gegevens, van de goedkeuringen van de motortypen en motorfamilies die in die maand zijn verleend, geweigerd of ingetrokken
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Maandelijkse rapportage over overschrijdingen van de alarm- en/of informatiedrempels voor ozon (april t/m september)
    Nummer: 21


    Rapportagefrequentie
    Maandelijks


    Details inhoud
    Alleen indien van toepassing: Voor iedere dag van iedere maand van april tot en met september met overschrijding(en) van de informatiedrempel en/of de alarmdrempel de volgende voorlopige informatie: datum, totaal aantal overschrijdingsuren, maximumuurwaarde(n) van ozon.

    Op basis van Bijlage III:
    -Voor elke dag waarop de informatiedrempel is overschreden: datum, overschrijdingsduur in uren en uurmaximum voor ozon alsmede gerelateerde NO2-waarden, wanneer vereist, en het uurmaximum voor ozon per maand;
    -Voor elke dag waarop de alarmdrempel is overschreden: datum, overschrijdingsduur in uren en uurmaximum voor ozon alsmede gerelateerde NO2-waarden, wanneer vereist;
    -Voor elke dag waarop de langetermijndoelstelling ter bescherming van de menselijke gezondheid is overschreden: datum en hoogste 8-uursgemiddelde.
    Overige informatie
    Deze rapportageverplichting is een EIONET Priority Dataflow.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)


    Publicatie(s) en website(s)
    Summer ozone exceedances (database) - ETC-ACC (http://eionet.eu.int > topics > etc air and climate change website > databases > summer ozone exceedances)
    Lees meer >>
    Verslag over de beoordeling van luchtkwaliteit in Nederland, Ministerie van VROM (www.vrom.nl > energie, klimaat, lucht > luchtkwaliteit > publicaties)
    Lees meer >>

      Melding (indien nodig) van overschrijdingen van alarmdrempels m.b.t. luchtkwaliteit
    Nummer: 2


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    Indien van toepassing: Voorlopige informatie over de overschrijdingen van de alarmdrempels of informatiedrempels voor stikstofdioxide (NO2), zwaveldioxide (SO2) of ozon (O3), over de geregistreerde niveaus en de duur van de periode(n).
    Overige informatie
    Deze rapportageverplichting geldt in combinatie met de dochterrichtlijnen 1999/30 en 2002/3. Er zijn alleen alarmdrempels vastgesteld voor stikstofdioxide (NO2), zwaveldioxide (SO2) en ozon (O3).


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)
    Air pollution by ozone in Europe in summer ....: Final EEA Topic Report (www.vrom.nl > energie, klimaat, lucht > luchtkwaliteit > publicaties)
    Lees meer >>
    Summer ozone exceedances (database), ETC-ACC - EEA (http://eionet.eu.int > topics > etc air and climate change website > databases > summer ozone exceedances)
    Lees meer >>

      Melding van biociden die zijn toegelaten of geregistreerd en van biociden waarvan de toelating of registratie is geweigerd, gewijzigd, verlengd of ingetrokken
    Nummer: 100


    Rapportagefrequentie
    elk kwartaal


    Details inhoud
    De biociden die in Nederland zijn toegelaten of geregistreerd en voor welke biociden de toelating of registratie is geweigerd, gewijzigd, verlengd of ingetrokken, onder vermelding van ten minste: a) de naam of firmanaam van de houder of de aanvrager van de toelating of registratie; b) de handelsnaam van het biocide; c) de naam en de hoeveelheid van elke werkzame stof in het biocide, alsmede de naam en de hoeveelheid van elke gevaarlijke stof in de zin van artikel 2, lid 2, van Richtlijn 67/548/EEG en hun indeling; d) het productsoort en het gebruik waarvoor het is toegelaten; e) het soort formulering; f) eventueel voorgestelde grenswaarden voor residuen die zijn vastgesteld; g) aan de toelating verbonden voorwaarden en, indien van toepassing, de redenen voor de wijziging of intrekking van een toelating; h) een aanwijzing of het product van een speciaal soort is (bijvoorbeeld binnen een kaderformulering, biocide met een gering risico).
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Melding van risicosituaties met betrekking tot gevaarlijke stoffen aan Risicoregister (RRGS)
    Nummer: 264


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    Gegevens over risicovolle bedrijven, waarvoor het Ministerie van VROM bevoegd gezag is.

    Bij het risicoregister gaat het om de volgende bedrijven (inclusief waarvoor gemeenten en provincies bevoegd gezag zijn):
    1) Risicovolle bedrijven. Dit zijn bedrijven met een plaatsgebonden risico van hoger dan 10-6 buiten het hek;
    2) Bedrijven die onder het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 vallen. Formeel zijn dit bedrijven die aangewezen op grond van de Europese Seveso II richtlijn. Deze richtlijn is in Nederland verankerd in het Brzo 1999;
    3) Lpg-tankstations.
    4) Opslagplaatsen met meer dan 10 ton chemicaliën of meer dan 2500 kilo bestrijdingsmiddelen (bestrijdingsmiddelen die onder gevaarlijke stoffen vallen);
    5) Ammoniak koelinstallaties. Ammoniak is een giftig gas. Het gaat om ammoniakkoelinstallaties met meer dan 100 kilo ammoniak. Installaties met een plaatsgebonden risico van meer dan 10-6 per jaar moeten aan het register worden gemeld als ze meer dan 200 kilo ammoniak bevatten;
    6) Spoorwegemplacementen voor het rangeren van treinwagons met gevaarlijke stoffen;
    7) Bedrijven die vuurwerk opslaan en samenstellen;
    8) Bedrijven (inrichtingen) die onder artikel 15b van de Kernenergiewet vallen (bijvoorbeeld kerncentrales);
    9) Civiel gebruik van explosieven (het gaat hierbij om explosieven voor het opblazen van bijvoorbeeld gebouwen en voor bodemonderzoek); 10) AVR-bedrijven. Dit zijn bedrijven die arbeidsveiligheidsrapport (AVR) moeten indienen. AVR’s zijn gestoeld op het Besluit risico’s zware ongevallen 1999;
    11) Opslag van explosieven en munitie van het ministerie van Defensie;
    12) Propaantanks met een inhoud groter dan 5000 liter;
    13) Bedrijven die onder de Mijnwet vallen. Onder deze wet vallen bovengrondse installaties voor de winning van olie, gas, mergel en kolen, zoals bijvoorbeeld olieplatforms en mergelgrotten.

    De volgende gegevens worden in het register opgenomen:
    1) De geografische ligging van het bedrijf en de transportroute;
    2) De bedrijfsnaam, het adres en de kadastrale aanduiding (de gegevens waarmee het perceel in het register van het Kadaster is geregistreerd);
    3) De naam waaronder de transportroute bekend is (bijvoorbeeld de A1 of de N245) en de beheerder ervan (bijvoorbeeld gemeenten voor wegen binnen een gemeente en Rijkswaterstaat voor provinciale en rijkswegen);
    4) Gegevens over de externe veiligheid, waaronder de ligging van de 10-5 en 10-6 per jaar contour van het plaatsgebonden risico;
    5) De grootte van het groepsrisico;
    6) Aanduiding van risico’s voor het milieu aan de hand van veiligheidscontouren op de kaart;
    7) De aard van het risico (welke gevaarlijke stoffen worden gebruikt);
    8) De datum waarop de gegevens in het register het laatst zijn gewijzigd.
    Overige informatie
    Besluit is nog niet in werking getreden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van VROM


    Publicatie(s) en website(s)

      Melding van risicosituaties met betrekking tot gevaarlijke stoffen aan Risicoregister (RRGS)
    Nummer: 265


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    Gegevens over risicosituaties t.g.v. transportroutes van gevaarlijke stoffen over wegen waarvan Rijkswaterstaat beheerder is.

    De volgende gegevens worden in het register opgenomen:
    1) De geografische ligging van het bedrijf en de transportroute;
    2) De naam waaronder de transportroute bekend is (bijvoorbeeld de A1 of de N245) en de beheerder ervan (bijvoorbeeld gemeenten voor wegen binnen een gemeente en Rijkswaterstaat voor provinciale en rijkswegen);
    3) Gegevens over de externe veiligheid, waaronder de ligging van de 10-5 en 10-6 per jaar contour van het plaatsgebonden risico;
    4) De grootte van het groepsrisico;
    5) Aanduiding van risico’s voor het milieu aan de hand van veiligheidscontouren op de kaart;
    6) De aard van het risico (welke gevaarlijke stoffen worden gebruikt);
    7) De datum waarop de gegevens in het register het laatst zijn gewijzigd.
    Overige informatie
    Besluit is nog niet in werking getreden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Rijkswaterstaat


    Publicatie(s) en website(s)

      Melding van risicosituaties met betrekking tot gevaarlijke stoffen aan Risicoregister (RRGS)
    Nummer: 266


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    Gegevens over risicovolle bedrijven, waarvoor de provincie bevoegd gezag is.

    Bij het risicoregister gaat het om de volgende bedrijven (inclusief waarvoor gemeenten en provincies bevoegd gezag zijn):
    1) Risicovolle bedrijven. Dit zijn bedrijven met een plaatsgebonden risico van hoger dan 10-6 buiten het hek;
    2) Bedrijven die onder het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 vallen. Formeel zijn dit bedrijven die aangewezen op grond van de Europese Seveso II richtlijn. Deze richtlijn is in Nederland verankerd in het Brzo 1999;
    3) Lpg-tankstations.
    4) Opslagplaatsen met meer dan 10 ton chemicaliën of meer dan 2500 kilo bestrijdingsmiddelen (bestrijdingsmiddelen die onder gevaarlijke stoffen vallen);
    5) Ammoniak koelinstallaties. Ammoniak is een giftig gas. Het gaat om ammoniakkoelinstallaties met meer dan 100 kilo ammoniak. Installaties met een plaatsgebonden risico van meer dan 10-6 per jaar moeten aan het register worden gemeld als ze meer dan 200 kilo ammoniak bevatten;
    6) Spoorwegemplacementen voor het rangeren van treinwagons met gevaarlijke stoffen;
    7) Bedrijven die vuurwerk opslaan en samenstellen;
    8) Bedrijven (inrichtingen) die onder artikel 15b van de Kernenergiewet vallen (bijvoorbeeld kerncentrales);
    9) Civiel gebruik van explosieven (het gaat hierbij om explosieven voor het opblazen van bijvoorbeeld gebouwen en voor bodemonderzoek); 10) AVR-bedrijven. Dit zijn bedrijven die arbeidsveiligheidsrapport (AVR) moeten indienen. AVR’s zijn gestoeld op het Besluit risico’s zware ongevallen 1999;
    11) Opslag van explosieven en munitie van het ministerie van Defensie;
    12) Propaantanks met een inhoud groter dan 5000 liter;
    13) Bedrijven die onder de Mijnwet vallen. Onder deze wet vallen bovengrondse installaties voor de winning van olie, gas, mergel en kolen, zoals bijvoorbeeld olieplatforms en mergelgrotten.

    De volgende gegevens worden in het register opgenomen:
    1) De geografische ligging van het bedrijf en de transportroute;
    2) De bedrijfsnaam, het adres en de kadastrale aanduiding (de gegevens waarmee het perceel in het register van het Kadaster is geregistreerd);
    3) De naam waaronder de transportroute bekend is (bijvoorbeeld de A1 of de N245) en de beheerder ervan (bijvoorbeeld gemeenten voor wegen binnen een gemeente en Rijkswaterstaat voor provinciale en rijkswegen);
    4) Gegevens over de externe veiligheid, waaronder de ligging van de 10-5 en 10-6 per jaar contour van het plaatsgebonden risico;
    5) De grootte van het groepsrisico;
    6) Aanduiding van risico’s voor het milieu aan de hand van veiligheidscontouren op de kaart;
    7) De aard van het risico (welke gevaarlijke stoffen worden gebruikt);
    8) De datum waarop de gegevens in het register het laatst zijn gewijzigd.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Provincies


    Publicatie(s) en website(s)

      Melding van risicosituaties met betrekking tot gevaarlijke stoffen aan Risicoregister (RRGS)
    Nummer: 267


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    Gegevens over risicovolle bedrijven, waarvoor de gemeente bevoegd gezag is.

    Bij het risicoregister gaat het om de volgende bedrijven (inclusief waarvoor gemeenten en provincies bevoegd gezag zijn):
    1) Risicovolle bedrijven. Dit zijn bedrijven met een plaatsgebonden risico van hoger dan 10-6 buiten het hek;
    2) Bedrijven die onder het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 vallen. Formeel zijn dit bedrijven die aangewezen op grond van de Europese Seveso II richtlijn. Deze richtlijn is in Nederland verankerd in het Brzo 1999;
    3) Lpg-tankstations.
    4) Opslagplaatsen met meer dan 10 ton chemicaliën of meer dan 2500 kilo bestrijdingsmiddelen (bestrijdingsmiddelen die onder gevaarlijke stoffen vallen);
    5) Ammoniak koelinstallaties. Ammoniak is een giftig gas. Het gaat om ammoniakkoelinstallaties met meer dan 100 kilo ammoniak. Installaties met een plaatsgebonden risico van meer dan 10-6 per jaar moeten aan het register worden gemeld als ze meer dan 200 kilo ammoniak bevatten;
    6) Spoorwegemplacementen voor het rangeren van treinwagons met gevaarlijke stoffen;
    7) Bedrijven die vuurwerk opslaan en samenstellen;
    8) Bedrijven (inrichtingen) die onder artikel 15b van de Kernenergiewet vallen (bijvoorbeeld kerncentrales);
    9) Civiel gebruik van explosieven (het gaat hierbij om explosieven voor het opblazen van bijvoorbeeld gebouwen en voor bodemonderzoek); 10) AVR-bedrijven. Dit zijn bedrijven die arbeidsveiligheidsrapport (AVR) moeten indienen. AVR’s zijn gestoeld op het Besluit risico’s zware ongevallen 1999;
    11) Opslag van explosieven en munitie van het ministerie van Defensie;
    12) Propaantanks met een inhoud groter dan 5000 liter;
    13) Bedrijven die onder de Mijnwet vallen. Onder deze wet vallen bovengrondse installaties voor de winning van olie, gas, mergel en kolen, zoals bijvoorbeeld olieplatforms en mergelgrotten.

    De volgende gegevens worden in het register opgenomen:
    1) De geografische ligging van het bedrijf en de transportroute;
    2) De bedrijfsnaam, het adres en de kadastrale aanduiding (de gegevens waarmee het perceel in het register van het Kadaster is geregistreerd);
    3) De naam waaronder de transportroute bekend is (bijvoorbeeld de A1 of de N245) en de beheerder ervan (bijvoorbeeld gemeenten voor wegen binnen een gemeente en Rijkswaterstaat voor provinciale en rijkswegen);
    4) Gegevens over de externe veiligheid, waaronder de ligging van de 10-5 en 10-6 per jaar contour van het plaatsgebonden risico;
    5) De grootte van het groepsrisico;
    6) Aanduiding van risico’s voor het milieu aan de hand van veiligheidscontouren op de kaart;
    7) De aard van het risico (welke gevaarlijke stoffen worden gebruikt);
    8) De datum waarop de gegevens in het register het laatst zijn gewijzigd.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Gemeenten


    Publicatie(s) en website(s)

      Melding van risicosituaties met betrekking tot gevaarlijke stoffen aan Risicoregister (RRGS)
    Nummer: 268


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    Risico's van buisleidingen.

    De volgende gegevens worden in het register opgenomen:
    1) De geografische ligging van de transportroute;
    2) Gegevens over de externe veiligheid, waaronder de ligging van de 10-5 en 10-6 per jaar contour van het plaatsgebonden risico;
    3) De grootte van het groepsrisico;
    4) Aanduiding van risico’s voor het milieu aan de hand van veiligheidscontouren op de kaart;
    5) De aard van het risico (welke gevaarlijke stoffen worden gebruikt);
    6) De datum waarop de gegevens in het register het laatst zijn gewijzigd.
    Overige informatie
    Besluit is nog niet in werking getreden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van Economische Zaken


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring (best-beschikbare) emissiegrenswaarden en best-beschikbare technieken + 3-jaarlijkse rapportage
    Nummer: 40


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    - aantal installaties dat onder de richtlijn valt, per categorie,
    - informatie over best-beschikbare emissiegrenswaarden en de best-beschikbare technieken,

    TE RAPPORTEREN:

    - belangrijkste wijzigingen in de nationale wetgeving en het vergunningsysteem ter implementatie van de IPPC-richtlijn,
    - aantal installaties dat onder elk categorie (36 catgeorieën) van bijlage I van de richtlijn valt,
    - informatie over maatregelen ter implementatie en uitvoering van de richtlijn,
    - gegevens over de grenswaarden per activiteitencategorie, en de best-beschikbare technieken waarop deze grenswaarden zijn gebaseerd,
    - informatie over andere typen vergunningsvoorwaarden dan emissiegrenswaarden,
    - informatie over algemene voorschriften,
    - informatie over aanvullende milieukwaliteitsnormen,
    - de wijze waarop ervoor wordt gezorgd dat bevoegde gezagen de best-beschikbare technieken volgen,
    - informatie over situaties waarin installaties worden gewijzigd,
    - informatie over bijstelling van vergunningen,
    - informatie over naleving/handhaving/controle/sancties m.b.t. de vergunningsvoorwaarden,
    - informatie over toegang tot informatie en inspraak van het publiek,
    - informatie over grensoverschrijdende samenwerking,
    - relatie met andere richtlijnen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    InfoMil


    Publicatie(s) en website(s)
    De rapportage is te raadplegen op de website van de Europese Commissie (www.europa.eu.int > nl > instellingen - europese commissie > milieu > beleidsterreinen - industrie > integrated pollution prevention and control > implementation reports)
    Lees meer >>

      Monitoring afvaldumpingen op zee + jaarlijkse rapportage
    Nummer: 158


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud- toxiciteit,
    - kwaliteitsbewaking en analyses van gedumpt materiaal.

    TE MONITOREN en TE RAPPORTEREN:

    - aantal afgegeven vergunningen,
    - vergunde hoeveelheid (tonnen),
    - gedumpte hoeveelheid,
    - soort afval (baggerafval, inert materiaal, visafval, vaartuigen of vliegtuigen, overig),
    - details van stortplaatsen en dumpmethodes,
    - totale vracht van de volgende stoffen en bepalingsmethoden (cadmium, kwik, arseen, chroom, koper, lood, nikkel, zink, olie, som van 9 PAK’s, PAK’s totaal, stikstof, fosfor, PCB’s (28, 52, 101, 118, 138, 153, 180), som van deze 7 PCB’s, totaal PCB’s, HCB, gamma-HCB, gamma-HCH, DDT, TBT, DBT, overig),
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Rijkswaterstaat


    Publicatie(s) en website(s)
    Dumping of wastes at sea in ...., OSPAR (www.ospar.org > english version > publications > search: 'dumping')


    Website: OSPAR
      Monitoring afvaldumpingen op zee + jaarlijkse rapportage (1996 Protocol)
    Nummer: 273


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    - De aard en hoeveelheden van alle afvalstoffen en andere stoffen waarvoor stortvergunningen zijn afgegeven en indien uitvoerbaar de feitelijk gestorte hoebveelheden en de locatie, tijd en wijze van storten.
    - Informatie over de monitoring van de toestand van de zee voor de doeleinden van dit verdrag.
    - De vooraf ingeschatte effecten van afvalstortingen na de feitelijke storting.


    TE RAPPORTEREN:

    - De aard en hoeveelheden van alle afvalstoffen en andere stoffen waarvoor stortvergunningen zijn afgegeven en indien uitvoerbaar de feitelijk gestorte hoebveelheden en de locatie, tijd en wijze van storten.
    Overige informatie
    Het 1996 Protocol is nog niet in werking getreden. Bij inwerkingtreding zal het Protocol de London Convention in zijn totaliteit vervangen.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Rijkswaterstaat


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring afvalstoffen van de titaan-dioxide industrie + 3-jaarlijkse rapportage
    Nummer: 116


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    -de hoeveelheid, de samenstelling en de toxiciteit van de afvalstoffen,
    In geval van lozing in zoet water of in zee of in geval van dumping:
    -pH,
    -opgeloste zuurstof,
    -troebelheid,
    -gehydrateerde oxiden en ijzerhydroxide in suspensie,
    -toxische metalen in het water, in de vaste stoffen in suspensie, in de sedimenten en die welke zijn opgehoopt in uitgekozen organismen die op de zeenbodem of in zee leven,
    -de verscheidenheid en de relatieve en absolute rijkdom van flora en fauna.

    In geval van opslag, storting of injectie dient oppervlaktewater en grondwater gecontroleerd te worden op:
    -pH,
    -ijzergehalte,
    -calciumgehalte,
    -toxische metalen (opgelost en in suspensie),
    -schade aan structuur van ondergrond',
    -algemene toxische situatie van omgeving.


    TE RAPPORTEREN:
    -inlichtingen betreffende verleende vergunningen en de toegestane hoeveelheid lozingen,
    -ontwikkeling van de hoeveelheid afvalstoffen,
    -aard en concentratie van de bestanddelen,
    -resultaten van controle/monitoring,
    -overeenkomstig art. 8 genomen maatregelen,
    -algemene inlichtingen betreffende de materialen, procédés en technieken, die zij ontvangen in het kader van artikel 11.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring diverse emissies naar lucht, water en bodem en afvalproductie van zowel individuele bedrijven als diffuse bronnen + publicatie in openbare website
    Nummer: 285


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijkse up-date van de emissiegegevens


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    Emissies en afvalproductie boven bepaalde drempelwaarden van individuele bedrijven en emissies van diffuse bronnen.

    Het gaat om de volgende categorieën bedrijven, met een productie boven een bepaalde drempelwaarde:
    -energiesector,
    -metaalindustrie,
    -minerale industrie (o.a. mijnbouw, cement, glas, delfstoffen, steen)
    -chemische industrie,
    -afval en afvalwaterbedrijven,
    -papier en houtindustrie,
    -intensieve dierhouderij (vee en vis),
    -voedingsmiddelenindustrie,
    -enkele overige sectoren (o.a. vezel- en textiel behandeling, leerlooierijen, verfspuiterijen, grafische industrie, scheepsbouw)

    Het gaat om emissies van 86 stoffen en om productie van meer dan 2 ton gevaarlijk en/of 2.000 ton niet-gevaarlijk afval.

    Het gaat om 59 stoffen naar de lucht (L), 61 naar het water (W) en 60 naar de bodem (B):

    -Methaan (L),
    -Koolmonoxide (CO) (L)
    -Kooldioxide (CO2) (L)
    -Fluorkoolwaterstoffen (HFK's) (L)
    -Distikstofoxide (N2O) (L)
    -Ammoniak (NH3) (L)
    -Andere vluchtige organische stoffen dan methaan (NMVOS) (L)
    -Stikstofoxiden (NOx/NO2) (L)
    -Perfluorkoolwaterstoffen (PFK's) (L)
    -Zwavelhexafluoride (SF6) (L)
    -Zwaveloxiden (SOx/SO2) (L)
    -Totaal stikstof (W,B)
    -Totaal fosfor (W,B)
    -Chloorfluorkoolwaterstoffen (HCFK's) (L)
    -Chloorfluorkoolstoffen (CFK's) (L)
    -Halonen (L)
    -Arseen en zijn verbindingen (als As) (L,W,B)
    -Cadmium en zijn verbindingen (als Cd) (L,W,B)
    -Chroom en zijn verbindingen (als Cr) (L,W,B)
    -Koper en zijn verbindingen (als Cu) (L,W,B)
    -Kwik en zijn verbindingen (als Hg) (L,W,B)
    -Nikkel en zijn verbindingen (als Ni) (L,W,B)
    -Lood en zijn verbindingen (als Pb) (L,W,B)
    -Zink en zijn verbindingen (als Zn) (L,W,B)
    -Alachloor (W,B)
    -Aldrin (L,W,B)
    -Atrazine (W,B)
    -Chlordaan (L,W,B)
    -Chloordecon (L,W,B)
    -Chloorfenvinfos (W,B)
    -Chlooralkanen, C10-C13 (W,B)
    -Chloorpyrifos (W,B)
    -DDT (L,W,B)
    -1,2-dichloorethaan (EDC) (L,W,B)
    -Dichloormethaan (DCM) (L,W,B)
    -Dieldrin (W,B) (L,W,B)
    -Diuron (W,B)
    -Endosulfaan (W,B)
    -Endrin (L,W,B)
    -Gehalogeneerde organische verbindingen (W,B)
    -Heptachloor (L,W,B)
    -Hexachloorbenzeen (HCB) (L,W,B)
    -Hexachloorbutadieen (HCBD)
    -1,2,3,4,5,6-hexachloorcyclohexaan (HCH) (L,W,B)
    -Lindaan (L,W,B)
    -Mirex (L,W,B)
    -PCDD+PCDF (dioxinen+furanen) (L,W,B)
    -Pentachloorbenzeen (L,W,B)
    -Pentachloorfenol (PCF) (L,W,B)
    -Polychloorbifenylen (PCB's) (L,W,B)
    -Simazine (W,B)
    -Tetrachloorethyleen (PER) (L)
    -Tetrachloormethaan (TCM) (L)
    -Trichloorbenzenen (TCB's) (L)
    -1,1,1-trichloorethaan (L)
    -1,1,2,2-tetrachloorethaan (L)
    -Trichloorethyleen (L)
    -Trichloormethaan (L)
    -Toxafeen (L,W,B)
    -Vinylchloride (L,W,B)
    -Antraceen (L,W,B)
    -Benzeen (L,W,B)
    -Gebromeerde difenylethers (PBDE) (W,B)
    -Nonylfenolethoxylaten (NP/NPE's) en verwante stoffen (W,B)
    -Ethylbenzeen (W,B)
    -Ethyleenoxide (L,W,B)
    -Isoproturon (W,B)
    -Naftaleen (L,W,B)
    -Organische tinverbindingen (als totaal Sn) (W,B)
    -Di(2-ethylhexyl)ftalaat (DEHP) (L,W,B)
    -Fenolen (als totaal C) (W,B)
    -Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) (L,W,B)
    -Tolueen (W,B)
    -Tributyltin en zijn verbindingen (W,B)
    -Trifenyltin en zijn verbindingen (W,B)
    -Totaal organisch koolstof (TOC) (als toaal C of COD) (W)
    -Trifluralin (W,B)
    -Xylenen (W,B)
    -Chloriden (as totaal Cl) (W,B)
    -Chloor en zijn anorganische verbindingen (als HCl) (L)
    -Asbest (L,W,B)
    -Cyaniden (als totaal CN) (W,B)
    -Fluoriden (als totaal F) (W,B)
    -Fluor en zijn anorganische verbindingen (als HF) (L)
    -Waterstofcyanide (HCN) (L)
    -Zwevende deeltjes (PM10) (Fijn stof) (L).

    Landen mogen zelf bepalen van welke diffuse bronnen de emissies in het register worden opgenomen.


    TE RAPPORTEREN:

    Naast bovengenoemde informatie:

    -adresgegevens van het bedrijf, naam van de eigenaar,
    -de methode voor het bepalen van de emissies.
    Overige informatie
    In mei 2003 hebben 37 partijen (36 landen + de Europese Unie) het PRTR-Protocol onder het Verdrag van Aarhus ondertekend. Het Protocol treedt in werking op de 90e dag na de dag waarop het 16e instrument van ratificatie, acceptatie, goedkeuring of toetreding is overlegd.
    Het eerste rapportagejaar is het eerste kalenderjaar na de datum van inwerkingtreding van het Protocol. De informatie over het eerste rapportagejaar dient binnen twee jaar na afloop van het rapportagejaar te zijn opgenomen. Over de jaren daarna moet de informatie binnen 15 maanden na afloop van het rapportagejaar in het register te zijn opgenomen.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Emissieregistratie


    Publicatie(s) en website(s)
    Datawarehouse, Emissieregistratie (www.emissieregistratie.nl > emissietabel)
    Lees meer >>

      Monitoring ecologische effecten van offshore olie- en gaswinning + rapportage
    Nummer: 275


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks?


    Details inhoud
    TE MONITOREN EN TE RAPPORTEREN:

    Monitoring bestaat uit 2 delen: sediment en water
    1. Sediment
    Er dienen meetstations op verschillende afstanden van de boorinstallatie te worden geplaatst. Daar dienen te volgende zaken te worden gemeten:
    -korrelgrootte distributie,
    -TOC (total organic carbon),
    -koolwaterstoffen en synthetische drilling fluids (THC (totaal gehalte koolwaterstoffen) en indien THC hier aanleiding toegeeft: PAK's, NPD (naftaleen, fenantreen/antraceen, dibenzothiofeen en C1-C3-alkyl-homologen) en decalines (C5-C8 alkyl-decalines),
    -zware metalen (Ba, Cd, Cr, Pb, Cu, Hg, Zn, Al, Li),
    -bentische macrofauna

    2. Water
    Het gaat om de ecologische effecten op vissen en mossels, bijvoorbeeld op blauwe mosselen en kabeljauw.
    Bij vis moeten de volgende parameters worden gemeten:
    - conditie, lever, gewicht geslachtsklieren,
    - diverse parameters van de lever, bloedplasma, rode bloedlichaampjes, spieren en gal.
    Bij mossels:
    - diverse parameters van de hepatopancreas en hematocytes,
    - PAK's concentratie,
    - vetgehalte,
    - zware metalen (cadmium, kwik en lood).
    Overige informatie
    Dit monitoringprogramma is nog in ontwikkeling en maakt deel uit van het OSPAR Joint Assessment and Monitoring Programme (JAMP, zie verplichting nr.174).

    In deze guidelines wordt weer doorverwezen naar andere guidelines.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring effecten van lozingen in bodem en grondwater op grondwaterkwaliteit + 3-jaarlijkse rapportage over uitvoering van Grondwaterrichtlijn
    Nummer: 298


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    De effecten van vergunde lozingen in bodem en/of grondwater op de grondwaterkwaliteit


    TE RAPPORTEREN:

    -thans vigerende nationale wetgeving teneinde het geraken van de stoffen van lijst I en lijst II in het grondwater te voorkomen,
    -informatie over diverse soorten vergunningen voor lozingen in bodem en/of grondwater (stortplaatsen, grondwateraanvullingen),
    -informatie over het overeenkomstig art. 13 ingevoerde monitoringssysteem.
    Overige informatie
    Er ligt een ontwerp voor een nieuwe Grondwaterrichtlijn, die als dochterrichtlijn onder de Kaderrichtlijn Water zal fungeren. Het referentienummer van het voorstel voor een nieuwe Grondwaterrichtlijn is: COM(2003)550


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring emissies en afval van bedrijven + jaarlijkse rapportage t.b.v. het Europese emissieregister E-PRTR
    Nummer: 300


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    1. De volgende gegevens van bedrijven waar één of meer in Bijlage I genoemde activiteiten plaatsvinden in een mate die de in Bijlage I capaciteitsdrempelwaarde overtreft:
    -emissies naar lucht, (afval)water en bodem van alle in Bijlage II van de Verordening genoemde verontreinigende stoffen,
    -de overbrenging van gevaarlijk afval van meer dan 2.000 kilo en/of 2.000.000 niet-gevaarlijk afval).

    2. Verder moeten de nader te bepalen emissies uit diffuse bronnen worden vastgesteld.


    Het gaat om de volgende categorieën bedrijven, met een productie boven een bepaalde drempelwaarde:
    -energiesector,
    -metaalindustrie,
    -minerale industrie (o.a. mijnbouw, cement, glas, delfstoffen, steen)
    -chemische industrie,
    -afval en afvalwaterbedrijven,
    -papier en houtindustrie,
    -intensieve dierhouderij (vee en vis),
    -voedingsmiddelenindustrie,
    -enkele overige sectoren (o.a. vezel- en textiel behandeling, leerlooierijen, verfspuiterijen, grafische industrie, scheepsbouw).

    Het gaat om emissies van 90 stoffen (86 zoals genoemd in het UNECE PRTR-protocol + 4 'extra') en om productie van meer dan 2 ton gevaarlijk en/of 2.000 ton niet-gevaarlijk afval.

    Het gaat om 60 stoffen naar de lucht (L), 65 naar het water (W) en 61 naar de bodem (B):

    -Methaan (L),
    -Koolmonoxide (CO) (L)
    -Kooldioxide (CO2) (L)
    -Fluorkoolwaterstoffen (HFK's) (L)
    -Distikstofoxide (N2O) (L)
    -Ammoniak (NH3) (L)
    -Andere vluchtige organische stoffen dan methaan (NMVOS) (L)
    -Stikstofoxiden (NOx/NO2) (L)
    -Perfluorkoolwaterstoffen (PFK's) (L)
    -Zwavelhexafluoride (SF6) (L)
    -Zwaveloxiden (SOx/SO2) (L)
    -Totaal stikstof (W,B)
    -Totaal fosfor (W,B)
    -Chloorfluorkoolwaterstoffen (HCFK's) (L)
    -Chloorfluorkoolstoffen (CFK's) (L)
    -Halonen (L)
    -Arseen en zijn verbindingen (als As) (L,W,B)
    -Cadmium en zijn verbindingen (als Cd) (L,W,B)
    -Chroom en zijn verbindingen (als Cr) (L,W,B)
    -Koper en zijn verbindingen (als Cu) (L,W,B)
    -Kwik en zijn verbindingen (als Hg) (L,W,B)
    -Nikkel en zijn verbindingen (als Ni) (L,W,B)
    -Lood en zijn verbindingen (als Pb) (L,W,B)
    -Zink en zijn verbindingen (als Zn) (L,W,B)
    -Alachloor (W,B)
    -Aldrin (L,W,B)
    -Atrazine (W,B)
    -Chlordaan (L,W,B)
    -Chloordecon (L,W,B)
    -Chloorfenvinfos (W,B)
    -Chlooralkanen, C10-C13 (W,B)
    -Chloorpyrifos (W,B)
    -DDT (L,W,B)
    -1,2-dichloorethaan (EDC) (L,W,B)
    -Dichloormethaan (DCM) (L,W,B)
    -Dieldrin (W,B) (L,W,B)
    -Diuron (W,B)
    -Endosulfaan (W,B)
    -Endrin (L,W,B)
    -Gehalogeneerde organische verbindingen (W,B)
    -Heptachloor (L,W,B)
    -Hexachloorbenzeen (HCB) (L,W,B)
    -Hexachloorbutadieen (HCBD)
    -1,2,3,4,5,6-hexachloorcyclohexaan (HCH) (L,W,B)
    -Lindaan (L,W,B)
    -Mirex (L,W,B)
    -PCDD+PCDF (dioxinen+furanen) (L,W,B)
    -Pentachloorbenzeen (L,W,B)
    -Pentachloorfenol (PCF) (L,W,B)
    -Polychloorbifenylen (PCB's) (L,W,B)
    -Simazine (W,B)
    -Tetrachloorethyleen (PER) (L)
    -Tetrachloormethaan (TCM) (L)
    -Trichloorbenzenen (TCB's) (L)
    -1,1,1-trichloorethaan (L)
    -1,1,2,2-tetrachloorethaan (L)
    -Trichloorethyleen (L)
    -Trichloormethaan (L)
    -Toxafeen (L,W,B)
    -Vinylchloride (L,W,B)
    -Antraceen (L,W,B)
    -Benzeen (L,W,B)
    -Gebromeerde difenylethers (PBDE) (W,B)
    -Nonylfenolethoxylaten (NP/NPE's) en verwante stoffen (W,B)
    -Ethylbenzeen (W,B)
    -Ethyleenoxide (L,W,B)
    -Isoproturon (W,B)
    -Naftaleen (L,W,B)
    -Organische tinverbindingen (als totaal Sn) (W,B)
    -Di(2-ethylhexyl)ftalaat (DEHP) (L,W,B)
    -Fenolen (als totaal C) (W,B)
    -Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) (L,W,B)
    -Tolueen (W,B)
    -Tributyltin en zijn verbindingen (W,B)
    -Trifenyltin en zijn verbindingen (W,B)
    -Totaal organisch koolstof (TOC) (als toaal C of COD) (W)
    -Trifluralin (W,B)
    -Xylenen (W,B)
    -Chloriden (as totaal Cl) (W,B)
    -Chloor en zijn anorganische verbindingen (als HCl) (L)
    -Asbest (L,W,B)
    -Cyaniden (als totaal CN) (W,B)
    -Fluoriden (als totaal F) (W,B)
    -Fluor en zijn anorganische verbindingen (als HF) (L)
    -Waterstofcyanide (HCN) (L)
    -Zwevende deeltjes (PM10) (Fijn stof) (L),
    Stoffen die niet voorkomen in het UNECE PRTR-Protocol:
    -Octylfenolen (W),
    -Fluorantheen (W),
    -Isodrin (W),
    -Hexabroombifenyl (L,W,B).

    De stoffen en sectoren van diffuse bronnen worden nog vastgesteld.


    TE RAPPORTEREN:

    Naast bovenstaande gegevens moeten diverse gegevens over het bedrijf worden gerapporteerd, verplicht (adresgegevens, stroomgebiedsdistrict) of facultatief (o.a. productievolume, aantal werknemers).
    Overige informatie
    Deze Verordening is een uitwerking van het UNECE PRTR-Protocol, zoals dat door o.a. Nederland en de Europese Unie is ondertekend (zie verplichting nr. 285). Deze Verordening met de bijbehorende verplichting vervangt de EPER-Beschikking 2000/479/EG (zie verplichting nr. 39).
    Zie ook verplichting nr. 301 (3-jaarlijkse rapportage over de uitvoering van de E-PRTR-Verordening).

    Contactpersoon bij Ministerie van Verkeer en Waterstaat -DG Water is Harm Oterdoom.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    TNO


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring emissies van asbest naar lucht en water
    Nummer: 154


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    -emissies van asbest naar de lucht en afvalwaterlozingen.


    TE RAPPORTEREN:

    De Europese Commissie heeft sinds 1997 niet meer om informatie gevraagd. In principe zou er over de uitvoering van deze richtlijn moeten worden gerapporteerd, in het kader van een verslag dat per sector wordt uitgebracht en dat ook de andere communautaire richtlijnen op dit gebied bestrijkt.
    Overige informatie
    De Europese Commissie heeft in 1997 voor het laatst om uitvoering van deze rapportageverplichting gevraagd. Daarna geen vragenlijsten meer verstuurd. Zou onderdeel moeten uitmaken van 3-jaarlijkse sectorale rapportage 'lucht' van Standaard-rapportage-richtlijn 91/692/EEG.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring emissies van bedrijven + (3-)jaarlijkse rapportage t.b.v het Europese Emissieregister EPER
    Nummer: 39


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN EN TE RAPPORTEREN:

    1. Emissies naar lucht en water van alle afzonderlijke inrichtingen voor elke verontreinigende stof waarvoor de drempelwaarde wordt overschreden;
    2. Een samenvattend verslag met de nationale totalen van alle gerapporteerde emissies voor elk van de broncategorieën met de belangrijkste activiteit.

    Het gaat om de volgende stoffen naar lucht (L) en water (W):
    -CH4 (L),
    -CO (L),
    -CO2 (L),
    -HFK's (L),
    -N2O (L),
    -NH3 (L),
    -NMVOS (L),
    -NOx als NO2 (L),
    -PFK's (L),
    -SF6 (L),
    -SOx als SO2 (L),
    -Stikstof — totaal als N (W),
    -Fosfor — totaal als P (W),

    -As en verbindingen totaal, als As (L, W),
    -Cd en verbindingen totaal, als Cd (L, W),
    -Cr en verbindingen totaal, als Cr (L, W),
    -Cu en verbindingen totaal, als Cu (L, W),
    -Hg en verbindingen totaal, als Hg (L, W),
    -Ni en verbindingen totaal, als Ni (L, W),
    -Pb en verbindingen totaal, als Pb (L, W),
    -Zn en verbindingen totaal, als Zn (L, W),

    -1,2-Dichloorethaan (DCE) (L, W),
    -Dichloormethaan (DCM) (L, W),
    -Chlooralkanen (C10-13) (W),
    -Hexachloorbenzeen (HCB) (L, W),
    -Hexachloorbutadieen (HCBD) (W),
    -Hexachloorcyclohexaan (HCH) (L, W),
    -Gehalogeneerde organische verbindingen als AOX (W),
    -PCDD + PCDF (dioxines + furanen) als TEQ (L),
    -Pentachloorfenol (PCP) (L),
    -Tetrachlooretheen (PER) (L),
    -Tetrachloormethaan (TCM) (L),
    -Trichloorbenzenen (TCB) (L),
    -1,1,1-Trichloorethaan (TCE) (L),
    -Trichlooretheen (TRI) (L),
    -Trichloormethaan (L),

    -Benzeen (L),
    -Benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen als BTEX (W),
    -Broomdifenylether (W),
    -Organische tinverbindingen als Sn totaal (W),
    -Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (L, W),
    -Fenolen als C totaal (W),
    -Organische koolstof totaal als C totaal (W),

    -Chloriden als Cl totaal (W),
    -Chloor en anorganische verbindingen als HCl (L),
    -Cyaniden als CN totaal (W),
    -Fluoriden als F totaal (W),
    -Fluor en anorganische verbindingen als HF (L),
    -HCN (L),
    -PM10 (L).
    Overige informatie
    Deze verplichting op grond van de EPER-Beschikking 2000/479/EG zal worden vervangen door de nieuwe E-PRTR-Verordening.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    TNO-MEP


    Publicatie(s) en website(s)
    EPER Report Detailed (per inrichting) en EPER Report National Overview (nationale totalen) (www.eionet.eu.int > cdr > netherlands > european pollutant emission register > national overview reports > national overview report)
    Lees meer >>
    EPER on-line databank (http://eper.cec.eu.int)
    Lees meer >>

      Monitoring grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren
    Nummer: 274


    Rapportagefrequentie
    Geen rapportageverplichting


    Details inhoud
    TE MONITOREN:
    - emissies en vergunde lozingen in grensoverschrijdende wateren,
    - de waterkwaliteit - en kwantiteit van grensoverschrijdende wateren.

    TE RAPPORTEREN:
    Er hoeft geen informatie aan UNECE te worden gerapporteerd. Er moet wel informatie worden gerapporteerd aan de Schelde-, Maas- en Rijncommissie.
    Overige informatie
    Dit verdrag bepaalt dat landen moeten samenwerken bij de bescherming van de kwaliteit van grensoverschrijdende rivieren en internationale meren. Hiertoe zijn onder andere het Scheldeverdrag en het Maasverdrag gesloten. Voor de Rijn bestond al een dergelijk samenwerkingsverdrag. De monitoring- en rapportageverplichtingen zijn verder uitgewerkt in de betreffende verdragen.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring grondwaterkwaliteit + 6-jaarlijkse rapportage van de stroomgebiedbeheersplannen
    Nummer: 299


    Rapportagefrequentie
    6-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    1. De kwantitatieve toestand van grondwater [hier verder buiten beschouwing gelaten],
    2. De chemische toestand van grondwater.

    De parameters inzake de chemische toestand van grondwater:
    -zuurstofgehalte,
    -pH-waarde,
    -geleidbaarheid,
    -concentraties van verontreinigende stoffen. Alleen indien een stof ertoe bijdraagt dat een grondwaterlichaam het risico loopt niet de doelstellingen van art. 4 van de KRW te bereiken, dient deze stof te worden gemonitord in het operationele monitoringprogramma (minstens jaarlijks). Het gaat om de volgende stoffen:
    -nitraten,
    -actieve ingrediënten van pesticiden,
    -ammonium,
    -arsenicum,
    -cadmium,
    -chloride,
    -lood,
    -kwik,
    -sulfaat,
    -trichlooretheen,
    -tetrachlooretheen.


    TE RAPPORTEREN:

    Stroomgebiedsbeheersplannen dienen de volgende elementen te omvatten:
    1. Een algemene beschrijving van de kenmerken van het stroomgebiedsdistrict zoals voorgeschreven in artikel 5 en bijlage II. Deze moet bevatten:
    1.2. voor grondwater:
    — kaarten met de ligging en de grenzen van de grondwaterlichamen;
    2. een overzicht van de significante belastingen en effecten van menselijke activiteiten op de toestand van oppervlakte- en grondwater, met inbegrip van:
    — een raming van de verontreiniging door puntbronnen;
    — een raming van de verontreiniging door diffuse bronnen, met inbegrip van een overzichtvan het bodemgebruik;
    — een raming van de druk op de kwantitatieve toestand van het water, met inbegrip van onttrekkingen;
    — een analyse van de andere gevolgen van menselijke activiteiten op de watertoestand;
    3. vermelding en kaarten van beschermde gebieden zoals voorgeschreven
    in artikel 6 en bijlage IV;
    4. een kaartvan de voor de doeleinden van artikel 8 en bijlage V
    gevormde monitoringsnetwerken en een presentatie in kaartvorm van de resultaten van de monitoringsprogramma's die uit hoofde van die bepalingen zijn uitgevoerd voor de toestand van:
    4.2. grondwater (chemisch en kwantitatief);
    4.3. beschermde gebieden;
    5. een lijst van de overeenkomstig artikel 4 vastgestelde milieudoelstellingen voor oppervlaktewateren, grondwater en beschermde gebieden, met inbegrip van in het bijzonder aanduiding van de gevallen waarin gebruik is gemaaktvan artikel 4, leden 4, 5, 6 en 7, en de overeenkomstig dat artikel voorgeschreven, daarmee verband houdende informatie;
    6. een samenvatting van de economische analyse van het watergebruik
    zoals voorgeschreven in artikel 5 en bijlage III;
    7. een samenvatting van het overeenkomstig artikel 11 vastgestelde maatregelenprogramma, met inbegrip van de wijze waarop de overeenkomstig artikel 4 vastgestelde doelstellingen daardoor moeten worden bereikt;
    7.1. een samenvatting van de maatregelen die vereist zijn om de communautaire waterbeschermingswetgeving toe te passen;
    7.2. een verslag over de praktische stappen en maatregelen die zijn genomen om het beginsel van de terugwinning van de kosten van watergebruik in overeenstemming met artikel 9 toe te passen;
    7.3. een samenvatting van de maatregelen die zijn genomen om aan de voorschriften van artikel 7 te voldoen;
    7.4. een samenvatting van de beheersingsmaatregelen voor wateronttrekking en -opstuwing, met inbegrip van een verwijzing naar de registers en vermelding van de gevallen waarin vrijstelling is verleend overeenkomstig artikel 11, lid 3, onder e);
    7.5. een samenvatting van de beheersingsmaatregelen welke zijn vastgesteld voor puntbronlozingen en andere activiteiten die de
    watertoestand beïnvloeden, in overeenstemming met artikel 11, lid 3,
    onder g) en i);
    7.6. aanduiding van de gevallen waarin toestemming is verleend voor directe lozing in grondwater, in overeenstemming met artikel 11, lid 3, onder j);
    7.7. een samenvatting van de in overeenstemming met artikel 16 in verband met prioritaire stoffen genomen maatregelen;
    7.8. een samenvatting van de ter voorkoming of beperking van de gevolgen van accidentele verontreiniging genomen maatregelen;
    7.9. een samenvatting van de maatregelen volgens artikel 11, lid 5, voor waterlichamen die waarschijnlijk de doelstellingen van artikel 4 niet kunnen bereiken;
    7.10. nadere gegevens over de bijkomende maatregelen die noodzakelijk
    worden geacht om de vastgestelde milieudoelstellingen te bereiken;
    7.11. nadere gegevens over de maatregelen in overeenstemming met artikel 11, lid 6, om toename van de verontreiniging van mariene wateren te voorkomen;
    8. een register van alle meer gedetailleerde programma's en beheersplannen voor het stroomgebiedsdistrict, die betrekking hebben op specifieke deelstroomgebieden, sectoren, aangelegenheden of watertypen, alsmede een samenvatting daarvan;
    9. een samenvatting van de maatregelen inzake voorlichting en raadpleging van het publiek, de resultaten daarvan alsmede de
    planwijzigingen die daarvan hetgevolg zijn;
    10. een lijst van de bevoegde autoriteiten in overeenstemming met bijlage I;
    11. de contactpunten en procedures om de achtergronddocumentatie en de in artikel 14, lid 1, bedoelde informatie te verkrijgen, met name nadere gegevens over de in overeenstemming met artikel 11, lid 3, onder g)
    en i), vastgestelde beheersingsmaatsregelen en de in overeenstemming
    met artikel 8 en bijlage V verzamelde concrete monitoringsgegevens.
    B. De eerste bijwerking van het stroomgebiedsbeheersplan en alle volgende bijwerkingen dienen daarenboven in te houden:
    1. een samenvatting van alle veranderingen of actualiseringen sinds de publicatie van de vorige versie van het stroomgebiedsbeheersplan, met een samenvatting van de herzieningen die overeenkomstig artikel 4, leden 4, 5, 6 en 7, dienen te gebeuren;
    2. een beoordeling van de vooruitgang die is geboekt bij het bereiken van de milieudoelstellingen, met een presentatie in kaartvorm van de monitoringsresultaten voor de door het vorige plan bestreken periode, en een verklaring voor de milieudoelstellingen die niet zijn bereikt;
    3. een samenvatting en verklaring van eventuele maatregelen die waren opgenomen in de vroegere versie van het stroomgebiedsbeheersplan en die niet zijn uitgevoerd;
    4. een samenvatting van alle aanvullende tussentijdse maatregelen die overeenkomstig artikel 11, lid 5, zijn vastgesteld sedert de publicatie van de vorige versie van het stroomgebiedsbeheersplan.
    Overige informatie
    Deze verplichting is een nadere uitwerking van verplichting nr. 287 (Diverse monitoring- en rapportageverplichtingen op grond van de Kaderrichtlijn Water)


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring kwaliteit open zwemwater + jaarlijkse rapportage
    Nummer: 290


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    De kwaliteit van open zwemwater (zoet en zout), vanaf 2 weken voorafgaand aan het badseizoen.
    De volgende parameters moeten worden gemeten:

    1. totale colibacteriën,
    2. fecale colibacteriën,
    3. doorzichtigheid,
    4. teerachtige residuen; drijvende stoffen zoals hout, plastics, flessen of recipiënten van glas, plastic, rubber of enig andere stof; scherven of splinters.

    De volgende stoffen hoeven alleen te worden gemeten indien 'uit een onderzoek [bijv. controle op zicht of reuk] in de badzone de mogelijke aanwezigheid van deze stoffen of een vermindering van de kwaliteit van het water blijkt'
    -fecale streptokokken,
    -salmonella,
    -virus,
    Fysich-chemische parameters:
    -pH,
    -kleuring,
    -minerale oliën,
    -oppervlakte-actieve stoffen die reageren op methyleenblauw,
    -fenol,
    -opgeloste zuurstof,
    -ammoniak (indien neiging tot eutrofiëring),
    -kjeldahl-stikstof (indien neiging tot eutrofiëring),
    Andere stoffen die beschouwd worden als verontreinigingsgetallen:
    -pesticiden (parathion, HCH, dieldrin),
    -zware metalen zoals arsenicum, cadmium, chroom IV, lood en kwik,
    -cyaniden,
    -nitraten en fosfaten (indien neiging tot eutrofiëring).


    TE RAPPORTEREN:


    1. Gegevens over de geografische ligging:
    -code,
    -regio,
    -provincie,
    -gemeente,
    -naam van het zwemwater,
    -geografische coördinaten,
    2. Gegevens over de zwemwaterkwaliteit:
    -begin badseizoen,
    -einde badseizoen,
    -aantal monsters,
    -water met tijdelijk zwemverbod,
    3. Gegevens over parameters:
    -aantal malen dat bepaalde parameter is bepaald,
    -aantal meetresultaten dat de imperatieve waarde is overschreden,
    -aantal meetresultaten dat de nationale norm werd overschreden,
    -aantal meetresultaten dat de richtwaarde werd overschreden,
    -frequentie van de bepalingen (Y = ten minste iedere 14 dagen, N = minder vaak),
    4. Aanvullende informatie:
    -Overzicht van de analytische methode(s) die worden gebruikt om de naleving van de richtlijn te controleren,
    -Bondige omschrijving van de saneringsprogramma's voor zwemwateren die momenteel niet aan de imperatieve waarden van de richtlijn voldoen, met inbegrip van een tijdschema voor de maatregelen en een opgave van de nodige investeringen.

    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS

    Publicatie(s) en website(s)
    Bating water quality - Annual report, European Commission (www.europa.eu.int > nl > instellingen – europese commissie > beleidsterreinen – water – zwemwaterrichtlijn > report)
    Lees meer >>


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring kwaliteit van oppervlaktewater bestemd voor drinkwater + 3-jaarlijkse rapportage
    Nummer: 289


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    De kwaliteit van het oppervlaktewater bestemd voor drinkwater. De volgende parameters dienen te worden gemeten:

    -pH,
    -kleuring,
    -totale hoeveelheid gesuspendeerde materie,
    -temperatuur,
    -soortelijk geleidingsvermogen,
    -geur,
    -nitraten,
    -fluoriden,
    -extraheerbaar totaal organisch chloor,
    -opgelost ijzer,
    -mangaan,
    -koper,
    -zink,
    -borium,
    -beryllium,
    -kobalt,
    -nikkel,
    -vanadium,
    -arsenicum,
    -cadmium,
    -chroom totaal,
    -lood,
    -selenium,
    -kwik,
    -barium,
    -cyanide,
    -sulfaten,
    -chloriden,
    -oppervlaktestoffen (reagerend op methyleenblauw),
    -fosfaten,
    -fenolen (fenolgetal) para-nitraniline 4 amino-antipyrine,
    -geëmulgeerde of opgeloste koolwaterstoffen,
    -polycyclische aromatische koolwaterstoffen,
    -pesticiden - totaal (parathoin, HCH, dieldrin),
    -COD (chemische zuurstofbehoefte),
    -verzadigingspercentage in opgeloste zuurstof,
    -BOD (biochemische zuurstofverbruik),
    -kjeldahl-stikstof,
    -ammonium,
    -met chloroform extraheerbare stoffen,
    -organisch koolstof otaal,
    -residuele organische koolstof na uitvlokking en filtratie op membraan,
    -totale colibateriën,
    -faecale colibacteriën,
    -faecale streptokokken,
    -salmonella's.


    TE RAPPORTEREN:

    1. Indien nodig: informatie over wateren waarvoor een actieplan overeenkomstig artikel 4.2 van Richtlijn 75/440 is opgesteld:
    a) Geografische ligging van het oppervlaktewater,
    b) Parameter(s) waarvoor een verbetering noodzakelijk is,
    c) Nagestreefde kwaliteitsdoelstellingen,
    d) Saneringsprogramma met inbegrip van tijdschema, geplande maatregelen en investeringen.

    2. Indien nodig: informatie over beheersplannen overeenkomstig artikel 4, lid 3 van Richtlijn 75/440 .
    a) Geografische ligging van het oppervlaktewater,
    b) Parameter(s) waarvoor een overschrijding is geconstateerd,
    c) Waterzuiveringsprocédé dat wordt of zal worden toegepast,
    d) Saneringsprogramma dat een eind moet maken aan de overschrijding(en), met inbegrip van tijdschema, geplande maatregelen en investeringen.

    3. Indien nodig: informatie over afwijkingen overeenkomstig artikel 8van Richtlijn 75/440:
    a) Naam en geografische ligging van het oppervlaktewater,
    b) Parameter(s) waarop de afwijking betrekking heeft,
    c) Duur van de afwijking met inbegrip van begin- en einddatum,
    d) Beknopte motivering van de afwijking.

    4. Behalve de hierboven genoemde gegevens dienen de Lid-Staten ook informatie te verstrekken over de wetgeving die zij ter uitvoering van Richtlijn 75/440 hebben ingevoerd.

    5. Een overzicht van de wetgeving die ter uitvoering van de Richtlijn 79/869/EEG is vastgesteld.

    6. Voor elke parameter:
    a) meetmethode,
    b) CEN-, ISO-nummer of andere standaardmethode indien toegepast,
    c) "range" (minima en maxima) voor de jaarfrequentie voor bemonsteringen en analyses.
    Overige informatie
    Deze richtlijnen worden op 22 december 2007 ingetrokken i.v.m. de Kaderrichtlijn Water.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS


    Publicatie(s) en website(s)


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring kwaliteit van wateren die zijn aangewezen als schelpdierwateren + 3-jaarlijkse rapportage
    Nummer: 292


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    De waterkwaliteit van de aangewezen wateren. De frequentie per stof staat aangegeven in Bijlage I van de richtlijn. De volgende parameters dienen in principe te worden gemeten:
    -pH,
    -temperatuur,
    -kleuring na filtering,
    -gesuspendeerde stoffen,
    -saliniteit,
    -verzadigingspercentage aan opgeloste zuurstof,
    -koolwaterstoffen op oliebasis,
    -gehalogeneerde organische stoffen,
    -zilver,
    -arsenicum,
    -cadmium,
    -chroom,
    -koper,
    -kwik,
    -nikkel,
    -lood,
    -zink,
    -fecale colibacteriën,
    -stoffen die de smaak van het schelpdier beïnvloeden,
    -saxitaxine (geproduceerd door dinoflagelaten).


    TE RAPPORTEREN:

    -totaal aantal aangewezen wateren,
    -informatie over grenswaarden,
    -grenswaarden (I-waarden en G-waarden),

    Informatie over elk aangewezen water:
    -regio,
    -naam van het water,
    -omvang van het water (bijv. in de vorm van een kaart),
    -datum van de aanwijzing.

    Informatie over de naleving van de richtlijn per aangewezen water:
    -naleving ja/nee,
    -bewaakte parameters,
    -gereduceerde bemonsteringsfrequentie,
    -I-waarde niet overschreden,
    -naleving van G-waarden,
    -afwijkingen toegestaan,
    -bijkomende parameters,
    -bewaakte parameters,
    -gereduceerde bemonsteringsfrequentie,
    -I-waarde niet overschreden,
    -naleving van G-waarden,
    -afwijkingen toegestaan,
    -oorzaken van niet-naleving,
    -reden van de afwijkingen,
    -voorziene maatregelen die zijn opgenomen in de saneringsprogramma's.
    Overige informatie
    De richtlijn schelpdierwater is in de Nederlandse wetgeving vormgegeven in het Besluit “Kwaliteitsdoelstellingen en metingen oppervlaktewater” Deze gebieden zijn destijds in het Rijkswaterkwaliteitsplan 1986 voor de eerste maal aangewezen en later opgenomen in de beheersplannen voor de Rijkswateren. De aangewezen schelpdierwateren in het huidige Beheersplan Rijkswateren 2001-2004 zijn de Waddenzee en de zoute Delta. In de zoute Delta zijn het de Oosterschelde, Westerschelde, Voordelta en het Grevelingenmeer.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS


    Publicatie(s) en website(s)


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring kwaliteit van wateren die zijn aangewezen als viswateren + 3-jaarlijkse rapportage

    Nummer: 291


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    De waterkwaliteit van wateren die zijn aangewezen als wateren voor zalm- en karperachtigen. De meetfrequentie per stof staat in Bijlage I van de richtlijn. De volgende parameters dienen in principe te worden gemeten, tenzij er geen enkele verontreiniging is:
    -temperatuur,
    -opgeloste zuurstof,
    -pH,
    -gesuspendeerde stoffen,
    -DBO/BZV (biologisch zuurstofverbruik),
    -totaal fosfaat,
    -nitrieten,
    -fenolverbindingen,
    -koolwaterstoffen op oliebasis,
    -niet-geïoniseerde ammoniak,
    -totaal ammonium,
    -totaal residueel chloor (HOCl),
    -totaal zink,
    -opgelost koper.


    TE RAPPORTEREN:

    -totaal aantal water voor zalmachtigen en aantal wateren voor karperachtigen,
    -totale lengte van de aangewezen wateren voor z.a. en k.a.,
    -totale oppervlakte van de wateren voor z.a. en k.a.,
    -aantal wateren die voldoen,
    -totale lengte van de waterlopen die voldoen,
    -totale oppervlakte van de meren die voldoen,
    -informatie over grenswaarden,
    -grenswaarden,

    Informatie over elk aangewezen water:
    -regio,
    -naam van de waterloop,
    -naam van het meer,
    -omvang van het water (bijv. in de vorm van een kaart),
    -oppervlakte,
    -watertype,
    -datum van de aanwijzing.

    Informatie over de naleving van de richtlijn per aangewezen water:
    -naleving ja/nee,
    -bewaakte parameters,
    -gereduceerde bemonsteringsfrequentie,
    -I-waarde niet overschreden,
    -naleving van G-waarden,
    -afwijkingen toegestaan,
    -bijkomende parameters,
    -bewaakte parameters,
    -gereduceerde bemonsteringsfrequentie,
    -I-waarde niet overschreden,
    -naleving van G-waarden,
    -afwijkingen toegestaan,
    -oorzaken van niet-naleving,
    -reden van de afwijkingen,
    -voorziene maatregelen die zijn opgenomen in de saneringsprogramma's.


    Overige informatie
    De richtlijn voor de bescherming van de kwaliteit van zoet water voor het leven van vissen heeft bij de inwerkingtreding geleid tot het aanwijzen van wateren voor zalm- en karperachtigen. In het verleden zijn deze wateren aangewezen in de beheersplannen voor de Rijkswateren en provinciale waterhuishoudingsplannen. In het huidige Beheersplan Rijkswateren 2001-2004 zijn alle zoete rijkswateren opgenomen als water voor karperachtigen en alleen de Grensmaas als water voor zalmachtigen In de meest recente provinciale waterhuishoudingsplannen komt deze aanwijzing niet meer voor. De huidige MTR-normen zijn namelijk strenger dan de waterkwaliteitsnormen behorend bij de wateren voor zalm- en karperachtigen. Door de strengere huidige norm en de strengere KRW basiskwaliteitsnormen zijn de wateren voor zalm- en karperachtigen niet opgenomen in het Register Beschermde Gebieden KRW Nederland.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst


    Publicatie(s) en website(s)


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring kwaliteit zoet oppervlaktewater op 13 plaatsen + jaarlijkse rapportage
    Nummer: 288


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    Op de volgende plaatsen dient de waterkwaliteit te worden gemeten:

    1. De Bovenrijn, bij Lobith,
    2. De IJssel, bij Kampen,
    3. De Boven-Merwede, bij Vuren,
    4. De Lek, bij Hagestein,
    5. De Oude Maas, bij Puttershoek (OM 42),
    6. De Nieuwe Maas, bij eiland Brienenoord (NM 34),
    7. De Maas, bij Eijsden,
    8. De Maas, bij Lith,
    9. De Bergse Maas, bij Keizersveer,
    10. Het Haringvliet, bij de Haringvlietbrug,
    11. Het Haringvliet, bij de Haringvlietdam,
    12. Het Ketelmeer, bij de Ketelbrug,
    13. Het IJsselmeer, bij het zwaartepunt van het IJsselmeer (IJ 23).

    Het gaat om de volgende parameters:
    Fysische parameters:
    -Debiet,
    -Temperatuur,
    -pH,
    -Geleidingsvermogen bij 20 C.
    Chemische parameters:
    -Chloride,
    -Nitraat,
    -Ammonium,
    -Opgeloste zuurstof,
    -BOD / BZV (biologisch zuurstofverbruik),
    -COD / CZV (chemisch zuurstofverbuik),
    -Fosfor totaal,
    -Oppervlakteactieve stoffen die op methyleenblauwalgen reageren,
    -Cadmium totaal,
    -Kwik,
    Micro-biologische parameters:
    -Faecale colibacteriën,
    -Faecale streptokokken,
    -Salmonella's,
    Biologische parameters:
    -Biologische kwaliteit (voor zover deze meting wordt verricht).


    Normaal gesproken dienen de metingen maandelijks plaats te vinden. Indien een lidstaat heeft vastgesteld dat de waterkwaliteit geen significante verandering voor wat betreft de waarde van een of meer parameters heeft ondergaan, kan de monsternemings- en meetfrequentie voor deze parameter of parameters worden verlaagd.


    TE RAPPORTEREN:

    -Bovenstaande meetresultaten,
    -Beschrijving van de methoden die worden toegepast bij het nemen en conserveren van monsters en het verrichten van metingen, alsmede de frequentie van de monsternemingen,
    -eventuele wijzigingen in de meetfrequentie.
    Overige informatie
    Deze beschikking wordt op 22 december 2007 ingetrokken.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS


    Publicatie(s) en website(s)


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring kwaliteit zoete oppervlaktewateren die in beheer zijn bij het Rijk + diverse rapportageverplichtingen
    Nummer: 308


    Rapportagefrequentie
    O.a. jaarlijks (zie bij 'te rapporteren informatie')


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    1. In oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater:

    -Zuurgraad,
    -Kleurintensiteit,
    -Gesuspendeerde stoffen,
    -Temperatuur,
    -Geleidingsvermogen voor elektriciteit,
    -Geurverdunningsfactor,
    -Nitraat,
    -Fluoride,
    -Sulfaat,
    -Chloride,
    -Natrium,
    -IJzer opgelost,
    -Mangaan,
    -Boor,
    -Koper,
    -Zink,
    -Beryllium,
    -Arseen,
    -Cadmium,
    -Chroom,
    -Lood,
    -Seleen,
    -Kwik,
    -Barium,
    -Cyanide,
    -Met waterdamp vluchtige fenolen,
    -Minerale olie,
    -Oppervlakte-actieve stoffen die reageren met methyleen-blauw,
    -Polycyclische aromatische koolwaterstoffen,
    -Extraheerbaar organisch gebonden chloor,
    -Vluchtig organisch gebonden chloor,
    -Organochloor-pesticiden totaal,
    Organochloor-pesticiden per afzonderlijke stof:
    -aldrin,
    -dieldrin,
    -endrin,
    -heptachloorepoxide,
    -dichloordifenyl-trichloorethaan,
    -dichloordifenyl-dichloorethaan,
    -dichloordifenyl-dichloooretheen,
    -hexachloorbenzeen,
    -α-hexachloorcyclohexaan,
    -γ-hexachloorcyclohexaan,
    -Overige bestrijdingsmiddelen en hun belangrijkste afbraakprodukten per afzonderlijke stof,
    -Overige bestrijdingsmiddelen en hun belangrijkste afbraakprodukten totaal,
    -Fosfaat,
    -Organisch gebonden stikstof,
    -Ammonium,
    -Biochemisch zuurstofverbruik,
    -Chemisch zuurstofverbruik,
    -Zuurstof opgelost,
    -Algen biomassa,
    -Thermotolerante bacteriën van de coli-groep,
    -Faecale streptococcen,
    -Salmonellae.

    De voorgeschreven frequentie verschilt per parameter, is afhankelijk van de eerder gemeten waarden en ligt tussen de 12 en 1 maal per jaar.


    2. In zwemwater:

    -bacteriën van de coligroep,
    -thermotolerante bacteriën van de coligroep,
    -doorzicht,
    -zuurgraad,
    -kleur,
    -geur,
    -schuim,
    -olie,
    -vuil,
    -faecale streptokokken,
    -salmonellae,
    -entero-virussen,
    -met waterdamp vluchtige fenolen,
    -minerale olie,
    -oppervlakte-actieve stoffen die reageren met methyleen-blauw,
    -zuurstof opgelost,
    -organochloor- en fosforpesticiden,
    -metalen en cyanide.

    De voorgeschreven frequentie verschilt per parameter, is afhankelijk van de eerder gemeten waarden en ligt tussen de 11 maal per jaar en indien nodig.

    Voorts dient er eenmaal per badseizoen onderzoek te worden verricht naar de omstandigheden in de omgeving van de plaats waar het zwemwater zich bevindt en die van invloed zijn of kunnen zijn op de kwaliteit van het zwemwater. Het in de eerste volzin bedoelde onderzoek dient in ieder geval het aantal, de aard en de omvang van de lozingen die van invloed zijn of kunnen zijn op de kwaliteit van het zwemwater te betreffen.


    3. In water voor zalmachtigen en water voor karperachtigen:

    -zuurgraad,
    -temperatuur,
    -gesuspendeerde stoffen,
    -smaak (indien nodig),
    -olie,
    -fosfaat,
    -ammonium,
    -biochemisch zuurstofverbruik,
    -zuurstof opgelost,
    -ammoniak,
    -residueel chloor (indien nodig),
    -nitriet,
    -koper,
    -zink.

    De voorgeschreven frequentie verschilt per parameter, is afhankelijk van de eerder gemeten waarden en ligt tussen de 12 en 1 maal per jaar.


    4. In schelpdierwater:

    -zuurgraad,
    -temperatuur,
    -kleurintensiteit,
    -gesuspendeerde stoffen,
    -saliniteit,
    -olie,
    -geur (indien nodig),
    -smaak (indien nodig),
    -thermotolerante bacteriën van de coli-groep,
    -zuurstof opgelost,
    gehalogeneerde organische stoffen en metalen:
    -arseen,
    -cadmium,
    -chroom,
    -koper,
    -kwik,
    -lood,
    -nikkel,
    -zilver,
    -zink.

    De voorgeschreven frequentie verschilt per parameter, is afhankelijk van de eerder gemeten waarden en ligt tussen de 12 en 1 maal per jaar.


    TE RAPPORTEREN:

    Algemeen (aan de Minister van VROM en aan de Minister van Verkeer en Waterstaat):
    -Informatie over in hoeverre de verschillende parameters aan de kwaliteitsdoelstellingen voldoen.


    Aanvullend:

    1. De meetgegevens m.b.t. oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater dienen zo spoedig mogelijk aan de betrokken waterleidingbedrijven te worden gezonden.

    2. De meetgegevens m.b.t. zwemwater dienen zo spoedig mogelijk te worden gezonden aan:
    -de houder van de badinrichting, ingeval het onderzoek betrekking heeft op het water van een badinrichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden;
    -gedeputeerde staten van de provincie waarin dat water is gelegen, ingeval het onderzoek betrekking heeft op oppervlaktewater onder beheer van het Rijk.

    3. De meetgegevens m.b.t. schelpdierwater dienen zo spoedig mogelijk aan het Produktschap voor Vis en Visprodukten te worden gezonden.
    Overige informatie
    Zie ook verplichting nr. 309 (verplichting voor Waterschappen)


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS

    Publicatie(s) en website(s)


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring kwaliteit zoete oppervlaktewateren die niet in beheer zijn bij het Rijk + diverse rapportageverplichtingen
    Nummer: 309


    Rapportagefrequentie
    O.a. jaarlijks (zie bij 'te rapporteren informatie')


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    1. In oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater:

    -Zuurgraad,
    -Kleurintensiteit,
    -Gesuspendeerde stoffen,
    -Temperatuur,
    -Geleidingsvermogen voor elektriciteit,
    -Geurverdunningsfactor,
    -Nitraat,
    -Fluoride,
    -Sulfaat,
    -Chloride,
    -Natrium,
    -IJzer opgelost,
    -Mangaan,
    -Boor,
    -Koper,
    -Zink,
    -Beryllium,
    -Arseen,
    -Cadmium,
    -Chroom,
    -Lood,
    -Seleen,
    -Kwik,
    -Barium,
    -Cyanide,
    -Met waterdamp vluchtige fenolen,
    -Minerale olie,
    -Oppervlakte-actieve stoffen die reageren met methyleen-blauw,
    -Polycyclische aromatische koolwaterstoffen,
    -Extraheerbaar organisch gebonden chloor,
    -Vluchtig organisch gebonden chloor,
    -Organochloor-pesticiden totaal,
    Organochloor-pesticiden per afzonderlijke stof:
    -aldrin,
    -dieldrin,
    -endrin,
    -heptachloorepoxide,
    -dichloordifenyl-trichloorethaan,
    -dichloordifenyl-dichloorethaan,
    -dichloordifenyl-dichloooretheen,
    -hexachloorbenzeen,
    -α-hexachloorcyclohexaan,
    -γ-hexachloorcyclohexaan,
    -Overige bestrijdingsmiddelen en hun belangrijkste afbraakprodukten per afzonderlijke stof,
    -Overige bestrijdingsmiddelen en hun belangrijkste afbraakprodukten totaal,
    -Fosfaat,
    -Organisch gebonden stikstof,
    -Ammonium,
    -Biochemisch zuurstofverbruik,
    -Chemisch zuurstofverbruik,
    -Zuurstof opgelost,
    -Algen biomassa,
    -Thermotolerante bacteriën van de coli-groep,
    -Faecale streptococcen,
    -Salmonellae.

    De voorgeschreven frequentie verschilt per parameter, is afhankelijk van de eerder gemeten waarden en ligt tussen de 12 en 1 maal per jaar.


    2. In zwemwater:

    -bacteriën van de coligroep,
    -thermotolerante bacteriën van de coligroep,
    -doorzicht,
    -zuurgraad,
    -kleur,
    -geur,
    -schuim,
    -olie,
    -vuil,
    -faecale streptokokken,
    -salmonellae,
    -entero-virussen,
    -met waterdamp vluchtige fenolen,
    -minerale olie,
    -oppervlakte-actieve stoffen die reageren met methyleen-blauw,
    -zuurstof opgelost,
    -organochloor- en fosforpesticiden,
    -metalen en cyanide.

    De voorgeschreven frequentie verschilt per parameter, is afhankelijk van de eerder gemeten waarden en ligt tussen de 11 maal per jaar en indien nodig.

    Voorts dient er eenmaal per badseizoen onderzoek te worden verricht naar de omstandigheden in de omgeving van de plaats waar het zwemwater zich bevindt en die van invloed zijn of kunnen zijn op de kwaliteit van het zwemwater. Het in de eerste volzin bedoelde onderzoek dient in ieder geval het aantal, de aard en de omvang van de lozingen die van invloed zijn of kunnen zijn op de kwaliteit van het zwemwater te betreffen.


    3. In water voor zalmachtigen en water voor karperachtigen:

    -zuurgraad,
    -temperatuur,
    -gesuspendeerde stoffen,
    -smaak (indien nodig),
    -olie,
    -fosfaat,
    -ammonium,
    -biochemisch zuurstofverbruik,
    -zuurstof opgelost,
    -ammoniak,
    -residueel chloor (indien nodig),
    -nitriet,
    -koper,
    -zink.

    De voorgeschreven frequentie verschilt per parameter, is afhankelijk van de eerder gemeten waarden en ligt tussen de 12 en 1 maal per jaar.


    4. In schelpdierwater:

    -zuurgraad,
    -temperatuur,
    -kleurintensiteit,
    -gesuspendeerde stoffen,
    -saliniteit,
    -olie,
    -geur (indien nodig),
    -smaak (indien nodig),
    -thermotolerante bacteriën van de coli-groep,
    -zuurstof opgelost,
    gehalogeneerde organische stoffen en metalen:
    -arseen,
    -cadmium,
    -chroom,
    -koper,
    -kwik,
    -lood,
    -nikkel,
    -zilver,
    -zink.

    De voorgeschreven frequentie verschilt per parameter, is afhankelijk van de eerder gemeten waarden en ligt tussen de 12 en 1 maal per jaar.


    TE RAPPORTEREN:

    Algemeen (aan de Minister van VROM en aan de Minister van Verkeer en Waterstaat):
    -Informatie over in hoeverre de verschillende parameters aan de kwaliteitsdoelstellingen voldoen.


    Aanvullend:

    1. De meetgegevens m.b.t. oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater dienen zo spoedig mogelijk aan de betrokken waterleidingbedrijven te worden gezonden.

    2. De meetgegevens m.b.t. zwemwater dienen zo spoedig mogelijk te worden gezonden aan:
    -de houder van de badinrichting, ingeval het onderzoek betrekking heeft op het water van een badinrichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden;
    -gedeputeerde staten van de provincie waarin dat water is gelegen, ingeval het onderzoek betrekking heeft op oppervlaktewater onder beheer van het Rijk.

    3. De meetgegevens m.b.t. schelpdierwater dienen zo spoedig mogelijk aan het Produktschap voor Vis en Visprodukten te worden gezonden.
    Overige informatie
    Zie ook verplichting nr. 308 (verplichting voor Ministerie van Verkeer en Waterstaat)


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring luchtkwaliteit langs de kust i.v.m. depositities op zee + jaarlijkse rapportage.
    Nummer: 165


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    Vervuilende stoffen in neerslag en lucht.
    De volgende stoffen moeten verplicht in neerslag worden gemeten:
    1) Zware metalen:
    -arsenicum,
    -cadmium,
    -chroom,
    -koper,
    -lood,
    -kwik,
    -nikkel,
    -zink.
    2) persistent organic pollutants:
    -gamma-HCH3 (lindaan);
    3) nutriënten:
    -ammonium (NH4+);
    -nitraat (NO3-);

    Op vrijwillige basis:
    -De volgende POP's:
    de PCB's 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180;
    de volgende PAK's:
    -fenantreen,
    -antraceen,
    -fluorantheen,
    -pyreen,
    -benzo[a]antraceen,
    -chryseen,
    -benzo[a]pyreen,
    -benzo[ghi]peryleen,
    -indeno[1,2,3-cd]pyreen.

    In de lucht moet verplicht worden gemeten:
    Nutriënten: NO2, HNO3, NH3, NH4+, NO3-,

    Op vrijwillige basis:
    1) Zware metalen
    -arsenicum,
    -cadmium,
    -chroom,
    -koper,
    -lood,
    -kwik,
    -nikkel,
    -zink.

    2) Nutriënten
    -NO

    3) POP's:
    -gamma-HCH3 (lindaan);
    - de PCB's 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180;
    de volgende PAK's:
    -fenantreen,
    -antraceen,
    -fluorantheen,
    -pyreen,
    -benzo[a]antraceen,
    -chryseen,
    -benzo[a]pyreen,
    -benzo[ghi]peryleen,
    -indeno[1,2,3-cd]pyreen.

    TE RAPPORTEREN:

    De meetresultaten + een beschrijving van het meetstation, de locatie, de analysemethode, etc. (zie paragraaf 6.1 van het CAMP-programma).
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    RIVM


    Publicatie(s) en website(s)
    Comprehensive Atmospheric Monitoring Programme (CAMP) - Observations from N.E. Atlantic Coastal Stations, OSPAR Commission (www.ospar.org > english version > publications > search: 'camp')
    Lees meer >>

      Monitoring nitraatgehalte in grondwater + 4-jaarlijkse rapportage over uitvoering Nitraatrichtlijn
    Nummer: 297


    Rapportagefrequentie
    4-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    -nitraatgehalte in grondwater,
    -omvang van nitraatverontreiniging uit agrarische bronnen,
    -de doeltreffendheid van de actieprogramma's.


    TE RAPPORTEREN:

    1. Een uiteenzetting van het overeenkomstig artikel 4 gevoerde preventieve beleid.
    2. Een kaart waarop het volgende is aangegeven:
    a) de overeenkomstig artikel 3, lid 1, en bijlage I vastgestelde wateren, met voor elk water de vermelding welk van de criteria van bijlage I voor de vaststelling is gebruikt;
    b) [Niet van toepassing voor Nederland, Nederland heeft het gehele grondgebied aangewezen als kwetsbaar gebied] de ligging van de aangewezen kwetsbare zones, onderscheiden naar bestaande zones en zones die sinds het vorige verslag zijn aangewezen.
    3. [Niet van toepassing voor Nederland, Nederland heeft het gehele grondgebied aangewezen als kwetsbaar gebied] Een overzicht van de overeenkomstig artikel 6 verkregen controleresultaten, met inbegrip van een uiteenzetting van de overwegingen die hebben geleid tot de aanwijzing van elke kwetsbare zone of tot herziening of aanvulling van de lijstvan kwetsbare zones.
    4. Een overzicht van de overeenkomstig artikel 5 opgestelde actieprogramma's en metname van
    a) de krachtens artikel 5, lid 4, onder a) en b), vereiste maatregelen;
    b) de krachtens bijlage III, punt 4, vereiste informatie;
    c) eventuele aanvullende of verscherpte maatregelen ingevolge artikel 5, lid 5;
    d) een overzicht van de resultaten van de overeenkomstig artikel 5, lid 6, uitgevoerde controleprogramma's;
    e) de veronderstellingen van de Lid-Staat omtrent de vermoedelijke tijdschaal waarbinnen de maatregelen in het actieprogramma naar
    verwachting effect zullen sorteren in de overeenkomstig artikel 3, lid 1, vastgestelde wateren, met een indicatie van de onzekerheidsfactor in die veronderstellingen.
    Overige informatie
    Zie ook verplichting nr. 297 (Monitoring nitraat in oppervlaktewater, onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat)


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    RIVM


    Publicatie(s) en website(s)
    Uitvoering van Richtlijn 91/676/EEG van de Raad inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen, Europese Commissie (www.europa.eu.int > nl > instellingen – europese commissie > milieu > beleidsterreinen – water – verontreiniging door nitraat uit agrarische bronnen > report > nl)
    Lees meer >>

      Monitoring nitraatgehalte in oppervlaktewater + 4-jaarlijkse rapportage over uitvoering Nitraatrichtlijn
    Nummer: 296


    Rapportagefrequentie
    4-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    -nitraatgehalte in oppervlaktewater,
    -omvang van nitraatverontreiniging uit agrarische bronnen,
    -de doeltreffendheid van de actieprogramma's.


    TE RAPPORTEREN:

    1. Een uiteenzetting van het overeenkomstig artikel 4 gevoerde preventieve beleid.
    2. Een kaart waarop het volgende is aangegeven:
    a) de overeenkomstig artikel 3, lid 1, en bijlage I vastgestelde wateren, met voor elk water de vermelding welk van de criteria van bijlage I voor de vaststelling is gebruikt;
    b) [Niet van toepassing voor Nederland, Nederland heeft het gehele grondgebied aangewezen als kwetsbaar gebied] de ligging van de aangewezen kwetsbare zones, onderscheiden naar bestaande zones en zones die sinds het vorige verslag zijn aangewezen.
    3. [Niet van toepassing voor Nederland, Nederland heeft het gehele grondgebied aangewezen als kwetsbaar gebied] Een overzicht van de overeenkomstig artikel 6 verkregen controleresultaten, met inbegrip van een uiteenzetting van de overwegingen die hebben geleid tot de aanwijzing van elke kwetsbare zone of tot herziening of aanvulling van de lijstvan kwetsbare zones.
    4. Een overzicht van de overeenkomstig artikel 5 opgestelde actieprogramma's en metname van
    a) de krachtens artikel 5, lid 4, onder a) en b), vereiste maatregelen;
    b) de krachtens bijlage III, punt 4, vereiste informatie;
    c) eventuele aanvullende of verscherpte maatregelen ingevolge artikel 5, lid 5;
    d) een overzicht van de resultaten van de overeenkomstig artikel 5, lid 6, uitgevoerde controleprogramma's;
    e) de veronderstellingen van de Lid-Staat omtrent de vermoedelijke tijdschaal waarbinnen de maatregelen in het actieprogramma naar
    verwachting effect zullen sorteren in de overeenkomstig artikel 3, lid 1, vastgestelde wateren, met een indicatie van de onzekerheidsfactor in die veronderstellingen.
    Overige informatie
    Zie ook verplichting nr. 297 (Monitoring nitraat in grondwater, onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van VROM)


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    RIVM


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring t.b.v. het OSPAR Coordinated Environmental Monitoring Programme (CEMP) + jaarlijkse rapportage
    Nummer: 163


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN EN TE RAPPORTEREN:

    CEMP omvat meerdere monitoringonderdelen:
    1) Kwik, cadmium en lood in organismen (vis en mossels) en sedimenten;
    2) PCB's in organismen (vis en mossels) en sedimenten (PCB's: CB28, CB52, CB101, CB118, CB138, CB153, CB180);
    3) PAK's in organismen (mossels) en sedimenten (PAK's: antraceen, benzo(a)antraceen, benzo(ghi)peryleen, benzo(a)pyreen, chryseen, fluorantheen, indeno(1,2,3-cd)pyreen, pyreen, fenantreen);
    4) Nutriënten in zeewater (NH4-N; NO2-N; NO3-N; PO4-P; SiO4-Si, plus temperatuur en zoutgehalte) (jaarlijkse monitoring gedurende de winter);
    5) Directe and indirecte eutrofiëringseffecten (fytoplankton-chlorofyl; fytoplankton-soorten-compositie; macrofyten; zuurstof; bentische gemeenschappen);
    6) PAK- en metaal-specifieke biologische effecten;
    7) Gehalte organotins en effecten (TBT-specifieke biologische effecten, organotins in sedimenten);
    8) Algemene biologische effecten (algeheel sediment bio-onderzoek, sediment porie-water and afslib (elutriate) bio-onderzoek, water bio-onderzoek, CYP1a, lysosomale stabiliteit, lever neoplasma's (vrijwillig), extern zichtbare vis-aandoeningen (vrijwillig), reproductief succes bij vissen)
    Overige informatie
    CEMP is mede verplicht op grond van Art. 6 en Bijlage IV van de OSPAR Convention en is onderdeel van het 'Joint Assessment and Monitoring Programme' (JAMP, zie verplichting nr. 174).

    Voor de diverse monitoringonderdelen bestaan verschillende monitoring guidelines. Deze zijn te vinden op de OSPAR-website (www.ospar.org > monitoring and assessment > decisions, recommendations and other agreements): http://www.ospar.org/v_ospar/strategy.asp?v0=6&lang=1

    Het gaat om de volgende guidelines:
    - JAMP Guidelines for monitoring contaminants in biota (Agreement 1999-02),
    - JAMP Guidelines for monitoring contaminants in sediments (Agreement 2002-16),
    - JAMP Eutrophication monitoring guidelines - oxygen (Agreement 1997-03),
    - JAMP Eutrophication monitoring guidelines - nutrients (Agreement 1997-02),
    - JAMP Eutrophication monitoring guidelines - phytoplankton species composition (Agreement 1997-05),
    - JAMP Eutrophication monitoring guidelines - Chlorophyll a (Agreement 1997-04),
    - JAMP eutrophication monitoring guidelines - benthos (Agreement 1997-06),
    - JAMP Guidelines on Qulity Assurance for biological monitoring in the OSPAR area (Agreement 2002-15),
    - JAMP Guidelines for general biological effects (Agreement 1997-07),
    - JAMP Guidelines for contaminant-specific biological effects monitoring (Agreement 2003-10 + Agreement 2004-15).


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Diverse instanties


    Publicatie(s) en website(s)
    Diverse OSPAR-publicaties. Zie ook de overige OSPAR-verplichtingen in deze database. (www.ospar.org > english version > publications)


    Website: OSPAR
      Monitoring trekkende watervogels + 3-jaarlijkse rapportage over de uitvoering van de AEWA-overeenkomst
    Nummer: 216


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    De in Annex II opgenomen soorten trekvogels (235 soorten, anno 2005).


    TE RAPPORTEREN:

    -Gegevens van de nationale AEWA-autoriteit en cotactpersoon;
    -Overzicht van de implementatie van het Actie-Plan;
    -Informatie over soortenbescherming (wetgeving, maatregelen ter bescherming van een soort, noodmaatregelen, herintroductieprogramma's, wering van niet-inheemse soorten);
    -Informatie over habitat-bescherming (inventarisaties, beschermingsgebieden, natuurontwikkeling);
    -Informatie over het beheer van menselijke activiteiten (jagen, eco-toerisme, overige menselijke activiteiten);
    -Informatie over onderzoeks- en monitoringprogramma's;
    -Informatie over educatie en informatie (training, publiek bewustzijn)
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring van de implementatie en uitvoering van Agenda 21 (duurzame ontwikkeling) + 2-jaarlijkse rapportage
    Nummer: 214


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    Onder andere:
    - duurzame ontwikkeling in het algemeen,
    - de 'state of human resources development, economic and social conditions and trends',
    - de toestand van het milieu, middels jaarlijkse milieubeoordelingen, waarin de resultaten van verschillende overheidsdepartementen op het gebied van duurzame ontwikkeling worden gemeten,
    - luchtvervuiling,
    - milieukwaliteit en volksgezondheid,
    - effluentlozingen en emissies,
    - mariene vervuiling door schepen, m.n. illegale lozingen,
    - duurzaam gebruik van mariene levende voorraden,
    - zoet oppervlaktewater en grondwater,
    - gebruik van natuurlijke hulpbronnen,
    - deelname aan internationale waterkwaliteitmonitoring en programma's(GEMS/Water, UNEP EMINWA, FAO, RAMSAR Convention),
    - waterkwaliteit m.b.t. binnenlandse visserij,
    - puntbronnen en diffuse bronnen van vervuiling,
    - gebruik van chemicaliën in de landbouw,
    - klimaatverandering,
    - gebruik, transport en verwerking van giftige chemicaliën, gevaarlijke producten en afval,
    - afval in het algemeen.


    TE RAPPORTEREN:

    De rapportage bestaat uit drie delen:
    I: Contactinformatie (National Focal Point),
    II: Informatie over de implementatie van duurzame-ontwikkelingsbeleid (National Sustainable Development Strategies (NSDS)),
    III: Informatie over specifieke thema's m.b.t. duurzame ontwikkeling, afhankelijk welke thema's centraal staan in het 2-jaarlijkse werkprogramma van de UN Commission on Sustainable Development (CSD).

    Zie voor meer details de 2-jaarlijkse schriftelijke vragenlijst.
    Overige informatie
    Het doel van de rapportage is om landen die onvoldoende bezig zijn met het ontwikkelen en implementeren van beleid op het gebied van duurzame ontwikkeling (National Sustainable Development Strategies, NSDS) te stimuleren, en om de Commission on Sustainable Development (CSD) te voorzien van informatie t.b.v. het monitoren van de voortgang van duurzame ontwikkeling in de wereld.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)
    Diverse rapportages (www.un.org/esa/sustdev > national information)
    Lees meer >>

      Monitoring van de implementatie en uitvoering van de Convention on Biological Diversity + 4-jaarlijkse rapportage
    Nummer: 225


    Rapportagefrequentie
    4-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    -De componenten van biodiversiteit die belangrijk zijn voor de bescherming en duurzaam gebruik, de categorieën die in Annex I zijn genoemd in ogenschouw nemend. Bijzondere aandacht dient uit te gaan naar die componenten die urgente beschermingsmaatregelen verdienen en die componenten die de grootste potentie leveren voor duurzaam gebruik.
    -processen en activiteiten die (waarschijnlijk) een significante negatieve invloed hebben op de biodiversiteit.

    TE RAPPORTEREN:

    Informatie over de implementatie van de Convention on Biological Diversity. (Zeer uitgebreide rapportage. Vragenlijst voor 3e National Report bestaat uit 139 pagina's en 283 vragen.)
    Informatie over:
    -Lidstaat;
    -Prioriteiten, doelen en obstakels;
    -Implementatie van afzonderlijke artikelen van de Conventie;
    -Themagebieden;
    -Regionale activiteiten;
    -Commentaar op de vragenlijst.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van LNV


    Publicatie(s) en website(s)
    Diverse rapportages (www.biodiv.org > the convention > national reports > search all national reports)
    Lees meer >>

      Monitoring van de uitvoering van het Ramsar-Verdrag + 3-jaarlijkse rapportage
    Nummer: 237


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    Er is geen bepaling over monitoring in de RAMSAR-Convention opgenomen. Wel is er een Integrated Framework for Wetland Inventory, Assessment and Monitoring (IF-WIAM) opgesteld. Dit dient als monitoringhandleiding, en bevat geen 'harde' monitoringverplichtingen. Zie http://www.ramsar.org/cop9_dr01_annexe_e.doc

    TE RAPPORTEREN:

    In het 3-jaarlijkse 'National Report' moet gerapporteerd worden over:
    -Institutionele informatie;
    -Inventarisatie van wetlands;
    -Beleid en wetgeving, inclusief effectiviteitsmeting en evaluatie;
    -Integratie van verstandig gebruik van wetlands in duurzame ontwikkeling;
    -Herstel en ontwikkeling van wetlands;
    -Vestiging van vreemde soorten;
    -Lokale gemeenschappen, inheemse bevolking en culturele waarden;
    -Betrokkenheid van de private sector;
    -Stimulatie van duurzaam gebruik;
    -Communicatie, educatie en publiek bewustzijn;
    -Aanwijzing van Ramsar-gebieden;
    -Beleidsplanning en monitoring van Ramsar-gebieden;
    -Management van gedeelde waterbronnen, wetlands en wetland-soorten;
    -Samenwerking met andere instituties;
    -Deling van expertise en informatie;
    -Financiering van bescherming en verstandig gebruik van wetlands;
    -Financiering van de conventie;
    -Institutionele werking van de conventie;
    -Institutionele capaciteit van lidstaten;
    -Training;
    -Lidmaatschap van de conventie.
    Overige informatie
    De 44 gebieden die Nederland heeft aangewezen als belangrijke wetlands, vallen allemaal ook onder de gebieden die Nederland heeft aangewezen als Natura-2000 gebied (Vogel- en Habitatrichtlijn).


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring van de waterkwaliteit van en lozingen in de Eems-Dollard
    Nummer: 280


    Rapportagefrequentie
    ?


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    -de waterkwaliteit van de Eems-Dollard,
    -vrachten van geloosde stoffen,
    -rechtstreekse lozingen.


    TE RAPPORTEREN:

    Er wordt in art. 5 van het protocol gesproken over uitwisseling van gegevens en informatie, maar er worden geen concrete rapportageverplichtingen omschreven.
    Overige informatie
    De volledige titel van het Eems-Dollardmilieuprotocol luidt: Aanvullend protocol bij het op 8 april 1960 ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding (Eems-Dollardverdrag), tot regeling van de samenwerking met betrekking tot het waterbeheer en het natuurbeheer in de Eemsmonding.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring van emissies naar oppervlaktewater en van concentraties van diverse stoffen in oppervlaktewater, sediment en biota + 3-jaarlijkse rapportage
    Nummer: 293


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    1. Emissies (hoeveelheden) van de hieronder vermelde stoffen naar oppervlaktewater,
    2. De concentraties van de hieronder vermelde stoffen in oppervlaktewater.

    Het gaat om de volgende stoffen:
    Lijst I
    1. kwik,
    2. cadmium,
    3. hexachloorcyclohexaan en lindaan,
    4. tetrachloorkoolstof,
    5. DDT,
    6. pentachloorkoolstof,
    7. aldrin,
    8. dieldrin,
    9. endrin,
    10. isodrin,
    11. hexachloorbenzeen (HCB),
    12. hexachloorbutadieen (NCBD),
    13. chloroform (CHCl3),
    14. 1,2-dichloorethaan (ECD),
    15. trichloorethyleen (TRI),
    16. perchloorethyleen (PER),
    17. trichloorbenzeen (TCB).

    Lijst II:
    1. zink,
    2. koper,
    3. nikkel,
    4. chroom,
    5. lood,
    6. selenium,
    7. arsenicum,
    8. antimoon,
    9. molybdeen,
    10. titaan,
    11. tin,
    12. barium,
    13. beryllium,
    14. borium,
    15. uranium,
    16. vanadium,
    17. kobalt,
    18. thallium,
    19. tellurium,
    20. zilver.


    TE RAPPORTEREN:

    - aantal geldige vergunningen voor de directe lozingen in oppervlaktewater en percentage lozingen dat dat door vergunningen wordt gedekt,
    - aantal geldige vergunningen voor de lozingen in rioleringen en percentage lozingen dat dat door vergunningen wordt gedekt,
    - emissienormen voor directe lozingen in oppervlaktewater en emissienormen voor lozingen in rioleringen (geloosde hoeveelheid (kg/jaar), geloosde hoeveelheid in relatie tot productiecapaciteit (g/ton) en concentratie (mg/liter)),
    - emissies (hoeveelheden) in oppervlaktewater en percentage waarvoor vergunning is verleend,
    - voor elk van de 17 in lijst I opgenomen stoffen de vijf grootste lozingen (bedrijf, sector, locatie, geloosde hoeveelheid (kg/jaar en per geproduceerde hoeveelheid), concentratie),
    - kwaliteitsdoelstellingen voor oppervlaktewater (water, sediment, biota),
    - informatie over metingen (aantal meetstations per waterloop, meetmethoden, overschrijdingen van grenswaarden),
    - meetresultaten per meetstation (jaargemiddelde, minimum, maximum, aantal monsters per jaar) voor water, sediment en biota,
    - informatie over programma's die zijn opgesteld ter vermindering van emissies,
    - informatie over voorbehandeling van kandidaatlijst I-stoffen of lijst II-stoffen,
    - uitgaven / investeringen voor de constructie van rioleringen en van alle zuiveringstechnische werken door industrie en overheid.
    Overige informatie
    Richtlijn 76/464/EEG is geldig tot 22 december 2013.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS


    Publicatie(s) en website(s)


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring van het beheer van de Nederlandse werelderfgoederen (uitvoering van de UNESCO World Heritage Convention) + 6-jaarlijkse rapportage

    Nummer: 224


    Rapportagefrequentie
    6-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:
    Er is in de Convention geen bepaling opgenomen over monitoring. Wel moet er gerapporteerd worden over het beheer van de werelderfgoederen.

    TE RAPPORTEREN:
    Informatie over de implementatie van de Werelderfgoed Conventie (Sectie I) en informatie over het beheer van de specifieke werelderfgoederen zelf (Sectie II).

    Op basis van de vragenlijsten:

    Section I: Information on the application of the World Heritage Convention:
    1. Information on state-party;
    2. Information on identification of cultural and natural heritage properties;
    3. Information on preparation of the Tentative List;
    4. Information on nomination of cultural and natural heritage properties;
    5. Information on protection, conservation and presentation of the cultural and natural heritage;
    6. Information on status of services;
    7. Information on scientific, technical studies and research;
    8. Information on financial resources;
    9. Information on training;
    10. Information on international co-operation;
    11. Information on information, awareness building and education; 12. Conclusions and recommended action.

    Section II
    1. Informatin on state-party;
    2. Information on justification for inscription (statement of significance);
    3. Information on boundary and buffer zone;
    4. Information on authenticity and integrity of the site;
    5. Information on management;
    6. Information on protection;
    7. Information on management plans;
    8. Information on financial resources;
    9. Information on staffing levels (human resources);
    10. Information on sources of expertise and training in conservation and management techniques;
    11. Informaion on visitors;
    12. Information on scientific studies;
    13. Information on education, information and awareness building;
    14. Information on factors affecting the property (state of conservation);
    15. Information on monitoring;
    16. Conclusions;
    17. Information on potential decisions for the World Heritage Committee;
    18. Information on the assessment of the periodic reporting exercise.


    Overige informatie
    Er is discussie over of de Waddenzee moet worden voorgedragen als Werelderfgoed.

    De periodieke rapportage over de implementatie van de Werelderfgoed Conventie kent vier doelen:
    1) het leveren van inzicht in de implementatie van de Werelderfgoed Conventie door de lid-staat;
    2) het leveren van inzicht in hoeverre de Werelderfgoed-waarden van de werelderfgoederen op de Werelderfgoedlijst worden gehandhaafd gedurende de tijd;
    3) het leveren van actuele informatie over de Werelderfgoederen om de veranderende omstandigheden en de staat van bescherming van werelderfgoederen vast te stellen;
    4) het leveren van een vorm van regionale samenwerking en uitwisseling van informatie en ervaringen tussen Lidstaten inzake de implementatie van de Conventie en de bescherming van Werelderfgoed.

    n.b.: deze informatie heeft vooral betrekking op de thema's "cultuurhistorische waarden", "landschap" en "aardkundige waarden".


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Rijksdienst voor de Monumentenzorg


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring van lozingen door nucleaire installaties + jaarlijkse rapportage
    Nummer: 179


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN en TE RAPPORTEREN:

    Per kernenergiecentrale (voor NL: Borssele en Dodewaard):
    -geïnstalleerd vermogen,
    -netto elektrische output,
    -lozingsgrenswaarden per stof (in TBq) (voor tritium en andere radionucleïden),
    -lozingen per stof (in TBq).

    Per verrijkingsinstallaties (voor NL: Almelo).
    -capaciteit(ton/jaar),
    -productie,
    -activiteit,
    -lozingsgrenswaarde in TBq per jaar,
    -lozingen per jaar (in TBq).

    Per onderzoeks- en ontwikkelingsfaciliteit (voor NL: Delft en Petten):
    -geïnstalleerde capaciteit,
    -radionucleïden,
    -lozingsgrenswaarde in TBq per jaar,
    -lozingen (in TBq).
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring van lozingen, afvalverwerking en emissies naar de lucht van offshore installaties + jaarlijkse rapportage
    Nummer: 44


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN en TE RAPPORTEREN:

    -Aantal en type mijnbouwinstallaties,
    -Hoeveelheden productiewater en displacement water, concentratie en hoeveelheid olie in geloosd water,
    -Gegevens over offshore-installaties die de grens van 40mg olie per liter geloosd water overschrijden: type installatie, wijze van waterbehandeling, hoeveelheid geloosd water, concentratie olie, hoeveelheid geloosde olie,
    -Hoeveelheden 'organic phase drilling fluids' (OPF) en boorgruis die zijn gebruikt, geloosd, geïnjecteerd en naar de kust getransporteerd,
    -Hoeveelheden bij incidenten vrijgekomen olie en chemicaliën,
    -Emissies naar de lucht van CO2, NOx, nmVOS, CH4 en SO2,
    -Hoeveelheden geproduceerde olie en gasproductie,
    -Hoeveelheden gebruikte, geloosde en vrijgekomen mijnbouwhulpstoffen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Staatstoezicht op de Mijnen


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring van stoffen die in regionale wateren worden gebracht
    Nummer: 311


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    - Stoffen die in rijkswateren worden gebracht.
    Overige informatie
    De AMvB waarover in dit artikel wordt gesproken, is niet gevonden.
    Deze verplichting geldt ook voor het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, inzake de rijkswateren (zie verplichting nr. 310).


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterschappen


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring van stoffen die in rijkswateren worden gebracht
    Nummer: 310


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    - Stoffen die in rijkswateren worden gebracht.
    Overige informatie
    De AMvB waarover in dit artikel wordt gesproken, is niet gevonden.
    Deze verplichting geldt ook voor Waterschappen, inzake de regionale wateren(zie verplichting nr. 311).


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS

    Publicatie(s) en website(s)


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring van vrachten (inputs) verontreinigende stoffen via rivieren naar zee t.b.v. de OSPAR Comprehensive Study on Riverine Inputs and Discharges (RID)
    Nummer: 164


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    - Vrachten en directe emissies van verontreinigende stoffen naar de zee,
    - Concentraties van stoffen in de belangrijkste rivieren,
    - De belangrijkste bronnen.

    Het gaat om de volgende rivieren:
    -Nieuwe Waterweg,
    -IJsselmeer,
    -Haringvliet,
    -Oosterschelde,
    -Noordzeekanaal,
    -Lauwersmeer,
    -Noord-Hollandskanaal,
    -Westerwoldse Aa,
    -Oude Rijn,
    -Eemskanaal,
    -Van Haringxmakanaal,
    -Balgzandkanaal,
    -Grevelingen.

    Het gaat om de volgende stoffen:
    -Kwik (Hg);
    -Cadmium (Cd);
    -Koper (Cu);
    -Zink (Zn);
    -Lood (Pb);
    -Gamma-HCH (lindaan);
    -Ammoniak als N;
    -Nitraat als N;
    -Orthofosfaten als P;
    -N-totaal;
    -P-totaal;
    -Fijn stof (PM);
    -Zoutgehate (in zout water).

    Op vrijwillige basis:
    -Koolwaterstoffen, met name PAK's en minerale oliën (sterk aanbevolen);
    -PCB's (de volgende categorieën: IUPAC nummers 28, 52, 101, 118, 153, 138, 180);
    -Andere gevaarlijkse toffen (met name organohalogene stoffen).


    TE RAPPORTEREN:
    Naast de cijfermatige gegevens over jaarlijkse vrachten, moet er ook jaarlijks een aanvullend rapport met achtergrondinformatie worden gerapporteerd.
    Overige informatie
    RID maakt deel uit van het OSPAR Joint Assessment and Monitoring Programme (JAMP, zie verplichting nr. 174).


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring Verkeer en Waterstaat-beleidsdoelstellingen aan de hand van reguliere prestatiegegevens + rapportage in departementaal jaarverslag
    Nummer: 316


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN en TE RAPPORTEREN:

    1. de – merites van de – beleidsdoelstellingen als zodanig;
    2 de mate waarin de doelstellingen van beleid worden gerealiseerd (doelbereiking);
    3 de mate waarin de doelstellingen van beleid worden gerealiseerd dankzij het gevoerde beleid (doeltreffendheid);
    4 de vraag of de doelstellingen van beleid gerealiseerd hadden kunnen worden met de inzet van minder middelen dan wel de vraag of er niet meer beoogde effecten verwezenlijkt hadden kunnen worden met dezelfde inzet van middelen (doelmatigheid van beleid);
    5 de algemene geschiktheid en/of merites van de gekozen wijze van instrumentatie;
    6 de – kosten en kwaliteit van de – in het kader van beleidsontwikkeling, -aansturing en -uitvoering geleverde producten en diensten (doelmatigheid van de bedrijfsvoering);
    7 de inzet van programmamiddelen (zuinigheid inzet programmamiddelen),
    8 de inzet van apparaatsmiddelen (zuinigheid inzet apparaatsmiddelen).
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van VROM


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring VROM-beleidsdoelstellingen aan de hand van reguliere prestatiegegevens + rapportage in departementaal jaarverslag
    Nummer: 315


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN en TE RAPPORTEREN:

    1. de – merites van de – beleidsdoelstellingen als zodanig;
    2 de mate waarin de doelstellingen van beleid worden gerealiseerd (doelbereiking);
    3 de mate waarin de doelstellingen van beleid worden gerealiseerd dankzij het gevoerde beleid (doeltreffendheid);
    4 de vraag of de doelstellingen van beleid gerealiseerd hadden kunnen worden met de inzet van minder middelen dan wel de vraag of er niet meer beoogde effecten verwezenlijkt hadden kunnen worden met dezelfde inzet van middelen (doelmatigheid van beleid);
    5 de algemene geschiktheid en/of merites van de gekozen wijze van instrumentatie;
    6 de – kosten en kwaliteit van de – in het kader van beleidsontwikkeling, -aansturing en -uitvoering geleverde producten en diensten (doelmatigheid van de bedrijfsvoering);
    7 de inzet van programmamiddelen (zuinigheid inzet programmamiddelen),
    8 de inzet van apparaatsmiddelen (zuinigheid inzet apparaatsmiddelen).
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van VROM


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring Waddenzee
    Nummer: 279


    Rapportagefrequentie
    ?


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    Chemische parameters:
    -nutriënten,
    -metalen in sediment,
    -contaminanten in blauwe mossels, vissen (bot) en vogeleieren,
    -TBT in water en sediment.

    Biologische parameters:
    -fytoplankton,
    -macroalgen,
    -zeegras,
    -macrozoöbenthos,
    -broedvogels,
    -trekvogels,
    -aangespoelde vogels,
    -gewone zeehond.

    Habitat parameters:
    -blauwe mossel banken,
    -zout moerassen(?),
    -stranden en duinen.

    Menselijk gebruik parameters:
    -visserij,
    -recreatie,
    -landbouw,
    -kustbescherming.

    Algemene parameters:
    -geomorfologie,
    -overstromingen,
    -landgebruik,
    -watercondities,
    -hydrologie.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst


    Publicatie(s) en website(s)
    Quality Status Report (www.waddensea-secretariat.org > monitoring > qsr)
    Lees meer >>
    Diverse thematische rapporten (www.waddensea-secretariat.org > monitoring > reports)
    Lees meer >>


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring walvisachtigen in Noordzee + jaarlijkse rapportage
    Nummer: 217


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    Hoewel er geen concrete monitoringverplichtingen zijn geformuleerd, kan op basis van de vragenlijst en de 'ASCOBANS-Agreement' het volgende worden afgeleid:

    -populaties,
    -populatiestructuur,
    -effecten van vervuiling op de gezondheid van walvissen,
    -gegevens over gestrande walvissen.


    TE RAPPORTEREN:
    -NIEUW genomen maatregelen/acties m.b.t. de resoluties van de 2nd Meeting of Parties, betreffende:
    >Directe interactie van kleine walvisachtigen met de visserij (onderzoek naar methoden om bij-vangst te verminderen, implementatie van dergelijke maatregelen, aantal gevangen kleine walvisachtigen en soort, gebied (ICES-code), type visserij);

    >Vermindering van de verstoring (informatie over niveau van verstoring (bijv. door high-speed-ferries), implementatie van richtlijnen, nieuwe wetgeving etc. om verstoring te verminderen;

    >Beschermde gebieden;

    >Onderzoek naar gestrande walvissen (onderzoek naar omvang populatie, populatiestructuur, etc. en onderzoek naar het effect van vervuiling op de gezondheid van walvissen);

    >Publiek bewustzijn en eductie (maatregelen en eductie ter implementatie en promotie van de overeenkomst)
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)
    National Reports, Ascobans (www.ascobans.org > documents and publications > ac documents > national reports)
    Lees meer >>

      Monitoring waterkwaliteit + rapportage aan UN GEMS Water
    Nummer: 272


    Rapportagefrequentie
    ?


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    Kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Nederland rapporteert de meetresultaten van 6 meetstations voor oppervlaktewaterkwaliteit. De 6 meetlocaties zijn: Boven Merwede, Rijn (bij grens Duitsland), Maas (bij grens België), Lek, IJssel en IJsselmeer.

    De volgende parameters worden aanbevolen:

    1. General water quality including some physical parameters:
    -Water discharge/level (GRF),
    -Total suspended solids (R),
    -Temperature,
    -pH (GRF),
    -Electrical conductivity,
    -Dissolved oxygen,
    -Transparency (L).

    2. Dissolved salts / Ionic balance:
    -Calcium,
    -Magnesium,
    -Sodium,
    -Potassium,
    -Chloride,
    -Fluoride (G.W.),
    -Sulphate,
    -Alkalinity,
    -Sum of cations,
    -Sum of anions,
    -Sodium adsorption ratio.

    3. Nutrients:
    -Nitrate plus nitrite,
    -Ammonia,
    -Organic nitrogen, dissolved,
    -Organic nitrogen, particulate,
    -Total phosphorus, dissolved (R, L),
    -Total phosphorus, particulate,
    -Total phosphorus, unfiltered (R, L),
    -Silica reactive (R, L)

    4. Organic matter:
    -Organic carbon, dissolved,
    -Organic carbon, particulate,
    -BOD,
    -COD,
    Chlorophyll a (R, L).

    5. Microbial pollution:
    -Faecal coliform,
    -Total coliforms,
    -Giardia,
    -Cryptospiridium.

    6. Metals / Inorganic contaminants (measured as dissolved, particulate, and/or total):
    -Aluminium,
    -Arsenic,
    -Boron,
    -Cadmium,
    -Chromium,
    -Copper,
    -Iron,
    -Lead,
    -Manganese.
    -Mercury,
    -Nickel,
    -Selenium,
    -Zinc.

    7. Organic contaminants:
    -Aldicarb,
    -Aldrin,
    -Altrazine,
    -Benzene,
    -2, 4-D,
    -DDTs,
    -Dieldrin,
    -Lindane,
    -Total hydrocarbons,
    -Total chlorinated hydrocarbons,
    -Total polyaromatic hydrocarbons,
    -PCBs,
    -PBDEs (polybrominated diphenyl ethers),
    -Phenols,
    -Toxaphene.


    TE RAPPORTEREN:
    De meetresultaten van oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit. Nederland rapporteert de meetresultaten van 6 meetstations voor oppervlaktewaterkwaliteit.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS


    Publicatie(s) en website(s)
    GEMStat on line database (www.gemstat.org > search for data)
    Lees meer >>


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring waterkwaliteit van de Maas + rapportage

    Nummer: 283


    Rapportagefrequentie
    ?


    Details inhoud
    TE MONITOREN en TE RAPPORTEREN:

    De waterkwaliteit op 4 plaatsen in de Maas: bij Eijsden, Belfeld, Keizersveer en de Haringvlietsluizen.

    Parameters:

    Algemene parameters:
    -Debiet,
    -Watertemperatuur,
    -Opgeloste zuurstof,
    -Zuurstofverzadiging,
    -Zuurtegraad,
    -Electrisch geleidingsvermogen bij 20°C,
    -Zwevende stof,
    -Chlorofyl-a

    Organische stoffen:
    -Biochemisch zuurstofverbruik (BZV5),
    -Chemisch zuurstofverbruik (CZV),
    -Totaal organische koolstof,
    -Opgeloste organische koolstof

    Vermestende stoffen:
    -Totaal fosfor,
    -Orthofosfaat,
    -Totaal stikstof,
    -Kjeldahl stikstof,
    -Ammonium,
    -Ammoniak,
    -Nitriet,
    -Nitraat,
    -Anorganische stoffen,
    -Chloride,
    -Sulfaat,
    -Fluoride,
    -Cyanide

    Zware metalen en metalloïden:
    -Kwik,
    -Nikkel,
    -Zink,
    -Koper,
    -Chroom,
    -Lood,
    -Cadmium,
    -Arseen,
    -Boor,
    -Seleen,
    -Barium

    Organische microverontreinigingen:
    -Fenol-index,
    -Anionactieve detergenten (MBAS),
    Bestrijdingsmiddelen:
    -Lindaan,
    -Simazine,
    -Atrazine,
    -Desethylatrazine,
    -Diuron,
    -Isoproturon,
    -Endosulfan α,
    Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK):
    -Fluorantheen,
    -Benzo(b)fluorantheen,
    -Benzo(k)fluorantheen,
    -Benzo(a)pyreen,
    -Benzo(ghi)peryleen,
    -Indeno(1,2,3-cd)pyreen,
    -Fenantreen,
    -Anthraceen,
    -Pyreen,
    -Benzo-a-anthraceen,
    -Chryseen,
    -Dibenzo(h)anthraceen,
    Monocyclische aromatische koolwaterstoffen:
    -Tolueen,
    -Benzeen,
    -Xyleen,
    -AOX

    Microbiologische kwaliteit:
    -Totale colibacteriën,
    -Fecale colibacteriën,
    -Fecale streptokokken.


    Overige informatie
    Het Homogeen Meetnet Maas bestaat in totaal uit 14 meetlocaties, waarvan 4 in Nederland.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Rijkswaterstaat


    Publicatie(s) en website(s)

    Resultaten van het homogeen meetnet op:  www.cipm-icbm.be
    > publicaties

      Monitoring waterkwaliteit van de Rijn en zijrivieren op 3 plaatsen
    Nummer: 281


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN en TE RAPPORTEREN:

    Diverse parameters op 3 locaties: Rijn bij Lobith, Nieuwe Waterweg bij Maassluis en de IJssel bij Kampen. M.n. in Kampen en in mindere mate in Maassluis worden veel organische micorverontreinigingen niet gemeten.

    IN WATER:
    Algemene parameters:
    - afvoer,
    - geleidendheid,
    - watertemperatuur,
    - zuurstof.

    Anorganische stoffen:
    - TOC,
    - ammonium,
    - AOX,
    - arseen,
    - cadmium,
    - calcium,
    - chloride,
    - chroom,
    - DOC,
    - ijzer,
    - kalium,
    - koper,
    - kwik,
    - lood,
    - magnesium,
    - mangaan,
    - natrium,
    - nikkel,
    - nitraat,
    - nitriet,
    - ortho-fosfaat,
    - sulfaat,
    - fosfaat,
    - stikstof,
    - zink.

    Vrachten:
    - (TOC),
    - ammonium,
    - AOX,
    - calcium,
    - chloride,
    - DOC,
    - kalium,
    - magnesium,
    - natrium,
    - nitraat,
    - nitriet,
    - ortho-fosfaat,
    - sulfaat,
    - fosfaat,
    - stikstof.

    Organische microverontreinigingen:
    - 1,2-dichloorbenzeen in µg/l,
    - 1,2-dichloorethaan in µg/l,
    - 1,4-dichloorbenzeen in µg/l,
    - 2,4,5-T in µg/l,
    - 2,4-D in µg/l,
    - 2-chloortolueen in µg/l,
    - a-endosulfan in µg/l,
    - alachlor in µg/l,
    - atrazine in µg/l,
    - azinfos-ethyl in µg/l,
    - azinfos-methyl in µg/l,
    - bentazon in µg/l,
    - benzeen in µg/l,
    - chloortoluron in µg/l,
    - chlorfenvinphos in µg/l,
    - chloridazon in µg/l,
    - desethylatrazine in µg/l,
    - diazinon in µg/l,
    - dichloorprop in µg/l,
    - dimethoaat in µg/l,
    - dinoseb in µg/l,
    - dinoterb in µg/l,
    - disulfoton µg/l,
    - diuron in µg/l,
    - DNOC in µg/l,
    - EDTA in µg/l,
    - fenitrothion in µg/l,
    - fenthion in µg/l,
    - g-HCH (lindaan) in µg/l,
    - hexachloorbutadieen in µg/l,
    - isoproturon in µg/l,
    - linuron in µg/l,
    - malathion in µg/l,
    - MCPA in µg/l,
    - mecoprop in µg/l,
    - metabenzthiazuron in µg/l,
    - metazachloor in µg/l,
    - metoxuron in µg/l,
    - mevinfos µg/l,
    - monolinuron in µg/l,
    - parathion(-ethyl) in µg/l,
    - parathion(-methyl) in µg/l,
    - pentachloorfenol in µg/l,
    - pyrazofos in µg/l,
    - simazin in µg/l,
    - tolclofos-methyl in µg/l,
    - triazofos in µg/l,
    - trichloormethaan (chloroform) in µg/l,
    - trifluralin in µg/l.

    Radioactiviteit (niet in Kampen)
    - kalium-40-b-activiteit,
    - strontium-90,
    - totale a-activiteit,
    - totale b-activiteit,
    - tritium-activiteit.


    IN ZWEVEND STOF:
    - concentratie zwevend stof:

    Anorganische stoffen:
    - TOC,
    - arseen,
    - cadmium,
    - chroom,
    - ijzer,
    - koper,
    - kwik,
    - lood,
    - mangaan,
    - nikkel,
    - totaal-fosfaat,
    - zink.

    Organische microverontreinigingen:
    - 1,2,3-trichloorbenzeen,
    - 1,2,4-trichloorbenzeen,
    - 1,3,5-trichloorbenzeen,
    - acenaftheen,
    - acenafthyleen,
    - anthraceen,
    - benz(a)anthraceen,
    - benz(a)pyreen,
    - benz(b)fluorantheen,
    - benz(ghi)peryleen,
    - benz(k)fluorantheen,
    - chryseen,
    - dibenz(ah)anthraceen,
    - dibutyltin-verbindingen,
    - dioxine (PCDD+PCDF),
    - fenantreen,
    - fluorantheen,
    - fluoreen,
    - hexachloorbenzeen,
    - indeno(1,2,3cd)pyreen,
    - naftaline,
    - PCB-101,
    - PCB-118,
    - PCB-138,
    - PCB-153,
    - PCB-180,
    - PCB-28,
    - PCB-52,
    - pentachloorbenzeen,
    - pyreen,
    - tetrabutylti,
    - tributyltin-verbindingen,
    - trifenyltin-verbindingen.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS


    Publicatie(s) en website(s)
    ICBR-Database (www.iksr.org > nederlands > waterkwaliteit en emissies > waterkwaliteitgegevens rijn > gewässergütedaten rhein)
    Lees meer >>


    Email: info.waterdienst@rws.nl
      Monitoring waterkwaliteit van de Westerschelde + rapportage
    Nummer: 282


    Rapportagefrequentie
    ?


    Details inhoud
    TE MONITOREN en TE RAPPORTEREN:

    De waterkwaliteit op 4 plaatsen in de Westerschelde: Schaar van Ouden Doel, Hansweert, Terneuzen en Vlissingen.

    Parameters:
    - Temperatuur
    - pH,
    - geleidend vermogen bij 25°C,
    - O2 opgelost,
    - NO2,
    - NO3,
    - NH3,
    - NH4,
    - N Kjeldahl,
    - N totaal,
    - P totaal,
    - Orthofosfaat,
    - Cl,
    - SO4,
    - Zwevend stof,
    - BZV (biochemisch zuurstofverbruik),
    - CZV (chemisch zuurstofverbruik),
    - Chlorofyl a,
    - Biologische index,
    - Cd (cadmium),
    - Cu (koper),
    - Zn (zink),
    - Atrazine,
    - Simazine,
    - Lindaan,
    - Diuron,
    - Fluorantheen,
    - Benzo(b)fluorantheen,
    - Benzo(k)fluorantheen,
    - Benzo(a)pyreen,
    - Benzo(ghi)peryleen,
    - Indeno(123cd)pyreen,
    - Lood,
    - Nikkel,
    - Endosulfan,
    - Antraceen,
    - Isoproturon
    Overige informatie
    14 meetlocaties vormen samen het Homogeen Meetnet Schelde, waarvan 4 in Nederland.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Rijkswaterstaat


    Publicatie(s) en website(s)
    Waterkwaliteit Schelde in .... (jaar), ISC-CIE (www.isc-cie.com > publicaties > waterkwaliteit)
    Lees meer >>

      Monitoring waterkwaliteit van het Kanaal van Terneuzen naar Gent
    Nummer: 284


    Rapportagefrequentie
    ?


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    In Bijlage III bij het Verdrag staan de kwaliteitsnormen gegeven. Het gaat hierbij onder meer om:
    -algemene parameters,
    -radioactieve stoffen,
    -hydroxylgroepen met aromatische verbindingen,
    -ammoniakstikstof.
    Overige informatie
    De Belgische en Nederlandse technische dientsen zullen geregeld, doch ten minste vier maal per jaar, gemeenschappelijke waarnemingen doen tot vaststellingen van de toestand van het kanaalwater bij de Belgisch-Nederlandse grens.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring zeehonden in de Waddenzee
    Nummer: 286


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    -zeehondenpopulatie in de Waddenzee en kustzone van Noordzee boven de Waddenzee, o.a. d.m.v. vijf trilateraal afgestemde vluchten,
    -populatietrends,
    -zeehonden migratie,
    -ziekten, 'overleving', leeftijdsopbouw, sex ratio,
    -vervuiling (o.a. contaminanten in celweefsel),
    -gegevens over gevangen genomen en vrijgelaten zeehonden.


    TE RAPPORTEREN:
    -alle onderzoeksprogramma's naar zeehonden in de Waddenzee + rapport over de onderzoeksresultaten,
    -jaarlijks de volgende gegevens van gevangen genomen (zieke of dode)zeehonden:
    -aantal,
    -leeftijd,
    -geslacht,
    -tijdstip en locatie van gevangenneming,
    -tijdstip en locatie van vrijlating.
    Overige informatie
    In het 'Conservation and Management Plan for the Wadden Sea Seal population 2002-2006' zijn de actiepunten nader uitgewerkt.
    In hoofdstuk 3 'Research and Monitoring' staat dat alle drie de partijen:
    -alle onderzoeksprojecten m.b.t. zeehonden in de Waddenzee zullen rapporteren aan de 'coordination institution' en de 'TSEG' (Trilateral Seal Expert Group) + rapport over de onderzoeksresultaten,
    -de opzet van een gezamenlijk onderzoeksproject naar 'Feeding Ecology of Common Seals' zullen afronden,
    -het onderzoeksproject 'habitat use with regard to human activities in the Wadden Sea and adjacent areas' zullen herontwerpen,
    -vijf vluchten per jaar uitvoeren (drie gedurende de jong-periode en twee gedurende de rui-periode),
    -de monitoring van contaminanten in celweefsel zullen uitvoeren binnen het Trilateral Monitoring and Assessment Programme (TMAP).

    Verder is in hoofdstuk 4.3 bepaald dat van alle gevangen genomen (zieke of dode) zeehonden diverse gegevens moeten worden bepaald en gerapporteerd.
    In hoofdstuk 7 is bepaald dat er voor de grijze zeehond óók monitoringprogramma's worden opgesteld.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Monitoring zuivering afvalwater + 2-jaarlijkse rapportage
    Nummer: 295


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN:

    De kwaliteit van het geloosde afvalwater, wat betreft:
    -biochemisch zuurstofverbruik,
    -chemisch zuurstofverbruik,
    -totale hoeveelheid gesuspendeerde stoffen,
    -fosfor totaal,
    -stikstof totaal.

    Minimum aantal te nemen monsters:
    -bij 2.000 - 9.999 i.e.: 4 (indien één van vier monsters niet aan eisen voldoet, moeten 12 monsters in het daaropvolgende jaar worden genomen,
    -bij 10.000 - 49.999 i.e.: 12 monsters,
    -bij 50.000 i.e. of meer: 24 monsters.

    -de hoeveelheid en de samenstelling van slib dat naar oppervlaktewateren wordt afgevoerd.


    TE RAPPORTEREN:

    1. De betrokken autoriteiten of instanties publiceren om de 2 jaar een rapport over de situatie inzake de afvoer van stedelijk afvalwater en slib in hun gebied. Dit rapport moet ook aan de Europese Commissie worden toegezonden.
    2. Informatie over het programma ter uitvoering van deze richtlijn, dat om de 2 jaar indien nodig wordt bijgewerkt:
    - aantal agglomeraties en belasting in inwonerequivalenten, en type water waarop geloosd wordt,
    - informatie over rioleringsystemen en belasting in inwonerequivalenten, type water waarop geloosd wordt,
    - aantal rioleringsystemen dat aan eisen voldoet,
    - reductie van fosfor en stikstof,
    - behandeling van slib,
    - informatie over investeringen rioleringen en waterzuivering.
    -
    -
    -
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Onderdeel van rapportageverplichting nr. 1: jaarlijkse rapportage over de beoordeling van luchtkwaliteit betreffende benzeen en koolmonoxide
    Nummer: 11


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de luchtkwaliteit wat betreft benzeen en koolmonoxide: o.a. meetmethoden, concentraties van verontreinigende stoffen, overschrijdingen van (grens)waarden en oorzaken van overschrijdingen.

    Onderdelen van de vragenlijst die betrekking hebben op benzeen en koolmonoxide:
    - Begrenzing van zones en agglomeraties;
    -Meetstations en meetmethoden voor de bepalingen uit hoofde van Richtlijn 1999/30/EG en Richtlijn 2000/69/EG;
    -Lijst van zones en agglomeraties waar de niveaus al dan niet de grenswaarden of de grenswaarden plus overschrijdingsmarge overschrijden;
    -Lijst van zones en agglomeraties waar de niveaus al dan niet de bovenste beoordelingsdrempels of de onderste beoordelingsdrempels overschrijden, en informatie over de toepassing van aanvullende beoordelingsmethoden;
    -Individuele overschrijdingen van grenswaarden en grenswaarden verhoogd met de overschrijdingsmarge;
    -Redenen voor individuele overschrijdingen: eventuele aanvullende codes die de lidstaten zelf vaststellen;
    -Tabel van de resultaten van de aanvullende bepalingen en de daarbij gebruikte methoden;
    -Lijst van referenties met betrekking tot de aanvullende bepalingsmethoden bedoeld in 19;
    -Overleg over grensoverschrijdende verontreiniging;

    Zie voor meer details de vragenlijst (=Beschikking 2004/461)
    Overige informatie
    Deze rapportageverplichting is een onderdeel van rapportageverplichting nr. 1 (Jaarlijkse rapportage over de meting van luchtkwaliteit) van de Kaderrichtlijn luchtkwaliteit 96/62, maar is in deze database ook afzonderlijk opgenomen onder Richtlijn 2000/69 omdat hier aanvullende informatie in staat.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    InfoMil


    Publicatie(s) en website(s)

      Onderdeel van rapportageverplichting nr. 1: jaarlijkse rapportage over de beoordeling van luchtkwaliteit betreffende ozon
    Nummer: 16


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de luchtkwaliteit wat betreft ozon en ozonprecursoren (stikstofdioxide, stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen VOS): o.a. meetmethoden, concentraties van verontreinigende stoffen, overschrijdingen van informatiedrempel, alarmdrempel, langetermijn doelstelling en streefwaarden en oorzaken van overschrijdingen.
    Bij de ozonprecursoren gaat het om jaargemiddelden van de volgende stoffen:
    ethaan
    ethyleen
    acetyleen
    propaan
    propeen
    n-butaan
    i-butaan
    1-buteen
    trans-2-buteen
    cis-2-buteen
    1.3-butadieen
    n-pentaan
    i-pentaan
    1-penteen
    2-penteen
    isopreen
    n-hexaan
    i-hexaan
    n-heptaan
    n-octaan
    i-octaan
    benzeen
    tolueen
    ethylbenzeen
    m-xyleen+p-xyleen
    o-xyleen
    1,2,4-trimethylbenzeen
    1,2,3-trimethylbenzeen
    1,3,5-trimethylbenzeen
    formaldehyde
    totaal koolwaterstoffen excl. Methaan

    Onderdelen van de vragenlijst die betrekking hebben op ozon en ozonprecursoren:
    -Begrenzing van zones en agglomeraties;
    -Meetstations voor de bepaling van ozon, met inbegrip van stikstofdioxide en stikstofoxiden in samenhang met ozon;
    -Meetstations en meetmethoden voor de bepaling van de aanbevolen vluchtige organische stoffen;
    -Meetstations en meetmethoden voor de bepaling van andere ozonprecursoren;
    -Lijst van zones en agglomeraties waar de niveaus al dan niet de streefwaarden of langetermijndoelstellingen voor ozon overschrijden;
    -Lijst van zones en agglomeraties waar de niveaus al dan niet de bovenste beoordelingsdrempels of de onderste beoordelingsdrempels overschrijden, en informatie over de toepassing van aanvullende beoordelingsmethoden;
    -Individuele overschrijdingen van ozondrempelwaarden;
    -Overschrijdingen van ozonstreefwaarden;
    -Jaaroverzicht voor ozon;
    -Jaargemiddelden van de concentraties van ozonprecursoren;
    -Tabel van de resultaten van de aanvullende bepalingen en de daarbij gebruikte methoden;
    -Lijst van referenties met betrekking tot de aanvullende bepalingsmethoden bedoeld in 19;
    -Overleg over grensoverschrijdende verontreiniging;

    Zie voor meer details de vragenlijst (=Beschikking 2004/461)
    Overige informatie
    Deze rapportageverplichting is een onderdeel van rapportageverplichting nr. 1 (Jaarlijkse rapportage over de meting van luchtkwaliteit) van de Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit 96/62, maar is in deze database ook afzonderlijk opgenomen onder Richtlijn 2002/3 omdat hier aanvullende informatie in staat.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    InfoMil


    Publicatie(s) en website(s)
    Verslag over de beoordeling van luchtkwaliteit in Nederland, Ministerie van VROM (www.vrom.nl > energie, klimaat, lucht > luchtkwaliteit > publicaties)
    Lees meer >>

      Onderdeel van rapportageverplichting nr. 1: jaarlijkse rapportage over de beoordeling van luchtkwaliteit betreffende zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood
    Nummer: 6


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de luchtkwaliteit wat betreft zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood: o.a. meetmethoden, concentraties van verontreinigende stoffen, overschrijdingen van (grens)waarden en oorzaken van overschrijdingen.

    Onderdelen van de vragenlijst die betrekking hebben op zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood:

    -Begrenzing van zones en agglomeraties;
    -Meetstations en meetmethoden;
    -Methoden voor de monsterneming en de meting van PM10 en PM2,5;
    -Lijst van zones en agglomeraties waar de niveaus al dan niet de grenswaarden of de grenswaarden plus overschrijdingsmarge overschrijden;
    -Lijst van zones en agglomeraties waar de niveaus al dan niet de bovenste beoordelingsdrempels of de onderste beoordelingsdrempels overschrijden, en informatie over de toepassing van aanvullende beoordelingsmethoden;
    -Individuele overschrijdingen van grenswaarden en grenswaarden verhoogd met de overschrijdingsmarge;
    -Redenen voor individuele overschrijdingen: eventuele aanvullende codes die de lidstaten zelf vaststellen;
    -Monitoringgegevens over de PM2,5-niveaus;
    -Tabel van de resultaten van de aanvullende bepalingen en de daarbij gebruikte methoden;
    -Lijst van referenties met betrekking tot de aanvullende bepalingsmethoden bedoeld in 19;
    -Overschrijding van grenswaarden voor SO2 als gevolg van natuurlijke bronnen;
    -Natuurlijke SO2-bronnen: eventuele aanvullende codes die de lidstaten zelf vaststellen;
    -Overschrijding van de grenswaarden voor PM10 als gevolg van natuurverschijnselen;
    -Overschrijding van grenswaarden voor PM10 als gevolg van het zandstrooien in de winter;
    -Overleg over grensoverschrijdende verontreiniging;
    -Overschrijdingen van in de Richtlijnen 80/779/EEG,82/884/EEG en 85/203/EEG vastgestelde grenswaarden;
    -Oorzaken van overschrijdingen van in de Richtlijnen 80/779/EEG,82/884/EEG en 85/203/EEG vastgestelde grenswaarden: eventuele aanvullende codes die de lidstaten zelf vaststellen;

    Zie voor meer details de vragenlijst (=Beschikking 2004/461)
    Overige informatie
    Deze rapportageverplichting is een onderdeel van rapportageverplichting nr. 1 (Jaarlijkse rapportage over de meting van luchtkwaliteit) van de Kaderrichtlijn luchtkwaliteit 96/62, maar is in deze database ook afzonderlijk opgenomen onder Richtlijn 1999/30 omdat hier aanvullende informatie in staat.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    InfoMil


    Publicatie(s) en website(s)
    Verslag over de beoordeling van de luchtkwaliteit in Nederland, Ministerie van VROM (VROM - Energie, klimaat, lucht - Luchtkwaliteit - Publicaties)
    Lees meer >>
    Provinciale en gemeentelijke rapportages luchtkwaliteit (slechts op een enkele provincie- en gemeente-website te vinden)
    Lees meer >>

      Onderdeel van rapportageverplichting nr. 255; 3-jaarlijkse rapportage over de implementatie van Richtlijn 91/689 betreffende gevaarlijke afvalstoffen en informatie over de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen
    Nummer: 84


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    Informatie over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn betreffende gevaarlijke afvalstoffen en de verwerking van gevaarlijke afvalstoffen.

    Kwantitatieve informatie:

    Gespecificeerd binnen en buiten de lidstaat:
    -hoeveelheid geproduceerd gevaarlijk afval;
    -hoeveelheid gerecycled gevaarlijk afval;
    -hoeveelheid verbrand gevaarlijk afval;
    -hoeveelheid verbrand gevaarlijk afval met energieterugwinning;
    -hoeveelheid gestort gevaarlijk afval;
    -hoeveelheid overige verwerking gevaarlijk afval.
    Overige informatie
    Zie ook Beschikking 96/302 tot vaststelling van de vorm waarin de ingevolge artikel 8, lid 3, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad betreffende gevaarlijke afvalstoffen vereiste informatie moet worden verstrekt.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    SenterNovem


    Publicatie(s) en website(s)
    Nederlands afval in cijfers, AOO (www.aoo.nl > publicaties > monitoring)
    Lees meer >>
    Verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van communautaire wetgeving, Europese Commissie (www.europa.eu.int > en > institutions - european commission > environment > policies - waste > reporting on implementation of waste legislation > implementation of community waste legislation)
    Lees meer >>

      Onderdeel van rapportageverplichting nr. 3: rapportage (indien nodig) over overschrijdingen van streefwaarden voor ozon en plannen of programma's bedoeld om aan de streefwaarden voor ozon te voldoen (als deze zijn overschreden)
    Nummer: 18


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    Alleen indien van toepassing: Een verslag met een overzicht van de overschrijdingen van de in bijlage I, deel II vastgestelde streefwaarden. Dit verslag bevat een verklaring van de jaarlijkse overschrijdingen van de streefwaarde voor de menselijke gezondheid. Het verslag bevat eveneens de in artikel 3, lid 3, bedoelde plannen en programma's.
    Overige informatie
    Deze rapportageverplichting is een onderdeel van rapportageverplichting nr. 3 (Jaarlijkse rapportage (indien nodig) over plannen of programma's bedoeld om aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit te voldoen (als deze zijn overschreden)) van de Kaderrichtlijn luchtkwaliteit 96/62.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    InfoMil


    Publicatie(s) en website(s)

      Onderdeel van rapportageverplichting nr. 4: 3-jaarlijkse rapportage (indien nodig) over de stand van de vooruitgang bij de uitvoering van het plan of programma bedoeld om aan de streefwaarden te voldoen voor ozon
    Nummer: 19


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    Alleen indien van toepassing: Informatie over de vorderingen van dergelijke plannen of programma's.
    Overige informatie
    Deze rapportageverplichting is een onderdeel van rapportageverplichting nr. 4 (3-Jaarlijkse rapportage over de stand van de vooruitgang bij de uitvoering van het plan of programma m.b.t. luchtkwaliteit) van de Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit 96/62.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Onderdeel van rapportageverplichting nr. 5: 3-jaarlijks verslag per sector met een samenvatting van waargenomen niveaus van ozon; in combinatie met de Kaderrichtlijn luchtkwaliteit 96/92
    Nummer: 20


    Rapportagefrequentie
    3-Jaarlijks


    Details inhoud
    3-jaarlijkse verslag per sector, met
    -een samenvatting van de niveaus van ozon die, naar gelang van het geval, voor de in artikel 3, lid 2, artikel 4, lid 2, en artikel 5 bedoelde zones en agglomeraties zijn waargenomen of ingeschat;
    -informatie over alle uit hoofde van artikel 4, lid 2, genomen of geplande maatregelen, en
    -informatie aangaande besluiten over kortetermijnactieplannen en betreffende de opzet en inhoud van dergelijke overeenkomstig artikel 7 voorbereide plannen, alsmede een evaluatie van de effecten ervan.
    Overige informatie
    *Volgens de Reporting Obligations Database (ROD) van het Europees Milieu Agentschap (EEA) is deze rapportageverplichting komen te vervallen. Deze rapportageverplichting is een onderdeel van rapportageverplichting nr. 5 (3-jaarlijks verslag per sector met een samenvatting van waargenomen niveaus m.b.t. luchtkwaliteitt) van de Kaderrichtlijn luchtkwaliteit 96/62


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Periodieke evaluatieonderzoeken ex post van Verkeer en Waterstaat-beleidsdoelstellingen (minstens 5-jaarlijks)
    Nummer: 318


    Rapportagefrequentie
    Minstens 5-jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN en TE RAPPORTEREN:

    1. de – merites van de – beleidsdoelstellingen als zodanig;
    2 de mate waarin de doelstellingen van beleid worden gerealiseerd (doelbereiking);
    3 de mate waarin de doelstellingen van beleid worden gerealiseerd dankzij het gevoerde beleid (doeltreffendheid);
    4 de vraag of de doelstellingen van beleid gerealiseerd hadden kunnen worden met de inzet van minder middelen dan wel de vraag of er niet meer beoogde effecten verwezenlijkt hadden kunnen worden met dezelfde inzet van middelen (doelmatigheid van beleid);
    5 de algemene geschiktheid en/of merites van de gekozen wijze van instrumentatie;
    6 de – kosten en kwaliteit van de – in het kader van beleidsontwikkeling, -aansturing en -uitvoering geleverde producten en diensten (doelmatigheid van de bedrijfsvoering);
    7 de inzet van programmamiddelen (zuinigheid inzet programmamiddelen),
    8 de inzet van apparaatsmiddelen (zuinigheid inzet apparaatsmiddelen).
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Periodieke evaluatieonderzoeken ex post van VROM-beleidsdoelstellingen (minstens 5-jaarlijks)
    Nummer: 317


    Rapportagefrequentie
    Minstens 5-jaarlijks


    Details inhoud
    TE MONITOREN en TE RAPPORTEREN:

    1. de – merites van de – beleidsdoelstellingen als zodanig;
    2 de mate waarin de doelstellingen van beleid worden gerealiseerd (doelbereiking);
    3 de mate waarin de doelstellingen van beleid worden gerealiseerd dankzij het gevoerde beleid (doeltreffendheid);
    4 de vraag of de doelstellingen van beleid gerealiseerd hadden kunnen worden met de inzet van minder middelen dan wel de vraag of er niet meer beoogde effecten verwezenlijkt hadden kunnen worden met dezelfde inzet van middelen (doelmatigheid van beleid);
    5 de algemene geschiktheid en/of merites van de gekozen wijze van instrumentatie;
    6 de – kosten en kwaliteit van de – in het kader van beleidsontwikkeling, -aansturing en -uitvoering geleverde producten en diensten (doelmatigheid van de bedrijfsvoering);
    7 de inzet van programmamiddelen (zuinigheid inzet programmamiddelen),
    8 de inzet van apparaatsmiddelen (zuinigheid inzet apparaatsmiddelen).
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Periodieke rapportage over de implementatie van het VN klimaatverdrag (National Communications)
    Nummer: 75


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    Informatie over de implementatie van het VN klimaatverdrag. a. een gedetailleerde beschrijving van de beleidslijnen en maatregelen die zij heeft aangenomen ter nakoming van haar verplichting ingevolge artikel 4, tweede lid, letters a en b; en b. een nauwkeurige schatting van de gevolgen die de in letter a bedoelde beleidslijnen en maatregelen zullen hebben voor antropogene emissies per bron en verwijderingen per put van broeikasgassen gedurende het in artikel 4, tweede lid, letter a, genoemde tijdvak.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)
    Netherlands' national cummunication on climate change policies (http://www.broeikasgassen.nl/content/categories.asp?lang=NL&skin=3&Categorie=1)
    Lees meer >>
    ()
    Lees meer >>

      Publicatie van provinciale risicokaart over externe veiligheid
    Nummer: 218


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    Een geografische kaart waarop de in de provincie aanwezige risico ’s zijn aangeduid. Deze risicokaart vermeldt de plaatsgebonden en geografisch te onderscheiden risico ’s die zijn beschreven in de gemeentelijke risico-inventarisatie alsmede de gegevens die zijn opgenomen in het openbare register (Risicoregister). Nadere invulling zal worden bepaald bij ministeriële regeling.
    Overige informatie
    Volgens www.wetten.nl is dit artikel nog niet in werking getreden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Provincies


    Publicatie(s) en website(s)
    Risicokaarten van verschillende provincies op  http://www.risicokaart.nl
      Rapportage (indien nodig) over plannen of programma's bedoeld om aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit te voldoen (als deze zijn overschreden)
    Nummer: 3


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Alleen indien van toepassing: Informatie over de plannen of programma's, bedoeld in artikel 8 lid 3, die ertoe moeten leiden dat binnen de daarvoor gestelde termijn aan de grenswaarde wordt voldaan, en wel uiterlijk twee jaar na het eind van het jaar waarin de niveaus werden waargenomen.
    Overige informatie
    Deze rapportageverplichting geldt in combinatie met de drie Dochterrichtlijnen 1999/30/EG, 2000/69/EG en 2002/3/EG. Deze rapportageverplichting is in deze database ook afzonderlijk per Dochterrichtlijn opgenomen.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    InfoMil


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage i.h.k.v.
    Nummer: 180


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    Volgens de Reporting Obligation Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) geldt er een rapportageverplichting onder dit besluit. In tekst besluit geen rapportageverplichting gevonden.
    Overige informatie
    *Volgens de Reporting Obligation Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) geldt er een rapportageverplichting onder dit besluit. In tekst besluit geen rapportageverplichting gevonden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage inzake de promotie van het gebruik van milieubeleidsplannen (environmental management systems) door de offshore industrie
    Nummer: 177


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    -Compliance/implementation/measures; -For each year: 1) Total number of operators to which this Recommendation applies; 2) Total number of operators with EMS (Environmental Management System) in place; 3) Number with EMS registered according to EMAS; 4) Number with EMS certified according to ISO 14001; 5) Number with EMS according to other standards; 6) Number of operators making annual public statement.
    Overige informatie
    ‘Environmental Management System’ means the part of the overall management system applied by an operator that includes organisational structure, planning activities, responsibilities, procedures, processes and resources for developing, implementing, achieving, reviewing and maintaining their environmental policy;


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage inzake een gestandaardiseerd offshore chemicaliën informatieschema (harmonised offshore chemical notification format HOCNF)
    Nummer: 157


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    Informatie over de wettelijke implementatie van deze beslissing.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage inzake het gestandaardiseerde verplichte controle systeem voor het gebruik en vermindering van de lozing van chemicaliën van de offshore industrie
    Nummer: 155


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Informatie over de wettelijke implementatie van deze beslissing; -Jaarlijkse olieproductie; -Jaarlijkse gasproductie, alsmede in olie-equivalenten; -Aantal exploratie boorputten; -Diepte van boringen; -Aantal productie boorputten; -Diepte van boringen; -Hoeveelheid geproduceerd water; -Hoeveelheid geïnjecteerd water; -Gebruikte en geloosde chemicaliën; -Welke substanties zijn toegestaan, vervangen, tijdelijk toegestaan, geweigerd en de reden; -Of er een lijst van stoffen, gesorteerd naar milieubelasting en functie, is opgesteld; -Of er evaluaties volgens het CHARM-model hebben plaatsgevonden.
    Overige informatie
    Een gedeelte van de vragenlijst komt overeen met rapportageverplichting nr. 44 (Jaarlijkse rapportage over lozingen, afvalverwerking en emissies naar de lucht van installaties in zee, aan OSPAR Commissie)


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage met fenologische data (Level II intensieve monitoring)
    Nummer: 63


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Data of phenological observations. See forms in the Manual on methods and criteria for harmonized sampling, assessment, monitoring and analysis of the effects of air pollution on forests Part IX Phenological Observations.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage met meteorologische data (Level II intensieve monitoring)
    Nummer: 60


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Meteorological data. See forms 8a, 8b and 8c in the Manual on methods and criteria for harmonized sampling, assessment, monitoring and analysis of the effects of air pollution on forests Part VII Meteorological Monitoring on Intensive Monitoring Plots
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage met samenvatting over de toestand van boomkruinen (Level II intensieve monitoring)
    Nummer: 65


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud

    Overige informatie
    Kan verplichting niet vinden


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over alarmdrempelwaarden en doelbelastingswaarden inzake de effecten van luchtverontreiniging op ecosystemen
    Nummer: 66


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Critical thresholds and target loads for acidification & eutrophication and for heavy metals. Dynamic modelling data.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Alterra


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over best beschikbare technieken en meest milieuvriendelijke techniek voor de (niet-)geïntegreerde kraftpulp-industrie
    Nummer: 199


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    Onduidelijk
    Overige informatie
    Onduidelijk hoe vaak en wanneer er gerapporteerd moet worden. Volgens de Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er in elke 4 jaar gerapporteerd worden, 31 december 2006, 2010 etc.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over best beschikbare technieken en meest milieuvriendelijke techniek voor de (niet-)geïntegreerde sulfiet papier pulp industrie
    Nummer: 198


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    Onduidelijk
    Overige informatie
    Onduidelijk hoe vaak en wanneer er gerapporteerd moet worden. Volgens de Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er in elke 4 jaar gerapporteerd worden, 31 december 2006, 2010 etc.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over best beschikbare technieken en meest milieuvriendelijke techniek voor natte processen in de textiel industrie
    Nummer: 201


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation: by legislation, by administrative action, by negotiated agreement; -Total number of integrated companies to which this recommendation applies; -Total number of non-integrated companies to which this recommendation applies; -Implementation and specific information per category;
    Overige informatie
    Onduidelijk hoe vaak en wanneer er gerapporteerd moet worden. Rapportageformat is in 2004 aangepast.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over best beschikbare technieken en meest milieuvriendelijke technieken voor bestaande aluminium elektrolyse fabrieken
    Nummer: 204


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation: by legislation, by administrative action, by negotiated agreement, by other means; -Number of existing aluminium electrolysis plants; -Level of implementation of the measures given in this recommendation; -Reported emissions (previous year/average) to air in kg per tonne Al: a) Ft (as F), b) HF as F), c) Dust, d) PAH
    Overige informatie
    Onduidelijk hoe vaak en wanneer er gerapporteerd moet worden. Volgens de Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er in 2006 gerapporteerd worden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over best beschikbare technieken voor de organische chemische industrie
    Nummer: 200


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation: by legislation, by administrative action, by negotiated agreement; -Specific administrative measures taken to give effect to this measure; -Any special difficulties encountered, such as practical or legal problems, in the implementation of this measure; -The reasons for not having fully implemented this measure should be spelt out clearly and plans for full administrative implementation; -Per distinguished type of organic chemical industry (see report format), for one industrial site that is representative for the type of organic chemical industry, information on which measures are not and/or will not be (technically) implemented; -Estimated number of sites of the same type of organic chemical industry as the selected industrial site; -The kind of chemicals/products that are produced by the representative site: a. simple hydrocarbons (linear or cyclic, saturated or unsaturated, aliphatic or aromatic) b. oxygen-containing hydrocarbons such as alcohols, aldehydes, ketones, carboxylic acids, esters, acetates, ethers, peroxides, epoxy resins; c. sulphurous hydrocarbons d. nitrogenous hydrocarbons such as amines, amides, nitrous compounds or nitrate compounds, nitriles, cyanates, isocyanates e. phosphorus-containing hydrocarbons f. halogenic hydrocarbons; g. organometallic compounds h. basic plastic material (polymers synthetic fibres and cellulose-based fibres) i. synthetic rubbers j. dyes and pigments k. surface-active agents and surfactants l. pharmaceutical products m. plant health products / biocides n. other:.................................(please specify); -The technical measures which constitute to BAT have not been taken (yet) by the selected representative industrial site (the numbers in the tables below correspond with measures described in the sections and paragraphs of PARCOM Recommendation 94/4). Please fill in after every table why the ticked measures have not been implemented by the involved category of industry (e.g. not applicable for this category of industry or technical problems); -The reasons for not having implemented the indicated measures.
    Overige informatie
    Onduidelijk hoe vaak en wanneer er gerapporteerd moet worden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over best beschikbare technieken voor nieuwe alluminium elektrolyse fabrieken
    Nummer: 197


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -An implementation report on this Recommendation the first year following the commissioning of a new plant.
    Overige informatie
    Volgens tekst recommendation hoeft er alleen gerapporteerd te worden over nieuwe fabrieken. Volgens de Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er in elke 4 jaar gerapporteerd worden, 31 december 2004, 2008 etc.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over best beschikbare technologie in de farmaceutische industrie
    Nummer: 191


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Compliance/means of implementation (by legislation, administrative action or negotiated agreement); -Specific administrative measures taken to give effect to this measure; -Any special difficulties encountered , such as practical or legal problems, in the implementation of this measure; -The reason for not having fully implemented this measure and plans for full administrative implementation; -If appropriate, progress towards being able to lift the reservation; -Number of plants in each category to which the recommendation applies (chemical synthesi, biological extraction, fermentation, formulation); -The level of implementation of the measures given in PARCOM recommendation 92/5 for a representative spectrum of pharmaceutical manufacturing industry; -Number of plants using halogenated solvents; -Number of plants using aromatic hydrocarbons solvents; -Whether there are special (national) programmes in force to ban halogenated solvents and to reduce the use of aromatic hydrocarbons; -The target and timeframe of execution of the programme; -Implementation of measures concerning solvents; -Reasons for not having implemented the indicated measures; -Implementation of measures for other specific substances; -Reasons for not having implemented the indicated measures; -Implementation of non-specific measures; -Reasons for not having implemented the indicated measures;
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over best beschikbare technologie voor de productie van anodes en voor nieuwe elektrolyse installaties in de primaire aluminium industrie
    Nummer: 190


    Rapportagefrequentie
    elk kwartaal


    Details inhoud
    -Any information on effectiveness that is deemed relevant, and if possible the information on individual plants as indicated in Part A and B below, if these data are available as public information in your country; -Indicate for every individual plant with an “x” if the measures which constitute BAT have been taken in electrolysis plants producing anodes covered by PARCOM Recommendation 92/1; -Any comment which is relevant to the significance of the location of the plant (cf. PARCOM Recommendation 92/1, PART A, section D); -The specific emissions from individual anode baking plants 1) Condensed tar (kg/tonne anode), methods used to determine the tar concentration; 2) HF (kg/tonne anode); -Information about any special difficulties encountered in the implementation of PARCOM Recommendation 92/1.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over de beperking van verontreiniging bestaande ijzer- en staalproductie installaties
    Nummer: 194


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of Implementation (by legislation, by administrative action, by negotiated agreement); -Specific measures taken to give effect to this measure; -Any special difficulties encountered, such as practical or legal problems, in the implementation of this measure; -The reasons for not having fully implemented this measure should be spelt out clearly and plans for full implementation; -If appropriate, progress towards being able to lift the reservation; -Number of plants per category (sinter plants, coke plants, blast furnaces, basic oxygen furnaces); -Measures taken: A. General requirements: A1. If dedusting installations are installed for point source waste gases, resulting in a emission of waste gases not containing more than 50 mg dust/m3; A2. In case of wet scrubbing of waste gases, if there is use of recirculation systems with treatment of the bleed, resulting in a discharge not containing more than 35 mg suspended solids/l; B. Sinter plants: B3. If there is compliance to sintering flue gas emissions not exceeding 100mg/m3 or 220g/tonne sinter; C. Coke plants C7. If there is compliance to the tabled limit values from waste water from coke oven gas treatment (see tabel in report format)
    Overige informatie
    Geen rapportageverplichting in tekst gevonden. Wel een rapportageformat. Volgens de Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er in 2005 weer gerapporteerd worden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over de groei van bossen (Level II intensieve monitoring)
    Nummer: 61


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    Estimated data of forest growth and yield. See forms 6a, 6b, 6c and 6d in the Manual on methods and criteria for harmonized sampling, assessment, monitoring and analysis of the effects of air pollution on forests Part V Estimation of Growth and Yield
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Alterra


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over de implementatie van decision 90/3 inzake de reductie van atmosferische emissies door bestaande chloor-alkali-fabrieken
    Nummer: 211


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation: by legislation, by administrative action, by negotiated agreement; -specific measures taken to give effect to this measure, in particular with regard to: (i) the national policy regarding the implementation of §3 of Decision 90/3, which recommends that existing mercury-cell chlor-alkali plants be phased out as soon as practicable. The objective is that they should be phased out completely by 2010; (ii) any legal measure/voluntary agreement to ensure that this policy is implemented including any specific legislation on mercury emissions to air from chlor alkali plants; -Any special difficulties encountered, such as practical or legal problems, in the implementation of this measure; -The reasons for not having fully implemented this measure spelt out clearly and plans for full implementation in particular where the requirement in §1 of Decision 90/3 is not met (2gHg/tonne Cl2 capacity for emissions to the atmosphere); -If appropriate, progress towards being able to lift the reservation.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over de implementatie van decision 95/1 inzake de uitfasering van het gebruik van 'short chained' gechlorineerde paraffines
    Nummer: 181


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation (by legislation, administrative action, voluntary agreement).
    Overige informatie
    *Volgens de Reporting Obligation Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er jaarlijks gerapporteerd worden. Volgens tekst decision 95/1 in 1996, in 2000 en in 2005.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over de implementatie van door de CCAMLR vastgestelde maatregelen
    Nummer: 233


    Rapportagefrequentie
    Onduidelijk


    Details inhoud
    Informatie over de implementatie van door de CCAMLR vastgestelde maatregelen
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over de implementatie van recommendation 92/7 inzake de reductie van emissies van nutriënten van de landbouw in gebieden waar deze emissie waarschijnlijk, direct of indirect, verontreiniging veroorzaakt
    Nummer: 192


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    For each of the 55 mentioned measures the following information: implemented yes/no; implemented by (date); means of implementation; reductions; size of catchment area (hectar); remarks; Measure-categories: I. Regulatory and/or advisory measures: -Reduction of ammmonia volatilisation from animal housing; -Reduction of ammonia volatilisation from storage; -Reduction of ammonia volatilisation from field application of manure; -Reduction of nitrogen, mainly nitrate, leaching from agricultural land; -Reduction of phosphorus leaching, run-off and erosion; -Reduction of farm waste discharges; -Managing freshwater ecosystems for retention of nutrients; -Additional measures concerning both nitrogen and phosphorus; II Financial instruments; III National Action Plans; -Proposed nitrogen reductions from agriculture - regional/catchment targets.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over de reductie van emissies van nutriënten
    Nummer: 206


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -If the Netherlands are committed to the 50% reduction target; -If yes, whether the figures given are based on: 1. Nutrient inputs to surface waters, 2. Nutrient inputs to the Maritime Area; -If the national reporting procedures are based on a catchment area approach; -Nitrogen loads: a) Agriculture, b) Sewage, c) Aquaculture, d) Industry, e) Atmospheric deposition on fresh water systems, f) Background load as % of total load, if available; -Reduction in nutrient inputs -Phosphorus loads: a) Agriculture, b) Sewage, c) Aquaculture, d) Industry, e) Atmospheric deposition on fresh water systems, f) Background load as % of total load, if available; -Reduction in nutrient inputs; -Information on which the data is based on; -Total input of nitrogen per catchment area; -Total input of phosphorus per catchment area; -Total input of nitrogen in coastal areas not included in the list of catchment areas; -Total input of phospherus in coastal areas not included in the list of catchment areas; -Any information concerning retention in fresh water systems.
    Overige informatie
    Onduidelijk hoe vaak en wanneer er gerapporteerd moet worden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over de toestand van boomkruinen (Level II intensieve monitoring)
    Nummer: 54


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Visual Assessment of Crown Condition on Intensive Monitoring Plots. See forms 1a, TCP, TC1, TC2, TC3, TC4 and PHOT in the Sub-manual of the Manual on methods and criteria for harmonized sampling, assessment, monitoring and analysis of the effects of air pollution on forest Part II Visual Assessment of Crown Condition and Submanual on Visual Assessment of Crown Condition on Intensive Monitoring Plots.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Alterra


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over de toestand van bosbodems (Level I monitoring)
    Nummer: 53


    Rapportagefrequentie



    Details inhoud
    Sampling and analysis of soil and soil solution collection and analysis, Level I. See forms 4a and 4b in Annex 2 of the Manual on methods and criteria for harmonized sampling, Part IIIa Sampling and Analysis of Soil
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Alterra


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over de uitfasering van cationische detergenten DTDMAC, DSDMAC en DHTDMAC in weekmakers
    Nummer: 196


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation: by legislation, by administrative action, by negotiated agreement; -Specific measures taken to give effect to this measure; -Any special difficulties encountered, such as practical or legal problems, in the implementation of this measure; -The reasons for not having fully implemented this measure should be spelt out clearly and plans for full implementation; -If appropriate, progress towards being able to lift the reservation; -Which instruments are being used to achieve the phasing-out; -At which date has the phasing-out been (or will be) achieved; -If information is available on the environmental assessment of the substitutes used; -How the effectiveness is of the chosen instruments for the phasing-out being monitored; -Other information which could be useful in addressing cationic detergents within OSPAR.
    Overige informatie
    Geen rapportageverplichting in tekst gevonden. Wel een rapportageformat. Volgens de Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er in 2005 weer gerapporteerd worden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over de uitfasering van het gebruik of hexachloorethaan in de non-ferro metaalindustrie
    Nummer: 184


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation (by legislation, administrative action, voluntary agreement, plant number); -Information whether HCE (hexachlorethane) is still being used in accordance with the exceptions stipulated in this measure.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over de uitfasering van het gebruik van moleculair chloor (Cl2) voor de bleek van kraft en sulfietpulp
    Nummer: 185


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation (by legislation, administrative action, voluntary agreement, plant number); -Any special difficulties encountered in the implementation of this measure and outline when the phase-out can be achieved in practice.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over de uitfasering van PCB's en gevaarlijke PCB-vervangers
    Nummer: 159


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Implementation; -Phasing out and destruction of PCBs and PCB contaminated appliances; -Measures to control the use of hazardous PCB-substitutes in capacitors and transformers; -Voluntary information on emissions of PCBs or hazardous PCB-substitutes to the environment.
    Overige informatie
    Volgens Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er elke 4 jaar voor 31 december gerapporteerd worden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over depositie (Level II intensieve monitoring)
    Nummer: 58


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Measurement of deposition and air pollution. See forms 7a, 7b, 7c and 7d of the Manual on methods and criteria for harmonized sampling, assessment, monitoring and analysis of the effects of air pollution on forests Part VI Measurement of Deposition and Air Pollution
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Alterra


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over een gestandaardiseerd pre-screening schema voor offshore chemicaliën
    Nummer: 171


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Complience/implementation/measures
    Overige informatie
    Rapportage gelijktijdig met rapportage inzake het gestandaardiseerde verplichte controle systeem voor het gebruik en vermindering van de lozing van chemicaliën van de offshore industrie (rapportageverplichting nr. 155) (OSPAR decision 2000/2 on a harmonised mandatory control system for the use and reduction of the discharge of offshore chemicals)


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over een specifiek thema in het kader van de Convention on Biological Diversit
    Nummer: 226


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    Hangt van thema af. Voor elke thematische rapportage wordt een speciale vragenlijst gemaakt.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over emissie van VOS door bedrijven
    Nummer: 72


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Emissies van VOS
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Bedrijven


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over emissie- en lozingsgrenswaarden voor de productie van Vinyl-Chloride-Monomeer (VCM) inclusief de productie van 1,2-dichloorethaan (EDC)
    Nummer: 167


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Compliance/implementation; -Emissions into the atmosphere (annual averages, accompanied by appropriate statistical information) (Plant/site, Production, EDC,VCM, HCl, Dioxins); -Discharges into water (annual averages, accompanied by appropriate statistical information) (Plant/site, Chlorinated hydrocarbons, Cu (total), Dioxins, COD;
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over emissie- en lozingsgrenswaarden voor de vinyl-chloride-sector, van toepassing op de productie van s-PVC uit vinyl-chloride-monomeer
    Nummer: 212


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of Implementation: by legislation, by administrative action, by negotiated agreement; -Specific measures taken to give effect to this measure; -Any special difficulties encountered, such as practical or legal problems, in the implementation of this measure; -The reasons for not having fully implemented this measure should be spelt out clearly and plans for full implementation should be reported; -Emissions into the atmosphere (annual averages, accompanied by appropriate statistical information, including sampling frequencies): a) Plant/site, b) Production (tonnes), c) VCM (g/tonne s-PVC; point sources) d) VCM (g/tonne s-PVC; fugitives) e) Description of techniques to estimate fugitive emissions -Discharges into water (annual averages, accompanied by appropriate statistical information, including sampling frequencies): a) Plant/site, b) VCM (mg/l), c) VCM (g/tonne s-PVC), d) COD (mg/l), e) Suspended solids (mg/l)
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over emissies van grote stookinstallaties
    Nummer: 74


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Emissies van SO2, NOx en stof
    Overige informatie
    Nationale uitwerking van EU-Richtlijn 2001/80/EG


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Bedrijven


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over emissies van VOS door chemie, raffinaderijen en op- en overslagbedrijven
    Nummer: 71


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Emissies van VOS
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Bedrijven


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over gebladerte van bomen (Level I monitoring)
    Nummer: 52


    Rapportagefrequentie
    10-jaarlijks


    Details inhoud
    Sampling and Analysis of Needles and Leaves, Level I. See forms 5a, 5b and 5c of the Manual on methods and criteria for harmonized sampling, assessment, monitoring and analysis of the effects of air pollution on forests Part IV Sampling and Analysis of Needles and Leaves
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Alterra


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over gebladerte van bomen (Level II intensieve monitoring)
    Nummer: 57


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    Analysis of needles and leaves. See forms forms 5a, 5b and 5c on the Manual on methods and criteria for harmonized sampling, assessment, monitoring and analysis of the effects of air pollution on forests Part IV Sampling and Analysis of Needles and Leaves
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Alterra


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over gemeentelijke risico-inventarisatie
    Nummer: 219


    Rapportagefrequentie
    4-jaarlijks


    Details inhoud
    De risico-inventarisatie in het rampenplan: a. een overzicht van de soorten rampen en zware ongevallen die de gemeente bedreigen en de mogelijke gevolgen daarvan; b. een overzicht van de risicovolle situaties binnen de gemeentewaarbij zich een ramp of zwaar ongeval kan voordoen en de mogelijke gevolgen daarvan.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Gemeenten


    Publicatie(s) en website(s)
    Gemeentelijke risicokaarten (www.vrom.nl > Gezondheid en veiligheid > Risicoregister > Meer info)
    Lees meer >>
    Provinciale risicokaarten (www.e-provincies.nl > zoek: overzicht risicokaarten)
    Lees meer >>

      Rapportage over grond (oplossing) (Level II intensieve monitoring)
    Nummer: 56


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Analysis of soil solution. See forms forms 9a, 9b and 9c of the Manual on methods and criteria for harmonized sampling, assessment, monitoring and analysis of the effects of air pollution on forests Part IIIb Soil Solution Collection and Analysis
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Alterra


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over grond (vast deel) (Level II intensieve monitoring)
    Nummer: 55


    Rapportagefrequentie
    10-jaarlijks


    Details inhoud
    Analysis of soil (solid phase). See forms 4a, 4b and 4c in Annex III of the Manual on methods and criteria for harmonized sampling, assessment, monitoring and analysis of the effects of air pollution on forests Part IIIa Sampling and Analysis of Soil
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Alterra


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over grond-vegetatie in bossen (Level II intensieve monitoring)
    Nummer: 62


    Rapportagefrequentie
    5-jaarlijks


    Details inhoud
    Data of ground vegetation. See forms 10a and 10b in the Manual on methods and criteria for harmonized sampling, assessment, monitoring and analysis of the effects of air pollution on forests Part VIII Assessment of Ground Vegetation.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Alterra


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over het gebruik van organic-phase drilling fluids (OPF) en de lozing van met OPF-vervuilde 'cuttings'.
    Nummer: 156


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    Informatie over de wettelijke implementatie van deze beslissing.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over het gebruik van tributyltin- en organotinverbindingen (gecombineerd met rapportageverplichting nr. 160)
    Nummer: 186


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Implementation; -Quantities of tributyltin- / organotincompounds used; -Alternatives for tributyltin- / organotincompounds; -Implementation of Directive 86/677/EEC; -National measures; -Measures aiming at a reduction of the amount of organotins reaching the aquatic environment because of docking activities; -Discharges/losses of organic tin compounds from dockyards; -Quality standards for organic tin compounds in coastal and marine waters.
    Overige informatie
    Gecombineerde rapportage met rapportageverplichting nr. 160 inzake recommendation 87/1. Volgens de Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er elke 4 jaar gerapporteerd worden. De deadline is onduidelijk: hoewel het 1 gecombineerde rapportage betreft, moet er volgens de ROD uiterlijk 31 december 2006 gerapporteerd worden wat betreft recommendation 88/1, en uiterlijk 1 mei 2007 wat betreft recommendation 87/1.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over het gebruik van tributyltin- en organotinverbindingen (gecombineerd met rapportageverplichting nr. 186)
    Nummer: 160


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Implementation; -Quantities of tributyltin- / organotincompounds used; -Alternatives for tributyltin- / organotincompounds; -Implementation of Directive 86/677/EEC; -National measures; -Measures aiming at a reduction of the amount of organotins reaching the aquatic environment because of docking activities; -Discharges/losses of organic tin compounds from dockyards; -Quality standards for organic tin compounds in coastal and marine waters.
    Overige informatie
    Volgens Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er elke 4 jaar gerapporteerd worden. De deadline is onduidelijk: hoewel het 1 gecombineerde rapportage betreft, moet er volgens de ROD uiterlijk 31 december 2006 gerapporteerd worden wat betreft recommendation 88/1, en uiterlijk 1 mei 2007 wat betreft recommendation 87/1.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over het gecoördineerde programma voor de reductie van nutriënten
    Nummer: 187


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -National action plans to reduce nutrient inputs; -Fulfilment of the 1988 commitments to reach the agreed reduction target for phosphorus and nitrogen (description of how the agreed reduction target for phosphorus and nitrogen will be reached, and the year when it is expected that the reduction target for phosphorus and nitrogen will be achieved); -Type of measures implemented since 1995 or planned to be implemented, per sector (agriculture, sewage, aquaculture, industry, forestry, other); -Reasons for not achieving the 1988 commitment with regard to nitrogen; -Type of measures implemented since 1995 or planned to be implemented, for the mair catchment areas; -Type of measures implemented since 1995 or planned to be implemented, for the coastal areas not included in the main catchments areas.
    Overige informatie
    Tekst recommendation 89/4 slaat niet geheel op rapportageformat. Uit rapportageformat blijkt dat er ook over 2005 gerapporteerd moet worden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over het netwerk van beschermde marine gebieden
    Nummer: 175


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    -Compliance/implemenatation/measures; -Components of the OSPAR Network of Marine Protected Areas that have been selected: 1) Reference No in OSPAR Data Base; 2) Name of Area; 3) Ecological Criteria Relevant for Selection; 4) Practical Criteria Relevant for Selection; 5) Proposed Management and Protection Status; 6) Management Plan approved; 7) Management Measures taken.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over lozingen door de textielindustrie
    Nummer: 208


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation: by legislation, administrative action, voluntary agreement; -Specific measures taken to give effect to this measure; -Any special difficulties encountered, such as practical or legal problems, in the implementation of this measure; -The reasons for not having fully implemented this measure spelt out clearly and plans for full implementation; -The size of plants above which this recommendation has been implemented or for which implementation is ongoing; -Litre of water used per kg of textile processed; -Metals discharges in mg/kg of textile treated: a) Antimony b) Arsenic c) Cadmium d) Chromium e) Cobalt f) Copper g) Lead h) -Nickel i) -Tin j) -Zinc -Description of how the figures have been calculated; -Discharges of pesticides and halogenated substances in mg/kg of textile treated: a) AOX b) Specific organohalogens c) Organochlorine pesticides mg Cl/kg d) Mothproofing agents mg Cl/kg e) Organophosphorous pesticides mg P/kg -Description of how the discharges have been calculated; -Indicatation of the specific organochlorine pesticides which have been monitored; -Optional: indication of the specific mothproofing agents which have been monitored; -Optional: indication of the specific organophosphorous pesticides which have been monitored; -Optional: indication of the toxicity tests which were performed, their results and the chemical determinations which were submitted by these tests; -Optional: The average concentration of oxygen consuming substances in mg/l: (COD or TOD or TOC); -The rationale for the parameter choice (COD, TOD, TOC); -Measures taken: Application of DRV [160 mg/l], Application of load reduction performance [80%], Application of both).
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over lozings- en emissiegrenswaarden voor de (niet-) geïntegreerde kraft-pulp industrie
    Nummer: 183


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation (by legislation, administrative action, voluntary agreement, plant number); -Difficulties with implementation; -Reasons for not implementing; -Type of mill, Production, COD, TSS, S, NOx; -Total discharges of COD and TSS in tonnes per year from the Contracting Party's total production of kraft pulp within the catchment area of the Convention; -Total emissions of S and NOx in tonnes per year from the Contracting Party's total production of kraft pulp; -The measures taken to reduce discharges of COD and TSS; -The measures taken to reduce discharges of S; -The measures taken to reduce discharges of NOx.
    Overige informatie
    *Rapportageverplichting is verlengd: uit de reporting format blijkt dat er in ieder geval ook over 2003 gerapporteerd moet worden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over lozings- en emissiegrenswaarden voor de (niet-)geïntegreerde sulfiet-papierpulpindustrie
    Nummer: 182


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation (by legislation, administrative action, voluntary agreement, plant number); -Difficulties with implementation; -Reasons for not implementing; -Type of mill, Production, COD, TSS, SO2, NOx; -Total discharges of COD and TSS in tonnes per year from the Contracting Party's total production of sulphite paper pulp within the catchment area of the Convention.; -Total emissions of SO2 and NOx in tonnes per year from the Contracting Party's total production of sulphite paper pulp; -The measures taken to reduce discharges of COD and TSS; -The measures taken to reduce discharges of SO2; -The measures taken to reduce discharges of NOx.
    Overige informatie
    *Rapportageverplichting is verlengd: uit de reporting format blijkt dat er in ieder geval ook over 2003 gerapporteerd moet worden. Volgens de Reporting Obligation Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er elke 4 jaar gerapporteerd worden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over luchtkwaliteit (Level II intensieve monitoring)
    Nummer: 59


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    Air quality data (O3, NH3, NO2, SO2). See forms in the Manual on methods and criteria for harmonized sampling, assessment, monitoring and analysis of the effects of air pollution on forests Part X Monitoring of Air Quality and Submanual on Assessment of Ozone Injury on Intensive Monitoring Plots
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)
    Intensive monitoring of forest ecosystems in Europe (www.icp-forests.org > Reports > Technical Report Level II > Intensive Monitoring Report)
    Lees meer >>

      Rapportage over meest milieuvriendelijke technieken voor de reductie van emissies van mogelijk giftige chemicaliën door aquacultuur
    Nummer: 202


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation:by legislation, by administrative action, by negotiated / voluntary agreement; -Specific measures taken to give effect to this measure; -Any special difficulties encountered, such as practical or legal problems, in the implementation of this measure; -The reasons for not having fully implemented this measure should be spelt out clearly and plans for full implementation; -Name of substances of concern in antifouling products used in aquaculture, amount used (tonne / year), comments (i.e. reasons for concern); -Developed procedures and/or technology with the aim of reducing inputs of hazardous substances from antifouling products to the aquatic environment; -National measures / initiatives taken to achieve a ban on or to restrict the use of specific substances used in antifouling products for fish net cages; -Alternatives used to hazardous substances (non-toxic substances or methods such as i.e. washing and drying of nets). Indication of the extent to which these alternatives are used; -Active substance in endo- /ectoparasiticidals for use in aquaculture: amount used: -Azametiphos -Cypermetrin -Deltametrin -Pyretrum -Diflubenzuron -Teflubenzuron -Emamectin -Bronopol -Oxalate -Hydrogenperoxide -Fenbendazole -Praziquantel; - The trend of the use of the specific chemicals and the possible reason for this (e.g. an increase or decrease in total production of fish, special diseases, hygienic routines); -National measures/initiatives taken to control or to reduce the use of endo-/ectoparasiticidals in aquaculture e.g. vaccination, hygienic routines, and information on these additional measures; -Use of cleaner-fish for ectoparasite control in aquaculture (number of plants with use of cleaner-fish, species used, experiences (effect of use), time period used); -Amount of active substances in antibacterials (active substance in antibacterials for use in aquaculture, amount used (t/a)): -Florfenicol, -Flumequin, -Nifurazolidon, -Oksolinic acid, -Oxytetracyclinechloride, -Trimetoprim + sulphadiazin; -The trend of the use of the specific chemicals and the possible reason for this (e.g. an increase or decrease in total production of fish, special diseases, hygienic routines); -National measures/initiatives taken to control or reduce the use of antibacterials in aquaculture e.g. vaccination, hygienic routines etc. + specification; -Amount of active substance in anaesthetics for use in aquaculture: -Benzocaine, -Tricain metansulfonate; -The trend of the use of the specific chemicals and the possible reason for this (e.g. an increase or decrease in total production of fish); -National measures/initiatives to control or reduce the use of anaesthetics in aquaculture + specification; -Amount of active substance in fungicides for use in aquaculture (amount used (t/a): -Bronopol; -The trend of the use of the specific chemicals and the possible reason for this (e.g. an increase or decrease in total production of fish); -National measures/initiatives taken to control or reduce the use of fungicides in aquaculture (e.g. hygienic routines etc.) + specification; -Amount of active substance in technical disinfectants for use in aquaculture (amount used (t/a): -Bronopol, -Formaldehyd, -Ethanol; -The trend of the use of the specific chemicals and the possible reason for this (e.g. an increase or decrease in total production of fish).
    Overige informatie
    Onduidelijk hoe vaak en wanneer er gerapporteerd moet worden. Volgens de Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er in elke 4 jaar gerapporteerd worden, 31 december 2004, 2008 etc.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over nationale actieplannen en meest milieuvriendelijke technieken voor de reductie van emissies van pesticiden door de landbouw
    Nummer: 203


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation: by legislation, by administrative action, by negotiated agreement; -Specific measures taken to give effect to this measure; -Any special difficulties encountered, such as practical or legal problems, in the implementation of this measure; -The reasons for not having fully implemented this measure should be spelt out clearly and plans for full implementation; -If appropriate, progress towards being able to lift the reservation; -Information on any steps taken on the elaboration of National Action Plans (NAPs) and/or BEPs for the reduction of inputs to the environment of pesticides from agricultural use; -Information on any developments that have occurred in relation to the following elements of PARCOM Recommendation 94/7: A. Development of National Action Plans containing the following elements: a. development of effective actions b. transfer of knowledge c. financial instruments d. regular re-evaluation of approvals e. specific use restrictions (near surface water, by aircraft, in protection zones) f. equipment standards g. training requirements h. pesticides administration requirements i. storage and rinsing provision requirements j. regulation of waste water discharges k. enforcement of regulations B. Development of codes of practice containing the following elements: a. rationalised purchase behaviour b. storage c. equipment preparation d. filling e. response to weather conditions f. special caution in certain conditions g. equipment cleaning h. diluted and concentrated residues i. spent containers j. notification; -For each of the elements under A and B, it would be helpful if Contracting Parties would indicate if they: -undertook action; or -have planned any action; and -on which basis (regulatory or voluntary); and -by whom (i.e. national/local authority, professional bodies, etc); -have identified any weaknesses with development of the actions. -Contracting Parties should report, if possible, the results of the implementation of PARCOM recommendation 94/7. This may take the form of a reduction in the use of pesticides since adoption of the recommendation and/or a reduction of pesticide inputs to the environment. Contracting parties should identify any problems in assessing the effectiveness of this implementation. Please indicate whether and how these problems may be or have been overcome.
    Overige informatie
    Onduidelijk hoe vaak en wanneer er gerapporteerd moet worden. Volgens de Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er in elke 4 jaar gerapporteerd worden, 31 december 2006, 2010 etc.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over NOx-emissie door grote bedrijven i.v.m. NOx-emissiehandel
    Nummer: 70


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    NOx-emissie door grote bedrijven
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Bedrijven


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over producten en installaties met F-gassen (HFK's, PFK's, SF6)
    Nummer: 68


    Rapportagefrequentie
    2-Jaarlijks


    Details inhoud
    Producten en installaties met F-gassen (Airco's, koelinstallaties, brandblussers, halfgeleiders, hoogspanningskabels)
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt



    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over programma's en maatregelen ter vermindering van kwik-lozingen door diverse bronnen
    Nummer: 161


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Compliance/implementation; -Actions aiming to reduce mercury discharges from agricultural products (pesticides), electrical equipment and control instruments, dentistry, laboratories, contaminated sites; -Actions aimin to reduce mercury emissions to air; -Research.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over raffinaderijen
    Nummer: 188


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Compliance/means of implementation (by legislation, administrative action or negotiated agreement); -Specific administrative measures taken to give effect to this measure; -Any special difficulties encountered , such as practical or legal problems, in the implementation of this measure; -The reason for not having fully implemented this measure and plans for full administrative implementation; -If appropriate, progress towards being able to lift the reservation;
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over Remote-sensing-data (Level II intensieve monitoring)
    Nummer: 64


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    Remote-sensing-data
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over steekproefcontroles met betrekking tot de invoer van gereguleerde stoffenen de bevindingen van deze controles
    Nummer: 38


    Rapportagefrequentie



    Details inhoud
    Het programma van steekproefcontroles met betrekking tot de invoer van gereguleerde ozonlaagafbrekende stoffen en de bevindingen van deze controles.
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Ministerie van VROM


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage over verdere beperkingen van de lozingen van kwik door tandheelkundige praktijken
    Nummer: 195


    Rapportagefrequentie
    onduidelijk


    Details inhoud
    -Means of implementation: by legislation, by administrative action, by negotiated agreement; -Specific measures taken to give effect to this PARCOM recommendation (e.g. details of the steps which have been taken regarding the installation of equipment to enable the collection of amalgam wastes from 1 January 1997; -Any special difficulties encountered in implementation, such as practical or legal problems; -If this PARCOM Recommendation has not been fully implemented, the reasons should be given and plans for full implementation; -Details of the steps which have or will be taken to assess the effectiveness of these steps (e.g.: certification of installed equipment, existence of recycling schemes for unused amalgam, estimation of the number of dentists having installed the appropriate equipment).
    Overige informatie
    Geen rapportageverplichting in tekst gevonden. Wel een rapportageformat. Volgens de Reporting Obligations Database (ROD) van de European Environment Agency (EEA) moet er in 2005 weer gerapporteerd worden.


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Rapportage t.b.v. het Bio-Safety Clearing-House Mechanisme over regelgeving, wetenschappelijk onderzoek en besluiten inzake levende genetisch gemodificeerde organismen
    Nummer: 223


    Rapportagefrequentie
    Indien nodig


    Details inhoud
    -Bestaande nationale wetten, regelgeving en richtlijnen ter implementatie van het Cartagena Protocol on Biosafety (over genetisch genomificeerde organismen); -Door andere lidstaten gevraagde informatie inzake "the advance informed agreement procedure (AIA)"; -Bilaterale, regionale en multilaterale overeenkomsten en afspraken; -Samenvattingen van risico-analyses of milieuwetenschappelijke beoordelingen van levende genetisch gemodificeerde organismen, volgend uit de regelgeving, en uitgevoerd in overeenstemming met Artikel 15 van het Cartagena Protocol on Biosafety, inclusief, waar van toepassing, relevante informatie inzake afgeleide producten, namelijk geproduceerde grondstoffen die afkomstig zijn van levende genetisch gemodificeerde organismen, bevattende aan te treffen nieuwe combinaties van reproduceerbare genetisch materiaal verkregen door middel van het gebruik van moderne biotechnologie; -Definitieve beslissingen inzake de import of ontheffing van levende genetisch gemodificeerde organismen: a) beslissingen vallend onder Artikel 11 van het Cartagena Protocol on Biosafety, inzake levende ggo's voor direct gebruik als voedsingsmiddel of voedsel, of als productiegrondstof, inclusief beslissingen inzake binnenlands gebruik (Artikel 11.1) en beslissingen inzake import (Artikel 11.4 en Artikel 11.6), b) andere beslissingen of verklaringen (inclusief beslissingen onder Artikelen 6.1, 13.1a, 13.1b, en 14.4, alsmede Artikel 11.6 verklaringen en Artikel 17.1 kennisgevingen); -Rapportages inzake Artikel 33 van het Cartagena Protocol on Biosafety (zie nr. 222) , inclusief die inzake de implementatie van "the advance informed agreement procedure".
    Overige informatie



    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
     


    Publicatie(s) en website(s)

      Vervuilende stoffen in organismen in zout water en overgangswater
    Nummer: 271


    Rapportagefrequentie
    Jaarlijks


    Details inhoud
    1) Kwik, cadmium en lood in organismen (vis en mossels) en sedimenten;
    2) PCB's in organismen (vis en mossels) en sedimenten (PCB's: CB28, CB52, CB101, CB118, CB138, CB153, CB180);
    3) PAK's in organismen (mossels) en sedimenten (PAK's: antraceen, benzo(a)antraceen, benzo(ghi)peryleen, benzo(a)pyreen, chryseen, fluorantheen, indeno(1,2,3-cd)pyreen, pyreen, fenantreen).
    Overige informatie
    De monitoring van vervuilende stoffen in organismen in de Noordzee is onderdeel van CEMP, wat weer onderdeel is van het 'Joint Assessment and Monitoring Programme' (JAMP, zie verplichting nr. 174). Het is mede verplicht op grond van Art. 6 en Bijlage IV van de OSPAR Convention (zie verplichting nr. 270).


    Instantie / afdeling die rapportage opstelt
    Waterdienst RWS

    Publicatie(s) en website(s)
    Ministerie van Verkeer en Waterstaat


    Email: info.waterdienst@rws.nl
    Nieuw in portaal
    Veel bezochte informatie

    Invoerportaal flora en fauna

    Trilateraal Monitoring en Assessment Programma

    Monitoringportaal stopt

     WaddenZee.nl

    Verspreidingsatlassen evertebraten

    Centrum voor Milieu Monitoring

    Monitoring geringde ganzen

    CESAR Observatory